---
title: "Btw-beslissing E.T.98.131 · Identificatie buitenlandse belastingplichtigen"
description: "Identificatie buitenlandse belastingplichtigen. Btw-beslissing nr. E.T.98.131 van 26 mei 2000 van de Belgische belastingadministratie."
url: "https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-98-131-identificatie-buitenlandse-belastingplichtigen-btw-2f65"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/decisions-administratives/e-t-98-131-identification-assujettis-non-etablis-belgique-6eb0"
---

# Identificatie buitenlandse belastingplichtigen

**Nummer**

E.T.98.131

**Datum**

26 mei 2000

## Over het document

**Verzameling**

Administratieve beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

85 paragrafen

**Beslissing Btw nr. E.T.98.131 dd. 26.05.2000**

**BTW-Revue, nr. 145, blz. 123-135, nr. 1072**

*Identificatie buitenlandse belastingplichtigen - Wachtprocedure.*

Onderhavige administratieve beslissing betreft de toegeving verleend aan de niet in België gevestigde belastingplichtigen die, hoewel ze reeds bepaalde stappen hebben ondernomen met het oog op het bekomen van de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger in België, nog niet beschikken over hun Belgisch BTW-identificatienummer.

ALGEMENE BESCHOUWINGEN

Uit artikel 55, eerste lid, van het Belgisch BTW-Wetboek, en artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen volgt dat de belastingplichtige die niet in België is gevestigd, alvorens in België enige andere handeling te verrichten dan een handeling waarvoor de belasting krachtens artikel 51, § 2, 1 ° en 2°, van datzelfde Wetboek verschuldigd is door de afnemer, een in België gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger moet laten erkennen overeenkomstig de bepalingen van datzelfde koninklijk besluit, tenzij hij ervan ontslagen is bij toepassing van artikel 55, vierde lid, van hogergenoemd Wetboek.

Artikel 2 van het voornoemd koninklijk besluit nr. 31 bepaalt bovendien dat de hogergenoemde belastingplichtige, om de erkenning van de aansprakelijke vertegenwoordiger te verkrijgen, aan het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen een verzoek moet richten waarin hij de bij [artikel 53, eerste lid, 1°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) voorgeschreven aangifte van aanvang van werkzaamheid doet en de volledige identiteit vermeldt van de aansprakelijke vertegenwoordiger die hij de administratie ter erkenning voorstelt.

ADMINISTRATIEVE BESLISSING

De niet in België gevestigde belastingplichtige die hier te lande handelingen verricht waarvoor hij overeenkomstig [artikel 51, § 1, 1° en 2°, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) schuldenaar is van de belasting en die, hoewel hij de genoemde formaliteiten heeft vervuld, nog niet in het bezit is van een Belgisch BTW-identificatienummer, wordt bij administratieve toegeving gemachtigd de hierna beschreven tijdelijke wachtprocedure toe te passen indien hij zonder uitstel een handelsactiviteit wenst te beginnen die bestaat uit handelingen verricht in het binnenland (intracommunautaire verwervingen van goederen, leveringen van goederen - met inbegrip van intracommunautaire leveringen - en dienstverrichtingen), evenwel met uitzondering van de hier te lande verrichte invoeren van goederen.

TIJDELIJKE WACHTPROCEDURE

De te volgen tijdelijke wachtprocedure verschilt naargelang het volgende onderscheid :

1\. DE BEOOGDE BELASTINGPLICHTIGE VERRICHT IN BELGIË EEN BINNENLANDSE HANDELING EN ZIJN MEDECONTRACTANT IS EEN BELASTINGPLICHTIGE OF EEN NIET-BELASTINGPLICHTIGE RECHTSPERSOON DIE IN BELGIË GEHOUDEN IS EEN PERIODIEKE OF BIJZONDERE BTW-AANGIFTE IN TE DIENEN.

Opmerking

Onder binnenlandse handeling moet worden verstaan elke handeling met als bestemming uitsluitend België. Bijgevolg worden zowel de door [artikel 39bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) van het Wetboek vrijgestelde intracommunautaire leveringen als de bij toepassing van [artikel 39](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) van dit Wetboek om reden van uitvoer vrijgestelde leveringen van goederen uitgesloten van de onder dit nummer uiteengezette procedure.

a) De niet in België gevestigde belastingplichtige verlegt de voldoening van de belasting naar zijn rnedecontractant die de belasting krachtens artikel 5, § 1, 1° en 2°, van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992 in de in België in te dienen periodieke BTW-aangifte of bijzondere BTW-aangifte opneemt.

