---
title: "Btw-beslissing E.T.102.595 · Algemene beslissing inzake directe verkopen, directe verkoop"
description: "Algemene beslissing inzake directe verkopen, directe verkoop. Btw-beslissing nr. E.T.102.595 van 19 juni 2002 van de Belgische belastingadministratie."
url: "https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-102-595-algemene-directe-verkopen-btw-verkoop-6df2"
lang: "nl"
fr: "https://juriel.be/fr/decisions-administratives/e-t-102-595-generale-matiere-vente-directe-tva-79c6"
---

# Algemene beslissing inzake directe verkopen, directe verkoop

**Nummer**

E.T.102.595

**Datum**

19 juni 2002

## Over het document

**Verzameling**

Administratieve beslissingen

**Taal van de tekst**

Nederlands

## Tekst

190 paragrafen

**Beslissing Btw nr. E.T. 102.595 dd. 19.06.2002**

*Algemene beslissing inzake directe verkopen*

1\. De onderhavige beslissing heeft tot doel, voor de organisatoren van directe verkopen, de mogelijkheid in te stellen om een machtiging aan te vragen bij de centrale diensten van de Administratie van de A.O.I.F. om te kunnen genieten van de onderstaande bijzondere regeling, die een afwijking voorziet op de principes van de BTW-identificatie van de tussenpersonen, op de betalingsmodaliteiten van de BTW evenals op welbepaalde op het stuk van de BTW na te leven formaliteiten.

**Hoofdstuk I. - Toepassingsgebied.**

2\. De door de onderhavige beslissing beoogde techniek van de directe verkopen bestaat uit de verkoop van goederen die, in de meeste gevallen, bestemd zijn voor privé-gebruik, daar ze hoofdzakelijk worden verworven door particulieren of door andere personen die niet handelen als BTW-belastingplichtige.

3\. Deze verkoop gebeurt gewoonlijk, na het nemen van een afspraak door persoonlijke contactname, op het domicilie van de verbruikers of op het domicilie van andere personen, door tussenpersonen waarvan de laatste in de verkoopsketting aan de eindverbruikers hetzij inlichtingen verstrekt met betrekking tot de voorgestelde producten, hetzij een demonstratie verricht met betrekking tot het gebruik van deze producten.

4\. De tussenpersonen die bij deze verkoop optreden handelen hetzij als gewone lasthebbers, hetzij als kopers/wederverkopers, hetzij zowel als lasthebbers en als kopers/wederverkopers. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat in het kader van de onderhavige beslissing, bij de directe verkoop slechts één tussenpersoon tussen de organisator en de eindverbruiker kan optreden in de hoedanigheid van koper/wederverkoper. Het aantal tussenpersonen die optreden als lasthebber is daarentegen niet beperkt, voor zover alle commissies aan elke tussenpersoon rechtstreeks worden toegekend door de organisator van het systeem.

5\. Bij de directe verkoop dient de prijs van de goederen die aan de eindverbruiker wordt aangerekend definitief te worden bepaald door de eerste schakel in de verkoopsketting (de organisator van het systeem). Opdat laatstgenoemde zou kunnen gebruik maken van de onderhavige beslissing, moet hij in België voor de BTW geïdentificeerd zijn. Indien hij niet in België gevestigd is, moet hij steeds een aansprakelijke vertegenwoordiger laten erkennen.

6\. Worden niet beoogd in de onderhavige beslissing: de verkoop via de telefoon, correspondentie of internet, de pyramideverkoop (waarbij een deelnemer betaalt of belooft te betalen in de verwachting daarbij een zekere winst te maken die eerder afhankelijk is van het introduceren door de deelnemer van andere personen in het systeem dan van de verkoop van goederen of van diensten door de deelnemer of door andere in het procédé geïntroduceerde personen), de verkoop van deur tot deur, evenals de diensten verleend aan de eindverbruiker.

Voor zover de tussenpersoon een vergoeding ontvangt voor de verkopen die bijkomstig zijn bij de in punt 3 beoogde verkopen en die in het bijzonder via de telefoon, correspondentie of internet worden verricht, kunnen laatstgenoemde verkopen evenwel genieten van de regeling ingesteld in de onderhavige beslissing, voor zover deze tussenpersoon hetzij vanwege de organisator een commissie op deze verkopen ontvangt, hetzij in de hoedanigheid van koper/wederverkoper een aankoopfactuur ontvangt die door de organisator op zijn naam wordt opgemaakt met betrekking tot deze verkopen.

**Hoofdstuk II. - Formaliteiten die moeten worden nageleefd om de onderhavige beslissing te kunnen toepassen.**

7\. De organisator van een systeem van directe verkoop kan schriftelijk een aanvraag om een machtiging om de onderhavige beslissing te mogen toepassen, richten aan het volgende adres:

Administratie van de A.O.I.F.

Centrale diensten - Sector BTW

Directie II/2

R.A.C. - Financietoren

Kruidtuinlaan 50, bus 61

1010 Brussel

8\. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de aanvraag van een dergelijke machtiging in hoofde van de aanvrager veronderstelt dat hij akkoord gaat met alle hiernavolgende bepalingen die voorzien in een afwijking op de principes van de identificatie van de tussenpersonen, van de voldoening van de BTW en van welbepaalde op het stuk van de BTW na te leven formaliteiten.

Geen enkele bijkomende afwijking zal worden toegestaan.

