---
title: "Btw-commentaar · Bijzondere regelingen van toepassing op grensoverschrijdende &quot;business-to-consumer&quot; e-handelstransacties (01.01.2022)"
description: "Bijzondere regelingen van toepassing op grensoverschrijdende. Btw-commentaar van de Belgische belastingadministratie, stand 1 januari 2022."
url: "https://juriel.be/nl/btw-commentaar/specifieke-topics-bijzondere-regelingen-toepassing-d6d5"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/commentaire-tva/topics-particuliers-regimes-applicables-operations-2534"
---

# Bijzondere regelingen van toepassing op grensoverschrijdende "business-to-consumer" e-handelstransacties (01.01.2022)

**Datum**

29 maart 2022

## Over het document

**Verzameling**

Btw-commentaar

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

1336 paragrafen

Btw-Commentaar - Specifieke topics. Bijzondere regelingen van toepassing op grensoverschrijdende "business-to-consumer" e-handelstransacties (01.01.2022)

BOEKWERK VI: Specifieke topics

Hoofdstuk 16. Specifieke topics

## Afdeling 10 - Bijzondere regelingen van toepassing op grensoverschrijdende "business-to-consumer" e-handelstransacties

Bijwerking **01.01.2022** – Vorige versie: \[01.01.2021\]

**Inhoud · 19 onderdelen**

1\. Oude Bijzondere regeling van toepassing op telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroep-diensten en de langs elektronische weg verrichte diensten - het Mini Enig Loket inzake btw (Mini-one-stop-shop)

A. Wetgevend kader

a. Overzicht bepalingen van de Europese richtlijnen

b. Overzicht bepalingen Btw-Wetboek

B. Draagwijdte van de bijzondere regeling

a. Op 01.01.2015

b. Op 01.01.2019

C. Toepasselijke regeling voor niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen (bijzondere regeling MOSS niet-EU) ([artikel 58ter van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter))

a. Kenmerken van de bijzondere regeling MOSS niet-EU

a.1. Op 01.01.2015

a.2. Op 01.01.2019

b. Toepassingsvoorwaarden van de bijzondere regeling

b.1. Registratie, wijziging, stopzetting en doorhaling in België

b.1.1. Registratie

b.1.2. Wijziging

b.1.3. Stopzetting

b.1.4. Doorhaling

b.2. Verplichtingen van de dienstverrichter die ervoor heeft gekozen om zich in België te registreren in de bijzondere regeling MOSS niet-EU

b.2.1. De administratie langs elektronische weg informeren van het tijdstip waarop hij een economische activiteit, onderworpen aan de regeling MOSS, aanvangt (artikel 53octies, § 2 en artikel 58quater, § 3, eerste lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

b.2.2. De administratie langs elektronische weg informeren van het tijdstip van de stopzetting van deze activiteit of de wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken (artikel 58ter, § 4, eerste lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

b.2.3. Per kwartaal een aangifte indienen voor alle handelingen die deze regeling genieten (artikel 58ter, § 5, eerste en tweede lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

b.2.4. De verschuldigde belasting met betrekking tot de aangifte voldoen binnen de termijn bepaald voor de indiening van de aangifte (artikel 58ter, § 5, derde lid, (oud) van het Btw-Wetboek)

b.2.5. Een boekhouding voeren van alle handelingen waarop de regeling van toepassing is (artikel 58ter, § 6, (oud) van het Btw-Wetboek).

b.3. Recht op aftrek

D. Toepasselijke regeling voor in de Gemeenschap maar niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen (bijzondere regeling MOSS EU)([artikel 58quater van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater))

a. Kenmerken van de bijzondere regeling MOSS EU

## a.1. Op 01.01.2015

## a.2. Op 01.01.2019

### b. Toepassingsvoorwaarden van de bijzondere regeling

## b.1. Registratie, wijziging, stopzetting en doorhaling in België

## b.1.1. Registratie

b.1.2. Wijziging en stopzetting

b.1.3. Doorhaling

b.2. Verplichtingen van de dienstverrichter die ervoor heeft gekozen om zich in België te registreren voor de bijzondere regeling MOSS EU

## b.2.1. De administratie langs elektronische weg informeren van het tijdstip waarop hij een economische activiteit, onderworpen aan de regeling MOSS, aanvangt (artikel 53octies, § 2 en artikel 58quater, § 3, eerste lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

b.2.2. De administratie langs elektronische weg informeren van het tijdstip van de stopzetting van deze activiteit of de wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken (artikel 58quater, § 4, eerste lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

b.2.3. Per kwartaal een aangifte indienen voor alle handelingen die deze regeling genieten (artikel 58quater, § 5, eerste tot derde lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

b.2.4. De verschuldigde belasting met betrekking tot de aangifte voldoen binnen de termijn bepaald voor de indiening van die aangifte (artikel 58quater, § 5, vierde lid, (oud) van het Btw-Wetboek)

b.2.5. Een boekhouding voeren van alle handelingen waarop deze regeling van toepassing is (artikel 58quater, § 6, (oud) van het Btw-Wetboek).

b.3. Recht op aftrek

b.4. In de Belgische periodieke btw-aangifte op te nemen handelingen MOSS

E. Facturering

a. Tussen 01.01.2015 en 31.12.2018

a.1. Toepasselijke wetgeving

a.2. Diensten die plaatsvinden in België of in een derde land

a.3. Diensten die plaatsvinden in een andere lidstaat

b. Vanaf 01.01.2019

b.1. Toepasselijke wetgeving

2\. Bijzondere regeling van toepassing op de afstandsverkopen van goederen ingevoerd uit derdelandsgebieden of derde landen (invoerregeling/enig loket voor de invoeren of IOSS)

A. Algemeen

B. Definities

a. Bedoelde handelingen

b. Tussenpersoon

c. Lidstaat van identificatie

d. Lidstaat van verbruik

C. Wie kan zich beroepen op de invoerregeling?

a. Aanwijzing van een tussenpersoon

D. Welke goederen kunnen genieten van de invoerregeling?

E. Bepaling van de bevoegde lidstaat voor de identificatie van de belastingplichtige onder IOSS

a. De belastingplichtige die zich inschrijft in IOSS doet geen beroep op een tussenpersoon

b. De belastingplichtige die zich inschrijft in IOSS doet beroep op een tussenpersoon

F. Toepassingsvoorwaarden van de bijzondere regeling IOSS

a. Registratie, wijziging, identificatienummer, stopzetting en doorhaling in België

a.1. Registratie

a.2. Wijziging

a.3. Identificatienummer

a.4. Stopzetting

a.5. Doorhaling

b. Aangifte- en voldoeningsverplichtingen van de belastingplichtige die gekozen heeft om zich in te schrijven in de bijzondere regeling IOSS in België

c. Praktische voorbeelden

d. Recht op aftrek

e. Handelingen IOSS, op te nemen in de Belgische periodieke btw-aangifte

e.1. De belastingplichtige heeft zijn hoofdzetel in België

e.2. De belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting

e.3. De belastingplichtige beschikt in België over een rechtstreekse btw-identificatie of een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting

G. Facturering

a. Factureringsregels – Bevoegde Lidstaat

a.1. Algemene regel

a.2. Afwijking

b. Factureringsverplichting

c. Voorbeelden

3\. Bijzondere regeling voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en bepaalde leveringen van goederen (regeling EU of Unieregeling OSS)

A. Algemeen

B. Definities

a. Niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige

b. Niet in de lidstaat van identificatie gevestigde belastingplichtige

c. Lidstaat van verbruik

C. Wie kan gebruik maken van de regeling EU?

D. Welke goederen kunnen genieten van de EU regeling?

E. Bepaling van de lidstaat bevoegd voor de identificatie van de belastingplichtige onder de EU regeling voor de goederen

F. Toepassingsvoorwaarden voor de regeling EU voor de goederen

a. Registratie, wijziging, identificatienummer, stopzetting en doorhaling in België

a.1. Registratie

a.2. Wijziging

a.3. Identificatienummer

a.4. Stopzetting

a.5. Doorhaling

b. Aangifte- en voldoeningsverplichtingen van de belastingplichtige die ervoor gekozen heeft om zich in te schrijven in de bijzondere regeling voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en zekere leveringen van goederen (regeling EU of Unieregeling OSS)

c. Praktische voorbeelden

d. Recht op aftrek

e. Handelingen (intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en bepaalde leveringen van goederen), ingeschreven in de bijzondere regeling (regeling EU of Unieregeling OSS) en op te nemen in de Belgische periodieke btw-aangifte

e.1. De belastingplichtige heeft zijn hoofdzetel in België

e.2. De belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting in België

e.3. De belastingplichtige beschikt in België over een rechtstreekse btw-identificatie of over een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting

G. Facturering

a. Factureringsregels – Bevoegde lidstaat

a.1. Algemene regel

a.2. Afwijking

b. Factureringsverplichting

c. Voorbeelden

4\. Bijzondere regelingen voor de B2C diensten (regeling EU of Unieregeling OSS en regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS)

A. Algemeen

B. Definities

a. Niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige

b. Niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige

c. Lidstaat van identificatie

d. Lidstaat van verbruik

C. Wie kan gebruik maken van de bijzondere regelingen voor de B2C diensten?

D. Welke diensten kunnen de regelingen EU en niet EU genieten?

E. Bepaling van de lidstaat, bevoegd voor de identificatie van de belastingplichtige onder de bijzondere regelingen voor de B2C diensten

F. Toepassingsvoorwaarden van de bijzondere regelingen EU en niet EU voor de B2C diensten

a. Registratie, wijziging, identificatienummer, stopzetting en doorhaling in België

a.1. Registratie

a.2. Wijziging

a.3. Identificatienummer

a.4. Stopzetting

a.5. Doorhaling

b. Aangifte- en voldoeningsverplichtingen van de belastingplichtige die ervoor gekozen heeft om zich in te schrijven in de bijzondere regelingen EU en niet EU voor de B2C diensten

c. Praktische voorbeelden

d. Recht op aftrek

e. Handelingen (B2C diensten), ingeschreven in de bijzondere regelingen (regeling EU of regeling niet EU), en op te nemen in de Belgische periodieke btw-aangifte

e.1. De belastingplichtige heeft zijn hoofdzetel in België

e.2. De belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting in België

e.3. De belastingplichtige beschikt in België over een rechtstreekse btw-identificatie of over een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting

G. Facturering

a. Factureringsregels – Bevoegde lidstaat

a.1. Algemene regel

a.2. Afwijking

b. Factureringsverplichting

c. Voorbeelden

#### 1. Oude Bijzondere regeling van toepassing op telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroep-diensten en de langs elektronische weg verrichte diensten - het Mini Enig Loket inzake btw (Mini-one-stop-shop)

Die regeling van het Mini Enig Loket (MOSS) met betrekking tot telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten aan niet belastingplichtige personen was van toepassing 01.01.2015 en 30.06.2021.

Vanaf 01.07.2021 werd die regeling vervangen door een regeling van Enig Loket (OSS) en werd ze uitgebreid naar andere diensten verstrekt aan niet belastingplichtige personen, naar afstandsverkopen van uit derde landen of derdelandsgebieden ingevoerde goederen en naar intracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Voor een commentaar betreffende die nieuwe bepalingen wordt verwezen naar de titels 2, 3 en 4 van deze Afdeling.

##### A. Wetgevend kader

### a. Overzicht bepalingen van de Europese richtlijnen

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28.11.2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (geconsolideerde versie met inbegrip van de wijzigingen die door de richtlijnen 2008/8/EG van de Raad van 12.02.2008 en 2017/2455 van de Raad van 05.12.2017 zijn aangebracht)

### b. Overzicht bepalingen Btw-Wetboek

[Artikel 18, § 1, tweede lid, 14° en 16°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18)

[Artikel 21, § 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21)

[Artikel 21bis, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis)

[Artikel 21bis, § 2, 9°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis)

[Artikel 53decies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies)

[Artikel 58bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58bis)

[Artikel 58ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter)

[Artikel 58quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater)

##### B. Draagwijdte van de bijzondere regeling

### a. Op 01.01.2015

Artikel 5 van de richtlijn 2008/8/EG van de Raad van 12.02.2008 tot wijziging van de richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde heeft, met ingang van 01.01.2015, een aantal regels met betrekking tot de plaats waar **telecommunicatiediensten**, **radio- en televisieomroepdiensten** **en** **langs elektronische weg verrichte diensten** **aan** **niet-belastingplichtige** personen worden belast, gewijzigd.

Zodoende worden deze drie categorieën van diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige personen vanaf 01.01.2015 **belast in de lidstaat waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft** (hierna “lidstaat van verbruik” genoemd), onafhankelijk van de plaats waar de dienstverrichter gevestigd is.

[Artikel 21bis, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis) (zoals het van toepassing was op 31.12.2018) bepaalt in dit verband dat de plaats van diensten verricht voor een niet-belastingplichtige de plaats is waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer de dienst tot voorwerp heeft :

•Telecommunicatiediensten,

•radio- en televisieomroepdiensten,

•langs elektronische weg verrichte diensten.

Bovendien bepaalde artikel 21, § 2, eerste lid, (oud) van het Btw-Wetboek reeds dat de plaats van diensten, verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige, de plaats is waar deze belastingplichtige de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Worden deze diensten evenwel verricht voor een vaste inrichting van de belastingplichtige op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de belastingplichtige die deze diensten afneemt.

Uit de gezamenlijke lectuur van deze twee artikelen uit het Btw-Wetboek volgt dat op 01.01.2015, alle telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en alle langs elektronische weg verrichte diensten plaatsvinden waar de ontvanger gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft ([Beslissing nr. E.T. 126.947van 22.12.2014](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-126-947-telecommunicatiediensten-radio-televisieomroepdiensten-langs-d2c3)).

Het Btw-Wetboek brengt duidelijkheid door het definiëren van de beoogde diensten :

● worden als **telecommunicatiediensten** beschouwd de diensten die betrekking hebben op de transmissie, uitzending of ontvangst van signalen, tekst, beelden en geluiden of informatie van allerlei aard, via draad, radiogolven, optische of andere elektromagnetische systemen, daaronder begrepen de overdracht en het verlenen van het recht om gebruik te maken van capaciteit voor een dergelijke transmissie, uitzending of ontvangst. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder telecommunicatiediensten mede verstaan het bieden van toegang tot wereldwijde informatienetten (zie [artikel 18, § 1er, tweede lid, 14°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18))

● worden inzonderheid als **langs elektronische weg verrichte diensten** beschouwd, de langs elektronische weg verrichte diensten die het leveren en onderbrengen van computersites tot voorwerp hebben, het onderhoud op afstand van programma's en uitrustingen, de levering van software en de bijwerking ervan, de levering van beelden, geschreven stukken en informatie en de terbeschikkingstelling van databanken, de levering van muziek of films, van spelen, met inbegrip van kans- of gokspelen, en van uitzendingen of manifestaties op het gebied van politiek, cultuur, kunst, sport, wetenschappen of ontspanning en de levering van onderwijs op afstand. Het feit dat de dienstverrichter en de ontvanger langs elektronische weg berichten uitwisselen, betekent op zich niet dat de dienst langs elektronische weg wordt verricht ([artikel 18, § 1, tweede lid, 16°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18))

Een ‘langs elektronische weg verrichte dienst’ beantwoordt aan de volgende criteria ([Beslissing nr. E.T.126.947 van 22.12.2014](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-126-947-telecommunicatiediensten-radio-televisieomroepdiensten-langs-d2c3)):

● deze dient te worden verstrekt over het Internet of over een elektronisch netwerk (meer bepaald dient de dienst afhankelijk te zijn van het Internet of van een analoog netwerk);

● de aard van de beoogde dienst dient sterk afhankelijk te zijn van de informatietechnologie gebruikt om deze te verrichten (het is te zeggen dat de dienst wegens zijn aard grotendeels geautomatiseerd dient te zijn, slechts in geringe mate een menselijk ingrijpen vergt en niet kan worden verricht zonder informatietechnologie)

De langs elektronische weg verrichte diensten hebben het voorwerp uitgemaakt van een uitvoerige commentaar in de [circulaire AFZ nr. 09/2003 van 12.08.2003](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/9-2003-afz-commerce-electronique-ac7a) met betrekking tot de elektronische handel.

De operator die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige klanten die in de Europese Unie zijn gevestigd, heeft de principiële verplichting om zich voor de btw te laten identificeren in alle lidstaten waar die diensten plaatsvinden en waar hij nog niet is gevestigd of geïdentificeerd (Beslissing nr. E.T.126.947 van 22.12.2014).

Teneinde de verplichtingen van de betrokken dienstverrichters te vereenvoudigen en te vermijden dat ze zich in elke lidstaat moeten identificeren om hun btw-verplichtingen na te komen, voert artikel 5, 15), van de richtlijn 2008/8/EG een **facultatieve** bijzondere regeling in, genaamd « Mini One Stop Shop » (MOSS), om deze belastingplichtigen toe te laten al hun verplichtingen te voldoen via één enkele lidstaat van identificatie (indiening van één enkele elektronische kwartaalaangifte die per betrokken lidstaat het behaalde omzetcijfer en de verschuldigde btw bevat).

Echter, indien de belastingplichtige opteert voor de regeling MOSS, dan moet hij deze regeling toepassen in alle betrokken lidstaten. Het is dus geen regeling waarvoor hij per lidstaat kan kiezen.

Er zijn twee systemen van mini enig loket opgezet :

•een niet-EU-regeling voor de niet-Europese operatoren die in de Europese Unie noch over een vaste inrichting, noch over een btw-identificatie beschikken: de **regeling MOSS niet-EU**. Deze bijzondere regeling is opgenomen in [artikel 58ter van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter) (zie afdeling 3)

•een EU-regeling voor de Europese operatoren en de niet-Europese operatoren die op het grondgebied van de Europese Unie over een vaste inrichting beschikken: de **regeling MOSS EU**. Deze bijzondere regeling is opgenomen in 58*quater* van het Btw-Wetboek (zie afdeling 4)

**Worden niet beoogd door de regeling MOSS** ([Btw-bericht van 26.06.2014 met betrekking tot de plaats van de dienst voor elektronische diensten, telecommunicatiediensten en radio- en televisie-omroepdiensten verricht aan niet btw-belastingplichtigen – MOSS](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/plaats-dienst-elektronische-diensten-telecommunicatiediensten-07f5)):

•de diensten verricht aan afnemers die gevestigd zijn buiten de Europese Unie. De plaats van de dienst blijft, na 01.01.2015, het land waar de afnemer is gevestigd

•de diensten verricht aan Belgische afnemers door een belastingplichtige gevestigd en geïdentificeerd voor btw-doeleinden in België. Die moeten opgenomen worden in de gewone periodieke btw-aangifte

•de diensten verricht in lidstaten waar de onderneming beschikt over een vaste inrichting. Die diensten moeten opgenomen worden in een gewone periodieke aangifte in de lidstaat van de vaste inrichting

### b. Op 01.01.2019

Artikel 1 van de richtlijn 2017/2455 van de Raad van 05.12.2017 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG wat betreft bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen van goederen voert **met uitwerking op 01.01.2019** het volgende in:

•onder bepaalde voorwaarden, een afwijking op de plaatsbepaling van de **telecommunicatiediensten**, de **radio- en televisieomroepdiensten** en de **langs elektronische weg verrichte diensten** aan **niet-belastingplichtige** personen door dienstverrichters die gevestigd zijn of bij gebreke van een vestiging, die hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben in een **andere lidstaat** dan de lidstaat van de ontvanger.

Om te vermijden dat de “micro-ondernemingen” zich voor btw-doeleinden zouden moeten identificeren in de lidstaat waar hun niet-belastingplichtige klant woont of dat zij deze handeling vanaf de eerste verkoop zouden moeten opnemen in de aangifte MOSS, werd beslist om een unieke drempel in te voeren die in alle lidstaten van toepassing is. Zo kunnen “micro-ondernemingen” van wie de jaarlijkse omzet van de langs elektronische weg verrichte diensten niet meer bedraagt dan 10.000 euro per kalenderjaar, ervoor kiezen om deze diensten te onderwerpen aan de btw in de lidstaat waar zij gevestigd zijn.

De telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten vinden plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd overeenkomstig de algemene regel opgenomen in [artikel 21bis, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis), wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan (artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid (nieuw) van het Btw-Wetboek):

\- de dienstverrichter is gevestigd of, bij gebreke van een vestiging, heeft zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats in slechts één lidstaat;

\- de diensten worden verleend aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn of hun woonplaats of hun gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere dan de onder a) bedoelde lidstaat;

\- de totale bedrag van de onder b) bedoelde diensten, btw niet inbegrepen, is in het lopende kalenderjaar niet hoger dan 10.000 euro of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid en heeft dit bedrag ook niet overschreden in de loop van het voorafgaande kalenderjaar.

Aangezien in de toepassingsvoorwaarden is bepaald dat de dienstverrichter in slechts één lidstaat mag gevestigd zijn, beoogt deze afwijking uitsluitend de regeling MOSS EU.

Wanneer, in de loop van een kalenderjaar, de drempel van 10.000 euro wordt overschreden, zal de eerste handeling, in zijn geheel beschouwd, waardoor die drempel wordt overschreden, plaatsvinden waar de afnemer van de dienst gevestigd is of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft.

De belastingplichtigen die de drempel van 10.000 euro niet overschreden hebben en van wie de handelingen normaalgezien plaatsvinden waar de zetel van hun economische activiteit gevestigd is, kunnen ervoor kiezen dat hun handelingen gelokaliseerd worden op de plaats waar de afnemer van de dienst gevestigd is of waar hij zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft. Deze keuze geldt voor een periode van ten minste twee kalenderjaren.

•in het geval dat de dienstverrichter gebruik maakt van één van de bijzondere regelingen bedoeld in de artikelen 58ter of 58quater (oud) van het Btw-Wetboek zijn, bij wijze van uitzondering, de **factureringsregels** van de lidstaat van identificatie van toepassing en dus niet die van de lidstaat van verbruik (artikel 53decies, § 1, derde lid (nieuw), van het Btw-Wetboek)

•de definitie van het begrip “niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige” wordt gewijzigd in “*belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt*”(artikel 58ter, § 1, 1°, (gewijzigd) van het Btw-Wetboek)

Een niet in de Europese Unie gevestigde onderneming die beschikt over een btw-registratie in de Europese Unie, mag bijgevolg voortaan gebruik maken van de niet-Europese regeling.

##### C. Toepasselijke regeling voor niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtigen (bijzondere regeling MOSS niet-EU) ([artikel 58ter van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter))

### a. Kenmerken van de bijzondere regeling MOSS niet-EU

a.1. Op 01.01.2015

Overeenkomstig artikel 58bis (oud) van het Btw-Wetboek, bestaat er al sinds 01.01.2003 een regeling van mini enig loket voor de niet in de Europese Unie gevestigde dienstverrichters die elektronische diensten verstrekken aan niet-belastingplichtige ontvangers die gevestigd zijn in de Europese Unie (regeling bekend onder de benaming van "VAT on e-services" – VOES).

Op 01.01.2015 wordt die regeling uitgebreid naar de niet in de Europese Unie gevestigde dienstverrichters die telecommunicatiediensten en radio- en televisieomroepdiensten verstrekken aan niet-belastingplichtige ontvangers van diensten die gevestigd zijn in de Europese Unie en wordt zij de regeling MOSS niet-EU geheten. Die regeling laat een buiten de Gemeenschap gevestigde dienstverrichter, wanneer hij telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan een niet-belastingplichtige ontvanger die gevestigd is in de Gemeenschap, toe om zijn aangifteverplichtingen te voldoen vanuit een enig punt, te weten de lidstaat van identificatie van zijn keuze.

[Artikel 58ter, §§ 1 en 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter) (zoals het van toepassing was op 31.12.2018) met betrekking tot de bijzondere regeling van toepassing op diensten verricht door persoon die niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigd zijn, bepaalt het volgende:

§ 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

1°"niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige": een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt, en ook niet voor btw-doeleinden geïdentificeerd moet zijn;

2°"lidstaat van identificatie": de lidstaat die de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verkiest te contacteren om opgave te doen van het begin van zijn activiteit als belastingplichtige op het grondgebied van de Gemeenschap.

§ 2. Elke niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten verricht voor een niet-belastingplichtige die in een lidstaat gevestigd is of er zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, mag gebruik maken van deze bijzondere regeling. Deze regeling is van toepassing op alle aldus in de Gemeenschap verrichte diensten.

De regeling MOSS niet-EU is voorbehouden aan elke operator die de zetel van zijn economische activiteit niet in de EU heeft gevestigd of die niet beschikt over een vaste inrichting op dat grondgebied, én die niet geregistreerd is en al evenmin gehouden is om zich voor de btw te identificeren in de Europese Unie.

Bijgevolg kunnen zich dus niet registreren in het Belgisch systeem van het mini enig loket niet-EU :

● de belastingplichtigen die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd buiten de Gemeenschap, maar die beschikken over één of meer vaste inrichtingen in de Europese Unie. Die belastingplichtigen zijn uitgesloten van de regeling MOSS niet-EU, maar mogen zich inschrijven in de regeling MOSS EU van hun keuze in één van de lidstaten waar zij beschikken over een vaste inrichting;

● de belastingplichtigen die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd buiten de Europese Unie, maar die geïdentificeerd zijn of zouden moeten zijn geïdentificeerd in één van de lidstaten van de Europese Unie. Die belastingplichtigen zijn uitgesloten van de regeling MOSS niet-EU en zijn gehouden om zich te laten identificeren in alle lidstaten waar zij telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of langs elektronische weg verrichte diensten verstrekken aan een niet-belastingplichtige ontvanger.

De belastingplichtige die de hoofdzetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd buiten de Europese Unie en die de voorwaarden vervult, kan zich inschrijven onder de regeling MOSS niet-EU in de lidstaat van zijn keuze.

Degene die heeft besloten om zich in te schrijven onder de Belgische regeling MOSS niet-EU neemt in zijn aangifte MOSS alle telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten op die hij verstrekt voor een niet-belastingplichtige ontvanger van diensten die gevestigd is in de Europese Unie, met inbegrip van de prestaties die plaatsvinden in België.

Horen niet thuis in de regeling MOSS niet-EU de in andere lidstaten plaatsvindende handelingen welke de in een derde land gevestigde belastingplichtige verstrekt aan niet-belastingplichtige klanten, maar die niet bestaan in telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten (zoals bijvoorbeeld de verkopen op afstand, de leveringen met montage, de werken in onroerende staat, …). Gelet op het feit dat de niet in de Europese Unie gevestigde belastingplichtige, om dat type handeling te kunnen stellen, verplicht is om zich te laten identificeren in alle lidstaten waar die handelingen plaatsvinden, is hij ambtshalve uitgesloten van de regeling MOSS niet-EU tot 31.12.2018.

De telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten die worden verricht voor een belastingplichtige ontvanger die gevestigd is in een andere lidstaat mogen nooit worden opgenomen onder de Belgische regeling MOSS niet-EU (handelingen die overeenkomstig [artikel 21, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) plaatsvinden in de lidstaat van de ontvanger en waarvoor de ontvanger er de schuldenaar is van de btw).

Tot slot wordt eraan herinnerd dat de regeling MOSS niet-EU **facultatief** is. Een onderneming die alle toegangsvoorwaarden tot de regeling MOSS niet-EU vervult, kan beslissen om zich te laten identificeren in de verschillende lidstaten waar zij de bedoelde diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige klanten en om niet in die regeling te stappen. Zij zal dan btw-aangiften moeten indienen in alle lidstaten waar zij dat type handelingen heeft verricht.

a.2. Op 01.01.2019

De definitie van het begrip ‘niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige’ is gewijzigd in ‘*belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt*’.

Een onderneming die niet in de Europese Unie gevestigd is maar die beschikt over een btw-registratie in de Europese Unie (bijvoorbeeld omdat ze er andere aan de btw onderworpen handelingen verricht dan de diensten beoogd door de MOSS-regeling) mag vanaf 01.01.2019 gebruik maken van de niet-Europese regeling. Zij is niet meer gehouden om zich te laten identificeren in alle lidstaten waar ze telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan een niet-belastingplichtige ontvanger.

Deze wijziging is een loutere aanpassing van de verplichtingen onder de niet-Unieregeling ten gevolge van de voormelde wijziging van het toepassingsgebied ervan. De nieuwe bepaling onder 5° van [artikel 58ter, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter) voorziet bijgevolg voortaan in een verplichting voor de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige om te verklaren dat hij niet gevestigd is op het grondgebied van de Gemeenschap en aldaar ook niet beschikt over een vaste inrichting, zonder dat er nog een verwijzing moet worden opgenomen naar een eventuele btw-identificatie in een lidstaat.

[Artikel 58ter van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter) (zoals het van toepassing was tot 31.12.2021) bepaalt derhalve het volgende:

§ 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

1°"niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige": een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt;

2°"lidstaat van identificatie": de lidstaat die de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige verkiest te contacteren om opgave te doen van het begin van zijn activiteit als belastingplichtige op het grondgebied van de Gemeenschap.

§ 2. Elke niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten verricht voor een niet-belastingplichtige die in een lidstaat gevestigd is of er zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, mag gebruik maken van deze bijzondere regeling. Deze regeling is van toepassing op alle aldus in de Gemeenschap verrichte diensten.

§ 3. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die België kiest als lidstaat van identificatie doet opgave van het begin van zijn activiteit als belastingplichtige aan het elektronisch adres dat te dien einde gecreëerd werd door de minister van Financiën of zijn gemachtigde.

Bovendien moet de in het eerste lid bedoelde belastingplichtige de volgende inlichtingen verschaffen :

1° naam,

2° postadres,

3° elektronische adressen, met inbegrip van websites,

4° in voorkomend geval, het nationale belastingnummer,

5° een verklaring dat hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt.

Het btw-identificatienummer dat aan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige wordt toegekend, wordt langs elektronische weg medegedeeld.

De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige deelt langs elektronische weg elke wijziging mee met betrekking tot de verstrekte inlichtingen.

§ 4. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige doet langs elektronische weg opgave van de beëindiging van zijn activiteit als belastingplichtige, alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken.

Het btw-identificatienummer dat aan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige wordt toegekend, wordt doorgehaald indien:

1° de belastingplichtige meedeelt dat hij niet langer telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten verricht;

2° er anderszins kan worden aangenomen dat zijn belastbare activiteit beëindigd is;

3° hij niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken;

4° hij bij voortduring niet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling voldoet

§ 5. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige dient langs elektronische weg een aangifte in voor elk kalenderkwartaal, ongeacht of al dan niet telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten zijn verricht. Deze aangifte, opgesteld in euro, wordt uiterlijk twintig dagen na het verstrijken van elk kalenderkwartaal ingediend.

Deze aangifte bevat het btw-identificatienummer en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag, de btw niet inbegrepen, van de gedurende het tijdvak waarop zij betrekking heeft, verrichte telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten en het totale bedrag van de belasting daarover, opgesplitst naar belastingtarieven. De geldende btw-tarieven en de totale verschuldigde belasting worden eveneens vermeld.

De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voldoet de btw onder verwijzing naar de betreffende aangifte op het moment dat de aangifte wordt ingediend, doch uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen deze aangifte moet worden ingediend.

§ 6. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voert van alle handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, een boekhouding. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de aangifte te bepalen.

De gegevens vervat in de in het eerste lid bedoelde boekhouding moeten langs elektronische weg ter inzage worden voorgelegd op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde alsook op dat van de ambtenaren van de bevoegde administratie van de lidstaat van verbruik.

Deze gegevens moeten worden bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de dienst is verricht.

§ 7. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, mag de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten niet in aftrek brengen in de in paragraaf 5 bedoelde aangifte. Niettemin kan hij de teruggaaf genieten bedoeld in artikel 76, § 2.

§ 8. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van dit artikel, met name de na te leven formaliteiten met betrekking tot de aangifte van de verrichte handelingen, de betaling van de verschuldigde belasting, het bijhouden van een gepaste boekhouding en de teruggaaf van de voorbelasting.

De in andere lidstaten plaatsvindende handelingen welke de in een derde land gevestigde belastingplichtige verstrekt aan niet-belastingplichtige klanten, maar die niet bestaan in telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten (zoals bijvoorbeeld de verkopen op afstand, de leveringen met montage, de werken in onroerende staat, …) blijven uitgesloten van de regeling MOSS niet-EU. De niet in de Europese Unie gevestigde belastingplichtige is nog steeds verplicht om zich te laten identificeren in alle lidstaten waar die handelingen plaatsvinden

### b. Toepassingsvoorwaarden van de bijzondere regeling

b.1. Registratie, wijziging, stopzetting en doorhaling in België

*b.1.1.* *Registratie*

De belastingplichtige wiens hoofdzetel zich bevindt buiten de Europese Unie en die er niet gevestigd is (1), die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige klanten die gevestigd zijn in de Europese Unie, mag vrij de lidstaat kiezen waar hij zich registreert in de regeling MOSS niet-EU.

*(1)* *noch geïdentificeerd was voor de btw van 01.01.2015 tot 31.12.2018*

De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die België kiest als lidstaat van identificatie, moet België langs elektronische weg informeren op welk moment hij zijn belastbare activiteit aanvangt (artikel 58ter, § 3, eerste lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

De registratie in de Belgische regeling MOSS niet-EU die mogelijk is sinds 01.10.2014, verloopt volledig geautomatiseerd via het Intervat-portaal > module MOSS > registratie.

Dit portaal is 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 op een beveiligde wijze toegankelijk voor de belastingplichtige en voor zijn lasthebber.

De belastingplichtige moet bovendien de volgende inlichtingen verschaffen ([artikel 58ter, § 3, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter), oud):

1° naam,

2° postadres,

3° elektronische adressen, met inbegrip van websites,

4° in voorkomend geval, het nationale belastingnummer,

5° een verklaring dat hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd noch daar over een vaste inrichting beschikt.

In de praktijk vereist de registratie in de Intervat-module MOSS de verplichte invulling van de volgende velden:

● naam,

● handelsnaam,

● zetel van economische activiteit,

● postadres (straat, nummer, bus, postcode, plaats en land),

● contactgegevens (identiteit van de contactpersoon, elektronisch adres en telefoonnummer),

● bankgegevens (titularis van de rekening, BIC(SWIFT)-code, IBAN/OBAN-bankrekeningnummer),

● aanvangsdatum van de bijzondere regeling MOSS.