Genoemde belastingplichtige stuurt het origineel van de factuur rechtstreeks naar zijn medecontractant. In plaats van de tarieven en het bedrag van de verschuldigde belasting bevat deze factuur de volgende vermelding : "Belgisch BTW-nummer in aanvraag - Belasting te voldoen door de medecontractant - art. 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992 - Beslissing nr. E.T.98.131 van 26 mei 2000, punt 1.".

De medecontractant mag, op basis van deze factuur, zijn recht op aftrek van de verschuldigde belasting uitoefenen in dezelfde aangifte als deze waarin de belasting wordt voldaan.

b) De aandacht wordt erop gevestigd dat deze wijze van facturering niet mag worden verward met het systeem van directe facturering dat is uiteengezet in de beslissing van 28 april 1994, nr. E.T. 80.910 (BTW-Revue nr. 110, blz. 1028 tot 1030). Mits naleving van de daarin gestelde voorwaarden en op vraag van de aansprakelijke vertegenwoordiger kan laatstgenoemde procedure evenwel worden toegepast te rekenen vanaf het ogenblik dat aan de betreffende belastingplichtige een identificatienummer wordt toegekend.

Van zodra hij kennis krijgt van zijn Belgisch BTW-identificatienummer en van de erkenning van zijn aansprakelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 3, eerste lid, van het bovenvermeld koninklijk besluit nr. 31, stuurt de buitenlandse belastingplichtige een dubbel van de originele facturen die hij reeds aan zijn medecontractanten heeft uitgereikt naar zijn aansprakelijke vertegenwoordiger.

De als dusdanig erkende aansprakelijke vertegenwoordiger stuurt aan elke klant van de buitenlandse belastingplichtige waaraan één factuur of meerdere facturen werd(en) uitgereikt, het (de) aanvullend(e) stuk(ken) dat (die) hij overeenkomstig artikel 4, § 2, van hogergenoemd koninklijk besluit moet opstellen. Ter zake mag gebruik worden gemaakt van een globaal recapitulatief stuk per klant.

Dit (deze) stuk(ken) dat (die) verwijst (verwijzen) naar de onderhavige beslissing nr. E.T. 98.131 van 26 mei 2000, punt 1, vermeldt (vermelden) de bij [artikel 5, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde vermeldingen die niet op de originele factuur (facturen) voorkomen. Het betreft derhalve minstens de volgende vermeldingen :

\- BTW-identificatienummer van de niet in België gevestigde belastingplichtige;

\- de naam en het adres van de aansprakelijke vertegenwoordiger, evenals zijn hoedanigheid;

\- het volgnummer van de factuur (facturen) waaronder deze is (zijn) ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen dat de aansprakelijke vertegenwoordiger houdt voor de niet in België gevestigde belastingplichtige.

Er dient te worden opgemerkt dat in geen geval een bedrag van BTW op hogergenoemd(e) stuk(ken) mag voorkomen.

Dit (deze) stuk(ken) moet(en) in de boekhouding worden opgenomen en de in de wachtperiode verrichte handeling(en) moet(en) worden vermeld in rooster 45 van de eerste periodieke BTW-aangifte die de aansprakelijke vertegenwoordiger gehouden is in te dienen voor rekening van zijn buitenlandse lastgever.

De aansprakelijke vertegenwoordiger is tevens gehouden de in het voorgaande lid beoogde handelingen in aanmerking te nemen bij het opmaken van de jaarlijkse opgave van belastingplichtige afnemers beoogd in [artikel 53quinquies van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53quinquies).

c) Tot zolang hem geen BTW-identificatienummer wordt toegekend en het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen hem niet heeft verzocht zijn eerste periodieke BTW-aangifte in te dienen, kan de in de huidige beslissing beoogde belastingplichtige zijn recht op aftrek van voorbelasting niet uitoefenen. Hij kan evenmin een aanvraag tot teruggaaf van deze belasting overeenkomstig de procedure uiteengezet in de aanschrijving nr. 4 van 24 februari 1988 indienen bij hogergenoemd kantoor.

