Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst BW/Geschillen
Belasting over de toegevoegde waarde
Beslissing Btw nr. E.T.125.294dd. 01.04.2014
Elektriciteit
Btw-tarief 6% vanaf 01.04.2014
Huishoudelijke afnemers
Facturatie
Btw-tarief van 6% vanaf 1 april 2014 voor elektriciteit geleverd aan huishoudelijke afnemers. voorschotfacturen, afrekenings- en slotfacturen uitgereikt vanaf 1 april 2014. Toe te passen btw-tarieven.
Wordt vanaf 1 april 2014 onderworpen aan het verlaagd btw-tarief van 6%, de levering van elektriciteit aan huishoudelijke afnemers als bedoeld in artikel 2, 16°bis, van de wet van 29 april 1999 (1) betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (art. 1bis, § 1, nieuw van het KB nr. 20 inzake btw-tarieven).
(1)
Artikel 2, 16°bis, ingevoegd bij art. 2, 11°, W 08.01.2012 (B.S. 11.01.2012, Ed. 2)
De levering van elektriciteit aan een natuurlijk persoon kan slechts gebeuren met toepassing van het verlaagd tarief van 6% voor zover laatstgenoemde het contract met zijn elektriciteitsleverancier heeft gesloten in de hoedanigheid van huishoudelijk afnemer (zgn. residentieel contract, afname van elektriciteit als huishoudelijke klant), hetgeen impliceert dat het contract geen btw-nummer noch ondernemingsnummer in hoofde van die klant vermeldt (afname van elektriciteit als residentiële klant / particulier).
De levering van elektriciteit aan een natuurlijk persoon is dus onderworpen aan het normale btw-tarief van 21% wanneer laatstgenoemde het contract met zijn elektriciteitsleverancier heeft gesloten niet in de hoedanigheid van huishoudelijk afnemer (zgn. professioneel contract), hetgeen impliceert dat het contract het btw-nummer of ondernemingsnummer in hoofde van die klant vermeldt (afname van elektriciteit niet als particulier maar als professionele klant).
Vennootschappen, andere rechtspersonen en, meer algemeen, eenieder die niet als een natuurlijke persoon kan worden aangemerkt, zijn geen huishoudelijke afnemers in de zin van hetgeen voorafgaat. Aangezien ze niet de hoedanigheid van huishoudelijke afnemer hebben, sluiten ze als "niet-huishoudelijke afnemer" een contract af met hun elektriciteitsleverancier (zgn. professioneel contract; afname van elektriciteit als professionele klant) en kunnen ze niet het verlaagd btw-tarief van 6% genieten ten aanzien van de aankoop van elektriciteit.
Artikel 1bis. § 2, nieuw, van voormeld KB nr. 20, bepaalt:
§ 2. Onverminderd het tweede lid is het toe te passen btw-tarief voor de voorschotten aangerekend tot uiterlijk 31 maart 2014, het tarief dat van kracht is op het tijdstip van de facturering van deze voorschotten, zelfs als deze geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op de levering van elektriciteit vanaf 1 april 2014.
Voor de definitieve heffing van de btw op de eindafrekening die betrekking heeft op de periode die aanvangt vóór en eindigt na het tijdstip van de tariefwijziging op 1 april 2014, wordt de maatstaf van heffing met betrekking tot het volledige verbruik tijdens die periode per onderscheiden btw-tarief omgeslagen en dit rekening houdend met het verbruik vóór en na het tijdstip van de tariefwijziging.
Die bepaling heeft dus betrekking op de regeling inzake de toe te passen btw-tarieven van 6% en 21% met betrekking tot de verbruiksperiode die aanvangt vóór en eindigt na het tijdstip van de tariefwijziging op 1 april 2014 (hierna eenvoudigheidshalve "verbruiksperiode met btw-tariefwijziging" genoemd) en die wordt aangerekend aan particulieren via de afrekenings- en slotfactuur uitgereikt vanaf 1 april 2014.
In onderhavige beslissing worden de belangrijkste aspecten in verband met die regeling verduidelijkt.