Daarnaast worden ook, in voorkomend geval, het adres van de website en het vroegere identificatienummer gevraagd.

De belastingplichtige die een aanvraag tot registratie indient moet op erewoord verklaren:

● van 01.01.2015 tot 31.12.2018, dat hij niet beschikt over een btw-identificatienummer in de Gemeenschap;

● vanaf 01.01.2019, dat hij niet gevestigd is in de Europese Gemeenschap en dat hij kennis heeft genomen van alle wettelijke bepalingen van het Mini Enig Loket (MOSS), door de juiste vakjes aan te kruisen.

De lidstaat van identificatie zal bepaalde controles uitvoeren op de verstrekte registratiegegevens om er zeker van te zijn dat de belastingplichtige voldoet aan de voorwaarden voor het gebruik van de regeling. Hij zal daarbij ten minste nagaan of de belastingplichtige niet al in een andere lidstaat voor het mini-éénloketsysteem geregistreerd is en hoe het staat met de quarantaineperiodes.

Op basis van de resultaten van deze controles kan de lidstaat van identificatie de registratie voor het mini-éénloketsysteem weigeren. De belastingplichtige kan in beroep gaan tegen deze beslissing volgens de nationale procedures.

Het btw-identificatienummer dat aan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige wordt toegekend (identificatienummer bestaande uit 10 cijfers voorafgegaan door de letters EU), wordt langs elektronische weg medegedeeld (artikel 58ter, § 3, derde lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

De registratie gaat in vanaf de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op dat waarin de belastingplichtige de lidstaat van identificatie heeft meegedeeld dat hij gebruik wenst te maken van de regeling. Als een belastingplichtige bijvoorbeeld dus op 15.02.2019 de lidstaat van identificatie meedeelt dat hij gebruik wenst te maken van deze regeling en daarvoor de vereiste gegevens verstrekt, zal hij gebruik kunnen maken van het mini-éénloketsysteem voor diensten die hij vanaf 01.04.2019 verricht.

Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin de belastingplichtige vóór deze datum diensten begint te verlenen in het kader van deze regeling. In dat geval gaat de regeling in vanaf de datum van de eerste dienstverrichting, op voorwaarde dat de belastingplichtige de lidstaat van identificatie uiterlijk op de tiende dag van de maand volgend op die eerste dienstverrichting heeft meegedeeld dat hij begonnen is met de activiteiten die onder deze regeling vallen. Deze termijn geldt ook voor elke wijziging in de registratiegegevens in het geval dat de belastingplichtige de lidstaat van identificatie reeds heeft meegedeeld dat hij vanaf het volgende kwartaal diensten onder de regeling wil verrichten, maar daarmee in de praktijk al begint vóór die datum. Als de belastingplichtige deze termijn niet naleeft, dient hij zich voor btw-doeleinden te identificeren in de lidstaat of lidstaten van zijn afnemer(s) en daar de btw te voldoen.

Stel bijvoorbeeld dat de belastingplichtige op 01.03.2019 zijn eerste dienst verleent aan een niet-belastingplichtige. Zolang de lidstaat van identificatie hiervan op de hoogte wordt gebracht uiterlijk op 10.04.2019, zal de belastingplichtige toegang hebben tot de bijzondere regeling vanaf 01.03.2019, en zullen alle daaropvolgende diensten onder deze regeling vallen.

## *b.1.2.* *Wijziging*

De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige deelt langs elektronische weg elke wijziging mee met betrekking tot de verstrekte inlichtingen (artikel 58ter, § 3, vierde lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

De wijzigingen van de registratiegegevens moeten uiterlijk de tiende dag van de maand volgend op de wijziging worden ontvangen. Alleen het individueel btw-identificatienummer kan niet worden gewijzigd.

Elke belastingplichtige die de MOSS niet-EU-regeling toepast, kan te allen tijde zijn lidstaat van identificatie wijzigen zonder dat een ‘quarantaineperiode’ of blokkeringsperiode wordt toegepast. Het betreft in feite een vrijwillige uitschrijving gevolgd door een nieuwe registratie. De belastingplichtige moet zich dus uit het register van de oude lidstaat van identificatie laten uitschrijven en zich volgens de normale regels laten registreren in de nieuwe lidstaat van identificatie.

Stel bijvoorbeeld dat een Zwitserse belastingplichtige zich in Duitsland voor het mini-éénloketsysteem heeft geregistreerd vanaf 01.01.2015. Hij wenst zich in België te registreren in de MOSS-regeling op 21.03.2019. Om gebruik te kunnen blijven maken van het mini-éénloketsysteem, zal de belastingplichtige zich moeten laten uitschrijven uit de regeling in Duitsland en zich opnieuw voor het mini-éénloketsysteem moeten registreren in België. De datum van uitschrijving in Duitsland en van registratie in België is 21.03.2019 . De belastingplichtige moet beide lidstaten uiterlijk op 10.04.2019 van deze wijziging in kennis stellen.

Als de belastingplichtige nalaat om beide lidstaten binnen deze termijn in kennis te stellen, zal hij zich voor de btw moeten identificeren in iedere lidstaat waar hij afnemers heeft van de diensten die hij verricht vanaf 21.03.2019, en daar ook de btw moeten voldoen, en geldt er een quarantaineperiode volgens de gewone regels.

Dezelfde procedure is van toepassing wanneer de belastingplichtige overgaat van de EU-regeling naar de niet-EU-regeling (of omgekeerd).

## *b.1.3.* *Stopzetting*

De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige doet langs elektronische weg opgave van de beëindiging van zijn activiteit als belastingplichtige, alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken (artikel 58ter, § 4, eerste lid, oud van het Btw-Wetboek).

Om zich uit deze regeling te laten uitschrijven, moet de belastingplichtige de lidstaat van identificatie van zijn voornemen in kennis stellen ten minste vijftien dagen vóór het einde van het kalenderkwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarin hij de regeling niet langer wenst toe te passen. Als een belastingplichtige zich dus uit de regeling wil laten uitschrijven vanaf 01.07.2019, moet hij de lidstaat van identificatie hiervan in kennis stellen vóór 15.06.2019.

Zodra een belastingplichtige de MOSS-regeling niet meer toepast, moeten verplichtingen die voortvloeien uit het verrichten van telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten waarbij btw verschuldigd wordt na de datum waarop de belastingplichtige de regeling niet meer toepast, worden voldaan bij de lidstaat/lidstaten van verbruik.

De belastingplichtige is in dit geval in alle lidstaten gedurende twee kalenderkwartalen uitgesloten van de regeling die hij niet langer toepast.

## *b.1.4.* *Doorhaling*

De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige wordt uitgesloten van deze bijzondere regeling en zijn btw-identificatienummer wordt doorgehaald indien (artikel 58ter, § 4, tweede lid, oud van het Btw-Wetboek):

1° de belastingplichtige meedeelt dat hij niet langer telecommunicatiediensten, radio-en televisieomroepdiensten of elektronische diensten verricht;

2° er anderszins kan worden aangenomen dat zijn belastbare activiteit beëindigd is;

3° hij niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken;

4° hij bij voortduring niet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling voldoet.

In de praktijk kan het vermoeden van beëindiging van activiteit beoogd in artikel 58ter, § 4, tweede lid, 2°, oud van het Btw-Wetboek worden ingeroepen wanneer de belastingplichtige gedurende acht opeenvolgende kalenderkwartalen geen diensten heeft verricht die vallen onder de regeling MOSS.

De in het 4° van hetzelfde artikel voorziene uitsluiting is van toepassing indien zich ten minste één van de volgende situaties voordoet:

•de lidstaat van identificatie heeft hem voor drie onmiddellijk voorafgaande kalenderkwartalen herinneringen toegezonden en de btw-aangifte voor elk van deze kalenderkwartalen is niet binnen tien dagen na de verzending van de herinneringen ingediend;

•de lidstaat van identificatie heeft hem voor drie onmiddellijk voorafgaande kalenderkwartalen herinneringen toegezonden en hij heeft tien dagen na de verzending van elke herinnering nog altijd niet het volledige btw-bedrag voor elk van deze kalenderkwartalen betaald, tenzij het resterende niet-betaalde bedrag lager is dan 100 EUR per kalenderkwartaal;

•hij heeft, na een verzoek van de lidstaat van identificatie of de lidstaat van verbruik, en één maand na de daaropvolgende herinneringen van de lidstaat van identificatie, nagelaten de boekhouding langs elektronische weg beschikbaar te stellen.

Iedere lidstaat kan de lidstaat van identificatie verzoeken om de belastingplichtige uit de regeling te sluiten, maar alleen de lidstaat van identificatie kan de beslissing tot uitsluiting nemen. Een belastingplichtige kan beroep aantekenen tegen de beslissing tot uitsluiting overeenkomstig de nationale procedures die van toepassing zijn in de lidstaat van identificatie.

## De quarantaineperiode

De quarantaineperiode is de periode waarin de belastingplichtige geen gebruik meer mag maken van één of van beide regelingen in het mini-éénloketsysteem. Alleen in de volgende gevallen is er een quarantaineperiode van toepassing :

•De belastingplichtige deelt de lidstaat van identificatie mee dat hij niet langer telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of langs elektronische weg verrichte diensten levert. Er is een quarantaineperiode van twee kalenderkwartalen vanaf de datum van beëindiging. De quarantaine geldt alleen voor de regeling waarvan de belastingplichtige gebruikmaakte;

•De belastingplichtige stapt vrijwillig uit de regeling. Er is een quarantaineperiode van twee kalenderkwartalen vanaf de datum van beëindiging. De quarantaine geldt alleen voor de regeling waarvan de belastingplichtige gebruikmaakte;

•De belastingplichtige voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling. Er is een quarantaineperiode van acht kalenderkwartalen vanaf de datum van beëindiging. Deze quarantaine geldt voor de EU-regeling en voor de niet-EU-regeling;

•De belastingplichtige is uitgesloten omdat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om gebruik te mogen maken van de bijzondere regeling in kwestie. Er is geen quarantaineperiode van toepassing;

•Er wordt aangenomen dat de belastingplichtige zijn activiteiten die aan een bijzondere regeling onderworpen zijn, heeft beëindigd omdat hij geen onder die regeling vallende diensten heeft verleend gedurende acht opeenvolgende kalenderkwartalen. Er is geen quarantaineperiode van toepassing.

## Datum waarop de uitsluiting van kracht wordt

Wanneer de belastingplichtige vrijwillig uit de regeling stapt, wordt de beëindiging van kracht op de eerste dag van het volgende kalenderkwartaal.

Wanneer de belastingplichtige de lidstaat van identificatie ervan in kennis stelt dat hij niet langer telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of langs elektronische weg verrichte diensten levert of wanneer hij bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling voldoet, wordt de uitsluiting van kracht op de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op de dag waarop de beslissing tot uitsluiting langs elektronische weg aan de belastingplichtige is toegezonden. Wanneer de uitsluiting echter het gevolg is van een verplaatsing van de zetel van de belastingplichtige of zijn vaste inrichting, wordt de uitsluiting van kracht op de datum van die verplaatsing op voorwaarde dat de belastingplichtige beide lidstaten van de verplaatsing in kennis heeft gesteld uiterlijk op de tiende dag van de maand volgend op de verplaatsing.

## b.2. Verplichtingen van de dienstverrichter die ervoor heeft gekozen om zich in België te registreren in de bijzondere regeling MOSS niet-EU

*b.2.1.* *De administratie langs elektronische weg informeren van het tijdstip waarop hij een economische activiteit, onderworpen aan de regeling MOSS, aanvangt (artikel 53octies, § 2 en artikel 58quater, § 3, eerste lid, (oud) van het Btw-Wetboek).*

Deze inlichtingen moeten gecommuniceerd worden via het portaal Intervat > module MOSS > Registratie, zoals hierboven vermeld.

*b.2.2.* *De administratie langs elektronische weg informeren van het tijdstip van de stopzetting van deze activiteit of de wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken (artikel 58ter, § 4, eerste lid, (oud) van het Btw-Wetboek).*

*b.2.3.* *Per kwartaal een aangifte indienen voor alle handelingen die deze regeling genieten (artikel 58ter, § 5, eerste en tweede lid, (oud) van het Btw-Wetboek).*

De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige bedoeld in [artikel 58ter, § 3, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter) moet voor elk kalenderkwartaal langs elektronische weg een aangifte, opgesteld in euro, indienen uiterlijk de twintigste dag van de maand na het verstrijken van het betrokken kalenderkwartaal. De indiening van deze aangifte is verplicht, zelfs in het geval er tijdens het kwartaal geen handelingen zijn verricht.

De uiterste termijn voor de indiening van de aangifte wijzigt niet als deze datum in het weekend of op een feestdag valt. Een aangifte mag niet worden ingediend voordat het aangiftetijdvak is afgelopen.

Deze informatie moet meegedeeld worden via het portaal Intervat > module MOSS > Aangifte.

Een Pdf die het geheel van de gegevens van de aangifte per lidstaat van verbruik herneemt, wordt automatisch aangemaakt en moet elektronisch door de aangever worden ondertekend. Deze Pdf doet dienst als ontvangstmelding.

Deze aangifte bevat het btw-identificatienummer en, voor het tijdvak waarop ze betrekking heeft en voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is :

•het totale bedrag, btw niet inbegrepen, van de verrichte telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten,

•het totale bedrag van de belasting daarover, opgesplitst naar belastingtarieven,

•de geldende btw-tarieven,

•de totale verschuldigde belasting.

De beoogde diensten betreffen alle diensten die onder deze regeling werden verricht binnen de Europese Unie, met inbegrip van de diensten verricht in de lidstaat van identificatie.

Elke MOSS-aangifte staat op zich. Dit betekent dat elke wijziging aan de inhoud van die aangifte dient te gebeuren via een verbeterende aangifte (verbetering is mogelijk gedurende een periode van 3 jaar) en niet kan worden verricht in een volgende MOSS-aangifte.

Als de belastingplichtige geen aangifte heeft ingediend binnen 30 dagen na het verstrijken van het aangiftetijdvak, zendt de lidstaat van identificatie hem langs elektronische weg een aanmaning toe om hem te herinneren aan zijn aangifte- en betalingsverplichting. Eventuele verdere aanmaningen zullen worden verzonden door de lidstaat/lidstaten van verbruik die eventuele boetes en kosten in verband met een te late indiening van de aangifte vaststelt/vaststellen, in overeenstemming met zijn/hun voorschriften en procedures.

De diensten die door een lidstaat van verbruik worden vrijgesteld door één van de artikelen [131](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-131) tot [135](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) van de Richtlijn 2006/112/EG (zoals bijvoorbeeld in het kader van e-learning) of door [artikel 151 van de Richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-151) (diensten verstrekt in het kader van diplomatieke of consulaire relaties of aan internationale organisaties) mogen niet worden opgenomen in de MOSS-aangifte.

*b.2.4.* *De verschuldigde belasting met betrekking tot de aangifte voldoen binnen de termijn bepaald voor de indiening van de aangifte (artikel 58ter, § 5, derde lid, (oud) van het Btw-Wetboek)*

De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voldoet de btw, onder verwijzing naar de betreffende aangifte, op het moment dat de aangifte wordt ingediend, doch uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen deze aangifte moet worden ingediend, dat wil zeggen uiterlijk op de twintigste dag van de maand volgend op het betrokken kwartaal.

Alleen het specifieke rekeningnummer en het uniek referentienummer per aangifte die in de automatisch door de MOSS-toepassing gegenereerde ontvangstbevestiging worden vermeld, mogen gebruikt worden.

De lidstaat van identificatie kan geen betalingsregelingen of soortgelijke systemen van uitgestelde betaling aanbieden.

De Belgische administratie verzorgt de verdeling van de op deze wijze ontvangen btw tussen de verschillende lidstaten waarin de handelingen geacht worden plaats te vinden op basis van de door de operator verstrekte gegevens.

Als de belastingplichtige nalaat een betaling te verrichten of niet het volledige bedrag betaalt, zendt de lidstaat van identificatie hem langs elektronische weg een aanmaning toe op de tiende dag volgend op de dag waarop de betaling verschuldigd was.

Het is aan de lidstaat van verbruik om verdere aanmaningen te zenden of stappen te ondernemen om de btw te innen. Als de lidstaat van verbruik een aanmaning zendt, kan de belastingplichtige de nog verschuldigde btw niet langer aan de lidstaat van identificatie betalen en moet hij deze rechtstreeks aan de lidstaat van verbruik betalen. Als de belastingplichtige desondanks aan de lidstaat van identificatie betaalt, wordt de betaling door de lidstaat van identificatie niet overgemaakt aan de lidstaat van verbruik, maar teruggestort naar de belastingplichtige.

Eventuele boetes en kosten in verband met te late betalingen vallen buiten het kader van het MOSS en behoren tot de bevoegdheid van de lidstaat van verbruik, in overeenstemming met zijn voorschriften en procedures.

*b.2.5.* *Een boekhouding voeren van alle handelingen waarop de regeling van toepassing is (artikel 58ter, § 6, (oud) van het Btw-Wetboek).*

De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige voert van alle handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, een boekhouding. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de aangifte te bepalen (artikel 58ter, § 6, eerste lid, **(oud)** van het Btw-Wetboek).

[Artikel 26bis, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-26bis-f468), voornoemd, geeft nadere uitleg inzake het voeren van de boekhouding. De dienstverrichter vermeldt voor elke handeling:

•een volgnummer,

•de datum van de handeling of de periode van de uitvoering van de handeling,

•de naam en het adres van de ontvanger van de dienst,

•de beschrijving van de verstrekte dienst,

•de vermelding van het tarief dat van toepassing is in de lidstaat waar de handeling wordt geacht plaats te vinden, van de maatstaf van heffing en van het bedrag van de verschuldigde belasting,

•in voorkomend geval, de vermelding van de wettelijke bepaling op grond waarvan de handeling van de belasting is vrijgesteld of op grond waarvan de belasting niet in rekening wordt gebracht.

Hij moet bovendien op het einde van elke aangifteperiode, per betrokken lidstaat, het totaalbedrag van de maatstaf van heffing, het totaalbedrag van de overeenstemmende belasting uitgedrukt in euro, alsook het totaalbedrag van de in de Gemeenschap met betrekking tot die periode verschuldigde belasting inschrijven in de boekhouding.

De gegevens vervat in de boekhouding bedoeld in [artikel 58ter, § 6, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter) moeten langs elektronische weg ter inzage worden voorgelegd op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde alsook op dat van de ambtenaren van de bevoegde administratie van de lidstaat van verbruik ([artikel 58ter, § 6, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter)).

Deze gegevens moeten worden bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de dienst is verricht ([artikel 58ter, § 6, derde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter)).

b.3. Recht op aftrek

De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige, die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, mag de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten niet in aftrek brengen in de in [artikel 58ter, § 5, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter) bedoelde aangifte. Niettemin kan hij de teruggaaf genieten bedoeld in [artikel 76, § 2 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76) ([artikel 58ter, § 7, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter)).

Voor de periode van 01.01.2015 tot 31.12.2018 kan de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige alleen teruggaaf krijgen van deze btw van de lidstaat waarin de als voorbelasting betaalde btw werd voldaan volgens de modaliteiten voorzien door de dertiende EG-richtlijn.

De modaliteiten van het verzoek om teruggaaf zijn opgenomen in [artikel 9, § 3, van het koninklijk besluit nr.4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-a533) van 29.12.1969 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde: *Om teruggaaf van de belasting te verkrijgen moet de niet op het grondgebied van de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van de in* [*artikel 58ter*](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter) *van het Wetboek bedoelde bijzondere regeling, een aanvraag tot teruggaaf indienen bij het hoofd van het Centraal btw-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen. De aanvraag moet, in drievoud, bij deze ambtenaar toekomen uiterlijk op 30 september van het kalenderjaar volgend op het tijdvak waarop het teruggaafverzoek betrekking heeft.*

Vanaf 01.01.2019 mag de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die voor btw-doeleinden geïdentificeerd is in één of meerdere lidstaten, gebruikmaken van de bijzondere regeling MOSS niet-EU. De niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt en die niet geïdentificeerd is in de lidstaat waar de voorbelasting werd voldaan, kan teruggaaf bekomen van deze btw volgens de modaliteiten opgenomen in de dertiende richtlijn.

Daarentegen brengt de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt en die in België voor btw-doeleinden geïdentificeerd is, de bedragen van de Belgische btw die betrekking hebben op handelingen die vallen onder deze bijzondere regeling in aftrek in de periodieke btw-aangifte.

Evenzo brengt de niet in de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt en die in een andere lidstaat voor btw-doeleinden geïdentificeerd is, de in die lidstaat betaalde btw-bedragen met betrekking tot handelingen die onder deze bijzondere regeling vallen, in aftrek in de periodieke aangifte die hij in die lidstaat indient.

**D.** **Toepasselijke regeling voor in de Gemeenschap maar niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen (bijzondere regeling MOSS EU)(**[**artikel 58quater van het Btw-Wetboek**](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater)**)**

### a. Kenmerken van de bijzondere regeling MOSS EU

a.1. Op 01.01.2015

Artikel 58quater, § 1, eerste lid, (zoals het van toepassing was op 31.12.2018) van het Btw-Wetboek met betrekking tot de bijzondere regeling voor diensten verricht door in de Gemeenschap doch niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen definieert de volgende begrippen:

•"niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige": een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting op het grondgebied van de Gemeenschap heeft gevestigd, maar in de lidstaat van verbruik noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting heeft;

•"lidstaat van identificatie": de lidstaat waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd, de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft.

Indien de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd, maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft, dan is de lidstaat van identificatie die lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt en waarin de belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruik maakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden (artikel 58quater, § 1, tweede lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

Artikel 58quater, § 2, (oud) van het Btw-Wetboek bepaalt dat elke niet in de lidstaat van verbruik gevestigde operator die de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd in één van de lidstaten van de Europese Unie of die de zetel van zijn activiteit heeft gevestigd buiten de Europese Unie maar die beschikt over een vaste inrichting op het grondgebied van de EU, en die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten verricht voor een niet-belastingplichtige die in een andere lidstaat is gevestigd of er zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, van deze bijzondere regeling gebruik mag maken. Deze regeling is van toepassing op alle aldus in de Gemeenschap verrichte diensten. De belastingplichtige kan zich niet beroepen op de MOSS-regeling voor de diensten die hij verricht in een lidstaat waar hij beschikt over een inrichting (zetel van economische activiteit of vaste inrichting).

Kunnen zich bijgevolg registreren in het Belgische systeem van het mini enig loket EU:

•de belastingplichtigen die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd in België;

•de belastingplichtigen die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd buiten de Europese Unie, maar die beschikken over een vaste inrichting in België. Voor zover die belastingplichtigen beschikken over meerdere vaste inrichtingen in de Europese Unie, mogen zij zich inschrijven in de lidstaat van hun keuze.

Kunnen zich daarentegen niet registreren in het Belgische systeem van het mini enig loket EU:

•de belastingplichtigen die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Unie (zelfs al beschikken ze in België over een vaste inrichting, een rechtstreekse btw-identificatie of een aansprakelijke vertegenwoordiger). Die belastingplichtigen kunnen zich alleen inschrijven in het MOSS-systeem in de lidstaat waar de hoofdzetel van hun economische activiteit is gevestigd;

•de belastingplichtige die de hoofdzetel van hun economische activiteit hebben gevestigd buiten de Europese Unie en die niet beschikken over een vaste inrichting in België (zelfs al hebben ze in België een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen)

De belastingplichtige die de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd in België of de niet Europese belastingplichtige die beschikt over een vaste inrichting in België kan de Belgische regeling van het mini enig loket EU exclusief gebruiken voor de telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten die hij verstrekt aan een niet-belastingplichtige ontvanger van diensten die gevestigd is in een lidstaat waar hij niet gevestigd is. Dit betekent dan ook dat de diensten van dat type die hij verstrekt aan een in België gevestigde niet-belastingplichtige klant (handeling op te nemen in de Belgische periodieke btw-aangifte) en aan een niet-belastingplichtige klant die is gevestigd in een lidstaat waar die belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting (handeling op te nemen in de in die lidstaat in te dienen periodieke btw-aangifte) niet thuishoren in het MOSS-systeem.

Horen evenmin thuis in het MOSS-systeem de handelingen die plaatsvinden in andere lidstaten en die de belastingplichtige verstrekt aan niet-belastingplichtige klanten, maar die geen telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten uitmaken (zoals bij voorbeeld de verkopen op afstand, de leveringen met montage, werken in onroerende staat, …).

De telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten die worden verstrekt aan een belastingplichtige ontvanger van diensten die is gevestigd in een andere lidstaat mogen nooit worden opgenomen onder de Belgische regeling MOSS EU (handelingen die plaatsvinden in de lidstaat van de ontvanger en waarvoor de ontvanger de schuldenaar is van de btw).

Tot slot wordt eraan herinnerd dat de regeling MOSS EU **facultatief** is. Een onderneming die alle toegangsvoorwaarden tot de regeling MOSS EU vervult, kan beslissen om zich te laten identificeren in de verschillende lidstaten waar zij de bedoelde diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige klanten en om niet in die regeling te stappen. Zij zal dan btw-aangiften moeten indienen in alle lidstaten waar zij dat type handelingen heeft verricht. Echter, als zij kiest voor de regeling MOSS EU, dan moet zij die regeling toepassen voor alle telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten die zij verstrekt aan niet-belastingplichtigen en die plaatsvinden in de lidstaten waar zij niet is gevestigd, met inbegrip van de lidstaten waar zij is geïdentificeerd zonder er gevestigd te zijn.

a.2. Op 01.01.2019

Artikel 1 van de richtlijn 2017/2455 van de Raad van 05.12.2017 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG wat betreft bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen van goederen, voert met datum van uitwerking op 01.01.2019 onder bepaalde voorwaarden een afwijking in voor de plaatsbepaling van de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige personen door dienstverrichters die gevestigd zijn of hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere lidstaat dan die van de afnemer.

Om te vermijden dat bepaalde ondernemingen geconfronteerd worden met de verplichting om zich vanaf de eerste handeling die valt onder deze regeling, te registreren in de MOSS-regeling, werd beslist om een unieke drempel van 10.000 euro (jaarlijks omzetcijfer) in te voeren die in alle lidstaten van toepassing is.

Het nieuwe tweede lid van [artikel 21bis, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis) voorziet voortaan in een nieuwe **communautaire drempel van 10.000 euro** tot welk bedrag de bedoelde handelingen plaatsvinden in de lidstaat van vestiging van de dienstverrichter en deze dus onderworpen blijven aan de btw-regels van toepassing in deze lidstaat. Het gaat hier dus om een gedeeltelijke terugkeer naar de algemene plaatsbepalingsregel van toepassing op diensten verricht voor niet-belastingplichtigen, zoals voorzien in [artikel 21bis, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis).

Artikel 21bis, § 2, 9°, (nieuw) van het Btw-Wetboek bepaalt voortaan het volgende:

§ 2, In afwijking van paragraaf 1 wordt als plaats van de dienst aangemerkt:

9° de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer de dienst tot voorwerp heeft:

a) telecommunicatiediensten,

b) radio- en televisieomroepdiensten,

c) langs elektronische weg verrichte diensten.

Het eerste lid is evenwel niet van toepassing wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de dienstverrichter is gevestigd of, bij gebreke van een vestiging, heeft zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats in slechts één lidstaat;

b) de diensten worden verleend aan niet-belastingplichtigen die gevestigd zijn, hun woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere dan de onder a) bedoelde lidstaat;

c) het totale bedrag van de onder b) bedoelde diensten, de btw niet inbegrepen, is in het lopende kalenderjaar niet hoger dan 10.000 euro of de tegenwaarde daarvan in de nationale munteenheid, en heeft dit bedrag ook niet overschreden in de loop van het voorafgaande kalenderjaar.

Wanneer de in het tweede lid, c), bedoelde drempel in de loop van een kalenderjaar wordt overschreden, is het eerste lid van toepassing vanaf de eerste handeling, in zijn geheel beschouwd, waardoor de drempel wordt overschreden.

De belastingplichtigen die in aanmerking komen voor de toepassing van de bepalingen van het tweede lid, kunnen ervoor opteren dat de plaats van de diensten wordt bepaald overeenkomstig het eerste lid. Deze optie geldt voor een periode van ten minste twee kalenderjaren.

De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de bepalingen van het derde en het vierde lid, met name de mededeling van de informatie bedoeld in het derde lid en de uitoefeningsmodaliteiten van de optie bedoeld in het vierde lid.

Paragraaf 2 van artikel 58quater (oud) van het Btw-Wetboek werd eveneens aangepast om elke dubbelzinnigheid te vermijden met betrekking tot de belastingplichtigen waarop de maatregel betrekking heeft, en verwijst specifiek naar paragraaf 3 van hetzelfde artikel van het Btw-Wetboek:

§ 2. Elke niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige bedoeld in paragraaf 3 die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten verricht voor een niet-belastingplichtige die in een andere lidstaat gevestigd is of er zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, mag gebruik maken van deze bijzondere regeling. Deze regeling is van toepassing op alle aldus in de Gemeenschap verrichte diensten.

Door deze toevoeging wordt verduidelijkt dat de regeling MOSS EU enkel kan worden gebruikt voor de afdracht van btw die verschuldigd is op de diensten die voor btw-doeleinden geacht worden plaats te hebben in een andere lidstaat dan degene waar de dienstverrichter is gevestigd.

Door de wijziging van de plaats van de dienst voor telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en elektronische diensten (artikel 21 bis, § 2, 9°, (nieuw) van het Btw-Wetboek) zal het, in tegenstelling tot voordien, mogelijk zijn, onder bepaalde voorwaarden, dat dergelijke diensten die worden verstrekt aan niet-belastingplichtige afnemers in een andere lidstaat, niet in die lidstaat plaatsvinden maar in de lidstaat van vestiging van de dienstverrichter. De btw die eventueel op dergelijke diensten verschuldigd is in de lidstaat van vestiging van de dienstverrichter mag uiteraard niet via de regeling MOSS EU worden afgedragen, maar dient desgevallend te worden opgenomen in de nationale btw-aangifte van de dienstverrichter.

1.*Jaarlijks omzetcijfer kleiner dan of gelijk aan de drempel van 10.000 euro*

Indien het omzetcijfer van de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en elektronische diensten aan niet-belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat, dat werd gerealiseerd door een Belgische belastingplichtige geregistreerd in de MOSS-regeling, in de loop van het jaar 2018 niet meer bedroeg dan 10.000 euro, vinden dergelijke diensten die hij vanaf 1 januari 2019 verricht in principe plaats waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Zij zijn bijgevolg onderworpen aan de Belgische btw (artikel 21bis, §1, (nieuw) van het Btw-Wetboek). Aangezien hij dit soort diensten niet langer in andere lidstaten verricht, moet de belastingplichtige zich uitschrijven uit de MOSS-regeling.

De belastingplichtige kan er evenwel voor kiezen dat deze diensten plaatsvinden waar de afnemer van de diensten is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, overeenkomstig artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, (nieuw) van het Btw-Wetboek. Een belastingplichtige die de drempel niet bereikt en ervoor kiest om in het MOSS-systeem te blijven, is aan deze keuze gebonden voor een periode van ten minste twee kalenderjaren vanaf de datum van de optie.

De Belgische belastingplichtige die onder deze nieuwe bepaling valt en die de administratie niet op de hoogte brengt van zijn keuze, wordt geacht niet te hebben gekozen en wordt dus uitgesloten van de MOSS-regeling. Indien hij echter in de loop van 2019 de drempel van 10.000 euro overschrijdt, vinden zijn diensten opnieuw plaats waar de klant is gevestigd of waar hij zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, overeenkomstig artikel 21bis, § 2, 9°, eerste lid, (nieuw) van het Btw-Wetboek. Voor de handeling die ertoe leidt dat de drempel wordt overschreden en voor de daaropvolgende handelingen kan de belastingplichtige zich opnieuw in de MOSS-regeling registreren.

2.*Jaarlijks omzetcijfer groter dan de drempel van 10.000 euro*

Indien de drempel van 10.000 euro wordt overschreden, blijft de verplichting om zich te registreren en de handelingen aan te geven via de regeling MOSS gehandhaafd. De belastingplichtige blijft genieten van de administratieve vereenvoudiging die deze regeling biedt en past de btw van de lidstaat van verbruik toe voor de MOSS-diensten.

### b. Toepassingsvoorwaarden van de bijzondere regeling

b.1. Registratie, wijziging, stopzetting en doorhaling in België

*b.1.1.* *Registratie*

De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in België heeft gevestigd of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet heeft gevestigd in de Gemeenschap, uitsluitend in België over een vaste inrichting beschikt, doet opgave van het begin van zijn onder deze bijzondere regeling vallende economische activiteit op het elektronische adres dat daarvoor door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is gecreëerd (artikel 58quater, § 3, eerste lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

Indien de niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de Gemeenschap heeft gevestigd, maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft, en hij België kiest als lidstaat van identificatie, dan doet hij opgave van het begin van zijn onder deze bijzondere regeling vallende economische activiteit op het in het eerste lid bedoelde elektronische adres (artikel 58quater, § 3, tweede lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

De registratie in de regeling MOSS die mogelijk is sedert 01.10.2014 verloopt volledig geautomatiseerd aan de hand van het Belgische btw-identificatienummer, via het portaal Intervat > module MOSS > registratie.

Dit portaal is 24 uur op 24 en 7 dagen op 7 op beveiligde wijze toegankelijk voor de belastingplichtige en voor zijn lasthebber.

De belastingplichtige moet de volgende informatie verstrekken (artikel 58ter, § 3, tweede lid, (oud) van het Btw-Wetboek):

•naam,

•postadres,

•elektronische adressen, met inbegrip van websites,

•in voorkomend geval, het nationale belastingnummer,

•een verklaring dat hij niet voor btw-doeleinden geïdentificeerd is in de Gemeenschap.

In de praktijk vereist de registratie in de module MOSS op Intervat het invullen van de volgende verplichte velden:

•Naam,

•Handelsnaam,

•Zetel van bedrijfsuitoefening,

•Postadres (straat, nummer, bus, postcode, plaats en land),

•Contactgegevens (identiteit van de contactpersoon, e-mailadres en telefoonnummer),

•Bankgegevens (rekeninghouder, BIC(SWIFT)-code, bankrekeningnummer IBAN/OBAN),

•Datum van ingang van het gebruik van de bijzondere regeling MOSS.

