---
title: "Btw-beslissing E.T.129.073 · Verlaagd btw-tarief van 6% voor schoolgebouwen"
description: "Verlaagd btw-tarief van 6% voor schoolgebouwen. Btw-beslissing nr. E.T.129.073 van 27 januari 2016 van de Belgische belastingadministratie."
url: "https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-129-073-verlaagd-btw-tarief-schoolgebouwen-vervangen-0775"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/decisions-administratives/e-t-129-073-taux-reduit-tva-batiments-scolaires-50e4"
---

# Verlaagd btw-tarief van 6% voor schoolgebouwen

**Nummer**

E.T.129.073

**Datum**

27 januari 2016

## Over het document

**Verzameling**

Administratieve beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

102 paragrafen

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning

Dienst BTW

Belasting over de toegevoegde waarde

Beslissing Btw nr. E.T.129.073 d.d. 27.01.2016 (vervangen)

*Verlaagd tarief van 6%*

*Werk in onroerende staat*

*Schoolgebouw*

**Verlaagd btw-tarief van 6% voor schoolgebouwen.**

Deze beslissing werd vervangen door:

[Circulaire 2018/C/6 met betrekking tot het toepassingsgebied van rubriek XL van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 inzake btw-tarieven, van 18.01.2018](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2018-c-6-betrekking-toepassingsgebied-rubriek-xl-tabel-8cd2)

## 1. Wettelijke bepaling

In het Belgisch Staatsblad van 15.12.2015 werd het koninklijk besluit van 14.12.2015 gepubliceerd dat de nieuwe [rubriek XL](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-bijlage-tabel-rubriek-xl-gebouwen-f287) invoegt in tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20.

Ingevolge deze nieuwe rubriek zijn met ingang van 01.01.2016 onderworpen aan het verlaagd btw-tarief van 6%:

**1°** **de leveringen** van schoolgebouwen, bestemd voor het school- of universitair onderwijs dat op grond van [artikel 44, § 2, 4°, a), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) is vrijgesteld, alsook de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op zulke goederen die niet overeenkomstig [artikel 44, § 3, 1°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) zijn vrijgesteld;

**2°** **het werk in onroerende staat** in de zin van [artikel 19, § 2, tweede lid, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19), met uitsluiting van het reinigen, en de andere handelingen bedoeld in [rubriek XXXI](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-20-bijlage-tabel-rubriek-xxxi-werk-8f62), § 3, 3° tot 6°, met betrekking tot de onder 1° genoemde schoolgebouwen;

Wordt onder meer beoogd het oprichten, verbouwen, herstellen en onderhouden van schoolgebouwen, met uitsluiting van het reinigen.

Onder 'reiniging' wordt verstaan het gebruikelijke huishoudelijke onderhoud dat de netheid van het onroerend goed tot doel heeft zoals de regelmatige schoonmaak van gebouwen, het stofvrij maken van tapijten, het boenen van parketvloeren, het wassen van ruiten. Deze handelingen zijn onderworpen aan het normaal btw-tarief van 21%.

Daarentegen kunnen de onroerende onderhoudswerken aan schoolgebouwen die verder gaan dan de gewone reiniging en die ten doel hebben het gebouw geheel of ten dele in goede staat te houden, aan het tarief van 6% onderworpen worden (bv. de binnen- en buitenschilderwerken en het behangen van een onroerend goed, onderhoudswerken aan liften en aan installaties voor centrale verwarming, het vegen van schoorstenen, het ontstoppen van riolen en leidingen, …).

Vanzelfsprekend volgen de reinigingswerken die de uitvoering van een onderhoudswerk voorafgaat (bv. de reiniging van te verven oppervlakken) de regeling van toepassing op dit onderhoudswerk.

Er wordt tevens opgemerkt dat de rechtstreekse aankoop van bouwmaterialen zonder plaatsing door de leverancier niet in aanmerking komt voor de toepassing van het tarief van 6%.

Komen bv. ook niet in aanmerking voor het tarief van 6%:

\- de levering met aanhechting van inbouwtoestellen (bv. een oven, een vaatwasmachine, een kookplaat, een koelkast,…) waarmee de keuken van een school is uitgerust;

\- de levering met plaatsing van toestellen (armaturen) voor de verlichting en de eventuele lampen (de levering met plaatsing van inbouwspots is echter wel beoogd);

\- de diensten van architecten, bouwingenieurs en veiligheidscoördinatoren.

