---
title: "Btw-beslissing E.T.99.808 · Richtlijn 2000/65/EG"
description: "Richtlijn 2000/65/EG. Btw-beslissing nr. E.T.99.808 van 30 maart 2001 van de Belgische belastingadministratie."
url: "https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-99-808-richtlijn-eg-btw-1f22"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/decisions-administratives/e-t-99-808-directive-cee1"
---

# Richtlijn 2000/65/EG

**Nummer**

E.T.99.808

**Datum**

30 maart 2001

## Over het document

**Verzameling**

Administratieve beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

90 paragrafen

**Beslissing Btw nr. E.T.99.808 dd. 30.03.2001**

BTW-Revue nr. 151, blz. 436

*Richtlijn 2000/65/EG - Identificatie van niet in België gevestigde belastingplichtigen - Overgangsprocedure.*

## 1. Context en voorwerp van de beslissing

Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Richtlijn 2000/65/EG van de Raad van 17 oktober 2000 tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG met betrekking tot de bepaling van degene die tot voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde gehouden is, zullen de Belgische wettelijke en reglementaire bepalingen zowel met betrekking tot de bepaling van de schuldenaar van de belasting voor de handelingen verricht door niet hier te lande gevestigde belastingplichtigen, als met betrekking tot de fiscale vertegenwoordiging, grondig worden gewijzigd op 1 januari 2002.

Overeenkomstig de voormelde Richtlijn 2000/65/EG, zijn de hoofdlijnen van de bepalingen die in werking zullen treden op 1 januari 2002 de volgende:

a) de invoering, onder bepaalde voorwaarden, van een regeling van verlegging van de heffing van de belasting wanneer een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige een levering van goederen of een dienst verricht die wordt geacht plaats te vinden in België. Er wordt in dat geval geen enkele aansprakelijke vertegenwoordiger vereist in hoofde van de leverancier of dienstverrichter;

b) de invoering van een algemene (maar facultatieve) ontheffing van de verplichting om een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen indien een niet hier te lande gevestigde belastingplichtige andere handelingen dan deze bedoeld onder a) verricht in België, voor zover met het land van de zetel of inrichting van deze belastingplichtige een juridisch instrument van wederzijdse bijstand bestaat, dat dezelfde draagwijdte heeft als deze voorzien in de Richtlijnen 76/308/EEG en 77/799/EEG en in de verordening (EEG) nr. 218/92 van de Raad van 27 januari 1992 met betrekking tot de administratieve samenwerking inzake indirecte belastingen (BTW);

c) de mogelijkheid voor de belastingplichtige gevestigd in een land waarmee een juridisch instrument van wederzijdse bijstand bestaat, dat een gelijkaardige draagwijdte heeft als deze voorzien in de Richtlijnen 76/308/EEG en 77/799/EEG en in de verordening (EEG) nr. 218/92 van de Raad van 27 januari 1992 met betrekking tot de administratieve samenwerking inzake indirecte belastingen (BTW) om in België voor de BTW te worden geïdentificeerd wanneer hij er handelingen verricht beoogd onder b), of, onder welbepaalde voorwaarden, handelingen beoogd onder a), zonder dat dit nummer verbonden is aan de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger hier te lande (rechtstreekse BTW-identificatie).

Rekening houdend met wat voorafgaat, heeft de onderhavige beslissing tot doel een overgangsprocedure in te voeren die van toepassing is vanaf 1 april 2001 tot en met 31 december 2001, voor de niet in België gevestigde belastingplichtigen die tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden voldoen:

1° de belastingplichtige is gevestigd in een andere Lidstaat van de Europese Unie;

2° de belastingplichtige is niet voor de BTW geïdentificeerd in België op 1 april 2001;

3° de belastingplichtige is, in principe, overeenkomstig artikel \_55, eerste lid, van het BTW-Wetboek, gehouden een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen in België voor de handelingen die hij hier te lande vóór 1 januari 2002 verricht;

