---
title: "Btw-beslissing E.T.110.297 · Algemene beslissing inzake directe verkopen in de sector van de energie"
description: "Algemene beslissing inzake directe verkopen in de sector van de energie. Btw-beslissing nr. E.T.110.297 van 13 mei 2008 van de Belgische belastingadministratie."
url: "https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-110-297-algemene-directe-verkopen-in-sector-4154"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/decisions-administratives/e-t-110-297-generale-matiere-vente-directe-secteur-57fb"
---

# Algemene beslissing inzake directe verkopen in de sector van de energie

**Nummer**

E.T.110.297

**Datum**

13 mei 2008

## Over het document

**Verzameling**

Administratieve beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

133 paragrafen

**Beslissing Btw nr. E.T.110.297 dd. 13.05.2008**

*Algemene beslissing inzake directe verkopen in de sector van de energie en de telecommunicatie*

1\. Onderhavige beslissing heeft tot doel de leveranciers van gas en elektriciteit alsmede de operatoren inzake telecommunicatie, die voor de werving van abonnees bij het cliënteel een beroep doen op zelfstandige tussenpersonen, de mogelijkheid te bieden om een machtiging aan te vragen bij de centrale diensten van de AOIF teneinde de onderstaande bijzondere regeling onder welbepaalde voorwaarden te kunnen toepassen. Deze regeling voorziet in een afwijking op de principes van de btw-identificatie van de tussenpersonen, op de betalingsmodaliteiten van de btw evenals op bepaalde op het stuk van de btw na te leven formaliteiten.

**Hoofdstuk I. - Toepassingsgebied.**

2\. Deze beslissing beoogt de diensten verricht door makelaars die voor hun opdrachtgevers tussenkomen bij het werven van abonnees hetzij voor leveringen van gas en/of elektriciteit, hetzij voor diensten inzake telecommunicatie. De abonnees moeten de hoedanigheid hebben van eindverbruiker (particulieren en ondernemingen). Als opdrachtgevers komen uitsluitend de leveranciers van gas en/of elektriciteit alsmede de operatoren inzake telecommunicatie (hierna steeds "organisatoren" genoemd) in aanmerking.

3\. Genoemde makelaars (hierna steeds "tussenpersonen" genoemd) handelen als gewone last hebbers en ontvangen van de organisator een commissie voor hun verrichte diensten. Deze commissie kan bestaan uit een éénmalige vergoeding per aangebrachte abonnee of uit periodieke vergoedingen in functie van het verbruik van de abonnees. Het aantal tussenpersonen die optreden als lasthebbers voor de werving van één abonnee is niet beperkt voor zover het commissieloon rechtstreeks wordt toegekend door de organisator aan elke tussenpersoon. Indien de tussen persoon nog een andere vergoeding ontvangt van de organisator (b.v. voor het opleiden en het coachen van andere tussenpersonen), volgt deze vergoeding dezelfde regeling als genoemde commissies.

4\. De beslissing nr. E.T. 102.595 van 19juni 2002 inzake directe verkopen kan in geen enkel geval worden gebruikt in de sector van de energie en telecommunicatie.

5\. Tussenpersonen die optreden als koper/wederverkoper of ontvanger en verstrekker van diensten, of meer algemeen, als commissionair in de zin van de artikelen [13, §2](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13), en [20, § 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-20), van het Btw-Wetboek zijn van onderhavige regeling uitgesloten.

6\. De organisatoren moeten beschikken overeen Belgisch btw-identificatienummer. Indien een organisator niet in België is gevestigd, dient hij een hier te lande gevestigde aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen om deze regeling te kunnen toepassen.

7\. De methode van kettingverkoop als bedoeld in artikel 84 van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument is uitdrukkelijk uitgesloten van de onderhavige beslissing.

De organisator mag derhalve geen enkele vorm van vergoeding/schadeloosstelling vragen aan de tussenpersoon wegens zijn toetreding tot het systeem of op eender welk ander tijdstip om abonnees te kunnen werven bij het cliënteel.

Indien bij de behandeling van de aanvraag om vergunning (zie hoofdstuk II) zou blijken dat de organisator op eender welke wijze niet voldoet aan deze voorwaarde, kan de Administratie het voordeel van onderhavige beslissing weigeren.

