Werk in onroerende staat in opdracht van de overheid · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.52.885 9 juli 1992

Zoeken

Werk in onroerende staat in opdracht van de overheid

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-52-885-werk-in-onroerende-staat-opdracht-252f

Nummer
E.T.52.885
Datum
9 juli 1992

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

8 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.52.885 dd. 09.07.1992

BTW-Revue, nr. 100, blz. 787

Werk in onroerende staat in opdracht van de overheid

Ten aanzien van werk in onroerende staat dat in opdracht van de overheid wordt verricht, wordt in afwijking van artikel 22 van het BTW-Wetboek de belasting slechts verschuldigd op het tijdstip waarop de opdrachtgever aan de aannemer de vorderingsstaat toestuurt van de werken die voor betaling zijn aanvaard (z. aanschr. 90/1971).

Hoewel de bovengenoemde regeling een afwijking toestaat ten aanzien van het tijdstip van verschuldigdheid van de belasting, is de BTW naar aanleiding van de door de aannemer ingediende en door de bevoegde overheid aanvaarde tussentijdse vorderingsstaten hoe dan ook slechts verschuldigd over het gefactureerde, het ontvangen of contractueel vervallen bedrag van de aannemingsprijs dat in feite tussen de partijen wordt vastgesteld.

Aangezien thans de door de aannemers voor de voltooiing van de werken ingediende vorderingsstaten door de bevoegde overheid veelal bekleed worden met de vermelding "Staat goedgekeurd en voor betaling aanvaard tot beloop van 95 pct. van de uitgevoerde werken van de opdracht met afronding op het lager duizendtal", is de BTW dan ook slechts verschuldigd over het bedrag dat als voorschot zal betaald worden. De omstandigheid dat die som slechts 95 pct. bedraagt van de waarde van de uitgevoerde werken doet daaraan geen afbreuk. De staat van de effectief uitgevoerde werken op het tijdstip van de indiening van de tussentijdse vorderingsstaat, vormt op zich immers geen subsidiaire oorzaak van verschuldigdheid van de BTW zodat de waarde van die uitgevoerde werken evenmin in aanmerking kan genomen worden als te belasten voorschot.

Uiteraard zal de uitreiking van een nieuw debet document voor het saldo of de betaling van dit laatste, op het tijdstip van de definitieve eindoplevering, aanleiding geven tot de verschuldigdheid van de BTW over dit saldo.

Bovenstaande beslissing vervangt de beslissing van 15 maart 1977, nr. E.T. 18.238 z. BTW. Rev. 31/451/625. .

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 221 voorkomen