---
title: "Btw-commentaar · Oorzaken van de teruggaaf (01.03.2021)"
description: "Teruggaaf van de belasting, Oorzaken van de teruggaaf. Btw-commentaar van de Belgische belastingadministratie, stand 1 maart 2021."
url: "https://juriel.be/nl/btw-commentaar/teruggaaf-belasting-oorzaken-9e50"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/commentaire-tva/restitutions-taxe-causes-restitution-2cf2"
---

# Oorzaken van de teruggaaf (01.03.2021), Teruggaaf van de belasting

**Datum**

1 maart 2021

## Over het document

**Verzameling**

Btw-commentaar

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

149 paragrafen

Btw-Commentaar. Teruggaaf van de belasting - Oorzaken van de teruggaaf (01.03.2021)

BOEKWERK IV. Voldoening van de belasting

Hoofdstuk 14. Teruggaaf van de belasting

## Afdeling 3. Oorzaken van de teruggaaf

Bijwerking **01.03.2021** – Vorige versies: \[01.07.2018\] \[01.06.2020\]

**Inhoud: · 24 onderdelen**

Inleiding

1\. Teruggaaf op grond van [artikel 76 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76)

A. [Artikel 76, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76)

B. [Artikel 76, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76)

2\. Teruggaaf op grond van [artikel 77, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

A. [Artikel 77, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

B. [Artikel 77, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

C. [Artikel 77, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

D. [Artikel 77, § 1, 4°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

E. [Artikel 77, § 1, 5°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

F. [Artikel 77, § 1, 6°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

G. [Artikel 77, § 1, 7°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

3\. Teruggaaf op grond van [artikel 77, § 1bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

A. Noot vooraf: Uitsluiting van het recht op teruggaaf op basis van [artikel 77, § 1bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

B. [Artikel 77, § 1bis, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

C. [Artikel 77, § 1bis, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

D. [Artikel 77, § 1bis, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

E. [Artikel 77, § 1bis, 4°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

F. [Artikel 77, § 1bis, 5°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

G. [Artikel 77, § 1bis, 6°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

H. [Artikel 77, § 1bis, 7°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

4\. Teruggaaf op grond van [artikel 77, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

5\. Teruggaaf op grond van [artikel 77bis van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77bis)

\[Top\]

## Inleiding

Overeenkomstig de bepalingen van [artikel 75 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-75) kan de belasting slechts worden teruggegeven in de gevallen waarin het Btw-Wetboek voorziet.

Deze mogelijke oorzaken van de teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde vinden respectievelijk hun oorsprong in de bepalingen van de artikelen [76](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76), [77](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77) en [77bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77bis), van het Btw-Wetboek.

### 1. Teruggaaf op grond van [artikel 76 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76)

De bepalingen van [artikel 76 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76) vinden enkel toepassing ten aanzien van belastingplichtigen met recht op aftrek van de voorbelasting geheven van de op de door hen verrichte handelingen betrekking hebbende kosten overeenkomstig de bepalingen van artikel 45 van voornoemd Wetboek.

#### A. [Artikel 76, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76)

[Artikel 76, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76) bepaalt dat ‘*onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27 december 2004, wordt wanneer het bedrag van de belasting die ingevolge de artikelen 45 tot 48 voor aftrek in aanmerking komt, aan het einde van het kalenderjaar meer bedraagt dan de belasting die verschuldigd is door de belastingplichtige die overeenkomstig artikel 50 voor BTW-doeleinden is geïdentificeerd en gehouden is tot het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, onder de voorwaarden bepaald door de Koning, het verschil teruggegeven binnen drie maanden op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige of van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger bedoeld in artikel 55, §§ 1 of 2.’*

Hierbij wordt het geval beoogd waarin voor eenzelfde aangifteperiode, de aftrekbare btw hoger is dan de verschuldigde btw wanneer het een belastingplichtige met recht op aftrek van de voorbelasting betreft, die in België is gevestigd, in België een vaste inrichting heeft of die overeenkomstig artikel 55 in België een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft doen erkennen. De belastingplichtige die in België een rechtstreekse identificatie geniet, wordt eveneens beoogd door deze bepaling. Hetzelfde geldt voor een niet in België gevestigde belastingplichtige die vertegenwoordigd wordt door een overeenkomstig [artikel 55, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55) vooraf erkend persoon voor bepaalde in [aanschrijving nr. 4/2003 (E.T. 103.925) van 04.03.2003](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/4-2003-representant-responsable-assujetti-etranger-etablissement-4733) opgesomde handelingen (zie ook Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 1: De belastingplichtige – Afdeling 10 : Niet in België gevestigde belastingplichtigen).

In dit verband wordt de aandacht gevestigd op [artikel 83 van het koninklijk besluit nr. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7#ar4-art83), voornoemd, dat betrekking heeft op de teruggaaf van een belastingtegoed dat bestaat in hoofde van een belastingplichtige zonder recht op aftrek van de voorbelasting of van een niet-belastingplichtige rechtspersoon en dat voortvloeit uit een aangifte bedoeld in [artikel 53ter, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53ter).

In de regel zal het eindresultaat van een door [artikel 53ter, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53ter) beoogde aangifte een aan de staat verschuldigd bedrag zijn. Het kan niettemin voorkomen dat betreffende aangifte een door de staat verschuldigd eindresultaat vertoont.

