---
title: "Btw-commentaar · Werk in onroerende staat en gelijkgestelde handelingen (31.12.2020)"
description: "Diensten, Werk in onroerende staat en gelijkgestelde handelingen. Btw-commentaar van de Belgische belastingadministratie, stand 31 december 2020."
url: "https://juriel.be/nl/btw-commentaar/topics-onroerende-goederen-diensten-werk-fe78"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/commentaire-tva/topics-biens-immobiliers-prestations-services-994f"
---

# Werk in onroerende staat en gelijkgestelde handelingen (31.12.2020) · Onroerende goederen - Diensten - Werk in onroerende staat en gelijkgestelde handelingen

**Datum**

31 december 2020

## Over het document

**Verzameling**

Btw-commentaar

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

311 paragrafen

BOEKWERK VI. Specifieke topics

Hoofdstuk 16. Specifieke topics

Afdeling 2. Onroerende goederen – Diensten

## Nr. 6. Werk in onroerende staat en gelijkgestelde handelingen

Bijwerking **31.12.2020** – Vorige versie \[01.07.2019\]

**Inhoud: · 42 onderdelen**

A. Omvang van de definitie en de uitbreidingen

B. Facturatie/Schuldenaar (verlegging van heffing)

a. Belastingplichtige dienstverrichter gevestigd in België

• De facturatie

• De verlegging van heffing

b. Belastingplichtige dienstverrichter, niet in België gevestigd

• Diensten met betrekking tot werk in onroerende staat die in België plaatsvinden

• Identificatie van de dienstverrichter

• Betaling van de btw

• Intracommunautaire overbrenging en de bestemming van bouwmaterialen

C. Werk in onroerende staat gelijkgesteld met een dienst verricht onder bezwarende titel ([artikel 19, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19))

a. Werken in onroerende staat verricht door een belastingplichtige voor de doeleinden van zijn economische activiteit ([artikel 19, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19))

• Gelijkstelling

• Geen gelijkstelling

• Tijdstip van opeisbaarheid van de belasting

• Maatstaf van heffing: normale waarde

b. Werken in onroerende staat verricht door een belastingplichtige voor andere doeleinden dan deze van zijn economische activiteit (gratis, voor privédoeleinden of deze van zijn personeel, [artikel 19, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19))

c. Gebruikte materialen voor de uitvoering van een werk in onroerende staat

d. Verplichtingen

e. Toepassing

D. Plaatsbepaling van de werken in onroerende staat

E. Tijdstip van opeisbaarheid van de belasting

a. Belastbare feit

b. Opeisbaarheid van de belasting

F. Minimum maatstaf van heffing en verplichtingen van de eigenaar van een nieuw opgericht gebouw

a. Minimum maatstaf: de normale waarde

b. bewijs van de normale waarde door schattingscontrole

c. Wettelijk vermoeden met betrekking tot de oprichting van een gebouw

d. Verplichtingen

e. Verjaringstermijn voor de vordering tot voldoening van de aanvullende verschuldigde belasting

G. Tarieven

H. Aspecten van de aftrek (artikelen [45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), [46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) en [48, § 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48), van het Btw-Wetboek)

a. Aftrek van btw met betrekking tot werk in onroerende staat onderworpen aan een herziening

b. Begin van het herzieningstijdvak

c. Duur van de herzieningstermijn

d. Verplichtingen met het oog op de controle van de aftrekherzieningen

I. Verwijzingen naar de periodieke aangifte

a. Uitgaande handelingen

b. Inkomende handelingen

c. Toepassing

J. Vrijstellingsregeling van de belasting

\[Top\]

## A. Omvang van de definitie en de uitbreidingen

De definitie van werk in onroerende staat alsook de lijst van de handelingen die zich in het verlengde van deze definitie bevinden en als soortgelijke handelingen worden genoemd, worden uitvoerig besproken in: ‘Boekwerk I : Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 3: Diensten, Afdeling 3, titel 1, rubriek C’, waarnaar wordt verwezen.

Daarom wordt in onderhavige specifieke topic de aandacht gevestigd op een aantal essentiële praktische punten met betrekking tot de definitie van werk in onroerende staat.

Het begrip ‘werk in onroerende staat’ reikt veel verder dan de enkele oprichting van een gebouw.

Opdat een werk als een ‘werk in onroerende staat’ kan worden beschouwd, dient het werk niet alleen bij te dragen tot de oprichting van een uit zijn aard onroerend goed maar ook:

• tot de wijziging van de structuur (omvorming, uitbreiding of afwerking)

• tot het in goede staat houden van de structuur (herstelling, onderhoud of schoonmaak)

• of de sloop van het gebouw ([artikel 19, § 2, derde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19)).

De dienst die erin bestaat een roerend goed te leveren en het meteen op zodanige wijze aan te brengen aan een onroerend goed dat het onroerend uit zijn aard wordt, is ook beoogd. Dit is het geval bij de levering met plaatsing van de onderdelen van een gebouw, bijvoorbeeld het dak, trappen, deuren, raamkozijnen, liften van een gebouw, de verankering van goederen in een muur/vloer/plafond.

Worden, in tegenstelling tot het voorgaande, niet bedoeld als werken in onroerende staat:

• de levering met installatie en montage van een roerend goed (machine, materiaal) dat zijn roerende aard behoudt of hoogstens onroerend door bestemming wordt. Dit wijst erop dat het goed kan worden verplaatst zonder breekwerken of wijzigingen aan het onroerend goed of de constructie. Deze handeling is een levering van goederen. Dit is zelfs het geval wanneer die uitrustingsgoederen op een voetstuk, onroerend uit zijn aard, worden geplaatst waaraan ze worden verankerd (zie de schriftelijke [parlementaire vraag nr. 709 van de heer Volksvertegenwoordiger Jean-Pierre de Clippele van 22.09.1993](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/709-btw-gebouwen-clippele-onroerend-goed-c0d6))

• de uitvoering van een intellectueel werk met betrekking tot een uit zijn aard onroerend goed, bijvoorbeeld het opmaken van plannen, studiewerk en bewaking ([circulaire 2019/C/19](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2019-c-19-gelijkstelling-werk-in-onroerende-staat-864c) betreffende de gelijkstelling van een werk in onroerende staat met een dienst onder bezwarende titel ([artikel 19, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19)) van 01.03.2019, randnummer 12 (E.T. 133.041)).

Al naargelang het betreffende toepassingsgebied in de btw, is de definitie van werk in onroerende staat:

• **uitgebreid** door middel van gelijkgestelde handelingen, zelfs indien ze niet bedoeld zijn in de voormelde definitie. Dit om elke twijfel weg te nemen wanneer de elementen simpelweg bevestigd zijn aan het gebouw (bijvoorbeeld de elementen die een centrale verwarming of airconditioning of sanitaire installatie vormen) wat een minder sterke bevestiging veronderstelt dan een incorporatie die bij een verplaatsing een vernieling of wijziging van het onroerend goed teweeg brengt.

Er wordt erop gewezen dat het woord ’handeling’ betekent dat er aanvankelijk zowel sprake kan zijn van een levering als van een dienst.

• **beperkt**, met name door de uitsluiting van reinigingswerken voor de toepassing van de verlaagde btw-tarieven.

Anderzijds wordt de volledige definitie, inclusief de ermee gelijkgestelde handelingen, weerhouden voor:

• de toepassing van de verlegging van heffing ([artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) van 29.12.1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde)

• de verplichting om werken in onroerende staat te factureren aan natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privégebruik ([artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) ).

