Beslissing Btw nr. E.T.108.597 dd. 13.01.2005
Terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen - Behoud van het standpunt van de administratie
In een vonnis van 19 mei 2004 heeft de rechtbank van eerste aanleg te Brussel zich uitgesproken over het BTW-regime (belastingheffing of vrijstelling) inzake de verhuur van een onroerend goed dat wordt aangewend voor gemengd gebruik : kantoorruimte en bergruimte.
In deze zaak was de rechtbank van oordeel dat deze problematiek moet worden opgelost, rekening houdend met de hoofdbestemming van het gebouw voor gemengd gebruik. In casu, waarbij de oppervlakte bestemd voor het opslaan van goederen veel groter is dan deze die bestemd is voor kantoorruimte (1780 m² voor de opslag van goederen op een totale oppervlakte van 2660m²), was de rechtbank van mening dat de opeenvolgende verhuringen van dit onroerend goed, waarvan twee uitsluitend betrekking hadden op bergruimte, dienstverrichtingen waren onderworpen aan de BTW uit hoofde van de terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen.
Dit vonnis heeft voor veel commentaren gezorgd, waarvan bepaalde het voorwerp waren van publicaties (z. inzonderheid F. Mennig, " Verhuring van gebouwen voor gemengd gebruik", Nieuwsbrief BTW-Bulletin, nr. 04/20-1) waarbij de auteurs ervan zijn uitgegaan dat de administratie haar standpunt wijzigde inzake de terbeschikkingstelling van bergruimte.
Ten einde verwarring te vermijden en met het oog op een zekere duidelijkheid voor de betrokken belastingplichtigen met betrekking tot deze materie en niettegenstaande het standpunt dat zij heeft verdedigd in de voornoemde zaak, wenst de administratie te bevestigen dat het standpunt met betrekking tot het toepasselijk BTW-regime inzake het ter beschikking stellen van bergruimte voor het opslaan van goederen, dat het voorwerp uitmaakt van de beslissing van 29 september 1995, nr. E.T. 84.364 (z. BTW-revue nr. 119, nr. 1017, blz. 69-72 en nr. 122, nr. 1017, blz. 493) volledig wordt behouden.
Zo is de administratie nog steeds van oordeel dat de vrijstelling, beoogd door artikel 44, § 3, 2°, van het BTW-Wetboek, voor het geheel van toepassing blijft ten aanzien van de terbeschikkingstelling van eenzelfde gebouw dat zowel wordt gebruikt voor het opslaan van goederen als voor de verkoop van deze goederen of als kantoorruimte.
Ze aanvaardt evenwel dat de voornoemde vrijstelling niet van toepassing is wanneer er in de bergruimte een kantoor of een plaats is voorzien voor personen die belast zijn met het beheer van de opgeslagen goederen, voor zover de oppervlakte van dat kantoor of die plaats niet meer bedraagt dan10 pct van de totale oppervlakte van het gebouw.
Ter informatie wordt er nog op gewezen dat het standpunt van de administratie werd aanvaard en bevestigd door een ander vonnis van de rechtbank van eerste aanleg van Brussel, dd. 26 april 2002.