9\. Deze aanvraag om een machtiging dient minstens de volgende inlichtingen te bevatten:

•de coördinaten van de organisator van het systeem van directe verkoop;

•zijn Belgisch BTW-identificatienummer;

•de aard van de goederen die via het betreffende mechanisme van de directe verkoop zullen verkocht worden;

•een vermelding waarin hij aanvaardt en zich ertoe verbindt om alle bepalingen van de onderhavige beslissing na te leven;

•een vermelding waarin hij zich ertoe verbindt om alle tussenpersonen die zullen tussenkomen in het systeem van directe verkoop dat hij heeft tot stand gebracht, in te lichten van de regeling voorzien in de onderhavige beslissing.

10\. De onderhavige beslissing heft alle eerder uitgereikte machtigingen inzake directe verkoop op met ingang van 1 september 2002.

11\. De begunstigden van een dergelijke machtiging moeten derhalve, indien ze wensen te genieten van de onderstaande regeling, schriftelijk, op het hogervermeld adres, een nieuwe aanvraag indienen waarin zij hun uitdrukkelijk akkoord met de onderhavige beslissing uiten.

12\. Er dient tevens te worden opgemerkt dat de toekenning van een dergelijke machtiging de verbintenis vereist vanwege de aanvrager (de organisator van het systeem van directe verkoop) om de inhoud ervan mede te delen aan elke tussenpersoon die betrokken is bij de verkoop. De uitreiking van deze machtiging heeft bovendien tot gevolg dat elke tussenpersoon de bepalingen van deze beslissing moet naleven.

13\. In het geval waarbij de organisator van een systeem van directe verkoop de machtiging om te genieten van de hierna beschreven regeling inzake directe verkoop niet aanvraagt, moet hij, evenals al zijn tussenpersonen, alle principes die van toepassing zijn krachtens de BTW-wetgeving en koninklijke besluiten tot uitvoering daarvan, naleven.

Geen enkele afwijking op deze principes zal worden toegekend.

**Hoofdstuk III. - Toepasselijke regeling.**

**Afdeling 1. De aan de eindverbruikers verkochte goederen.**

Er moet een onderscheid worden gemaakt naargelang de hoedanigheid van de tussenpersoon.

**A. De tussenpersoon treedt op als koper/wederverkoper.**

14\. In het kader van de onderhavige beslissing, wordt de tussenpersoon geacht te handelen als koper/wederverkoper zodra hij van zijn medecontractant (de organisator van het systeem) een aankoopfactuur ontvangt, opgemaakt op zijn naam en waarop de aankoopprijs is vermeld van de goederen die het voorwerp hebben uitgemaakt van een verkoop volgens de principes van de directe verkoop.

Er onderscheiden zich drie mogelijkheden:

a) De tussenpersoon opteert ervoor om geen BTW-identificatienummer aan te vragen en ziet bijgevolg af van zijn recht op aftrek voor de gehele periode waarin hij dit nummer niet aanvraagt.

15\. In dit geval heeft de tussenpersoon de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige maar hij wordt, overeenkomstig de onderhavige beslissing, niet als zodanig geïdentificeerd.

16\. In het kader van de onderhavige beslissing mag de verkoop tussen de organisator van het systeem en de tussenpersoon in hoofde van laatstgenoemde niet het voorwerp uitmaken van een intracommunautaire verwerving. Wanneer de goederen in België moeten worden ingevoerd, moet de organisator van het systeem optreden als geadresseerde bij invoer.

17\. De tussenpersoon is niet gehouden het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert in kennis te stellen van de aanvang van zijn werkzaamheid als koper/wederverkoper in een systeem van directe verkoop, ongeacht de omzet die hij zal realiseren.

18\. De tussenpersoon moet bij voormeld kantoor geen aangifte van aanvang van werkzaamheid indienen (formulier nr. 604A), noch periodieke BTW-aangiften noch de jaarlijkse opgave van belastingplichtige afnemers. Hij moet tevens geen boek voor inkomende facturen houden, noch een boek voor uitgaande facturen noch een dagontvangstenboek.

19\. Niettemin is de tussenpersoon gehouden, tijdens de in [artikel 60 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60) voorziene termijn, de volgende documenten te bewaren en op uitdrukkelijke vraag van de administratie voor te leggen:

•de aan hem uitgereikte facturen, in chronologische volgorde;

•de door hem uitgereikte facturen volgens het daaraan toegekende volgnummer;

•alle andere verantwoordingsstukken die hij in zijn bezit heeft zoals bestelbons, leveringsbons,...

20\. De organisator van het systeem reikt aan de tussenpersoon een factuur uit voor de aan laatstgenoemde geleverde goederen. Op deze factuur moet de door de tussenpersoon werkelijk te betalen prijs voor genoemde levering worden vermeld.

21\. Op dit stuk moet eveneens de maatstaf van heffing van de BTW worden vermeld die, in het kader van de onderhavige beslissing, overeenstemt met de door de eindverbruiker voor de betrokken goederen te betalen prijs (exclusief BTW). De over deze maatstaf van heffing verschuldigde BTW wordt op de factuur aangebracht, evenals de volgende vermelding:

> "BTW te voldoen door de leverancier, berekend op de door de eindverbruiker te betalen prijs - BTW niet aftrekbaar in hoofde van de medecontractant - Beslissing nr. E.T. 102.595 van 19 juni 2002."