Wanneer het bedrag van de btw die ingevolge de artikelen [45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) tot [48](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48) van het Btw-Wetboek door een belastingplichtige werd afgetrokken in een periodieke btw-aangifte, meer bedraagt dan de verschuldigde btw, wordt het verschil in principe naar het volgende aangiftetijdvak overgedragen. Indien een dergelijk verschil echter blijkt uit de aangifte met betrekking tot het laatste aangiftetijdvak van een kalenderjaar, zou het ingevolge de bepalingen van [artikel 76, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76), binnen de drie maanden moeten worden terugbetaald op uitdrukkelijk verzoek van de belastingplichtige. Bij latere terugbetaling zou ten voordele van de belastingplichtige een interest van 0,8% per maand van rechtswege verschuldigd zijn ([artikel 91, § 3, van het Btw-wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91)).

Om uit te maken of er aanleiding tot teruggaaf van een overschot is, dient men evenwel niet alleen rekening te houden met de voor het aangiftetijdvak aftrekbare en verschuldigde btw, maar tevens met de btw die vatbaar is voor teruggaaf op grond van [artikel 77, §§ 1 en 1bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77) en met de btw die wegens herzieningen moet worden voldaan of supplementair in aftrek kan worden gebracht (artikelen [5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7#ar4-art5) en [7](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7#ar4-art7) van het koninklijk besluit nr. 4, voornoemd). Indien het eindresultaat een door de staat verschuldigd bedrag is, vormt het een belastingkrediet dat wordt teruggegeven door ofwel overdracht naar de volgende aangifteperiode door opname in de rekeningcourant ofwel door een werkelijke terugbetaling volgens het onderscheid gemaakt in [artikel 81 van het koninklijk besluit nr. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7#ar4-art81), voornoemd (zie ook afdeling 6: Modaliteiten en formaliteiten van de teruggaaf – titel 1).

#### B. [Artikel 76, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76)

[Artikel 76, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76) bepaalt dat ‘*de niet in § 1 bedoelde belastingplichtige kan, bij wijze van teruggaaf, de belasting recupereren die geheven werd van de aan hem geleverde goederen en verstrekte diensten, en van de door hem ingevoerde goederen en verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate waarin die belasting voor aftrek in aanmerking komt overeenkomstig de artikelen 45 tot 48*’.

De bepalingen van voornoemd artikel hebben enkel de uitoefening van het recht op aftrek van de voorbelasting tot doel dat door de bepalingen van het Btw-Wetboek wordt toegekend aan nagenoemde personen of groeperingen:

• de personen die slechts toevallig nieuwe gebouwen of gedeelten van gebouwen en het bijhorend terrein vervreemden of op die gebouwen zakelijke rechten vestigen, overdragen of wederoverdragen ingevolge de bepalingen van [artikel 8 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8). Zij verwerven de hoedanigheid van belastingplichtige niet van rechtswege maar moeten uitdrukkelijk voor deze hoedanigheid opteren (zie ook Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 1: De belastingplichtige – Afdeling 7: Toevallige belastingplichtigen en afdeling 5: Tijdstip waarop de vordering tot teruggaaf ontstaat – titel 5 van dit hoofdstuk).

• de personen of groeperingen die toevallig een nieuw vervoermiddel intracommunautair leveren ingevolge de bepalingen van [artikel 8bis, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8bis). Zij verwerven de hoedanigheid van belastingplichtige van rechtswege en dienen er aldus niet uitdrukkelijk voor te opteren (zie ook Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 1: De belastingplichtige – Afdeling 7: Toevallige belastingplichtigen). Op grond van [artikel 76, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76) kunnen zij binnen de grenzen bepaald in artikel 45, § 1*bis* van voornoemd Wetboek teruggaaf bekomen. In de regel kan deze teruggaaf worden bekomen door middel van de indiening van de in [artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 48](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-48-december-betrekking-levering-vervoermiddelen-in-6c66#ar48-art1) van 29.12.1992 met betrekking tot de levering van vervoermiddelen in de zin van [artikel 8bis, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8bis), verricht binnen de voorwaarden van [artikel 39bis van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis), bedoelde aangifte van de belasting geheven van de levering, de invoer of de intracommunautaire verwerving van nieuwe vervoermiddelen die onder de voorwaarden bepaald in [artikel 39bis van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) worden geleverd. Deze aangifte geldt als aanvraag om teruggaaf wanneer de voorwaarden voor de uitoefening van het recht op aftrek vervuld zijn op het tijdstip van het indienen van deze aangifte. Wanneer dit niet het geval is dient een aanvraag om teruggaaf te worden ingediend overeenkomstig [artikel 9](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-a533) van het [koninklijk besluit nr. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7), voornoemd.

• de niet in België gevestigde belastingplichtigen die geen aansprakelijke vertegenwoordiger hebben en die niet beschikken over een rechtstreekse identificatie (zie [aanschrijving nr. 4/1988 van 24.02.1988](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/4-1988-aanschrijving-9a61), [aanschrijving nr. 4/2003 (E.T. 103.925) van 04.03.2003](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/4-2003-representant-responsable-assujetti-etranger-etablissement-4733) en [circulaire AFZ nr. 20/2009 van 22.12.2009](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/20-2009-afz-directive-europeenne-4d24) en zie ook Boekwerk I: Belastingplicht en belastbare handelingen - Hoofdstuk 1: De belastingplichtige – Afdeling 10 : Niet in België gevestigde belastingplichtigen) volgens het volgend onderscheid:

o de teruggaaf geschiedt overeenkomstig [artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 31](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-31-artikel-dd24) van 02.04.2002 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen wanneer het een belastingplichtige betreft gevestigd in een andere lidstaat dan België en die in België niet voor btw-doeleinden is geïdentificeerd. De modaliteiten daartoe worden bepaald in [koninklijk besluit nr. 56 van 09.12.2009 met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-56-december-betrekking-teruggaaf-belasting-toegevoegde-7c65).

o de teruggaaf geschiedt overeenkomstig de artikelen [9, §§ 2 en 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-a533), en [12, §§ 1bis en 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-12-2329), van het koninklijk besluit nr. 4, voornoemd, wanneer het een buiten de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige betreft die in België niet voor btw-doeleinden is geïdentificeerd of een niet belastingplichtige rechtspersoon die niet in België is gevestigd en die hier te lande geen in het Btw-Wetboek beoogde handelingen heeft verricht andere dan de intracommunautaire verwerving van nieuwe vervoermiddelen bedoeld in artikel 8*bis*, § 2, van voornoemd Wetboek of wanneer het gaat om een dienstverrichter die zich voor de toepassing van de in [artikel 58bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58bis) van dat Wetboek bedoelde bijzondere regeling in België of in een andere lidstaat heeft geïdentificeerd.