**Hoofdstuk II. - Na te leven formaliteiten om de onderhavige beslissing te kunnen toepassen.**

8\. De organisator kan schriftelijk een machtiging aanvragen om de onderhavige beslissing te mogen toepassen. Hij dient zijn aanvraag te richten aan het volgende adres:

FOD Financiën

Centrale diensten AOIF - Sector BTW

Directie II/2

North Galaxy, Toren A

Koning Albert II-laan 33, bus 22

1030 Brussel

9\. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de aanvraag van een dergelijke machtiging in hoofde van de organisator veronderstelt dat hij akkoord gaat met alle hiernavolgende bepalingen die voorzien in een afwijking op de principes van de identificatie van de tussenpersonen, van de voldoening van de btw en van bepaalde op het stuk van de btw na te leven formaliteiten.

Geen enkele bijkomende afwijking zal worden toegestaan.

10\. Deze aanvraag tot vergunning dient minstens de volgende inlichtingen en stukken te bevatten:

· de coördinaten van de organisator;

· zijn Belgisch btw-identificatienummer;

· de aard van de goederen of van de diensten die aan de eindverbruikers zullen worden geleverd of verstrekt;

· een kopie van de overeenkomst die de organisator met zijn tussenpersonen sluit;

· een vermelding waarin de organisator aanvaardt en zich ertoe verbindt om alle bepalingen van de onderhavige beslissing na te leven;

· een vermelding waarin hij zich ertoe verbindt om alle tussenpersonen die zullen tussenkomen bij de leveringen of de diensten, in te lichten van de regeling voorzien in de onderhavige beslissing.

11\. Er wordt voor alle duidelijkheid benadrukt dat de toekenning van een dergelijke machtiging de verbintenis vereist van de organisator om de inhoud ervan mede te delen aan elke tussenpersoon die in naam en voor rekening van eerstgenoemde optreedt. De uitreiking van deze machtiging heeft bovendien tot gevolg dat elke tussenpersoon de bepalingen van deze beslissing moet naleven.

12\. Indien de organisator de machtiging om te genieten van de hierna beschreven regeling niet aanvraagt, moet hij, evenals al zijn tussenpersonen, alle principes die van toepassing zijn krachtens de btw-wetgeving en de Koninklijke besluiten tot uitvoering daarvan, naleven.

Geen enkele afwijking op deze principes zal worden toegekend.

**Hoofdstuk III. - Toepasselijke regeling.**

## Drie situaties dienen te worden onderscheiden:

**1) De tussenpersoon kiest ervoor geenbtw-identificatienummer aan te vragen en ziet bijgevolg af van zijn recht op aftrek voor de gehele periode waarin hij geen nummer heeftaangevraagd.**

13\. In dit geval heeft de tussenpersoon de hoedanigheid van btw-belastingplichtige maar wordt hij, krachtens de onderhavige beslissing, niet als dusdanig geïdentificeerd. Deze situatie is echter enkel mogelijk indien de tussenpersoon nog geenbtw-identificatienummer heeft voor een andere activiteit.

14\. In afwijking van de normale regeling inzake btw, is de btw niet van toepassing op de commissie verkregen door de tussenpersoon voor de diensten die hij heeft verricht voorde organisator. Hij heeft bovendien geen recht op aftrek van de btw die hem in rekening wordt gebracht.

15\. De tussenpersoon is er niet toegehouden het controlekantoor waaronder hij ressorteert in te lichten van zijn aanvang van activiteit, ongeacht de omzet die hij zal realiseren. Hij moet noch de aangifte van aanvang van activiteit (document nr. 604A), noch periodieke btw-aangiften, noch de jaarlijkse listing van belastingplichtige klanten indienen. Hij moet evenmin een boek voor inkomende facturen noch een boek vooruitgaande facturen houden.

16\. In deze situatie dient de medecontractant (de organisator) verplicht gebruik te maken van het systeem van self-billing en moet hij, ten minste eenmaal per maand, aan de tussenpersoon een document uitreiken dat dienst doet als factuur. De organisator vermeldt op dat document de diensten die aan hem werden verricht door de tussenpersoon. Genoemd document dient de volgende gegevens te bevatten:

· de datum waarop het is opgesteld;

· de vermeldingen bedoeld in [artikel 5, §1, 2°, 3°, 5°, 6°, 8° en11° van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde;

· de vermelding "btw niet van toepassing - Beslissing nr. E.T. 110.297 van 13 mei 2008"

De door de organisator uitgereikte documenten moeten voor elke tussenpersoon individueel en op een ononderbroken wijze worden genummerd.

17\. De tussenpersoon wordt geacht akkoord te gaan met de inhoud van de afrekening indien hij niet reageert binnen een termijn die aanvangt op het tijdstip van ontvangst van de afrekening en die verstrijkt op het einde van de tweede kalendermaand die volgt op de kalendermaand waarin de medecontractant de afrekening heeft uitgereikt aan de tussenpersoon. Deze termijn is een vervaltermijn die in geen enkelgeval kan worden verlengd.

