Tarieven, tarief · Administratieve beslissingen

Naar de tekst
Juriel

E.T.110.383 27 maart 2006

Zoeken

Tarieven, tarief

https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-110-383-tarieven-btw-tarief-c1de

Nummer
E.T.110.383
Datum
27 maart 2006

Over het document

Verzameling
Administratieve beslissingen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

13 paragrafen

Beslissing Btw nr. E.T.110.383 dd. 27.03.2006

Tarieven - Verlaagd BTW-tarief van 6 pct. - Werk in onroerende staat - Levering met aanhechting van kasten - Onroerende goederen uit hun aard

Met uitzondering van het specifieke geval, uitdrukkelijk voorzien in rubriek XXXI, §3, 3°, e), van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, dat onder meer de levering en de aanhechting aan een gebouw van opbergkasten waarmee een keuken of badkamer is uitgerust beoogt, kan de handeling die bestaat in de levering en de plaatsing van opbergkasten in een gebouw, overeenkomstig de bepalingen van §3, 2°, van de voormelde rubriek XXXI, slechts het verlaagd tarief genieten voor werk in onroerende staat indien de kasten om reden van hun plaatsing onroerend uit hun aard worden in de zin van artikel 518 van het Burgerlijk Wetboek.

Welnu, meubilair wordt in de regel niet onroerend uit zijn aard omwille van zijn plaatsing in een gebouw. Vandaar dat de handeling die bestaat in de levering met plaatsing van opbergkasten in een gebouw gewoonlijk onderworpen is aan het normaal tarief dat momenteel 21 pct. bedraagt.

Wanneer in de volgende twee specifieke situaties kasten tegelijkertijd worden geleverd en aangehecht aan het gebouw worden zij onroerend uit hun aard op basis van de inlijving in het gebouw en kunnen ter zake, met in acht name van alle vereiste voorwaarden, de verlaagde tarieven van toepassing op onroerende handelingen worden toegepast. Het spreekt vanzelf dat in dat geval de binneninrichting van de kasten (bekleding, schotten, leggers, enz…) eveneens onroerend uit zijn aard wordt. De beoogde gevallen zijn:

1) wanneer door het ineenzetten van wanden en planken, specifiek ontworpen en gemaakt voor opbergdoeleinden en op blijvende wijze vastgehecht aan een gebouw, een scheidingswand wordt gevormd tussen twee vertrekken (men merkt op dat de notie "scheidingswand" zelf inhoudt dat de betreffende constructie op zijn minst aan één kant gesloten is, door een vaste wand of door middel van deuren);

2) wanneer een opbergkast definitief is ingelijfd in de bouw. Twee voorwaarden zijn essentieel voor deze inlijving en dienen gelijktijdig te zijn vervuld:

a) de kast moet specifiek zijn ontworpen om de gehele ruimte waarin ze is geplaatst in te nemen. Dit veronderstelt dat zij op de exacte maat van deze ruimte is gemaakt zodat zij is vastgehecht aan het gebouw en aan haar zij-, boven-, onder- en achterkant is ingesloten, ingebouwd, "opgesloten" in het constructievolume dat zij dient te vullen en dat begrensd is hetzij door een muur, hetzij door een dakhelling of een onderkant van een trap. De kast dient echter geen zij- , boven-, onder- en achterkant te hebben in de mate dat het metselwerk van het constructievolume waarin zij is ingesloten deze functies vervult. Het is evenmin vereist dat de voorzijde van de kast wordt gesloten door deuren. Indien de kast een volume onder een trap opvult, kan de onroerend making uit zijn aard zelfs aanvaard worden wanneer de kast een zijkant heeft die niet vastgehecht is aan het gebouw op voorwaarde dat de kast niet te scheiden is van de trap.

Daarentegen kan een kast, al dan niet met standaardafmetingen, waaraan plinten, sierlijsten of andere gelijkaardige afwerkingen zijn bevestigd teneinde de ruimte tussen de kast en de constructie op te vullen of te verbergen niet aangemerkt worden als onroerend uit haar aard.

b) de kast behoort definitief tot het interieur, wat betekent :

· dat zij niet bestemd is om te worden verwijderd van het gebouw waarin zij is ingelijfd en aan vastgehecht, wanneer het gebouw zou worden verkocht of verhuurd;

· dat zij in elk geval niet zonder beschadiging kan worden verwijderd;

· dat zij niet herbruikbaar is na verwijdering ( onder meer omdat zij, na verwijdering, wegens haar bijzondere kenmerken en de onafgewerkte staat van haar ingebouwde delen, niet zou kunnen gebruikt worden als gewone opbergkast).

Administratieve doctrine

5

« … van het btw-tarief van 6%. Voorbeelden van werken die kunnen kwalificeren als werk in onroerende staat: de levering met plaatsing van een trapleuning, ramen, deuren, enzovoort onder strikte voorwaarden, de levering met plaatsing van bepaalde kasten (zie beslissing nr. E.T. 110.383 van 27.03.2006 ). Deze handeling kan evenwel ook worden beoogd door § 3, 3°, e), van rubriek XXXI wanneer het opbergkasten in een keuken of badkamer betreft (zie subrubriek c, hierna). de levering met plaatsing van een traplift gebruikt door personen met een handicap of … »

Tarieven van de belasting (01.11.2025)Administratieve commentaar12.11.2025

Bekijk de 5 documenten