4° hij dient overigens de aangifte van aanvang van werkzaamheid beoogd in [artikel 53, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) in, bij het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen (1). Hij moet tevens een attest van belastingplicht uitgereikt door de Administratie van de Lidstaat waarin hij is gevestigd, een kopie van zijn statuten en zijn inschrijvingsnummer in het handelsregister voorleggen bij het voormeld kantoor. Hij moet ten slotte, in voorkomend geval, een aangifte tot wijziging van activiteit indienen wanneer één van de in de aangifte van aanvang van werkzaamheid verstrekte inlichtingen is gewijzigd tijdens de overgangsperiode (van 1/04/2001 tot 31/12/2001);

5° de belastingplichtige voldoet aan alle gestelde voorwaarden om vanaf 1 januari 2002 te genieten van een rechtstreekse BTW-identificatie in België, en wenst van deze regeling te genieten.

De buitenlandse belastingplichtige die aan de bovenbedoelde voorwaarden voldoet om te kunnen aanspraak maken op het voordeel van de overgangsprocedure kan, om andere fiscale verplichtingen te kunnen naleven en op zijn uitdrukkelijk verzoek, een attest bekomen dat hem wordt uitgereikt door het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen (dienst Controle).

## 2. Administratieve beslissing

In afwijking van [artikel 55, eerste lid, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55), is de niet in België gevestigde belastingplichtige die aan alle voorwaarden beoogd onder punt 1, voorlaatste lid, hierboven, voldoet, ontheven van de verplichting om een aansprakelijke vertegenwoordiger hier te lande te laten erkennen voor de handelingen die hij vóór 1 januari 2002 verricht, voor zover de hierna uiteengezette overgangsprocedure wordt gerespecteerd.

## 3. Overgangsprocedure van toepassing op de uitgaande handelingen verricht in België door de niet in België gevestigde belastingplichtige

*3.1. Betaling van de verschuldigde belasting*

Indien de door de niet in België gevestigde belastingplichtige verrichte leveringen van goederen of de dienstverrichtingen niet zijn vrijgesteld van de belasting krachtens de artikelen [39ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39ter) tot [44bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44bis) van het BTW-Wetboek, moet de verschuldigde belasting worden voldaan:

a) overeenkomstig artikel 5, § 1, 1° en 2°, van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen, door de medecontractant van de niet in België gevestigde belastingplichtige indien hij een belastingplichtige of een niet belastingplichtige rechtspersoon is gehouden tot het indienen van een aangifte beoogd in [artikel 53, eerste lid, 3°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) of [53ter, 1°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53ter), van het BTW-Wetboek (periodieke of bijzondere BTW-aangifte);

b) door de niet in België gevestigde belastingplichtige zelf, indien zijn medecontractant een andere persoon is.

De betaling, door de niet in België gevestigde belastingplichtige, van de verschuldigde belasting, wordt periodiek gedaan: het totaalbedrag van de in de loop van een kwartaal opeisbaar geworden BTW, wordt ten laatste de twintigste dag van de maand die volgt op dat kwartaal verricht, door overschrijving op het postrekeningnummer 679-2003427-86 van het Centraal BTW-ontvangkantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Kantersteen 47, 1000 Brussel. Deze overschrijving dient de volgende mededeling te bevatten: "Benaming van de belastingplichtig - Uitgaande handelingen van het 2de - 3de - 4de kwartaal 2001 - Beslissing nr. E.T. 99.808 van 30 maart 2001".

Een interest van 0,8 pct. per maand vertraging is opeisbaar wanneer het bedrag van de verschuldigde belasting niet tijdig voldaan is. Deze interest wordt berekend over het totaalbedrag van de verschuldigde BTW, afgerond op het lagere duizendtal (in Belgische frank). Ieder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend. De interest van een maand wordt slechts gevorderd indien hij 100 BEF (2,48 EUR) bereikt.

