---
title: "Btw-beslissing E.T.98.878 · Bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge"
description: "Bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge. Btw-beslissing nr. E.T.98.878 van 12 januari 2001 van de Belgische belastingadministratie."
url: "https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-98-878-bijzondere-regeling-belastingheffing-winstmarge-btw-062d"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/decisions-administratives/e-t-98-878-regime-particulier-imposition-marge-beneficiaire-8c55"
---

# Bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge

**Nummer**

E.T.98.878

**Datum**

12 januari 2001

## Over het document

**Verzameling**

Administratieve beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

11 paragrafen

**Beslissing Btw nr. E.T.98.878 dd. 12.01.2001**

*Bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge - Overgang van de regeling van vaststelling van de maatstaf van heffing per aangifteperiode naar vaststelling van de maatstaf van heffing per levering*

Overeenkomstig [artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 53](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-53-december-betrekking-bijzondere-regeling-belastingheffing-36a0#ar53-art3) van 23 december 1994 met betrekking tot de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, stellen de belastingplichtige wederverkopers de maatstaf van heffing voor leveringen van goederen die onderworpen zijn aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge vast voor elk aangiftetijdvak. Deze wijze van vaststelling van de maatstaf van heffing is de regeling die normaal gezien van toepassing is op de belastingplichtige wederverkopers (globalisatiemethode).

Anderzijds aanvaardt de administratie ten aanzien van de belastingplichtige wederverkopers die, gezien de aard van hun economische activiteit of omwille van de organisatie van hun boekhouding, moeilijkheden zouden ondervinden om de maatstaf van heffing per aangiftetijdvak vast te stellen, dat deze belastingplichtige wederverkopers, de maatstaf van heffing berekenen per levering, voor ieder goed afzonderlijk beschouwd, als voorzien in nr. 88, 1°, van de aanschrijving nr. 1 van 2 januari 1995 met betrekking tot deze bijzondere belastingregeling.

De overgang naar de regeling van vaststelling van de maatstaf van heffing per levering stelt in dit opzicht geen bijzondere problemen inzake BTW-verplichtingen wanneer deze geschiedt op het einde van het jaar of boekjaar. De voorziene bepalingen voor de berekening van het bedrag van de verschuldigde belasting voor de handelingen verricht onder de regeling van belastingheffing over de winstmarge voor de laatste aangifteperiode van het jaar of boekjaar, als uiteengezet in de nrs. 95 en volgende van de voormelde [aanschrijving nr. 1/1995](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/1-1995-aanschrijving-bien-occasion-objet-art-9822), dienen alsdan te worden toegepast.

Wanneer deze overgang daarentegen plaats vindt in de loop van het jaar of boekjaar, is de overgang van de regeling van vaststelling van de maatstaf van heffing per aangifteperiode naar de regeling van vaststelling van de maatstaf van heffing per levering slechts onder de volgende voorwaarden toegelaten door de administratie :

a) de overgang dient te geschieden op het einde van een maand indien het een maandaangever betreft of op het einde van een kwartaal indien het een kwartaalaangever betreft;

b) op de laatste dag van het aangiftetijdvak waarin gebruik wordt gemaakt van de regeling van vaststelling van de winstmarge per aangifteperiode, dient een inventaris te worden opgemaakt van de voorraad goederen onderworpen aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge;

c) de winstmarge van het laatste aangiftetijdvak waarin gebruik wordt gemaakt van de regeling van vaststelling van de winstmarge per aangifteperiode wordt op dezelfde wijze berekend als de winstmarge voor het laatste aangiftetijdvak van het jaar of boekjaar in het geval waarin de winstmarge per aangiftetijdvak wordt berekend (z. nrs. 95 en volgende van de hogervermelde aanschr. nr. 1/1995). Het totaalbedrag van de tijdens de regels verlopen aangifteperioden van het jaar of boekjaar verkochte goederen, gewaardeerd tegen aanschaffingsprijs, moet worden opgenomen in rooster 00 van de laatste aangifte waarin gebruik wordt gemaakt van de regeling van vaststelling van de winstmarge per aangifteperiode;

d) in geen geval kunnen de regelingen van vaststelling van de winstmarge per aangifteperiode en deze van vaststelling van de winstmarge per levering door een belastingplichtige tegelijkertijd worden gebruikt;

e) de regeling van vaststelling van de winstmarge per levering moet ten minste worden gehandhaafd tot 31 december van het tweede kalenderjaar dat volgt op het jaar van de overgang naar de regeling van vaststelling van de winstmarge per levering.

## Aangehaalde teksten

1

[KB nr. 53 art. 3](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-53-december-betrekking-bijzondere-regeling-belastingheffing-36a0) 1 voorkomen