Indien daarentegen de tussenpersoon opmerkingen heeft omtrent de inhoud van de aan hem toegezonden afrekening, moet hij deze opmerkingen binnen de hierboven gestelde termijn op expliciete wijze melden aan de organisator. Voor deze doeleinden gebruikt hij een aanvaardingsstuk dat hij in twee exemplaren opstelt. Dit document bevat minstens de volgende vermeldingen : de datum van uitreiking ervan aan de organisator, de coördinaten van de tussenpersoon en van de organisator, de referenties van de afrekening waarvoor opmerkingen worden gemaakt -d.w.z. de datum van uitreiking en het volgnummer van de afrekening-, alsmede de omstandige opgave van de redenen van niet-akkoord. De tussenpersoon ondertekent beide exemplaren van het aanvaardingsstukken stuurt één exemplaar ervan naar de organisator. Wanneer de tussenpersoon niet zelf ondertekent, in het bijzonder wanneer het gaat om een rechtspersoon, dient de handtekening van de ondertekenaar te worden gevolgd door zijn hoedanigheid (mandataris, zaakvoerder, bestuurder, …). Beide partijen dienen hun exemplaar van het aanvaardingsstuk te bewaren als bewijs van het niet-akkoord van de tussenpersoon met de inhoud van de afrekeningen van het tijdstip waarop deze opmerkingen werden toegezonden aan de organisator.

Bij ontvangst van het stuk waaruit het niet-akkoord blijkt, moet de organisator zonder verwijl een verbeterend stuk met betrekking tot de betwiste afrekening uitreiken aan de tussenpersoon.

18\. De organisator stelt de inzake directe belastingen vereiste fiches 281.50 alsook de samenvattende opgaven325.50 op met betrekking tot de diensten die hem door de tussenpersonen werden verleend. Hij verzendt deze gegevens naar de Administratie binnen de inzake die materie voorziene termijn.

19\. Tenslotte neemt de organisator inrooster 82 van zijn periodieke btw-aangifte het globale bedrag opvan de hiervoor bedoelde documenten die hij heeft opgemaakt tijdens de periode waarop deze aangifte betrekking heeft.

**2) De tussenpersoon kiest ervoor eenbtw-identificatienummer aan te vragen en is nog niet voorbtw-doeleinden geïdentificeerd voor een andere activiteit.**

20\. In dat geval en in het kader van de onderhavige machtiging, is de toepassing van de vrijstellingsregeling van belasting voorzien in [artikel 56, §2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) uitgesloten. De tussenpersoon is een belastingplichtige, indiener van kwartaal- of maandaangiften, al naar gelang het geval.

21\. Hij is ertoe gehouden het btw-controlekantoor waaronder hij ressorteert in te lichten van zijn aanvang van activiteit (document nr. 604A).

22\. Derhalve zijn de diensten van de tussenpersoon, titularis van een btw-identificatienummer, onderworpen aan de normale regeling inzake btw. De door de tussenpersoon als tegenprestatie van zijn diensten verkregen commissies zijn derhalve onderworpen aan de belasting. De tussenpersoon heeft recht op aftrek van de btw die hem in rekening wordt gebracht.

23\. Voor wat de facturering van de commissies betreft, kan overeenkomstig artikel 6 van voornoemd koninklijk besluit nr. 1 eventueel gebruik worden gemaakt van de procedure van self-billing (zie circulaire AOIF nr. 48 van 8december 2005).

Bijgevolg dient volgend onderscheid te worden gemaakt:

*A. De tussenpersoon reikt zelf een factuur uit voor zijn diensten.*

24\. In dit geval is de normale btw-regeling van toepassing. De tussenpersoon reikt binnen de door de reglementering voorziene termijn een factuur uit aan de organisator met vermelding van het toepasselijke btw-tarief en het bedrag aan verschuldigde btw.

25\. Hij neemt het bedrag van de commissies(maatstaf van heffing) met betrekking tot de bedoelde aangifteperiode op in rooster 03 van zijn periodieke btw-aangifte en de verschuldigde btw in rooster 54. De aftrek van de voorbelasting kan worden uitgeoefend volgens de gewone regels inrooster 59 van de aangifte.