## \[Top\]

## B. Facturatie/Schuldenaar (verlegging van heffing)

Onderstaande niet-limitatieve lijst herneemt enkele aandachtspunten voor een aantal specifieke toepassingsgebieden die betrekking hebben op de facturering en de schuldenaar van de btw (zie ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen – Hoofdstuk 3: Diensten, Afdeling 3, titel 1, rubriek C, subrubriek a.’).

### a. Belastingplichtige dienstverrichter gevestigd in België

## • De facturatie

De aandacht wordt gevestigd op de facturatieverplichting voor de werken in onroerende staat (en de ermee gelijkgestelde handelingen)**, zelfs ten gunste van natuurlijke personen die handelen voor hun privédoeleinden**. Voor de toepassing van het btw-tarief, moeten alle gegevens op de factuur worden vermeld die nodig zijn om de aard van de handelingen te bepalen (artikelen [1, 3°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) en [5, § 1, 6°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa), van het koninklijk besluit nr. 1) (zie ’Boekwerk IV: Voldoening van de belasting – Hoofdstuk 13: Regeling voor de voldoening van de belasting, Afdeling 4’).

## • De verlegging van heffing

De aandacht moet worden gevestigd op de juiste toepassing van de verlegging van heffing van de belasting (btw verschuldigd door de medecontractant) voor de werken in onroerende staat die moeten worden opgenomen in rooster 45 van de periodieke aangifte van de dienstverrichter. Wanneer de belasting verschuldigd is door de medecontractant, moet op de factuur op de plaats van de vermelding van de tarieven en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting de vermelding ‘Btw verlegd’ worden aangebracht (artikelen 5, § 1, 9*ter,* en 20 van het voornoemde koninklijk besluit nr. 1) (zie ‘Boekwerk IV: Voldoening van de belasting – Hoofdstuk 13: regeling voor de voldoening van de belasting, Afdeling 10, titel 4, rubriek A’).

Werken in onroerende staat komen niet alleen voor in de bouwsector. Deze kunnen ook voorkomen in de sector van landbouwwerkzaamheden. Ook park- en tuinondernemingen kunnen in aanmerking komen.

De verlegging van heffing is van toepassing, volgens de gewone voorwaarden, bij het doorfactureren van werken door de huurder aan de verhuurder (zie [circulaire 2019/C/22 betreffende werken uitgevoerd door een Btw-belastingplichtige in een gebouw dat hij huurt](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2019-c-22-werken-uitgevoerd-btw-belastingplichtige-in-1b4e), nummer 2).

In het kader van het stelsel van de btw-eenheid, wordt de aandacht gevestigd op de toepassing van de verlegging van de heffing in hoofde van de medecontractant, zelfs indien de externe activiteit van dat lid van de btw-eenheid geen recht op aftrek doet ontstaan, van zodra deze btw-eenheid gehouden is tot het indienen van periodieke btw-aangiften wegens de werkzaamheid van een of meer andere leden, (zie ‘Boekwerk VI: Specifieke topics - Hoofdstuk 16: Specifieke topics, Afdeling 5: Btw-eenheid, titel 9, rubriek E, subrubriek b’).

Om in hoofde van de aannemers de correcte toepassing van de regeling van de verlegging van heffing van de belasting bedoeld in [artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) te vergemakkelijken, mogen de belastingplichtigen die onderworpen zijn aan het stelsel van belastingvrijstelling voor kleine ondernemingen ([artikel 56bis van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56bis)) of aan de bijzondere landbouwregeling ([artikel 57 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-57)), sinds 01.01.2019, hun btw-identificatienummer niet meer meedelen aan een Belgische aannemer die een werk in onroerende staat of een ermee gelijkgestelde handeling verricht.

Er dient te worden opgemerkt dat, in de veronderstelling dat de betrokken afnemer ondanks dit verbod toch zijn btw-identificatienummer aan de aannemer meedeelt, deze laatste niet zou worden ontheven van de verplichting tot betaling van de verschuldigde btw op deze handelingen aangezien hij als dienstverrichter deze btw verschuldigd zou blijven overeenkomstig [artikel 51, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51).

Om deze redenen, wordt de aannemer ontheven van zijn verplichting tot betaling van de belasting, tenzij er sprake is van samenspanning tussen de partijen ([artikel 53quater, § 1, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53quater)).

De werken in onroerende staat, die in België worden verstrekt aan een in België gevestigde belastingplichtige (of in het tegenovergestelde geval met erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger) die periodieke aangiften moet indienen en waarvoor hij schuldenaar is van de belasting ([artikel 51, § 4 , van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51); [artikel 20 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d)), moeten worden opgenomen in rooster 87 (maatstaf van heffing) en rooster 56 (verschuldigde btw) van de periodieke aangifte van deze afnemer.

### b. Belastingplichtige dienstverrichter, niet in België gevestigd

## • Diensten met betrekking tot werk in onroerende staat die in België plaatsvinden

De buitenlandse ondernemer verricht werken in onroerende staat die in België plaatsvinden indien het onroerend goed zich in België bevindt, ongeacht de hoedanigheid van de afnemer (zie rubriek D, van deze titel).

## • Identificatie van de dienstverrichter

Betreffende de verplichting van een niet in België gevestigde belastingplichtige **om zich voor de btw te laten identificeren**, moet het volgende onderscheid worden gemaakt:

\* indien hij de schuldenaar is van de btw in België ([artikel 51, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51)): verplichte identificatie (met erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger voor niet in de Europese Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen), onder de voorwaarden bepaald in de [randnummers 70 tot en met 72 van de circulaire nr. 4/2003 van 04.03.2003](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/4-2003-representant-responsable-assujetti-etranger-etablissement-4733) of met ontheffing van deze identificatieplicht indien de handelingen van occasionele aard zijn volgens de criteria bepaald in [randnummer 88 van de circulaire 4/2003 van 04.03.2003](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/4-2003-representant-responsable-assujetti-etranger-etablissement-4733)

\* indien hij **niet** de schuldenaar is van de btw in België (algemene verlegging, [artikel 51, § 2, eerste lid, 5°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51)): zijn identificatie is in principe uitgesloten, behalve op uitdrukkelijk verzoek, onder de voorwaarden zoals bepaald in [randnummer 97 van de circulaire 4/2003 van 04.03.2003](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/4-2003-representant-responsable-assujetti-etranger-etablissement-4733), welke niet-occasionele handelingen veronderstelt. Er dient rekening te worden gehouden met de afschaffing van het systeem van registratie van aannemers.

## • Betaling van de btw

\* Verlegging van heffing

Een algemeen stelsel van verlegging van heffing werd opgenomen in [artikel 51, § 2, eerste lid, 5°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51), mits de belastbare handelingen in België worden verricht voor een belastingplichtige aangever die in België gevestigd is (of met erkenning van een aansprakelijk vertegenwoordiger) (zie ‘Boekwerk IV: Voldoening van de belasting – Hoofdstuk 13: Regeling voor de voldoening van de belasting, Afdeling 10, titel 3, rubriek A, nummer 3’).