22\. De organisator van het systeem betaalt de verschuldigde BTW over de van de eindverbruiker te vorderen prijs aan de Schatkist. Hij neemt in zijn periodieke BTW-aangifte de maatstaf van heffing op in de roosters 01 tot 03 en de verschuldigde BTW in rooster 54. De van de tussenpersoon gevorderde prijs mag niet worden opgenomen in deze aangifte.

23\. De organisator van het systeem maakt per kalenderjaar een samenvattende staat op van de bedragen die aan de tussenpersonen werden gefactureerd. Deze samenvattende staat vermeldt:

•de coördinaten van elke tussenpersoon aan wie hij facturen heeft uitgereikt met betrekking tot de handelingen die tijdens het betrokken kalenderjaar werden verricht;

•per tussenpersoon:

· het totaalbedrag van zijn aankoopprijzen;

· het totaalbedrag van de maatstaven van heffing (prijs, exclusief BTW, gevorderd van de eindverbruikers);

· het totaalbedrag van de BTW toegepast op het bedrag beoogd in het tweede punt.

Deze samenvattende staat moet worden opgemaakt tegen uiterlijk 28 februari van het jaar volgend op dat waarop deze staat betrekking heeft en worden bewaard gedurende de termijn voorzien in [artikel 60](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60) van het voormeld Wetboek. Deze samenvattende staat moet op elke vraag van de Administratie worden voorgelegd.

24\. In het geval de tussenpersoon aan bepaalde klanten een factuur moet uitreiken, kent hij aan de factuur een nummer toe uit een ononderbroken reeks en brengt er de volgende vermelding op aan :

> " BTW gestort aan de Schatkist door .......................................... (naam of benaming van de organisator van het systeem alsmede zijn adres), krachtens de beslissing nr. E.T. 102.595 van 19 juni 2002."

25\. Deze klanten kunnen, in voorkomend geval, de hen in rekening gebrachte BTW in aftrek brengen.

b) De tussenpersoon opteert voor de aanvraag van een BTW-identificatienummer.

26\. In dit geval, en in het kader van de onderhavige machtiging, is de toepassing van de vrijstellingsregeling als voorzien in [artikel 56, §2, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) uitgesloten. De tussenpersoon is een belastingplichtige, indiener van kwartaal- of maandaangiften, al naargelang het geval.

27\. De tussenpersoon heeft in deze veronderstelling recht op aftrek van de hem in rekening gebrachte BTW.

28\. Geen enkele afwijking van de gewone BTW-regeling is van toepassing.

c) De tussenpersoon oefent tevens een andere activiteit uit waarvoor hij de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige heeft.

*A) De tussenpersoon dient voor deze andere activiteit geen periodieke BTW-aangiften in.*

29\. In dit geval merkt de Administratie de tussenpersoon aan als een persoon die de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige heeft voor zijn activiteit in het kader van de directe verkoop, maar die niet als zodanig is geïdentificeerd voor deze activiteit. Dit is eveneens van toepassing in het geval waarin de tussenpersoon reeds beschikt over een BTW-identificatienummer voor zijn andere activiteit (bijvoorbeeld, ingeval hij voor deze andere activiteit geniet van de vrijstellingsregeling van de BTW als voorzien in [artikel 56, §2, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56)).

30\. Het bedrag van de handelingen verricht door de tussenpersoon in het kader van de directe verkoop komt in voorkomend geval niet in aanmerking voor het bepalen of de drempel van 5.580 EUR met betrekking tot de vrijstellingsregeling al dan niet overschreden is.

31\. In het kader van onderhavige beslissing, mag de verkoop tussen de organisator van het systeem en de tussenpersoon, in hoofde van deze laatste, niet het voorwerp uitmaken van een intracommunautaire verwerving. Als de goederen moeten worden ingevoerd in België moet de organisator van het systeem optreden als geadresseerde bij invoer.

32\. De tussenpersoon is er niet toe gehouden het controlekantoor waaronder hij ressorteert in te lichten van de aanvang van zijn activiteit als koper/wederverkoper in een systeem van directe verkoop, ongeacht de omzet die hij zal realiseren.

33\. De tussenpersoon is, met betrekking tot zijn activiteit als koper/wederverkoper in een systeem van directe verkoop, onderworpen aan de volgende regeling:

•de tussenpersoon moet, op het controlekantoor waaronder hij ressorteert, al naargelang het geval, noch een verklaring van aanvang of wijziging van activiteit (document nr. 604A of 604B), noch periodieke BTW-aangiften indienen. Hij moet evenmin in het kader van de directe verkoop zijn klanten, aan wie hij in voorkomend geval een factuur heeft uitgereikt, in zijn jaarlijkse listing van belastingplichtige klanten, die hij eventueel indient wegens zijn andere activiteit, opnemen;

•de tussenpersoon moet noch een aankoopfactuurboek, noch een verkoopfactuurboek, noch een ontvangstenboek houden;

•de tussenpersoon is ertoe gehouden, gedurende de termijn voorzien in [artikel 60 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60), volgende stukken te bewaren en voor te leggen aan de administratie op haar uitdrukkelijke verzoek:

· de aan hem uitgereikte facturen, in chronologische volgorde;

· de door hem uitgereikte facturen volgens het daaraan toegekende volgnummer;

· alle andere verantwoordingsstukken die hij in zijn bezit heeft, zoals bestelbons, leveringsbons,…

34\. De organisator van het systeem reikt aan de tussenpersoon een factuur uit voor de goederen die hij aan hem levert. Deze factuur moet de werkelijke prijs vermelden die verschuldigd is door de tussenpersoon ingevolge deze levering.