*B. Beide partijen komen overeen om de procedure van self-billing toe te passen.*

26\. Indien wordt gekozen voor de procedure van self-billing, zal de organisator een factuur uitreiken in naam en voor rekening van de tussenpersoon. Deze regeling veronderstelt dat genoemde partijen een voorafgaand akkoord tot gebruik van de procedure self-billing sluiten overeenkomstig de modaliteiten opgesomd in nummer 21 van de circulaire AOIF nr. 48 van 8 december2005.

27\. In dit geval dient echter nog een bijkomend onderscheid te worden gemaakt. Overeenkomstig nummer 60,punten c, eerste streepje, en f van de in het voorgaande lid bedoelde circulaire heeft de organisator, als medecontractant van de tussenpersoon, de keuze om al dan niet de verlegging van heffing toe te passen. Indien hij opteert voor de verlegging van heffing, moet hij dit echter doen ten aanzien van alle tussenpersonen die in deze tweede situatie zijn beoogd (vrijwillige aanvraag van een btw-nummer zonder reeds te zijn geïdentificeerd voor een andere activiteit) of die reeds gehouden zijn tot het indienen van periodieke aangiften voor een andere activiteit (zie nummer 50hierna) en voor zover de procedure van self-billing wordt gebruikt.

*a) De organisator opteert voor de verlegging van heffing. De verschuldigde btw dient te worden voldaan door de organisator.*

28\. Hierbij dienen de volgende voorwaarden te worden nageleefd :

· de door de organisator verrichte keuze om de verlegging van heffing toe te passen moet uitdrukkelijk worden opgenomen in het voorafgaand akkoord tot gebruik van de procedure self-billing (zie [circulaire AOIF nr. 48/2005](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/48-2005-aoif-autofacturation-09be), nummer 21, punt i);

· de organisator en de tussenpersoon dienen het btw-controlekantoor waaronder zij respectievelijk ressorteren, in te lichten omtrent de toepassing van de verlegging van heffing (zie [circulaire AOIF nr. 48/2005](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/48-2005-aoif-autofacturation-09be), nummer 60, punten h en i);

· de organisator maakt, binnen de termijn voorzien inzake facturering, in twee exemplaren de factuur op met betrekking tot de door de tussenpersoon verstrekte dienst. Dit document bevat de gewone factuurvermeldingen als bedoeld in [artikel 5, §1, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) alsmede, in plaats van het btw-tarief en het bedrag van de verschuldigde btw, de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant - [Circulaire AOIF nr.48/2005](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/48-2005-aoif-autofacturation-09be)". Voor de nummering van dit document gebruikt de organisator een volgnummer genomen uit een ononderbroken reeks die wordt bepaald per onderscheiden tussenpersoon;

· het dubbel van dit document wordt uitgereikt aan de tussenpersoon;

· in beginsel wordt het principe van de impliciete aanvaarding van het uitgereikte document toegepast. Dit houdt in dat de tussenpersoon binnen een tussen de partijen bedongen termijn(die niet langer mag zijn dan het einde van de tweede kalendermaandvolgend op de maand waarin de btw over de gefactureerde commissie opeisbaar is geworden) niet zal reageren indien hij akkoord gaat met de inhoud van de door de organisator uitgereikte factuur. In het geval van niet-akkoord met de inhoud van de factuur, zullen de bepalingen vermeld in nummer 17 hiervoor mutatis mutandis worden toegepast;

· de tussenpersoon boekt dit document in een afzonderlijk sub boek voor uitgaande facturen volgens de nummering vermeld op dit document.

29\. De organisator moet de btw voldoen inde plaats van de tussenpersoon. Hij vermeldt het bedrag van de commissies (maatstaf van heffing), toegekend aan de tussenpersonen, aangaande de betrokken aangifteperiode in de roosters 82 en 87 van zijn periodieke btw-aangifte. Het bedrag van de over deze commissies verschuldigde btw neemt hij op in rooster 56. De aftrek van die belasting kan worden uitgeoefend volgens de gewone regels in rooster 59 van dezelfde aangifte.

30\. De tussenpersoon neemt het bedrag van de ontvangen commissies (maatstaf van heffing) aangaande de betrokken aangifteperiode op in rooster 45 van zijn periodieke btw-aangifte.

31\. Bovendien dient de tussenpersoon deze commissies te vermelden in zijn jaarlijkse listing van belastingplichtige klanten.

