---
title: "Btw-beslissing E.T.30.187 · Inschrijvingstaks"
description: "Inschrijvingstaks. Btw-beslissing nr. E.T.30.187 van 10 augustus 1979 van de Belgische belastingadministratie."
url: "https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-30-187-inschrijvingstaks-btw-a5c1"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/decisions-administratives/e-t-30-187-vehicule-remplacement-tva-481d"
---

# Inschrijvingstaks

**Nummer**

E.T.30.187

**Datum**

10 augustus 1979

## Over het document

**Verzameling**

Administratieve beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

12 paragrafen

**Beslissing Btw nr. E.T.30.187 dd. 10.08.1979**

**BTW-Revue, nr. 42, blz. 641**

*Inschrijvingstaks.*

1\. Wanneer een autoconstructeur, -handelaar of -hersteller, in afwachting dat hij de bij hem bestelde personenauto kan leveren of hij de herstelling van een hem toevertrouwd voertuig heeft uitgevoerd, een vervangingsvoertuig ter beschikking stelt van zijn klant, dan vindt die terbeschikkingstelling haar oorzaak, hetzij in een contract onder bezwarende titel dat onderscheiden is van de verkoop of van de werkaanneming, hetzij in een complexe overeenkomst onder bezwarende titel welke zowel het gebruik van dat voertuig als de verkoop of de herstelling van een ander voertuig tot onderwerp heeft. Deze terbeschikkingstelling is bijgevolg een dienst als bedoeld in [artikel 18, § 1, 4° van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), die belastbaar is tegen het tarief van 16 pct.

Wanneer de terbeschikkingstelling plaatsvindt ingevolge een afzonderlijk contract, wordt de belasting berekend over de overeengekomen prijs.

Wanneer zij plaatsvindt ingevolge één enkele overeenkomst, moet, voor de heffing van de BTW, de enige prijs in principe worden uitgesplitst, althans wanneer de diverse handelingen die het onderwerp van de overeenkomst zijn niet alle belast worden tegen het tarief van 16 pct. De administratie aanvaardt evenwel dat de heffing tegen het tarief dat geldt voor de levering of voor de herstelling, volgens het geval, over de enige prijs, maar rekening houdend bij levering met de in acht te nemen minimummaatstaf van heffing, zowel de levering van de auto of de herstelling als de terbeschikkingstelling van het vervangingsvoertuig dekt.

Het gebruik van het vervangingsvoertuig voor de hier bedoelde terbeschikkingstelling valt, als levering aan zichzelf, onder de toepassing van [artikel 12, § 1, 4°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12) van het Wetboek, wanneer degene die deze bestemming aan het voertuig geeft dit zelf heeft vervaardigd of het anders dan als bedrijfsmiddel heeft verkregen of ingevoerd. Aangezien de constructeur, handelaar of hersteller in dit geval moet worden aangemerkt als een gebruiker als bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 17, mag de maatstaf van heffing van de belasting welke hij wegens deze onttrekking moet voldoen niet lager zijn dan de minimummaatstaf bepaald in de artikelen 2 en 3 van dat besluit. De aldus geheven belasting is uiteraard aftrekbaar binnen de perken bepaald in de artikelen [45, § 2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45), en [100](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-100) van het Wetboek.

Wanneer evenwel dit vervangingsvoertuig een tweedehandse personenauto is als bedoeld in het koninklijk besluit nr. 17, die auto niet geregeld doch slechts uitzonderlijk en toevallig wordt gebruikt om ter beschikking te worden gesteld als hier wordt bedoeld en deze terbeschikkingstelling wordt toegestaan voor een periode welke een maand niet overschrijdt, aanvaardt de administratie, bij wijze van proef, dat het gebruik van een dergelijk voertuig voor die termijn geen aanleiding geeft tot de onttrekking in de zin van het bovengenoemde [artikel 12, § 1, 4°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12) van het Wetboek.

De bij deze maatregel betrokken constructeur, handelaar of hersteller, moet een register houden waarin hij, voor elke tweedehandse personenauto die hij ter beschikking stelt van zijn klanten, de in artikel 4, § 2 van het koninklijk besluit nr. 17 genoemde vermeldingen optekent, alsmede de begin- en einddatum van de terbeschikkingstelling.

2\. De inschrijving bij de Dienst van het wegverkeer op naam van de klant van de aldus te zijner beschikking gestelde auto maakt in principe de inschrijvingstaks opeisbaar. Evenwel kan aanspraak worden gemaakt op de vrijstelling bedoeld in [artikel 7, 3°](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-7) van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen.

Voor de uitoefening van dit recht op vrijstelling dient op het controlekantoor waar de aangifte 443 wordt aangeboden, door de klant die de inschrijving op zijn naam laat verrichten een attest te worden voorgelegd waarin de constructeur, handelaar of hersteller bevestigt dat hij de auto voor hoogstens één maand ter beschikking stelt van de door hem met opgave van naam en voornaam, of firmanaam, en adres geïdentificeerde klant, in afwachting van de levering van een bestelde auto of van de herstelling van de auto van die klant. Dit attest dient als volgt te verwijzen naar deze beslissing: "Vrijstelling van inschrijvingstaks. Artikel 7, 3 ° van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen. Beslissing van 10 augustus 1979, nr. E.T. 30.187".

3\. Tenslotte wordt eraan herinnerd dat de regeling ingevoerd bij de aanschrijvingen nrs. 4/1971 en 74/1972 het gebruik betreft van personenauto's onder dekking van gele nummerplaten of van 'handelaarsplaten', zodat die bijzondere regeling niet geldt voor de bovengenoemde onttrekking.

## Aangehaalde teksten

5

[WBTW art. 12](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-12) 2 voorkomens

[WBTW art. 100](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-100) 1 voorkomen

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[WBTW art. 45](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-45) 1 voorkomen

[WBTW art. 7](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-7) 1 voorkomen
