---
title: "Btw-beslissing E.T.127.279 · Btw-tarief, Weddenschappen"
description: "Btw-tarief, Weddenschappen, kansspel. Btw-beslissing nr. E.T.127.279 van 13 juli 2015 van de Belgische belastingadministratie."
url: "https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-127-279-btw-tarief-weddenschappen-weddenschap-kansspel-2301"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/decisions-administratives/e-t-127-279-taux-tva-paris-taxe-pari-120a"
---

# Btw-tarief, Weddenschappen, kansspel · Btw-tarief – Weddenschappen

**Nummer**

E.T.127.279

**Datum**

13 juli 2015

## Over het document

**Verzameling**

Administratieve beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

25 paragrafen

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning

Dienst BTW

Belasting over de toegevoegde waarde

**Beslissing Btw nr. E.T.127.279 dd. 13.07.2015**

*Organisatoren en aannemers van weddenschappen.*

## Inleiding

Op grond van [artikel 44, § 3, 13° van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) zijn van de btw vrijgesteld de weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen, met inachtneming van de door de Koning vastgestelde voorwaarden en beperkingen.

In het arrest van 14.07.2011 (zaak [C-464/10](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-464-10-arrest) – Henfling e.a.) heeft het Hof van Justitie van de EU ten aanzien van het optreden van tussenpersonen bij weddenschappen voor recht gezegd dat het in eigen naam handelen van de tussenpersoon betekent:

1\. dat er tussen de gokker en de onderneming voor wier rekening de marktdeelnemer als tussenpersoon handelt, geen rechtstreekse rechtsverhouding ontstaat;

2\. dat er tussen de marktdeelnemer en de gokker enerzijds en deze marktdeelnemer en bovengenoemde onderneming anderzijds wel een rechtsverhouding bestaat.

Het Hof concludeert uit het voorgaande dat indien de dienstverrichting waarbij de commissionair als tussenpersoon handelt, van btw is vrijgesteld, deze vrijstelling bijgevolg eveneens van toepassing is op de rechtsverhouding tussen de opdrachtgever en de commissionair en stelt dat deze conclusie ook geldt voor de vrijstelling betreffende weddenschappen.

Standpunt van de administratie ten aanzien van de tussenkomsten van wedkantoren en dagbladhandelaars die plaatsvonden vóór 01.01.2011

De administratie heeft voorheen steeds het principieel standpunt ingenomen dat de wedkantoren en dagbladhandelaars (aannemers of verkopers van weddenschappen) bij de aanneming van weddenschappen die ingericht worden door een organisator van weddenschappen in naam en voor rekening van die organisator en dus als lasthebbers handelen. Er werd steeds geoordeeld dat de prestaties van de tussenkomende wedkantoren en dagbladhandelaars niet als diensten inzake een weddenschap kunnen worden aangemerkt. Bijgevolg werd de vrijstelling op grond van [artikel 44, § 3, 13° van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) niet van toepassing geacht in de verhouding tussen de organisator en de aannemer van de weddenschappen en dienden de commissielonen die door de wedkantoren en dagbladhandelaars worden aangerekend aan de organisatoren van weddenschappen te worden onderworpen aan de btw tegen 21% ([Aanschrijving nr. 15 van 02.10.1974](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/15-1974-aanschrijving-agence-hippique-2cf3)). Hierop werd enkel afgeweken indien aan de hand van de tussen de betrokken partijen gesloten contracten en de feitelijke omstandigheden waarin de betrokken partijen optreden, duidelijk kon aangetoond worden dat de tussenkomende partij in eigen naam handelt en aldus zelf een dienst inzake weddenschappen ontvangt en zelf op haar beurt verstrekt ([artikel 20, § 1 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-20)).

Standpunt van de administratie ten aanzien van de tussenkomsten van wedkantoren en dagbladhandelaars die plaatsvonden vanaf 01.01.2011

De activiteiten van organisatoren van weddenschappen en van aannemers van weddenschappen (wedkantoren en dagbladhandelaars) worden wettelijk geregeld in de Wet op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers (Kansspelwet) van 07.05.1999, zoals grondig en fundamenteel gewijzigd door de Wet van 10.01.2010. Tevens geven een groot aantal koninklijke besluiten uitvoering aan deze wet. De nieuwe kansspelwetgeving is in werking getreden op 01.01.2011.

Rekening houdend met deze nieuwe wetgeving en met het oog op een correcte toepassing van de btw-vrijstelling voor weddenschappen, loterijen en andere kans- en geldspelen, beoogd in [artikel 44, § 3, 13° van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44), werd opnieuw onderzocht op welke wijze en in welke hoedanigheid de wedkantoren en dagbladhandelaars (de zogenaamde F2-vergunninghouders) optreden bij de aanneming van weddenschappen die ingericht worden door de organisatoren van weddenschappen (de zogenaamde F1-vergunninghouders).

De wetgever heeft vanaf 01.01.2011 voor het aanbieden van weddenschappen twee nieuwe vergunningen in het leven geroepen en daarbij heeft hij zich gebaseerd op het onderscheid tussen de inrichters enerzijds en de aannemers anderzijds van weddenschappen.