• de belastingplichtigen die handelingen verrichten beoogd door de bepalingen van [artikel 44, § 3, 4° tot 10°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) en lasthebbers of makelaars die dergelijke handelingen verrichten die overeenkomstig de bepalingen van [artikel 45, § 1, 4° en 5°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) de van voornoemde handelingen geheven voorbelasting in aftrek mogen brengen telkens wanneer de medecontractant buiten de Gemeenschap is gevestigd of wanneer betreffende handelingen rechtstreeks samenhangen met goederen die bestemd zijn om te worden uitgevoerd naar een land buiten de Gemeenschap.

### 2. Teruggaaf op grond van [artikel 77, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

De bepalingen van [artikel 77, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77) hebben betrekking op diverse nagenoemde gevallen die voor teruggaaf van de btw voldaan ten aanzien van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire verwerving van een goed in België in aanmerking komen:

#### A. [Artikel 77, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27.12.2004, voornoemd, wordt **de belasting die geheven werd van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire verwerving van een goed** tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer ze **het bedrag te boven gaat dat wettelijk verschuldigd is**.

Teruggaaf tot het passende beloop wordt verleend wanneer de betaalde belasting ten aanzien van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire verwerving van een goed, de wettelijk verschuldigde belasting overtreft. Hiermee worden onder meer alle gevallen bedoeld waarin een vergissing is begaan bij het factureren of in de aangifte die door de belastingplichtige of niet-belastingplichtige rechtspersoon moet worden ingediend: heffing op een niet belastbare handeling, toepassing van een onjuist tarief of van een verkeerde maatstaf van heffing, dubbele boeking …

Teruggaaf heeft eveneens plaats indien de maatstaf van heffing wordt verminderd ingevolge een gebeurtenis die zich na de levering voordoet, zoals de definitieve vaststelling van een voor herziening vatbare prijs of de vervulling van een uitdrukkelijke of stilzwijgende ontbindende voorwaarde.

Verder heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie zich tevens uitgesproken over de specifieke situatie waarbij een lidstaat in zijn nationale wettelijke regeling een vrijstelling met teruggaaf van voorbelasting voor bepaalde gespecificeerde leveringen of dienstverrichtingen heeft gehandhaafd, maar zijn nationale wettelijke regeling onjuist heeft uitgelegd met als gevolg dat bepaalde leveringen of dienstverrichtingen die volgens de nationale wet in aanmerking hadden moeten komen voor de vrijstelling met teruggaaf van voorbelasting, zijn belast tegen het normale tarief. Het Hof heeft hierbij geoordeeld dat een onderneming die dergelijke leveringen of diensten heeft verricht, op grond van de algemene beginselen van het gemeenschapsrecht, waaronder het beginsel van fiscale neutraliteit, recht op teruggaaf heeft van de bedragen die voor deze leveringen of dienstverrichtingen ten onrechte van haar zijn gevorderd (Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest *Marks & Spencer plc tegen Commissioners of Customs and Excise*, zaak [C-309/06](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-309-06-arrest), van 10.04.2008).

Verder wordt ook het in [artikel 25quinquies, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25quinquies) bedoelde geval beoogd waarbij de maatstaf van heffing van een intracommunautaire verwerving van goederen kan worden verlaagd in de lidstaat die het btw-identificatienummer heeft toegekend waaronder de afnemer deze verwerving heeft verricht en dit voor zover over deze verwerving belasting bij toepassing van artikel 25*quinquies*, § 2, van voornoemd Wetboek wordt geheven in de lidstaat van aankomst van de verzending of van het vervoer van de goederen.

#### B. [Artikel 77, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27.12.2004, voornoemd, wordt **de belasting die geheven werd van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire verwerving van een goed** tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer aan de medecontractant een **prijsvermindering** wordt toegestaan.

De belasting wordt tot het passende beloop teruggegeven wanneer een prijsvermindering aan de medecontractant wordt toegestaan en door hem wordt verkregen na het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt. De reden voor de toegestane prijsvermindering is van geen belang en kan bijvoorbeeld de toekenning van kortingen bij het einde van het jaar betreffen, de niet-overeenstemming van de goederen met de bestelling dan wel louter gebaseerd zijn op handelsoverwegingen.

De aandacht wordt er op gevestigd dat deze kortingen en verminderingen waarop de afnemer een verworven recht heeft op het tijdstip waarop de belasting verschuldigd wordt, overeenkomstig [artikel 28, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-28) niet tot de maatstaf van heffing behoren.

#### C. [Artikel 77, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27.12.2004, voornoemd, wordt **de belasting die geheven werd van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire verwerving van een goed** tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer de leverancier zijn medecontractant crediteert wegens **terugzending van verpakkingen die voor het vervoer van geleverde goederen hebben gediend**.