**3°** de in [artikel 44, § 3, 2°, b), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) bedoelde **onroerende financieringshuur of onroerende leasing** die betrekking heeft op de in de bepaling onder 1° genoemde schoolgebouwen.

Het verlaagd btw-tarief van 6% dat van toepassing is krachtens voormelde rubriek XL wordt hierna 'het btw-tarief van 6%' genoemd. Deze nieuwe rubriek wordt in onderhavige beslissing verder toegelicht.

## 2. Bedoelde schoolgebouwen

### 2.1. Beoogde onroerende goederen

De in punt 1 bedoelde handelingen dienen betrekking te hebben op een gebouw in de zin van [artikel 1, § 9, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1).

Onder 'schoolgebouw' verstaat men de gebouwen die hoofdzakelijk worden gebruikt door een onderwijsinstelling die ze heeft opgericht, aangekocht of gehuurd voor het verstrekken van vrijgesteld onderricht op basis van [artikel 44, § 2, 4°, a), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44). Het 'schoolgebouw' kan bestaan uit meerdere delen van gebouwen of zelfs meerdere afzonderlijke gebouwen, die functioneel een geheel vormen.

Niet alleen de lokalen bestemd voor het eigenlijke onderricht (klaslokalen, zorglokaal, sportzalen, aula, wetenschaps-, computerlokalen e.d., werkplaatsen, enz.) zijn bedoeld, doch ook al de andere plaatsen die worden gebruikt door de studenten (refters, lees- en recreatiezalen, studiezalen, bibliotheken, gebedsruimte, buitenschoolse kinderopvang, enz.), alsmede lokalen bestemd voor het personeel (leraarslokaal, enz.), de technische lokalen (keukens, kelders, bergplaatsen, enz.), de administratieve lokalen (het secretariaat, enz.), de lokalen die gebruikt worden door de CLB’s en de zogenaamde 'mini-ondernemingen' of 'leerbedrijven'.

Worden eveneens beoogd: de afsluitingen, de (overdekte) speelplaats met inbegrip van de toestellen voor sport en vermaak die zijn ingelijfd bij de grond, het sportterrein, de fietsenstalling, de parking, de toegangsweg, de serre enz. die deel uitmaken van het terrein waarop het schoolgebouw is opgericht.

## Bijzonderheid

Gebouwen bestemd om te worden gebruikt door centra voor leerlingenbegeleiding (CLB) kunnen niet worden beschouwd als schoolgebouwen bedoeld in de nieuwe rubriek XL. De diensten die dergelijke centra verstrekken betreffen immers geen onderricht vrijgesteld door [artikel 44, § 2, 4°, a) van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44).

Er wordt echter opgemerkt dat een regelgevend initiatief in voorbereiding is, ingevolge waarvan de werken in onroerende staat, de verkoop of de overige in rubriek XL opgesomde handelingen, met betrekking tot de gebouwen die gebruikt worden door een CLB, eveneens het btw-tarief van 6% zullen kunnen genieten.

### 2.2. Niet-beoogde gebouwen

Wanneer een gebouw bestemd is om te worden gebruikt voor meerdere doeleinden, waaronder het verstrekken van onderwijs, wordt het niet aangemerkt als een schoolgebouw in de zin van deze bepaling als het gebouw niet hoofdzakelijk gebruikt wordt voor het verstrekken van vrijgesteld onderwijs.

Van een niet-beoogd gebouw kan bv. sprake zijn wanneer een werkgevers- of een werknemersfederatie beschikt over een gebouw met diverse lokalen (vergaderzalen, burelen, cafetaria) alsook over een aantal lokalen die gebruikt worden voor het organiseren van beroepsopleidingen (seminaries, workshops e.d.) vrijgesteld krachtens [artikel 44, § 2, 4°, a), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44). In dat geval wordt het gebouw niet aangemerkt als een schoolgebouw in de zin van voormelde rubriek XL wanneer het verstrekken van vrijgesteld onderwijs niet de voornaamste bestemming is van het gebouw.

Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat evenmin worden aangemerkt als schoolgebouw in de zin van deze bepaling:

\- de infrastructuur die door onderwijsinstellingen wordt gebruikt maar die beheerd wordt door een derde (vb. zwembad, sporthal, theaterzaal);

\- gebouwen voor buitenschoolse kinderopvang die niet functioneel verbonden zijn aan een onderwijsinstelling.

### 2.3. Schoolgebouwen bestemd voor het verstrekken van vrijgesteld onderwijs

De onder punt 1 bedoelde handelingen dienen betrekking te hebben op schoolgebouwen die hoofdzakelijk worden gebruikt voor het verstrekken van onderwijs dat wordt vrijgesteld krachtens [artikel 44, § 2, 4°, a), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44).

Het gebruik van de gebouwen voorafgaand aan de uitvoering van de werken in onroerende staat, aan de verkoop of aan de overige in rubriek XL opgesomde handelingen is niet van belang.

De omvormingswerken van een kantoorgebouw naar een schoolgebouw worden aldus beoogd.

#### 2.3.1. Draagwijdte van [artikel 44, § 2, 4°, a), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44)

## Aard van het onderwijs

Voor een omschrijving van het begrip 'school- of universitair onderwijs dat op grond van [artikel 44, § 2, 4°, a), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) is vrijgesteld' wordt verwezen naar de [circulaire AAFisc Nr. 50/2013 (E.T.124.537) d.d. 29.11.2013](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/50-2013-aafisc-exoneration-enseignement-formation-professionnelle-8782).

De in punt 1 beoogde handelingen dienen aldus betrekking te hebben op gebouwen bestemd voor het verrichten van:

\- school- of universitair onderwijs, waaronder onderwijs aan kinderen en jongeren;

\- beroepsopleiding of –herscholing;

\- nauw met het vrijgesteld onderwijs samenhangende diensten en leveringen van goederen zoals het verschaffen van logies, spijzen en dranken.

Wordt meer algemeen beoogd door [artikel 44, § 2, 4°, a)](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), van het Wetboek, het onderwijs dat bestaat uit het geven van lessen, in de regel gedurende een periode die overeenstemt met een school- of academiejaar, met inachtneming van een pedagogisch programma en de organisatie van examens met het oog op de aflevering van een geschrift (diploma, getuigschrift, brevet, attest, kwalificatiebewijs).

Het gaat in het bijzonder om het gereglementeerde onderwijs waaronder het kleuteronderwijs, lager onderwijs, secundair onderwijs, hogeschool- en universitair onderwijs, buitengewoon onderwijs, volwassenonderwijs en dergelijke, al dan niet deeltijds. Het kunstonderwijs dat wordt verstrekt door een muziekacademie, een dansacademie, en dergelijke wordt eveneens bedoeld voor zover wordt voldaan aan de hiervoor vermelde voorwaarden en de in dit kader verrichte diensten geen louter recreatief karakter hebben.

Tevens wordt de beroepsopleiding en -herscholing beoogd die direct tot doel heeft een vak of een beroep aan te leren evenals de in dat kader gegeven bijscholing, herscholing of permanente vorming.

## Hoedanigheid van de onderwijsinrichting

Het hierboven bedoeld onderwijs alsook de nauw hiermee samenhangende diensten en leveringen dienen bovendien te worden verstrekt door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die daartoe als lichamen met soortgelijke doeleinden worden aangemerkt, voor zover voornoemde lichamen niet systematisch het maken van winst beogen en eventuele winsten niet worden uitgekeerd maar worden aangewend voor de instandhouding of verbetering van de voornoemde diensten.

Voor zover internaten die zijn toegevoegd aan scholen of universiteiten of die ervan afhangen vrijgesteld zijn krachtens [artikel 44, § 2, 4°, a), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) (zie punt 22 van voormelde [circulaire AAFisc Nr. 50/2013](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/50-2013-aafisc-exoneration-enseignement-formation-professionnelle-8782)) kunnen de in punt 1 bedoelde handelingen onderworpen worden aan het btw-tarief van 6%. Ingeval de internaten niet krachtens voormeld artikel 44 vrijgesteld zijn, wordt opgemerkt dat de toepassing van een verlaagd btw-tarief alsnog mogelijk is maar dan krachtens respectievelijk rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het voormeld KB (bv. bij verbouwing ervan – tarief 6%) of rubriek X van tabel B van de bijlage bij het voornoemd KB (bv. bij oprichting ervan – tarief 12%).