In voorkomend geval worden ook het adres van de website en het oude identificatienummer gevraagd.

De belastingplichtige die de registratie aanvraagt moet op erewoord verklaren dat hij niet in het bezit is van een btw-identificatienummer in de Gemeenschap en dat hij kennis heeft genomen van alle wettelijke bepalingen van het mini enig loket (MOSS), door de gepaste vakjes aan te kruisen.

De lidstaat van identificatie zal bepaalde controles uitvoeren op de verstrekte registratiegegevens om er zeker van te zijn dat de belastingplichtige voldoet aan de voorwaarden voor het gebruik van de regeling. Hij zal daarbij ten minste nagaan of de belastingplichtige niet al in een andere lidstaat voor het MOSS geregistreerd is en hoe het staat met de quarantaineperiodes.

Op basis van de resultaten van deze controles kan de lidstaat van identificatie de registratie voor het MOSS weigeren. De belastingplichtige kan in beroep gaan tegen deze beslissing volgens de nationale procedures.

Voor de belastbare handelingen die hij verricht in het kader van deze bijzondere regeling, maakt de belastingplichtige gebruik van zijn btw-identificatienummer dat aan hem werd toegekend overeenkomstig [artikel 50, § 1, eerste lid, 1°,van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-50) (artikel 58quater, § 3, derde lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

De registratie gaat in vanaf de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op dat waarin de belastingplichtige de lidstaat van identificatie heeft meegedeeld dat hij gebruik wenst te maken van de regeling. Als een belastingplichtige bijvoorbeeld dus op 15.02.2019 de lidstaat van identificatie meedeelt dat hij gebruik wenst te maken van deze regeling en daarvoor de vereiste gegevens verstrekt, zal hij gebruik kunnen maken van het mini-éénloketsysteem voor diensten die hij vanaf 01.04.2019 verricht.

Er kunnen zich echter situaties voordoen waarin de belastingplichtige vóór deze datum diensten begint te verlenen in het kader van deze regeling. In dat geval gaat de regeling in vanaf de datum van de eerste dienstverrichting, op voorwaarde dat de belastingplichtige de lidstaat van identificatie uiterlijk op de tiende dag van de maand volgend op die eerste dienstverrichting heeft meegedeeld dat hij begonnen is met de activiteiten die onder deze regeling vallen. Deze termijn geldt ook voor elke wijziging in de registratiegegevens in het geval dat de belastingplichtige de lidstaat van identificatie reeds heeft meegedeeld dat hij vanaf het volgende kwartaal diensten onder de regeling wil verrichten, maar daarmee in de praktijk al begint vóór die datum. Als de belastingplichtige deze termijn niet naleeft, dient hij zich voor btw-doeleinden te identificeren in de lidstaat of lidstaten van zijn afnemer(s) en daar de btw te voldoen.

Stel bijvoorbeeld dat de belastingplichtige op 01.03.2019 zijn eerste dienst verleent aan een niet-belastingplichtige. Zolang de lidstaat van identificatie hiervan op de hoogte wordt gebracht uiterlijk op 10.04.2019, zal de belastingplichtige toegang hebben tot de bijzondere regeling vanaf 01.03.2019, en zullen alle daaropvolgende diensten onder deze regeling vallen.

*b.1.2.* *Wijziging en stopzetting*

De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige bedoeld in paragraaf 3, doet eveneens langs elektronische weg opgave van de beëindiging van deze activiteit, alsook van wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken (artikel 58quater, § 4, eerste lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

De wijzigingen van de registratiegegevens moeten uiterlijk de tiende dag van de maand volgend op de wijziging worden ontvangen. Het individueel btw-identificatienummer daarentegen kan niet worden gewijzigd.

Elke belastingplichtige die gebruikmaakt van de MOSS EU-regeling, kan zijn lidstaat van identificatie wijzigen door voor een andere lidstaat te kiezen waar hij over een vaste inrichting beschikt, op voorwaarde dat de zetel van zijn economische activiteit nog altijd niet in de EU is gevestigd. De belastingplichtige is aan deze keuze gebonden gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren. Het betreft in feite een vrijwillige uitschrijving gevolgd door een nieuwe registratie. De belastingplichtige moet zich dus uit het register van de oude lidstaat van identificatie laten uitschrijven en zich volgens de normale regels laten registreren in de nieuwe lidstaat van identificatie.

Om zich te laten uitschrijven uit deze regeling, moet de belastingplichtige de lidstaat van identificatie van zijn voornemen in kennis stellen ten minste vijftien dagen vóór het einde van het kalenderkwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarin hij de regeling niet langer wenst toe te passen. Als een belastingplichtige zich bijvoorbeeld vanaf 01.07.2019 uit de regeling wil laten uitschrijven, moet hij de lidstaat van identificatie hiervan vóór 15.06.2019 in kennis stellen.

Zodra de belastingplichtige de MOSS-regeling niet meer toepast, moeten de verplichtingen die voortvloeien uit het verlenen van telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten waarbij btw verschuldigd wordt na de datum waarop de belastingplichtige de regeling niet meer toepast, worden voldaan bij de lidstaat (lidstaten) van verbruik.

De belastingplichtige is in dit geval in alle lidstaten gedurende twee kalenderkwartalen uitgesloten van de regeling die hij niet langer toepast.

*b.1.3.* *Doorhaling*

De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige wordt uitgesloten van deze bijzondere regeling indien (artikel 58quater, § 4, tweede lid, (oud) van het Btw-Wetboek):

1° hij meldt dat hij niet langer telecommunicatiediensten, omroepdiensten of elektronische diensten verricht;

2° anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan deze bijzondere regeling onderworpen belastbare handelingen beëindigd zijn;

3° hij niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken;

4° hij bij voortduring niet voldoet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling.

In de praktijk kan het vermoeden van beëindiging van activiteit beoogd in artikel 58quater, § 4, tweede lid, 2°, (oud) van het Btw-Wetboek worden ingeroepen wanneer de belastingplichtige gedurende acht opeenvolgende kalenderkwartalen geen diensten heeft verricht die vallen onder de regeling MOSS.

De in het 4° van hetzelfde artikel voorziene uitsluiting is van toepassing indien zich ten minste één van de volgende situaties voordoet :

•de lidstaat van identificatie heeft hem voor drie onmiddellijk voorafgaande kalenderkwartalen herinneringen toegezonden en de btw-aangifte voor elk van deze kalenderkwartalen is niet binnen tien dagen na de verzending van de herinneringen ingediend;

•de lidstaat van identificatie heeft hem voor drie onmiddellijk voorafgaande kalenderkwartalen herinneringen toegezonden en hij heeft tien dagen na de verzending van elke herinnering nog altijd niet het volledige btw-bedrag voor elk van deze kalenderkwartalen betaald, tenzij het resterende niet-betaalde bedrag lager is dan 100 EUR per kalenderkwartaal;

•hij heeft, na een verzoek van de lidstaat van identificatie of de lidstaat van verbruik, en één maand na de daaropvolgende herinneringen van de lidstaat van identificatie, nagelaten de boekhouding langs elektronische weg beschikbaar te stellen.

Iedere lidstaat kan de lidstaat van identificatie verzoeken om de belastingplichtige uit de regeling te sluiten, maar alleen de lidstaat van identificatie kan de beslissing tot uitsluiting nemen. Een belastingplichtige kan beroep aantekenen tegen de beslissing tot uitsluiting overeenkomstig de nationale procedures die van toepassing zijn in de lidstaat van identificatie.

## De quarantaineperiode

De quarantaineperiode is de periode waarin de belastingplichtige geen gebruik meer mag maken van één of van beide regelingen in het mini-enig loketsysteem. Alleen in de volgende gevallen is er een quarantaineperiode van toepassing :

•De belastingplichtige deelt de lidstaat van identificatie mee dat hij niet langer telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten levert. Er is een quarantaineperiode van twee kalenderkwartalen vanaf de datum van beëindiging. De quarantaine geldt alleen voor de regeling waarvan de belastingplichtige gebruikmaakte;

•De belastingplichtige stapt vrijwillig uit de regeling. Er is een quarantaineperiode van twee kalenderkwartalen vanaf de datum van beëindiging. De quarantaine geldt alleen voor de regeling waarvan de belastingplichtige gebruikmaakte;

•De belastingplichtige voldoet bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling. Er is een quarantaineperiode van acht kalenderkwartalen vanaf de datum van beëindiging. Deze quarantaine geldt voor beide regelingen;

•De belastingplichtige is uitgesloten omdat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om gebruik te mogen maken van de bijzondere regeling in kwestie. Er is geen quarantaineperiode van toepassing;

•er wordt aangenomen dat de belastingplichtige zijn activiteiten die aan een bijzondere regeling onderworpen zijn, heeft beëindigd omdat hij geen onder die regeling vallende diensten heeft verleend gedurende acht opeenvolgende kalenderkwartalen. Er is geen quarantaineperiode van toepassing.

## Datum waarop de uitsluiting van kracht wordt

Wanneer de belastingplichtige vrijwillig uit de regeling stapt, wordt de beëindiging van kracht op de eerste dag van het volgende kalenderkwartaal.

Wanneer de belastingplichtige de lidstaat van identificatie ervan in kennis stelt dat hij niet langer telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten levert of wanneer hij bij voortduring niet aan de voorschriften van de bijzondere regeling voldoet, wordt de uitsluiting van kracht op de eerste dag van het kalenderkwartaal volgend op de dag waarop de beslissing tot uitsluiting langs elektronische weg aan de belastingplichtige is toegezonden. Wanneer de uitsluiting echter het gevolg is van een verplaatsing van de zetel van de belastingplichtige of zijn vaste inrichting, wordt de uitsluiting van kracht op de datum van die verplaatsing op voorwaarde dat de belastingplichtige beide lidstaten van de verplaatsing in kennis heeft gesteld uiterlijk op de tiende dag van de maand volgend op de verplaatsing.

b.2. Verplichtingen van de dienstverrichter die ervoor heeft gekozen om zich in België te registreren voor de bijzondere regeling MOSS EU

*b.2.1.* *De administratie langs elektronische weg informeren van het tijdstip waarop hij een economische activiteit, onderworpen aan de regeling MOSS, aanvangt (artikel 53octies, § 2 en artikel 58quater, § 3, eerste lid, (oud) van het Btw-Wetboek).*

Deze inlichtingen moeten meegedeeld worden via het portaal Intervat > module MOSS > Registratie, zoals hierboven vermeld.

*b.2.2.* *De administratie langs elektronische weg informeren van het tijdstip van de stopzetting van deze activiteit of de wijziging ervan in die mate dat hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken (artikel 58quater, § 4, eerste lid, (oud) van het Btw-Wetboek).*

*b.2.3.* *Per kwartaal een aangifte indienen voor alle handelingen die deze regeling genieten (artikel 58quater, § 5, eerste tot derde lid, (oud) van het Btw-Wetboek).*

De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige bedoeld in [artikel 58quater, § 3, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) moet voor elk kalenderkwartaal langs elektronische weg een aangifte opgesteld in euro indienen uiterlijk de twintigste dag van de maand na het verstrijken van het betrokken kalenderkwartaal. De indiening van deze aangifte is verplicht, zelfs in het geval er tijdens het kwartaal geen handelingen zijn verricht.

De uiterste termijn voor de indiening van de aangifte wijzigt niet als deze datum in het weekend of op een feestdag valt. Een aangifte mag niet worden ingediend voordat het aangiftetijdvak is afgelopen.

Deze informatie moet meegedeeld worden via het portaal Intervat > module MOSS > Aangifte.

Een Pdf die het geheel van de gegevens van de aangifte per lidstaat van verbruik herneemt, wordt automatisch aangemaakt en moet elektronisch door de aangever worden ondertekend. Deze Pdf doet dienst als ontvangstmelding.

Deze aangifte bevat het btw-identificatienummer en, voor het tijdvak waarop ze betrekking heeft en voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is:

•het totale bedrag, btw niet inbegrepen, van de verrichte telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten,

•het totale bedrag van de belasting daarover, opgesplitst naar belastingtarieven,

•de geldende btw-tarieven,

•de totale verschuldigde belasting.

Wat de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten betreft, moet de aangifte MOSS twee afzonderlijke types van handelingen vermelden, uitgesplitst volgens lidstaat van verbruik:

•deze die worden verricht door de Belgische hoofdzetel van de belastingplichtige (handelingen verricht door de Belgische vaste inrichting als het een buiten de EU gevestigde belastingplichtige betreft);

•deze die worden verricht door de vaste inrichtingen waarover die belastingplichtige beschikt in andere lidstaten. Het individueel btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer van elke inrichting wordt dan eveneens vermeld.

Er wordt aan herinnerd dat in de aangifte MOSS alleen de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en de langs elektronische weg verrichte diensten mogen worden vermeld die onderworpen zijn aan de btw in de lidstaten waar hij niet is gevestigd, ongeacht of zij worden verricht door de Belgische hoofdzetel of door de andere vaste inrichtingen. Bijgevolg zullen deze diensten verstrekt aan particuliere klanten in een lidstaat waar de belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting moeten worden aangegeven in de binnenlandse btw-aangifte van deze inrichting en niet via de MOSS-aangifte.

Voorbeeld:

•een belastingplichtige A heeft zijn hoofdkantoor in Italië en vaste inrichtingen in Frankrijk en België;

•het hoofdkantoor verleent telecommunicatiediensten aan particulieren in Frankrijk en Duitsland

•de vaste inrichting in België verleent telecommunicatiediensten aan particulieren in Frankrijk en Duitsland;

•belastingplichtige A geeft zijn diensten in Duitsland aan in zijn aangifte MOSS in Italië maar moet zijn diensten in Frankrijk aangeven in de binnenlandse btw-aangifte van de Franse vaste inrichting.

De handelingen onderworpen aan de btw in België worden opgenomen in de Belgische periodieke btw-aangifte en de handelingen onderworpen aan de btw in een lidstaat waar de belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting worden opgenomen in de in die andere lidstaat in te dienen periodieke btw-aangifte.

Elke MOSS-aangifte staat op zich. Dit betekent dat elke wijziging van de inhoud van die aangifte dient te gebeuren via een verbeterende aangifte (verbetering is mogelijk gedurende een periode van 3 jaar) en kan niet worden verricht in een volgende MOSS-aangifte.

Als de belastingplichtige geen aangifte heeft ingediend binnen 30 dagen na het verstrijken van het aangiftetijdvak, zendt de lidstaat van identificatie hem langs elektronische weg een aanmaning toe om hem te herinneren aan zijn aangifte- en betalingsverplichting. Eventuele verdere aanmaningen zullen worden verzonden door de lidstaat/lidstaten van verbruik die eventuele boetes en kosten in verband met een te late indiening van de aangifte vaststelt/vaststellen, in overeenstemming met zijn/hun voorschriften en procedures.

De diensten die door een lidstaat van verbruik worden vrijgesteld door één van de artikelen [131](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-131) tot [135](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) van de Richtlijn 2006/112/EG (zoals bijvoorbeeld in het kader van e-learning) of door [artikel 151 van de Richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-151) (diensten verstrekt in het kader van diplomatieke of consulaire betrekkingen of aan internationale organisaties) moeten niet worden opgenomen in de MOSS-aangifte.

*b.2.4.* *De verschuldigde belasting met betrekking tot de aangifte voldoen binnen de termijn bepaald voor de indiening van die aangifte (artikel 58quater, § 5, vierde lid, (oud) van het Btw-Wetboek)*

De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige voldoet de btw, op het moment dat de aangifte wordt ingediend, doch uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen deze aangifte moet worden ingediend, dat wil zeggen uiterlijk op de twintigste dag van de maand volgend op het betrokken kwartaal.

Alleen het specifieke rekeningnummer en het unieke gestructureerde referentienummer per aangifte die in de automatisch door de MOSS-toepassing gegenereerde ontvangstbevestiging worden vermeld, mogen gebruikt worden.

De lidstaat van identificatie mag geen betalingsregelingen of soortgelijke systemen van uitgestelde betaling aanbieden.

De Belgische administratie verzorgt de verdeling van de op deze wijze ontvangen btw tussen de verschillende lidstaten waarin de handelingen geacht worden plaats te vinden op basis van de door de operator verstrekte gegevens.

Als de belastingplichtige nalaat een betaling te verrichten of niet het volledige bedrag betaalt, zendt de lidstaat van identificatie hem langs elektronische weg een aanmaning toe op de tiende dag volgend op de dag waarop de betaling verschuldigd was.

Het is aan de lidstaat van verbruik om verdere aanmaningen te zenden of stappen te ondernemen om de btw te innen. Als de lidstaat van verbruik een aanmaning zendt, kan de belastingplichtige de nog verschuldigde btw niet langer aan de lidstaat van identificatie betalen en moet hij deze rechtstreeks aan de lidstaat van verbruik betalen. Als de belastingplichtige desondanks aan de lidstaat van identificatie betaalt, wordt de betaling door de lidstaat van identificatie niet overgemaakt aan de lidstaat van verbruik, maar teruggestort naar de belastingplichtige.

Eventuele boetes en kosten in verband met te late betalingen vallen buiten het kader van het MOSS-systeem en behoren tot de bevoegdheid van de lidstaat van verbruik, in overeenstemming met zijn voorschriften en procedures.

*b.2.5.* *Een boekhouding voeren van alle handelingen waarop deze regeling van toepassing is (artikel 58quater, § 6, (oud) van het Btw-Wetboek).*

De niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige voert van alle handelingen waarop deze bijzondere regeling van toepassing is, een boekhouding. Deze boekhouding moet voldoende gegevens bevatten om de belastingautoriteiten van de lidstaat van verbruik in staat te stellen de juistheid van de aangifte te bepalen (artikel 58quater, § 6, eerste lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

[Artikel 26bis, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-26bis-f468), voornoemd, geeft nadere uitleg inzake het voeren van de boekhouding. De dienstverrichter vermeldt voor elke handeling:

•een volgnummer,

•de datum van de handeling of de periode van de uitvoering van de handeling,

•de naam en het adres van de ontvanger van de dienst,

•de beschrijving van de verstrekte dienst,

•de vermelding van het tarief dat van toepassing is in de lidstaat waar de handeling wordt geacht plaats te vinden, van de maatstaf van heffing en van het bedrag van de verschuldigde belasting,

•in voorkomend geval, de vermelding van de wettelijke bepaling op grond waarvan de handeling van de belasting is vrijgesteld of op grond waarvan de belasting niet in rekening wordt gebracht.

Hij moet bovendien op het einde van elke aangifteperiode, per betrokken lidstaat, het totaalbedrag van de maatstaf van heffing, het totaalbedrag van de overeenstemmende belasting uitgedrukt in euro, alsook het totaalbedrag van de in de Gemeenschap met betrekking tot die periode verschuldigde belasting inschrijven in de boekhouding.

Paragraaf 2 van datzelfde artikel heeft betrekking op de belastingplichtige onderworpen aan de regeling MOSS EU die één of meer vaste inrichtingen heeft in andere lidstaten van waaruit de diensten worden verricht. Zijn boekhouding dient eveneens het totale bedrag van de telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten of elektronische diensten te vermelden die onder deze bijzondere regeling vallen per lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft gevestigd en uitgesplitst naar lidstaat van verbruik.

De gegevens vervat in de boekhouding bedoeld in [artikel 58quater, § 6, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) moeten langs elektronische weg ter inzage worden voorgelegd op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde alsook op dat van de ambtenaren van de bevoegde administratie van de lidstaat van verbruik (artikel 58quater, § 6, tweede lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

Deze gegevens moeten worden bewaard gedurende tien jaar na afloop van het jaar waarin de dienst is verricht (artikel 58quater, § 6, derde lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

b.3. Recht op aftrek

Er is geen enkele aftrek mogelijk via deze aangifte MOSS, overeenkomstig artikel 58quater, § 7, eerste lid, (oud) van het Btw-Wetboek: de niet in België gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, mag de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten niet in aftrek brengen in de in paragraaf 5 bedoelde aangifte.

De niet in België gevestigde belastingplichtige kan niettemin, volgens de normale regels, de teruggaaf genieten van de voorbelasting die hij voldaan heeft om goederen en diensten te verkrijgen die hij gebruikt ten behoeve van de belastbare activiteiten die de voormelde regeling genieten, overeenkomstig [artikel 76, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76) (artikel 58quater, § 7, tweede lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

In het geval hij niet voor de btw geïdentificeerd is in België, zal hij de teruggave van de als voorbelasting betaalde Belgische btw kunnen verkrijgen, volgens de modaliteiten voorzien door de Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12.02.2008 (zie koninklijk besluit nr. 56 van 09.12.2009 met betrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf). Dit verzoek moet ingediend worden via het portaal Intervat > module VATREFUND > Mijn aangifte.

Indien de niet in België gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt echter in België ook handelingen verricht die niet aan deze bijzondere regeling onderworpen zijn en waarvoor hij zich voor de btw heeft laten identificeren in België, brengt hij de belasting die verband houdt met de aan deze bijzondere regeling onderworpen handelingen in aftrek in de periodieke aangifte (artikel 58quater, § 7, derde lid, (oud) van het Btw-Wetboek).

Daartegenover is het de in België gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van deze bijzondere regeling niet toegestaan de buitenlandse btw in aftrek te brengen in de MOSS EU aangifte.

In het geval hij niet voor de btw geïdentificeerd is in deze lidstaten, zal hij de teruggaaf van die buitenlandse btw kunnen verkrijgen volgens de modaliteiten voorzien door de Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12.02.2008.

De in België gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van deze bijzondere regeling en die in een andere lidstaat ook handelingen verricht die niet onderworpen zijn aan deze bijzondere regeling waarvoor hij zich voor de btw heeft laten identificeren, trekt de bedragen van de btw met betrekking tot de handelingen onderworpen aan deze bijzondere regeling, af in de periodieke aangifte die hij indient in die lidstaat.

b.4. In de Belgische periodieke btw-aangifte op te nemen handelingen MOSS

Om te bepalen welke in de aangifte MOSS aangegeven handelingen eveneens moeten worden opgenomen in de Belgische periodieke aangifte, worden drie specifieke gevallen onderzocht ([Beslissing nr. E.T. 126.947 van 22.12.2014](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-126-947-telecommunicatiediensten-radio-televisieomroepdiensten-langs-d2c3)).

*1.* *De belastingplichtige heeft zijn hoofdzetel in België.*

De in andere lidstaten verrichte handelingen die de belastingplichtige in zijn MOSS-aangifte heeft opgenomen (met inbegrip van die welke worden verricht door vaste inrichtingen waarover hij eventueel beschikt in andere lidstaten), moeten worden vermeld in rooster 47 van zijn periodieke btw-aangifte.

Aangezien de MOSS-aangifte slechts per kwartaal wordt ingediend, wordt aanvaard dat de belastingplichtige gehouden tot de indiening van maandaangiften, deze MOSS-handelingen enkel globaal opneemt in de periodieke btw-aangifte van de laatste maand van elk kwartaal.

Voorbeeld:

De vennootschap naar Belgisch recht X, een maandaangever actief in de telecommunicatiesector, heeft een MOSS-aangifte ingediend voor het eerste kwartaal van 2019. Deze aangifte omvat de handelingen die zij heeft verricht in Frankrijk en in het Groothertogdom Luxemburg voor een waarde van 20.000 euro én de handelingen die haar Poolse vaste inrichting heeft verricht in de Tsjechische Republiek en in Slowakije voor een waarde van 15.000 euro.

De vennootschap X neemt een bedrag van 35.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte van maart 2019, in te dienen uiterlijk op 20.04.2019.

*2.* *De belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting in België.*

De handelingen die in de MOSS-aangifte zijn opgenomen en die werden verricht door de Belgische vaste inrichting van een buitenlandse belastingplichtige, moeten worden opgenomen in rooster 47 van de Belgische periodieke btw-aangifte.

Er wordt eveneens toegestaan dat de Belgische vaste inrichting die gehouden is tot het indienen van maandaangiften, deze MOSS-handelingen enkel globaal opneemt in de periodieke btw-aangifte van de laatste maand van elk kwartaal.

Voorbeelden:

1\. De Noorse vennootschap Y, die elektronische diensten verricht, beschikt over een vaste inrichting in België en in Duitsland. Zij heeft zich in België ingeschreven voor de regeling MOSS en heeft een aangifte MOSS ingediend voor het 1 ste kwartaal 2019. Die aangifte omvat de handelingen die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Nederland voor een waarde van 10.000 euro en de handelingen die haar Duitse vaste inrichting heeft verricht in Denemarken en Zweden voor een waarde van 50.000 euro.

De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de indiening van maandelijkse periodieke aangiften. Zij neemt een bedrag van 10.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte van maart 2019, in te dienen uiterlijk op 20.04.2019.

2\. De Italiaanse vennootschap Z, die elektronische diensten verricht, beschikt over een vaste inrichting in België. Zij heeft zich in Italië ingeschreven voor de regeling MOSS en heeft een aangifte MOSS ingediend voor het eerste kwartaal van 2019. Die aangifte omvat de handelingen die de Italiaanse hoofdzetel heeft verricht in Spanje, Portugal en Kroatië voor een waarde van 100.000 euro én de handelingen die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Nederland en in Frankrijk voor een waarde van 30.000 euro.

De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de indiening van maandelijkse periodieke aangiften. Zij neemt een bedrag van 30.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte van maart 2019, in te dienen uiterlijk op 20.04.2019.

*3.* *De belastingplichtige beschikt in België over een rechtstreekse btw-identificatie of een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting.*

De in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige die zich in zijn lidstaat ingeschreven heeft voor de regeling MOSS en die in België beschikt over een rechtstreekse btw-identificatie of over een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting, moet de in België gerealiseerde handelingen die hij opgenomen heeft in zijn MOSS-aangifte, niet inschrijven in zijn Belgische periodieke aangifte.

##### E. Facturering

**a.** **Tussen 01.01.2015 en 31.12.2018**

a.1. Toepasselijke wetgeving

Om te bepalen welke de toepasselijke regels zijn inzake de facturering van telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten aan niet belastingplichtige klanten, moet vooreerst worden verwezen naar [artikel 53decies van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) dat vastlegt welk land bevoegd is om de factureringsregels vast te stellen.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies), gelden voor de facturering de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de levering van het goed of de dienst geacht wordt te zijn verricht, overeenkomstig het bepaalde in titel V van Richtlijn 2006/112/EG.

Opgemerkt wordt dat de in [artikel 53decies, §1, tweede lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) voorziene afwijking, die bepaalt dat voor de facturering de regels gelden die van toepassing zijn in de lidstaat waar de leverancier of de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd of beschikt over een vaste inrichting van waaruit de levering of de dienst wordt verricht, geen toepassing kan vinden wanneer de handeling plaatsvindt in de Gemeenschap om reden dat de dienstverrichter de schuldenaar is van de btw en niet zijn niet-belastingplichtige klant.

Daarentegen is de in [artikel 53decies, § 1, tweede lid, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies), van het Wetboek voorziene afwijking, die bepaalt dat voor de facturering de regels gelden die van toepassing zijn in de lidstaat waarin de leverancier of de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd of beschikt over een vaste inrichting van waaruit de levering of de dienst wordt verricht, wel van toepassing in de situatie waarbij de aan een niet-belastingplichtige klant geleverde dienst niet geacht wordt te zijn verricht in de Gemeenschap.

Dit betekent dus dat de Belgische administratie enkel bevoegd is om de toepasselijke regels inzake de facturering van telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten aan niet-belastingplichtige klanten vast te stellen in die gevallen waar de dienst ofwel plaatsvindt in België, ofwel plaatsvindt in een derde land. Als die handeling daarentegen plaatsvindt in een andere lidstaat, zal enkel die lidstaat bevoegd zijn.

a.2. Diensten die plaatsvinden in België of in een derde land

Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), dient de belastingplichtige die andere leveringen van goederen of diensten verricht dan die welke krachtens artikel 44 zijn vrijgesteld en andere dan die welke bedoeld zijn in artikel 135, lid 1, punten a) tot g) van richtlijn 2006/112/EG, een factuur uit te reiken aan zijn medecontractant en een kopie ervan op te stellen of ervoor te zorgen dat in zijn naam en voor zijn rekening, door zijn medecontractant of een derde een factuur wordt uitgereikt en een kopie daarvan wordt opgesteld wanneer hij een levering van goederen of een dienst heeft verricht voor een belastingplichtige **of een niet-belastingplichtige rechtspersoon.**

Daarentegen voorzien noch [artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), noch [artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) van 29.12.1992, voornoemd, in een verplichting tot facturering voor de leveringen van goederen en de diensten die worden verricht voor een fysieke persoon die die handelingen bestemt voor zijn privé-gebruik.

Dat betekent dan ook dat elke belastingplichtige die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige rechtspersonen die gevestigd zijn in België of buiten de Europese Unie, verplicht is om te factureren. Deze factuur dient, in de regel, alle vermeldingen voorzien in [artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) bevatten.

Daarentegen is elke belastingplichtige die telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan niet-belastingplichtige fysieke personen die handelen als privé-personen en die gevestigd zijn in België of buiten de Europese Unie, geenszins verplicht om te factureren.

a.3. Diensten die plaatsvinden in een andere lidstaat

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies), gelden voor de facturering van telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten verstrekt aan een niet-belastingplichtige persoon die gevestigd is in een andere lidstaat, de door die lidstaat vastgelegde regels. Bijgevolg komt het toe aan de Belgische dienstverrichter die dat type van diensten verstrekt om zich te richten tot de fiscale autoriteiten van de betrokken lidstaat om te vernemen of de prestatie het voorwerp moet uitmaken van een facturering en in bevestigend geval, welke de vermeldingen zijn die moeten voorkomen op die factuur.

**b.** **Vanaf 01.01.2019**

b.1. Toepasselijke wetgeving

Artikel 1 van de richtlijn 2017/2455 van de Raad van 05.12.2017 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en Richtlijn 2009/132/EG wat betreft bepaalde btw-verplichtingen voor diensten en afstandsverkopen van goederen voert, **met ingang op 01.01.2019**, een wijziging in van de regels voor de facturering: **voortaan zijn de regels voor de facturering van de lidstaat van identificatie van toepassing** en dus niet meer de regels van de lidstaat van verbruik.

De verplichte naleving door de ondernemingen van de factureringsvereisten van iedere lidstaat van verbruik vormde een te zware last. Voor de diensten die onder de huidige bijzondere EU- en niet-EU-regeling vallen, moesten de dienstverrichters immers op het gebied van facturering de regels van de lidstaat van verbruik toepassen, overeenkomstig [artikel 219bis van de btw-richtlijn](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-219bis).

Deze nieuwe bepaling voorziet dat, in afwijking van de normale regels die van toepassing zijn inzake facturering, **de regels gelden die van toepassing zijn in de lidstaat van identificatie** van de leverancier of dienstverrichter die gebruikmaakt van de **bijzondere regelingen voorzien in de artikelen** [**58ter**](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter) **of** [**58quater**](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) **van het Btw-Wetboek**.

Het doel is om de administratieve lasten inzake facturering zo veel mogelijk te beperken voor de bedrijven die grensoverschrijdende handelingen verrichten.

[Artikel 53decies, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies), wordt derhalve aangevuld met een derde lid dat een tweede afwijking van de in paragraaf 1 voorziene algemene regel invoert, waardoor artikel 53decies, § 1 thans het volgende bepaalt:

§ 1 Voor de facturering gelden de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de levering van het goed of de dienst geacht wordt te zijn verricht, overeenkomstig het bepaalde in titel V van Richtlijn 2006/112/EG.

In afwijking van het eerste lid gelden voor de facturering de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de leverancier of de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de levering van het goed of de dienst verricht, of, bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, de lidstaat waar de leverancier of dienstverrichter zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft, wanneer:

1° de leverancier of de dienstverrichter niet gevestigd is in de lidstaat waar de levering van het goed of de dienst overeenkomstig het bepaalde in titel V van Richtlijn 2006/112/EG geacht wordt te zijn verricht, of zijn vaste inrichting in die lidstaat niet betrokken is bij het verrichten van de levering van het goed of de dienst in de zin van [artikel 192bis](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-192bis) van deze richtlijn, en de tot voldoening van de belasting gehouden persoon degene is voor wie de levering van het goed of de dienst wordt verricht.

Indien in dit geval de afnemer zelf de factuur uitreikt, is evenwel het eerste lid van toepassing;

2° de levering van het goed of de dienst niet geacht wordt in de Gemeenschap te zijn verricht.

In afwijking van het eerste lid, is de facturering onderworpen aan de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar de dienstverrichter of leverancier die gebruikmaakt van één van de bijzondere regelingen bedoeld in de artikelen 58ter of 58quater, (oud) is geïdentificeerd.

Voorbeelden:

1\. Onderneming A, gevestigd in België, is geregistreerd in de regeling MOSS EU omdat zij telecommunicatiediensten verricht. Ze verricht op 01.03.2019 een telecommunicatiedienst voor rekening van een Luxemburgse overheidsinstantie, een niet-belastingplichtige rechtspersoon.

Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, derde lid (nieuw) van het Btw-Wetboek, is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) moet de vennootschap een factuur uitreiken omdat zij een dienst heeft verricht voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon.

2\. Onderneming B, gevestigd in België, is geregistreerd in de regeling MOSS EU omdat zij elektronische diensten aanbiedt. Ze verricht op 15.03.2019 een elektronische dienst voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in Slowakije woont.

Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, derde lid (nieuw) van het Btw-Wetboek, is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) is onderneming B niet gehouden een factuur uit te reiken, aangezien zij een dienst heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.

3\. Onderneming C, gevestigd in Nederland, is geregistreerd in de regeling MOSS EU omdat zij elektronische diensten aanbiedt. Ze verricht op 20.03.2019 een elektronische dienst voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon met woonplaats in België.

Volgens artikel 53decies, § 1, derde lid (nieuw) van het Btw-Wetboek is Nederland bevoegd om de factureringsregels vast te stellen. Het is aan de Nederlandse belastingdienst om te bepalen of onderneming C een factuur moet uitreiken.

4\. Onderneming D, gevestigd in Canada, is in België geregistreerd in de regeling MOSS niet-EU voor het verrichten van radio- en televisieomroepdiensten. Ze biedt een omroepdienst aan voor rekening van een Franse gemeente, een niet-belastingplichtige rechtspersoon.

Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, derde lid (nieuw) van het Btw-Wetboek, is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) moet onderneming D een factuur uitreiken omdat zij diensten heeft verricht voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon.

5\. Onderneming E, gevestigd in Noorwegen, is in Zweden geregistreerd in de regeling MOSS niet-EU voor het verrichten van elektronische diensten. Ze verricht een elektronische dienst voor rekening van een Belgische overheidsinstantie, een niet-belastingplichtige rechtspersoon.

Overeenkomstig artikel 53decies, § 1, derde lid (nieuw), van het Btw-Wetboek is Zweden bevoegd om de factureringsregels vast te stellen. Het is aan de Zweedse belastingdienst om te bepalen of onderneming E een factuur moet uitreiken.

**2.** **Bijzondere regeling van toepassing op de afstandsverkopen van goederen ingevoerd uit derdelandsgebieden of derde landen (invoerregeling/enig loket voor de invoeren of IOSS)**

##### A. Algemeen

De wijziging van de btw-reglementering inzake btw met betrekking tot de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen heeft tot doel te verzekeren dat de aankopen door particulieren van goederen die rechtstreeks worden verzonden vanuit derdelandsgebieden of derde landen naar een lidstaat, systematisch worden belast.

Wat de btw betreft, geven die aankopen aanleiding tot twee belastbare handelingen: enerzijds, een levering van goederen (de overdracht van de macht om als een eigenaar over een goed te beschikken, in casu de verkoop) en, anderzijds, een invoer (het louter binnenbrengen van het goed op het grondgebied van de gemeenschap, dat een belastbaar feit op zich is).

Er werd reeds uiteengezet dat de btw-reglementering werd aangepast, met als datum van uitwerking 01.07.2021, opdat die aankopen altijd aanleiding geven tot een principiële belastingheffing, hetzij op de levering als zodanig (de afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of een derde land ingevoerde goederen), hetzij op de invoer, hetzij in bepaalde omstandigheden zelfs op beide. In dat kader wordt overgegaan tot de afschaffing van de vrijstelling voor de invoer van goederen in zendingen van geringe waarde (minder dan 22 euro). De vrijstelling van douanerechten voor de invoer in de Europese Unie van goederen met een waarde van maximaal 150 euro blijft echter behouden.

Teneinde zoveel als mogelijk de bijkomende administratieve last die rust op de operatoren te beperken, wordt een nieuwe regeling van enig loket, getiteld *'Bijzondere regeling van toepassing op afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen'* (de invoerregeling binnen het OSS-systeem) ingevoerd, die zal toelaten om op een eenvoudige manier, in één enkele en zelfde lidstaat, de verschuldigde btw aan te geven en te betalen over de verkopen op afstand van goederen ingevoerd van derdelandsgebieden of derde landen. Het hoofddoel van dit nieuwe, facultatieve systeem bestaat erin te vermijden dat de leverancier zich voor de btw moet laten identificeren in alle lidstaten waarin hij verkopen op afstand verricht van goederen ingevoerd van derdelandsgebieden of derde landen en waarin hij niet reeds is gevestigd of geïdentificeerd.

Deze regeling moet de leveranciers, die goederen verzonden of vervoerd vanuit een derde land of een derdelandsgebied verkopen aan in de EU gesitueerde afnemers, toelaten om bij die afnemers de btw te innen over de verkopen op afstand van goederen die begrepen zijn in zendingen waarvan de waarde 150 euro niet te boven gaat en om die btw aan te geven en te betalen door tussenkomst van het enig loket voor de invoeren (IOSS).

Artikel 58quinquies, van het Belgisch Btw-Wetboek (artikelen 369terdecies tot 369quinvicies van de afdeling 4, hoofdstuk 6, titel XII, van de richtlijn 2006/112/EG) omschrijft in detail de aan het OSS-systeem gelinkte bijzondere regeling, van toepassing op de afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen.

In het kader van deze bijzondere regeling wordt de levering van goederen (de afstandsverkoop van uit derdelandsgebieden of een derde land ingevoerde goederen) in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro belast overeenkomstig de modaliteiten opgenomen in de bijzondere regeling, terwijl de invoer van de goederen die het voorwerp uitmaken van de levering wordt vrijgesteld. De benaming invoerregeling is in deze dan ook enigszins misleidend: de invoer wordt immers vrijgesteld terwijl enkel de levering (afstandsverkoop van uit een derdelandsgebied of derde land ingevoerd goed) wordt belast. In tegenstelling tot de andere twee bijzondere regelingen binnen het OSS-systeem (zie titels 3 en 4 van deze Afdeling) is het uiteraard wel de enige regeling die handelingen omvat die aanleiding geven tot een invoer (ook al wordt die dan niet belast).

De invoerregeling IOSS is een optionele regeling zodat de belastingplichtige steeds de mogelijkheid heeft de gewone btw-regeling toe te passen. In dat geval zal hij zich voor btw-doeleinden moeten laten identificeren in alle lidstaten waar hij handelingen verricht waarvoor hij schuldenaar is van de btw (respectievelijk afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen en desgevallend invoeren), hetgeen desgevallend gepaard gaat met de verplichte aanstelling van een aansprakelijke vertegenwoordiger in de betrokken lidstaten.

Bovendien is de invoerregeling eveneens een globale optionele regeling. [Artikel 58quinquies, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quinquies) ([artikel 369quaterdecies](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369quaterdecies), [1, tweede lid](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-1), van de richtlijn 2006/112/EG) bepaalt aldus dat, wanneer belastingplichtigen er gebruik van maken, deze bijzondere regeling van toepassing is op al hun afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen die binnen het toepassingsgebied van deze regeling vallen.

##### B. Definities

### a. Bedoelde handelingen

Met het oog op de precieze afbakening van het materiële toepassingsgebied bepaalt [artikel 58quinquies, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quinquies) dat voor de toepassing van de bijzondere regeling, in afwijking van de definitie opgenomen in [artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1), afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of derde land ingevoerde goederen uitsluitend betrekking hebben op goederen andere dan accijnsproducten, in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro. Verwezen wordt naar punt D. hierna “Welke goederen kunnen genieten van de invoerregeling?”.

### b. Tussenpersoon

Onder 'tussenpersoon' verstaat men een in de gemeenschap gevestigde persoon, die door de belastingplichtige die afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen verricht is aangewezen als de persoon die gehouden is tot voldoening van de btw en die in naam en voor rekening van de belastingplichtige de in deze bijzondere regeling vastgestelde verplichtingen moet nakomen (zie voornoemd punt D.) ([artikel 58quinquies, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quinquies))

### c. Lidstaat van identificatie

[Artikel 58quinquies, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quinquies) definieert wat onder 'lidstaat van identificatie' moet worden verstaan voor de toepassing van de invoerregeling. Dit begrip wordt verder toegelicht in punt E. hierna “Bepaling van de bevoegde lidstaat voor de identificatie van de belastingplichtige onder IOSS”.

### d. Lidstaat van verbruik

Rekening houdend met de aard van de handelingen die in deze regeling kunnen worden opgenomen, moet onder de 'lidstaat van verbruik' worden begrepen de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer. Dat is immers waar de afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen die in de invoerregeling kunnen worden opgenomen voor btw-doeleinden geacht worden plaats te vinden ([artikel 58quinquies, § 1, 4°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quinquies)).

##### C. Wie kan zich beroepen op de invoerregeling?

Rekening houdend met de uiteenlopende modaliteiten waaronder de leveranciers van deze regeling gebruik kunnen maken, maakt artikel 58quinquies, § 2, eerste lid, van het Belgisch Btw-Wetboek ([artikel 369quaterdecies, van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369quaterdecies)) evenwel een onderscheid tussen de volgende categorieën van personen:

\- de in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige;

-de belastingplichtige die gevestigd is in een derde land waarmee de Unie een overeenkomst betreffende wederzijdse bijstand heeft gesloten waarvan het toepassingsgebied vergelijkbaar is met richtlijn 2010/24/EU van de raad van 16.03.2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen (hierna: 'richtlijn 2010/24/EU') en verordening (EU) nr. 904/2010 van de raad van 07.10.2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna: 'Verordening 904/2010');

\- de al dan niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige die door een in de gemeenschap gevestigde tussenpersoon is vertegenwoordigd.

Ter zake bepaalt [artikel 58quinquies, § 2, derde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quinquies) dat een belastingplichtige hoogstens één tussenpersoon tegelijk kan aanwijzen.

De eerste twee categorieën belastingplichtigen kunnen gebruik maken van de bijzondere regeling zonder dat ze een tussenpersoon aanstellen, ook al hebben ze daartoe de mogelijkheid. De belastingplichtigen die gevestigd zijn in een derde land waarmee de Unie geen overeenkomst betreffende wederzijdse bijstand heeft gesloten waarvan het toepassingsgebied vergelijkbaar is met richtlijn 2010/24/EU en verordening 904/2010 kunnen uitsluitend van de regeling gebruik maken op voorwaarde dat ze een tussenpersoon aanstellen.

Op grond van het vermoeden opgenomen in [artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13bis) worden de aldaar bedoelde elektronische interfaces die afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen in zendingen met een intrinsieke waarde van niet meer dan 150 euro faciliteren geacht de goederen zelf te hebben ontvangen en zelf te hebben geleverd. Voor de toepassing van deze regeling worden ze dus beschouwd als een leverancier van afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen die onder dezelfde voorwaarden als een andere leverancier (rekening houdend met de plaats van vestiging) toegang heeft tot de invoerregeling.

### a. Aanwijzing van een tussenpersoon

Overeenkomstig artikel 58quinquies, § 1, 2°, van het Belgisch Btw-Wetboek, zijn de belastingplichtigen (leveranciers en elektronische interfaces) die niet gevestigd zijn in de EU of in een derde land waarmee de EU een overeenkomst betreffende wederzijdse bijstand inzake btw heeft gesloten, gehouden om een tussenpersoon aan te wijzen om gebruik te kunnen maken van de invoerregeling. De belastingplichtigen die gevestigd zijn in de EU zijn vrij om een tussenpersoon aan te wijzen, maar zijn niet gehouden om dat te doen.

De tussenpersoon moet een op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde belastingplichtige zijn. Hij moet alle verplichtingen in verband met de invoerregeling, van toepassing op de leverancier of de elektronische interface die hem heeft aangewezen, naleven, meer in het bijzonder de indiening van de btw-aangiften via het enig loket voor de invoeren en de betaling van de verschuldigde btw op de afstandsverkopen van ingevoerde goederen met een geringe waarde. De tussenpersoon ontvangt naast zijn eigen individuele btw-identificatienummer voor de toepassing van de regeling, tevens een specifiek btw-identificatienummer voor de toepassing van de invoerregeling voor elke belastingplichtige voor wie hij is aangewezen (artikel 58quinquies, § 4, tweede en derde lid, van het Btw-Wetboek).

Het past erop te wijzen dat de tussenpersoon niet noodzakelijk de persoon is die de douane-aangiften van invrijverkeersstelling indient.

Voor de voorwaarden van aanwijzing van een tussenpersoon in België, wordt verwezen naar punt punt E. hierna “Bepaling van de bevoegde lidstaat voor de identificatie van de belastingplichtige onder IOSS”.

##### D. Welke goederen kunnen genieten van de invoerregeling?

De invoerregeling is van toepassing op afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen zoals bedoeld in [artikel 1, § 20, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1), die aan een aantal bijkomende voorwaarden beantwoorden.

Als afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen betreft het dus vooreerst leveringen van goederen:

\- die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier (inbegrepen wanneer de leverancier onrechtstreeks tussenkomt in de verzending of het vervoer van goederen), vanuit een derdelandsgebied of een derde land naar een afnemer in een lidstaat;

\- voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen uit hoofde van [artikel 3, paragraaf 1, van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-3) niet aan de btw zijn onderworpen, of voor enige andere niet-belastingplichtige;

\- de geleverde goederen zijn geen nieuwe vervoermiddelen bedoeld in [artikel 8bis, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8bis) en geen goederen, geleverd na montage of installatie, door of voor rekening van de leverancier.

Die afstandsverkopen van uit een derdelandsgebied of een derde land ingevoerde goederen vallen onder de invoerregeling wanneer ze aan navolgende voorwaarden voldoen:

\- de goederen worden ingevoerd in zendingen waarvan de intrinsieke waarde niet meer bedraagt dan 150 euro;

\- de goederen zijn geen accijnsproducten bedoeld in [artikel 1, § 6, 4°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1).

De intrinsieke waarde van de goederen wordt gedefinieerd als volgt:

\- voor handelsgoederen: de prijs van de goederen zelf bij verkoop voor uitvoer naar het douanegebied van de Europese Unie, met uitzondering van vervoers- en verzekeringskosten, tenzij deze in de prijs zijn begrepen en niet afzonderlijk op de factuur zijn vermeld, en alle andere belastingen en heffingen zoals te constateren door de douaneautoriteiten op basis van relevante documenten;

\- voor goederen zonder handelskarakter: de prijs die voor de goederen zelf zou zijn betaald als zij waren verkocht voor uitvoer naar het douanegebied van de Europese Unie.

Alle andere gerelateerde kosten, naast vervoers- en verzekeringskosten, die niet de waarde van de goederen zelf weerspiegelen, moeten ook worden uitgesloten van de intrinsieke waarde wanneer ze afzonderlijk en duidelijk op de factuur staan vermeld (bv. gereedschapskosten, licentierechten, belastingen bij uitvoer, enz.). De formulering 'alle andere belastingen en heffingen' verwijst naar alle belastingen of heffingen die worden geheven op basis van de waarde van de goederen of bovenop een belasting of heffing die op deze goederen wordt toegepast.

##### E. Bepaling van de bevoegde lidstaat voor de identificatie van de belastingplichtige onder IOSS

De regels voor het bepalen van de lidstaat van identificatie binnen de invoerregeling zijn afhankelijk van het statuut van de belastingplichtige en de aard van de handelingen die hij verricht. In ieder geval kan er slechts één lidstaat van identificatie zijn voor de toepassing van deze bijzondere regeling, hetgeen eveneens betekent dat een belastingplichtige slechts één enkele tussenpersoon tegelijk kan aanwijzen.

### a. De belastingplichtige die zich inschrijft in IOSS doet geen beroep op een tussenpersoon

[Artikel 58quinquies, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quinquies) ([artikel 369terdecies, lid 2](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369terdecies), [3](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-3), van de richtlijn 2006/112/EG) bepaalt de regels als volgt voor de belastingplichtigen die geen beroep doen op een tussenpersoon:

\- wanneer de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in een lidstaat heeft gevestigd: deze lidstaat;

\- wanneer de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening buiten gemeenschap heeft gevestigd maar daar wel één of meer vaste inrichtingen heeft: de lidstaat met een vaste inrichting waar de belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruik zal maken;

\- wanneer de belastingplichtige niet in de gemeenschap is gevestigd: de lidstaat waar hij verkiest zich te registreren voor de toepassing van de invoerregeling; er wordt aan herinnerd dat enkel een belastingplichtige, gevestigd op het grondgebied van een derde land waarmee een juridisch instrument bestaat betreffende wederzijdse bijstand waarvan het toepassingsgebied vergelijkbaar is met richtlijn 2010/24/EU van de raad van 16.03.2010 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen en verordening (EU) nr. 904/2010 van de raad van 07.10.2010 betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde, en die afstandsverkopen van goederen vanuit dat derde land verricht, zich kan inschrijven in IOSS zonder beroep te doen op een tussenpersoon.

### b. De belastingplichtige die zich inschrijft in IOSS doet beroep op een tussenpersoon

De volgende regels zijn van toepassing wanneer de belastingplichtige die de invoerregeling gebruikt beroep doet op een tussenpersoon (naargelang verplicht of facultatief), die moet zijn gevestigd op het grondgebied van de gemeenschap (artikel 58quinquies, § 1, 3°, van het Belgisch Btw-Wetboek) ([artikel 369terdecies](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369terdecies), [3](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-3), van de richtlijn 2006/112/EG):

\- wanneer de tussenpersoon de zetel van zijn bedrijfsuitoefening in een lidstaat heeft gevestigd: deze lidstaat;

\- wanneer de tussenpersoon de zetel van zijn bedrijfsuitoefening buiten gemeenschap heeft gevestigd, maar daar wel één of meer vaste inrichtingen heeft: de lidstaat met een vaste inrichting waar de tussenpersoon meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruik zal maken;

Wanneer de belastingplichtige of de tussenpersoon meer dan één vaste inrichting in de gemeenschap heeft, is hij gebonden door zijn beslissing betreffende de aanwijzing van de lidstaat van identificatie gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende jaren.

De verkoper (of de 'gelijkgestelde leverancier') identificeert zich in de regeling langs elektronische weg.

| Plaats van vestiging | Type van identificatie | Lidstaat van identificatie |
| --- | --- | --- |
| Bedrijfszetel in de EU | Rechtstreekse identificatie: mogelijkheid om vertegen­woordigd te worden door een tussenpersoon, maar is geen verplichting | Lidstaat van de bedrijfs­zetel van de leverancier (of 'gelijkgestelde leverancier'). Als hij een tussenpersoon kiest, identificatie in de lidstaat van de EU bedrijfszetel van de tussenpersoon (of van de EU\* vaste inrichting van de tussenpersoon als zijn bedrijfszetel gelegen is buiten de EU) |
| Bedrijfszetel buiten de EU maar vaste inrichting in de EU | Rechtstreekse identificatie: mogelijkheid om vertegen­woordigd te worden door een tussenpersoon, maar is geen verplichting | Lidstaat van de vaste inrichting van de leverancier\* (of 'gelijkgestelde leverancier'). Als hij een tussenpersoon kiest, identificatie in de lidstaat van de EU bedrijfszetel van de tussenpersoon (of van de EU\* vaste inrichting van de tussenpersoon als zijn bedrijfszetel gelegen is buiten de EU) |
| Bedrijfszetel buiten de EU en geen vaste inrichting in de EU | Onrechtstreekse identifi­catie: verplichting om verte­genwoordigd te worden door een in de EU gevestigde tussenpersoon | Lidstaat van de bedrijfs­zetel van de tussen­persoon (of van de EU\* vaste inrichting van de tussenpersoon als zijn bedrijfszetel gelegen is buiten de EU) |
| Bedrijfszetel met dewelke er een samen­werkingsovereenkomst bestaat (Noorwegen) | Rechtstreekse identificatie: mogelijkheid om vertegen­woordigd te worden door een tussenpersoon, maar is geen verplichting | Lidstaat naar keuze van de leverancier. Als hij een tussenpersoon kiest, identificatie in de lidstaat van de EU bedrijfszetel van de tussenpersoon (of van de EU\* vaste inrichting van de tussenpersoon als zijn bedrijfszetel gelegen is buiten de EU) |

\* Als er verschillende vaste inrichtingen zijn, kiest de leverancier (of 'gelijkgestelde leverancier') of zijn tussenpersoon welke hij gebruikt. Die keuze is bindend tot het einde van het tweede jaar dat volgt op het jaar waarin de keuze werd gemaakt

##### F. Toepassingsvoorwaarden van de bijzondere regeling IOSS

### a. Registratie, wijziging, identificatienummer, stopzetting en doorhaling in België

a.1. Registratie

[Artikel 58quinquies, § 3, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quinquies) bepaalt dat de belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt en België kiest als lidstaat van identificatie, of een voor zijn rekening handelende tussenpersoon, opgave doet van het begin van zijn onder deze bijzondere regeling vallende economische activiteit op het elektronische adres dat daarvoor door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is gecreëerd vooraleer hij van deze bijzondere regeling gebruikmaakt.

Overeenkomstig [artikel 369septdecies](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369septdecies), [1](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-1), van de richtlijn 2006/112/EG, bevat de opgave van de belastingplichtige die geen beroep doet op een tussenpersoon, de volgende identificatiegegevens:

1° naam,

2° postadres,

3° elektronisch adres en websites,

4° het btw-identificatienummer of het nationale belastingnummer.

Overeenkomstig [artikel 369septdecies](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369septdecies), [2](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-2), van de richtlijn 2006/112/EG, verschaft de aangifte van de tussenpersoon de volgende bijkomende inlichtingen met betrekking tot zichzelf:

1° naam,

2° postadres,

3° elektronisch adres,

4° het btw-identificatienummer.

Overeenkomstig [artikel 369septdecies](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369septdecies), [3](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-3), van de richtlijn 2006/112/EG, bevat de aangifte van de tussenpersoon bovendien de volgende identificatiegegevens voor elke belastingplichtige die hij vertegenwoordigt:

1° naam,

2° postadres,

3° elektronisch adres en websites,

4° het btw-identificatienummer of het nationale belastingnummer,

5° het individuele btw-identificatienummer toegekend aan de tussenpersoon.

a.2. Wijziging

Overeenkomstig artikel 58quinquies, § 3, van het Belgisch Btw-Wetboek ([artikel 369sexdecies van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369sexdecies)), deelt elke belastingplichtige of, in voorkomend geval, zijn tussenpersoon, elke wijziging mee met betrekking tot de identificatiegegevens bedoeld in het eerste lid tot het derde lid van voormeld artikel op het elektronisch adres bedoeld in het eerste lid van hetzelfde artikel.

a.3. Identificatienummer

Artikel 58quinquies, § 4, eerste lid, van het Belgische Btw-Wetboek ([artikel 369octodecies van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369octodecies)), voorziet dat een individueel btw-identificatienummer wordt toegekend voor de toepassing van deze bijzondere regeling aan de in voormeld artikel 58quinquies, § 3, eerste lid, bedoelde belastingplichtige.

De aandacht wordt gevestigd op het feit dat dit toegekende individuele nummer (IMxxxyyyyyyz) verschilt van het btw-identificatienummer dat wordt toegekend aan de belastingplichtige op basis van [artikel 50, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-50).

Wat dit betreft is het belangrijk aan te stippen dat een elektronische interface zich slechts één enkel individueel identificatienummer (IMxxxyyyyyyz) zal toegekend zien, onafhankelijk van het aantal onderliggende leveranciers waarvoor zij de afstandsverkopen van goederen van geringe waarde, ingevoerd vanuit derdelandsgebieden of derde landen, faciliteert.

In eerste instantie moet de belastingplichtige die een tussenpersoon in het kader van deze regeling wenst te worden, daartoe een voorafgaande aanvraag indienen. Na de validering van de aanvraag, wordt een individueel identificatienummer (INxxxyyyyyyz) toegekend aan de in voormeld [artikel 58quinquies, § 3, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quinquies) bedoelde tussenpersoon (artikel 58quinquies, § 4, tweede lid, van het Belgisch Btw-Wetboek). Dat nummer verschilt van het aan die tussenpersoon, als belastingplichtige, toegekende btw-identificatienummer op basis van [artikel 50, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-50).

In tweede instantie ontvangt die belastingplichtige, voor de toepassing van deze bijzondere regeling, een individueel btw-identificatienummer (IMxxxyyyyyyz) voor elke belastingplichtige die hij vertegenwoordigt (artikel 58quinquies, § 4, derde lid, van het Belgische Btw-Wetboek).

De belastingplichtige die niet gevestigd is op het grondgebied van de gemeenschap, noch in een land waarmee er een rechtsinstrument bestaat inzake wederzijdse bijstand overeenkomstig [artikel 55, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55), die België kiest als lidstaat van identificatie en die geen enkel andere handeling verricht waarvoor hij de schuldenaar van de btw is:

\- moet zich niet voor de btw laten identificeren op basis van [artikel 50, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-50);

\- en is ontslagen van de verplichte aanstelling van een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger (zie [artikel 55, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55)). In casu wordt die rol in elk geval opgenomen door de tussenpersoon.

De overeenkomstig het eerste, tweede en derde lid van voormeld [artikel 58quinquies, § 3, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quinquies) toegekende identificatienummers worden langs elektronische weg aan de betrokkenen meegedeeld en worden door hen uitsluitend gebruikt voor de toepassing van deze bijzondere regeling in hun contacten met de administratie.

Na de verificatie door de administratie van het vervuld zijn van de voorwaarden voor de toegang tot deze regeling, zal het alzo toegekende btw-identificatienummer (IMxxxyyyyyyz) dienen voor de leverancier of de elektronische interface die ervoor gekozen heeft om beroep te doen op de invoerregeling om alle afstandsverkopen van ingevoerde goederen aan afnemers, gesitueerd in gans de EU, aan te geven met het oog op IOSS.

Dat nummer zal worden meegedeeld aan de douaneautoriteiten in de douane-aangifte om de invrijverkeersstelling mogelijk te maken van de goederen in de EU met vrijstelling van btw. Het is belangrijk dat de leverancier of de elektronische interface, als 'gelijkgestelde leverancier', erover waakt dat het btw-identificatienummer met het oog op IOSS op beveiligde manier wordt overgemaakt aan de douaneautoriteiten in de loop van de bevoorradingsketen. De mededeling van het btw-identificatienummer (IMxxxyyyyyyz) met het oog op IOSS zou moeten worden beperkt tot het noodzakelijke minimum, met dien verstande dat dat nummer slechts zou moeten worden bezorgd aan de partijen in de bevoorradingsketen die het nodig zullen hebben voor de in vrij verkeersstelling in de lidstaat van invoer.

Het btw-identificatienummer met het oog op IOSS bestaat uit 12 alfanumerieke karakters. Bijkomende inlichtingen betreffende de manier om zich in te schrijven in het enig loket voor de invoeren en de structuur van het btw-identificatienummer met het oog op IOSS zijn beschikbaar op het portaal van het enig loket inzake btw.

Overeenkomstig [artikel 57quinquies, § 2, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-57quinquies) (ingevoegd bij de uitvoeringsverordening nr. 2019/2026 van de raad van 21.11.2019), wordt, wanneer een belastingplichtige of een tussenpersoon die handelt voor zijn rekening de lidstaat van identificatie in kennis stelt van zijn voornemen om de invoerregeling toe te passen, deze bijzondere regeling van toepassing vanaf de dag waarop aan de belastingplichtige of aan de tussenpersoon het individueel btw-identificatienummer voor de invoerregeling wordt toegekend overeenkomstig [artikel 369octodecies, § 1 en 3, van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369octodecies).

a.4. Stopzetting

Overeenkomstig artikel 58quinquies, § 5, eerste lid, van het Belgische Btw-Wetboek ([artikel 369sexdecies, van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369sexdecies)), deelt de belastingplichtige of zijn tussenpersoon, langs elektronische weg de beëindiging van zijn activiteit die onder deze bijzondere regeling valt, alsook elke wijziging ervan waardoor hij niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken, mee.

Overeenkomstig [artikel 57octies, paragraaf 2, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-57octies), stelt de belastingplichtige of de voor zijn rekening handelende tussenpersoon de lidstaat van identificatie in kennis van zijn beslissing ten minste 15 dagen voor het einde van de maand voorafgaand aan de maand waarin hij het gebruik van de regeling wenst te beëindigen. Die mededeling heeft uitwerking vanaf de eerste dag van de volgende maand en het is de belastingplichtige niet langer toegestaan gebruik te maken van de regeling voor vanaf die dag verrichte leveringen.

Overeenkomstig [artikel 57septies, paragraaf 2, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-57septies), wanneer de belastingplichtige of de voor zijn rekening handelende tussenpersoon niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de identificatie in een lidstaat, is de lidstaat waar hij voor btw-doeleinden geïdentificeerd is niet langer de lidstaat van identificatie. Indien deze belastingplichtige of zijn tussenpersoon echter nog steeds voldoet aan de noodzakelijke voorwaarden om van die bijzondere regeling gebruik te maken, duidt hij, een nieuwe, bevoegde lidstaat van identificatie aan overeenkomstig de hiervoor omschreven regels. In geval van verandering van lidstaat van identificatie, heeft die verandering uitwerking vanaf de datum waarop de belastingplichtige of zijn tussenpersoon niet langer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft in de lidstaat die voorheen de lidstaat van identificatie was.

a.5. Doorhaling

Artikel 58quinquies, § 5, leden 2 en 4, van het Belgisch Btw-Wetboek ([artikel 369novodecies](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369novodecies), [1](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-1) en [3](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-3), van de richtlijn 2006/112/EG) voorziet bovendien in gevallen waarin de identificatie van de belastingplichtige voor de toepassing van de bijzondere regeling wordt doorgehaald.

Een dergelijke doorhaling gebeurt in de volgende gevallen:

1\. de belastingplichtige of, in voorkomend geval, de tussenpersoon meldt dat hij niet langer door deze regeling bedoelde handelingen verricht of er anderszins kan worden aangenomen dat hij dergelijke handelingen niet meer verricht;

2\. de belastingplichtige niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken;

3\. de belastingplichtige bij voortduring niet voldoet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling.

De btw-identificatie (IMxxxyyyyyyz) van de in het eerste lid bedoelde belastingplichtige die van een tussenpersoon gebruikmaakt wordt doorgehaald wanneer:

1\. de tussenpersoon de lidstaat van identificatie meedeelt dat deze belastingplichtige niet langer afstandsverkopen van uit derdelandsgebieden of derde landen ingevoerde goederen verricht of er anderszins kan worden aangenomen dat hij dergelijke handelingen niet meer verricht;

2\. de belastingplichtige niet langer de voorwaarden vervult om van de bijzondere regeling gebruik te mogen maken;

3\. de belastingplichtige bij voortduring niet voldoet aan de voorschriften van de bijzondere regeling;

4\. de tussenpersoon de lidstaat van identificatie meedeelt dat hij deze belastingplichtige niet langer vertegenwoordigt.

Overeenkomstig [artikel 58, paragraaf 3, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-58), wordt de uitsluiting van een belastingplichtige uit de bijzondere regeling van kracht op de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop het besluit inzake uitsluiting langs elektronische weg aan de belastingplichtige is medegedeeld, behalve in de volgende situaties:

\- als de uitsluiting het gevolg is van een verandering van zetel of vaste inrichting van de belastingplichtige; in dat geval wordt de uitsluiting van kracht op de datum van die verandering;

\- als de uitsluiting het gevolg is van het feit dat de belastingplichtige bij voortduring niet aan de voorschriften van deze regeling voldoet; in dat geval wordt de uitsluiting van kracht op de dag volgend op die waarop de beslissing tot uitsluiting langs elektronische weg aan de belastingplichtige is toegezonden.

Dat uitgezonderd, bepaalt [artikel 58, paragraaf 4, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-58), dat het voor het gebruik van de invoerregeling toegekende individuele btw-identificatienummer (IMxxxyyyyyyz) geldig blijft gedurende de periode die nodig is voor de invoer van de vóór de datum van uitsluiting geleverde goederen; die periode mag evenwel niet langer duren dan twee maanden te rekenen vanaf die datum.

Bovendien voorziet artikel 58quinquies, § 5, lid 3, van het Belgisch Btw-Wetboek ([artikel 369novodecies](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369novodecies), [2](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-2), van de richtlijn 2006/112/EG) dat de btw-identificatie van de tussenpersoon (INxxxyyyyyyz) zelf voor de toepassing van de bijzondere regeling eveneens wordt doorgehaald wanneer:

\- hij gedurende twee opeenvolgende kalenderkwartalen niet gehandeld heeft als tussenpersoon voor rekening van een belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruikmaakt;

\- hij niet langer de andere voorwaarden vervult om als tussenpersoon te kunnen optreden;

\- hij bij voortduring niet voldoet aan de voorschriften van de bijzondere regeling.

Wanneer een tussenpersoon voldoet aan één van de in [artikel 58quinquies, § 5, lid 3, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quinquies) omschreven criteria van doorhaling, worden de identificatie van die tussenpersoon voor de bijzondere regeling alsook de identificaties van de door die tussenpersoon vertegenwoordigde belastingplichtigen doorgehaald.

Overeenkomstig [artikel 58, paragraaf 5, lid 4, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-58), wordt de verwijdering van een tussenpersoon uit het identificatieregister van kracht op de eerste dag van de maand volgend op de dag waarop het besluit inzake verwijdering langs elektronische weg aan de tussenpersoon en de door hem vertegenwoordigde belastingplichtigen is medegedeeld, behalve in de volgende situaties:

\- als de verwijdering het gevolg is van een verandering van zetel of vaste inrichting van de belastingplichtige (in die zin dat hij niet meer gevestigd is in de gemeenschap); in dat geval wordt de verwijdering van kracht op de datum van die verandering;

\- als de verwijdering het gevolg is van het feit dat de tussenpersoon de voorschriften van de invoerregeling bij voortduring niet heeft nageleefd; in dat geval wordt de uitsluiting van kracht op de dag volgend op die waarop de beslissing tot verwijdering langs elektronische weg aan de tussenpersoon en de door hem vertegenwoordigde belastingplichtigen is toegezonden.

**b.** **Aangifte- en voldoeningsverplichtingen van de belastingplichtige die gekozen heeft om zich in te schrijven in de bijzondere regeling IOSS in België**

Artikel 58quinquies, § 6, van het Belgisch Btw-Wetboek (artikelen 369vicies en artikel 369unvecies, van de richtlijn 2006/112/EG) beschrijft de van toepassing zijnde verplichtingen voor de invoerregeling voor wat betreft de aangifte en de betaling van de verschuldigde btw in de verschillende betrokken lidstaten van verbruik voor de onder deze regeling vallende handelingen.

De verplichtingen met betrekking tot de aangifte en de betaling van de verschuldigde btw in het kader van deze regeling moeten door de belastingplichtige (of, in het kader van deze regeling, in voorkomend geval door de tussenpersoon) worden voldaan **op maandelijkse basis**, ongeacht of hij al dan niet belastbare handelingen heeft verricht gedurende de betrokken periode (in dat geval, zal een 'nihil'-btw-aangifte moeten worden ingediend overeenkomstig [artikel 59bis, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-59bis)).

De aangifte vermeldt het btw-identificatienummer van de belastingplichtige (IMxxxyyyyyyz) en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totaalbedrag (van de maatstaf van heffing), de btw niet inbegrepen, de toepasselijke btw-tarieven, het totaalbedrag van de overeenstemmende btw uitgesplitst per belastingtarief en het totaalbedrag van de verschuldigde belasting voor de door die regeling bedoelde handelingen.

Die aangifte moet worden ingediend uiterlijk vóór het einde van de maand volgend op het verstrijken van het belastingtijdvak waarop de aangifte betrekking heeft. Ze omhelst alle extra-communautaire afstandsverkopen van goederen die door de belastingplichtige werden verricht gedurende die periode, met inbegrip van die welke werden verricht door zijn vaste inrichtingen in andere lidstaten.