De belasting wordt teruggegeven tot beloop van de bedragen waarvoor de leverancier zijn medecontractant crediteert wegens terugzending van de verpakkingsmiddelen die voor het vervoer van de geleverde goederen hebben gediend. Die bepaling is enkel van toepassing indien op het ogenblik van de levering niet reeds vaststond dat de medecontractant de mogelijkheid had om de verpakkingsmiddelen terug te zenden, want wanneer deze mogelijkheid bestaat, dienen de kosten voor gewone en gebruikelijke verpakkingsmiddelen niet in de maatstaf van heffing te worden opgenomen krachtens [artikel 28, 4°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-28), van het Wetboek.

#### D. [Artikel 77, § 1, 4°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27.12.2004, voornoemd, wordt **de belasting die geheven werd van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire verwerving van een goed** tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer **de overeenkomst vóór de levering van het goed of de uitvoering van de dienst verbroken is**.

De belasting wordt teruggegeven wanneer de overeenkomst vóór de levering van het goed of vóór de uitvoering van de dienst verbroken is, maar alleszins nadat de belasting in hoofde van de leverancier of de dienstverrichter krachtens een of andere wettelijke of reglementaire bepaling (zie artikelen [16](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-16), [17](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-17), [22](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) en [22bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22bis), van het Btw-Wetboek) opeisbaar is geworden.

De **verbreking** is een rechtshandeling waarbij de partijen, zonder dat er sprake is van een contractuele tekortkoming, een einde stellen aan een overeenkomst:

• hetzij met wederzijdse toestemming: de partijen kunnen overeenkomstig de bepalingen van artikel 1134 van het Burgerlijk Wetboek overeenkomen om een einde te stellen aan de overeenkomst die hen verbindt.

• hetzij eenzijdig: in de regel kan een partij niet eenzijdig een overeenkomst verbreken, maar de wet voorziet in uitzonderingen hierop. Zo is elke overeenkomst waarin doorlopende prestaties worden voorzien en die voor onbepaalde tijd wordt afgesloten, steeds vatbaar om het voorwerp uit te maken van een verbreking door één van de partijen. Daarenboven wordt de eenzijdige verbreking van bepaalde overeenkomsten geregeld door het Burgerlijk Wetboek. De partijen kunnen eveneens in hun overeenkomsten clausules opnemen betreffende een eenzijdige verbreking.

#### E. [Artikel 77, § 1, 5°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27.12.2004, voornoemd, wordt **de belasting die geheven werd van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire verwerving van een goed** tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer de **overeenkomst minnelijk of door een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing vernietigd of ontbonden** is.

De belasting wordt teruggegeven wanneer de overeenkomst wordt vernietigd of wordt ontbonden.

Geen onderscheid wordt gemaakt naargelang de vernietiging of de ontbinding minnelijk of gerechtelijk geschiedt, maar in dat laatste geval moet de gerechtelijke beslissing in kracht van gewijsde zijn gegaan om de terugbetaling te rechtvaardigen.

De **ontbinding** is de wijze van tenietgaan die de foutieve niet-uitvoering van een wederkerig contract sanctioneert (bijvoorbeeld: niet conform zijn van de goederen of van de dienst, laattijdige levering…). Zij wordt door de wet geregeld (het stilzwijgend ontbindend beding dat is vastgelegd in artikel 1184 van het Burgerlijk Wetboek) eventueel aangevuld of aangepast middels een contractueel beding (uitdrukkelijk ontbindend beding). Zij heeft in principe terugwerkende kracht maar er bestaan modaliteiten en uitzonderingen die geheel of gedeeltelijk van deze regel afwijken.

Er is eveneens sprake van **ontbinding** wanneer een contract wordt beëindigd door de vervulling van een ontbindende voorwaarde. De ontbindende voorwaarde onderscheidt zich van een uitdrukkelijk ontbindend beding door het feit dat de partijen door haar te voorzien een ontbinding van het contract hebben beoogd die geen vorm van sanctie uitmaakt. De ontbindende voorwaarde is een onzekere en toekomstige gebeurtenis die de ontbinding van de verbintenis waarop zij betrekking heeft dan wel van de overeenkomst in zijn geheel met zich mee brengt. De uitwerking van de ontbindende voorwaarde gebeurt van rechtswege door het louter feit dat de voorwaarde is vervuld en zonder dat er enige wilsuitdrukking of tussenkomst van één van de partijen of van de rechter is vereist. Behoudens andersluidend beding, wordt aan deze voorwaarde tevens terugwerkende kracht toegekend.

Een overeenkomst kan worden **vernietigd** wanneer zij aangetast is door een nietigheid. De nietigheid is een wijze van uitdoving van overeenkomsten en sanctioneert een gebrek dat op essentiële wijze de totstandkoming van de overeenkomst aantast. Ten gevolge van dit gebrek is de overeenkomst niet geldig tot stand kunnen komen, maar uiterlijk bestaat er wel een titel die nietig dient te worden verklaard. Een rechter dient normaal gezien in geval van betwisting de nietigheid uit te spreken. Niettemin belet niets de partijen om zich akkoord te verklaren om een nietigheid te erkennen en vast te stellen, zodat de tussenkomst van een rechter niet is vereist. In de regel heeft de nietigheid een terugwerkende kracht. Er bestaan echter verschillende uitzonderingen op deze retroactieve werking, in hoofdzaak met betrekking tot overeenkomsten met doorlopende prestaties.

De overeenkomsten zijn voor vernietiging vatbaar in volgende gevallen:

• indien een gebrek één van de geldigheidsvoorwaarden voor overeenkomsten opgesomd in artikel 1108 van het Burgerlijk Wetboek aantast: toestemming, bekwaamheid, voorwerp of oorzaak

• indien bij het sluiten van de overeenkomst de substantiële vormvereisten of de vormvereisten die zijn voorgeschreven op straffe van nietigheid niet zijn nageleefd wanneer de wet voorziet in de verplichting dergelijke vormvereisten na te leven

• in geval van schending van een bepaling van openbare orde of van een dwingende wetsbepaling bij de sluiting van de overeenkomst in het geval waarin de wetgever geen andere sanctie voorziet en het bepalingen betreft die essentieel zijn voor de geldigheid van de totstandkoming van een overeenkomst.