#### 2.3.2. Voorbeelden

1\. De oprichting van gebouwen bestemd om te worden gebruikt door een BVBA voor het organiseren van seminaries aan cijferberoepen kan niet het btw-tarief van 6% genieten maar blijft onderworpen aan het normaal btw-tarief van 21%. De beroepsopleidingen die worden verstrekt door de BVBA zijn immers niet vrijgesteld krachtens [artikel 44, § 2, 4°, a), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44).

2\. De levering van een nieuw gebouw bestemd om te worden gebruikt als restaurant dat commercieel wordt geëxploiteerd door een school voor hotelhouders en dat toegankelijk zal zijn voor het publiek kan het verlaagd btw-tarief genieten als het gebouw functioneel deel uitmaakt van een 'schoolgebouw' dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het verstrekken van vrijgesteld onderwijs. Het maakt dan niet uit dat de uitbating van het restaurant buiten het toepassingsgebied van [artikel 44, § 2, 4°, a), van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) valt (zie punt 24 van voormelde [circulaire AAFisc Nr. 50/2013](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/50-2013-aafisc-exoneration-enseignement-formation-professionnelle-8782)).

3\. Het onderhoud van de lift in een schoolgebouw waar vrijgesteld kunstonderwijs (KSO) wordt onderricht kan het btw-tarief van 6% genieten.

## 3. Hoedanigheid van de afnemer die het tarief van 6% kan genieten

Zowel de bouwheer (m.n. degene die onroerende handelingen laat verrichten aan het schoolgebouw, eigenaar of huurder), de verkrijger (m.n. de koper van het schoolgebouw of degene die een zakelijk recht op dat gebouw verkrijgt), als de leasingnemer kan zich als afnemer beroepen op het voordeel van het tarief van 6%. Dit kan zowel de onderwijsinstelling zelf zijn, een externe bouwpromotor, de DBFM-vennootschap, een intercommunale, een stadsontwikkelingsbedrijf,….

Gelet op de bewoordingen van de nieuwe rubriek XL is in de relatie tussen de onderaannemer en de aannemer, wanneer een aannemer het geheel of een gedeelte van de werken die hem door de bouwheer werden toevertrouwd in onderaanneming geeft, eveneens het btw-tarief van 6% mogelijk.

## 4. Mede-aansprakelijkheid van de leverancier of dienstverrichter en de afnemer

In principe is de medecontractant (afnemer) van de leverancier of van de dienstverrichter met deze tegenover de staat hoofdelijk gehouden tot voldoening van de belasting, wanneer de factuur of het als zodanig geldend stuk het bedrag van de op de handeling verschuldigde belasting niet of onjuist vermeldt ([art. 51bis, § 1, 3°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51bis)).

Wanneer verkeerdelijk het btw-tarief van 6% op de factuur werd vermeld, in het bijzonder ten gevolge van onjuiste aanwijzingen betreffende de aard en de bestemming van de belastbare handeling, heeft de administratie bijgevolg de mogelijkheid om de bijkomende belasting zowel van de leverancier of dienstverrichter als van de afnemer medecontractant te vorderen.

Wanneer de leverancier of dienstverrichter niet bij machte is op objectieve wijze het tarief van de verschuldigde belasting te bepalen en voor zover hij van de afnemer een schriftelijke bevestiging heeft ontvangen betreffende de aard en de bestemming van de beoogde gebouwen bedoeld in punt 2 hiervoor op basis waarvan hij de verschuldigde belasting heeft bepaald, wordt door de administratie evenwel aanvaard dat hij ontlast is van zijn aansprakelijkheid, behalve in geval van samenspanning tussen de partijen.

Er dient evenwel te worden opgemerkt dat in de gevallen waarin bij toepassing van [artikel 20 van het KB nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) de belasting door de medecontractant van de aannemer moet worden voldaan, de invordering in ieder geval ten laste van deze medecontractant wordt ingesteld ([artikel 51, § 4 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51)).

Er wordt ook op gewezen dat men zich om te oordelen over de al dan niet toepassing van het tarief van 6%, in principe, dient te houden aan de eerste aanwending van het gebouw na de uitvoering van de werken.