35\. Op dit document dient eveneens de maatstaf van heffing te worden vermeld die, in het kader van onderhavige beslissing, overeenstemt met de door de eindverbruiker voor de bedoelde goederen te betalen prijs (exclusief BTW). De BTW die verschuldigd is over deze maatstaf van heffing wordt op de factuur aangebracht, alsook de volgende vermelding:

> "BTW te voldoen door de leverancier, berekend op de door de eindverbruiker te betalen prijs - BTW niet aftrekbaar in hoofde van de medecontractant - Beslissing nr. E.T. 102.595 van 19 juni 2002"

36\. De organisator van het systeem voldoet de verschuldigde BTW over de van de eindverbruiker te vorderen prijs aan de Schatkist. Hij neemt in zijn periodieke BTW-aangifte de maatstaf van heffing op in de roosters 01 tot 03 en de verschuldigde BTW in rooster 54. De prijs die gevorderd wordt van de tussenpersoon mag niet in deze aangifte worden opgenomen.

37\. De organisator van het systeem maakt, per kalenderjaar, een samenvattende staat op van de bedragen die werden gefactureerd aan de tussenpersonen. Deze samenvattende staat vermeldt:

•de coördinaten van elke tussenpersoon aan wie hij facturen heeft uitgereikt met betrekking tot handelingen verricht tijdens het betreffende kalenderjaar;

•voor elke tussenpersoon:

· het totaalbedrag van zijn aankoopprijzen;

· het totaalbedrag van de maatstaven van heffing (prijs, exclusief BTW, gevorderd van de eindverbruikers);

· het totaalbedrag van de BTW toegepast op het in punt twee beoogde bedrag.

Deze samenvattende staat moet worden opgemaakt tegen uiterlijk 28 februari van het jaar volgend op dat waarop deze staat betrekking heeft en worden bewaard gedurende de termijn voorzien in [artikel 60](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60) van voormeld Wetboek. Deze samenvattende staat moet worden voorgelegd op ieder verzoek vanwege de Administratie.

38\. De organisator van het systeem neemt, met betrekking tot de directe verkopen, de tussenpersoon niet op in zijn jaarlijkse listing van belastingplichtige klanten.

39\. In geval de tussenpersoon facturen moet uitreiken aan bepaalde klanten, kent hij aan de factuur een nummer toe uit een ononderbroken reeks en brengt er de volgende vermelding op aan:

> "BTW voldaan door……………………………(naam of benaming van de organisator van het systeem alsmede zijn adres), krachtens de beslissing nr. E.T. 102.595 van 19 juni 2002"

40\. Deze klanten kunnen, in voorkomend geval, de BTW aftrekken die hen in rekening werd gebracht.

41\. Het BTW-identificatienummer van de tussenpersoon dat hem gebeurlijk werd toegekend om reden van zijn andere activiteit mag op deze factuur niet worden vermeld.

42\. Opmerking:

In het kader van deze beslissing bestaat er een onverenigbaarheid tussen enerzijds de vrijstellingsregeling van de belasting waarvan de tussenpersoon zou genieten voor zijn andere activiteit en anderzijds de keuze om zijn activiteiten in het kader van de directe verkoop te onderwerpen aan de gewone regeling van belastingplichtige met indiening van maandelijkse of driemaandelijkse aangiften.

Derhalve wordt aan de tussenpersoon, die geniet van de vrijstellingsregeling van de belasting voor zijn andere activiteit, de mogelijkheid geboden om te opteren voor de gewone regeling van belastingplichtige die BTW-aangiften indient voor het geheel van zijn activiteiten.

Deze optie brengt dus met zich mee dat het voordeel van de voornoemde vrijstellingsregeling van de belasting verloren gaat voor de andere activiteit die door de tussenpersoon wordt uitgeoefend, aangezien hij voor zijn gehele activiteit onderworpen zal worden aan alle verplichtingen die in de punten 43 tot 45 hierna worden beoogd.

Deze optie voor de regeling van belastingplichtige indiener komt tot stand door de indiening, op het controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert, van een document van wijziging van activiteit (document nr. 604B) waarbij de belastingplichtige zijn keuze uitdrukt om periodieke BTW-aangiften in te dienen voor zijn gehele activiteit.

*B) De tussenpersoon dient, voor deze andere activiteit, periodieke BTW-aangiften in (driemaandelijks of maandelijks).*

43\. De tussenpersoon is ertoe gehouden, op het controlekantoor waaronder hij ressorteert, een document van wijziging van activiteit (nr. 604B) in te dienen waarbij hij de uitbreiding van zijn activiteiten aanduidt.

44\. Hij geniet, in dit geval, van het recht om de BTW, die hem in rekening werd gebracht, af te trekken.

45\. Geen enkele afwijking op de gewone BTW-regeling is van toepassing.

**B. De tussenpersoon handelt als lasthebber.**

46\. In het kader van onderhavige beslissing wordt de tussenpersoon geacht op te treden als lasthebber in al de gevallen waarin hij van de organisator van het systeem vergoedingen ontvangt voor zijn, in het kader van de directe verkoop, verrichte dienstprestaties en voor zover de voorwaarde bedoeld in punt 14, niet vervuld is. Zijn onder meer begrepen in deze vergoedingen, de door de tussenpersoon ontvangen commissies voor zijn activiteiten van vorming en omkadering van andere tussenpersonen.