1. VOORLOPIGE HEFFING VAN DE BTW OP DE TUSSENTIJDSE VOORSCHOTFACTUREN
Een voorschot (b.v. maandelijks of tweemaandelijks voorschot) met betrekking tot het geraamde elektriciteitsverbruik dat wordt gefactureerd vóór 1 april 2014, wordt belast met toepassing van het normale btw-tarief van 21%, zelfs wanneer die tussentijdse factuur wordt betaald na 31 maart 2014 (toepassing artikel 1bis, § 2, eerste lid, van het KB nr. 20).
De btw die opeisbaar wordt met betrekking tot een voorschot dat wordt gefactureerd na 31 maart 2014, wordt geheven met toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6%.
2. DEFINITIEVE HEFFING VAN DE BTW OP DE AFREKENINGS- EN SLOTFACTUUR M.B.T. DE VERBRUIKSPERIODE MET BTW-TARIEFWIJZIGING
Het btw-bedrag voldaan volgens de tussentijdse voorschotfacturen welke werden uitgereikt in de verbruiksperiode met btw-tariefwijziging, stemt niet overeen met de btw die deels aan 21% en deels aan 6% verschuldigd is met betrekking tot de verbruikte hoeveelheden kWh. Dat verschil zal worden rechtgezet bij de afrekenings- en slotfactuur met betrekking tot de verbruiksperiode met btw-tariefwijziging.
Hierbij wordt de maatstaf van heffing bij de afrekenings- en slotfactuur met betrekking tot het volledige verbruik tijdens de verbruiksperiode met btw-tariefwijziging omgeslagen zodat:
- het gedeelte van die maatstaf van heffing dat betrekking heeft op het verbruik vóór 1 april 2014 belast wordt met toepassing van het normale btw-tarief van 21%;
- het gedeelte van die maatstaf van heffing dat betrekking heeft op het verbruik vanaf 1 april 2014 belast wordt met toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6%.
De componenten van de maatstaf van heffing van het volledige verbruik die worden aangerekend in functie van de hoeveelheid geleverde kWh (componenten waarvoor een eenheidsprijs €c/kWh is bepaald (1) worden met het oog op de definitieve heffing van de btw omgeslagen aan de hand van synthetische lastprofielen (Synthetic Load Profiles - SLP).
(1)
Onder meer tarief elektriciteit nacht, tarief elektriciteit dag, bijdrage certificatenverplichting, WKK, distributietarief nacht, distributietarief dag, transporttarief nacht, transporttarief dag, energiebijdrage, …
Uitzondering op die regel vormen de vaste vergoedingen (o.a. abonnementskosten en tarief voor meting- en telling). Aangezien die componenten van de maatstaf van heffing niet worden aangerekend in functie van de hoeveelheid geleverde kWh (het betreft componenten waarvoor in principe een eenheidsprijs €/jaar is bepaald), dienen ze pro rata temporis te worden opgesplitst.
3. "WORKS" GEFACTUREERD DOOR DE ELEKTRICITEITSLEVERANCIER AAN HUISHOUDELIJKE AFNEMERS
Sedert de vrijmaking van de energiemarkt staat de activiteit van de elektriciteitsleverancier wettelijk los van de activiteit van de distributienetbeheerder (DNB). De distributienetgebruiker sluit sedert die vrijmaking een overeenkomst zowel met een energieleverancier (naar keuze), als met de bevoegde distributienetbeheerder. In die gewijzigde context worden de werkzaamheden die door de DNB worden verricht onder zijn verantwoordelijkheid in het kader van het aansluitingsreglement (aansluiting op het net, verzwaring van de aansluiting, aanpassingen aan bestaande installaties, enz.; "works" genoemd) in principe door laatstgenoemde rechtstreeks gefactureerd aan de netgebruiker (klant) overeenkomstig tarieven goedgekeurd door de CREG. Ze vormen in die omstandigheden geen element van de prijs van elektriciteit, in tegenstelling tot de distributie- en transportkosten die de DNB factureert aan de elektriciteitsleverancier en die laatstgenoemde via de afrekenings- en slotfactuur doorfactureert aan de klant.
In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waalse Gewest factureert de distributienetbeheerder evenwel een klein deel van zijn werkzaamheden in het kader van het aansluitingsreglement (zoals het openen van de meter of het afsluiten ervan) aan de elektriciteitsleverancier, die dan die kosten via een aparte factuur doorrekent aan de klant.