#### F. [Artikel 77, § 1, 6°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27.12.2004, voornoemd, wordt **de belasting die geheven werd van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire verwerving van een goed** tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer het **geleverde goed binnen zes maanden na de levering of de intracommunautaire verwerving van een goed door de leverancier is teruggenomen zonder dat één van de partijen ten aanzien van de prijs een geldelijk voordeel heeft verkregen**.

De belasting wordt teruggegeven wanneer het geleverde goed binnen zes maanden na de levering of de intracommunautaire verwerving van het goed door de leverancier is teruggenomen zonder dat een van de partijen ten aanzien van de prijs een geldelijk voordeel heeft verkregen.

Ingevolge die bepaling kan er in beginsel geen teruggaaf plaatsvinden wanneer de prijs waarvoor het goed wordt teruggenomen niet precies de prijs is waarvoor het oorspronkelijk werd verkocht.

De administratie aanvaardt echter dat geen van de partijen ten aanzien van de prijs een geldelijk voordeel heeft verkregen wanneer voor het gebruik van het goed aan de leverancier een vergoeding zou worden betaald die wordt vastgesteld in functie van de werkelijke gebruiksduur van het goed en die in geen geval meer bedraagt dan de brutowinst die de leverancier heeft gemaakt bij de oorspronkelijke verkoop van het goed.

Die bepaling staat de teruggaaf toe zonder dat degene die erom verzoekt het bewijs moet leveren van de vernietiging of de ontbinding van de overeenkomst met betrekking tot de belaste handeling. Alleen het materiële feit van de terugzending en het ontbreken van enig geldelijk voordeel moet worden aangetoond (zie ook aanschrijving nr. 78-2/1970 van 24.11.1970 en [aanschrijving nr. 78/1970 van 24.11.1970](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/78-1970-aanschrijving-c2b4)).

#### G. [Artikel 77, § 1, 7°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27.12.2004, voornoemd, wordt **de belasting die geheven werd van een levering van goederen, van een dienst of van een intracommunautaire verwerving van een goed** tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer de **schuldvordering van de prijs geheel of ten dele verloren is gegaan**.

De teruggaaf ingesteld bij [artikel 77, § 1, 7°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77), wordt toegestaan zodra het geheel of gedeeltelijk verlies van de schuldvordering vaststaat. Het betreft de situatie waarbij goederen of diensten worden verstrekt in uitvoering van een overeenkomst die niet werd vernietigd of ontbonden, maar waar om één of andere reden, de prijs, hetzij volledig, hetzij gedeeltelijk, niet werd betaald. De teruggaaf is niet alleen van toepassing wanneer het verlies van de schuldvordering van de prijs het gevolg is van een faillissement of gerechtelijke reorganisatie, maar ook wanneer de leverancier vaststelt dat een factuur geheel of gedeeltelijk onbetaald is gebleven.

De vraag wanneer het verlies van een schuldvordering als zeker mag worden beschouwd, hangt af van de omstandigheden eigen aan ieder geval (zie [schriftelijke parlementaire vraag nr. 1.288 van de heer Volksvertegenwoordiger Jean-Pierre Viseur van 21.11.1994](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1288-opeisbaarheid-btw-werken-in-onroerende-585c)).

In de praktijk zal de administratie niet betwisten dat het verlies vaststaat, wanneer het bedrag van het verlies aangetekend werd op de rekening ‘Verlies en Winst’, voor zover die aantekening gebeurt op een tijdstip waarop de schuldeiser, door middel van alle mogelijke feiten of rechtsmiddelen, kan bewijzen dat zijn schuldvordering als verloren kan worden beschouwd. In ieder geval is de inschrijving van de gehele of gedeeltelijke schuldvordering op een rekening ‘Provisie voor dubieuze debiteuren’, op zich niet voldoende om de echtheid van het verlies te bewijzen.

De leverancier of de dienstverrichter is overeenkomstig de bepalingen van artikel 79, § 1, eerste en tweede lid, van het Btw-Wetboek gehouden aan de medecontractant een verbeterend stuk uit te reiken met vermelding van het bedrag van de hem teruggegeven belasting. De leverancier of de dienstverrichter recupereert van de staat de op de uitgereikte creditnota vermelde btw, door opname van het bedrag in rooster 64 van de btw-aangifte met betrekking tot de periode waarin hij het verbeterend stuk heeft uitgereikt. De medecontractant dient hierbij de belasting terug te storten aan de staat, in de mate dat deze door hem in aftrek werd gebracht, door ze op te nemen in rooster 63 van de btw-aangifte met betrekking tot de periode waarin hij het verbeterend stuk heeft ontvangen.

[Artikel 79, § 1, derde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-79) bepaalt dat de leverancier of dienstverrichter die tot beloop van het passende bedrag teruggaaf heeft bekomen van de belasting in geval van geheel of gedeeltelijk verlies van schuldvordering van de prijs, in de veronderstelling dat de schuldenaar opnieuw vermogend is geworden en later het geheel of een gedeelte van de oninvorderbaar gewaande som aan de schuldeiser betaalt, aan de staat het bedrag van de belasting dat overeenstemt met het ingevorderde bedrag moet terugstorten, en dit door het op te nemen in het bedrag van de verschuldigde belasting met betrekking tot de periode waarin hij deze storting heeft ontvangen.