Drie situaties dienen te worden beschouwd:

a) De tussenpersoon kiest ervoor geen BTW-identificatienummer aan te vragen en ziet bijgevolg af van zijn recht op aftrek voor de gehele periode waarin hij geen nummer heeft aangevraagd.

47\. In deze veronderstelling is de tussenpersoon een BTW-belastingplichtige maar, krachtens de onderhavige beslissing, niet als dusdanig geïdentificeerd.

48\. In afwijking van de normale regeling inzake BTW, is de BTW niet van toepassing op de commissie verkregen door de tussenpersoon voor de dienstprestaties die hij heeft verricht.

49\. De tussenpersoon is er niet toe gehouden het controlekantoor waaronder hij ressorteert in te lichten van zijn aanvang van activiteit als lasthebber in een systeem van directe verkoop, ongeacht de omzet die hij zal realiseren.

50\. De tussenpersoon moet noch de aangifte van aanvang van activiteit (document nr. 604A), noch periodieke BTW-aangiften, noch de jaarlijkse listing van belastingplichtige klanten indienen op voornoemd kantoor. Hij moet evenmin een aankoopfactuurboek noch een verkoopfactuurboek houden.

51\. In deze situatie dient de medecontractant (organisator van het systeem) verplicht gebruik te maken van het systeem van zelf-facturatie en reikt, ten minste eenmaal per maand, aan de tussenpersoon, een document uit dat de factuur vervangt. Op dat document vermeldt de organisator van het systeem de afrekening van de dienstprestaties die aan hem werden verricht door de tussenpersoon. Dat document dient de volgende gegevens te bevatten:

•de datum waarop het is opgesteld;

•de vermeldingen voorzien in [artikel 5, §1, 2°, 3°, 5°, 6°, 8° en 11° van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde;

•de vermelding "BTW niet van toepassing - Beslissing nr. E.T. 102.595 van 19 juni 2002".

De door de organisator van het systeem uitgereikte documenten moeten, voor elke tussenpersoon, individueel en op een ononderbroken wijze worden genummerd.

52\. De organisator van het systeem stelt de fiches 281.50 op alsook de samenvattende opgaven 325.50, die vereist zijn krachtens de wetgeving der directe belastingen en die betrekking hebben op de dienstprestaties die aan hem werden verricht door de tussenpersonen. Hij verzendt deze gegevens naar de Administratie binnen de inzake die materie voorziene termijn.

53\. De organisator van het systeem neemt in rooster 82 van zijn periodieke BTW-aangifte het totaalbedrag op van de hiervoor bedoelde documenten die hij heeft opgemaakt tijdens de periode waarop deze aangifte betrekking heeft.

b) De tussenpersoon kiest ervoor een BTW-identificatienummer aan te vragen.

54\. In dat geval en in het kader van de onderhavige machtiging, is de toepassing van de vrijstellingsregeling van belasting voorzien in [artikel 56, §2 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56), uitgesloten. De tussenpersoon is een belastingplichtige, indiener van kwartaal- of maandaangiften, al naargelang het geval.

55\. Derhalve zijn de dienstprestaties van de tussenpersoon, die verkiest een BTW-identificatienummer aan te vragen, onderworpen aan de normale regeling inzake BTW. Het is vanzelfsprekend dat de commissies verkregen door de tussenpersoon als tegenprestatie van zijn diensten, onderworpen zijn aan de belasting.

56\. In deze situatie en in het kader van de onderhavige machtiging, wordt de factuur, overeenkomstig artikel 6 van voornoemd koninklijk besluit nr. 1, verplicht vervangen door een document waarin de medecontractant (de organisator van het systeem) de afrekening maakt van de door hem ontvangen diensten, onder navolgende voorwaarden:

•de organisator van het systeem maakt, binnen de termijn voorzien inzake facturering, in twee exemplaren, een document op dat de dienstprestatie weergeeft die hem werd verstrekt door de betreffende tussenpersoon, en dat bestemd is om de factuur bedoeld in artikel 1 van voornoemd koninklijk besluit nr. 1 te vervangen. Het document bevat, naast de vermeldingen bedoeld in artikel 5, §1, 2° tot 12°, de datum waarop het werd opgesteld en de vermelding "BTW te storten aan de Staat door de ontvanger - Beslissing E.T. 102.595 van 19 juni 2002";

•de twee exemplaren van het document worden aangevuld door de tussenpersoon die de dienst heeft verstrekt met de vermelding "document ingeschreven in het verkoopfactuurboek onder het nummer……………." en worden ondertekend voor akkoord; de naam, en, als de belastingplichtige niet zelf tekent, de hoedanigheid van de ondertekenaar worden vermeld;

•de tussenpersoon die de dienst heeft verstrekt zendt een exemplaar van het aangevuld document zo spoedig mogelijk naar zijn medecontractant terug.

57\. Krachtens het tweede afwijkende systeem van de aanschrijving nr. 27 van 1975, en in het kader van de onderhavige beslissing, moet de organisator van het systeem de BTW voldoen in de plaats van de tussenpersonen. Hij neemt de verschuldigde BTW op in zijn periodieke aangifte met betrekking tot de periode waarin de belasting opeisbaar is geworden.

58\. De organisator van het systeem vermeldt het bedrag van de commissies, toegekend aan de tussenpersonen (maatstaf van heffing) aangaande de betrokken aangifteperiode, in de roosters 82 en 87 van zijn periodieke BTW-aangifte. Bovendien neemt de organisator van het systeem het bedrag van de over deze commissies verschuldigde BTW aangaande de betrokken aangifteperiode op in rooster 56 van zijn periodieke BTW-aangife. De aftrek zal worden uitgeoefend volgens de gewone regels in rooster 59 van de aangifte.

