Gunstregeling inzake btw voor invaliden en gehandicapten · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.121.528 22 juli 2013

Zoeken

Gunstregeling inzake btw voor invaliden en gehandicapten

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-121-528-gunstregeling-btw-invaliden-gehandicapten-echtscheiding-1942

Nummer
E.T.121.528
Datum
22 juli 2013

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

6 paragrafen

Beslissing Btw, nr. E.T.121.528, dd. 22.07.2013

Gunstregeling inzake btw voor invaliden en gehandicapten - echtscheiding van de ouders van het invalide kind

In geval de in de gunstregeling beoogde invalide of gehandicapte een minderjarig kind is of een kind dat in staat van verlengde minderjarigheid is geplaatst, dient de bedoelde gunstregeling inzake btw te worden aangevraagd door de wettelijke vertegenwoordiger van het kind (bv. de ouder(s)).

Hoewel beide ouders in principe het recht hebben de gunstregeling inzake btw voor hun voormelde invalide kind aan te vragen kan de bedoelde gunstregeling slechts worden toegestaan voor één enkel voertuig tegelijk per begunstigde (i.e. het minderjarig kind).

Gelet op de voorwaarde van persoonlijk gebruik door de invalide van het desbetreffende voertuig is het inherent aan de toepassing van de gunstregeling dat, in geval van echtscheiding, enkel de ouder bij wie het gehandicapte kind zijn domicilieadres heeft en waar het bedoelde invalide kind in principe hoofdzakelijk verblijft, de gunstregeling kan aanvragen.

Indien de huisvesting van het kind echter gelijkmatig verdeeld is over beide ouders, terwijl het kind bij een van hen is gedomicilieerd, heeft de btw-administratie beslist dat bij de aanvraag van de gunstregeling een overeenkomst of een rechterlijke beslissing dient te worden voorgelegd aan het bevoegd btw-controlekantoor waarin wordt vastgelegd wie van hen de gunstregeling inzake btw kan aanvragen. Zoniet gaat de btw-administratie ervan uit dat de gunstregeling inzake btw enkel kan worden aangevraagd door de ouder bij wie het invalide kind zijn domicilieadres heeft.

Administratieve doctrine

4

Bekijk de 4 documenten