Wat het verlies van schuldvordering als gevolg van een faillissement of als gevolg van een gerechtelijke reorganisatie betreft wordt verwezen naar afdeling 5: Tijdstip waarop de vordering tot teruggaaf ontstaat – titel 2 – rubrieken B en C.

### 3. Teruggaaf op grond van [artikel 77, § 1bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

De bepalingen van [artikel 77, § 1bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77) hebben betrekking op diverse nagenoemde gevallen die voor teruggaaf van de btw voldaan ter zake van invoer in aanmerking komen.

Dat artikel bevat geen enkele bepaling op grond waarvan de bij invoer voldane btw kan worden teruggegeven wegens de omstandigheid dat de persoon op wiens naam de goederen werden in verbruik gesteld, failliet werd verklaard (zie [schriftelijke parlementaire vraag nr. 208 van de heer Senator Hugo Wechx van 17.03.1987](https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/208-invoer-goederen-inverbruikstelling-teruggaaf-in-81ff)).

In alle gevallen waarin ten aanzien van ingevoerde goederen wel teruggaaf kan worden toegestaan, wordt die teruggaaf verleend aan degene die als rechthebbende is aangeduid door het [koninklijk besluit nr. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7), voornoemd.

#### A. Noot vooraf: Uitsluiting van het recht op teruggaaf op basis van [artikel 77, § 1bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

Krachtens [artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7#ar4-art2), voornoemd, wordt de in [artikel 77, § 1bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77) bedoelde teruggaaf niet verleend wanneer ze betrekking heeft op de invoer van een goed dat geen bedrijfsmiddel is en de geadresseerde een belastingplichtige is die gehouden is een maandaangifte of een kwartaalaangifte in te dienen en die de bij de invoer voldane belasting volledig in aftrek kan brengen.

Inderdaad, in dat geval heeft de belastingplichtige, die de belasting bij de invoer heeft voldaan, die belasting normaal afgetrokken in zijn aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de invoer heeft plaatsgehad. Indien de teruggaaf hem zou worden toegestaan, zou hij eveneens de vooraf verrichte aftrek moeten herzien en het ten onrechte afgetrokken bedrag moeten terugstorten aan de schatkist door dat bedrag op te nemen in rooster 61 van de periodieke btw-aangifte.

Maar de teruggaaf heeft normaal plaats voor de ingevoerde goederen:

• wanneer de geadresseerde een niet-belastingplichtige is of een belastingplichtige die niet gehouden is periodieke aangiften in te dienen.

• wanneer de geadresseerde een belastingplichtige is zonder recht op aftrek, of met een gedeeltelijk recht op aftrek (indien hij geen teruggaaf verkreeg, zou hij benadeeld worden tot beloop van het niet aftrekbare gedeelte van het ten onrechte betaalde bedrag).

• wanneer de handeling betrekking heeft op bedrijfsmiddelen. Krachtens [artikel 48, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48), is de aftrek van de belasting geheven van bedrijfsmiddelen aan herziening onderworpen. Het komt er dus op aan het definitief bedrag van de aan herziening onderworpen belasting vast te stellen.

• wanneer een belastingplichtige goederen invoert waarvan het recht op aftrek uitgesloten is of beperkt wordt (onder meer krachtens [artikel 45, §§ 2 en 3, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45)).

De hier aangehaalde principes zijn eveneens van toepassing op een btw-eenheid in de zin van [artikel 4, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4).

Wanneer de teruggaaf betrekking heeft op de invoer van een bedrijfsmiddel of van een ander goed waarvoor de bij invoer voldane belasting slechts gedeeltelijk in aftrek kon worden gebracht, is de geadresseerde die de teruggaaf bekomt ertoe gehouden het bedrag dat hij vroeger in aftrek heeft gebracht terug te storten aan de staat in de mate waarin hij daarvan teruggaaf bekomt. In dergelijk geval kan door of vanwege de Minister van Financiën evenwel worden bepaald dat de teruggaaf wordt beperkt tot de belasting die niet in aftrek kon worden gebracht ([artikel 2, tweede en derde lid, van het koninklijk besluit nr. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7),voornoemd).

#### B. [Artikel 77, § 1bis, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27.12.2004, voornoemd, wordt **de belasting die ter zake van de invoer werd geheven** tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer ze **het bedrag te boven gaat dat wettelijk verschuldigd is** of wanneer aan de medecontractant een **prijsvermindering** wordt toegestaan.

Enerzijds wordt teruggaaf tot het passende beloop verleend wanneer de bij invoer betaalde belasting de wettelijk verschuldigde belasting overtreft. Hiermee worden inzonderheid alle gevallen bedoeld waarin vergissingen werden begaan bij het vaststellen van de maatstaf van heffing, de toepassing van een onjuist tarief, rekenfouten of vergissingen begaan bij het opstellen van invoerdocumenten die de annulatie van die documenten tot gevolg hebben.

Teruggaaf heeft eveneens plaats indien de maatstaf van heffing wordt verminderd ingevolge een gebeurtenis die zich na de invoer voordoet, zoals de definitieve vaststelling van een prijs die voor herziening vatbaar was of de vervulling van een uitdrukkelijke of stilzwijgende ontbindende voorwaarde.

Anderzijds wordt de bij invoer betaalde belasting tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer een prijsvermindering wordt toegestaan en wordt verkregen na het tijdstip waarop de belasting opeisbaar is geworden in de mate dat die prijs gediend heeft voor het bepalen van de maatstaf van heffing van de btw bij invoer. De reden voor deze toegestane prijsvermindering is daarbij van geen belang.

#### C. [Artikel 77, § 1bis, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27.12.2004, voornoemd, wordt **de belasting die ter zake van de invoer werd geheven** tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer de leverancier zijn medecontractant crediteert wegens **terugzending van verpakkingen die voor het vervoer van geleverde goederen hebben gediend** en dit op **voorwaarde** dat de **verpakking naar een plaats buiten de gemeenschap is teruggezonden**.