*3.2. Declaratieve verplichtingen*

Tijdens de hele overgangsprocedure is de niet in België gevestigde belastingplichtige niet gehouden tot het indienen van periodieke BTW-aangiften beoogd in [artikel 53, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) of opgaven beoogd in artikel 53sexies van datzelfde Wetboek. Hij is evenwel gehouden uiterlijk de twintigste dag van de maand die volgt op elk kwartaal, een samenvattende opgave van de volgende handelingen waarvoor de belasting opeisbaar is geworden in de loop van het verstreken kwartaal, in te dienen bij het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen (1)

a) de handelingen beoogd onder 3.1., eerste lid, b;

b) de krachtens [artikel 39bis van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) van de belasting vrijgestelde leveringen van goederen, wegens de verzending of het vervoer van de goederen naar een andere Lidstaat van de Europese Unie.

De samenvattende staat bevat de volgende inlichtingen:

\* Algemene inlichtingen:

\- de naam of de maatschappelijke benaming van de niet in België gevestigde belastingplichtige, evenals het BTW-identificatienummer uitgereikt door de Lidstaat waar hij is gevestigd;

\- zijn volledig adres;

\- de periode waarop de opgave betrekking heeft;

\- een verwijzing naar de onderhavige beslissing: "Beslissing nr. E.T. 99.808 van 30 maart 2001".

\* Voor de handelingen beoogd in het voorgaande lid, a (handelingen waarvoor de belasting effectief wordt voldaan door de niet in België gevestigde belastingplichtige), waarbij duidelijk het onderscheid wordt gemaakt tussen de facturen en de daarop slaande verbeterende stukken:

\- per tarief, het totaalbedrag van de maatstaven van heffing van de handelingen die in de loop van de periode waarop de opgave betrekking heeft, zijn verricht;

\- per tarief, het totaalbedrag van de verschuldigde BTW met betrekking tot deze handelingen;

\- het totaalbedrag van de verschuldigde belasting.

\* Voor de handelingen beoogd in het voorgaande lid, b (intracommunautaire leveringen van goederen):

\- de naam en het volledig adres van elke klant aan wie één of meerdere intracommunautaire leveringen van goederen zijn verricht in de loop van de periode waarop de opgave betrekking heeft;

\- het BTW-identificatienummer waaronder deze personen in een andere Lidstaat zijn geïdentificeerd;

\- het totaalbedrag, uitgedrukt in Belgische frank of in euro, van de leveringen verricht aan elk van deze personen in de loop van de periode waarop de opgave betrekking heeft.

Zodra hem een Belgisch BTW-identificatienummer wordt toegekend (dit is in principe op 1 januari 2002), is de niet in België gevestigde belastingplichtige gehouden om alle verplichtingen na te leven die aan de belastingplichtigen zijn opgelegd door het BTW-Wetboek of in uitvoering daarvan, en in het bijzonder:

a) de indiening van aangiften beoogd in [artikel 53, eerste lid, 3°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) (periodieke aangiften). In de eerste in te dienen aangifte (2) vermeldt de belastingplichtige:

\- in rooster 45: de handelingen beoogd onder 3.1., eerste lid, a;

\- in rooster 47: alle handelingen verricht gedurende de overgangsperiode die niet zijn beoogd onder 3.1. of 3.2., eerste lid, b (in het bijzonder, de krachtens [artikel 39, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) van de belasting vrijgestelde handelingen naar aanleiding van de verzending van de goederen buiten de Europese Unie).

