Beslissing Btw nr. E.T.107.216/2 dd. 20.12.2006
Uitbreiding van de Europese Unie op 1 januari 2007 - Intracommunautaire handelingen - Voorwaarden waaronder intracommunautaire leveringen naar een van de twee nieuwe Lid-Staten worden vrijgesteld ingeval de koper nog niet beschikt over een geldig BTW identificatienummer
Situering van het probleem:
Op 1 januari 2007 treden de Republiek Bulgarije en de Republiek Roemenië toe tot de Europese Unie. Deze toetreding heeft vanaf deze datum aangaande het goederenverkeer met deze landen de opheffing van iedere grenscontrole op fiscaal vlak tot gevolg.
Met andere woorden, vanaf de toetreding zal het belastingregime voor transacties tussen de Lid-Staten (intracommunautaire leveringen en verwervingen) toegepast moeten worden in de plaats van het regime van belastingheffing bij invoer en vrijstelling bij uitvoer dat van toepassing is bij transacties met "derde" landen.
Deze situatie is vergelijkbaar met deze die ontstond bij de realisatie van de interne Markt op 1 januari 1993 en bij de uitbreidingen van de EU op 1 januari 1995 (toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden) en op 1 mei 2004 (toetreding van Cyprus, Estland, Letland, Litouwen, Hongarije, Malta, Polen, Slovenië, de Republiek Slowakije en de Republiek Tsjechië).
Het is mogelijk dat een aantal belastingplichtigen van de nieuwe Lid-Staten op 1 januari 2007 nog geen BTW identificatienummer toegewezen gekregen hebben. Deze situatie kan aanleiding geven tot moeilijkheden in het intracommunautaire handelsverkeer. Wanneer de klant geen geldig BTW-identificatienummer opgeeft, is de Belgische leverancier in principe verplicht te factureren met Belgische BTW.
Oplossing
Bij wijze van overgangsmaatregel - tot de twee nieuwe Lid-Staten klaar zijn met het toekennen van de BTW-identificatienummers- mogen de Belgische belastingplichtigen toch intracommunautair leveren met vrijstelling van BTW aan belastingplichtigen die gevestigd zijn in één van de twee nieuwe Lid-Staten, maar die nog niet over een geldig BTW-identificatienummer beschikken en dit op voorwaarde dat voldaan is aan de volgende voorwaarden:
· er moet reeds een handelsrelatie bestaan tussen de BTW-belastingplichtige klant en zijn Belgische leverancier
of
· de klant moet met stukken uitgaande van zijn administratie kunnen aantonen dat hij op het tijdstip van de levering in zijn Lid-Staat BTW-plichtig is,
en
· de klant moet in elk geval het schriftelijk kunnen bewijzen dat hij een BTW-identificatienummer heeft aangevraagd dat geldig is voor de intracommunautaire handel in de Lid-Staat waar hij de goederen intracommunautair verwerft.
Er dient evenwel te worden opgemerkt dat op het ogenblik dat de leverancier zijn intracommunautaire kwartaalopgave moet indienen (met name uiterlijk op 20 april 2007) hij in het bezit moet zijn van het buitenlands BTW-identificatienummer van de klant.
Indien één van deze voorwaarden niet is vervuld, blijft de Belgische leverancier uiteindelijk gehouden tot het afdragen van de Belgische BTW, aangezien hij in feite niet kon leveren met vrijstelling van de BTW. Deze BTW kan later, volgens de gewone regels, worden teruggegeven aan de leverancier wanneer de klant met terugwerkende kracht tot 1 januari 2007 een BTW-identificatienummer heeft bekomen en de vrijstelling van de BTW kan worden bewezen.
Voor de diensten geldt mutatis mutandis dezelfde oplossing.
*
* *
Voor verdere inlichtingen omtrent dit onderwerp kunnen de belastingplichtigen zich wenden tot hun BTW controlekantoor.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.