De niet in België gevestigde belastingplichtige kan voor het eerst zijn recht op aftrek uitoefenen op het tijdstip van de indiening van de eerste periodieke BTW-aangifte en voor zover uiteraard alle noodzakelijke voorwaarden voor het uitoefenen van dit recht vervuld zijn.

2\. DE BEOOGDE BELASTINGPLICHTIGE VERRICHT IN BELGIË EEN BINNENLANDSE HANDELING EN ZIJN MEDECONTRACTANT IS EEN ANDERE PERSOON DAN EEN BELASTINGPLICHTIGE OF EEN NIET-BELASTINGPLICHTIGE RECHTSPERSOON DIE IN BELGIË GEHOUDEN IS EEN PERIODIEKE OF BIJZONDERE BTW-AANGIFTE IN TE DIENEN, OF DE BEOOGDE BELASTINGPLICHTIGE VERRICHT IN BELGIË EEN UITVOER VAN GOEDEREN.

Opmerking

Voor wat betreft het begrip binnenlandse handeling wordt verwezen naar de opmerking geformuleerd onder punt 1 hierboven.

a) De niet in België gevestigde belastingplichtige dient bij het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, Dienst Controle, Zaveltoren (24ste verdieping), J. Stevensstraat 7 te 1000 Brussel, een samenvattende periodieke opgave in van alle onder dit punt 2 beoogde uitgaande handelingen die hij in de loop van die periode hier te lande heeft verricht.

De periodiciteit van indiening van deze opgave is afhankelijk van de periodiciteit van indiening van de aangiften waaraan de betrokken belastingplichtige zal worden onderworpen gelet op de omzet die hij beoogt te realiseren.

Deze opgave moet worden ingediend uiterlijk de twintigste van de maand die volgt op de periode waarin de BTW opeisbaar is geworden en dient de volgende gegevens te bevatten :

\* Algemene inlichtingen :

\- de naam of de maatschappelijke benaming van de beoogde belastingplichtige;

\- zijn volledig adres;

\- de periode waarop de opgave betrekking heeft;

\- een verwijzing naar de onderhavige beslissing nr. E.T. 98.131 van 26 mei 2000, punt 2.

\* Globalisatie van de meegedeelde bedragen :

\- per tarief, het totaalbedrag van de maatstaven van heffing van de handelingen die in de loop van de periode waarop de opgave betrekking heeft, zijn verricht, met inbegrip van de maatstaven van heffing van de leveringen van goederen die zijn vrijgesteld om reden van uitvoer buiten de Gemeenschap;

\- per tarief, het totaalbedrag van de verschuldigde BTW met betrekking tot deze handelingen;

\- het totaalbedrag van de verschuldigde belasting.

b) Het totaalbedrag van de verschuldigde BTW over de uitgaande handelingen zoals opgenomen in de samenvattende opgave moet periodiek worden betaald door overschrijving op het postrekeningnummer : 679-2003427-86 van het "Centraal BTW-ontvangkantoor voor buitenlandse belastingplichtigen", Cantersteen 47 te 1000 Brussel. Deze overschrijving dient de volgende mededeling te bevatten : "Benaming van de beoogde belastingplichtige - Handelingen van de maand ... - of - van het ... kwartaal - (Beslissing nr. E.T. 98.131 van 26 mei 2000, punt 2.)".

De betaling dient te geschieden uiterlijk de twintigste van de maand die volgt op de periode waarin de BTW opeisbaar is geworden, dit is binnen dezelfde termijn als deze waarin de samenvattende opgave moet worden ingediend.

Een interest van 0,8 pct. per maand is verschuldigd wanneer het bedrag van de verschuldigde belasting niet tijdig voldaan is. Deze interest wordt berekend over het totaalbedrag van de verschuldigde BTW, afgerond op het duizendtal naar beneden. De interest van een maand wordt slechts gevorderd indien hij 100 BEF (2,48 EUR) bereikt. leder begonnen tijdvak van een maand wordt voor een gehele maand gerekend. Het bedrag van de aldus berekende interesten moet worden ingeschreven in rooster 61 van de eerste periodieke BTW-aangifte die moet worden ingediend.