De andere door de belastingplichtige tijdens de overgangsperiode gerealiseerde uitgaande handelingen worden niet vermeld in de eerste aangifte die moet worden ingediend nadat hij een BTW-indentificatienummer heeft gekregen;

b) de indiening van de inlichtingen beoogd in [artikel 53sexies, § 1, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53sexies) (opgaven van de intracommunautaire handelingen). De handelingen beoogd onder 3.2., eerste lid, b, verricht tijdens de overgangsperiode worden niet vermeld in de eerste opgave die moet worden ingediend

Ten slotte is de niet in België gevestigde belastingplichtige, voor de handelingen beoogd in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 23 van 29 december 1992 en die werden verricht in de loop van de overgangsperiode gehouden tot het indienen van de opgave beoogd in [artikel 53quinquies van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53quinquies) (Jaarlijkse opgave van de belastingplichtige afnemers). Deze opgave moet uiterlijk tegen 31 maart 2002 worden ingediend.

*3.3. Verplichtingen op het stuk van boekhouding en facturering*

Voor zover voor de handelingen die hij verricht gedurende de overgangsperiode geen enkele ontheffing bestaat met betrekking tot het uitreiken van een factuur, of dat hij geen gebruik maakt van deze ontheffing, dient de niet in België gevestigde belastingplichtige het origineel van de factuur rechtstreeks naar zijn medecontractant te sturen. Deze factuur moet alle vermeldingen dragen die zijn voorzien in [artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. Evenwel:

\- wordt de vermelding van het BTW-identificatienummer van de belastingplichtige (z. koninklijk besluit nr. 1, art. 5, § 1, 2°, in fine) vervangen door de vermelding "Belgisch BTW-identificatienummer in aanvraag - Beslissing nr. E.T. 99.808 van 30 maart 2001";

\- in geval van de toepassing van de verlegging van heffing beoogd onder 3.1. , eerste lid, a, wordt de vermelding van de tarieven en van de bedragen van de verschuldigde belasting (z. K.B. nr. 1, art. 5, § 1, 9°) vervangen door de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant - Artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992";

\- wanneer de belasting rechtstreeks door de niet in België gevestigde leverancier of dienstverrichter wordt voldaan, wordt de vermelding van de tarieven en van de bedragen van de verschuldigde belasting aangevuld met de vermelding "Belasting rechtstreeks gestort aan de Schatkist door de leverancier of dienstverrichter - Beslissing nr. E.T. 99.808 van 30 maart 2001".

Anderzijds dient de belastingplichtige van bij de aanvang van zijn activiteit in België een boekhouding te voeren van de handelingen die hij hier te lande verricht. Deze boekhouding dient de in [artikel 14 en volgende van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-14-c210) van 29 december 1992 uiteengezette principes te respecteren, en in het bijzonder:

\- een boek voor uitgaande facturen te bevatten, waarin de belastingplichtige de in het voorgaande lid beoogde facturen opneemt evenals, in voorkomend geval, de daarop slaande verbeterende stukken;

\- een dagontvangstenboek te bevatten, waarin hij de ontvangsten vermeldt met betrekking tot de uitgaande handelingen die hij in België verricht en waarvoor hij gebruikmaakt van de ontheffing van de verplichting om een factuur uit te reiken voorzien in [artikel 1, § 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5), van het voormeld koninklijk besluit nr. 1.

De medecontractant van de niet in België gevestigde belastingplichtige mag zijn recht op aftrek uitoefenen, binnen de grenzen en voorwaarden voorzien in artikelen [45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) tot [49](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-49) van het BTW-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969, zodra hij een factuur heeft die is opgemaakt overeenkomstig het eerste lid hierboven, en hij de verschuldigde belasting, overeenkomstig punt 3.1., eerste lid, a, heeft ingeschreven in de aangifte met betrekking tot de periode waarin ze opeisbaar is geworden.

## 4. Overgangsprocedure van toepassing op de inkomende handelingen verricht in België door de niet hier te lande gevestigde belastingplichtige

*4.1. Recuperatie van de voorbelasting voor de andere handelingen dan de intracommunautaire verwervingen van goederen*

De recuperatie van de belasting met betrekking tot de tijdens de overgangsperiode aan hem geleverde goederen of verstrekte diensten of de door hem in België ingevoerde goederen geschiedt, in principe, door opname als aftrekbare belasting in de eerste periodieke BTW-aangifte die hij moet indienen nadat hij zijn BTW-identificatienummer in België heeft bekomen.