Het betreft verpakkingen die niet onder een regeling van tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van rechten bij invoer werden geplaatst en dit bijvoorbeeld omdat de terugzending oorspronkelijk niet was voorzien.

#### D. [Artikel 77, § 1bis, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27.12.2004, voornoemd, wordt **de belasting die ter zake van de invoer werd geheven** tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer de **overeenkomst minnelijk of door een in kracht van gewijsde gegane gerechtelijke beslissing vernietigd of ontbonden** is en dit op **voorwaarde** dat de goederen **binnen zes maanden na de vernietiging of de ontbinding** van de overeenkomst **naar een plaats buiten de Gemeenschap wederuitgevoerd** werden.

De reden van vernietiging of ontbinding van de overeenkomst is van geen belang (niet-overeenstemming van het goed met de bestelling, niet-tijdige levering, handelsoverwegingen …).

Evenmin moet een onderscheid worden gemaakt naargelang de vernietiging of de ontbinding minnelijk of gerechtelijk geschiedt, maar in dat laatste geval moet de gerechtelijke beslissing in kracht van gewijsde zijn gegaan om de terugbetaling te rechtvaardigen.

#### E. [Artikel 77, § 1bis, 4°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27.12.2004, voornoemd, wordt **de belasting die ter zake van de invoer werd geheven** tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer het **goed binnen zes maanden na de aangifte ten verbruik wederuitgevoerd** is naar de buiten de Gemeenschap gevestigde leverancier of naar de door de leverancier aangewezen bestemming buiten de Gemeenschap, **zonder dat één van de partijen ten aanzien van de prijs een geldelijk voordeel heeft verkregen**.

Ingevolge die bepaling kan er in beginsel geen teruggaaf plaatsvinden wanneer de prijs waarvoor het goed wordt teruggenomen niet precies de prijs is waarvoor het oorspronkelijk werd verkocht.

De administratie aanvaardt echter dat geen van de partijen ten aanzien van de prijs een geldelijk voordeel heeft verkregen wanneer voor het gebruik van het goed aan de leverancier een vergoeding zou worden betaald die wordt vastgesteld in functie van de werkelijke gebruiksduur van het goed en die in geen geval meer bedraagt dan de brutowinst die de leverancier heeft gemaakt bij de oorspronkelijke verkoop van het goed.

Die bepaling staat de teruggaaf toe zonder dat degene die erom verzoekt het bewijs moet leveren van de vernietiging of de ontbinding van de overeenkomst met betrekking tot de belaste handeling. Alleen het materiële feit van de terugzending en het ontbreken van enig geldelijk voordeel moet worden aangetoond (zie ook aanschrijving nr. 78-2/1970 van 24.11.1970 en [aanschrijving nr. 78/1970 van 24.11.1970](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/78-1970-aanschrijving-c2b4)).

#### F. [Artikel 77, § 1bis, 5°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27.12.2004, voornoemd, wordt **de belasting die ter zake van de invoer werd geheven** tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer het **goed**, alvorens het toezicht van de douane te hebben verlaten, **als gevolg van overmacht of van ongeval** is **vernietigd**, en **volgens de douanereglementering teruggaaf van invoerrechten kan worden verleend, of zou kunnen worden verleend indien het goed aan invoerrechten onderworpen zou zijn geweest**.

#### G. [Artikel 77, § 1bis, 6°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27.12.2004, voornoemd, wordt **de belasting die ter zake van de invoer werd geheven** tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer het **goed**, na ten verbruik te zijn aangegeven, wordt **geplaatst onder één van de regelingen bedoeld in artikel 23, §§ 4 en 5**, en **volgens de douanereglementering teruggaaf van invoerrechten kan worden verleend, of zou kunnen worden verleend indien het goed aan invoerrechten onderworpen zou zijn geweest**.

#### H. [Artikel 77, § 1bis, 7°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27.12.2004, voornoemd, wordt **de belasting die ter zake van de invoer werd geheven** tot beloop van het passende bedrag teruggegeven wanneer het **goed**, als **gevolg van maatregelen van het bevoegde gezag**, **niet mag worden gebruikt voor het doel waartoe het is ingevoerd en het goed is wederuitgevoerd naar een plaats buiten de Gemeenschap of onder ambtelijk toezicht is vernietigd**.

### 4. Teruggaaf op grond van [artikel 77, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77)

Onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27.12.2004, voornoemd, wordt de belasting betaald bij de **verwerving en invoer van een automobiel voor personenvervoer** teruggegeven mits die automobiel niet het voorwerp heeft uitgemaakt van een levering onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij [artikel 58, § 4, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58) en wordt gekocht **door één van nagenoemde personen** om door hem **als persoonlijk vervoermiddel** te worden gebruikt:

• militaire en burgerlijke oorlogsinvaliden, die een invaliditeitspensioen van ten minste 50 % genieten

• personen die volledig blind zijn,

• personen die volledig verlamd zijn aan de bovenste ledematen of waarvan de bovenste ledematen zijn geamputeerd

• personen met een blijvende invaliditeit die rechtstreeks toe te schrijven is aan de onderste ledematen en ten minste 50 % bedraagt.

De bepalingen van [artikel 77, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77) vinden uiteraard enkel toepassing ten aanzien van de btw die in België opeisbaar is geworden. Worden aldus beoogd: de levering, de intracommunautaire verwerving of de invoer van een auto aan of door voornoemde invaliden of gehandicapten die respectievelijk op basis van de bepalingen van de artikelen 14, 23 en 25*quinquies* van voornoemd Wetboek in België plaatsvindt (zie ook Boekwerk II: Bepaling van de belastbare basis en het toepasselijke tarief - Hoofdstuk 7: Tarieven van de belasting – Afdeling 3 – Rubriek 22).

