---
title: "Btw-beslissing E.T.9.548 · Invoer"
description: "Invoer. Btw-beslissing nr. E.T.9.548 van 28 december 1972 van de Belgische belastingadministratie."
url: "https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-9-548-invoer-btw-1556"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/decisions-administratives/e-t-9-548-importation-tva-f06a"
---

# Invoer

**Nummer**

E.T.9.548

**Datum**

28 december 1972

## Over het document

**Verzameling**

Administratieve beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

5 paragrafen

**Beslissing Btw nr. E.T.9.548 dd. 28.12.1972**

*Invoer. - Hoedanigheid van geadresseerde.*

Op grond van artikel 5, § 2, van het koninklijk besluit nr. 7, van 12 maart 1970, mogen de hier te lande gevestigde loonbewerkers aan wie van uit het buitenland goederen worden toegezonden om te worden bewerkt, verwerkt of hersteld, slechts als geadresseerde optreden wanneer de in het buitenland gevestigde opdrachtgever hier te lande geen vaste inrichting noch een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft.

Nochtans, indien de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger enkel plaats had wegens het feit dat, in tamelijk zeldzame gevallen, de goederen, na te zijn bewerkt, hetzij worden geleverd aan Belgische klanten van de in het buitenland gevestigde opdrachtgever, hetzij ter beschikking worden gesteld van deze laatste in afwachting van hun definitieve bestemming, of nog wegens het feit dat, uitzonderlijk, de in het buitenland gevestigde opdrachtgever zekere handelingen hier te lande doet, mag men aannemen dat de Belgische loonbewerker verder als geadresseerde mag optreden bij de invoer van goederen, waarvan de uitvoer na bewerking, op dat ogenblik, normaal wordt voorzien. Dat laatste is natuurlijk niet het geval indien de in het buitenland gevestigde opdrachtgever hier te lande geregeld handelingen doet.

Wanneer, op grond van wat hiervoor wordt gezegd, de loonbewerker als geadresseerde van de goederen optreedt, mag hij ze met vrijstelling van de belasting invoeren op grond van een vergunning uitgereikt op grond van artikel 11, § 1, van het koninklijk besluit nr. 18, van 20 juli 1970.