\* Maatregelen voor het verzekeren van de betaling van de btw

Indien er een beroep wordt gedaan op een aannemer die noch in België is gevestigd noch er geïdentificeerd is, maar hij in België wel de btw verschuldigd is, wordt de btw voldaan door de medecontractant ([artikel 55, § 6, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55) en [artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 31](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-31-artikel-5db9) van 02.04.2002 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen), op de volgende wijze:

 door opname in zijn periodieke aangifte indien hij een belastingplichtige is die gehouden is aangiften in te dienen ([artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53))

 door opname in de bijzondere aangifte 629 (rooster 77 : maatstaf van heffing en 80 : verschuldigde btw) als het gaat over een persoon die gehouden is deze aangifte als bedoeld in [artikel 53ter, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53ter) in te dienen

 door storting of overschrijving op de door de minister van Financiën of zijn afgevaardigde aangewezen postrekening, indien hij een andere persoon is.

## • Intracommunautaire overbrenging en de bestemming van bouwmaterialen

De verzending door de buitenlandse aannemer van materialen zoals stenen, cement, beton… die in het gebouw zullen worden ingelijfd, van zijn lidstaat naar België, geeft voor de aannemer aanleiding:

\* tot een met een intracommunautaire levering van goederen onder bezwarende titel gelijkgestelde overbrenging in de lidstaat van vertrek

\* en tot een met een intracommunautaire verwerving van goederen onder bezwarende titel gelijkgestelde bestemming in België overeenkomstig [artikel 25quater, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25quater).

Echter, de administratie aanvaardt, als administratieve tolerantie en bij wijze van proef, voor zover de buitenlandse aannemer niet de schuldenaar is van de btw voor de werken die hij in België verricht, dat de voornoemde bestemming de door [artikel 40bis van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-40bis) voorziene vrijstelling geniet, voor zover de aannemer ‘verwerver’ in ieder geval recht zou hebben op de volledige teruggave van de btw op grond van [artikel 76, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76). De aannemer moet dus niet voor btw-doeleinden in België worden geïdentificeerd ([schriftelijke parlementaire vraag nr. 230 van de heer Benoît Piedboeuf van 20.02.2020](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/230-werken-in-onroerende-staat-buitenlandse-3d55); zie ook beslissing [E.T.119.687 van 15.03.2011](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-119-687-overbrenging-materialen-in-belgie-gevestigde-4222)).

\[Top\]

## C. Werk in onroerende staat gelijkgesteld met een dienst verricht onder bezwarende titel ([artikel 19, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19))

Krachtens [artikel 19, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) (omzetting van de artikelen 26, paragraaf 1, b), en 27 van de voornoemde richtlijn 2006/112/EG) moeten belastingplichtigen, met of zonder recht op aftrek, de werken in onroerende staat die ze verrichten voor zowel hun privé- als economische doeleinden (diensten aan zichzelf) of nog voor een derde zonder daarvoor een vergoeding te ontvangen, belasten. Hierbij wordt evenwel rekening gehouden met het in de onderstaande tabel en subrubrieken a en b, van deze rubriek opgenomen onderscheid alsook met bepaalde beperkingen.

*(22)* *Voor het tijdstip waarop de belasting opeisbaar is, zie de onderstaande tolerantie (datum van opstelling van het document waarin de uiterste termijn van de handeling wordt vastgelegd)*

### a. Werken in onroerende staat verricht door een belastingplichtige voor de doeleinden van zijn economische activiteit ([artikel 19, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19))

## • Gelijkstelling

De btw is verschuldigd over de normale waarde van de door de belastingplichtige uitgevoerde werken in onroerende staat ([artikel 33, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-33)).

## • Geen gelijkstelling

De volgende belastingplichtigen zijn uitgesloten van de heffing:

\* de belastingplichtige met volledig recht op aftrek van de belasting indien dergelijk werk zou zijn verricht door een andere belastingplichtige. Dit geldt sinds 16.12.2017 overeenkomstig artikel 19, § 2, eerste lid, 1° (nieuw), van het Btw-Wetboek en vóór die datum door middel van een administratieve tolerantie ([circulaire nr. 2018/C/20 betreffende de aanpassingen aan het Btw-Wetboek door de wet van 29.11.2017, van 12.02.2018 (E.T. 131.539), randnummer 15](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2018-c-20-aanpassingen-btw-wetboek-assimilation-service-9cf6)).

\* de gemengde belastingplichtige die zijn recht op aftrek uitoefent volgens de regel van het werkelijk gebruik wanneer het werk volledig en uitsluitend toewijsbaar is aan de activiteit die recht op aftrek verleent

\* de gedeeltelijke belastingplichtige die uitsluitend voor doeleinden handelt buiten de werkingssfeer van de btw

\* de belastingplichtige die onderworpen is aan de vrijstellingsregeling van belasting voor kleine ondernemingen ([artikel 56bis van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56bis)); ([circulaire 2019/C/19](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2019-c-19-gelijkstelling-werk-in-onroerende-staat-864c) betreffende de gelijkstelling van een werk in onroerende staat met een dienst onder bezwarende titel ([artikel 19, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19)) van 01.03.2019, randnummers 38 en 39)

\* de belastingplichtige die onderworpen is aan de bijzondere landbouwregeling ([artikel 57 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-57)); ([circulaire 2019/C/19](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2019-c-19-gelijkstelling-werk-in-onroerende-staat-864c) betreffende de gelijkstelling van een werk in onroerende staat met een dienst onder bezwarende titel ([artikel 19, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19)) van 01.03.2019, randnummers 43 en 44).

De volgende werken in onroerende staat zijn uitgesloten van de belastingheffing:

\* de oprichtingswerken van een gebouw door een in [artikel 12, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12) bedoelde belastingplichtige (een beroepsoprichter)

\* sinds 16.12.2017, de herstellings-, onderhouds-, en reinigingswerken, overeenkomstig artikel 19, § 2, derde lid (nieuw), van het Btw-Wetboek en vóór die datum door middel van een administratieve tolerantie.

## • Tijdstip van opeisbaarheid van de belasting

De btw is verschuldigd op het moment dat het werk in onroerende staat is verricht ([artikel 22, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22)).

**Bij wijze van tolerantie** aanvaardt de administratie dat de belasting opeisbaar wordt op het tijdstip waarop het document bedoeld in artikel 3 van het voornoemde koninklijk besluit nr. 1 wordt opgesteld.

Wanneer bovengenoemd document niet vóór die datum is opgesteld, houdt de tolerantie in dat de belasting in ieder geval opeisbaar wordt op de 15 e dag van de maand volgend op die waarin het belastbare feit (voltooiing van de werkzaamheden) heeft plaatsgevonden ([circulaire 2019/C/19](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2019-c-19-gelijkstelling-werk-in-onroerende-staat-864c) betreffende de gelijkstelling van een werk in onroerende staat met een dienst onder bezwarende titel ([artikel 19, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19)) van 01.03.2019, randnummers 62, 63, 64 en 65).

## • Maatstaf van heffing: normale waarde

De normale waarde wordt bepaald overeenkomstig [artikel 32 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-32), namelijk het totale bedrag dat een klant in het stadium van de verkoop van de diensten aan een onafhankelijke dienstverlener onder marktconforme voorwaarden zou moeten betalen om de betrokken diensten op dat moment te verkrijgen.

### b. Werken in onroerende staat verricht door een belastingplichtige voor andere doeleinden dan deze van zijn economische activiteit (gratis, voor privédoeleinden of deze van zijn personeel, [artikel 19, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19))

De btw is verschuldigd op het moment dat het werk in onroerende staat is voltooid (met dezelfde tolerantie als deze hierboven vermeld onder subrubriek a, van deze rubriek) op de door de belastingplichtige gedane uitgaven (aangekochte of onttrokken materialen, arbeid van het personeel van de belastingplichtige en afschrijvingen). Hij moet evenwel geacht worden te handelen in het kader van zijn belastbare activiteit ([artikel 33, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-33)).

