Vrijstelling van de BTW op basis · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.98.803 18 december 2003

Zoeken

Vrijstelling van de BTW op basis

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-98-803-vrijstelling-btw-basis-artikel-42-dd5c

Nummer
E.T.98.803
Datum
18 december 2003

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.98.803 dd. 18.12.2003

Vrijstelling van de BTW op basis van artikel 42, § 3, van het BTW-Wetboek - Facturering

Indien vrijstelling van de BTW wordt toegepast op basis van artikel 42, § 3, eerste lid, 1° tot 6°, van het BTW-Wetboek, moet bij toepassing van de artikelen 1, § 2, tweede lid, 12° en artikel 4, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, een factuur worden uitgereikt uiterlijk de vijfde werkdag van de maand na die waarin de belasting opeisbaar is geworden.

Als een diplomatieke zending, een consulaire post, een internationale organisatie of een lid van hun personeel recht heeft op de genoemde vrijstelling maar dit bij de levering aan de leverancier niet op de voorgeschreven wijze (document 441, 450 of 451) te kennen geeft, dan kan deze leverancier, indien er geen andere verplichtingen zijn, gebruik maken van de ontheffing van de factureringsplicht.

Wanneer de begunstigde van de vrijstelling dan na de levering en na de hoger genoemde termijn aan de leverancier de nodige documenten bezorgt, kan de leverancier alsnog een factuur opmaken, op voorwaarde dat de identiteit van de werkelijke koper kan worden aangetoond. Het feit dat iemand zich aanbiedt met louter anonieme kastickets is bijgevolg niet voldoende ; hij zal daarom andere geldige documenten (bijvoorbeeld betalingsdocumenten) moeten voorleggen.

Bovendien mogen, naar analogie met tijdig uitgereikte facturen, hoogstens de handelingen van één maand worden vermeld op een later uitgereikte factuur. Indien de handelingen plaatsvonden gedurende een langere periode dient bijgevolg minstens één factuur te worden uitgereikt per tijdvak van een maand. Opgelet : voor de toepassing van artikel 42, § 3, eerste lid, 1° en 2°, blijven de punten 17 c en 44 van aanschrijving nr. 1 van 1 januari 1978 van toepassing. Voor deze vrijstelling geldt een minimum van 123,95 €, excl. BTW PER LEVERING voor officieel gebruik en 247,89 €, excl. BTW PER LEVERING voor persoonlijk gebruik.

Op deze factuur dienen de vermeldingen van artikel 5 van het hogervermeld koninklijk besluit nr. 1 te worden opgenomen, zonder dat daarbij evenwel een bedrag van BTW mag worden vermeld. In de plaats daarvan wordt als volgt verwezen naar het toepasselijke vrijstellingsartikel : « Vrijstelling van BTW - artikel 42, § 3, eerste lid, van het BTW-Wetboek ». Tevens wordt op deze factuur, in voorkomend geval, de in het volgende lid beoogde vermelding, aangebracht. De leverancier is uiteraard gehouden de aldus uitgereikte facturen op te nemen in zijn boekhouding. De bedragen van deze facturen worden opgenomen in rooster 47 van zijn periodieke BTW-aangifte en de oorspronkelijke inschrijving van de kastickets wordt geannuleerd door opname in rooster 49 van zijn aangifte.

Voor zover de begunstigde van de vrijstelling de prijs inclusief BTW reeds had betaald, kan laatstgenoemde van zijn leverancier de terugbetaling eisen van het bedrag van de BTW waarvoor de vrijstelling alsnog wordt ingeroepen. De leverancier dient dit feit als volgt te vermelden op de aan de begunstigde van de vrijstelling uitgereikte factuur : « Handeling waarvoor ten onrechte BTW werd aangerekend. Bedrag van .....EUR BTW oorspronkelijk betaald door de klant wordt hem hierbij integraal terugbetaald ».

Anderzijds kan de leverancier bij toepassing van artikel 77, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek, slechts teruggaaf bekomen van de voordien betaalde BTW op voorwaarde dat hij kan aantonen dat hij het oorspronkelijk ontvangen bedrag heeft opgenomen in zijn dagontvangstenboek. Daartoe dient de originele handeling, krachtens artikel 15, §§ 2 en 4, van het voormeld koninklijk besluit nr. 1, geïndividualiseerd te zijn aan de hand van gedateerde verantwoordingsstukken. Bovendien dient de leverancier, teneinde dit recht op teruggaaf te kunnen realiseren, bij toepassing van artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969, een intern verbeterend stuk op te maken met vermelding van het voor teruggaaf vatbare bedrag van BTW en dat stuk in te schrijven in een daartoe bestemd register. Hij bekomt teruggaaf door opname van dit voor teruggaaf vatbare bedrag van BTW in rooster 62 van zijn periodieke BTW-aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin dit stuk werd opgemaakt of in een latere aangifte en voor zover uiteraard de verjaringstermijn ter zake niet is verstreken. Hij zal een verwijzing naar de hogervermelde verantwoordingsstukken aanbrengen op dit verbeterend stuk.

Lastens de leverancier kan tenslotte ingeval van niet of niet tijdige uitreiking van facturen, overeenkomstig de eerste afdeling, rubriek II van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993, een boete worden gevorderd van 50 EUR per factuur.

Aangehaalde teksten

5
WBTW art. 423 voorkomens
KB nr. 1 art. 151 voorkomen
KB nr. 1 art. 41 voorkomen
KB nr. 4 art. 41 voorkomen
WBTW art. 771 voorkomen