*b)* *De organisator opteert niet voor de verlegging van heffing. De verschuldigde btw dient te worden voldaan door de tussenpersoon*

32\. In dit geval dienen de volgende voorwaarden te worden nageleefd :

· de organisator maakt, binnen de termijn voorzien inzake facturering, in twee exemplaren de factuur op met betrekking tot de door de tussenpersoon verstrekte dienst. Dit document bevat de gewone factuurvermeldingen als bedoeld in [artikel 5, §1, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa). In dit geval dient het btw-tarief en de verschuldigde btw wel te worden vermeld. Voor de nummering van dit document gebruikt de organisator een volgnummer genomen uit een ononderbroken reeks die wordt bepaald per onderscheiden tussenpersoon;

· het dubbel van dit document wordt uitgereikt aan de tussenpersoon;

· aangezien de tussenpersoon gehouden is de verschuldigde belasting te voldoen aan de Schatkist, dient de expliciete procedure van aanvaarding te worden toegepast. In beginsel geschiedt deze aanvaarding door middel van een afzonderlijk aanvaardingsstuk dat de tussenpersoon voor deze doeleinden opmaakt in twee exemplaren. De expliciete aanvaarding kan echter ook gebeuren op het document van de afrekening zelf. In dit geval reikt de organisator beide exemplaren van de afrekening uit aan de tussenpersoon. Na verificatie ondertekent laatstgenoemde beide exemplaren voor akkoord en stuurt het origineel terug naar de organisator. In geval van niet-akkoord worden de bepalingen vermeld in nummer 17 hiervoor mutatis mutandis toegepast;

· de tussenpersoon boekt dit document in een afzonderlijk subboek voor uitgaande facturen volgens de nummering eigen aan dit document.

33\. De tussenpersoon dient de verschuldigde btw te voldoen. Hij vermeldt het bedrag van de ontvangen commissies(maatstaf van heffing) aangaande de betrokken aangifteperiode in het rooster 03 van de periodieke btw-aangifte. Het bedrag van de over deze commissies verschuldigde btw neemt hij op in rooster 54.

34\. Bovendien dient de tussenpersoon deze commissies te vermelden in zijn jaarlijkse listing van belastingplichtige klanten.

**3) De tussenpersoon oefent eveneens een andere activiteituit waarvoor hij reeds de hoedanigheid van btw-belastingplichtigebezit.**

**3.1. Voor deze andere activiteit moet hij geen periodiekebtw-aangiften indienen.**

35\. In dit geval merkt de Administratie de tussenpersoon aan als een persoon die de hoedanigheid van btw-belastingplichtige heeft voor de activiteit van makelarij, maar die voor deze activiteit niet als zodanig is geïdentificeerd. Dit uitgangspunt geldt eveneens in het geval waarin de tussenpersoon reeds titularis is van een btw-identificatienummer voor zijn andere activiteit (bijvoorbeeld wanneer hij voor deze andere activiteit geniet van de vrijstellingsregeling van de belasting voorzien in [artikel 56, §2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56)).

36\. In afwijking van de gewone regels inzake btw, wordt er geen heffing van btw toegepast op de aan de tussenpersoon toegekende commissie voor de door hem verrichte dienst. Hij heeft ook geen recht op aftrek van de btw die hem inrekening wordt gebracht.

37\. In voorkomend geval worden de door de tussenpersoon ontvangen commissies niet in aanmerking genomen voor het bepalen of de drempel van 5.580 EUR met betrekking tot de vrijstellingsregeling al dan niet is overschreden. Indien er een overschrijding van voormelde drempel van 5.580 EUR zou geschieden voor deze andere activiteit, moet er toepassing worden gemaakt van de bepalingen voorzien onder punt 3.2. hierna.

38\. De tussenpersoon is er niet toegehouden het controlekantoor waaronder hij ressorteert in te lichten van zijn wijziging van activiteit en dit ongeacht de omzet die hij zal realiseren. Hij moet noch een aangifte van aanvang of wijziging van activiteit (document nr. 604A of 604B), noch periodieke btw-aangiften indienen. De commissies ontvangen voor zijn activiteit als tussenpersoon moeten niet worden opgenomen inde jaarlijkse listing klanten die hij eventueel moet indienen voor zijn andere activiteit.

39\. In deze situatie dient de organisator verplicht gebruik te maken van het systeem van self-billing en reikt hij, ten minste eenmaal per maand, aan de tussenpersoon een document uit dat dienst doet als factuur. Op dat document vermeldt de organisator de diensten die hem werden verstrekt door de tussenpersoon. Dat document dient de volgende gegevens te bevatten:

· de datum waarop het is opgesteld;

· de vermeldingen voorzien in [artikel 5, §1, 2°, 3°, 5°, 6°, 8°en 11° van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde;

· de vermelding "btw niet van toepassing - Beslissing nr. E.T. 110.297 van 13 mei 2008".