Aangezien de elektriciteitsleverancier verder niet tussenkomt bij de andere werkzaamheden die de DNB verricht in het kader van het aansluitingsreglement, die de hoofdzaak vormen en die rechtstreeks verstrekt en gefactureerd worden door DNB aan de klant in uitvoering van zijn overeenkomst met laatstgenoemde, staat de fractie van de werkzaamheden die de elektriciteitsleverancier hier bij wijze van uitzondering doorfactureert aan de klant, zoals de andere werkzaamheden van de DNB in het kader van het aansluitingsreglement wettelijk los van de levering van elektriciteit. Die fractie kan m.a.w. in de gegeven omstandigheden niet worden beschouwd als een kost van de levering van elektriciteit door de elektriciteitsleverancier en wordt los daarvan doorgefactureerd aan de klant met toepassing van het normale btw-tarief.
4. MAATREGEL MET BETREKKING TOT DE JAARLIJKSE TOEKENNING VAN EEN HOEVEELHEID GRATIS ELEKTRICITEIT IN VLAANDEREN.
Het wettelijk kader van deze maatregel is het artikel 5.1.1 van het Decreet van 8 mei 2009 houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid (Energiedecreet) en artikel 4.1.1 t.e.m. artikel 4.1.4 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 houdende algemene bepalingen over het energiebeleid (Energiebesluit).
Overeenkomstig voormelde maatregel wordt jaarlijks een hoeveelheid gratis kWh elektriciteit toegekend aan de klant. Dat recht is verworven op 1 januari van het jaar op basis van de gezinssituatie van de klant op die datum.
Dat recht wordt voor de toepassing van de btw aangemerkt als een prijsvermindering die door de elektriciteitsleverancier aan de klant wordt toegekend en die door deze laatste is verkregen op 1 januari van het jaar N. Die prijsvermindering wordt, rekening houdend met het op 1 januari van het jaar N toepasselijke btw-tarief, pas later gefactureerd: ze wordt in mindering gebracht (rekening houdend dus met het op 1 januari van het jaar N toepasselijke btw-tarief) uiterlijk op de eerste afrekenings- of slotfactuur die de klant ontvangt na 1 mei van het jaar N.
Voorbeeld 1
Indien de klant zijn afrekenings- of slotfactuur ontvangt in april 2014 wordt in die eindafrekening met betrekking tot de eraan voorafgaande gebruiksperiode, de prijsvermindering (gratis kWh verworven op 1 januari 2013) in mindering gebracht rekening houdend met het op 1 januari 2013 geldende btw-tarief van 21%.
Voorbeeld 2
Indien de klant zijn afrekenings- of slotfactuur ontvangt in mei 2014 wordt in die eindafrekening met betrekking de eraan voorafgaande gebruiksperiode, de prijsvermindering (gratis kWh verworven op 1 januari 2014) in mindering gebracht rekening houdend met het op 1 januari 2014 geldende btw-tarief van 21%.
Voorbeeld 3
Indien de klant zijn afrekenings- of slotfactuur ontvangt in april 2015 wordt in die eindafrekening met betrekking de eraan voorafgaande gebruiksperiode, de prijsvermindering (gratis kWh verworven op 1 januari 2014) in mindering gebracht rekening houdend met het op 1 januari 2014 jaar geldende btw-tarief van 21%.
Voorbeeld 4
Indien de klant zijn afrekenings- of slotfactuur ontvangt in mei 2015 wordt in die eindafrekening met betrekking de eraan voorafgaande gebruiksperiode, de prijsvermindering (gratis kWh verworven op 1 januari 2015) in mindering gebracht rekening houdend met het op 1 januari 2015 geldende btw-tarief van 6%.
Bij de berekening en de omslag van de maatstaf van heffing van het volledige verbruik tijdens de verbruiksperiode met btw-tariefwijziging (zie punt 2) wordt dus geen rekening gehouden met voormelde prijsvermindering. Die prijsvermindering wordt los daarvan in rekening gebracht op de eindafrekening.
