Toevallige handeling · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.84.617 27 juni 1995

Zoeken

Toevallige handeling

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-84-617-toevallige-handeling-btw-1028

Nummer
E.T.84.617
Datum
27 juni 1995

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

30 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.84.617 dd. 27.06.1995

BTW-Revue, nr. 116, blz. 901-904, nr. 1013

Toevallige handeling - aansprakelijke vertegenwoordiger - .

1. Uiteenzetting van het probleem.

Een in België gevestigde dienstverrichter (A), indiener van periodieke aangiften, bedoeld in artikel 53, eerste lid, 3°, van het Wetboek, verricht een dienst die in België plaatsvindt, voor een in een andere Lid-Staat gevestigde belastingplichtige/indiener (B). De dienst betreft ofwel :

a) een expertise met betrekking tot roerende lichamelijke zaken;

b) een werkzaamheid die betrekking heeft op roerende lichamelijke zaken;

c) een binnenlandse vervoerdienst die rechtstreeks verband houdt met een intracommunautair goederenvervoer;

d) een activiteit die samenhangt met een onder c) bedoelde vervoerdienst.

De buitenlandse belastingplichtige/indiener (B), die voor BTW- doeleinden in een andere Lid-Staat is geïdentificeerd, factureert in eigen naam dezelfde dienstverrichting door aan een andere belastingplichtige (C). Deze laatstgenoemde (C) is voor BTW-doeleinden geïdentificeerd in een andere Lid-Staat dan België. Het doorfactureren van deze dienst door B aan C, die in België plaatsvindt, heeft een zuiver toevallig karakter.

Hoe wordt deze situatie op BTW-vlak beoordeeld ?

Voorbeeld.

A, een in België gevestigde belastingplichtige, herstelt in België een machine voor B, een in Duitsland gevestigde onderneming die geen vaste inrichting noch een aansprakelijke vertegenwoordiger heeft in België. B factureert deze herstelling in eigen naam door aan C, een in Nederland gevestigde onderneming. Deze doorfacturering door B, van een dienst die in België plaatsvindt, heeft een zuiver toevallig karakter.

2. Beoordeling van de situatie.

A verricht een werkzaamheid met betrekking tot een lichamelijk roerend goed. Deze dienst vindt, overeenkomstig artikel 21, § 3, 2°, van het Wetboek, plaats waar het goed zich bevindt, met name in België. B wordt, overeenkomstig artikel 20, § 1, van het Wetboek, geacht die dienst zelf te hebben ontvangen en zelf te hebben verstrekt. De dienst die B geacht wordt verstrekt te hebben vindt uiteraard ook plaats in België. Gezien B hier te lande een dienst verricht dient hij, in principe, op grond van artikel 55 van het Wetboek, in België een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen. In deze hypothese moet A zijn dienstverrichting aan B factureren met aanrekening van de Belgische BTW. Er kan immers geen toepassing worden gemaakt van de vrijstelling bedoeld in artikel 41, § 1, 8°, b), van het Wetboek, aangezien B, na de erkenning van een aansprakelijke vertegenwoordiger, over een Belgisch BTW-identificatienummer beschikt en in voorkomend geval dus geen teruggaaf zou kunnen genieten van de BTW overeenkomstig artikel 76, § 2, van het Wetboek.

B factureert aan C een dienst die vrijgesteld is op grond van artikel 41, § 1, 8°, b), van het Wetboek, voor zover aan de toepassingsvoorwaarden voor deze vrijstelling is voldaan (z. aanschr. 9/1994 en aanschr. 3/1995).

3. Beslissing.

Gelet op het feit dat de handeling die B stelt voldoet aan de voorwaarden om de vrijstelling van artikel 41, § 1, 8°, van het Wetboek, te kunnen genieten ten belope van de totale maatstaf van heffing (z. aanschr. 9/1994 en aanschr. 3/1995), kan aan B ontslag worden verleend van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger aan te stellen, voor zover die handeling een zuiver toevallig karakter heeft en voor zover aan alle onderstaande voorwaarden wordt voldaan :

1)

B is ertoe gehouden het Centraal BTW-kantoor voor buitenlandse belastingplichtigen, via een gewone brief, op de hoogte te brengen dat, wegens een doorfacturering in eigen naam, hij een dienst verricht voorzien in artikel 41, § 1, 8°, van het Wetboek, die plaatsvindt in België;

2)

bij deze brief moet een kopie van de factuur worden gevoegd die onder meer de reden van de vrijstelling alsmede het BTW-identificatienummer van de afnemer C, waaronder de dienst hem werd verstrekt, moet vermelden;

3)

bij deze brief moet eveneens een verklaring worden gevoegd betreffende de hoedanigheid van belastingplichtige van de ontvanger van de dienst C die werd uitgereikt door de bevoegde dienst van de Lid-Staat waar de ontvanger is gevestigd (z. aanschr. 9/1994).

Indien de handeling die B stelt de vrijstelling, voorzien in artikel 41, § 1, 8°, van het Wetboek, slechts ten belope van een gedeelte van de maatstaf van heffing kan genieten, kan geen ontslag worden verleend aan de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger aan te stellen.

Wanneer ontslag van de verplichting een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen kan worden verleend aan B, is de dienstverrichting die A voor laatstgenoemde verricht, in de regel, vrijgesteld van belasting op grond van artikel 41, § 1, 8°, van het Wetboek.

BE DE NL A -------------> B

-------------> C | factuur | factuur | | \/ \/ geen A.V. : art.

41, § 1, 8° 1) brief Centraal Kantoor 2) kopie factuur 3) attest

belastingplichtige C art. 41, § 1, 8°

Aangehaalde teksten

6
WBTW art. 416 voorkomens
WBTW art. 201 voorkomen
WBTW art. 211 voorkomen
WBTW art. 531 voorkomen
WBTW art. 551 voorkomen
WBTW art. 761 voorkomen