De door de organisator uitgereikte documenten moeten voor elke tussenpersoon individueel en op een ononderbroken wijze worden genummerd.

40\. De tussenpersoon wordt geacht akkoord te gaan met de inhoud van de afrekening indien hij niet reageert binnen een termijn die aanvangt op het tijdstip van ontvangst van de afrekening en die verstrijkt op het einde van de tweede kalendermaand die volgt op de kalendermaand waarin de medecontractant de afrekening heeft uitgereikt aan de tussenpersoon. Deze termijn is een vervaltermijn die in geen enkelgeval kan worden verlengd.

Indien daarentegen de tussenpersoon opmerkingen heeft omtrent de inhoud van de aan hem toegezonden afrekening, moet hij deze opmerkingen binnen de hierboven gestelde termijn op expliciete wijze melden aan de organisator. Voor deze doeleinden gebruikt hij een aanvaardingsstuk dat hij in twee exemplaren opstelt. Dit document bevat minstens de volgende vermeldingen : de datum van uitreiking ervan aan de organisator, de coördinaten van de tussenpersoon en van de organisator, de referenties van de afrekening waarvoor opmerkingen worden gemaakt -d.w.z. de datum van uitreiking en het volgnummer van de afrekening-, alsmede de omstandige opgave van de redenen van niet-akkoord. De tussenpersoon ondertekent beide exemplaren van het aanvaardingsstukken stuurt één exemplaar ervan naar de organisator. Wanneer de tussenpersoon niet zelf ondertekent, in het bijzonder wanneer het gaat om een rechtspersoon, dient de handtekening van de ondertekenaar te worden gevolgd door zijn hoedanigheid (mandataris, zaakvoerder, bestuurder, …). Beide partijen dienen hun exemplaar van het aanvaardingsstuk te bewaren als bewijs van het niet-akkoord van de tussenpersoon met de inhoud van de afrekeningen van het tijdstip waarop deze opmerkingen werden toegezonden aan de organisator.

Bij ontvangst van het stuk waaruit het niet-akkoord blijkt, moet de organisator zonder verwijl een verbeterend stuk met betrekking tot de betwiste afrekening uitreiken aan de tussenpersoon.

41\. De organisator stelt de inzake directe belastingen vereiste fiches 281.50 alsook de samenvattende opgaven325.50 op met betrekking tot de diensten die aan hem door de tussenpersonen werden verleend. Hij verzendt deze gegevens naar de Administratie binnen de inzake die materie voorziene termijn.

42\. De organisator vermeldt in rooster 82van zijn periodieke btw-aangifte het globaal bedrag van de voormelde documenten die hij heeft opgemaakt tijdens de periode waarop deze aangifte betrekking heeft.

43\. Opmerking :

In het kader van deze beslissing is er een onverenigbaarheid tussen, enerzijds, de vrijstellingsregeling van de belasting waarvan de tussenpersoon zou genieten voor zijn andere activiteit en, anderzijds, de keuze om zijn activiteiten als tussenpersoon aan het gewone regime van belastingplichtige maand-of kwartaalindiener te onderwerpen.

Derhalve wordt de mogelijkheid geboden voor een tussenpersoon welke van de vrijstellingsregeling van de belasting geniet voor zijn andere activiteit om te opteren voor het gewone regime van belastingplichtige indiener voor het geheel van zijn activiteiten.

Deze optie brengt dus het verlies van het voordeel van de voormelde vrijstellingsregeling van de belasting met zich mede voor de door de tussenpersoon uitgeoefende andere activiteit. In dit geval zal hij derhalve voor het geheel van zijn activiteiten onderworpen worden aan alle verplichtingen vermeld onder punt 3.2. hierna.

Deze optie voor het stelsel van belastingplichtige indiener geschiedt door indiening, op het controlekantoor waaronder de tussenpersoon ressorteert, van een document van wijziging van activiteit (document nr. 604B) waarin hij de keuze uitdrukt om periodieke btw-aangiften voor het geheel van zijn activiteiten in te dienen.

**3.2. Voor deze andere activiteit dient hij reeds periodieke btw-aangiften (kwartaal- of maandaangiften) in.**

44\. De tussenpersoon is gehouden tot indiening, op het controlekantoor waaronder hij ressorteert, vaneen document van wijziging van activiteit (nr. 604B) waarin hijmelding maakt van de uitbreiding van zijn activiteiten.

45\. De diensten verricht door de tussenpersoon zijn onderworpen aan het gewone btw-regime en de commissies die hij ontvangt zijn dus aan de belasting onderworpen. Hij heeft echter recht op aftrek van de btw die hem in rekening wordt gebracht.