De inrichters staan in voor de organisatie van de weddenschappen en moeten beschikken over een zogenaamde F1-vergunning.

De aannemers zijn de eigenlijke verkopers van de weddenschappen. Zij nemen de weddenschappen van de spelers aan voor rekening van de inrichters. Zij hebben een zogenaamde F2-vergunning nodig.

In de Kansspelwet zelf (artikel 25, 7° en artikel 43/4, § 1), zoals die van kracht is sedert 01.01.2011, wordt uitdrukkelijk bepaald dat het aannemen van weddenschappen door F2-vergunninghouders gebeurt voor rekening van de F1-vergunninghouders. De F2-vergunninghouders nemen weddenschappen aan in de zogenaamde Kansspelinrichtingen klasse IV, een plaats uitsluitend bestemd voor het aannemen van weddenschappen of ook buiten die kansspelinrichting in het geval waarin weddenschappen als nevenactiviteit worden aangenomen door dagbladhandelaars.

In artikel 3 van het KB van 22.12.2010 betreffende de werkingsregels van de weddenschappen wordt uitdrukkelijk het volgende bepaald: *"De* *vergunninghouder F2* *neemt weddenschappen aan* *in eigen naam* *maar voor rekening van de vergunninghouder F1 die de betreffende weddenschappen inricht.* *De vergunninghouder F1 stelt zich borg* *ten aanzien van de spelers voor alle verplichtingen die geldig werden aangegaan door de vergunninghouder F2 in de uitvoering van zijn activiteiten inzake de aanneming van weddenschappen voor het geval dat de vergunninghouder F2 in gebreke blijft voor de betaling"*.

In artikel 9 van het KB van 22.12.2010 betreffende de vorm van de vergunning klasse F2, de wijze waarop de aanvragen voor een vergunning klasse F2 moeten worden ingediend en onderzocht en de verplichtingen waaraan vergunninghouders F2 moeten voldoen inzake beheer en boekhouding, is bepaald dat onverminderd het bepaalde in het reglement van de weddenschappen de houder van de F2 vergunninghouder onmiddellijk de winst van de speler dient uit te betalen.

Uit voorgaande bepalingen blijkt dat de wetgever heeft gewild dat de F2-vergunninghouders zich persoonlijk verbinden bij het aannemen van de weddenschappen. Uit de borgstelling van de F1-vergunninghouder waarnaar wordt verwezen in artikel 3 van het KB van 22.12.2010 betreffende de werkingsregels van de weddenschappen kan worden afgeleid dat de F1-vergunninghouder initieel niet gehouden is tot de hoofdschuld die volgt uit het aannemen van de weddenschap en dat er geen rechtstreekse rechtsverhouding ontstaat tussen de F1-vergunninghouder en de speler.

Gelet op het sedert 01.01.2011 geldend wettelijk kader waarin de F2-vergunninghouders (wedkantoren en dagbladhandelaars) hun activiteit uitoefenen, wordt, op voorwaarde dat zowel de tussen de betrokken partijen gesloten contracten als de feitelijke omstandigheden waarin zij hun activiteit uitoefenen in overeenstemming zijn met deze wettelijke bepalingen, aanvaard dat de wedkantoren en dagbladhandelaars tegenover de F1-vergunninghouders enerzijds en tegenover de spelers anderzijds vanaf genoemde datum handelen als commissionairs inzake diensten in de zin van [artikel 20, § 1, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-20). Zij worden geacht de diensten inzake weddenschappen zelf te ontvangen van de organisator van de weddenschappen en zelf op hun beurt te verstrekken aan de spelers.

De in [artikel 44, § 3, 13° van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) opgenomen vrijstelling is bijgevolg van toepassing zowel in de relatie tussen de F1-vergunninghouders en de F2-vergunninghouders als in de relatie tussen de F2-vergunninghouders en de spelers.

## Aangehaalde teksten

3

[WBTW art. 44](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-44) 4 voorkomens

[WBTW art. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-20) 2 voorkomens

[C-464/10, arrest van 14 juli 2011](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-464-10-arrest) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

9

[Fiches van de administratieve commentaar 9](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-127-279-btw-tarief-weddenschappen-weddenschap-kansspel-2301/documenten?type=commentaar)

« … (zie Afdeling 7, hierna, van dit Hoofdstuk). In dit verband wordt, sinds 01.01.2011, aangenomen dat wedkantoren en dagbladhandelaars handelen als commissionairs inzake diensten betreffende weddenschappen in de zin van artikel 20, § 1, van het Btw-Wetboek ( beslissing nr. E.T. 127.279 van 13.07.2015 ). 4. Het genot van een lichamelijk roerend of onroerend goed (artikel 18, § 1, tweede lid, 4, van het Btw-Wetboek) A. Voorwerp en aard van het contract Overeenkomstig artikel 18, § 1, tweede lid, 4°, van het Btw-Wetboek wordt als een dienst beschouwd: de … »

[Diensten (01.07.2026)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/diensten-3da2) Administratieve commentaar 01.07.2026

[Bekijk de 9 documenten](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-127-279-btw-tarief-weddenschappen-weddenschap-kansspel-2301/documenten)