Voor wat het probleem van het recht op aftrek betreft, wordt verwezen naar punt 1, c), van onderhavige beslissing.

c) De niet in België gevestigde belastingplichtige is eveneens verplicht :

*-* *voor zover er voor de uitgaande handelingen geen enkele ontheffing bestaat tot het uitreiken van een factuur of voor zover van deze ontheffing geen gebruik wordt gemaakt,*

het origineel van de factuur rechtstreeks naar zijn medecontractant te zenden. Deze factuur vermeldt het tarief en het bedrag van de verschuldigde belasting evenals in het bijzonder de vermelding "Belgisch BTW-nummer in aanvraag - Belasting rechtstreeks voldaan aan de Schatkist door de leverancier of dienstverrichter - Beslissing nr. E.T 98.131 van 26 mei 2000, punt 2.".

Voor het overige wordt verwezen naar punt 1, b), van onderhavige beslissing, met dien verstande dat de tijdens de wachtperiode gerealiseerde handeling(en) wordt (worden) vermeld hetzij in rooster 47 van de eerste periodieke BTW-aangifte die de aansprakelijke vertegenwoordiger voor rekening van zijn buitenlandse lastgever moet indienen wanneer het leveringen van goederen betreft die zijn vrijgesteld om reden van uitvoer buiten de Gemeenschap, hetzij in rooster 00 wanneer het de andere handelingen betreft. In het onderhavig geval dient te worden opgemerkt dat in deze aangifte slechts de maatstaven van heffing van de hogervermelde handelingen moeten worden opgenomen terwijl de daarop betrekking hebbende bedragen van belasting niet in de betrokken periodieke BTW-aangifte worden vermeld.

\- *voor zover er voor de uitgaande handelingen een ontheffing tot het uitreiken van een factuur bestaat en voor zover van deze ontheffing ook effectief gebruik wordt gemaakt,*

het dagboek van ontvangsten bedoeld in [artikel 14, § 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-14-c210) te houden, op de wijze voorgeschreven in artikel 15 van datzelfde koninklijk besluit.

De tijdens de wachtperiode gerealiseerde ontvangsten worden op dezelfde wijze aangegeven als beschreven onder punt 2, c), eerste streepje hierboven.

3\. DE BEOOGDE BELASTINGPLICHTIGE VERRICHT IN BELGIË EEN LEVERING VAN GOEDEREN DIE IS VRIJGESTELD BIJ TOEPASSING VAN ARTIKEL 39BIS VAN HET WETBOEK.

De niet in België gevestigde belastingplichtige dient bij het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, op hogergenoemd adres, een samenvattende trimestriële lijst in van alle klanten aan wie hij intracommunautaire leveringen van goederen heeft verricht die plaatsvonden in België en die vrijgesteld zijn van de belasting bij toepassing van [artikel 39bis van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis).

Deze lijst vermeldt per klant :

\- de naam en het volledig adres van de klant;

\- het BTW-identificatienummer waaronder de klant in een andere Lidstaat werd geïdentificeerd;

\- het totaalbedrag, uitgedrukt in Belgische frank of in euro, van de handelingen waarvoor de belasting in de loop van het kwartaal waarop de betreffende lijst betrekking heeft, opeisbaar is geworden.

De niet in België gevestigde belastingplichtige stuurt tevens het origineel van de factuur rechtstreeks naar zijn medecontractant. Deze factuur draagt de vermelding : "Belgisch BTW-nummer in aanvraag - Beslissing nr. E.T. 98.131 van 26 mei 2000, punt 3 Vrijstelling van Belgische BTW [art. 39bis van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis)." in plaats van de tarieven en het bedrag van de verschuldigde belasting.

Voor het overige wordt verwezen naar punt 1, b) van de onderhavige beslissing met dien verstande dat de maatsta(f)(ven) van heffing van de tijdens de wachtperiode gerealiseerde handeling(en) word (t) (en) opgenomen in rooster 46 van de eerste periodieke BTW-aangifte die de aansprakelijke vertegenwoordiger gehouden is in te dienen voor rekening van zijn buitenlandse opdrachtgever.

Bovendien dient de aansprakelijke vertegenwoordiger eveneens met de in het voorgaande lid beoogde handelingen rekening te houden bij het opmaken van de opgave van de intracommunautaire handelingen als voorzien in [artikel 53sexies van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53sexies), door ze op te nemen in kolom 5 van de eerste opgave van de intracommunautaire handelingen die hij gehouden is in te dienen voor rekening van zijn buitenlandse opdrachtgever. Aangezien het ter zake een regularisatie betreft, dient hij tevens kolom 6 van deze opgave aan te vullen met de vermelding (in cijfers) van het kwartaal en het jaar waarop deze regularisatie betrekking heeft.