Er moet een onderscheid worden gemaakt naargelang de belastingplichtige die de werkzaamheden uitvoert een **natuurlijke of een rechtspersoon is.**

**•** **De uitvoerder is een natuurlijke persoon.**

Het werk in onroerende staat dat persoonlijk wordt verricht door de belastingplichtige moet, om belastbaar te zijn, deel uitmaken van zijn gebruikelijke economische activiteit die hem de hoedanigheid van belastingplichtige verleent. Zijn eigen arbeid komt niet in de maatstaf van heffing terecht, omdat er geen kosten zijn gemaakt. De arbeidskosten van het personeel van de belastingplichtige dat met de uitvoering van de werkzaamheden is belast, maken daarentegen altijd deel uit van de maatstaf van heffing, ongeacht of het werk al dan niet tot de gewoonlijke activiteiten van de belastingplichtige behoort.

**•** **De belastingplichtige is een rechtspersoon**

De btw is verschuldigd zonder onderscheid naar de aard van de werkzaamheden, aangezien de belastingplichtige rechtspersoon altijd handelt in het kader van zijn belastbare activiteiten.

### c. Gebruikte materialen voor de uitvoering van een werk in onroerende staat

Voor verdere toelichtingen op dit vlak, wordt verwezen naar de Btw-commentaar ‘Boekwerk III: Recht op aftrek van de voorbelasting – Hoofdstuk 12: Correcties op het recht op aftrek, Afdeling 10’ en naar de [circulaire 2019/C/19](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2019-c-19-gelijkstelling-werk-in-onroerende-staat-864c) betreffende de gelijkstelling van een werk in onroerende staat met een dienst onder bezwarende titel ([artikel 19, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19)) van 01.03.2019.

### d. Verplichtingen

**•** **Intern stuk dat de handeling vaststelt**

Een belastingplichtige die een handeling verricht die wordt gelijkgesteld met een dienst onder bezwarende titel ingevolge [artikel 19, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19), is verplicht een stuk op te maken dat de handeling vaststelt (artikel 3 van het voornoemde koninklijk besluit nr. 1). Dit document moet worden opgesteld uiterlijk op de vijftiende dag van de maand na die waarin het belastbare feit van de belasting heeft plaatsgevonden ([artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-december-betrekking-regeling-voldoening-belasting-c69c#ar1-art4)) (zie ‘Boekwerk IV: Voldoening van de belasting – Hoofdstuk 13: Regeling voor de voldoening van de belasting, Afdeling 4, titel 4, rubriek A, subrubriek b’).

Dit document moet de in [artikel 5, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) bedoelde gegevens bevatten.

**•** **Aangifte en betaling**

\* Belastingplichtigen gehouden tot het indienen van periodieke btw-aangiften

De belastingplichtigen die gehouden zijn tot het indienen van periodieke btw-aangiften, zoals bedoeld in [artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), voldoen de btw op de gelijkgestelde handelingen via deze aangifte.

De inkomende handelingen die worden verricht met het oog op de uitvoering van de gelijkgestelde handeling worden eveneens in de periodieke aangifte opgenomen.

\* Belastingplichtigen niet gehouden tot het indienen van periodieke aangiften

Rekening houdend met de aftrekbare btw op de aankopen van materialen, betalen deze belastingplichtigen de btw op de gelijkgestelde handelingen via een regularisatieopgave of via de bijzondere btw-aangifte bedoeld in [artikel 53ter, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53ter), die betrekking heeft op het kwartaal waarin de btw op de werken in onroerende staat opeisbaar is geworden.

Deze bijzondere aangifte moet als volgt worden ingevuld :

 rooster 76 (maatstaf van heffing van de werken in onroerende staat)

 rooster 80 (verschuldigde btw op werken in onroerende staat)

 rooster 78 (maatstaf van heffing van de aangekochte materialen die gebruikt worden voor het verrichten van de werken in onroerende staat)

 rooster 82 (aftrekbare btw op de aankoop van materialen gebruikt voor het verrichten van de werken in onroerende staat).

### e. Toepassing

Guido is een zelfstandige architect. Zijn enige medewerker is Julie, een stagiaire architect.

De stagemeester laat in België een nieuw gebouw optrekken dat bestaat uit drie identieke en afzonderlijk vervreemdbare niveaus. De tweede verdieping zal onmiddellijk dienen als privéwoning voor Guido en zijn gezin. Na voltooiing van de inrichting worden de onderste twee niveaus gebruikt als kantoor en tekenkamers voor de activiteit van de architect. Guido behoudt zich het gebruik van de benedenverdieping voor en stelt, krachtens een schriftelijke overeenkomst van 01.04.2019, de eerste verdieping gratis ter beschikking van zijn stagiaire, Julie, op voorwaarde dat zij deze uitsluitend gebruikt voor de activiteiten die onder haar stage vallen en niet voor haar aanvullende activiteiten als adviseuse op het vlak van design en woninginrichting die zij reeds zelfstandig uitoefent.

Tegen vergoeding realiseert Julie de bouwplannen en stelt het bestek op.

De werken werden uitgevoerd door aannemers met uitzondering van de elektrische installatie en de verwarmingsinstallatie, die door Guido werden uitgevoerd.

Wat de eerste verdieping betreft, wordt aan het einde van de stage de overeenkomst met betrekking tot het gebruik ervan door Julie tussen de partijen herzien. Vanaf nu moet ze huur betalen. Ze kan dit goed naar eigen goeddunken gebruiken, maar ze blijft regelmatig samenwerken met Guido zonder zijn partner te worden.

Met het oog op de verhuur als kantoorruimte installeert Guido zelf verschillende scheidingswanden met behulp van materialen die bij een groothandelaar zijn aangekocht.

Om alle situaties te onderzoeken, wordt van twee veronderstellingen uitgegaan:

• eerste hypothese: Guido en Julie opteren voor belastingheffing ten aanzien van de verhuur van het autonoom gedeelte van het gebouw (eerste verdieping); ([artikel 44, §3, 2°, d), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44))

• tweede hypothese: Guido en Julie voldoen niet aan de voorwaarden om deze optie uit te oefenen.

• Intellectueel werk verricht door Julie

Het belasten van de door Julie verrichte dienst is gebaseerd op het bestaan van een dienst die onder bezwarende titel wordt verricht door een als zodanig handelende belastingplichtige.

Het feit dat zij een stagiair is, is niet relevant (zie ‘Boek I: Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 1: De belastingplichtige, Afdeling 3, titel 5’).

Er is dus geen sprake van een gelijkstelling met een dienstverrichting. Indien de dienst gratis zou zijn verleend, zou [artikel 19, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) niet zijn toegepast, omdat het alleen betrekking heeft op werken in onroerende staat. Deze omvatten geen intellectuele werken.

•Elektriciteits- en verwarmingswerken uitgevoerd door Guido

Met betrekking tot de realisatie van de elektrische installatie en de verwarmingsinstallatie kent Guido nog niet de exacte verdeling tussen de bedrijfs- en privélokalen. Wanneer hij het materiaal bij een groothandelaar koopt, gaat hij er dan ook van uit dat hij deze volledig voor professioneel gebruik zal aanwenden.