Nochtans, indien deze eerste aanwending toevallig, van korte duur en strijdig was met de normale bestemming van het gebouw, zoals dit werd ontworpen, is het niet uitgesloten dat, na onderzoek van ieder geval afzonderlijk, men rekening zal houden met de daaropvolgende meer betekenisvolle aanwending. Dit zou meer bepaald het geval zijn indien het gebouw, bv. bedoeld als kantoorruimte, voorlopig en voor een korte duur zou worden aangewend als een schoolgebouw.

5\. Voorwaarde van opeisbaarheid van de btw – Nieuwe wettelijke regels van opeisbaarheid vanaf 01.01.2016

### 5.1. Basisregel

Enkel de handelingen waarover de btw opeisbaar is geworden met ingang van 01.01.2016 kunnen in aanmerking komen voor het btw-tarief van 6%.

5.2. Nieuwe regels inzake opeisbaarheid vanaf 01.01.2016

De nieuwe wettelijke regels van opeisbaarheid van de btw die van toepassing kunnen zijn inzake de nieuwe rubriek XL worden hierna zeer bondig toegelicht.

Er moet hierbij een onderscheid worden gemaakt naargelang de afnemer beschouwd wordt als een (vrijgestelde) belastingplichtige (zogenaamde B2B-relaties) dan wel als een publiekrechtelijk lichaam in de zin van [artikel 6 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) (zogenaamde B2G-relaties).

#### 5.2.1. B2B-relaties

Worden beoogd, de handelingen verricht voor een afnemer die **geen** publiekrechtelijke rechtspersoon is als bedoeld in [artikel 6 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) (zie ook [circulaire AAFisc Nr. 42/2015 van 10.12.2015](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/42-2015-aafisc-redevable-impot-autorite-publique-2505)).

Vanaf 01.01.2016 wordt de btw voor nationale handelingen tussen belastingplichtigen opeisbaar over het gefactureerde bedrag op het tijdstip waarop *de factuur* wordt uitgereikt, ongeacht of de uitreiking van de factuur plaatsvindt vóór of na het tijdstip waarop de levering of dienst wordt verricht (art. 17, § 1, lid 1 (nieuw) en 22bis, § 1, lid 1 (nieuw) van het Btw-Wetboek). Verder wordt de btw sowieso opeisbaar op de *vijftiende dag van de maand volgend op de maand waarin de levering van het goed of de dienst heeft plaatsgevonden* indien géén factuur werd uitgereikt vóór deze datum (art. 17, § 1, lid 2 (nieuw) en 22bis, § 1, lid 2 (nieuw) van het Btw-Wetboek).

Wanneer *de betaling* van de prijs of een deel ervan ontvangen wordt vóór het tijdstip waarop de levering van het goed of de dienst wordt verricht (het belastbaar feit), zal op het tijdstip waarop de betaling ontvangen wordt, de btw opeisbaar worden over het ontvangen bedrag (art. 17, § 1, lid 3 (nieuw) en 22bis, § 1, lid 3 (nieuw) van het Btw-Wetboek).

#### 5.2.2. B2G-relaties

Voor de diensten verricht door een belastingplichtige onderneming aan publiekrechtelijke lichamen zoals bedoeld in artikel 6*,* geldt daarentegen vanaf 01.01.2016 het incasseringsprincipe (het kassysteem). De enige oorzaak van opeisbaarheid van de btw is het tijdstip van *ontvangst van de betaling*, ongeacht wanneer de factuur wordt uitgereikt en ongeacht of de betaling gebeurt vóór of na het belastbaar feit (art. 22bis, § 4, eerste lid (nieuw), van het Btw-Wetboek).

Deze regel is niet van toepassing op de diensten waarvoor de overheid schuldenaar van de btw is op grond van [artikel 51, §§ 2 en 4, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) (art. 22bis, § 4, tweede lid (nieuw), van het Btw-Wetboek), bv. bij werken in onroerende staat (zie [beslissing nr. E.T.122.360 van 20.03.2012](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-122-360-werk-in-onroerende-staat-verricht-c1a9)).

Het incasseringsprincipe is evenmin van toepassing op de levering van nieuwe gebouwen en bijhorende terreinen evenals de vestiging, overdracht en wederoverdracht van zakelijke rechten op dergelijke gebouwen aan publiekrechtelijke lichamen zoals bedoeld in artikel 6.