Voor wat betreft de problematiek van het recht op aftrek, wordt verwezen naar punt 1, c), van de onderhavige beslissing.

4\. DE BEOOGDE BELASTINGPLICHTIGE VERRICHT IN BELGIE EEN BELASTBARE INTRACOMMUNAUTAIRE VERWERVING VAN GOEDEREN.

De niet in België gevestigde belastingplichtige dient bij het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, op hogergenoemd adres, een samenvattende periodieke opgave in van alle belastbare intracommunautaire verwervingen van goederen die hij hier te lande heeft verricht.

De periodiciteit van indiening van deze opgave is afhankelijk van de periodiciteit van indiening van de aangiften waaraan de betrokken belastingplichtige zal worden onderworpen gelet op de omzet die hij beoogt te realiseren.

Deze opgave vermeldt per buitenlandse leverancier :

\- de naam en het volledig adres;

\- het BTW-identificatienummer waaronder de buitenlandse leverancier in een andere Lidstaat voor de BTW werd geregistreerd;

\- de aard van de verworven goederen;

\- het over deze handeling toepasselijke Belgische BTW-tarief;

\- het bedrag van de over deze handeling verschuldigde belasting;

\- het bedrag van de aftrekbare belasting;

\- wanneer, in voorkomend geval, het bedrag van de aftrekbare belasting kleiner is dan het bedrag van de verschuldigde belasting, het te betalen saldo.

Het in voorkomend geval na compensatie tussen de bedragen van de verschuldigde en aftrekbare belasting resterend saldo van de samenvattende opgave moet worden betaald door overschrijving op het postrekeningnummer : 679-2003427-86 van het "Centraal BTW-ontvangkantoor voor buitenlandse belastingplichtigen", Cantersteen 47 te 1000 Brussel.

Op deze overschrijving dient de volgende mededeling te worden aangebracht : "Benaming van de betrokken belastingplichtige - Intracommunautaire verwervingen van de maand ... - of van het . ... kwartaal - (Beslissing nr. E.T. 98.131 van 26 mei 2000, punt 4)".

De betaling dient te geschieden uiterlijk de twintigste van de maand die volgt op de periode waarin de BTW opeisbaar is geworden, dit is binnen dezelfde termijn als deze waarin de samenvattende opgave moet worden ingediend.

Van zodra de buitenlandse belastingplichtige voor de BTW geïdentificeerd is en zijn aansprakelijke vertegenwoordiger erkend is, dienen de facturen met betrekking tot de tijdens deze wachtperiode gerealiseerde intracommunautaire verwervingen van goederen te worden opgenomen in de boekhouding en in de roosters 81 en 86 van de eerste periodieke BTW-aangifte die de aansprakelijke vertegenwoordiger gehouden is in te dienen voor rekening van zijn buitenlandse opdrachtgever. Aangezien ter zake het principe van de compensatie tussen de bedragen van de verschuldigde en aftrekbare belasting werd toegestaan, dient te worden opgemerkt dat de belasting met betrekking tot deze handelingen in geen geval nog mag worden opgenomen in de roosters 55 en 59 van de voornoemde aangifte.

5\. BEPERKT GEBRUIK VAN DE PROCEDURE

De aandacht wordt tenslotte gevestigd op het feit dat de belastingplichtige die van de onderhavige procedure gebruikt maakt, deze niet meer mag toepassen :

\- vanaf de datum van toekenning van zijn BTW-identificatienummer;

\- wanneer, in voorkomend geval, de aan hem toegekende termijn voor het vervolledigen van zijn aanvraag tot erkenning verstreken is en dat derhalve de herroeping van de door de onderhavige beslissing verleende algemene vergunning hem door het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen wordt betekend.

De onderhavige beslissing herroept elke andere voorheen genomen beslissing met betrekking tot hetzelfde onderwerp.

## Aangehaalde teksten

8

[WBTW art. 39bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39bis) 3 voorkomens

[KB nr. 1 art. 14](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-14-c210) 1 voorkomen

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 1 voorkomen

[WBTW art. 39](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-39) 1 voorkomen

[WBTW art. 51](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) 1 voorkomen

[WBTW art. 53](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53) 1 voorkomen

[WBTW art. 53quinquies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53quinquies) 1 voorkomen

[WBTW art. 53sexies](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-53sexies) 1 voorkomen