\* Gelijkvloers

De werken worden door Guido uitgevoerd voor de behoeften van zijn architectenbureau. Als hij gebruik had gemaakt van aannemers, had hij de verschuldigde btw volledig kunnen aftrekken.

Bijgevolg is [artikel 19, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) niet van toepassing (sinds 16.12.2017).

Anderzijds, krachtens [artikel 12, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12), maakt het gebruik van materialen voor investeringsdoeleinden de btw opeisbaar over de aankoopprijs ([artikel 33, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-33)). De aftrek van deze btw kan onmiddellijk plaatsvinden, maar is onderworpen aan herziening in de zin van [artikel 48, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48) (zie afdeling H van deze titel);

\* Eerste verdieping

Guido verricht de werkzaamheden in verband met de kosteloze terbeschikkingstelling van de eerste verdieping in het kader van zijn economische activiteit als belastingplichtige en niet als particulier (de kosteloze terbeschikkingstelling aan de stagiaire mag niet in zijn privésfeer worden geplaatst). Het antwoord is dus identiek aan dat met betrekking tot het gelijkvloers.

Bovendien geeft de vrijstelling zonder recht op aftrek, indien op het ogenblik van de verhuur [artikel 44, § 3, 2°, Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) van toepassing is, aanleiding tot een herziening van de aftrek bij het gebruik van de materialen voor de uitvoering van de elektriciteits- en verwarmingswerken op de eerste verdieping (zie ‘Boekwerk III: Recht op aftrek van de voorbelasting – Hoofdstuk 12: Correcties op het recht op aftrek (herzieningen, onttrekkingen en ingebruiknemeingen), Afdeling 3, titel 5’).

\* Tweede verdieping

Guido handelt voor privédoeleinden, als niet-belastingplichtige natuurlijke persoon. Hij is geen zelfstandige elektricien of verwarmingsmonteur en maakt geen gebruik van zijn personeel. De gelijkstelling met een belastbare dienst in de zin van [artikel 19, § 2, eerste lid, 2°, Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) is dus uitgesloten.

Anderzijds is de gelijkstelling met een belastbare levering van goederen in de zin van [artikel 12, § 1, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12) van toepassing.

• Installatie van scheidingswanden door Guido

Twee hypothesen moeten worden onderzocht:

\* Indien de optionele belastingheffing over de verhuur van de eerste verdieping wordt uitgeoefend, geeft dit recht op volledige aftrek van de btw die zou zijn geheven van het door een derde belastingplichtige uitgevoerde werk. [Artikel 19, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) is dus niet van toepassing. De gebruikte scheidingswanden zijn daarentegen het voorwerp van een gelijkstelling met een levering van goederen ([artikel 12, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12)).

\* Indien de verhuur van de eerste verdieping vrijgesteld is van btw op grond van [artikel 44, § 3, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), is [artikel 19, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) van toepassing omdat de belastingplichtige verhuurder geen btw aftrekt. In de huidige situatie handelt de belastbare verhuurder niet in het kader van zijn privésfeer. De btw is verschuldigd over de normale waarde van de werken, met inbegrip van de materialen ([artikel 33, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-33)).

\[Top\]

## D. Plaatsbepaling van de werken in onroerende staat

De diensten die verband houden met een onroerend goed, zijnde diensten met een voldoende rechtstreekse band met het onroerend goed, zoals werken in onroerende staat, vinden plaats:

• in België, als het onroerend goed zich in dat land bevindt. De gelijkstelling van een werk in onroerende staat met een belastbare dienst, zoals bedoeld in [artikel 19, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) (zie rubriek C, van deze titel), is dus slechts van toepassing indien het werk betrekking heeft op een in België gelegen uit zijn aard onroerend goed.

• in het buitenland (binnen of buiten de Gemeenschap) indien het onroerend goed zich niet in België bevindt.

Hierbij zie [artikel 47 van richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-47), artikel 31bis van de voornoemde uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011, artikelen [21, § 3, 1°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) en [21bis, § 2, 1°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis), van het Btw-Wetboek; zie ook titel 2, rubriek B, van deze Afdeling en ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen – Hoofdstuk 3: Diensten, Afdeling 8, titel 3, rubriek A,’ voor een volledige uitwerking en de relevante rechtspraak).

\[Top\]

## E. Tijdstip van opeisbaarheid van de belasting

### a. Belastbare feit

Het belastbare feit doet zich voor en de belasting wordt opeisbaar op het moment dat de werken in onroerende staat worden uitgevoerd, met name **op het moment dat ze worden voltooid** ([artikel 22, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22)).

De werken in onroerende staat worden beschouwd te zijn uitgevoerd op het moment van de voorlopige oplevering. Dit is het moment dat de werken klaar zijn om te worden gebruikt voor de doeleinden waarvoor ze zijn uitgevoerd.

Na de beëindiging van de werken, kunnen er inderdaad nog problemen ontstaan tussen de partijen over de omvang of de kwaliteit van de werken, waardoor de goedkeuring van de werken door de opdrachtgever niet onmiddellijk plaatsvindt.

In deze omstandigheden wordt geen kritiek uitgeoefend wanneer de partijen overeenkomen dat de werken als voltooid worden aangemerkt op het einde van de derde maand na deze waarin de aannemer het werk heeft beëindigd. Bijgevolg wordt aanvaard dat het belastbare feit op dat tijdstip plaatsvindt [(schriftelijke parlementaire vraag nr. 49 van de heer Senator Alfons Verbist van 28.03.1972](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/49-uitreiken-facturen-termijn-werk-in-a035)).

### b. Opeisbaarheid van de belasting

**•** **Facturering en uiterste datum**

De werken in onroerende staat moeten altijd gefactureerd worden ([artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) en artikel 1, § 1, 3°, van het voornoemde koninklijk besluit nr. 1). Bijgevolg wordt, bij gebrek aan een vooruitbetaling (zie volgende *bullet*), de btw verschuldigd hetzij op de dag waarop de aannemer een factuur uitreikt, hetzij uiterlijk op de vijftiende dag van de maand volgend op die waarin het belastbare feit zich heeft voorgedaan zoals bepaald in subrubriek a, van deze rubriek (artikel 22*bis*, § 1, eerste en tweede lid, van het Btw-Wetboek).

**•** **Vooruitbetaling**

Wanneer de (nog niet gefactureerde) prijs geheel of gedeeltelijk wordt ontvangen vóór het belastbare feit, is de belasting verschuldigd over het ontvangen bedrag, op het tijdstip waarop de betaling werd ontvangen ([artikel 22bis, § 1, derde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22bis)).

Voor verdere toelichting en voor een toepassingsgeval betreffende deze materie wordt verwezen naar ‘Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen – Hoofdstuk 3: Diensten, Afdeling 9, titel 3, rubriek C, subrubriek a’ en de [circulaire 2019/C/65 van 09.07.2019 met betrekking tot de opeisbaarheid van de btw](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2019-c-65-opeisbaarheid-btw-d716), randnummers 102 tot en met 105.

\[Top\]

## F. Minimum maatstaf van heffing en verplichtingen van de eigenaar van een nieuw opgericht gebouw

### a. Minimum maatstaf: de normale waarde

Wat betreft de werken in onroerende staat die betrekking hebben op op te richten gebouwen, mag de maatstaf van heffing niet lager zijn dan de normale waarde, zoals bepaald in [artikel 32, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-32). Deze minimale maatstaf van heffing is vastgesteld in [artikel 36, § 1, b), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-36), dat overeenkomstig artikel 394 van de voornoemde richtlijn 2006/112/EG in België wordt toegepast. Dat is het volledige bedrag dat een afnemer in de handelsfase waarin de dienst wordt verricht, **op 1 januari van het jaar van ingebruikneming** van het nieuw opgerichte gebouw, bij eerlijke concurrentie zou moeten betalen aan een onafhankelijke dienstverrichter op het grondgebied van het land waar de handeling belast wordt, om de desbetreffende diensten **op dat tijdstip** te verkrijgen.