De verschuldigde btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn als die waarin die aangifte moest worden ingediend.

De eventuele wijzigingen die moeten worden aangebracht aan die aangifte na de indiening ervan worden opgenomen in een volgende aangifte, uiterlijk drie jaar na de datum waarop de oorspronkelijke aangifte moest worden ingediend. In die volgende aangifte worden de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn, vermeld.

### c. Praktische voorbeelden

Een Belgische verkoper verkoopt op zijn eigen website kleren (zending met een waarde ≤ 150 euro) aan particuliere klanten in België, in Frankrijk en in Duitsland. De kleren die in juli op de website werden betaald, worden door een voor rekening van de Belgische verkoper handelende vervoerder vervoerd vanuit een fabriek in India. De schoenen komen in augustus de EU binnen via de luchthaven van Zaventem en worden vervolgens verzonden naar de klanten. De Belgische verkoper wenst de regeling I-OSS te gebruiken.

| Vóór de online verkopen | Op het tijdstip van de online verkopen | Op de plaats van binnenkomst in de EU | Uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op die van de verkoop |
| --- | --- | --- | --- |
| De Belgische verkoper identificeert zich voor de regeling I-OSS in België (LS van de zetel van zijn bedrijfsuit­oefening) langs elektronische weg. Hij ontvangt een I-OSS nummer (IMxxxyyyyyyz) van de Belgische autoriteiten. | De Belgische verkoper rekent Belgische btw aan (21 %) aan zijn Belgische klanten, Franse btw aan zijn Franse klanten en Duitse btw aan zijn Duitse klanten. | Bij de aankomst van de goederen in de luchthaven van Zaventem, dient de douane-aangever een invoeraangifte in. De Belgische douaneautoriteiten controleren de geldigheid van het I-OSS num­mer en de waarde van de kleren. Als alles conform is, worden de kleren in het vrije ver­keer gebracht zonder betaling van de btw bij invoer. | De Belgische verkoper dient in België ten laatste op 31 augustus een elektronische I-OSS aangifte in, waarin zijn extra-communautaire afstandsverkopen van de maand juli (met inbegrip van die gerealiseerd in België) zijn opgenomen. De daaruit resulterende btw moet binnen dezelfde termijn worden betaald. |

Een Belgische verkoper verkoopt op zijn eigen website kleren (zending met een waarde ≤ 150 euro) aan particuliere klanten in België, in Frankrijk en in Duitsland. Hij beschikt eveneens over een vaste inrichting in Spanje die kleren verkoopt (zending met een waarde ≤ 150 euro) op haar eigen website aan particuliere klanten in Spanje en in Portugal. De kleren die in juli op de Belgische website werden betaald, worden vanuit een fabriek in China vervoerd door een voor rekening van de Belgische verkoper handelende vervoerder. De kleren komen in augustus de EU binnen via de haven van Rotterdam en worden vervolgens verzonden naar de klanten. De kleren die in juli werden betaald op de Spaanse website worden, vanuit een fabriek in Zuid-Korea, vervoerd door een voor rekening van de Spaanse vaste inrichting handelende vervoerder. De kleren komen in augustus de EU binnen via de haven van Algeciras en worden vervolgens verzonden naar de klanten. De Belgische verkoper wenst de regeling I-OSS te gebruiken.

| Vóór de online verkopen | Op het tijdstip van de online verkopen | Op de plaats van binnenkomst in de EU | Uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op die van de verkoop |
| --- | --- | --- | --- |
| De Belgische verkoper identificeert zich voor de regeling I-OSS in België(LS van de hoofd­bedrijfszetel) langs elektronische weg. Hij ontvangt een I-OSS nummer (IMxxxyyyyyyz) van de Belgische autoriteiten. | De Belgische verkoper rekent Belgische btw (21 %) aan aan zijn Belgische klanten, Franse btw aan zijn Franse klanten en Duitse btw aan zijn Duitse klanten. De Spaanse inrichting rekent Spaanse btw aan aan haar Spaanse klanten en Portugese btw aan haar Portugese klanten. | Bij de aankomst van de goederen in de haven van Rotterdam en de haven van Algeciras, dient de douane-aangever een invoeraangifte in. De Nederlandse en de Spaanse douane-autoriteiten controleren de geldigheid van het I-OSS nummer en de waarde van de kleren. Als alles conform is, worden de kleren in het vrije verkeer gebracht zonder betaling van de btw bij invoer. | De Belgische verkoper dient in België ten laatste op 31 augustus de elektronische I-OSS aangifte in, waarin de extracommu­nautaire afstands­verkopen van de maand juli zijn opgenomen:- die hij heeft verricht (met inbegrip van die gelokaliseerd in België);- die haar Spaanse vaste inrichting heeft verricht (met inbegrip van die gelokaliseerd in Spanje).De daaruit resulterende btw moet binnen dezelfde termijn worden betaald. |

3\. Een Canadese verkoper, niet gevestigd in de EU, verkoopt op zijn eigen website schoenen (zending met een waarde ≤ 150 euro) aan particuliere klanten in België, in Frankrijk en in Duitsland. De schoenen die in juli op de website werden betaald, worden door een voor rekening van de Canadese verkoper handelende vervoerder vervoerd vanuit zijn fabriek in Canada. De schoenen komen in augustus de EU binnen via de haven van Antwerpen en worden vervolgens verzonden naar de klanten. De Canadese verkoper wenst de regeling I-OSS te gebruiken. Hij moet verplicht een in de EU gevestigde tussenpersoon aanduiden. Hij kiest een Belgische tussenpersoon.

| Vóór de online verkopen | Op het tijdstip van de online verkopen | Op de plaats van binnenkomst in de EU | Uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op die van de verkoop |
| --- | --- | --- | --- |
| De Belgische tussenpersoon identificeert de Canadese verkoper voor de regeling I-OSS in België(LS van de zetel van de bedrijfszetel van de tussenpersoon) langs elektronische weg. Een I-OSS nummer (IMxxxyyyyyyz) wordt door de Belgische autoriteiten, via de tussenpersoon, toegekend aan de Canadese verkoper. | De Canadese verkoper moet Belgische btw (21 %) aanreke­nen aan zijn Belgische klan­ten, Franse btw aan zijn Franse klanten en Duitse btw aan zijn Duitse klanten | Bij de aankomst van de goederen in de haven van Antwerpen, dient de douaneaangever een invoeraangifte in. De Belgische douane­autoriteiten controleren de geldigheid van het I-OSS nummer en de waarde van de schoenen. Als alles conform is, worden de schoenen in het vrije verkeer gebracht zonder betaling van de btw bij invoer. | De Belgische tussenpersoon dient in België ten laatste op 31 augustus de elektronische I-OSS aangifte van de Canadese verkoper in, waarin de door de Canadese verkoper in de maand juli verrichte extracommunautaire afstandsverkopen zijn opgenomen. De daaruit resulterende btw moet binnen dezelfde termijn worden betaald. |

Een Noorse verkoper, niet gevestigd in de EU, verkoopt op zijn eigen website sportartikelen (zending met een waarde ≤ 150 euro) aan particuliere klanten in Zweden, in Denemarken en in Duitsland. De sportartikelen die in juli op de website werden betaald, worden voor rekening van de Noorse verkoper per vliegtuig vervoerd vanuit zijn fabriek in Noorwegen. De sportartikelen komen in augustus de EU binnen via de luchthaven van Kopenhagen (Denemarken) en worden vervolgens verzonden naar de klanten. De Noorse verkoper wenst de regeling I-OSS te gebruiken. Omdat hij gevestigd is in een derde land waarmee er een rechtsinstrument bestaat inzake wederzijdse bijstand waarvan de strekking gelijk is aan die van richtlijn 2010/24/EU van 16.03.2010 van de raad, beslist hij om zich rechtstreeks in te schrijven in België, zonder beroep te doen op een tussenpersoon.

| Vóór de online verkopen | Op het tijdstip van de online verkopen | Op de plaats van binnenkomst in de EU | Uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op die van de verkoop |  |
| --- | --- | --- | --- | --- |
| De Noorse verkoper identificeert zich voor de regeling I-OSS in België langs elektronische weg. Hij ontvangt een I-OSS nummer (IMxxxyyyyyyz) van de Belgische autoriteiten. | De Noorse verkoper rekent Zweedse btw aan aan zijn Zweedse klanten, Deense btw aan zijn Deense klanten en Duitse btw aan zijn Duitse klanten. | Bij de aankomst van de goederen in de luchthaven van Kopenhagen, dient de douaneaangever een invoeraangifte in. De Deense douaneautoriteiten controleren de geldigheid van het I-OSS nummer en de waarde van de sportartikelen. Als alles conform is, worden de sportartikelen in het vrije verkeer gebracht zonder betaling van de btw bij invoer. | De Noorse verkoper dient in België ten laatste op 31 augustus een elektronische I-OSS aangifte in, waarin zijn extracommunautaire afstandsverkopen van de maand juli zijn opgenomen.De daaruit resulterende btw moet binnen dezelfde termijn worden betaald. |  |

5\. Een verkoper verkoopt schoenen (zending met een waarde ≤ 150 euro) aan particuliere klanten in België, in Frankrijk en in Duitsland via een Belgische e-commerce website (platform). De schoenen die in juli op de website werden betaald, worden voor rekening van de verkoper per trein vervoerd vanuit een fabriek in het Verenigd Koninkrijk (Engeland). De schoenen komen in augustus de EU binnen via het station van Brussel-Zuid en worden vervolgens verzonden naar de klanten. Het Belgische platform, dat wordt aangemerkt als 'gelijkgestelde leverancier', wenst de regeling I-OSS te gebruiken.

| Vóór de online verkopen | Op het tijdstip van de online verkopen | Op de plaats van binnenkomst in de EU | Uiterlijk de laatste dag van de maand volgend op die van de verkoop |
| --- | --- | --- | --- |
| Het Belgische platform identificeert zich voor de regeling I-OSS in België(LS van de bedrijfszetel) langs elektronische weg. Ze ontvangt een I-OSS nummer (IMxxxyyyyyyz) van de Belgische autoriteiten. | Het Belgische platform rekent Belgische btw aan (21 %) aan aan de Belgische klanten, Franse btw aan de Franse klanten en Duitse btw aan de Duitse klanten. | Bij de aankomst van de goederen in het station Brussel-Zuid, dient de douaneaan­gever een invoer­aangifte in. De Belgische douane­autoriteiten controleren de geldigheid van het I-OSS nummer en de waarde van de schoenen. Als alles conform is, worden de schoenen in het vrije verkeer gebracht zonder betaling van de btw bij invoer. | Het Belgische platform dient in België ten laatste op 31 augustus een elektronische I-OSS aangifte in, waarin zijn extracom­munautaire afstands­verkopen van de maand juli (met inbegrip van die gerealiseerd in België) zijn opgenomen.De daaruit resulterende btw moet binnen dezelfde termijn worden betaald. |

### d. Recht op aftrek

Overeenkomstig artikel 58quinquies, § 8, van het Belgisch Btw-Wetboek ([artikel 369quatervicies van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369quatervicies)), mag de in paragraaf 3, lid 1, bedoelde belastingplichtige de in de lidstaat van verbruik geheven belasting van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten niet in aftrek brengen in de in paragraaf 6 bedoelde aangifte.

Echter, de belastingplichtige die gebruik maakt van deze regeling kan de in artikel 76, § 2, van het Belgisch Btw-Wetboek bedoelde teruggaaf genieten volgens de normale regels.

In zover hij niet geïdentificeerd is voor de btw in België, zal de in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige de teruggaaf van de Belgische voorbelasting kunnen bekomen overeenkomstig de modaliteiten voorzien door de richtlijn 2008/6/EG van de raad van 12.02.2008 (zie het koninklijk besluit nr. 56 van 09.12.2009 met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat van de lidstaat van teruggaaf).

De niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde belastingplichtige, die gebruik maakt van deze bijzondere regeling en die niet geïdentificeerd is voor de btw in België, zal de teruggaaf van die btw kunnen bekomen volgens de modaliteiten voorzien in de dertiende richtlijn.

De niet in België gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van deze bijzondere regeling en die in België ook handelingen verricht die niet onder deze bijzondere regeling vallen en waarvoor hij zich voor de btw heeft laten identificeren in België, brengt de bedragen aan belasting die betrekking hebben op de onder de bijzondere regeling vallende handelingen in aftrek in de periodieke btw-aangifte ([artikel 58quinquies, § 8, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quinquies)).

Daarentegen is de in België gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van deze bijzondere regeling niet gemachtigd om de buitenlandse voorbelasting/btw af te trekken in zijn aangifte OSS.

In zover hij niet geïdentificeerd is voor de btw in die lidstaten, zal hij de teruggaaf van die buitenlandse voorbelasting/btw kunnen bekomen volgens de modaliteiten voorzien door de richtlijn 2008/9/EG van de raad van 12.02.2008.

De in België gevestigde belastingplichtige, die gebruik maakt van deze bijzondere regeling en die in een andere lidstaat eveneens niet onder die bijzondere regeling vallende handelingen verricht waarvoor hij er zich heeft laten identificeren voor de btw, brengt de bedragen aan btw die betrekking hebben op onder deze bijzondere regeling vallende handelingen in aftrek in de periodieke aangifte die hij indient in die lidstaat.

### e. Handelingen IOSS, op te nemen in de Belgische periodieke btw-aangifte

Drie typegevallen zullen worden onderzocht om te bepalen welke van de in de aangifte IOSS aangegeven handelingen eveneens moeten worden opgenomen in de Belgische periodieke aangifte.

e.1. De belastingplichtige heeft zijn hoofdzetel in België

De in andere lidstaten verrichte extracommunautaire afstandsverkopen die de belastingplichtige heeft opgenomen in zijn aangifte IOSS (inbegrepen die verricht door de vaste inrichtingen waarover hij in voorkomend geval beschikt in andere lidstaten) moeten worden ingeschreven in rooster 47 van de periodieke btw-aangifte.

De in België verrichte extracommunautaire afstandsverkopen die de belastingplichtige heeft opgenomen in zijn aangifte IOSS (inbegrepen die verricht door de vaste inrichtingen waarover hij in voorkomend geval beschikt in andere lidstaten) moeten eveneens worden ingeschreven in rooster 47 van de periodieke btw-aangifte.

Voorbeeld:

De vennootschap naar Belgisch recht X, maandaangever, heeft een aangifte IOSS ingediend voor de maand juli 2021. De aangifte bevat de extracommunautaire afstandsverkopen die zij heeft verricht in Frankrijk en in het Groothertogdom Luxemburg voor een waarde van 20.000 euro, evenals de extracommunautaire afstandsverkopen die zij heeft verricht in België voor een waarde van 50.000 euro en de extracommunautaire afstandsverkopen die haar Poolse vaste inrichting heeft verricht in Tsjechië en in Slovakije voor een waarde van 15.000 euro.

De vennootschap X neemt een bedrag van 85.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte over juli 2021, in te dienen uiterlijk op 20 augustus 2021.

e.2. De belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting

Zullen moeten voorkomen in rooster 47 van de Belgische periodieke btw-aangifte de handelingen opgenomen in de aangifte IOSS en die werden verricht door de Belgische vaste inrichting van een buitenlandse belastingplichtige.

Voorbeelden:

1\. De Amerikaanse vennootschap Y, die extracommunautaire afstandsverkopen verricht, beschikt over een vaste inrichting in België en in Duitsland. Zij heeft zich in België ingeschreven voor de IOSS-regeling en heeft een aangifte IOSS ingediend voor de maand juli 2021. Die aangifte bevat de extracommunautaire afstandsverkopen die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Nederland voor een waarde van 10.000 euro en in België voor een waarde van 15.000 euro en handelingen die haar Duitse vaste inrichting heeft verricht in Denemarken en in Zweden voor een waarde van 50.000 euro en in België voor een waarde van 10.000 euro.

De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de maandelijkse indiening van periodieke aangiften. Zij neemt een bedrag van 25.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte over juli 2021, in te dienen uiterlijk op 20 augustus 2021.

2\. De Italiaanse vennootschap Z, die extracommunautaire afstandsverkopen verricht, beschikt over een vaste inrichting in België. Zij heeft zich in Italië ingeschreven voor de IOSS-regeling en heeft een aangifte IOSS ingediend voor de maand juli 2021. Die aangifte bevat de extracommunautaire afstandsverkopen die de Italiaanse hoofdzetel heeft verricht in Spanje, in Portugal en in Kroatië voor een waarde van 100.000 euro en de extracommunautaire afstandsverkopen die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Nederland en in Frankrijk voor een waarde van 30.000 euro en in België voor een waarde van 50.000 euro.

De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de maandelijkse indiening van periodieke aangiften. Zij neemt een bedrag van 80.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte van juli 2021, in te dienen uiterlijk op 20 augustus 2021.

e.3. De belastingplichtige beschikt in België over een rechtstreekse btw-identificatie of een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting

De in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige die zich in zijn lidstaat heeft ingeschreven voor de regeling IOSS en die in België beschikt over een rechtstreekse btw-identificatie of een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting moet de in België verrichte extracommunautaire afstandsverkopen die hij opgenomen heeft in zijn aangifte IOSS niet inschrijven in zijn Belgische periodieke aangifte.

De in een derde land gevestigde belastingplichtige die zich, via een tussenpersoon, ingeschreven heeft voor de regeling IOSS, hetzij in een andere lidstaat, hetzij in België, en die in België beschikt over een rechtstreekse btw-identificatie of een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting moet de in België verrichte extracommunautaire afstandsverkopen die hij opgenomen heeft in zijn aangifte IOSS niet inschrijven in zijn Belgische periodieke aangifte.

##### G. Facturering

### a. Factureringsregels – Bevoegde Lidstaat

a.1. Algemene regel

De bevoegde lidstaat inzake facturering is, overeenkomstig [artikel 53decies, § 1,eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies), in de regel de lidstaat waar de handeling voor btw-doeleinden geacht wordt plaats te vinden, dit wil zeggen voor de extracommunautaire afstandsverkopen van goederen, naargelang het geval, de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen, de plaats waar het goed zich bevindt op het moment van het vertrek van de verzending of het vervoer of de Lidstaat van invoer van de goederen.

a.2. Afwijking

In afwijking van deze regel bepaalt [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies), dat de bevoegde lidstaat diegene is waar de belastingplichtige die gebruikmaakt van één van de bijzondere regelingen van het OSS-systeem bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, van richtlijn 2006/112/EG (regeling EU, niet-EU of invoerregeling), voor de toepassing van die regeling is geïdentificeerd.

De plaats waar de bedoelde handeling voor btw-doeleinden geacht wordt plaats te vinden heeft geen belang; die kan dus ook plaatsvinden in een andere lidstaat dan degene waarin de belastingplichtige voor de toepassing van de bijzondere regeling is geïdentificeerd.

Deze regel heeft tot doel de regels inzake aangifte, betaling en facturering van handelingen waarvoor de belastingplichtige gebruik maakt van één van deze bijzondere regelingen inzake territoriale bevoegdheid op elkaar af te stemmen.

Concreet betekent dit dat België bevoegd is om de factureringsregels vast te leggen overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies), wanneer :

-de extracommunautaire afstandsverkoop van goederen wordt verricht door een in België gevestigde belastingplichtige die zich in België rechtstreeks of via een tussenpersoon heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in [artikel 58quinquies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quinquies) van het Wetboek ('IOSS – Invoerregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, ongeacht of de extracommunautaire afstandsverkoop van goederen in een andere lidstaat dan wel in België plaatsvindt ;

-de extracommunautaire afstandsverkoop van goederen wordt verricht door een niet in de Europese Unie gevestigde belastingplichtige die zich in België, via een tussenpersoon of rechtstreeks, heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in [artikel 58quinquies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quinquies) van het Wetboek ('IOSS – Invoerregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, ongeacht of de extracommunautaire afstandsverkoop van goederen in een andere lidstaat dan wel in België plaatsvindt ;

-de extracommunautaire afstandsverkoop van goederen wordt verricht door een in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige die zich in België via een tussenpersoon heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in [artikel 58quinquies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quinquies) van het Wetboek ('IOSS – Invoerregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, ongeacht of de extracommunautaire afstandsverkoop van goederen in een andere lidstaat dan wel in België plaatsvindt.

### b. Factureringsverplichting

Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 1° en 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) dient de belastingplichtige die andere leveringen van goederen of diensten verricht dan die welke krachtens artikel 44 zijn vrijgesteld en andere dan die welke bedoeld zijn in artikel 135, lid 1, punten a) tot g), van richtlijn 2006/112/EG, een factuur uit te reiken aan zijn medecontractant en een kopie ervan op te stellen of ervoor te zorgen dat in zijn naam en voor zijn rekening, door zijn medecontractant of een derde een factuur wordt uitgereikt en een kopie daarvan wordt opgesteld:

1° wanneer hij een levering van goederen of een dienst heeft verricht voor een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon ;

2° wanneer hij een levering van goederen, zoals bedoeld in artikel 15, §§ 1 en 2, heeft verricht voor elke niet-belastingplichtige \[natuurlijke\] persoon, behalve wanneer hij gebruik maakt van de bijzondere regeling bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, van richtlijn 2006/112/EG (OSS-regeling (EU-regeling of OSS - Unieregeling) voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen) ;

3° en 4° …

Ten slotte bepaalt [artikel 53, § 2, vijfde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) dat de Koning de belastingplichtigen de verplichting kan opleggen een factuur uit te reiken voor andere dan de in het eerste lid bedoelde leveringen van goederen of diensten.

Zo bepaalt [artikel 1, van koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) van 29.12.1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde dat de belastingplichtige die gehouden is tot het uitreiken van een factuur op grond van [artikel 53, § 2, eerste lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), van het Wetboek en die hierna vermelde leveringen van goederen of diensten verricht voor natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik, een factuur uitreikt wanneer deze handelingen in België plaatsvinden overeenkomstig de artikelen [14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-14), [14bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-14bis), [15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) en [21bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis), van het Wetboek, of wanneer, vóór de handeling, de belasting opeisbaar wordt over de gehele of een deel van de prijs van de handeling bij toepassing van de artikelen [17, § 1, derde lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-17), en [22bis, § 1, derde lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22bis), van het Wetboek:

1° de leveringen:

a. van voor personen- of goederenvervoer bestemde nieuwe of tweedehandse landvoertuigen, voorzien van een motor met een cilinderinhoud van meer dan 48 kubieke centimeter of met een vermogen van meer dan 7,2 kilowatt, alsmede hun aanhangwagens, met inbegrip van de auto's voor dubbel gebruik en de kampeerwagens

b. van jachten en plezierboten

c. van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen, zweefvliegtuigen, vrije of bestuurbare luchtballons en andere dergelijke luchtvaartuigen, ongeacht of ze zwaarder of lichter zijn dan de lucht, met of zonder motor

…

3° de in artikel 20, § 2, vermelde handelingen

4° de leveringen van goederen en de diensten bestemd voor de oprichting van een gebouw bedoeld in [artikel 64, § 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64), van het Wetboek

…

9° de leveringen van onderdelen, toebehoren en uitrustingsstukken voor de onder 1° vermelde goederen, alsook de werken, het wassen uitgezonderd, verricht aan deze goederen, met inbegrip van de levering van de goederen die worden verbruikt voor de uitvoering van deze werken, wanneer de prijs, met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde, meer bedraagt dan 125 euro

10° de verrichtingen van verhuizing of meubelbewaring en de bij die handelingen behorende prestaties.

Opdat de afwijkende bepaling voorzien in [artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) wordt toegepast, is het noodzakelijk:

\- dat België bevoegd is om de factureringsregels vast te stellen overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies);

\- dat de algemene factureringsverplichting voorzien in [artikel 53, § 2, eerste lid, 1° en 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) niet van toepassing is, zoals bijvoorbeeld voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen opgenomen in de aangiften Unieregeling-OSS en de diensten B2C;

-**dat de handeling plaatsvindt in België**.

### c. Voorbeelden

1\. Onderneming A, gevestigd in België, is onder de invoerregeling - IOSS geregistreerd voor haar extracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Zij verricht een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen vanuit de Verenigde Staten naar Frankrijk (voor een waarde van niet meer dan 150 euro) voor rekening van een Franse vrijgestelde belastingplichtige (die niet al zijn intracommunautaire verwervingen van goederen aan de btw moet onderwerpen). De goederen komen de EU binnen via de luchthaven van Roissy (Frankrijk) en worden vervolgens vervoerd naar de vrijgestelde belastingplichtige afnemer in Frankrijk.

De levering wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar de goederen zich bevinden op het moment van aankomst van de verzending of het vervoer ter bestemming van de koper, m.a.w. in Frankrijk ([artikel 33, c), van de Richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-33)). A moet dus Franse btw aanrekenen aan zijn klant.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier zich heeft ingeschreven voor de IOSS-invoerregeling. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) moet onderneming A een factuur uitreiken, aangezien zij een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen heeft verricht voor een belastingplichtige.

2\. Onderneming B, gevestigd in België, is geregistreerd in de invoerregeling - IOSS voor haar extracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Zij verricht een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen van het Verenigd Koninkrijk (Engeland) naar Duitsland (waarde niet meer dan 150 euro) voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in Duitsland woont. De goederen komen de EU binnen via de luchthaven van Bierset (België) en worden vervolgens naar de particuliere klant in Duitsland vervoerd.

De levering wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar de goederen zich bevinden op het moment van aankomst van de verzending of het vervoer ter bestemming van de koper, m.a.w. in Duitsland ([artikel 33, b), van de Richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-33)). B moet dus Duitse btw aanrekenen aan zijn klant.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier zich heeft geregistreerd in de Invoerregeling - IOSS. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 2° van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) moet vennootschap B een factuur uitreiken, aangezien zij een in [artikel 15, §§ 1 of 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) bedoelde extracommunautaire afstandsverkoop van goederen heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.

3\. Onderneming C, die in Nederland is gevestigd, is in de Invoerregeling - IOSS geregistreerd voor haar extracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Zij verricht een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen van Japan naar België (waarde niet meer dan 150 euro) voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in België woont. De goederen komen de EU binnen via de luchthaven van Zaventem (België) en worden vervolgens naar de particuliere klant in België vervoerd.

De levering wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar de goederen zich bevinden op het moment van aankomst van de verzending of het vervoer ter bestemming van de koper, m.a.w. in België ([artikel 15, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15)). C moet dus Belgische btw aanrekenen aan zijn klant.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is Nederland bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier zich heeft geregistreerd in de Invoerregeling - IOSS. Het is aan de Nederlandse belastingdienst om te bepalen of vennootschap C een factuur moet uitreiken.

4\. Onderneming D, gevestigd in China, is in België geregistreerd in de Invoerregeling - IOSS voor haar extracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Zij verricht een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen van China naar Oostenrijk (waarde niet meer dan 150 euro) voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in Oostenrijk woont. De goederen komen de EU binnen via de luchthaven van Wenen (Oostenrijk) en worden vervolgens naar de particuliere klant in Oostenrijk vervoerd.

De levering wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar de goederen zich bevinden op het moment van aankomst van de verzending of het vervoer ter bestemming van de koper, m.a.w. in Oostenrijk ([artikel 33, c), van de Richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-33)). D moet dus Oostenrijkse btw aanrekenen aan zijn klant.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier zich heeft geregistreerd in de Invoerregeling - IOSS. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) moet vennootschap D een factuur uitreiken, aangezien zij een in [artikel 15, §§ 1 of 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) bedoelde extracommunautaire afstandsverkoop van goederen heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.

5\. Onderneming X, gevestigd in Polen, heeft goederen verkocht aan een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in Slovakije woont, door tussenkomst van het platform E, gevestigd in België, dat in België is geregistreerd in de Invoerregeling - IOSS. Voor deze extracommunautaire afstandsverkoop van goederen door onderneming X (waarde niet meer dan 150 euro) wordt platform E, overeenkomstig [artikel 13bis, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13bis), geacht de goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd. De goederen, afkomstig uit Rusland, komen de EU binnen via de luchthaven van Warschau (Polen) en worden vervolgens naar de particuliere klant in Slovakije vervoerd.

De levering wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar de goederen zich bevinden op het moment van aankomst van de verzending of het vervoer ter bestemming van de koper, m.a.w. in Slovakije ([artikel 33, c), van de Richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-33)). E moet dus Slovaakse btw aanrekenen aan zijn klant.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar het platform is geregistreerd in de IOSS-invoerregeling. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) moet platform E een factuur uitreiken, aangezien het een in [artikel 15, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) bedoelde extracommunautaire afstandsverkoop van goederen heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.

6\. De in Italië gevestigde vennootschap F verricht een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen van Marokko naar België (waarde meer dan 150 euro) voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in België woont. De goederen komen de EU binnen via de luchthaven van Rome (Italië) en worden vervolgens naar de Belgische particuliere klant vervoerd. De vennootschap F wordt in de in Italië ingediende invoeraangifte aangeduid als bestemmeling.

De levering wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar de goederen zich bevinden op het moment van aankomst van de verzending of het vervoer ter bestemming van de koper, m.a.w. in België ([artikel 15, § 1, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15)). F moet dus Belgische btw aanrekenen aan zijn klant.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de extracommunautaire afstandsverkoop wordt geacht plaats te vinden. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) moet onderneming F een factuur uitreiken omdat zij een in [artikel 15, §§ 1 of 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) bedoelde extracommunautaire afstandsverkoop van goederen heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.

7\. De in België gevestigde vennootschap G, heeft zich niet ingeschreven in België in de Invoerregeling IOSS voor haar extracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Zij verricht een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen van Australië naar België (waarde meer dan 150 euro) voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in België woont. De goederen komen de EU binnen via de luchthaven van Zaventem (België) en worden vervolgens doorgezonden naar de Belgische particuliere klant. De vennootschap G wordt in de invoeraangifte aangeduid als bestemmeling.

De levering wordt geacht plaats te vinden in de Lidstaat van invoer van de goederen, m.a.w. in België ([artikel 14, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-14)). G moet dus Belgische btw aanrekenen aan zijn klant.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de extracommunautaire afstandsverkoop wordt geacht plaats te vinden. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) hoeft onderneming G geen factuur uit te reiken, aangezien de extracommunautaire afstandsverkoop van goederen die zij verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon niet beoogd is in [artikel 15, §§ 1 of 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15), maar wel in [artikel 14, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-14).

8\. De in de Verenigde Staten gevestigde vennootschap H heeft zich niet ingeschreven in de Invoerregeling IOSS voor haar extracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Zij verricht een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen van de Verenigde Staten naar België (waarde meer dan 150 euro) voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in België woont. De goederen komen de EU binnen via de luchthaven van Zaventem (België) en worden vervolgens doorgezonden naar de Belgische particuliere klant. De particuliere klant wordt aangeduid als bestemmeling in de invoeraangifte op zijn naam (toepassing van de bijzondere regeling voor de aangifte en de betaling van de btw over de invoer, voorzien in [artikel 58sexies, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58sexies)).

De levering wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar het goed zich bevindt op het moment van het vertrek van de verzending of het vervoer ter bestemming van de afnemer, m.a.w. in de Verenigde Staten ([artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-14)).

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de extracommunautaire afstandsverkoop wordt geacht plaats te vinden. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) hoeft onderneming H geen factuur uit te reiken, aangezien de extracommunautaire afstandsverkoop van goederen die zij verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon niet beoogd is in [artikel 15, §§ 1 of 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15), maar wel in [artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-14).

9\. De in België gevestigde vennootschap I verricht een extracommunautaire afstandsverkoop van goederen van Turkije naar Spanje (met een waarde van meer dan 150 euro) voor rekening van een niet-belastingplichtige particulier die in Spanje woont. De goederen worden in Spanje ingevoerd op naam van de vennootschap I. De goederen komen de EU binnen via de luchthaven van Madrid (Spanje) en worden vervolgens vervoerd naar de Spaanse particuliere klant. De vennootschap I wordt in de in Spanje ingediende invoeraangifte aangeduid als bestemmeling.

De levering wordt geacht plaats te vinden in de Lidstaat van invoer van de goederen, m.a.w. in Spanje ([artikel 14, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-14)). I moet dus Spaanse btw aanrekenen aan zijn klant.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is Spanje bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de extracommunautaire verkoop op afstand wordt geacht plaats te vinden. Het is aan de Spaanse belastingautoriteiten om te bepalen of vennootschap I een factuur moet uitreiken.

**3.** **Bijzondere regeling voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en bepaalde leveringen van goederen (regeling EU of Unieregeling OSS)**

##### A. Algemeen

De bijzondere regeling van toepassing op intracommunautaire afstandsverkopen van goederen is een optionele vereenvoudigingsregeling: de belastingplichtige is steeds vrij om te beslissen om de normale btw-regeling toe te passen en zich voor de btw te identificeren in alle lidstaten waarin hij handelingen, bedoeld door de bijzondere regeling, heeft verricht waarvoor hij de schuldenaar van de btw is.

Vanaf 01.07.2021 omvat het toepassingsgebied van deze EU-regeling of Unieregeling OSS:

\- enerzijds de intracommunautaire afstandsverkopen en bepaalde nationale goederenleveringen, in functie van de omstandigheden waarin die handelingen worden verricht;

\- anderzijds, de telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de elektronische diensten (TBE diensten), verstrekt door belastingplichtigen die de zetel van hun economische activiteit hebben gevestigd op het grondgebied van de gemeenschap of die er beschikken over een vaste inrichting aan niet-belastingplichtigen die hun woonplaats of hun gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere lidstaat (en die, bijgevolg, geacht worden plaats te vinden in die lidstaat overeenkomstig [artikel 21bis, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis)), reeds vallend onder de oude regeling van het Mini-Enig Loket (MOSS), evenals een ganse reeks andere diensten verstrekt aan niet-belastingplichtigen. Voor een uiteenzetting van deze nieuwe regeling voor de diensten wordt verwezen naar titel 4 van deze Afdeling.

Bovendien is de EU-regeling een globale, optionele regeling. [Artikel 58quater, § 2, lid 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) bepaalt dat, wanneer een belastingplichtige ervan gebruik maakt, die bijzondere regeling van toepassing is op alle in de gemeenschap verrichte handelingen die vallen onder het toepassingsgebied van die bijzondere regeling. De heterogene aard van die bijzondere regeling, die, ten opzichte van de andere bijzondere regelingen van het systeem OSS, zeer verschillende categorieën van handelingen dekt, laat evenmin toe om de bijzondere regeling toe te passen op één of enkele categorieën van de bijzondere regeling en de gewone btw-regels toe te passen voor de andere categorieën.