Daartoe vermeldt hij in deze aangifte:

\- in het rooster 81, 82 of 83, naar gelang van het geval, de maatstaf van heffing van de hogervermelde handelingen;

\- in rooster 59, het bedrag van de aftrekbare belasting.

De recuperatie van de hogervermelde belasting kan evenwel nog gebeuren tot 31 december 2001 door een aanvraag om teruggaaf van BTW die wordt ingediend bij het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen (3), rekening houdend met de bepalingen die het voorwerp uitmaken van de aanschrijving nr. 6 van 10 maart 1981 die uitzonderlijk van toepassing zijn in het kader van de onderhavige overgangsprocedure. Deze aanvraag wordt gedaan aan de hand van een formulier dat door dit kantoor wordt ter beschikking gesteld van de betrokkenen (formulier nr. 821) en moet vergezeld zijn van de originele facturen ontvangen van de leveranciers of dienstverrichters en/of de invoerdocumenten. Het formulier moet verplicht de vermelding dragen "Belgisch BTW-nummer in aanvraag - Beslissing nr. E.T. 99.808 van 30 maart 2001". In afwijking van de hogervermelde bepalingen moet deze aanvraag daarentegen niet vergezeld zijn van een attest van belastingplicht uitgereikt door de Administratie van de Lidstaat waarin de aanvrager is gevestigd.

Voor elke handeling die aan hem wordt verricht of voor elke invoer van goederen die hij in België verricht in de loop van de overgangsperiode, mag de belastingplichtige aldus de wijze van recuperatie kiezen die hem het meest opportuun lijkt, voor zover uiteraard de handelingen of invoeren die het voorwerp hebben uitgemaakt van een aanvraag om teruggaaf bij het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen niet meer in aftrek worden gebracht door opname in rooster 59 van de eerste periodieke BTW-aangifte die hij moet indienen wanneer hem een BTW-identificatienummer wordt toegekend. Er wordt ook opgemerkt dat deze handelingen of invoeren ook niet meer worden ingeschreven in de roosters 81, 82 en 83 van de genoemde aangifte.

*4.2. Opmerking met betrekking tot de invoer van goederen*

De wegens de invoer in België verschuldigde belasting moet verplicht worden voldaan op het tijdstip van de aangifte ten verbruik van de goederen. Er mag geen enkele machtiging van verlegging van heffing naar het binnenland (z. [art. 5, § 3, van het koninklijk besluit nr. 7](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae) van 29 december 1992) worden toegekend aan de belastingplichtige voordat hem zijn Belgisch BTW-identificatienummer wordt toegekend. Bovendien moet de belastingplichtige het door het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen uitgereikt attest beoogd in het punt 1 hierboven, in fine, waaruit blijkt dat zijn Belgisch BTW-identificatienummer in aanvraag is, voegen bij de aangifte ten verbruik.

*4.3. Bijzonder geval van de intracommunautaire verwervingen van goederen*

De niet in België gevestigde belastingplichtige die tijdens de overgangsperiode een intracommunautaire verwerving van goederen verricht in België heeft:

\- enerzijds, de verplichting om de naar aanleiding van die verwerving verschuldigde belasting te voldoen;

\- anderzijds, het recht om deze belasting te recupereren voor zover ze aftrekbaar is krachtens de artikelen [45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) tot [49](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-49) van het BTW-Wetboek en het koninklijk besluit nr. 3 van 10 december 1969.