In de volgende situaties vormt de **gecumuleerde normale waarde** van de werken in onroerende staat het minimum van de totale maatstaf van heffing:

• indien de bouwheer verschillende contracten sluit voor de oprichting van het gebouw

• indien de werken in onroerende staat betrekking hebben op de voltooiing van een gebouw dat is verworven met betaling van belasting ([artikel 36, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-36)).

### b. bewijs van de normale waarde door schattingscontrole

Om de normale waarde van een werk in onroerende staat met betrekking tot een op te richten gebouw vast te stellen, kan niet alleen beroep worden gedaan op de bewijsmiddelen van het gemeen recht en eventueel een proces-verbaal maar ook en vooral op de waardering door een deskundige ([artikel 59, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59)).

De kennisgeving van de vordering tot schatting moet geschieden binnen **twee jaar** **na de dag van de betekening van het kadastrale inkomen** ([artikel 15, eerste lid, van het voornoemde koninklijk besluit nr. 15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-15-juni-regeling-schattingsprocedure-waarin-artikel-3f7b) ). De administratie kan deze niet meer vorderen als de belastingplichtige reeds een dergelijke aanvraag heeft ingediend. De schattingsaanvraag kan worden gedaan door de administratie (zie [hoofdstuk 1 van het koninklijk besluit nr. 15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-15-juni-regeling-schattingsprocedure-waarin-artikel-3f7b)) of tegen haar worden gericht (zie [hoofdstuk 2 van het koninklijk besluit nr. 15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-15-juni-regeling-schattingsprocedure-waarin-artikel-3f7b)).

De schatting kan niet langer door de belastingplichtige tegen de administratie worden gevorderd wanneer de administratie reeds de vordering tot schatting heeft ingeleid ([artikel 18, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-15-juni-regeling-schattingsprocedure-waarin-artikel-3f7b#ar15-art18)). (zie [koninklijk besluit nr. 15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-15-juni-regeling-schattingsprocedure-waarin-artikel-3f7b) en ‘Boekwerk VII: Controle en navordering van de belasting - Hoofdstuk 17: Bewijsmiddelen en controlemaatregelen, Afdeling 4’).

### c. Wettelijk vermoeden met betrekking tot de oprichting van een gebouw

Met betrekking tot een nieuw opgericht gebouw wordt de bouwheer verondersteld, **behoudens tegenbewijs**, voor de werken in onroerende staat een beroep te hebben gedaan op een belastingplichtige ([artikel 64, § 4, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64), zie ‘Boekwerk VII: Controle en navordering van de belasting - Hoofdstuk 17: Bewijsmiddelen en controlemaatregelen, Afdeling 5, titel 7’.

### d. Verplichtingen

**•** **Facturatie**

De verplichting om een factuur uit te reiken wordt uitgebreid tot de levering van goederen en diensten door een belastingplichtige voor natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privégebruik met het oog op de oprichting van een nieuw gebouw bedoeld in [artikel 64, § 4, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64) (artikel 1, § 1, 4°, van het voornoemde koninklijk besluit nr. 1).

**•** **Bewaring en voorlegging van de documenten met betrekking tot het gebouw**

De bewaartermijn voor facturen, plannen en bestekken bedraagt **vijf jaar** **vanaf de datum van kennisgeving van het kadastraal inkomen** ([artikel 64, § 4, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64)). Bij gebrek aan voorlegging van bovengenoemde documenten op verzoek van de met de controle van de btw belaste ambtenaren, wordt de belasting, behoudens tegenbewijs, geacht niet te zijn voldaan in hoofde van de diensten waarvoor geen facturen zijn opgesteld.

De administratie aanvaardt het gebruik van recuperatiematerialen (zoals houten balken voor het dakgebinte) indien de bouwheer dit gebruik kan bewijzen (aankoopfacturen, bouwplannen, bestek, foto's van de verwerkte recuperatiematerialen in de opgerichte gebouwen).

De administratie houdt rekening met de waarde van in de handel nog beschikbare gelijkwaardige materialen bij de bepaling van de normale waarde van pas opgerichte gebouwen ([schriftelijke parlementaire vraag nr. 2555 van de heer Stefaan Van Hecke van 26.02.2019](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/2555-invloed-hergebruikte-materialen-berekening-btw-42cf)).

**•** **Specifieke informatie die moet worden medegedeeld met betrekking tot de levering van het nieuw opgerichte gebouw**

Om de normale waarde te controleren, wordt sinds 20.08.2018 de indiening van de aangifte 106.3 die een overzicht van de facturen en de bijlagen bevat, vervangen door de verplichting om een eenvoudige lijst van gegevens in te dienen met betrekking tot het opgerichte gebouw via het formulier nr. 111 B57, en dat **binnen de drie maanden na de kennisgeving van het kadastrale inkomen** (toelichting bij de wet van 30.07.2018 betreffende diverse bepalingen inzake de belasting over de toegevoegde waarde (Kamer, Doc. 54/3121/001, pagina 20 - [artikel 64, § 4, derde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64) - [circulaire nr. 2019/C/3 van 25.01.2019 betreffende de aanpassingen aan het Btw-Wetboek door de wet van 30.07.2018, nummer 9](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2019-c-3-aanpassingen-btw-wetboek-exoneration-cession-bc8b)) ; [circulaire 2020/C/51 van 06.04.2020 betreffende het formulier nr. 111 B57](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2020-c-51-formulier-b57-verplichting-btw-bien-f276)).

Op basis van de goedgekeurde stedenbouwkundige vergunningen stuurt de administratie een formulier nr. 111 B57 met begeleidend schrijven. Deze documenten worden niet voor alle nieuwbouwvergunningen verstuurd. Op voorhand wordt er een selectie uitgevoerd op alle vergunningen. De verplichting om het voormelde standaardformulier in te dienen, slaat dus enkel op de bouwheren die deze documenten ontvangen.

### e. Verjaringstermijn voor de vordering tot voldoening van de aanvullende verschuldigde belasting

Het [artikel 81bis, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) bepaalt: ‘*Indien de in artikel 59, § 2, bedoelde procedure uitwijst dat de belasting over een ontoereikende maatstaf werd voldaan, verjaart de vordering tot voldoening van de aanvullende belasting, van de interesten, van de administratieve geldboeten en van de procedurekosten, door verloop van twee jaar te rekenen van de laatste daad in die procedure*’.

\[Top\]

## G. Tarieven

De werken in onroerende staat kunnen onderworpen zijn aan drie tarieven: 6%, 12% en 21%, waarvan de details in volgende tabel zijn opgenomen.