59\. De tussenpersoon neemt het bedrag van de hem toegekende commissies (maatstaf van heffing) aangaande de betrokken aangifteperiode op in rooster 45 van zijn periodieke BTW-aangifte.

c) De tussenpersoon oefent eveneens een andere activiteit uit waarvoor hij de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige bezit.

Twee veronderstellingen dienen in overweging te worden genomen :

*A) De tussenpersoon dient, voor deze andere activiteit, geen periodieke BTW-aangiften in.*

60\. In dit geval merkt de Administratie de tussenpersoon aan als een persoon die de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige heeft voor zijn activiteit in het kader van de directe verkoop, maar die niet als zodanig is geïdentificeerd voor deze activiteit. Dit geldt eveneens in het geval waarin de tussenpersoon reeds houder is van een BTW-identificatienummer voor zijn andere activiteit (bijvoorbeeld, wanneer hij voor deze andere activiteit geniet van de vrijstellingsregeling van de belasting voorzien in [artikel 56, §2, van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56)).

61\. In afwijking van het gewone BTW-regime, is de BTW niet van toepassing op de aan de tussenpersoon toegekende commissie voor de door hem verrichte dienst.

62\. In voorkomend geval worden de aan de tussenpersoon toegekende commissies niet in aanmerking genomen voor het bepalen of de drempel van 5.580 EUR met betrekking tot de vrijstellingsregeling al dan niet is overschreden.

Indien er een overschrijding van voormelde drempel van 5.580 EUR zou geschieden voor deze andere activiteit, moet er toepassing worden gemaakt van de bepalingen voorzien in de punten 69 tot 75 hierna.

63\. De tussenpersoon is niet gehouden aan het controlekantoor waaronder hij ressorteert, zijn aanvang van activiteit als tussenpersoon in een systeem van directe verkoop mede te delen en dit ongeacht de raming van de door hem te realiseren omzet.

64\. De tussenpersoon moet op het voormelde kantoor, naargelang het geval, noch een aangifte van aanvang of wijziging van activiteit (formulier nr. 604A of 604B), noch periodieke BTW-aangiften, noch een jaarlijkse listing van belastingplichtige klanten indienen.

65\. In dit geval maakt de medecontractant (organisator van het systeem) verplicht gebruik van het systeem van selfbilling en reikt, ten minste één keer per maand, aan de tussenpersoon, een document uit dat de factuur vervangt. Op dit document vermeldt de organisator van het systeem de afrekening voor de door de tussenpersoon aan hem verstrekte diensten. Dit document vermeldt verplicht :

•de datum waarop het wordt opgemaakt;

•de vermeldingen beoogd door [artikel 5, §1, 2°, 3°, 5°, 6°, 8° en 11° van het koninklijk besluit nr. 1](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde;

•de vermelding 'BTW niet van toepassing - Beslissing nr. E.T. 102.595 van 19 juni 2002'

De door de organisator van het systeem uitgereikte documenten moeten, per tussenpersoon, individueel en volgens een ononderbroken reeks worden genummerd.

66\. De organisator van het systeem stelt de vereiste fiches 281.50 alsook de samenvattende opgaven 325.50 op met betrekking tot de dienstverrichtingen die aan hem door de tussenpersonen werden verleend en maakt deze aan de Administratie over binnen de termijn voorzien in de materie van de directe belastingen.

67.De organisator van het systeem vermeldt in rooster 82 van zijn periodieke BTW-aangifte het globaal bedrag van de voormelde documenten welke hij heeft opgemaakt in de periode waarop deze aangifte betrekking heeft.

68\. Opmerking:

In het kader van deze beslissing is er een onverenigbaarheid tussen, enerzijds, de vrijstellingsregeling van de belasting waarvan de tussenpersoon zou genieten voor zijn andere activiteit en, anderzijds, de keuze om zijn activiteiten in het kader van de directe verkoop aan het gewone regime van belastingplichtige maand- of kwartaalindiener te onderwerpen.

Derhalve wordt de mogelijkheid geboden voor een tussenpersoon welke van de vrijstellingsregeling van de belasting geniet voor zijn andere activiteit om te opteren voor het gewone regime van belastingindiener voor het geheel van zijn activiteiten.

Deze optie brengt dus het verlies van het voordeel van de voormelde vrijstellingsregeling van de belasting met zich mede voor de door de tussenpersoon uitgeoefende andere activiteit. In dit geval zal hij derhalve voor het geheel van zijn activiteiten onderworpen worden aan alle verplichtingen beoogd door de punten 70 tot 76 hierna.

Deze optie voor het stelsel van belastingplichtige indiener geschiedt door indiening, op het controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert, van een document van wijziging van activiteit (document nr. 604B) waarin de belastingplichtige de keuze uitdrukt om periodieke BTW-aangiften voor het geheel van zijn activiteiten in te dienen.

*B) De tussenpersoon dient, voor een andere activiteit, periodieke BTW-aangiften (kwartaal- of maandaangiften) in.*

69\. De tussenpersoon is gehouden tot indiening, op het controlekantoor waaronder hij ressorteert, van een document van wijziging van activiteit (nr. 604B) waarin hij melding maakt van de uitbreiding van zijn activiteiten.

