Inrichtingen voor cultuur, sport en vermaak · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.113.196 10 april 2014

Zoeken

Inrichtingen voor cultuur, sport en vermaakInrichtingen voor cultuur, sport en vermaak - Terbeschikkingstelling van roerende goederen

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-113-196-inrichtingen-cultuur-sport-vermaak-terbeschikkingstelling-5b2d

Nummer
E.T.113.196
Datum
10 april 2014

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

19 paragrafen

Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning

Dienst BTW

Belasting over de toegevoegde waarde

Beslissing Btw nr. E.T.113.196 dd. 10.04.2014

Inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak

Terbeschikkingstelling van roerende goederen

1. De toekenning van het recht op toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak, alsmede de toekenning van het recht gebruik ervan te maken, met uitzondering van de toekenning van het recht gebruik te maken van automatische ontspanningstoestellen en met uitzondering van de terbeschikkingstelling van roerende goederen, is onderworpen aan het tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXVIII, van tabel A, van de bijlage van het Koninklijk Besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake btw-tarieven.

2. Omwille van de neutraliteit op het vlak van de toepassing van het verlaagd tarief dient evenwel het nodige onderscheid te worden gemaakt in verband met de terbeschikkingstelling van roerende goederen in het kader van de exploitatie van inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak.

3. Wanneer de terbeschikkingstelling van roerende goederen van de exploitant van een dergelijke inrichting facultatief is, en de bezoeker of gebruiker bijvoorbeeld de mogelijkheid heeft om zijn eigen materiaal mee te brengen, is de meerprijs die wordt gevraagd ingeval van terbeschikkingstelling van de roerende goederen te belasten met toepassing van het normale btw-tarief overeenkomstig de uitsluiting van voormelde rubriek XXVIII.

4. Wanneer de exploitant van een inrichting een globale prijs vraagt voor het gebruik van de inrichting en voor de terbeschikkingstelling van roerende goederen en hij een prijsvermindering toestaat aan de gebruiker die zijn eigen materiaal gebruikt, moet die globale prijs gesplitst worden derwijze dat het gedeelte van de prijs dat betrekking heeft op de terbeschikkingstelling van de roerende goederen belast wordt met toepassing van het normale btw-tarief.

5. Wanneer de toekenning van het recht op toegang tot een inrichting of van het recht gebruik te maken van de inrichting automatisch en zonder meerprijs gepaard gaat met de terbeschikkingstelling van roerende goederen die, in hun geheel genomen, integrerend deel uitmaken van die inrichting derwijze dat de toegang tot de inrichting of het gebruik ervan niet mogelijk zouden zijn zonder die goederen, is de door de exploitant van de inrichting gevraagde prijs volledig onderworpen aan het tarief van 6% overeenkomstig voormelde rubriek XXVIII.

Dat is bijvoorbeeld het geval voor mini-bootjes in een vijver, de golfstick en -bal ter beschikking gesteld door de exploitant van een mini-golf, de fitnesstoestellen van een sportzaal (halters voor "powertraining", verschillende turntoestellen zoals plint, rekken vastgehecht aan de muur, bok, …; z. beslissing nr. E.T. 45.941 van 24 juli 1984).

6. Een arrest van 9 maart 2007 van het Hof van Beroep te Luik heeft betrekking op een bijzonder geval.

Vooreerst wordt opgemerkt dat de terbeschikkingstelling van een vliegtuig in een inrichting voor vliegsport onderworpen is aan het normale btw-tarief overeenkomstig hetgeen voorafgaat en volgens de beslissing nr. E.T.100.024 van 4 april 2001.

Dat wordt niet betwist maar het Hof diende een fundamenteel verschillende situatie te beoordelen. Die situatie had betrekking op prestaties die de exploitant van een vliegveld verstrekt aan zijn leden in het kader van het beoefenen van de zweefvliegsport en die in wezen bestonden in de terbeschikkingstelling aan de leden van de installaties en de banen van het vliegveld, alsmede van een sleepvliegtuig met piloot om de zweefvliegtuigen van de leden omhoog te trekken.

Het Hof van Beroep heeft geoordeeld, enerzijds, dat het sleepvliegtuig niet echt ter beschikking gesteld wordt van de leden aangezien het niet bestuurd noch werkelijk gebruikt wordt door laatstgenoemden en, anderzijds, dat aan de leden het recht verleend wordt gebruik te maken van de sportinrichting door hun zweefvliegtuigen met een sleepvliegtuig omhoog te trekken, zonder hetwelk de leden die over een zweefvliegtuig beschikken, het recht op het beoefenen van de zweefvliegsport geenszins zouden kunnen uitoefenen.

Rekening houdend met de in punt 5, hiervoor, genoemde beslissing nr. E.T.45.941 van 24 juli 1984 heeft het Hof terecht geoordeeld dat het geheel van de hier door de exploitant van het vliegveld verstrekte prestaties het verlaagd tarief van 6% van voormelde rubriek XXVIII kon genieten.

J. MARCKX

Adviseur-generaal

Administratieve doctrine

9

« … van roerende goederen, zoals schoeisel, kledij, enz., is een dienst die uitdrukkelijk wordt uitgesloten van rubriek XXVIII, van tabel A, voornoemd. Deze dienst is derhalve in principe onderworpen aan het normale btw-tarief van 21 %(zie ook de beslissing nr. E.T.113.196 van 10.04.2014 ). b. De diensten inzake persoonsverzorging worden niet beoogd in rubriek XXVIII, van tabel A, voornoemd, en blijven dus ook onderworpen aan het btw-tarief van 21 %. Kunnen bijvoorbeeld worden genoemd: - diensten inzake inzake kunstmatig bruinen … »

Circulaire 2022/C/118 betreffende het btw-tarief op het recht op toegang tot fitnesscentraOmzendbrief21.12.2022

Bekijk de 9 documenten