*(23)* *onder de voorwaarden van de* [rubrieken XXXI](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3) *of* [XXXVIII, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3)*.*

*(24)* *onder de voorwaarden van* [rubriek XXXII, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3)*.*

*(25)* *onder de voorwaarden van* [rubriek XXXIII, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3)*.*

*(26)* *onder de voorwaarden van* [rubriek XXXVI, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3)*.*

*(27)* *onder de voorwaarden van* [rubriek X of XI, van tabel B, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3)*.*

*(28)* *onder de voorwaarden van* [rubriek XXXVII, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3) *(permanente maatregel)*

*(29)* *onder de voorwaarden van* [*artikel 1quater van het koninklijk besluit nr. 20*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) *en rubriek XXXVII, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 (tijdelijke maatregel: opeisbare btw over werken tussen 01.01.2021en 31.12.2022)*

*(30)* *onder de voorwaarden van* [rubriek XL, van tabel A, van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-juli-vaststelling-tarieven-belasting-toegevoegde-52d3)*.*

Voor meer informatie, zie ‘Boekwerk II: Bepaling van de belastbare basis en het toepasselijke tarief – Hoofdstuk 7: Tarieven van de belasting, Afdeling 4, titels 8, 9, 10, 13, 14 en 15’.

\[Top\]

## H. Aspecten van de aftrek (artikelen [45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), [46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) en [48, § 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48), van het Btw-Wetboek)

### a. Aftrek van btw met betrekking tot werk in onroerende staat onderworpen aan een herziening

**Om aftrekbaar te zijn, moet de btw wettelijk verschuldigd zijn** (Europees Hof van Justitie, Arrest *Genius Holding BV*, zaak [C-342/87](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-342-87-arrest) van 13.12.1989, punten 13 tot en met 17).

Zo is, in de regel, de btw die een aannemer ten onrechte voor de uitvoering van een werk in onroerende staat in rekening heeft gebracht terwijl de verlegging van heffing diende te worden toegepast, niet aftrekbaar.

De aftrek van belastingen geheven op de werken in onroerende staat die strekken of bijdragen tot de oprichting, omvorming of verbetering van een bedrijfsmiddel is, in de gevallen voorzien in artikel 10 van het voornoemde koninklijk besluit nr. 3, ter uitvoering van [artikel 48, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48), **onderworpen aan een herziening**.

In dit verband zijn de volgende roosters in de periodieke aangifte van belang:

• rooster 61: herziening ten gunste van de Staat

• rooster 62: herziening ten gunste van de belastingplichtige

### b. Begin van het herzieningstijdvak

Voor onroerende bedrijfsmiddelen die vanaf 1 januari 2012 in gebruik worden genomen, , is het de eerste januari van het jaar waarin deze in gebruik werden genomen die als vertrekpunt van het herzieningstijdvak moet worden weerhouden (artikel 9, § 1, van het voornoemde koninklijk besluit nr. 3; [beslissing nr. E.T. 121.450 van 27.03.2012](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-121-450-herziening-btw-geheven-bedrijfsmiddelen-aanvangspunt-9fd0)).

Bijvoorbeeld:

Een belastingplichtige laat een fabriek bouwen. De oprichting is gespreid over de jaren 2012, 2013 en 2014, met gespreide voorschotbetalingen over die jaren. De fabriek wordt in 2015 in gebruik genomen.

Het herzieningstijdvak begint te lopen op 01.01.2015 en strekt zich uit over 15 jaar voor alle belastingen die verschuldigd waren in de jaren 2012, 2013 en 2014.

### c. Duur van de herzieningstermijn

Met betrekking tot de belastingen op handelingen die strekken of bijdragen tot de oprichting van een gebouw of een gedeelte van een gebouw, wordt, in principe, de herzieningstermijn verlengd van vijf tot vijftien jaar (artikel 9, § 2, van het voornoemde koninklijk besluit nr. 3).

In afwijking hiervan, wordt de herzieningstermijn voor de belastingen op handelingen die strekken of bijdragen tot de oprichting van een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat wordt verhuurd onder de voorwaarden van [artikel 44, § 3, 2° d), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), op vijfentwintig jaar gebracht (artikel 9, § 3, van het voornoemde koninklijk besluit nr. 3). (zie titel 4, rubriek F, subrubriek g, van deze Afdeling).

### d. Verplichtingen met het oog op de controle van de aftrekherzieningen

**\*** **Inschrijving in de tabel van bedrijfsmiddelen**

De voornoemde handelingen moeten worden opgenomen in de bedrijfsmiddelentabel zodat de eventuele herzieningen kunnen worden opgevolgd ([artikel 11, § 5, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-11-550b)).

**\*** **Bewaring van documenten**

De bedrijfsmiddelentabel moet gedurende zeven jaar na afloop van de herzieningstermijn worden bewaard ([artikel 11, § 5, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-11-550b)).

De bewaringstermijn van de documenten bedoeld in artikel 60, § 1, en § 4 van het Btw-Wetboek (facturen, contracten …) met betrekking tot de handelingen die strekken of bijdragen tot de oprichting van een gebouw bedraagt:

 vijftien jaar indien de ermee verband houdende btw-aftrek onderworpen is aan een herzieningstermijn van vijftien jaar

 vijfentwintig jaar indien de ermee verband houdende btw-aftrek onderworpen is aan een herzieningstermijn van vijfentwintig jaar ([artikel 11, § 4, van het koninklijk besluit nr. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-11-550b)).

\[Top\]

## I. Verwijzingen naar de periodieke aangifte

Voor meer informatie wordt verwezen naar ‘Boekwerk IV: Voldoening van de belasting – Hoofdstuk 13: Regeling voor de voldoening van de belasting, Afdeling 6, titel 2’.

### a. Uitgaande handelingen

Ten aanzien van de **uitgaande handelingen met betrekking tot werken in onroerende staat**, maakt de periodieke aangifte een onderscheid tussen de handelingen die in België plaatsvinden en deze die in het buitenland plaatsvinden, zonder onderscheid tussen de lidstaten van de Gemeenschap en de derde landen. Voor mogelijke intracommunautaire overbrengingen van bouwmaterialen, in de zin van [artikel 12bis ,van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis), wordt verwezen naar [beslissing nr. E.T.119.687 van 15.3.2011](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-119-687-overbrenging-materialen-in-belgie-gevestigde-4222)).

• werken in onroerende staat uitgevoerd **in België** (plaats van het gebouw)

\* Roosters 01 tot 03: uitsplitsing naargelang het tarief, 6% (01), 12% (02) en 21% (03) van de maatstaven van heffing van de belaste handelingen waarvoor de dienstverrichter de schuldenaar van de belasting is

\* Rooster 45: maatstaf van heffing van werken in onroerende staat met verlegging van heffing (het rooster heeft als titel ‘handelingen waarvoor de btw verschuldigd is door de medecontractant’ - artikel 20 van het voornoemde koninklijk besluit nr. 1).

• Werken in onroerende staat uitgevoerd **in een andere lidstaat van de Gemeenschap of in een derde land**

Rooster 47: maatstaf van heffing van werken in onroerende staat met recht op aftrek van de btw in België.

Er wordt op gewezen dat rooster 44 niet hoeft te worden ingevuld omdat werken in onroerende staat niet als intracommunautaire diensten worden beschouwd. De plaatsbepaling van deze dienst wijkt immers af van de algemene regel inzake plaatsbepaling, zijnde daar waar de afnemer de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd (zie rubriek D, van deze titel).