In dergelijke gevallen zijn respectievelijk artikel 22bis, § 1, eerste of tweede lid (nieuw) of artikel 17, § 1, eerste of tweede lid (nieuw) van het Btw-Wetboek van toepassing, zijnde de regels die van toepassing zijn in B2B-relaties.

De [beslissing nr. E.T.124.433 van 17.04.2014](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-124-433-regels-opeisbaarheid-btw-dienstprestaties-goederenleveringen-ea35), volgens dewelke onder bepaalde voorwaarden de btw opeisbaar wordt op het moment waarop het publiekrechtelijk lichaam het verschuldigde bedrag goedkeurt, vervalt met ingang van 01.01.2016.

### 5.3. Wat met facturen of betalingen in 2016 voor leveringen of diensten in 2015?

Tot en met 31.12.2015 was de hoofdoorzaak van opeisbaarheid de levering van het goed of de voltooiing van de dienst ([art. 16, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-16) en [22, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) van het Btw-Wetboek).

Merk op dat de nieuwe regels, zoals hierboven uiteengezet, pas ingaan op 01.01.2016. Dat wil zeggen dat zij zullen gelden voor de leveringen of diensten waarvoor de btw opeisbaar wordt vanaf 01.01.2016.

Voor de verrichtingen waarvoor de btw opeisbaar geworden is tot 31.12.2015, gelden nog de oude opeisbaarheidsregels, zelfs wanneer de factuur uitgereikt wordt in 2016 of er betaald wordt in 2016.

### 5.4. Voorbeelden

1\. Op 29.01.2016 wordt de herstelling voltooid van een parking van een gemeenteschool (niet gehouden periodieke btw-aangiften in te dienen), die uitsluitend vrijgesteld kleuter- en lager onderwijs verstrekt. Aangezien deze school een publiek lichaam is in de zin van [artikel 6 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) zijn de B2G-regels inzake opeisbaarheid van toepassing. De aannemer reikt op 10.02.2016 een factuur uit. De aannemer ontvangt de betaling ervan op 14.03.2016. De btw wordt op 14.03.2016 opeisbaar (opeisbaarheidsregels B2G) met toepassing van het btw-tarief van 6%.

2\. Op 29.01.2016 wordt de herstelling voltooid van een parking van een school behorend tot het vrij onderwijsnet (niet gehouden periodieke btw-aangiften in te dienen), die uitsluitend vrijgesteld kleuter- en lageronderwijs verstrekt. Aangezien deze school geen publiek lichaam is in de zin van artikel 6 (eerste, tweede of derde lid) van het Btw-Wetboek zijn de B2B-regels inzake opeisbaarheid van toepassing. De aannemer reikt op 10.02.2016 een factuur uit. De aannemer ontvangt de betaling ervan op 14.03.2016. De btw wordt opeisbaar op 10.02.2016 (opeisbaarheidsregels B2B) met toepassing van het btw-tarief van 6%.

3\. Op 16.03.2016 wordt de herstelling van het dak van het schoolgebouw voltooid dat wordt gebruikt door een provinciale hotelschool (gehouden tot het indienen van periodieke btw-aangiften), die zowel vrijgesteld onderwijs verstrekt als een restaurant uitbaat dat toegankelijk is voor het publiek. Het restaurant waarin de leerlingen opgeleid worden, bevindt zich op het gelijkvloers. De aannemer reikt op 20.03.2016 een factuur uit met toepassing van [artikel 20, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d). De school betaalt de factuur op 21.04.2016. De btw wordt opeisbaar op 20.03.2016, datum van het uitreiken van de factuur, met toepassing van het btw-tarief van 6%. In dit geval zijn de B2G-regels inzake opeisbaarheid immers niet van toepassing.

4\. Op 29.08.2016 koopt een gemeenteschool een nieuw gebouw dat zal worden gebruikt als turnzaal van die school. Deze school is een publiek lichaam in de zin van [artikel 6 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) maar kan zich toch niet beroepen op het incasseringsstelsel beoogd in artikel 17, § 4 (nieuw) van het Btw-Wetboek. De aannemer reikt op 21.09.2016 een factuur uit en ontvangt de betaling ervan op 05.11.2016. De btw is definitief opeisbaar geworden op 15.09.2016 met toepassing van het btw-tarief van 6% (art. 17, § 1, lid 2 (nieuw) van het Btw-Wetboek).