70\. In dit geval geniet hij van een recht op aftrek van de BTW die hem in rekening wordt gebracht.

71\. Bovendien zijn de dienstprestaties verricht door de tussenpersoon onderworpen aan het gewone BTW-regime en de commissies die hij ontvangt zijn dus aan de belasting onderworpen.

72\. In dit geval, en in het kader van onderhavige beslissing, wordt de factuur verplicht vervangen, overeenkomstig hetgeen in artikel 6 van het voormelde koninklijk besluit nr. 1 is voorgeschreven, door een document waarin de medecontractant (organisator van het systeem) een afrekening opmaakt voor de dienstprestaties die aan hem werden verleend, onder de volgende voorwaarden:

•de organisator van het systeem maakt, in twee exemplaren, het document op welke de dienstverrichting die aan hem werd verleend door de betreffende tussenpersoon vaststelt en welke bestemd is om de factuur beoogd door artikel 1 van het bovenvermelde koninklijk besluit nr.1 te vervangen. Dit document bevat, behalve de vermeldingen beoogd door artikel 5, §1, 2° tot 12°, de datum waarop het werd opgemaakt, en de vermelding 'BTW te voldoen aan de Staat door de ontvanger - Beslissing E.T. 102.595 van 19 juni 2002';

•de beide exemplaren van het document worden door de tussenpersoon die de dienst verricht heeft aangevuld met de vermelding 'stuk ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen onder het nummer …', en worden voor akkoord ondertekend; de naam, en, indien de belastingplichtige niet zelf tekent, de hoedanigheid van de ondertekenaar worden vermeld;

•de tussenpersoon die de dienst verricht heeft, overhandigt, zo spoedig mogelijk, aan zijn medecontractant (organisator van het systeem) een exemplaar van het aangevulde document.

73\. Krachtens het tweede afwijkend stelsel van de aanschrijving nr. 27 van 1975 en in het kader van de huidige beslissing, voldoet de organisator van het systeem verplicht de BTW in de plaats van de tussenpersonen in de periodieke aangifte met betrekking tot de periode waarin de belasting opeisbaar is geworden.

74\. De organisator van het systeem vermeldt het bedrag van de aan de tussenpersonen toegekende commissies (maatstaf van heffing) in de roosters 82 en 87 van de periodieke BTW-aangifte aangaande de betrokken aangifteperiode. Bovendien neemt de organisator van het systeem de over deze commissies verschuldigde BTW met betrekking tot de aangifteperiode op in rooster 56 van zijn periodieke BTW-aangifte. De aftrek zal uitgeoefend worden volgens de gewone regels in rooster 59 van de aangifte.

75\. De tussenpersoon vermeldt het bedrag van de aan hem toegekende commissies (maatstaf van heffing) met betrekking tot de aangifteperiode in rooster 45 van zijn periodieke BTW-aangifte.

**C. De tussenpersoon handelt tegelijk als koper/wederverkoper en als lasthebber.**

76\. Wanneer de tussenpersoon, enerzijds, goederen verwerft van de organisator van het systeem, die een factuur op zijn naam uitreikt, met het oog op de wederverkoop ervan, en anderzijds, vergoedingen in de zin van punt 46 ontvangt, handelt hij tegelijk als koper/wederverkoper en als lasthebber.

77\. Het stelsel van toepassing op de tussenpersoon, inzake BTW-identificatie, voor zijn activiteiten uitgeoefend als lasthebber is identiek aan de regeling die hij heeft toegepast als koper/wederverkoper.

78\. Aldus zou deze tussenpersoon kunnen, in functie van de toepasselijke regeling voor zijn uitgeoefende activiteit als koper/wederverkoper :

•hetzij niet geïdentificeerd worden voor de BTW en verzaakt hebben aan zijn recht op aftrek voor de gehele periode waarin hij geen nummer gevraagd heeft. In dit geval dienen de modaliteiten te worden gerespecteerd beschreven :

· onder de punten 15 tot 25 als koper/wederverkoper en

· onder de punten 47 tot 53 als lasthebber;

•hetzij geïdentificeerd worden voor de BTW, in welk geval de na te leven modaliteiten, deze voorzien zijn :

· onder de punten 26 tot 28 als koper/wederverkoper en

· onder de punten 54 tot 59 als lasthebber;

•hetzij eveneens een andere activiteit uitoefenen waarvoor hij de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige bezit:

· -> en waarvoor hij geen periodieke BTW-aangiften indien

Zullen alsdan moeten worden gerespecteerd, de modaliteiten bedoeld:

· onder de punten 29 tot 42 als koper/wederverkoper en

· onder de punten 60 tot 68 als lasthebber;

· -> en waarvoor hij periodieke BTW-aangiften indient. In dit geval moeten worden gerespecteerd, de modaliteiten bedoeld:

· onder de punten 43 tot 45 als koper/wederverkoper en

· onder de punten 69 tot 75 als lasthebber.

**Afdeling 2. - De geschenken die aan de gastvrouw worden aangeboden.**

79\. Volgend regime is van toepassing op de gastvrouwen die een geschenk ontvangen bestemd om hen te bedanken voor de toelating voor een presentatie van producten verkocht door de organisator van het mechanisme van de directe verkoop.

Er moet worden gesteld dat de gastvrouwen een dienstprestatie verrichten bestaande uit het organiseren of het verlenen van de toelating tot de organisatie van een voorstelling van goederen die ter verkoop worden aangeboden (beoogd door [artikel 18, §1, 1° of 6° van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18), naargelang het geval) en waarvan de tegenprestatie bestaat uit het goed dat als 'geschenk' wordt overhandigd.