##### B. Definities

### a. Niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige

Het betreft een belastingplichtige die die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd, maar die in de lidstaat van verbruik noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting heeft ([artikel 58quater, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater)).

### b. Niet in de lidstaat van identificatie gevestigde belastingplichtige

•Wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening of één enkele vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd, is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd, de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft.

•Wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft, is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt waaraan die belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruikmaakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden.

•Wanneer een belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening noch een vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd en er slechts één lidstaat is waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt, is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt.

•Wanneer een belastingplichtige noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening noch een vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd en er meer dan één lidstaat is waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt, is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar de verzending of het vervoer van goederen aanvangt waaraan die belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruikmaakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden ([artikel 58quater, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater)).

### c. Lidstaat van verbruik

•In het geval van een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen is de lidstaat van verbruik de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer.

•In het geval van de levering van goederen door een belastingplichtige die deze levering faciliteert overeenkomstig [artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13bis), indien de verzending of het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt, is de lidstaat van verbruik deze lidstaat ([artikel 58quater, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater)).

##### C. Wie kan gebruik maken van de regeling EU?

Kunnen gebruik maken van de huidige, bijzondere regeling:

1° de belastingplichtigen, ongeacht waar ze gevestigd zijn, die intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verrichten, met inbegrip van de belastingplichtigen bedoeld in [artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13bis) (de 'gelijkgestelde leveranciers') die door het gebruik van een elektronische interface zulke leveringen, verricht door niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtigen aan niet-belastingplichtigen faciliteren;

2° de belastingplichtigen, ongeacht waar ze gevestigd zijn, die door het gebruik van een elektronische interface de leveringen van goederen faciliteren overeenkomstig [artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13bis) (de 'gelijkgestelde leveranciers'), indien de verzending of het vervoer van de geleverde goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt.

Deze bijzondere regeling is van toepassing op alle aldus door de betrokken belastingplichtige in de gemeenschap geleverde goederen en verrichte diensten ([artikel 58quater, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater)).

Vanuit het oogpunt van de belastingplichtigen, kunnen dus gebruik maken van die regeling in functie van de handelingen die ze verrichten, de volgende belastingplichtigen:

1\. de in de gemeenschap gevestigde belastingplichtigen voor de aangifte en de voldoening van de btw verschuldigd over de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen die ze verrichten

2\. de niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde belastingplichtigen voor de aangifte en de voldoening van de btw verschuldigd over de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen die ze verrichten

3\. de al dan niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde elektronische interfaces, facilitators in de zin van [artikel 13bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13bis), voor de aangifte en de voldoening van de verschuldigde btw.

##### D. Welke goederen kunnen genieten van de EU regeling?

De EU regeling is van toepassing op de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen in de zin van [artikel 1, § 19, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1).

De intracommunautaire afstandsverkopen van goederen betreffen dus de leveringen van goederen:

\- die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de leverancier (ook wanneer de leverancier indirect tussenkomt bij het vervoer of de verzending van de goederen), vanuit een andere lidstaat dan die van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen naar de afnemer;

\- voor een belastingplichtige of voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon van wie de intracommunautaire verwervingen van goederen krachtens [artikel 3, lid 1, van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-3) niet aan de belasting zijn onderworpen, of voor enige andere niet-belastingplichtige;

\- die geen nieuwe vervoermiddelen bedoeld in artikel 8bis, § 2, zijn, noch goederen, geleverd na montage of installatie, door of voor rekening van de leverancier, met of zonder beproeven van de geïnstalleerde of gemonteerde goederen.

De regeling EU is eveneens van toepassing op de leveringen van goederen binnen de gemeenschap verricht door een niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde belastingplichtige aan een niet-belastingplichtige via het gebruik van een elektronische interface, zoals een marktplaats, platform, portaal of soortgelijk middel, waarvoor de belastingplichtige die de levering faciliteert wordt geacht die goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd in de zin van [artikel 13, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13).

Worden dus bedoeld de volgende handelingen verricht via het gebruik van een elektronische interface, die worden geacht te zijn verricht door die elektronische interface:

\- de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen, voor een niet-belastingplichtige, die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van de niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde leverancier (inbegrepen wanneer de leverancier indirect tussenkomt in de verzending of het vervoer van de goederen), die niet worden geïnstalleerd of gemonteerd door de leverancier of voor zijn rekening, met of zonder beproeven van de werking;

\- de verkopen van goederen, voor een niet-belastingplichtige, die worden verzonden of vervoerd door of voor rekening van een niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde leverancier (inbegrepen wanneer de leverancier indirect tussenkomt in de verzending of het vervoer van de goederen), wanneer de plaats van vertrek en van aankomst van de verzending of het vervoer van de geleverde goederen zich bevinden in dezelfde lidstaat, die niet worden geïnstalleerd of gemonteerd door de leverancier of voor zijn rekening, met of zonder beproeven van de werking.

##### E. Bepaling van de lidstaat bevoegd voor de identificatie van de belastingplichtige onder de EU regeling voor de goederen

De regels inzake de bepaling van de lidstaat van identificatie in het kader van de EU regeling zijn afhankelijk van de hoedanigheid van de belastingplichtige. In elk geval kan er slechts één lidstaat van identificatie zijn met het oog op de voorliggende bijzondere regeling.

[Artikel 58quater, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) ([artikel 369bis, van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369bis)) bepaalt de regels als volgt voor de belastingplichtigen die geen beroep doen op een tussenpersoon:

\- wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening of één enkele vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd, betreft het de lidstaat waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd, de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft;

\- wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft, betreft het de lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt waaraan die belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruikmaakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden;

\- wanneer een belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening noch een vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd en er slechts één lidstaat is waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt, betreft het de lidstaat waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt;

\- wanneer een belastingplichtige noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening noch een vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd en er meer dan één lidstaat is waar de verzending of het vervoer van de goederen aanvangt, betreft het de lidstaat waar de verzending of het vervoer van goederen aanvangt waaraan die belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruikmaakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze.

| Plaats van vestiging | Type van identificatie | Lidstaat van identificatie |
| --- | --- | --- |
| Bedrijfszetel in de EU | Rechtstreekse identificatie | LS van de bedrijfszetel van de verkoper (of van de 'gelijkgestelde leverancier') |
| Bedrijfszetel buiten de EU maar vaste inrichting gesitueerd in de EU | Rechtstreekse identificatie | LS van de vaste inrichting \* van de verkoper (of van de 'gelijkgestelde leverancier') |
| Bedrijfszetel buiten de EU en geen vaste inrichting gesitueerd in de EU | Rechtstreekse identificatie | LS van waaruit de goederen worden vervoerd\*\* |

\* Als hij beschikt over meerdere vaste inrichtingen, kiest de verkoper (of de 'gelijkgestelde leverancier') die welke hij zal gebruiken. Die keuze is verplicht voor de leverancier tot het einde van het tweede jaar dat volgt op het jaar in de loop waarvan de keuze werd gemaakt.

\*\* Als er meerdere opslagplaatsen zijn, kiest de verkoper (of de 'gelijkgestelde leverancier') de lidstaat die hij zal gebruiken. Die keuze verbindt de verkoper (of de 'gelijkgestelde leverancier') tot het einde van het tweede jaar dat volgt op dat in de loop waarvan de keuze werd gemaakt.

##### F. Toepassingsvoorwaarden voor de regeling EU voor de goederen

### a. Registratie, wijziging, identificatienummer, stopzetting en doorhaling in België

a.1. Registratie

Artikel 58quater, § 3, van het Belgisch Btw-Wetboek bepaalt dat de belastingplichtige die gebruik maakt van deze bijzondere regeling met België als lidstaat van identificatie, opgave doet van het begin van zijn onder deze bijzondere regeling vallende economische activiteit op het elektronische adres dat daarvoor door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is gecreëerd, alvorens een aanvang te maken met het gebruik van die bijzondere regeling.

Artikel 3 en bijlage 1 van de uitvoeringsverordening (EU) 2020/194 van 12.02.2020 geven de detailinformatie weer die moet worden meegedeeld bij de inschrijving.

a.2. Wijziging

Overeenkomstig artikel 4 en bijlage 1 van de uitvoeringsverordening (EU) 2020/194 van 12.02.2020 geeft elke belastingplichtige kennis van elke wijziging met betrekking tot de identificatiegegevens aan het elektronisch adres bedoeld (elektronische adres dat daarvoor door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is gecreëerd).

a.3. Identificatienummer

Overeenkomstig [artikel 57sexies van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-57sexies), identificeert de lidstaat van identificatie de belastingplichtige die de EU regeling toepast met behulp van zijn btw-identificatienummer bedoeld in de artikelen [214](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-214) en [215](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-215), van de richtlijn 2006/112/EG.

Concreet en overeenkomstig [artikel 58quater, § 4, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater):

\- maken de in België gevestigde belastingplichtigen voor hun inschrijving gebruik van hun individueel btw-identificatienummer dat hen werd toegekend overeenkomstig [artikel 50, § 1, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-50) (nummer voorafgegaan door de letters BE);

\- maken de buiten de Europese Unie gevestigde belastingplichtigen voor hun inschrijving gebruik van hun individueel btw-identificatienummer dat hen werd toegekend overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, a, van het Btw-Wetboek (nummer voorafgegaan door de letters BE);

\- moeten de belastingplichtigen die gevestigd zijn buiten de Europese Unie en die nog niet beschikken over een btw-identificatienummer, voorafgaandelijk aan de aanvang van hun onder deze regeling vallende activiteit, de formaliteiten vervullen om zich een individueel btw-identificatienummer, voorafgegaan door de letters BE, te doen toekennen overeenkomstig artikel 50, § 1, eerste lid, 3°, b, van het Btw-Wetboek. Ze zullen dat nummer vervolgens gebruiken voor hun inschrijving.

Voor belastingplichtigen (met inbegrip van de elektronische interfaces) die niet in de gemeenschap zijn gevestigd noch in een land waarmee rechtsinstrumenten van wederzijdse bijstand werden gesloten zoals bedoeld in [artikel 55, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55) en voor wie België de lidstaat van identificatie is, zal hun btw-identificatie onder de bijzondere regeling gepaard gaan met de verplichte voorafgaandelijke aanstelling van een aansprakelijk vertegenwoordiger overeenkomstig [artikel 55, § 1, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55).

[Artikel 55, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55) voorziet momenteel die verplichting enkel in die gevallen waarin het handelingen betreft die aan de btw onderworpen zijn in België (gevallen waarin België dus lidstaat van verbruik is). Onder de Unie-regeling is het evenwel mogelijk dat belastingplichtigen bedoeld in [artikel 55, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55) België als lidstaat van identificatie hebben zonder dat zij in België aan de btw onderworpen handelingen verrichten. Dat is met name het geval als België uitsluitend de of een lidstaat is van waaruit goederen worden verzonden of vervoerd in het kader van intracommunautaire afstandsverkopen, die zelf geacht worden plaats te vinden voor btw-doeleinden in de lidstaat waar de verzending of het vervoer wordt beëindigd.

In het kader van de nieuwe regeling moet de aanstelling van een aansprakelijk vertegenwoordiger in België bovendien bekeken worden in de logica van het systeem waarbij ervan uitgegaan wordt dat de belastingplichtige die van dat systeem gebruik maakt slechts contacten heeft met één enkele lidstaat, met name de lidstaat van identificatie, en niet met elke lidstaat van verbruik.

[Artikel 55, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55) wordt derhalve gewijzigd om in een nieuw tweede lid te voorzien dat de belastingplichtigen bedoeld in [artikel 55, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55) ook verplicht zijn een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger aan te stellen vooraleer handelingen te stellen onder de bijzondere regeling bedoeld in [artikel 58quater, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater), i.e. wanneer België de lidstaat van identificatie is in het kader van de Unie-regeling (en de betrokken belastingplichtige dus niet noodzakelijkerwijze handelingen verricht die aan de btw onderworpen zijn in België).

Wanneer een belastingplichtige de lidstaat van identificatie ervan in kennis stelt dat hij voornemens is de Unieregeling toe te passen, is die bijzondere regeling, overeenkomstig [artikel 57quinquies, lid 1, van uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-57quinquies), van toepassing vanaf de eerste dag van het volgende kalenderkwartaal. Wanneer de eerste onder de Unieregeling vallende goederenlevering of dienst evenwel vóór die datum plaatsvindt, is de bijzondere regeling van toepassing vanaf de datum van de eerste levering of dienst, op voorwaarde dat de informatie betreffende de aanvang van de activiteiten die onder de Unieregeling vallen door de belastingplichtige uiterlijk op de tiende dag van de maand volgende op de eerste levering of dienst aan de lidstaat van identificatie wordt meegedeeld.

a.4. Stopzetting

De belastingplichtige die zijn activiteit onder deze bijzondere regeling beëindigt of die niet langer voldoet aan de voorwaarden om ervan gebruik te mogen maken, stelt de administratie hiervan in kennis langs elektronische weg, overeenkomstig [artikel 58quater, § 5, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater).

Overeenkomstig [artikel 57octies, § 1, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-57octies), stelt de belastingplichtige de lidstaat van identificatie in kennis van zijn beslissing ten minste 15 dagen voor het einde van het kalenderkwartaal voorafgaand aan dat waarin hij het gebruik van de regeling wenst te beëindigen. De beëindiging wordt van kracht op de eerste dag van het volgende kalenderkwartaal.

Overeenkomstig [artikel 57septies, § 1, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-57septies), is, wanneer een belastingplichtige niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van de bijzondere regeling in de lidstaat waar hij voor btw-doeleinden geïdentificeerd is, deze lidstaat niet langer de lidstaat van identificatie.

Indien deze belastingplichtige echter nog steeds voldoet aan de noodzakelijke voorwaarden om van die bijzondere regeling gebruik te maken, duidt hij een nieuwe bevoegde lidstaat van identificatie aan overeenkomstig de hiervoor omschreven regels.

In geval van een vrijwillige verandering van lidstaat van identificatie, heeft die verandering uitwerking vanaf de datum waarop de belastingplichtige niet langer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft in de lidstaat die voorheen de lidstaat van identificatie was, of vanaf de datum waarop die belastingplichtige niet langer goederen verzendt of vervoert vanuit die lidstaat.

a.5. Doorhaling

[Artikel 58quater, § 5, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) somt de gevallen op waarin de belastingplichtige die gebruik maakt van de bijzondere regeling ervan wordt uitgesloten.

Een dergelijke uitsluiting gebeurt in de volgende gevallen:

1° de belastingplichtige meldt dat hij niet langer handelingen verricht die onder deze bijzondere regeling vallen of er kan worden aangenomen, door andere middelen, dat hij niet langer dergelijke handelingen verricht;

2° de belastingplichtige niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken;

3° de belastingplichtige bij voortduring niet voldoet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling.

Overeenkomstig [artikel 58, § 2, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-58), wordt die uitsluiting van kracht op de eerste dag van het kalenderkwartaal volgende op de dag waarop het besluit inzake uitsluiting langs elektronische weg aan de belastingplichtige is medegedeeld. Indien de uitsluiting echter het gevolg is van een verandering van zetel van bedrijfsuitoefening of vaste inrichting of van de plaats waar de verzending of het vervoer van de goederen begint, wordt ze van kracht op de datum van die verandering.

**b.** **Aangifte- en voldoeningsverplichtingen van de belastingplichtige die ervoor gekozen heeft om zich in te schrijven in de bijzondere regeling voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en zekere leveringen van goederen (regeling EU of Unieregeling OSS)**

Artikel 58quater, § 6, van het Belgisch Btw-Wetboek omvat de verplichtingen voor wat betreft de aangifte en de voldoening van de verschuldigde btw in de verschillende betrokken lidstaten van verbruik voor de leveringen van de goederen onder deze regeling.

De aandacht wordt gevestigd op het feit dat die aangifte (regeling EU of Unieregeling OSS) eveneens de diensten B2C, die onder deze bijzondere regeling worden verricht door een in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige, omvat. In dit verband wordt verwezen naar titel 4, punt F, b, hierna, “Aangifte- en voldoeningsverplichtingen van de belastingplichtige die ervoor gekozen heeft om zich in te schrijven in de bijzondere regelingen EU en niet EU voor de B2C diensten”.

Het eerste lid van [artikel 58quater, § 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater), voormeld, voorziet dat de belastingplichtige die gebruik kan maken van de huidige bijzondere regeling, langs elektronische weg een aangifte indient **voor elk kalenderkwartaal**, ongeacht of al dan niet leveringen van goederen en diensten zijn verricht die onder deze bijzondere regeling vallen. De belastingplichtige dient die aangifte, opgesteld in euro, in **uiterlijk vóór het einde van de maand volgend op het verstrijken van het belastingtijdvak** waarop ze betrekking heeft. Als er geen enkele belastbare handeling werd verricht gedurende het belastingtijdvak, zal een 'nihil'-aangifte moeten worden ingediend overeenkomstig [artikel 59bis, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-59bis).

Volgens het tweede lid van hetzelfde artikel, moet de aangifte aldus het btw-identificatienummer van de belastingplichtige vermelden en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag (van de maatstaf van heffing), exclusief btw, de toepasselijke btw-tarieven, het totale bedrag van de overeenkomstige btw, uitgesplitst naar belastingtarieven, en de totale verschuldigde btw over de volgende gedurende het belastingtijdvak verrichte leveringen van goederen die onder deze bijzondere regeling vallen:

1° de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen die plaatsvinden in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen;

2° de leveringen van goederen bedoeld in artikel 13bis, § 2, wanneer de verzending of het vervoer van die goederen in dezelfde lidstaat begint en eindigt.

[Artikel 58quater, § 6, derde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) voorziet, voor wat betreft de aangifte van de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen alsook voor de nationale leveringen van goederen die ten behoeve van een niet-belastingplichtige worden verricht door een belastingplichtige die die leveringen faciliteert overeenkomstig [artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13bis), dat, behalve de ventilatie van de gegevens die moeten worden opgenomen in de aangifte overeenkomstig het voormelde tweede lid, een bijkomende ventilatie van die gegevens moet worden verricht wanneer de goederen worden verzonden of vervoerd vanuit andere lidstaten dan België (lidstaat van identificatie).

Wanneer de gegevens bedoeld in [artikel 58quater, § 6, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) een ventilatie opleggen naargelang de lidstaat van verbruik (m.a.w. voor de leveringen: de lidstaat waar de verzending of het vervoer eindigt), voorziet het derde lid van deze bepaling in een bijkomende ventilatie van die gegevens per lidstaat (andere dan België) van waaruit de goederen werden verzonden of vervoerd.

Bijgevolg zal de aangifte, voor elke intracommunautaire afstandsverkoop, moeten aanduiden, op basis van artikel 58quater, § 6, tweede en derde lid, van het Btw-Wetboek, de betrokken vermeldingen geventileerd zowel per lidstaat van vertrek van de verzending of het vervoer als per lidstaat van verbruik (in het voorliggend geval de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer).

Concreet, voorziet dat derde lid dat, wanneer de goederen door de belastingplichtige die gebruik kan maken van de regeling EU worden verzonden of vervoerd vanuit andere lidstaten dan België, de aangifte ook het totale bedrag exclusief btw, de toepasselijke btw-tarieven, het totale bedrag van de overeenkomstige btw, uitgesplitst naar belastingtarieven, en de totale verschuldigde belasting over de volgende leveringen die onder deze bijzondere regeling vallen, bevat voor elke lidstaat waaruit die goederen zijn verzonden of vervoerd:

1° de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen andere dan die verricht door een belastingplichtige overeenkomstig [artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13bis);

2° de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en de leveringen van goederen bedoeld in het tweede lid, 2°, van artikel 58quater, § 6, verricht door een belastingplichtige overeenkomstig [artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13bis).

De leden 4 en 5 van [artikel 58quater, § 6, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) voorzien dat voor de leveringen bedoeld hiervoor in lid 2, 1° en 2°, de aangifte ook het individuele btw-identificatienummer of het fiscaal registratienummer dat door elk van die lidstaten waaruit zulke goederen worden verzonden of vervoerd is toegekend, vermeldt. De aangifte bevat de in deze paragraaf bedoelde informatie, uitgesplitst naar lidstaat van verbruik.

Lid 7 van [artikel 58quater, § 6, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) bepaalt dat, wanneer een reeds ingediende aangifte naderhand moet worden gewijzigd, deze wijzigingen in een volgende aangifte worden opgenomen uiterlijk drie jaar na de datum waarop de oorspronkelijke aangifte moest worden ingediend overeenkomstig het eerste lid van voormeld artikel. In die volgende aangifte worden de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn vermeld.

Tot slot bepaalt lid 8 van [artikel 58quater, § 6, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater), dat de belastingplichtige die gebruik kan maken van de bijzondere EU regeling de btw voldoet onder verwijzing naar de betreffende aangifte, uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen de aangifte moet worden ingediend.

### c. Praktische voorbeelden

1\. Onderneming A, gevestigd in België, verzendt in de loop van het 3de kwartaal van 2021 goederen rechtstreeks vanuit België naar particuliere klanten, gevestigd in België, in Frankrijk en in Nederland. A is gehouden om zijn afstandsverkopen te onderwerpen (aan de btw) in de LS van aankomst van de goederen. Onderneming A wenst de regeling OSS te gebruiken.

| Vóór de verkopen | Op het moment van de verkopen (afstandsverkopen) | Uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de verkoop heeft plaatsgevonden |
| --- | --- | --- |
| De Belgische verkoper A identificeert zich in de regeling OSS in België (LS van zijn bedrijfszetel) langs elektronische weg via zijn Belgische btw-identificatienummer | De Belgische verkoper rekent Franse btw aan aan zijn Franse klanten en Nederlandse btw aan zijn Nederlandse klanten. | De Belgische verkoper dient een elektronische aangifte OSS in in België uiterlijk op 30 oktober, waarin hij zijn intracommunautaire afstands­verkopen van het 3de kwartaal opneemt.De eruit resulterende btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn.Daarentegen geeft de Belgische verkoper het omzetcijfer en de btw met betrekking tot zijn interne verkopen in België aan in zijn Belgische periodieke aangifte. |

2\. Onderneming B, gevestigd in België, verzendt in de loop van het 3de kwartaal van 2021 rechtstreeks goederen vanuit België naar particuliere klanten gevestigd in België, in Spanje en in Portugal. B is gehouden om zijn afstandsverkopen (aan de btw) te onderwerpen in de lidstaat van aankomst van de goederen. Zij beschikt over een vaste inrichting in Spanje. Onderneming B wenst de regeling OSS te gebruiken.

| Vóór de verkopen | Op het moment van de verkopen (afstandsverkopen) | Uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de verkoop heeft plaatsgevonden |
| --- | --- | --- |
| De Belgische verkoper B identificeert zich in de regeling OSS in België (LS van zijn bedrijfszetel) langs elektronische weg via zijn Belgische btw-identificatie­nummer | De Belgische verkoper rekent Spaanse btw aan aan zijn Spaanse klanten en Portugese btw aan zijn Portugese klanten. | De Belgische verkoper dient een elektronische aangifte OSS in in België uiterlijk op 30 oktober, waarin hij zijn intracommunautaire afstands­verkopen van het 3de kwartaal opneemt (met inbegrip van die gelokaliseerd in Spanje, ondanks het feit dat hij er beschikt over een vaste inrichting).De eruit resulterende btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn.Daarentegen geeft de Belgische verkoper het omzetcijfer en de btw met betrekking tot zijn interne verkopen in België aan in zijn Belgische periodieke aangifte. |

3\. Onderneming C, gevestigd in België, verzendt in de loop van het 3de kwartaal van 2021 rechtstreeks goederen vanuit België naar particuliere klanten gevestigd in Duitsland, in Oostenrijk en in België. Zij beschikt eveneens over een vaste inrichting in Frankrijk van waaruit ze goederen verzendt naar particuliere klanten gevestigd in Frankrijk, in Italië en in België. C is gehouden om haar afstandsverkopen (aan te btw) te onderwerpen in de LS van aankomst van de goederen. Onderneming C wenst de regeling OSS te gebruiken.

| Vóór de verkopen | Op het moment van de verkopen (afstandsverkopen) | Uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de verkoop heeft plaatsgevonden |
| --- | --- | --- |
| De Belgische verkoper C identificeert zich in de regeling OSS in België (LS van zijn bedrijfszetel) langs elektronische weg via zijn Belgische btw-identificatie­nummer | De Belgische verkoper rekent Duitse btw aan aan zijn Duitse klanten en Oostenrijkse btw aan zijn Oostenrijkse klanten.De Franse vaste inrichting rekent Italiaanse btw aan aan haar Italiaanse klanten en Belgische btw aan haar Belgische klanten. | De Belgische verkoper dient een elektronische aangifte OSS in in België uiterlijk op 30 oktober, waarin hij zijn intracommunautaire afstands­verkopen van het 3de kwartaal opneemt:- die hij heeft verricht;- die zijn Franse vaste inrichting heeft verricht (met inbegrip van die gelokaliseerd in België, ondanks het feit dat hij er gevestigd is).De eruit resulterende btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn.Daarentegen:- geeft de Belgische verkoper het omzetcijfer en de btw met betrekking tot zijn interne verkopen in België aan in zijn Belgische periodieke aangifte;- geeft zijn Franse vaste inrichting het omzetcijfer en de btw met betrekking tot haar interne verkopen in Frankrijk aan in haar Franse periodieke aangifte. |

4\. Onderneming D, gevestigd in China, verzendt in de loop van het 3de kwartaal van 2021 rechtstreeks goederen vanuit een opslagplaats in België naar particuliere klanten gevestigd in Nederland, in Denemarken en in België. Onderneming D wenst zich in te schrijven in OSS.

| Vóór de verkopen | Op het moment van de verkopen (afstandsverkopen) | Uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de verkoop heeft plaatsgevonden |
| --- | --- | --- |
| De Chinese verkoper identificeert zich in de regeling OSS in België (LS waar zijn opslagplaats zich bevindt) langs elektronische weg via zijn Belgisch btw-identificatie­nummer.Voorafgaand aan zijn inschrijving, heeft hij zich voor de btw moeten laten identificeren in België via een aansprakelijke vertegenwoordiger ([art. 50, § 1, eerste lid, 3°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-50), en [55, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55), van het Btw-Wetboek). | De Chinese verkoper rekent Nederlandse btw aan aan zijn Nederlandse klanten en Deense btw aan zijn Deense klanten. | De Chinese verkoper dient een elektronische aangifte OSS in in België uiterlijk op 30 oktober, waarin hij zijn intracommunautaire afstandsverkopen van het 3de kwartaal opneemt.De eruit resulterende btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn.Daarentegen geeft de Chinese verkoper het omzetcijfer en de btw met betrekking tot zijn interne verkopen in België aan in zijn Belgische periodieke aangifte. |

5\. Onderneming E, gevestigd in de Verenigde Staten, verzendt in de loop van het 3de kwartaal van 2021 rechtstreeks goederen vanuit een opslagplaats in België naar particuliere klanten gevestigd in het Groothertogdom Luxemburg, in Frankrijk en in België.

De goederen worden verkocht via het platform Y, gevestigd in België. Als platform dat tussenkomt in de communautaire afstandsverkopen verricht door een niet in de gemeenschap gevestigde onderneming, wordt Y geacht om de goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd ('gelijkgestelde leverancier'). Het platform Y wenst zich in te schrijven in OSS.

| Vóór de verkopen | Op het moment van de verkopen (afstandsverkopen en nationale verkopen) | Uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de verkoop heeft plaatsgevonden |
| --- | --- | --- |
| Het Belgische platform Y identificeert zich in de regeling OSS in België (LS van zijn bedrijfszetel) langs elektronische weg via zijn Belgische btw-identificatie­nummer | Het Belgische platform Y rekent Luxemburgse btw aan aan haar Luxemburgse klanten, Franse btw aan haar Franse klanten en Belgische btw aan haar Belgische klanten. | Het Belgische platform Y dient een elektronische aangifte OSS in in België uiterlijk op 30 oktober, waarin zij de door de Amerikaanse onderneming E verrichte handelingen opneemt waarvoor zij de 'gelijkgestelde leverancier' is in de zin van [artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13bis), te weten:- de intracommunautaire afstandsverkopen van het 3de kwartaal;- de leveringen van goederen waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van de verzending of het vervoer gesitueerd zijn in België, verricht tijdens het 3de kwartaal.De eruit resulterende btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn. |

### d. Recht op aftrek

Overeenkomstig artikel 58quater, § 8, van het Belgisch Btw-Wetboek ([artikel 369undecies, van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369undecies)), mag de in paragraaf 3 bedoelde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt, de in de lidstaat van verbruik geheven belasting van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten die verband houden met onder deze regeling vallende handelingen niet in aftrek brengen in de in paragraaf 6 bedoelde aangifte.

Echter, de belastingplichtige die gebruik maakt van die bijzondere regeling mag die belasting evenwel recupereren bij wijze van teruggaaf overeenkomstig artikel 76, § 2, van het Belgische Btw-Wetboek en volgens de normale regels.

Een niet in België gevestigde belastingplichtige die van deze bijzondere regeling gebruik maakt en die in België ook handelingen verricht die niet onder deze bijzondere regeling vallen en waarvoor hij zich voor de btw heeft laten identificeren in België, brengt de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten die verband houden met de handelingen die onder deze bijzondere regeling vallen in aftrek in de periodieke btw-aangifte ([artikel 58quater, § 8, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater)).

In zover hij niet voor de btw is geïdentificeerd in België, zal de in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige de teruggaaf van de Belgische voorbelasting (btw) kunnen bekomen volgens de modaliteiten voorzien door de richtlijn 2008/9/EG van de raad van 12.02.2008 (zie het koninklijk besluit nr. 56 van 09.12.2009 met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf).

De niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van die bijzondere regeling en die niet geïdentificeerd is voor de btw in België of die in België alleen voor de btw geïdentificeerd is op basis van [artikel 50, § 1, 3°, b), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-50) omdat hij in andere lidstaten dan België handelingen verricht waarvoor hij gebruikt maakt van de in [artikel 58quater van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) bedoelde bijzondere regeling, zal de teruggaaf van die btw kunnen bekomen volgens de modaliteiten voorzien in de dertiende richtlijn.

Daarentegen is de in België gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van deze bijzondere regeling niet gemachtigd om de buitenlandse voorbelasting/btw af te trekken in zijn aangifte OSS.

In zover hij niet geïdentificeerd is voor de btw in die lidstaten, zal hij de teruggaaf van die buitenlandse voorbelasting/btw kunnen bekomen volgens de modaliteiten voorzien door de richtlijn 2008/9/EG van de raad van 12.02.2008.

De in België gevestigde belastingplichtige, die gebruik maakt van deze bijzondere regeling en die in een andere lidstaat eveneens niet onder die bijzondere regeling vallende handelingen verricht waarvoor hij er zich heeft laten identificeren voor de btw, brengt de bedragen aan btw die betrekking hebben op onder deze bijzondere regeling vallende handelingen in aftrek in de periodieke aangifte die hij indient in die lidstaat.

**e.** **Handelingen (intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en bepaalde leveringen van goederen), ingeschreven in de bijzondere regeling (regeling EU of Unieregeling OSS) en op te nemen in de Belgische periodieke btw-aangifte**

Drie typevoorbeelden zullen worden onderzocht om uit te maken welke de handelingen, aangegeven in de aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS), zijn die eveneens moeten worden opgenomen in de Belgische periodieke btw-aangifte.

e.1. De belastingplichtige heeft zijn hoofdzetel in België

De in andere lidstaten verrichte intracommunautaire afstandsverkopen die de belastingplichtige heeft opgenomen in zijn aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) (met inbegrip van die verricht door de vaste inrichtingen waarover hij in voorkomend geval beschikt in andere lidstaten) moeten worden ingeschreven in rooster 47 van zijn periodieke btw-aangifte.

De in België verrichte intracommunautaire afstandsverkopen die de belastingplichtige heeft opgenomen in zijn aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) (met inbegrip van die verricht door de vaste inrichtingen waarover hij in voorkomend geval beschikt in andere lidstaten) moeten eveneens worden ingeschreven in rooster 47 van zijn periodieke btw-aangifte.

De in België gevestigde elektronische interface die in haar aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) leveringen van goederen heeft opgenomen waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van de verzending of van het vervoer gesitueerd zijn in dezelfde lidstaat waarvoor zij de ‘gelijkgestelde leverancier’ in de zin van [artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13bis) is, moet die handelingen (met inbegrip van die verricht door de vaste inrichtingen waarover zij in voorkomend geval beschikt in andere lidstaten) inschrijven in rooster 47 van haar periodieke btw-aangifte.

De in België gevestigde elektronische interface die in haar aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) leveringen van goederen heeft opgenomen waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van de verzending of van het vervoer gesitueerd zijn in België waarvoor zij de ‘gelijkgestelde leverancier’ in de zin van [artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13bis) is, moet die handelingen (met inbegrip van die verricht door de vaste inrichtingen waarover zij in voorkomend geval beschikt in andere lidstaten) eveneens inschrijven in rooster 47 van haar periodieke btw-aangifte.

Gegeven het feit dat de aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) slechts per kwartaal wordt ingediend, wordt toegestaan dat de tot de indiening van maandaangiften gehouden belastingplichtige die handelingen OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) enkel globaal opneemt in de periodieke btw-aangifte van de laatste maand van elk kwartaal.

Voorbeeld:

De vennootschap naar Belgisch recht X, maandaangever, heeft een aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) ingediend voor de in de loop van het 3de kwartaal 2021 verrichte afstandsverkopen.

Deze aangifte omvat de intracommunautaire afstandsverkopen gelokaliseerd in Nederland voor een waarde van 15.000 euro en in Duitsland voor een waarde van 25.000 euro, evenals in België gelokaliseerde intracommunautaire afstandsverkopen voor een waarde van 5.000 euro en in Spanje gelokaliseerde intracommunautaire afstandsverkopen, verricht door zijn Franse vaste inrichting, voor een waarde van 12.000 euro en in Italië voor een waarde van 8.000 euro.