De niet in België gevestigde belastingplichtige moet daartoe bij het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen (1), uiterlijk de twintigste dag van de maand die volgt op elk kwartaal, een samenvattende lijst van de intracommunautaire verwervingen van de goederen die hij hier te lande heeft verricht en waarvoor de belasting opeisbaar is geworden tijdens het verstreken kwartaal, indienen. Deze lijst vermeldt:

• Algemene inlichtingen: z. punt 3.2., tweede lid

• Inlichtingen met betrekking tot de intracommunautaire verwervingen van goederen:

\- de naam, het volledig adres en het BTW-identificatienummer waaronder elke leverancier in een andere Lidstaat voor de BTW geïdentificeerd is;

\- het voor de handeling toepasselijke Belgische BTW-tarief;

\- het bedrag van de verschuldigde belasting;

\- het bedrag van de aftrekbare belasting;

\- in voorkomend geval, het te betalen saldo, indien het bedrag van de aftrekbare belasting kleiner is dan het bedrag van de verschuldigde belasting.

Het in voorkomend geval na compensatie tussen de verschuldigde en aftrekbare belasting resterend saldo van de samenvattende lijst, moet worden betaald door overschrijving op de postrekening nr. 679-2003427-86 van het Centraal BTW-ontvangkantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Kantersteen 47 te 1000 Brussel. Op deze overschrijving moet de volgende vermelding worden aangebracht: "Benaming van de belastingplichtige - Intracommunautaire verwervingen van het 2e - 3e - 4e kwartaal 2001 - Beslissing nr. E.T. 99.808 van 30 maart 2001".

De betaling dient te geschieden uiterlijk de twintigste van de maand die volgt op het kwartaal waarin de BTW opeisbaar is geworden (d.i. binnen dezelfde termijn als deze voorzien voor de indiening van de samenvattende lijst).

De door de belastingplichtige tijdens de overgangsperiode verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen die werden opgenomen in de hierboven beoogde samenvattende lijst worden niet vermeld in de eerste periodieke BTW-aangifte die moet worden ingediend nadat een Belgisch BTW-identificatienummer werd bekomen.

*4.4. Boekhoudkundige verplichtingen*

De belastingplichtige dient van bij de aanvang van zijn economische activiteit in België een boekhouding te voeren voor de handelingen die aan hem hier te lande werden verricht. Deze boekhouding moet beantwoorden aan de principes vervat in de artikelen [14 en volgende](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-14-c210) van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 en in het bijzonder een boek voor inkomende facturen bevatten waarin de belastingplichtige de ontvangen facturen vermeldt met betrekking tot de leveringen van goederen en de diensten die aan hem hier te lande werden verricht, en de invoeren en intracommunautaire verwervingen van goederen die hij verricht, evenals in voorkomend geval, de daarop slaande verbeterende stukken.

De onderhavige beslissing is van toepassing van 1 april 2001 tot en met 31 december 2001.

(1) Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, dienst Controle, Zaveltoren (24 e verdieping). J. Stevensstraat 7 te 1000 BRUSSEL.

(2) De indieningsdatum van deze aangifte is hetzij 20 februari 2002, hetzij 20 april 2002, al naargelang de periodiciteit van indiening van BTW-aangiften - d.i. maandelijks of per kwartaal - waaraan de belastingplichtige zal onderworpen zijn.

(3) Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, dienst Teruggaaf, Zaveltoren (25 e verdieping), J. Stevensstraat 7 te 1000 BRUSSEL.

## Aangehaalde teksten

15

[WBTW art. 53](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) 4 voorkomens

[KB nr. 1 art. 14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-14-c210) 2 voorkomens

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 2 voorkomens

[WBTW art. 49](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-49) 2 voorkomens

[KB nr. 1 art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-a7a5) 1 voorkomen

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 1 voorkomen

[KB nr. 7 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-7-artikel-6aae) 1 voorkomen

[WBTW art. 39](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) 1 voorkomen

[WBTW art. 39bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 39ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39ter) 1 voorkomen

[WBTW art. 44bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44bis) 1 voorkomen

[WBTW art. 53quinquies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53quinquies) 1 voorkomen

[WBTW art. 53sexies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53sexies) 1 voorkomen

[WBTW art. 53ter](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53ter) 1 voorkomen

[WBTW art. 55](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-55) 1 voorkomen