46\. Voor wat de facturering van de commissies betreft, kan overeenkomstig artikel 6 van voornoemd koninklijk besluit nr. 1 eventueel gebruik gemaakt worden van de procedure van self-billing (zie circulaire AOIF nr. 48 van 8december 2005).

Bijgevolg dient volgend onderscheid te worden gemaakt:

*A. De tussenpersoon reikt zelf een factuur uit voor zijn diensten.*

47\. In dit geval is de normale btw-regeling van toepassing. De tussenpersoon reikt binnen de door de reglementering voorziene termijn een factuur uit aan de organisator met vermelding van het toepasselijke btw-tarief en het bedrag aan verschuldigde btw.

48\. Hij neemt het bedrag van de commissies(maatstaf van heffing) aangaande de betrokken aangifteperiode op in het rooster 03 van zijn periodieke btw-aangifte en de verschuldigde btw in rooster 54. De aftrek kan worden uitgeoefend volgens de gewone regels in rooster 59 van de aangifte.

*B. Beide partijen komen overeen de procedure vanself-billing toe te passen.*

49\. Indien wordt gekozen voor de procedure van self-billing, zal de organisator een factuur uitreiken in naam en voor rekening van de tussenpersoon. Deze regeling veronderstelt dat genoemde partijen een voorafgaand akkoord tot gebruik van de procedure self-billing sluiten overeenkomstig de modaliteiten opgesomd in nummer 21 van de circulaire AOIF nr. 48 van 8 december2005.

50\. In dit geval dient echter nog een bijkomend onderscheid te worden gemaakt. Overeenkomstig nummer 60,punten c, eerste streepje, en f van de in het voorgaande lid bedoelde circulaire heeft de organisator, als medecontractant van de tussenpersoon, de keuze om al dan niet de verlegging van heffing toe te passen. Indien hij opteert voor de verlegging van heffing, moet hij dit echter doen ten aanzien van alle tussenpersonen die in deze situatie zijn beoogd (andere activiteit met indiening van aangiften) of die ervoor gekozen hebben om een btw-identificatienummer aan te vragen en nog niet als zodanig waren geïdentificeerd voor een andere activiteit (zie nummer 27hierboven), voor zover in deze gevallen de procedure van self-billing wordt gebruikt.

*a) De organisator opteert voor de verlegging van heffing. De verschuldigde btw dient te worden voldaan door de organisator.*

51\. Hierbij dienen de volgende voorwaarden te worden nageleefd :

· de door de organisator verrichte keuze om de verlegging van heffing toe te passen moet uitdrukkelijk worden opgenomen in het voorafgaand akkoord tot gebruik van de procedure self-billing (zie [circulaire AOIF nr. 48/2005](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/48-2005-aoif-autofacturation-09be), nummer 21, punt i);

· de organisator en de tussenpersoon dienen het btw-controlekantoor waaronder zij respectievelijk ressorteren, in te lichten omtrent de toepassing van de verlegging van heffing (zie [circulaire AOIF nr. 48/2005](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/48-2005-aoif-autofacturation-09be), nummer 60, punten h en i);

· de organisator maakt, binnen de termijn voorzien inzake facturering, in twee exemplaren de factuur op met betrekking tot de door de tussenpersoon verstrekte dienst. Dit document bevat de gewone factuurvermeldingen als bedoeld in [artikel 5, §1, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) alsmede, in plaats van het btw-tarief en het bedrag van de verschuldigde btw, de vermelding "Belasting te voldoen door de medecontractant - [Circulaire AOIF nr.48/2005](https://juriel.be/nl/omzendbrieven/48-2005-aoif-autofacturation-09be)". Voor de nummering van dit document gebruikt de organisator een volgnummer genomen uit een ononderbroken reeks die wordt bepaald per onderscheiden tussenpersoon;

· het dubbel van dit document wordt uitgereikt aan de tussenpersoon;

· in beginsel wordt het principe van de impliciete aanvaarding van het uitgereikte document toegepast. Dit houdt in dat de tussenpersoon binnen een tussen de partijen bedongen termijn(die niet langer mag zijn dan het einde van de tweede kalendermaandvolgend op de maand waarin de btw over de gefactureerde commissie opeisbaar is geworden) niet zal reageren indien hij akkoord gaat met de inhoud van de door de organisator uitgereikte factuur. In het geval van niet-akkoord met de inhoud van de factuur, zullen de bepalingen vermeld in nummer 17 hiervoor mutatis mutandis worden toegepast;

· de tussenpersoon boekt dit document in een afzonderlijk sub boek voor uitgaande facturen volgens de nummering vermeld op dit document.