Op te merken valt dat slechts de btw betaald voor de verkrijging of de invoer van het voertuig wordt teruggegeven, en niet de btw die werd betaald voor onderdelen, uitrustingsstukken en toebehoren voor onderhouds- en herstellingswerk noch voor andere leveringen of invoeren (benzine, smeermiddelen …) of diensten (parkeerkosten …) met betrekking tot dat voertuig. De belasting die geheven werd van de levering kan evenmin worden teruggegeven wanneer het voertuig werd gekocht bij een belastingplichtige-wederverkoper met toepassing van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge ingesteld bij [artikel 58, § 4, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58).

Het voordeel van deze bepaling kan bovendien slechts worden ingeroepen voor één enkele auto tegelijk en veronderstelt het gebruik van het verkregen voertuig door de verkrijger als persoonlijk vervoermiddel gedurende een periode van 3 jaar. Indien de auto gedurende deze periode voor andere doeleinden wordt aangewend, of wordt afgestaan door de begunstigde, is deze gehouden de belasting die hem werd teruggegeven tot het passende beloop terug te storten naar verhouding van de nog te lopen tijd tot het verstrijken van de 3-jarige periode.

Het begrip ‘gebruik als persoonlijk vervoermiddel’ in het kader van de gunstregeling voor bepaalde categorieën van invaliden en gehandicapten wordt uitvoering toegelicht in [Circulaire 2019/C/23 van 13.03.2019 betreffende het begrip 'gebruik als persoonlijk vervoermiddel' in het kader van de gunstregeling inzake Btw voor autovoertuigen van bepaalde invaliden en gehandicapten](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2019-c-23-begrip-gebruik-persoonlijk-vervoermiddel-in-015c) (nr. E.T.122.470).

### 5. Teruggaaf op grond van [artikel 77bis van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77bis)

Overeenkomstig de bepalingen van [artikel 77bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77bis) wordt, onverminderd de toepassing van artikel 334 van de programmawet van 27.12.2004, teruggaaf verleend *‘wanneer, in het artikel 25quinquies, § 4, bepaalde geval de door een niet-belastingplichtige rechtspersoon verworven goederen uit een derdelandsgebied of een derde land worden verzonden of vervoerd naar een andere lidstaat dan België de btw betaald in geval van invoer van de goederen in België, teruggegeven aan de invoerder, in de mate dat laatstgenoemde aantoont dat de intracommunautaire verwerving die hij verricht aan de belasting werd onderworpen in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen’.*

Wanneer een niet-belastingplichtige rechtspersoon goederen buiten de Gemeenschap aankoopt die bestemd zijn om via België, waar ze met betaling van btw worden ingevoerd, naar een andere lidstaat te worden vervoerd of verzonden, worden die goederen, overeenkomstig [artikel 25quinquies, § 4, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25quinquies), geacht te zijn verzonden of vervoerd vanuit België, zodat die handeling aanleiding geeft tot een intracommunautaire verwerving in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer.

Wanneer die intracommunautaire verwerving de btw opeisbaar maakt in die lidstaat van aankomst, dan heeft de niet-belastingplichtige rechtspersoon tweemaal btw betaald op zijn aankoop van goederen. In dat geval bepaalt [artikel 77bis van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77bis) dat de btw die de niet-belastingplichtige rechtspersoon bij de inverbruikstelling in België heeft voldaan wordt teruggegeven voor zover die persoon aantoont dat de intracommunautaire verwerving die hij verricht aan de btw werd onderworpen in de lidstaat van bestemming.

## \[Top\]

## Aangehaalde teksten

33

[WBTW art. 77](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77) 43 voorkomens

[WBTW art. 76](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76) 12 voorkomens

[WBTW art. 77bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-77bis) 5 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 3 voorkomens

[KB nr. 4 art. 9](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-a533) 2 voorkomens

[WBTW art. 25quinquies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-25quinquies) 2 voorkomens

[WBTW art. 28](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-28) 2 voorkomens

[WBTW art. 39bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) 2 voorkomens

[WBTW art. 48](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-48) 2 voorkomens

[WBTW art. 53ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53ter) 2 voorkomens

[WBTW art. 58](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58) 2 voorkomens

[WBTW art. 8bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8bis) 2 voorkomens

[KB nr. 31 art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-31-artikel-dd24) 1 voorkomen

[KB nr. 48 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-48-december-betrekking-levering-vervoermiddelen-in-6c66) 1 voorkomen

[KB nr. 4 art. 12](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-12-2329) 1 voorkomen

[KB nr. 4 art. 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7) 1 voorkomen

[KB nr. 4 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7) 1 voorkomen

[KB nr. 4 art. 7](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7) 1 voorkomen

[KB nr. 4 art. 81](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7) 1 voorkomen

[KB nr. 4 art. 83](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-december-betrekking-teruggaven-belasting-toegevoegde-78a7) 1 voorkomen

[WBTW art. 16](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-16) 1 voorkomen

[WBTW art. 17](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-17) 1 voorkomen

[WBTW art. 22](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) 1 voorkomen

[WBTW art. 22bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-4) 1 voorkomen

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 1 voorkomen

[WBTW art. 55](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55) 1 voorkomen

[WBTW art. 58bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 75](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-75) 1 voorkomen

[WBTW art. 79](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-79) 1 voorkomen

[WBTW art. 8](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8) 1 voorkomen

[WBTW art. 91](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-91) 1 voorkomen

[C-309/06, arrest van 10 april 2008](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-309-06-arrest) 1 voorkomen