De vennootschap X neemt een bedrag van 65.000 euro op in rooster 47 van haar periodieke btw-aangifte van september 2021, in te dienen uiterlijk op 20 oktober 2021.

e.2. De belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting in België

Zullen moeten voorkomen in rooster 47 van de Belgische periodieke btw-aangifte de handelingen opgenomen in de aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) die werden verricht door de Belgische vaste inrichting van een buitenlandse belastingplichtige.

Voorbeelden:

1\. De Japanse vennootschap Y, die intracommunautaire afstandsverkopen verricht, beschikt over een vaste inrichting in België en in Duitsland. Ze heeft zich ingeschreven voor de regeling OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) in België en heeft een aangifte OSS voor het 3de kwartaal 2021 ingediend. Die aangifte omvat de intracommunautaire afstandsverkopen die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Nederland voor een waarde van 12.000 euro en in Frankrijk voor een waarde van 25.000 euro en de intracommunautaire afstandsverkopen die haar Duitse vaste inrichting heeft verricht in Denemarken voor een waarde van 7.000 euro, in Oostenrijk voor een waarde van 15.000 euro en in België voor een waarde van 10.000 euro.

De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de maandelijkse indiening van periodieke btw-aangiften. Ze neemt een bedrag van 37.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte van september 2021, in te dienen uiterlijk op 20 oktober 2021.

2\. De Italiaanse vennootschap Z, die intracommunautaire afstandsverkopen verricht, beschikt over een vaste inrichting in België. Ze heeft zich ingeschreven in Italië voor de regeling OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) en heeft een aangifte OSS ingediend voor het 3de kwartaal 2021.

Die aangifte omvat de intracommunautaire afstandsverkopen die de Italiaanse hoofdzetel heeft verricht in Spanje, in Portugal en in Kroatië voor een waarde van 100.000 euro en de extracommunautaire afstandsverkopen die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Frankrijk voor een waarde van 30.000 euro en in het Groothertogdom Luxemburg voor een waarde van 15.000 euro.

De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de maandelijkse indiening van periodieke btw-aangiften. Ze neemt een bedrag van 45.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte van september 2021, in te dienen uiterlijk op 20 oktober 2021.

e.3. De belastingplichtige beschikt in België over een rechtstreekse btw-identificatie of over een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting

De in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige die zich in zijn lidstaat heeft ingeschreven voor de regeling OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) en die geïdentificeerd is voor de btw in België door een rechtstreekse btw-identificatie of via een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting moet in zijn Belgische periodieke btw-aangifte niet de in België verrichte intracommunautaire afstandsverkopen opnemen die hij heeft opgenomen in zijn aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS).

De in een derde land gevestigde belastingplichtige die zich hetzij in België, hetzij in een andere lidstaat heeft ingeschreven voor de regeling OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) en die geïdentificeerd is voor de btw in België via een aansprakelijke vertegenwoordiger of door een rechtstreekse btw-identificatie zonder vaste inrichting moet in zijn Belgische periodieke btw-aangifte niet de in België verrichte intracommunautaire afstandsverkopen opnemen die hij heeft opgenomen in zijn aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS).

##### G. Facturering

### a. Factureringsregels – Bevoegde lidstaat

a.1. Algemene regel

De bevoegde lidstaat inzake facturering is overeenkomstig [artikel 53decies, § 1,eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) in de regel de lidstaat waar de handeling (levering van goederen of dienstverrichting) voor btw-doeleinden geacht wordt plaats te vinden, dit wil zeggen voor de intracommunautaire verkopen van goederen, al naargelang de drempel van 10.000 euro is overschreden of niet, de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen, of de lidstaat van vertrek.

a.2. Afwijking

In afwijking van deze regel bepaalt [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies), dat de bevoegde lidstaat diegene is waar de belastingplichtige die gebruikmaakt van één van de bijzondere regelingen van het OSS-systeem bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, van richtlijn 2006/112/EG (regeling EU, niet-EU of invoerregeling), voor de toepassing van die regeling is geïdentificeerd.

De plaats waar de bedoelde handeling voor btw-doeleinden geacht wordt plaats te vinden heeft geen belang; die kan dus ook plaatsvinden in een andere lidstaat dan degene waarin de belastingplichtige voor de toepassing van de bijzondere regeling is geïdentificeerd.

Deze regel heeft tot doel de regels inzake aangifte, betaling en facturering van handelingen waarvoor de belastingplichtige gebruik maakt van één van deze bijzondere regelingen inzake territoriale bevoegdheid op elkaar af te stemmen.

Concreet betekent dit dat België bevoegd is om de factureringsregels vast te leggen overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies), wanneer:

\- de intracommunautaire afstandsverkoop van goederen wordt verricht door een in België gevestigde belastingplichtige die zich in België heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in [artikel 58quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) van het Wetboek ('OSS-Unieregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, ongeacht of de intracommunautaire afstandsverkoop van goederen in een andere lidstaat dan wel in België plaatsvindt ;

\- de intracommunautaire afstandsverkoop van goederen wordt verricht door een niet in de Europese Unie gevestigde belastingplichtige die zich in België heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in [artikel 58quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) van het Wetboek ('OSS-Unieregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, ongeacht of de intracommunautaire afstandsverkoop van goederen in een andere lidstaat dan wel in België plaatsvindt ;

\- de verkoop, waarbij de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van de verzending of het vervoer van het geleverde goed in dezelfde lidstaat gelegen zijn, wordt verricht door een in België gevestigde belastingplichtige die de levering van goederen overeenkomstig [artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13bis) faciliteert (gelijkgestelde leverancier) en die zich in België heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in [artikel 58quater van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) ('OSS – Unieregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, ongeacht of de verkoop in een andere lidstaat dan wel in België plaatsvindt ;

\- de verkoop, waarvan de plaats van vertrek en de plaats van aankomst van de verzending of het vervoer van het geleverde goed in dezelfde lidstaat gelegen zijn, wordt verricht door een niet in de Europese Unie gevestigde belastingplichtige die de levering van goederen overeenkomstig [artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13bis) faciliteert (gelijkgestelde leverancier), die zich in België heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in [artikel 58quater van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) ('OSS – Unieregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, ongeacht of de verkoop in een andere lidstaat dan wel in België plaatsvindt.

### b. Factureringsverplichting

Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 1° en 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) dient de belastingplichtige die andere leveringen van goederen of diensten verricht dan die welke krachtens artikel 44 zijn vrijgesteld en andere dan die welke bedoeld zijn in artikel 135, lid 1, punten a) tot g), van richtlijn 2006/112/EG, een factuur uit te reiken aan zijn medecontractant en een kopie ervan op te stellen of ervoor te zorgen dat in zijn naam en voor zijn rekening, door zijn medecontractant of een derde een factuur wordt uitgereikt en een kopie daarvan wordt opgesteld:

1° wanneer hij een levering van goederen of een dienst heeft verricht voor een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon ;

2° wanneer hij een levering van goederen, zoals bedoeld in artikel 15, §§ 1 en 2, heeft verricht voor elke niet-belastingplichtige \[natuurlijke\] persoon, behalve wanneer hij gebruik maakt van de bijzondere regeling bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, van richtlijn 2006/112/EG (OSS-regeling (EU-regeling of OSS - Unieregeling) voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen);

3° en 4° …

Ten slotte bepaalt [artikel 53, § 2, vijfde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) dat de Koning de belastingplichtigen de verplichting kan opleggen een factuur uit te reiken voor andere dan de in het eerste lid bedoelde leveringen van goederen of diensten.

Zo bepaalt [artikel 1, van koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) van 29.12.1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde dat de belastingplichtige die gehouden is tot het uitreiken van een factuur op grond van [artikel 53, § 2, eerste lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), van het Wetboek en die hierna vermelde leveringen van goederen of diensten verricht voor natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik, een factuur uitreikt **wanneer deze handelingen in België plaatsvinden** overeenkomstig de artikelen [14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-14), [14bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-14bis), [15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) en [21bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis), van het Wetboek, of wanneer, vóór de handeling, de belasting opeisbaar wordt over de gehele of een deel van de prijs van de handeling bij toepassing van de artikelen [17, § 1, derde lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-17), en [22bis, § 1, derde lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22bis), van het Wetboek:

1° de leveringen:

a. van voor personen- of goederenvervoer bestemde nieuwe of tweedehandse landvoertuigen, voorzien van een motor met een cilinderinhoud van meer dan 48 kubieke centimeter of met een vermogen van meer dan 7,2 kilowatt, alsmede hun aanhangwagens, met inbegrip van de auto's voor dubbel gebruik en de kampeerwagens

b. van jachten en plezierboten

c. van vliegtuigen, watervliegtuigen, hefschroefvliegtuigen, zweefvliegtuigen, vrije of bestuurbare luchtballons en andere dergelijke luchtvaartuigen, ongeacht of ze zwaarder of lichter zijn dan de lucht, met of zonder motor

…

3° de in artikel 20, § 2, vermelde handelingen

4° de leveringen van goederen en de diensten bestemd voor de oprichting van een gebouw bedoeld in [artikel 64, § 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64), van het Wetboek

…

9° de leveringen van onderdelen, toebehoren en uitrustingsstukken voor de onder 1° vermelde goederen, alsook de werken, het wassen uitgezonderd, verricht aan deze goederen, met inbegrip van de levering van de goederen die worden verbruikt voor de uitvoering van deze werken, wanneer de prijs, met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde, meer bedraagt dan 125 euro

10° de verrichtingen van verhuizing of meubelbewaring en de bij die handelingen behorende prestaties.

Opdat de afwijkende bepaling voorzien in [artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) wordt toegepast, is het noodzakelijk:

\- dat België bevoegd is om de factureringsregels vast te stellen overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies);

\- dat de algemene factureringsverplichting voorzien in [artikel 53, § 2, eerste lid, 1° en 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) niet van toepassing is, zoals bijvoorbeeld voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen opgenomen in de aangiften Unieregeling-OSS en de diensten B2C;

\- **dat de handeling plaatsvindt in België**.

### c. Voorbeelden

1\. Onderneming A, gevestigd in België, is ingeschreven in de Unieregeling - OSS voor haar intracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Zij verricht een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen van België naar Frankrijk voor rekening van een Franse belastingplichtige onder de vrijstellingsregeling (die niet verplicht is al zijn intracommunautaire verwervingen van goederen aan de btw te onderwerpen).

De levering wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar de goederen zich bevinden op het moment van aankomst van de verzending of het vervoer ter bestemming van de koper, m.a.w. in Frankrijk ([artikel 15, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15)). De vennootschap A moet dus Franse btw aanrekenen aan haar koper.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier zich heeft ingeschreven in de Unieregeling - OSS. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) moet onderneming A een factuur uitreiken, aangezien zij een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen heeft verricht voor een belastingplichtige.

2\. Onderneming B, gevestigd in België, is ingeschreven in de Unieregeling - OSS voor haar intracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Zij verricht een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen van België naar Duitsland voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in Duitsland woont.

De levering wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar de goederen zich bevinden op het moment van aankomst van de verzending of het vervoer ter bestemming van de koper, m.a.w. in Duitsland ([artikel 15, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15)). De vennootschap B moet dus Duitse btw aanrekenen aan haar koper.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier is geregistreerd in de Unieregeling - OSS. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) hoeft onderneming B geen factuur uit te reiken, aangezien zij een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen als bedoeld in [artikel 15, §§ 1 of 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon, waarvoor zij gebruik maakt van de Unieregeling - OSS.

3\. Onderneming C, gevestigd in Nederland, is geregistreerd in de Unieregeling - OSS voor haar intracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Zij verricht een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen van Nederland naar België voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in België woont.

De levering wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar de goederen zich bevinden op het moment van aankomst van de verzending of het vervoer ter bestemming van de koper, m.a.w. in België ([artikel 15, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15)). De vennootschap C moet dus Belgische btw aanrekenen aan haar koper.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is Nederland bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier is geregistreerd in de Unieregeling - OSS. Het is aan de Nederlandse belastingdienst om te bepalen of vennootschap C een factuur moet uitreiken.

4\. Onderneming D, gevestigd in China, is in België geregistreerd in de Unieregeling - OSS voor haar intracommunautaire afstandsverkopen van goederen. Zij beschikt over opslagplaatsen in België en in het Groothertogdom Luxemburg. Zij verricht een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen van het Groothertogdom Luxemburg naar Oostenrijk voor rekening van een niet-belastingplichtige particulier die in Oostenrijk woont.

De levering wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar de goederen zich bevinden op het moment van aankomst van de verzending of het vervoer ter bestemming van de koper, m.a.w. in Oostenrijk ([artikel 33, a), van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-33)). De vennootschap D moet dus Oostenrijkse btw aanrekenen aan haar koper.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier is geregistreerd in de Unieregeling - OSS. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) hoeft onderneming D geen factuur uit te reiken, aangezien zij een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen als bedoeld in [artikel 15, §§ 1 of 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) heeft verricht ten behoeve van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon, waarvoor zij gebruik maakt van de Unieregeling - OSS.

5\. De in Zwitserland gevestigde onderneming X heeft goederen verkocht aan een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in België woont, door tussenkomst van het in België gevestigde platform E, dat in België is geregistreerd onder de Unieregeling - OSS. Voor de verkoop verricht door onderneming X wordt platform E, overeenkomstig [artikel 13bis, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13bis), geacht deze goederen zelf te hebben ontvangen en geleverd. De goederen worden vervoerd van een opslagplaats in België (Namen) naar de particuliere klant in België (Hasselt).

De door het platform E verrichte levering, als gelijkgestelde leverancier, wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar het goed zich bevindt op het moment van vertrek van de verzending of het vervoer ter bestemming van de verwerver, m.a.w. in België ([artikel 14, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-14)). E moet dus Belgische btw aanrekenen aan haar koper.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar het platform is geregistreerd in de Unieregeling - OSS. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) hoeft platform E geen factuur uit te reiken omdat het een interne levering heeft verricht ten behoeve van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.

6\. Onderneming F, gevestigd in Italië, heeft zich voor haar afstandsverkopen niet ingeschreven in de Unieregeling - OSS. Zij verricht een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen van Italië naar België voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in België woont. De goederen zijn niet onderworpen aan de bijzondere winstmargeregeling. F is alleen in Italië gevestigd.

Eerste hypothese : de onderneming F overschrijdt, tijdens het lopende kalenderjaar, of heeft overschreden, tijdens het vorige kalenderjaar, de drempel van 10.000 euro, vastgesteld in [artikel 59quater van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-59quater) (zie artikelen [15, § 2, tweede lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15), en [21bis, § 2, 9°, tweede lid, b)](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis) van het Btw-Wetboek) voor haar intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en haar telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten of heeft geopteerd voor de heffing in de lidstaat van aankomst. C maakt geen gebruik van de Unieregeling – OSS.

De levering wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar de goederen zich bevinden op het moment van aankomst van de verzending of het vervoer ter bestemming van de koper, m.a.w. in België ([artikel 15, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15)). De vennootschap F moet dus Belgische btw aanrekenen aan haar klant.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is de facturering onderworpen aan de regels van toepassing in de lidstaat waarin de levering van de goederen wordt geacht te zijn verricht, m.a.w. in België. De bedoelde handeling moet dus het voorwerp uitmaken van een factuur krachtens [artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), aangezien de onderneming F een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen heeft verricht als bedoeld in [artikel 15, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) ten behoeve van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon, waarvoor zij geen gebruik maakt van de Unieregeling - OSS.

Tweede hypothese : de onderneming F overschrijdt niet, tijdens het lopende kalenderjaar, of heeft niet overschreden, tijdens het vorige kalenderjaar, de drempel van 10.000 euro, vastgesteld in [artikel 59quater van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-59quater) (zie artikelen [15, § 2, tweede lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15), en [21bis, § 2, 9°, tweede lid, b)](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis) van het Btw-Wetboek) voor haar intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en haar telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten en heeft niet geopteerd voor de heffing in de lidstaat van aankomst.

De levering wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar de goederen zich bevinden op het moment van vertrek van de verzending of het vervoer ter bestemming van de verwerver, m.a.w. in Italië (artikelen [32, eerste lid](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-32) en [59quater](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-59quater) van de richtlijn 2006/112/EG – zie artikel 14, § 2, en [artikel 15, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15)). De onderneming F moet dus Italiaanse btw aanrekenen aan haar klant.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is de facturering onderworpen aan de regels van toepassing in de lidstaat waarin de levering van de goederen wordt geacht te zijn verricht, m.a.w. in Italië. Het komt aan de Italiaanse belastingadministratie toe om te bepalen of de onderneming F een factuur moet uitreiken.

7\. Onderneming G, gevestigd in België, heeft zich voor haar afstandsverkopen niet ingeschreven voor de Unieregeling - OSS. Zij verricht een intracommunautaire afstandsverkoop van goederen van België naar Denemarken voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in Denemarken woont. De goederen zijn niet onderworpen aan de bijzondere winstmargeregeling bedoeld in [artikel 58, § 4, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58). De onderneming G is alleen in België gevestigd.

Eerste hypothese : de onderneming G overschrijdt, tijdens het lopende kalenderjaar, of heeft overschreden, tijdens het vorige kalenderjaar, de drempel van 10.000 euro, vastgesteld in [artikel 15, § 2, tweede lid van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) voor haar intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en in [artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b) van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis) voor haar telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten of heeft geopteerd voor de heffing in de lidstaat van aankomst.

De levering wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar de goederen zich bevinden op het moment van aankomst van de verzending of het vervoer ter bestemming van de koper, m.a.w. in Denemarken ([artikel 15, § 2, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15)). De vennootschap G moet dus Deense btw aanrekenen aan haar klant.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is de facturering onderworpen aan de regels van toepassing in de lidstaat waarin de levering van de goederen wordt geacht te zijn verricht. Het is aan de Deense belastingadministratie om te bepalen of vennootschap G een factuur moet uitreiken. Artikel 220, eerste lid, punt 2), van de richtlijn 2006/112/EG, voorziet in elk geval in een factureringsverplichting in die situatie.

Tweede hypothese : de onderneming G overschrijdt niet, tijdens het lopende kalenderjaar, of heeft niet overschreden, tijdens het vorige kalenderjaar, de drempel van 10.000 euro, vastgesteld in [artikel 15, § 2, tweede lid van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) voor haar intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en in [artikel 21bis, § 2, 9°, tweede lid, b) van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis) voor haar telecommunicatiediensten, radio- en televisieomroepdiensten en langs elektronische weg verrichte diensten en heeft niet geopteerd voor de heffing in de lidstaat van aankomst.

De levering wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar de goederen zich bevinden op het moment van vertrek van de verzending of het vervoer ter bestemming van de verwerver, m.a.w. in België ([artikel 14, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-14) en [artikel 15, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15)). De onderneming G moet dus Belgische btw aanrekenen aan haar klant.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is de facturering onderworpen aan de regels van toepassing in de lidstaat waarin de levering van de goederen wordt geacht te zijn verricht, m.a.w. in België. De in [artikel 53, § 2, eerste lid, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) voorziene factureringsverplichting is niet van toepassing, gezien de levering van goederen met vervoer niet plaatsvindt overeenkomstig [artikel 15, §§ 1 of 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15), maar overeenkomstig [artikel 14, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-14).

Echter, krachtens [artikel 16, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-16-6be0), van voormeld koninklijk besluit nr. 1, moet G op elk moment en tot voldoening van de ambtenaren van de administratie belast met de belasting over de toegevoegde waarde, het totaalbedrag meedelen, per kalenderjaar, van haar leveringen van goederen en diensten die in aanmerking komen voor de berekening van de drempel van 10.000 euro.

#### 4. Bijzondere regelingen voor de B2C diensten (regeling EU of Unieregeling OSS en regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS)

##### A. Algemeen

De bijzondere regelingen van toepassing op de B2C diensten zijn optionele vereenvoudigingsregelingen, waarbij de belastingplichtige steeds vrij is om te beslissen om de normale btw-regeling toe te passen en zich voor de btw te identificeren in alle lidstaten waarin hij handelingen bedoeld door de bijzondere regelingen heeft verricht, waarvoor hij de schuldenaar is van de btw.

Vanaf 01.07.2021 omvat het toepassingsgebied van de regeling EU of Unieregeling OSS:

\- enerzijds, de telecommunicatiediensten, de radio- en televisieomroepdiensten en de elektronische diensten (TBE diensten), verstrekt door communautaire belastingplichtigen aan niet-belastingplichtigen, die een vestiging of hun woonplaats of hun gebruikelijke verblijfplaats hebben in een andere lidstaat (en die, bijgevolg, geacht worden plaats te vinden in die lidstaat, overeenkomstig [artikel 21bis, § 2, 9°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis)), reeds vallend onder de oude regeling van het Enig Mini-Loket (MOSS), net als een ganse reeks andere diensten verstrekt aan niet-belastingplichtigen;

\- anderzijds de intracommunautaire afstandsverkopen en bepaalde nationale leveringen van goederen, in functie van de omstandigheden waarin die handelingen worden verricht. Voor een uiteenzetting van die nieuwe regeling voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen, wordt verwezen naar titel 3 van deze Afdeling.

Bovendien is de regeling EU of Unieregeling OSS een globale optionele regeling. [Artikel 58quater, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) bepaalt dat, wanneer een belastingplichtige ervan gebruik maakt, die bijzondere regeling van toepassing is op alle in de gemeenschap verrichte handelingen die vallen in het toepassingsgebied van die bijzondere regeling.

De heterogene aard van die bijzondere regeling die, ten opzichte van andere bijzondere regelingen van het systeem OSS, zeer verschillende categorieën van handelingen betreft, laat evenmin toe om de bijzondere regeling toe te passen op één of verschillende categorieën van bijzondere regelingen en de gewone btw-regels toe te passen voor de andere categorieën.

De regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS van [artikel 58ter, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter), is eveneens een optionele vereenvoudigingsregeling, waarbij de niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige steeds vrij is om te beslissen om de normale btw-regeling toe te passen en zich voor de btw te identificeren in alle lidstaten waarin hij de in [artikel 21bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis) bedoelde diensten heeft verricht, waarvoor hij de schuldenaar is van de btw (wat meestal gepaard gaat met de verplichting om een aansprakelijke vertegenwoordiger aan te stellen).

##### B. Definities

### a. Niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige

Het betreft een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet op het grondgebied van de gemeenschap heeft gevestigd, noch daar over een vaste inrichting beschikt ([artikel 58ter, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter)).

### b. Niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtige

Het betreft een belastingplichtige die de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd, maar die in de lidstaat van verbruik noch de zetel van zijn bedrijfsuitoefening, noch een vaste inrichting heeft ([artikel 58quater, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater)).

### c. Lidstaat van identificatie

•wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening of één enkele vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd, is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd, de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft (regeling EU of Unieregeling OSS, [artikel 58quater, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater)).

•wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft, is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt waaraan die belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruikmaakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden (regeling EU of Unieregeling OSS, [artikel 58quater, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater)).

•wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd en er evenmin beschikt over een vaste inrichting, is de lidstaat van identificatie de lidstaat die de niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige verkiest te contacteren om opgave te doen van het begin van zijn activiteit als belastingplichtige op het grondgebied van de gemeenschap (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS, [artikel 58ter, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter)).

### d. Lidstaat van verbruik

Het betreft de lidstaat waar de dienst geacht wordt plaats te vinden overeenkomstig [artikel 21bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis) (artikel 58ter, § 1, 3°, en [artikel 58quater, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater)).

##### C. Wie kan gebruik maken van de bijzondere regelingen voor de B2C diensten?

Kunnen gebruik maken van de huidige bijzondere regelingen:

\- de niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige die diensten verricht voor een niet-belastingplichtige die in een lidstaat gevestigd is of er zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft (rechtspersonen die niet belastingplichtig zijn in de zin van [artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) of niet-belastingplichtige particulieren), diensten die plaatsvinden in de gemeenschap op basis van [artikel 21bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis) (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS, [artikel 58ter, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter));

\- de in de gemeenschap, maar niet in de lidstaat van verbruik gevestigde belastingplichtigen die diensten verricht voor een niet-belastingplichtige (rechtspersonen die niet belastingplichtig zijn in de zin van [artikel 21, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) of niet-belastingplichtige particulieren). Overeenkomstig de in [artikel 58quater, § 1, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) opgenomen definitie, gaat het om de belastingplichtigen die gevestigd zijn in de gemeenschap, maar niet in de lidstaat waar de diensten worden geacht plaats te vinden voor de btw overeenkomstig [artikel 21bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis) (regeling EU of Unieregeling OSS, [artikel 58quater, § 2, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater)).

##### D. Welke diensten kunnen de regelingen EU en niet EU genieten?

Het betreft **alle** in [artikel 21bis, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis) bedoelde **diensten, met uitzondering van de diensten die plaatsvinden in een lidstaat waar de dienstverrichter zijn voornaamste zetel van bedrijfsuitoefening heeft of beschikt over een vaste inrichting**.

Voor een gedetailleerde toelichting betreffende die diensten wordt verwezen naar titel 1, punt B. a.

Dat betekent dat een belastingplichtige in zijn aangifteregeling EU of Unieregeling OSS nooit de B2C diensten mag opnemen die plaatsvinden in een Lidstaat waar hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd of waar hij beschikt over een vaste inrichting.

Die regels verschillen van deze die van toepassing zijn op de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen, waar de belastingplichtige in zijn aangifteregeling EU of Unieregeling OSS **alle** **intracommunautaire afstandsverkopen van goederen opneemt** die hij heeft verricht, **met inbegrip van deze die plaatsvinden in een lidstaat waar hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd of waar hij beschikt over een vaste inrichting**.

##### E. Bepaling van de lidstaat, bevoegd voor de identificatie van de belastingplichtige onder de bijzondere regelingen voor de B2C diensten

In het kader van de regeling EU of Unieregeling OSS, zijn de regels voor de bepaling van de lidstaat van identificatie voor de diensten afhankelijk van de hoedanigheid van de belastingplichtige en van de aard van de handelingen die hij verricht. Er kan slechts één enkele lidstaat van identificatie zijn voor de huidige bijzondere regeling.

De artikelen [58ter, § 1, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter), en [58quater, § 1, 2°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater), van het Btw-Wetboek (artikelen [358bis](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-358bis) en [369bis](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369bis), van de richtlijn 2006/112/EG) stellen de regels vast als volgt:

\- wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening of één enkele vaste inrichting in de gemeenschap heeft gevestigd, is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, of, indien hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd, de lidstaat waar hij een vaste inrichting heeft (regeling EU of Unieregeling OSS, [artikel 58quater, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater));

\- wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd maar daarin meer dan één vaste inrichting heeft, is de lidstaat van identificatie de lidstaat waar zich een vaste inrichting bevindt waaraan die belastingplichtige meldt dat hij van deze bijzondere regeling gebruikmaakt. De belastingplichtige is gedurende het betreffende kalenderjaar en de twee daaropvolgende kalenderjaren aan deze keuze gebonden (regeling EU of Unieregeling OSS, [artikel 58quater, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater));

\- wanneer de belastingplichtige zijn zetel van bedrijfsuitoefening niet in de gemeenschap heeft gevestigd en er evenmin beschikt over een vaste inrichting, is de lidstaat van identificatie de lidstaat die de niet in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige verkiest te contacteren om opgave te doen van het begin van zijn activiteit als belastingplichtige op het grondgebied van de gemeenschap (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS, [artikel 58ter, § 1, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter)).

| Plaats van vestiging | Type van identificatie | Lidstaat van identificatie |
| --- | --- | --- |
| Bedrijfszetel in de EU | Rechtstreekse identificatie | LS van de bedrijfszetel van de dienstverrichter |
| Bedrijfszetel buiten de EU, maar vaste inrichting gesitueerd in de EU | Rechtstreekse identificatie | LS van de vaste inrichting\* van de dienstverrichter |
| Bedrijfszetel buiten de EU en geen vaste inrichting gesitueerd in de EU | Rechtstreekse identificatie | LS naar keuze van de dienstverrichter\*\* |

\* Als hij beschikt over meerdere vaste inrichtingen, kiest de dienstverrichter welke hij zal gebruiken. Die keuze is verplicht voor de leverancier tot het einde van het tweede jaar dat volgt op het jaar in de loop waarvan de keuze werd gemaakt.

\*\* De dienstverrichter kiest de lidstaat die hij zal gebruiken.

##### F. Toepassingsvoorwaarden van de bijzondere regelingen EU en niet EU voor de B2C diensten

### a. Registratie, wijziging, identificatienummer, stopzetting en doorhaling in België

a.1. Registratie

In het kader van de regeling EU of Unieregeling OSS, bepaalt [artikel 58quater, § 3, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) dat de belastingplichtige die gebruikmaakt van deze bijzondere regeling met België als lidstaat van identificatie, opgave doet van het begin van zijn onder deze bijzondere regeling vallende economische activiteit op het elektronische adres dat daarvoor door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is gecreëerd.

Artikel 3 en bijlage 1 van de uitvoeringsverordening (EU) 2020/194 van 12.02.2020 geven de gedetailleerde gegevens weer die moeten worden verstrekt bij de inschrijving.

Aan de dienstverrichter die gebruik maakt van de regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS en die België kiest als lidstaat van identificatie, wordt een individueel btw-identificatienummer EU toegekend voor de toepassing van deze bijzondere regeling. Dit identificatienummer wordt hem langs elektronische weg meegedeeld ([artikel 58ter, § 4, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter)).

De dienstverrichter moet voor alle B2C diensten die hij verricht in de gemeenschap het btw-identificatienummer dat hem werd toegekend gebruiken.

a.2. Wijziging

Overeenkomstig artikel 4 en bijlage 1 van de uitvoeringsverordening (EU) 2020/194 van 12.02.2020, geeft elke belastingplichtige kennis van elke wijziging met betrekking tot zijn identificatiegegevens aan het bedoelde elektronische adres (het elektronische adres dat daarvoor door de minister van Financiën of zijn gemachtigde is gecreëerd).

In het kader van de regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS, moet de niet in de gemeenschap gevestigde dienstverrichter eveneens langs elektronische weg elke wijziging met betrekking tot de verstrekte inlichtingen meedelen ([artikel 58ter, § 3, derde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter)).

a.3. Identificatienummer

Overeenkomstig [artikel 57sexies van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-57sexies), identificeert de lidstaat van identificatie de belastingplichtige die de regeling EU of de Unieregeling OSS toepast met behulp van zijn btw-identificatienummer bedoeld in de artikelen [214](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-214) en [215](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-215), van de richtlijn 2006/112/EG.

Concreet, overeenkomstig [artikel 58quater, § 4, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater), gebruiken de in België gevestigde belastingplichtigen voor hun inschrijving het individueel btw-identificatienummer dat hen werd toegekend overeenkomstig [artikel 50, § 1, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-50) (nummer voorafgegaan door de letters BE).

Aan de dienstverrichter die gebruik maakt van de regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS en die België kiest als lidstaat van identificatie, wordt een individueel btw-identificatienummer EU toegekend voor de toepassing van deze bijzondere regeling. Dit identificatienummer wordt hem langs elektronische weg meegedeeld ([artikel 58ter, § 4, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter)).

Overeenkomstig [artikel 57quinquies, § 1, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-57quinquies), zijn, wanneer een belastingplichtige de lidstaat van identificatie meedeelt dat hij het voornemen heeft om de regeling EU of Unieregeling of de regeling niet EU of niet-Unieregeling inzake de B2C diensten toe te passen, die bijzondere regelingen van toepassing vanaf de eerste dag van het volgende kalenderkwartaal.

Echter, wanneer de eerste dienst die moet vallen onder de regeling EU of Unieregeling of regeling niet EU of niet-Unieregeling plaatsvindt vóór die datum, is de bijzondere regeling van toepassing vanaf de datum van de eerste dienst, op voorwaarde dat de inlichtingen met betrekking tot het begin van de activiteit die onder deze regeling moet vallen door de belastingplichtige worden meegedeeld aan de lidstaat van identificatie uiterlijk de tiende dag van de maand die volgt op de eerste dienst.

a.4. Stopzetting

De belastingplichtige die zijn activiteit onder de regeling EU of Unieregeling OSS of de regeling niet EU of niet-unieregeling OSS beëindigt of die niet langer aan de voorwaarden voldoet om van deze regelingen gebruik te mogen maken, licht de administratie ervan in langs elektronische weg, overeenkomstig de artikelen [58ter, § 5, eerste lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter), en [58quater, § 5, eerste lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater), van het Btw-Wetboek.

Overeenkomstig [artikel 57octies, § 1, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-57octies), stelt de belastingplichtige de lidstaat van identificatie in kennis van zijn beslissing ten minste 15 dagen voor het einde van het kalenderkwartaal voorafgaand aan dat waarin hij het gebruik van de regeling wenst te beëindigen. De beëindiging wordt van kracht op de eerste dag van het volgende kalenderkwartaal.

Overeenkomstig [artikel 57septies, § 1, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-57septies), is, wanneer een belastingplichtige niet langer voldoet aan de voorwaarden voor de toepassing van de bijzondere regeling in de lidstaat waar hij voor btw-doeleinden geïdentificeerd is, deze lidstaat niet langer de lidstaat van identificatie. Indien deze belastingplichtige echter nog steeds voldoet aan de noodzakelijke voorwaarden om van die bijzondere regeling gebruik te maken, duidt hij een nieuwe bevoegde lidstaat van identificatie aan overeenkomstig de hiervoor omschreven regels.

In geval van een vrijwillige verandering van lidstaat van identificatie, heeft die verandering uitwerking vanaf de datum waarop de belastingplichtige niet langer de zetel van zijn bedrijfsuitoefening of een vaste inrichting heeft in de lidstaat die voorheen de lidstaat van identificatie was, of vanaf de datum waarop die belastingplichtige niet langer goederen verzendt of vervoert vanuit die lidstaat.

a.5. Doorhaling

[Artikel 58quater, § 5, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) somt de gevallen op waarin de dienstverrichter die gebruik maakt van de regeling EU of Unieregeling OSS ervan uitgesloten wordt.

Een dergelijke uitsluiting komt voor in de volgende gevallen:

1\. de belastingplichtige meldt dat hij niet langer handelingen verricht die onder deze bijzondere regeling vallen of anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan deze bijzondere regeling onderworpen belastbare handelingen beëindigd zijn;

2\. de belastingplichtige niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken;

3\. de belastingplichtige bij voortduring niet voldoet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling.