52\. De organisator moet de btw voldoen inde plaats van de tussenpersoon. Hij vermeldt het bedrag van de commissies (maatstaf van heffing), toegekend aan de tussenpersonen, aangaande de betrokken aangifteperiode in de roosters 82 en 87 van zijn periodieke btw-aangifte. Het bedrag van de over deze commissies verschuldigde btw neemt hij op in rooster 56. De aftrek van die belasting kan worden uitgeoefend volgens de gewone regels in rooster 59 van dezelfde aangifte.

53\. De tussenpersoon neemt het bedrag van de ontvangen commissies (maatstaf van heffing) aangaande de betrokken aangifteperiode op in rooster 45 van zijn periodieke btw-aangifte.

54\. Bovendien dient de tussenpersoon deze commissies te vermelden in zijn jaarlijkse listing van belastingplichtige klanten.

*b) De organisator opteert niet voor de verlegging van heffing. De verschuldigde btw dient te worden voldaan door de tussenpersoon.*

55\. In dit geval dienen de volgende voorwaarden te worden nageleefd :

· de organisator maakt, binnen de termijn voorzien inzake facturering, in twee exemplaren de factuur op met betrekking tot de door de tussenpersoon verstrekte dienst. Dit document bevat de gewone factuurvermeldingen als bedoeld in [artikel 5, §1, van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa). In dit geval dient het btw-tarief en de verschuldigde btw wel te worden vermeld. Voor de nummering van dit document gebruikt de organisator een volgnummer genomen uit een ononderbroken reeks die wordt bepaald per onderscheiden tussenpersoon;

· het dubbel van dit document wordt uitgereikt aan de tussenpersoon;

· aangezien de tussenpersoon gehouden is de verschuldigde belasting te voldoen aan de Schatkist, dient de expliciete procedure van aanvaarding te worden toegepast. In beginsel geschiedt deze aanvaarding door middel van een afzonderlijk aanvaardingsstuk dat de tussenpersoon voor deze doeleinden opmaakt in twee exemplaren. De expliciete aanvaarding kan echter ook gebeuren op het document van de afrekening zelf. In dit geval reikt de organisator beide exemplaren van de afrekening uit aan de tussenpersoon. Na verificatie ondertekent laatstgenoemde beide exemplaren voor akkoord en stuurt het origineel terug naar de organisator. In geval van niet-akkoord worden de bepalingen vermeld in nummer 17 hiervoor mutatis mutandis toegepast;

· de tussenpersoon boekt dit document in een afzonderlijk sub boek voor uitgaande facturen volgens de nummering eigen aan dit document.

56\. De tussenpersoon dient de verschuldigde btw te voldoen. Hij vermeldt het bedrag van de ontvangen commissies(maatstaf van heffing) aangaande de betrokken aangifteperiode in het rooster 03 van de periodieke btw-aangifte. Het bedrag van de over deze commissies verschuldigde btw neemt hij op in rooster 54.

57\. Bovendien dient de tussenpersoon deze commissies te vermelden in zijn jaarlijkse listing van belastingplichtige klanten.

(Beslissing nr. E.T.110.297 van 13 mei 2008)

J. Marckx

Directeur

## Aangehaalde teksten

4

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 6 voorkomens

[WBTW art. 56](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) 2 voorkomens

[WBTW art. 13](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-13) 1 voorkomen

[WBTW art. 20](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-20) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

1

[Fiches van de administratieve commentaar 1](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-110-297-algemene-directe-verkopen-in-sector-4154/documenten?type=commentaar)

« … werven van abonnees-eindverbruikers, hetzij voor leveringen van gas en/of elektriciteit, hetzij voor diensten inzake telecommunicatie, waarbij de leverancier van gas en elektriciteit of de operator inzake telecommunicatie een bijzondere vergunning geniet ( beslissing nr. E.T. 110.297 van 13.05.2008 ) • artsen en ziekenhuizen die naast hun krachtens artikel 44 van het Btw-Wetboek vrijgestelde activiteiten geen andere met btw belaste activiteit verrichten dan onderzoekswerk, met inbegrip van klinische proeven en kiezen voor de bijzondere regeling voor … »

[Regeling voor de voldoening van de belasting (30.06.2021)](https://juriel.be/nl/btw-commentaar/regeling-voldoening-belasting-2ece) Administratieve commentaar 05.05.2022

[Bekijk het document](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-110-297-algemene-directe-verkopen-in-sector-4154/documenten)