5. KORTINGEN
5.1 Kortingen toegekend in functie van het verbruik
Voorbeeld
De elektriciteitsleverancier kent een korting toe van 5% op de energieprijs (5% korting op tarief elektriciteit nacht en 5% korting op tarief elektriciteit dag).
Die zodoende verminderde component van de maatstaf van heffing van het volledige verbruik tijdens de verbruiksperiode met btw-tariefwijziging wordt met het oog op de definitieve heffing van de btw op de afrekenings- en slotfactuur omgeslagen aan de hand van synthetische lastprofielen (zie punt 2, hiervoor).
5.2 Eenmalige kortingen
Voorbeeld 1
Welkomkorting verkregen door de klant op 5 maart 2014. Het moment waarop de korting definitief is verworven (in casu 5 maart 2014) is bepaald in de voorwaarden van de leverancier.
Dat recht wordt voor de toepassing van de btw aangemerkt als een prijsvermindering die door de elektriciteitsleverancier aan de klant wordt toegekend en die door deze laatste is verkregen op 5 maart 2014 (toepasselijke btw-tarief van 21%).
Van geen belang is dat de korting gefactureerd wordt na 31 maart 2014. Wanneer die korting in rekening wordt gebracht op de afrekening m.b.t. de verbruiksperiode met btw-tariefwijziging, wordt bij de berekening en de omslag van de maatstaf van heffing van het volledige verbruik tijdens die verbruiksperiode (zie punt 2) dus geen rekening gehouden met voormelde prijsvermindering. De prijsvermindering wordt los daarvan in mindering gebracht op de eindafrekening, rekening houdend met het btw-tarief van 21%.
Voorbeeld 2
Eenmalige korting verkregen door de klant op 8 april 2014. Het moment waarop de korting definitief is verworven (in casu 8 april 2014) is bepaald in de voorwaarden van de leverancier.
Dat recht wordt voor de toepassing van de btw aangemerkt als een prijsvermindering die door de elektriciteitsleverancier aan de klant wordt toegekend en die door deze laatste is verkregen op 8 april 2014 (toepasselijke btw-tarief van 6%).
Wanneer die korting in rekening wordt gebracht op de afrekenings- of slotfactuur m.b.t. de verbruiksperiode met btw-tariefwijziging, wordt bij de berekening en de omslag van de maatstaf van heffing van het volledige verbruik tijdens die verbruiksperiode (zie punt 2) dus geen rekening gehouden met voormelde prijsvermindering. De prijsvermindering wordt los daarvan in mindering gebracht op de afrekenings- of slotfactuur, rekening houdend met het btw-tarief van 6%.
5.3 Recurrente kortingen
Recurrente kortingen (weerkerende kortingen) kunnen worden toegestaan in functie van betalingsmethode (domiciliering, …), in geval van e-invoicing, wegens het wonen in de nabijheid van een windmolen, getrouwheidskortingen, ….
In tegenstelling tot éénmalige kortingen worden recurrente kortingen periodiek verworven (jaarlijks, maandelijks, dagelijks, …). Het moment dat de korting definitief is verworven is bepaald in de voorwaarden van de leverancier.
5.3.1 Periodiek opnieuw verworven kortingen in mindering gebracht op de afrekenings- en slotfactuur
Voorbeeld
De klant gaat op 5 maart 2014 akkoord om zijn voorschotfacturen elektronisch te ontvangen en verkrijgt hiervoor op 5 maart 2014 een korting van 10 € (volgens het contract verworven op 5 maart 2014) die in de eerstvolgende jaarlijkse afrekening in juni 2014 (m.b.t. de verbruiksperiode 1 juni 2013 - 31 mei 2014) in mindering wordt gebracht. Volgens de voorwaarden van het contract verkrijgt de klant die korting elk jaar opnieuw op 5 maart en wordt ze in mindering gebracht op de eerstvolgende jaarlijkse afrekening in juni zolang hij niet afziet van de elektronische facturatie.
De verworven korting wordt hier dus jaarlijks opnieuw verworven (d.w.z. elk jaar op 5 maart) mits vervullen van de contractuele voorwaarde in dat verband.