### b. Inkomende handelingen

Het werk in onroerende staat met verlegging van heffing (btw te voldoen door de medecontractant) wordt ingeschreven bij de inkomende handelingen:

• in rooster 81, 82 of 83: het bedrag van de handelingen zonder de aftrekbare btw, naargelang het gaat om werken in onroerende staat die:

\* rechtstreeks (rooster 81) of onrechtstreeks (rooster 82) bijdragen tot de kostprijs van de uitgaande handelingen (bijvoorbeeld onderaanneming in rooster 81, onderhouds- of herstellingskosten in rooster 82)

\* of strekken of bijdragen tot de oprichting, verbouwing of verbetering van bedrijfsmiddelen (rooster 83) (artikel 7 van het voornoemde koninklijk besluit nr. 3)

• in rooster 87: de maatstaven van heffing van handelingen bedoeld in artikel 20 van voornoemd koninklijk besluit nr. 1

• in rooster 56: het bedrag van de verschuldigde btw op de handelingen die zijn ingeschreven in het voornoemde rooster 87

• in rooster 59: de bijhorende aftrekbare btw, indien van toepassing.

### c. Toepassing

Een in België gevestigde belastingplichtige heeft als economische activiteit de verhuur van hydraulische graafmachines, met of zonder bestuurder.

• Verhuur met bestuurder in uitvoering van één enkel contract, met het oog op het uitvoeren van grondwerken (werken in onroerende staat) ([artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18))

Een factuur voor een bedrag van 10.000 euro exclusief btw wordt verstuurd naar de volgende in België gevestigde personen:

\* een architect, een belastingplichtige indiener, voor de bouw van zijn woning. Het gebouw zal echter opgenomen worden in zijn bedrijfsvermogen tot beloop van 30%.

De btw is te voldoen door de medecontractant en op de factuur staat vermeld: ‘btw verlegd’.

Het gaat om de volgende roosters van de periodieke aangifte:

 bij de dienstverrichter: rooster 45: 10.000

 bij de architect : rooster 83 : 3.000

rooster 87: 10.000

rooster 56: 2.100

rooster 59: 630 (21% van 3.000).

\* een privéziekenhuis waarvan de hele activiteit is vrijgesteld op grond van [artikel 44 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), waardoor dit geen recht op aftrek heeft. Het is geïdentificeerd voor btw-doeleinden ingevolge het bedrag van haar intracommunautaire verwervingen.

Op de factuur moet de btw worden vermeld. De dienstverrichter is immers de schuldenaar van de belasting ([artikel 51, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51)). In dit geval is de afnemer niet verplicht de periodieke aangiften bedoeld in [artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) in te dienen. Zijn identificatie voor btw-doeleinden op grond van [artikel 50, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-50) en zijn verplichting om de in [artikel 53ter van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53ter) bedoelde bijzondere aangiften in te dienen, hebben geen invloed op de hoedanigheid van de schuldenaar. De volgende roosters in de periodieke aangifte van de dienstverrichter zijn van belang: rooster 03: 10.000 en rooster 54: 2.100.

\* een algemene aannemer, voor een werf in Frankrijk

In België is geen btw verschuldigd. Immers, het werk in onroerende staat vindt plaats in Frankrijk (ligging van het onroerend goed) ([artikel 21, § 3, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21)).

De dienstverrichter neemt het bedrag van 10.000 euro op in rooster 47.

In dit geval wordt aangenomen dat er geen sprake is van een intracommunautaire overbrenging van de machine in toepassing van [artikel 12bis, tweede lid, 5°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis) (niet-overbrenging).

In geval van overbrenging moet de maatstaf van heffing van de handeling die wordt gelijkgesteld met een levering van goederen onder bezwarende titel door [artikel 12bis van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis) (zie [artikel 33bis van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-33bis)), worden opgenomen in rooster 46 van de periodieke aangifte.

• Verhuur zonder bestuurder ([artikel 18, § 1, tweede lid, 4°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18))

Een factuur voor een bedrag van 10.000 euro exclusief btw wordt verstuurd naar de volgende afnemers die het gehuurde goed gebruiken op werven in België:

\* een in België gevestigd wegenbouwbedrijf

De dienst vindt plaats in België ([artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21)) en de dienstverrichter is de schuldenaar van de btw ([artikel 51, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51)). De volgende roosters in de periodieke aangifte van de dienstverrichter zijn van belang:

rooster 03: 10.000 en rooster 54: 2.100.

\* Een in Frankrijk gevestigd bedrijf voor wegenwerken

De schuldenaar van deze intracommunautaire dienst, die plaatsvindt in België ([artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21)) is de afnemer van de dienst ([artikel 51, §2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51)).

De dienstverrichter neemt het bedrag van 10.000 euro op in rooster 44.

\[Top\]

## J. Vrijstellingsregeling van de belasting

Worden, voor het geheel van hun economische activiteit, uitgesloten van de vrijstellingsregeling van de belasting voor kleine ondernemingenbelastingplichtigen die **geregeld** werk in onroerende staat verrichten in de zin van [artikel 19, § 2, derde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19), alsook de ermee gelijkgestelde handelingen ([artikel 56bis, §2, tweede lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56bis)).

Deze uitsluiting geldt niet voor belastingplichtigen in het kader van de deeleconomie ([artikel 56bis, § 2, derde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56bis), zie [circulaire 2019/C/40 van 15.05.2019](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2019-c-40-faq-deeleconomie-occasionele-diensten-tussen-c0bf), FAQ betreffende de deeleconomie en occasionele diensten tussen burgers inzake Btw (met het erratum van 04.07.2019), Toepassing van de regelingen inzake Btw, randnummer 5, a).

\[Top\]

## Aangehaalde teksten

40

[WBTW art. 19](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) 21 voorkomens

[WBTW art. 51](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) 8 voorkomens

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 5 voorkomens

[WBTW art. 12](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12) 4 voorkomens

[WBTW art. 21](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) 4 voorkomens

[WBTW art. 33](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-33) 4 voorkomens

[WBTW art. 48](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48) 4 voorkomens

[WBTW art. 53](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) 4 voorkomens

[WBTW art. 56bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56bis) 4 voorkomens

[WBTW art. 64](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64) 4 voorkomens

[KB nr. 1 art. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) 3 voorkomens

[KB nr. 3 art. 11](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-3-artikel-11-550b) 3 voorkomens

[WBTW art. 12bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12bis) 3 voorkomens

[WBTW art. 53ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53ter) 3 voorkomens

[KB nr. 1 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) 2 voorkomens

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 2 voorkomens

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 2 voorkomens

[WBTW art. 22](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) 2 voorkomens

[WBTW art. 32](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-32) 2 voorkomens

[WBTW art. 36](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-36) 2 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 2 voorkomens

[WBTW art. 46](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-46) 2 voorkomens

[WBTW art. 57](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-57) 2 voorkomens

[KB nr. 15 art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-15-juni-regeling-schattingsprocedure-waarin-artikel-3f7b) 1 voorkomen

[KB nr. 1 art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-december-betrekking-regeling-voldoening-belasting-c69c) 1 voorkomen

[KB nr. 20 art. 1quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-artikel-1quater-260c) 1 voorkomen

[KB nr. 31 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-31-artikel-5db9) 1 voorkomen

[WBTW art. 21bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 22bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 25quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25quater) 1 voorkomen

[WBTW art. 33bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-33bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 40bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-40bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 50](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-50) 1 voorkomen

[WBTW art. 53quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53quater) 1 voorkomen

[WBTW art. 55](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55) 1 voorkomen

[WBTW art. 59](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-59) 1 voorkomen

[WBTW art. 76](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76) 1 voorkomen

[WBTW art. 81bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-81bis) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 47](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-47) 1 voorkomen

[342/87, arrest van 13 december 1989](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-342-87-arrest) 1 voorkomen