5\. Op 29.01.2016 wordt de renovatie voltooid van de turnzaal van een lagere school die behoort tot het vrije onderwijsnet (niet gehouden periodieke btw-aangifte in te dienen). Op 22.03.2015 heeft de aannemer een voorschotfactuur uitgereikt die onmiddellijk werd betaald door de school. De btw over het voorschot was opeisbaar tegen het normale btw-tarief van 21%. De aannemer reikt op 11.02.2016 een slotfactuur uit en ontvangt de betaling ervan op 05.05.2016. De btw wordt opeisbaar over het saldo op 11.02.2016 met toepassing van het btw-tarief van 6%.

6\. Op 29.08.2015 wordt de renovatie beëindigd van de turnzaal van een lagere school die behoort tot het vrije onderwijsnet (niet gehouden periodieke btw-aangifte in te dienen). Aangezien deze school geen publiek lichaam is in de zin van artikel 6 (eerste, tweede of derde lid) van het Btw-Wetboek kan deze zich niet beroepen op de tolerantie van opeisbaarheid (Beslissing nr. E.T.124.433 van 17.04.2014). De aannemer reikt op 11.01.2016 een factuur uit en ontvangt de betaling ervan op 05.02.2016. De btw is definitief opeisbaar geworden op 29.08.2015 met toepassing van het normale btw-tarief van 21%.

7\. Op 29.08.2015 wordt de renovatie beëindigd van de turnzaal van een gemeenteschool (niet gehouden periodieke btw-aangifte in te dienen). Aangezien deze school een publiek lichaam is in de zin van [artikel 6van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) kan deze zich beroepen op de tolerantie van opeisbaarheid (Beslissing nr. E.T.124.433 van 17.04.2014). De school heeft in 2015 tijdig schriftelijk gemeld dat ze zich hierop wenst te beroepen en ze keurt de werken en de afgesproken prijzen op basis van de contractuele overeenkomst goed op 28.12.2015. De aannemer reikt op 11.01.2016 een factuur uit en ontvangt de betaling ervan op 05.02.2016. De btw is definitief opeisbaar geworden op 28.12.2015 met toepassing van het normale btw-tarief van 21%.

J MARCKX

Adviseur-generaal

## Aangehaalde teksten

9

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 13 voorkomens

[WBTW art. 6](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-6) 5 voorkomens

[KB nr. 1 art. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-20-136d) 2 voorkomens

[WBTW art. 51](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51) 2 voorkomens

[WBTW art. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-1) 1 voorkomen

[WBTW art. 16](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-16) 1 voorkomen

[WBTW art. 19](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-19) 1 voorkomen

[WBTW art. 22](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-22) 1 voorkomen

[WBTW art. 51bis](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-51bis) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

13

[Voorafgaande beslissingen 10](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-129-073-verlaagd-btw-tarief-schoolgebouwen-vervangen-0775/documenten?type=voorafgaande-beslissingen) [Administratieve beslissingen 1](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-129-073-verlaagd-btw-tarief-schoolgebouwen-vervangen-0775/documenten?type=administratieve-beslissingen) [Omzendbrieven 1](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-129-073-verlaagd-btw-tarief-schoolgebouwen-vervangen-0775/documenten?type=omzendbrieven) [Parlementaire vragen 1](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-129-073-verlaagd-btw-tarief-schoolgebouwen-vervangen-0775/documenten?type=parlementaire-vragen)

« … worden over het bedrag van de eindfactuur voor zover de voorwaarden bepaald in het koninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 m.b.t. de teruggaven inzake btw vervuld zijn. 9. Opheffingsbepalingen 74. Deze circulaire vervangt de btw-beslissingen nrs. E.T.129.073 van 27.01.2016 en E.T.129.882 van 09.05.2016. Jerry SERLIPPENS Adviseur Int. Ref. E.T.130.758 »

[Circulaire 2018/C/6 met betrekking tot het toepassingsgebied van rubriek XL van tabel](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/2018-c-6-betrekking-toepassingsgebied-rubriek-xl-tabel-8cd2) Omzendbrief 18.01.2018

[Bekijk de 13 documenten](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-129-073-verlaagd-btw-tarief-schoolgebouwen-vervangen-0775/documenten)