[Artikel 58ter, § 5, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter) voorziet in de gevallen waarin de dienstverrichter die gebruik maakt van de regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS ervan uitgesloten wordt.

Een dergelijke uitsluiting komt voor in de volgende gevallen:

1\. de belastingplichtige meldt dat hij niet langer diensten verricht die onder deze bijzondere regeling vallen;

2\. er anderszins kan worden aangenomen dat zijn aan deze bijzondere regeling onderworpen belastbare handelingen beëindigd zijn;

3\. de belastingplichtige niet langer de voorwaarden vervult om van deze bijzondere regeling gebruik te mogen maken;

4 de belastingplichtige bij voortduring niet aan de voorschriften van deze bijzondere regeling voldoet.

Overeenkomstig [artikel 58, § 2, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-58), wordt die uitsluiting van kracht, zowel voor de regeling EU of Unieregeling OSS als voor de regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS, op de eerste dag van het kalenderkwartaal volgende op de dag waarop het besluit inzake uitsluiting langs elektronische weg aan de belastingplichtige is medegedeeld. Indien de uitsluiting echter het gevolg is van een verandering van zetel van bedrijfsuitoefening of vaste inrichting of van de plaats waar de verzending of het vervoer van de goederen begint, wordt ze van kracht op de datum van die verandering.

**b.** **Aangifte- en voldoeningsverplichtingen van de belastingplichtige die ervoor gekozen heeft om zich in te schrijven in de bijzondere regelingen EU en niet EU voor de B2C diensten**

De artikelen 58ter, § 6, (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS) en 58quater, § 6, (regeling EU of Unieregeling OSS), van het Btw-Wetboek, omvatten de verplichtingen voor wat betreft de aangifte en de voldoening van de verschuldigde btw in de verschillende betrokken lidstaten van verbruik voor de diensten vallend onder deze bijzondere regelingen.

De aandacht wordt gevestigd op het feit dat, voor een in de gemeenschap gevestigde belastingplichtige, de aangifteregeling EU of Unieregeling OSS niet alleen de B2C diensten, maar ook de onder deze bijzondere regeling vallende intracommunautaire afstandsverkopen, omvat. In dit verband wordt verwezen naar titel 3, punt F.b hiervoor “Aangifte- en voldoeningsverplichtingen van de belastingplichtige die ervoor gekozen heeft om zich in te schrijven in de bijzondere regeling voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen en zekere leveringen van goederen (regeling EU of Unieregeling OSS)”.

Daarentegen moet de belastingplichtige die niet gevestigd is in de gemeenschap en die B2C diensten én intracommunautaire afstandsverkopen van goederen verricht twee verschillende aangiften gebruiken om die handelingen aan te geven. De aangifteregeling niet EU of niet-Unieregeling OSS zal alleen de B2C diensten bevatten die hij heeft verricht. De aangifteregeling EU of Unieregeling OSS zal de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen onder deze bijzondere regeling die hij zal hebben verricht, omvatten (zie titel 3, punt F.b hiervoor).

Het eerste lid van artikel 58ter, § 6, (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS) en het eerste lid van artikel 58quater, § 6, (regeling EU of Unieregeling OSS), van het Btw-Wetboek, voorzien dat de belastingplichtige die gebruik kan maken van de huidige bijzondere regelingen, langs elektronische weg een aangifte indient **voor elk kalenderkwartaal**, ongeacht of al dan niet leveringen van goederen en diensten zijn verricht die onder deze bijzondere regeling vallen. De belastingplichtige dient die aangifte, opgesteld in euro, in **uiterlijk vóór het einde van de maand volgend op het verstrijken van het belastingtijdvak** waarop ze betrekking heeft. Als er geen enkele belastbare handeling werd verricht gedurende het belastingtijdvak, zal een 'nihil'-aangifte moeten worden ingediend overeenkomstig [artikel 59bis, van de uitvoeringsverordening nr. 282/2011](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-59bis).

Het tweede lid van artikel 58ter, § 6, (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS) en het tweede lid van artikel 58quater, § 6, (regeling EU of Unieregeling OSS) van het Btw-Wetboek voorzien dat die aangifte het btw-identificatienummer voor de toepassing van de bijzondere regeling bevat en, voor elke lidstaat van verbruik waar de btw verschuldigd is, het totale bedrag, de btw niet inbegrepen, van de diensten die onder deze bijzondere regeling vallen en werden verricht gedurende het tijdvak waarop de aangifte betrekking heeft evenals het totale bedrag van de btw daarover, uitgesplitst naar belastingtarieven. De toepasselijke btw-tarieven en de totale verschuldigde btw worden eveneens op de aangifte vermeld.

Lid 3 van artikel 58ter, § 6, (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS) en lid 7 van artikel 58quater, § 6, (regeling EU of Unieregeling OSS), van het Btw-Wetboek bepalen dat wanneer een reeds ingediende aangifte achteraf moet worden gewijzigd, die wijzigingen in een volgende aangifte worden opgenomen, uiterlijk drie jaar na de datum waarop de oorspronkelijke aangifte moest worden ingediend overeenkomstig het eerste lid van de voormelde artikelen. In die volgende aangifte worden de betrokken lidstaat van verbruik, het belastingtijdvak en het btw-bedrag waarvoor wijzigingen nodig zijn, vermeld.

Tenslotte bepalen lid 4 van artikel 58ter, § 6, (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS) en lid 8 van artikel 58quater, § 6, (regeling EU of Unieregeling OSS) van het Btw-Wetboek dat de belastingplichtige die gebruik kan maken van de bijzondere regeling de btw voldoet onder verwijzing naar de betreffende aangifte, uiterlijk bij het verstrijken van de termijn waarbinnen de aangifte moet worden ingediend.

### c. Praktische voorbeelden

1\. Onderneming A, gevestigd in België, verricht werk in onroerende staat voor particulieren. Die diensten vinden plaats waar dat onroerend goed is gelegen ([artikel 47, van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-47) – [artikel 21bis, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis)). De gebouwen waar dat werk wordt verricht zijn gelegen in België, in Frankrijk en in Nederland. Onderneming A wenst de regeling EU OSS te gebruiken.

| Vóór de diensten | Op het moment van de diensten | Uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de diensten hebben plaatsgevonden |
| --- | --- | --- |
| De Belgische dienstverrichter A identificeert zich in de regeling EU OSS in België (LS van zijn bedrijfszetel) langs elektronische weg via zijn Belgische btw-identificatienummer | De Belgische dienstverrichter rekent Franse btw aan aan zijn Franse klanten en Nederlandse btw aan zijn Nederlandse klanten. | De Belgische dienstverrichter dient een elektronische aangifte OSS in België uiterlijk op 30 oktober, waarin hij zijn diensten van het 3de kwartaal, gelokaliseerd in Frankrijk en in Nederland, opneemt.De eruit resulterende btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn.Daarentegen geeft de Belgische dienstverrichter het omzetcijfer en de btw met betrekking tot de in België gelokaliseerde diensten aan in zijn Belgische periodieke aangifte. |

2\. Onderneming B, gevestigd in België, verricht personenvervoerdiensten die gelokaliseerd zijn op de plaats waar het vervoer plaatsvindt naar verhouding van de afgelegde afstanden ([artikel 48, van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-48) - [artikel 21bis, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis)). Zij verricht transporten van België naar Italië, waarbij België, het Groothertogdom Luxemburg, Frankrijk en Italië worden doorkruist. Ze beschikt over een vaste inrichting in Polen die eveneens personenvervoerdiensten verricht (B2C). De Poolse vaste inrichting verricht transporten van Polen naar Kroatië, waarbij Polen, de Tsjechische republiek, Oostenrijk, Slovenië en Kroatië worden doorkruist. Onderneming B wenst de regeling EU OSS te gebruiken.

| Vóór de diensten | Op het moment van de diensten | Uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de diensten hebben plaatsgevonden |
| --- | --- | --- |
| De Belgische dienstverrichter B identificeert zich in de regeling EU OSS in België (LS van zijn bedrijfszetel) langs elektronische weg via zijn Belgische btw-identificatienummer | De Belgische dienstverrichter rekent Luxemburgse, Franse en Italiaanse btw aan aan zijn Luxemburgse, Franse en Italiaanse klanten.De Poolse vaste inrichting rekent Tsjechische, Oostenrijkse, Sloveense en Kroatische btw aan aan zijn Tsjechische, Oostenrijkse, Sloveense en Kroatische klanten. | De Belgische dienstverrichter dient een elektronische aangifte OSS in in België uiterlijk op 30 oktober, waarin hij zijn diensten van het 3de kwartaal, gelokaliseerd in het Groothertogdom Luxemburg, in Frankrijk, in Italië, in de Tsjechische republiek, in Oostenrijk, in Slovenië en in Kroatië opneemt.De eruit resulterende btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn.Daarentegen moeten het omzetcijfer en de btw met betrekking tot de diensten verricht door zijn Belgische hoofdzetel die gelokaliseerd zijn in België, zowel als het omzetcijfer en de btw betrekking tot de diensten verricht door zijn Poolse vaste inrichting die gelokaliseerd zijn in Polen, worden aangegeven in de periodieke aangifte die B en zijn vaste inrichting indienen respectievelijk in België en in Polen. |

3\. Onderneming C, gevestigd in Canada, verricht diensten langs elektronische weg voor particulieren. Die diensten zijn gelokaliseerd waar de ontvanger is gevestigd of zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft ([artikel 58, van de richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-58) - [artikel 21bis, § 2, 9°, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis)). De ontvangers zijn gevestigd in België, in Denemarken en in Zweden. Onderneming C wenst de regeling niet EU OSS te gebruiken.

| Vóór de diensten | Op het moment van de diensten | Uiterlijk de laatste dag van de maand die volgt op het kwartaal waarin de diensten hebben plaatsgevonden |
| --- | --- | --- |
| De Canadese dienstverrichter C identificeert zich in de regeling OSS in België langs elektronische weg. Een individueel btw-identificatie-nummer EU wordt hem toegekend. | De Canadese dienstverrichter rekent Belgische, Deense en Zweedse btw aan aan zijn Belgische, Deense en Zweedse klanten. | De Canadese dienstverrichter dient een elektronische aangifte OSS in België uiterlijk op 30 oktober, waarin hij zijn diensten van het 3de kwartaal, gelokaliseerd in België, Denemarken en Zweden opneemt.De eruit resulterende btw moet worden voldaan binnen dezelfde termijn. |

### d. Recht op aftrek

Overeenkomstig artikel 58quater, § 8, (regeling niet EU of niet-Unieregeling OSS) en 58quater, § 8, (regeling EU of Unieregeling OSS), van het Belgisch Btw-Wetboek (artikelen [368](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-368) tot [369undecies](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369undecies) van de richtlijn 2006/112/EG), mag de belastingplichtige die van één van deze bijzondere regelingen gebruik maakt, de in de lidstaat van verbruik geheven belasting van de aan hem verleende diensten die verband houden met onder deze bijzondere regelingen vallende handelingen niet in aftrek brengen in de in paragraaf 6 bedoelde aangifte.

Echter, de belastingplichtige die gebruik maakt van één van deze bijzondere regelingen kan genieten van de in [artikel 76, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76) bedoelde teruggaaf en dat volgens de normale regels.

Een niet in België gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van één van deze bijzondere regelingen en die in België ook handelingen verricht die niet onder deze bijzondere regelingen vallen en waarvoor hij zich voor de btw heeft laten identificeren in België, brengt de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten die verband houden met de handelingen die onder deze bijzondere regeling vallen in aftrek in de periodieke btw-aangifte (artikel 58ter, § 8, tweede lid, en [artikel 58quater, § 8, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater)).

In zover hij niet voor de btw is geïdentificeerd in België, zal de in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige de teruggaaf van de Belgische voorbelasting (btw) kunnen bekomen volgens de modaliteiten voorzien door de richtlijn 2008/9/EG van de raad van 12.02.2008 (zie het koninklijk besluit nr. 56 van 09.12.2009 met betrekking tot de teruggaaf inzake belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen gevestigd in een andere lidstaat dan de lidstaat van teruggaaf).

De niet op het grondgebied van de gemeenschap gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van één van die bijzondere regelingen en die niet geïdentificeerd is voor de btw in België of die in België alleen voor de btw geïdentificeerd is op basis van [artikel 50, § 1, 3°, b), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-50) omdat hij in andere lidstaten dan België handelingen verricht waarvoor hij gebruikt maakt van één van de in de artikelen [58ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter) en [58quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater), van het Btw-Wetboek bedoelde bijzondere regelingen, zal de teruggaaf van die btw kunnen bekomen volgens de modaliteiten voorzien in de dertiende richtlijn.

Omgekeerd mag de in België gevestigde belastingplichtige die gebruik maakt van die bijzondere regeling de buitenlandse voorbelasting (btw) niet in aftrek brengen in zijn aangifte IOSS.

In zover hij niet voor de btw is geïdentificeerd in die lidstaten, zal hij de teruggaaf van die buitenlandse voorbelasting (btw) kunnen bekomen volgens de modaliteiten voorzien door de richtlijn 2008/9/EG van de raad van 12.02.2008.

De in België gevestigde belastingplichtige, die gebruik maakt van die bijzondere regeling en die in een andere lidstaat eveneens handelingen verricht die niet vallen onder die bijzondere regeling waarvoor hij er zich voor de btw heeft laten identificeren, brengt de belasting die betrekking heeft op de handelingen onderworpen aan die bijzondere regeling in aftrek in de periodieke aangifte die hij indient in die lidstaat.

**e.** **Handelingen (B2C diensten), ingeschreven in de bijzondere regelingen (regeling EU of regeling niet EU), en op te nemen in de Belgische periodieke btw-aangifte**

Drie typevoorbeelden zullen worden onderzocht om uit te maken welke de handelingen, aangegeven in de aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS), zijn die eveneens moeten worden opgenomen in de Belgische periodieke btw-aangifte.

e.1. De belastingplichtige heeft zijn hoofdzetel in België

De in andere lidstaten gelokaliseerde diensten die de belastingplichtige heeft opgenomen in zijn aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) (met inbegrip van die verricht door de vaste inrichtingen waarover hij in voorkomend geval beschikt in andere lidstaten) moeten worden ingeschreven in rooster 47 van zijn periodieke btw-aangifte.

Gegeven het feit dat de aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) slechts per kwartaal wordt ingediend, wordt toegestaan dat de tot de indiening van maandaangiften gehouden belastingplichtige die handelingen OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) enkel globaal opneemt in de periodieke btw-aangifte van de laatste maand van elk kwartaal.

Voorbeeld:

De vennootschap naar Belgisch recht X, maandaangever, heeft een aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) ingediend voor de in de loop van het 3 de kwartaal 2021 verrichte B2C diensten.

Deze aangifte omvat de B2C diensten gelokaliseerd in Nederland voor een waarde van 15.000 euro en in Duitsland voor een waarde van 25.000 euro, en de B2C diensten, verricht door haar Franse vaste inrichting, die gelokaliseerd zijn in Spanje voor een waarde van 12.000 euro en in Italië voor een waarde van 8.000 euro.

De vennootschap X neemt een bedrag van 60.000 euro op in rooster 47 van haar periodieke btw-aangifte van september 2021, in te dienen uiterlijk op 20 oktober 2021.

e.2. De belastingplichtige beschikt over een vaste inrichting in België

Zullen moeten voorkomen in rooster 47 van de Belgische periodieke btw-aangifte de handelingen opgenomen in de aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) die werden verricht door de Belgische vaste inrichting van een buitenlandse belastingplichtige.

Voorbeelden:

1\. De Japanse vennootschap Y, die B2C diensten verricht, beschikt over een vaste inrichting in België en in Duitsland. Ze heeft zich ingeschreven voor de regeling OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) in België en heeft een aangifte OSS voor het 3de kwartaal 2021 ingediend. Die aangifte omvat de B2C diensten die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Nederland voor een waarde van 12.000 euro en in Frankrijk voor een waarde van 25.000 euro en de B2C diensten die haar Duitse vaste inrichting heeft verricht in Denemarken voor een waarde van 7.000 euro en in Oostenrijk voor een waarde van 15.000 euro.

De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de maandelijkse indiening van periodieke btw-aangiften. Ze neemt een bedrag van 37.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte van september 2021, in te dienen uiterlijk op 20 oktober 2021.

2\. De Italiaanse vennootschap Z, die B2C diensten verricht, beschikt over een vaste inrichting in België. Ze heeft zich ingeschreven in Italië voor de regeling OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) en heeft een aangifte OSS ingediend voor het 3de kwartaal 2021. Die aangifte omvat de B2C diensten die de Italiaanse hoofdzetel heeft verricht in Spanje, in Portugal en in Kroatië voor een waarde van 100.000 euro en de B2C diensten die haar Belgische vaste inrichting heeft verricht in Frankrijk voor een waarde van 30.000 euro en in het Groothertogdom Luxemburg voor een waarde van 15.000 euro.

De Belgische vaste inrichting is gehouden tot de maandelijkse indiening van periodieke btw-aangiften. Ze neemt een bedrag van 45.000 euro op in rooster 47 van haar aangifte van september 2021, in te dienen uiterlijk op 20 oktober 2021.

e.3. De belastingplichtige beschikt in België over een rechtstreekse btw-identificatie of over een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting

De in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige die zich in zijn lidstaat heeft ingeschreven voor de regeling OSS (regeling EU of Unieregeling OSS) en die geïdentificeerd is voor de btw in België door een rechtstreekse btw-identificatie of via een aansprakelijke vertegenwoordiger zonder vaste inrichting moet in zijn Belgische periodieke btw-aangifte niet de in België verrichte B2C diensten opnemen die hij heeft opgenomen in zijn aangifte OSS (regeling EU of Unieregeling OSS).

De in een derde land gevestigde belastingplichtige die zich hetzij in België, hetzij in een andere lidstaat heeft ingeschreven voor de regeling OSS (niet EU regeling) en die geïdentificeerd is voor de btw in België via een aansprakelijke vertegenwoordiger of door een rechtstreekse btw-identificatie zonder vaste inrichting moet in zijn Belgische periodieke btw-aangifte niet de in België verrichte B2C diensten opnemen die hij heeft opgenomen in zijn aangifte OSS (niet EU-regeling).

##### G. Facturering

### a. Factureringsregels – Bevoegde lidstaat

a.1. Algemene regel

De bevoegde lidstaat inzake facturering is overeenkomstig [artikel 53decies, § 1,eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) in de regel de lidstaat waar de handeling (levering van goederen of dienstverrichting) voor btw-doeleinden geacht wordt plaats te vinden, dit wil zeggen voor de intracommunautaire verkopen van goederen, al naargelang de drempel van 10.000 euro is overschreden of niet, de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen, of de lidstaat van vertrek.

a.2. Afwijking

In afwijking van deze regel bepaalt [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies), dat de bevoegde lidstaat diegene is waar de belastingplichtige die gebruikmaakt van één van de bijzondere regelingen van het OSS-systeem bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, van richtlijn 2006/112/EG (regeling EU, niet-EU of invoerregeling), voor de toepassing van die regeling is geïdentificeerd.

De plaats waar de bedoelde handeling voor btw-doeleinden geacht wordt plaats te vinden heeft geen belang; die kan dus ook plaatsvinden in een andere lidstaat dan degene waarin de belastingplichtige voor de toepassing van de bijzondere regeling is geïdentificeerd.

Deze regel heeft tot doel de regels inzake aangifte, betaling en facturering van handelingen waarvoor de belastingplichtige gebruik maakt van één van deze bijzondere regelingen inzake territoriale bevoegdheid op elkaar af te stemmen.

Concreet betekent dit dat België bevoegd is om de factureringsregels vast te leggen overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies), wanneer:

-de dienst die wordt verricht voor een niet-belastingplichtige door een in België gevestigde belastingplichtige die zich in België heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in [artikel 58quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) van het Wetboek ('OSS – Unieregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, vindt plaats in een andere lidstaat ;

-de dienst die wordt verricht voor een niet-belastingplichtige door een niet in de Europese Unie gevestigde belastingplichtige die zich in België heeft ingeschreven voor de bijzondere regeling bedoeld in [artikel 58ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter) van het Wetboek ('OSS – niet-Unieregeling') en die van deze regeling gebruik maakt, vindt plaats in een andere lidstaat of in België.

### b. Factureringsverplichting

Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 1° en 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) dient de belastingplichtige die andere leveringen van goederen of diensten verricht dan die welke krachtens artikel 44 zijn vrijgesteld en andere dan die welke bedoeld zijn in artikel 135, lid 1, punten a) tot g), van richtlijn 2006/112/EG, een factuur uit te reiken aan zijn medecontractant en een kopie ervan op te stellen of ervoor te zorgen dat in zijn naam en voor zijn rekening, door zijn medecontractant of een derde een factuur wordt uitgereikt en een kopie daarvan wordt opgesteld:

1° wanneer hij een levering van goederen of een dienst heeft verricht voor een belastingplichtige of een niet-belastingplichtige rechtspersoon ;

2° wanneer hij een levering van goederen, zoals bedoeld in artikel 15, §§ 1 en 2, heeft verricht voor elke niet-belastingplichtige \[natuurlijke\] persoon, behalve wanneer hij gebruik maakt van de bijzondere regeling bedoeld in titel XII, hoofdstuk 6, afdeling 3, van richtlijn 2006/112/EG (OSS-regeling (EU-regeling of OSS - Unieregeling) voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen);

3° en 4° …

Ten slotte bepaalt [artikel 53, § 2, vijfde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) dat de Koning de belastingplichtigen de verplichting kan opleggen een factuur uit te reiken voor andere dan de in het eerste lid bedoelde leveringen van goederen of diensten.

Zo bepaalt [artikel 1, van koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) van 29.12.1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde dat de belastingplichtige die gehouden is tot het uitreiken van een factuur op grond van [artikel 53, § 2, eerste lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), van het Wetboek en die hierna vermelde leveringen van goederen of diensten verricht voor natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privé-gebruik, een factuur uitreikt **wanneer deze handelingen in België plaatsvinden** overeenkomstig de artikelen [14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-14), [14bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-14bis), [15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) en [21bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis), van het Wetboek, of wanneer, vóór de handeling, de belasting opeisbaar wordt over de gehele of een deel van de prijs van de handeling bij toepassing van de artikelen [17, § 1, derde lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-17), en [22bis, § 1, derde lid](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22bis), van het Wetboek:

…

3° de in artikel 20, § 2, vermelde handelingen

4° de leveringen van goederen en de diensten bestemd voor de oprichting van een gebouw bedoeld in [artikel 64, § 4](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64), van het Wetboek

…

9° de leveringen van onderdelen, toebehoren en uitrustingsstukken voor de onder 1° vermelde goederen, alsook de werken, het wassen uitgezonderd, verricht aan deze goederen, met inbegrip van de levering van de goederen die worden verbruikt voor de uitvoering van deze werken, wanneer de prijs, met inbegrip van de belasting over de toegevoegde waarde, meer bedraagt dan 125 euro

10° de verrichtingen van verhuizing of meubelbewaring en de bij die handelingen behorende prestaties.

Opdat de afwijkende bepaling voorzien in [artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) wordt toegepast, is het noodzakelijk:

\- dat België bevoegd is om de factureringsregels vast te stellen overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies);

\- dat de algemene factureringsverplichting voorzien in [artikel 53, § 2, eerste lid, 1° en 2°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) niet van toepassing is, zoals bijvoorbeeld voor de intracommunautaire afstandsverkopen van goederen opgenomen in de aangiften Unieregeling-OSS en de diensten B2C;

\- **dat de handeling plaatsvindt in België**.

### c. Voorbeelden

1\. Vennootschap A, gevestigd in België, is ingeschreven in de Unieregeling - OSS, omdat zij telecommunicatiediensten verricht. Zij verricht een telecommunicatiedienst voor rekening van een Luxemburgs overheidslichaam, een niet-belastingplichtige rechtspersoon die niet voor btw-doeleinden is geïdentificeerd.

De dienst wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, m.a.w. in het Groothertogdom Luxemburg ([artikel 21bis, § 2, 9°, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis)). Onderneming A moet Luxemburgse btw aanrekenen aan haar koper.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de leverancier of dienstverrichter is geregistreerd in de Unieregeling - OSS. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) moet vennootschap A een factuur uitreiken, aangezien zij een dienst heeft verricht voor een niet-belastingplichtige rechtspersoon.

2\. Vennootschap B, gevestigd in België, is ingeschreven in de Unieregeling - OSS voor werk in onroerende staat die zij in andere lidstaten verricht. Zij verricht voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon een dienst bestaande uit werkzaamheden aan een gebouw in Frankrijk.

De dienst wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar het onroerend goed is gelegen, m.a.w. in Frankrijk ([artikel 21bis, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis)). De vennootschap B moet dus Franse btw aanrekenen aan haar koper.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de dienstverrichter is geregistreerd in de Unieregeling - OSS. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) hoeft onderneming B geen factuur uit te reiken omdat zij een dienst heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon. Er dient op gewezen dat de verplichting opgenomen in [artikel 1, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) om een factuur uit te reiken voor werk in onroerende staat verricht voor natuurlijke personen die zij bestemmen voor hun privégebruik niet van toepassing is aangezien de handeling niet in België plaatsvindt.

3\. Onderneming C, gevestigd in het Groothertogdom Luxemburg, is geregistreerd in de OSS-Unieregeling voor de verkoop van toegangsrechten voor voorstellingen in andere lidstaten. Zij verricht, voor rekening van een niet-belastingplichtige particulier, een dienst die bestaat in het verlenen van een recht op toegang (ticketing) tot een muziekvoorstelling in België.

De dienst wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar het evenement of de activiteit daadwerkelijk plaatsvindt, m.a.w. in België ([artikel 21bis, § 2, 5°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis)). De vennootschap C moet dus Belgische btw aanrekenen aan haar koper.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is het Groothertogdom Luxemburg bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de dienstverrichter is geregistreerd in de Unieregeling - OSS. Het is aan de Luxemburgse belastingadministratie om te bepalen of vennootschap C een factuur moet uitreiken.

4\. Onderneming D, gevestigd in Canada, is in België geregistreerd in de Niet-Unieregeling - OSS voor elektronische diensten. Zij verricht een elektronische dienst voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon die in België woont.

De dienst wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar de ontvanger van de dienst is gevestigd of zijn woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats heeft, m.a.w. in België ([artikel 21bis, § 2, 9°, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis)). De onderneming D moet dus Belgische btw aanrekenen aan haar koper.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de dienstverrichter is geregistreerd in de Niet-Unieregeling - OSS. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) hoeft onderneming B geen factuur uit te reiken omdat zij een dienst heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.

5\. De in het Verenigd Koninkrijk gevestigde vennootschap E is in België geregistreerd in de Niet-Unieregeling - OSS voor werken in onroerende staat die zij verricht voor rekening van niet-belastingplichtige natuurlijke personen in de lidstaten. Zij verricht voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon een dienst die bestaat uit werk in onroerende staat aan een in België gelegen gebouw.

De dienst wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar het onroerend goed is gelegen, m.a.w. in België ([artikel 21bis, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis)). De vennootschap E moet dus Belgische btw aanrekenen aan haar koper.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, vierde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de dienstverrichter is geregistreerd in de Niet-Unieregeling - OSS. Overeenkomstig [artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5), genomen in uitvoering van [artikel 53, § 2, vijfde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), moet vennootschap E een factuur uitreiken, aangezien zij een dienst heeft verricht die plaatsvindt in België die bestaat uit werk in onroerende staat verricht voor natuurlijke personen die zij bestemmen voor hun privégebruik.

6\. De vennootschap F, gevestigd in Frankrijk, verricht voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon een dienst bestaande in het verlenen van een toegangsrecht (ticketing) voor een theatervoorstelling in België. Onderneming F is niet geregistreerd in de Unieregeling - OSS.

De dienst wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar het evenement of de activiteit daadwerkelijk plaatsvindt, m.a.w. in België ([artikel 21bis, § 2, 5°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis)). De vennootschap F moet dus Belgische btw aanrekenen aan haar koper.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de dienst (recht van toegang tot een culturele activiteit) wordt geacht te worden verricht. Overeenkomstig [artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) hoeft onderneming F geen factuur uit te reiken omdat zij een dienst heeft verricht voor een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon.

7\. De in Nederland gevestigde vennootschap G verricht voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon een dienst bestaande in werk in onroerende staat aan een in België gelegen gebouw. Onderneming G is niet geregistreerd in de Unieregeling - OSS.

De dienst wordt geacht plaats te vinden op de plaats waar het onroerend goed is gelegen, m.a.w. in België ([artikel 21bis, § 2, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis)). De vennootschap G moet dus Belgische btw aanrekenen aan haar koper.

Overeenkomstig [artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is België bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de dienst (werk in onroerende staat) wordt geacht plaats te vinden. Overeenkomstig [artikel 1, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5), genomen in uitvoering van [artikel 53, § 2, vijfde lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53), moet vennootschap G een factuur uitreiken, aangezien zij een dienst heeft verricht die plaatsvindt in België en die bestaat uit werk in onroerende staat verricht voor natuurlijke personen, die zij bestemmen voor hun privégebruik.

8\. De in België gevestigde vennootschap H verricht voor rekening van een niet-belastingplichtige natuurlijke persoon een intracommunautair goederenvervoer van Duitsland naar België. Onderneming H heeft zich niet ingeschreven in de Unieregeling - OSS.

De dienst wordt geacht plaats te vinden op de plaats van het vertrek van het vervoer van de goederen wanneer het een intracommunautair goederenvervoer betreft, m.a.w. in Duitsland ([artikel 21bis, § 2, 4°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis)). De vennootschap H moet dus Duitse btw aanrekenen aan haar koper.

Volgens [artikel 53decies, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) is Duitsland bevoegd om de factureringsregels vast te stellen, als lidstaat waar de dienst (intracommunautair goederenvervoer) wordt geacht plaats te vinden. Het is aan de Duitse belastingdienst om te bepalen of onderneming H een factuur moet uitreiken.

\[Top\]

## Aangehaalde teksten

63

[WBTW art. 53decies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53decies) 44 voorkomens

[WBTW art. 58quater](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quater) 44 voorkomens

[WBTW art. 53](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) 36 voorkomens

[WBTW art. 21bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21bis) 29 voorkomens

[WBTW art. 58ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58ter) 28 voorkomens

[WBTW art. 15](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-15) 26 voorkomens

[WBTW art. 13bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13bis) 15 voorkomens

[WBTW art. 58quinquies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58quinquies) 15 voorkomens

[WBTW art. 14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-14) 11 voorkomens

[KB nr. 1 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) 10 voorkomens

[WBTW art. 50](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-50) 9 voorkomens

[WBTW art. 55](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55) 9 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 3](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-3) 6 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 33](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-33) 5 voorkomens

[uitvoeringsverordening 282/2011 art. 58](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-58) 5 voorkomens

[WBTW art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1) 4 voorkomens

[WBTW art. 14bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-14bis) 3 voorkomens

[WBTW art. 17](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-17) 3 voorkomens

[WBTW art. 21](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-21) 3 voorkomens

[WBTW art. 22bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22bis) 3 voorkomens

[WBTW art. 64](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-64) 3 voorkomens

[WBTW art. 76](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-76) 3 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 1](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-1) 3 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 369septdecies](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369septdecies) 3 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 59quater](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-59quater) 3 voorkomens

[uitvoeringsverordening 282/2011 art. 57octies](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-57octies) 3 voorkomens

[uitvoeringsverordening 282/2011 art. 57quinquies](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-57quinquies) 3 voorkomens

[uitvoeringsverordening 282/2011 art. 57septies](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-57septies) 3 voorkomens

[uitvoeringsverordening 282/2011 art. 59bis](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-59bis) 3 voorkomens

richtlijn 2017/2455 art. 1 3 voorkomens

[KB nr. 1 art. 26bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-26bis-f468) 2 voorkomens

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 131](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-131) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 135](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-135) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 151](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-151) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 2](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-2) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 214](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-214) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 215](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-215) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 369bis](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369bis) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 369novodecies](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369novodecies) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 369octodecies](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369octodecies) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 369quaterdecies](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369quaterdecies) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 369sexdecies](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369sexdecies) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 369terdecies](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369terdecies) 2 voorkomens

[btw-richtlijn 2006/112 art. 369undecies](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369undecies) 2 voorkomens

[uitvoeringsverordening 282/2011 art. 57sexies](https://juriel.be/nl/unierecht/uitvoeringsverordening-282-2011/artikel-57sexies) 2 voorkomens

[KB nr. 1 art. 16](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-16-6be0) 1 voorkomen

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 1 voorkomen

[KB nr. 4 art. 9](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-4-artikel-a533) 1 voorkomen

[WBTW art. 13](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13) 1 voorkomen

[WBTW art. 58](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58) 1 voorkomen

[WBTW art. 58sexies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-58sexies) 1 voorkomen

[WBTW art. 8bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-8bis) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 192bis](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-192bis) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 219bis](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-219bis) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 32](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-32) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 358bis](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-358bis) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 368](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-368) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 369quatervicies](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-369quatervicies) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 47](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-47) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 48](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-48) 1 voorkomen

[btw-richtlijn 2006/112 art. 58](https://juriel.be/nl/unierecht/btw-richtlijn-2006-112/artikel-58) 1 voorkomen

richtlijn 2008/8 art. 5 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

1

[Omzendbrieven 1](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/specifieke-topics-bijzondere-regelingen-toepassing-d6d5/documenten?type=omzendbrieven)

« … uitgebreide toelichting m.b.t. deze bijzondere regeling OSS wordt verwezen naar de circulaire 2021/C/72 van 27.07.2021 betreffende de btw-regeling voor grensoverschrijdende e-commerceactiviteiten tussen ondernemingen en consumenten (B2C relatie) en naar de Btw-Commentaar, Boekwerk VI, Hoofdstuk 16, Afdeling 10, titels 2, 3 en 4 . E. Opmerking 67. Het luik inzake btw geldt mutatis mutandis voor voetbalmakelaars die voetbaltrainers vertegenwoordigen of die tussenkomen bij de transfer van een voetbaltrainer. Interne ref.: 729.281 - 138.001 »

[Circulaire 2022/C/98 over de vergoedingen toegekend aan voetballers en voetbalmakelaars](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2022-c-98-vergoedingen-toegekend-voetballers-voetbalmakelaars-non-27e5) Omzendbrief 28.09.2022

[Bekijk het document](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/specifieke-topics-bijzondere-regelingen-toepassing-d6d5/documenten)