Op basis van de modaliteiten van de korting volgens het contract in het hiervoor gegeven voorbeeld (korting wordt jaarlijks opnieuw verworven voor zover de klant niet afziet van de elektronische facturatie), kan voor de korting die elk jaar op 5 maart wordt verworven, de jaarlijkse toepassing van de regeling van de éénmalige kortingen worden aanvaard (zie punt 5.2, hiervoor). Dat betekent dus dat de op 5 maart 2014 verworven korting in mindering wordt gebracht rekening houdend met het btw-tarief van 21% op de in juni 2014 ontvangen jaarlijkse afrekening, terwijl de op 5 maart 2015 verworven korting in mindering wordt gebracht rekening houdend met het btw-tarief van 6% op de in juni 2015 ontvangen jaarlijkse afrekening.
Voorwaarde voor de toepassing van de regeling uiteengezet in het vorig lid, is dus dat duidelijk bepaald is op welk tijdstip de korting is verworven (5 maart 2014 in voorgaand voorbeeld). Bij het verstrijken van de periode waarvoor ze wordt toegekend, wordt de korting dus slechts opnieuw verworven wanneer aan bepaalde voorwaarden op dat ogenblik is voldaan.
5.3.2 Periodiek opnieuw verworven kortingen in mindering gebracht op de tussentijdse voorschotfacturen
Wanneer de periodiek opnieuw verworven kortingen (b.v. maandelijks) in mindering worden gebracht op de tussentijdse voorschotfacturen, geldt de regeling van punt 1, hiervoor.
5.4 Gezamenlijke kortingen zowel voor gas als voor elektriciteit
Ingeval een korting wordt toegekend die betrekking heeft zowel op het contract inzake de levering van gas als op het contract inzake de levering van elektriciteit en niet gerelateerd is aan het verbruik (b.v. welkomkorting of korting voor domiciliëring als betalingswijze van de gas- en elektriciteitsfactuur), dient die korting te worden opgesplitst: 50% korting voor gas (ter zake dient steeds rekening te worden gehouden met het normale btw-tarief van 21%) en 50% korting voor elektriciteit waarop voorgaande bepalingen inzake eenmalige of recurrente kortingen van toepassing zijn.
Wanneer die gezamenlijke korting niet wordt opgesplitst wordt ze eenvoudigheidshalve op de jaarlijkse afrekening in mindering gebracht als een korting die volledig betrekking heeft op het contract inzake de levering van elektriciteit. Voorgaande bepalingen inzake eenmalige of recurrente kortingen zijn zodoende dan van toepassing op de volledige korting.
6. ENERGIE-AUDITS EN DERGELIJKE PRESTATIES
Energie-audits, de verkoop van energiekostenmeters en dergelijke prestaties die de energieleverancier verstrekt aan personen die al dan niet elektriciteit afnemen van die leverancier, zijn aparte handelingen. De vergoeding gevraagd voor die van de levering van elektriciteit onderscheiden prestaties vormt dus geen element van de prijs van elektriciteit en blijft ook na 31 maart 2014 te belasten met toepassing van het normale btw-tarief van 21%.
7. BUDGETMETER
De klant ontvangt geen tussentijdse voorschotfacturen maar de voorafbetalingen gebeuren onder de vorm van het opladen van de kaart van de budgetmeter.
Voor het toepasselijk btw-tarief is het tijdstip van opladen bepalend:
- bij betalingen onder de vorm van opladen vóór 1 april 2014 is het normale btw-tarief van 21% van toepassing;
- bij betalingen onder de vorm van opladen vanaf 1 april 2014 is het verlaagd tarief van 6% van toepassing.
De klant ontvangt een afrekenings- of slotfactuur. Voor de afrekenings- of slotfactuur m.b.t. de verbruiksperiode met btw-tariefwijziging, wordt verwezen naar punt 2, hiervoor.
8. KLANTEN MET SOCIAAL TARIEF
Ten aanzien van klanten die het sociaal tarief voor elektriciteit genieten gelden de algemene regels inzake:
- de voorlopige heffing van de btw op de tussentijdse voorschotfacturen uitgereikt in de verbruiksperiode met btw-tariefwijziging (zie punt 1 hiervoor);
- de definitieve heffing van de btw op de afrekenings- of slotfactuur m.b.t. de verbruiksperiode met btw-tariefwijziging (zie punt 2 hiervoor).
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.