Evenwel gezien deze voorstelling slechts een toevallige activiteit vormt, verkrijgen deze gastvrouwen niet de hoedanigheid van belastingplichtige en is de belasting dus niet verschuldigd over deze prestatie.

80\. Wat de afgifte betreft van een 'geschenk' door de organisator van het systeem van de directe verkoop of door de tussenpersoon, van een goed onder bezwarende titel, als vergoeding voor de verrichte dienst door de gastvrouwen, maakt zij een levering van goederen uit onderworpen aan de belasting in België, wanneer zij hier te lande plaatsvindt.

81\. In het kader van de huidige beslissing heeft de unieke en definitieve taxatie van deze levering van goederen plaats in hoofde van de organisator van het systeem, zelfs indien het 'geschenk' niet bestaat uit een artikel van het productengamma dat wordt verkocht via het systeem van de directe verkoop en de organisator van het systeem het 'geschenk' niet zelf aankoopt en niet tussenkomt in de eraan verbonden kosten.

82\. De maatstaf van heffing van deze levering dient overeenkomstig [artikel 32 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-32) te worden bepaald, alsook overeenkomstig de richtsnoeren uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap (z. H.v.J., 23 november 1988, [C-230/87](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-230-87-arrest), Naturally Yours Cosmetics Limited, BTW-Revue nr. 116, p.967 en H.v.J., 2 juni 1994, z. [C-33/93](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-33-93-arrest), Empire Stores Limited, BTW-Revue nr. 117, p.1108). Bijgevolg, indien de verkregen 'geschenken' bestaan uit goederen welke gewoonlijk door de organisator van het systeem van de directe verkoop worden verkocht, bestaat de maatstaf van heffing uit de gebruikelijke verkoopprijs van deze goederen aan de eindklant, en indien het gaat om goederen die niet gewoonlijk door de beoogde organisator van het systeem worden verkocht, bestaat de maatstaf van heffing uit de aankoopprijs betaald door de organisator van het systeem of, in voorkomend geval, door de tussenpersoon, om deze goederen te verwerven. De belasting verschuldigd over deze maatstaf van heffing door de organisator van het systeem is niet aftrekbaar.

83\. Indien de tussenpersoon dit geschenk moet kopen van een andere persoon dan de organisator van het systeem van directe verkoop, en hij periodieke BTW-aangiften indient, kan hij de belasting geheven over deze aankoop in aftrek brengen voor zover hij kan bewijzen dat de organisator van het systeem de verschuldigde BTW over de maatstaf van heffing, bepaald overeenkomstig de hierboven omschreven wijze, aan de Schatkist heeft voldaan.

84\. De organisator van het systeem voldoet de verschuldigde belasting in zijn periodieke BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin de BTW opeisbaar is geworden.

**Hoofdstuk IV. - Intrekking van de toegekende vergunning.**

85\. In geval van vastgestelde onregelmatigheden en/of het niet naleven van de voorziene bepalingen van de onderhavige beslissing in hoofde van de organisator van het systeem, zal de administratie hem een periode van minimum een maand toekennen om over te gaan tot een regularisatie van zijn situatie. In het geval deze regularisatie niet wordt verricht binnen de toegestane periode, zal de administratie de in het kader van de onderhavige beslissing toegekende vergunning intrekken.

De Directeur,

J. Marckx

## Aangehaalde teksten

7

[WBTW art. 56](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-56) 4 voorkomens

[WBTW art. 60](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-60) 4 voorkomens

[KB nr. 1 art. 5](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/koninklijke-besluiten/ar-1-artikel-6caa) 2 voorkomens

[WBTW art. 18](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-18) 1 voorkomen

[WBTW art. 32](https://juriel.be/nl/wetboeken/btw/artikel-32) 1 voorkomen

[230/87, arrest van 23 november 1988](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-230-87-arrest) 1 voorkomen

[C-33/93, arrest van 2 juni 1994](https://juriel.be/nl/rechtspraak-unie/c-33-93-arrest) 1 voorkomen

## Administratieve doctrine

2

[Administratieve beslissingen 1](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-102-595-algemene-directe-verkopen-btw-verkoop-6df2/documenten?type=administratieve-beslissingen) [Fiches van de administratieve commentaar 1](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-102-595-algemene-directe-verkopen-btw-verkoop-6df2/documenten?type=commentaar)

« … tot toepassing van de door de beslissing nr. E.T.102.595 van 19 juni 2002 inzake directe verkopen bedoelde regeling. (Toestand op 01.08.2016) Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Belasting over de toegevoegde waarde Regeling ingesteld bij de beslissing nr. E.T.102.595 d.d. 19.06.2002 inzake de directe verkopen Bijwerking op 01.03.2018 Nummer van de vergunning Geldig vanaf Titularis van de vergunning Benaming Adres Btw-nummer E.T.102.595/1 01.09.2002 SA VICTORIA BENELUX Av. des Aubépines, 1 1180 Bruxelles BE … »

[Lijst van de houders van een vergunning tot toepassing](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-102-595-lijst-houders-vergunning-toepassing-juni-20e7) Administratief bericht 19.06.2002

[Bekijk de 2 documenten](https://juriel.be/nl/administratieve-beslissingen/e-t-102-595-algemene-directe-verkopen-btw-verkoop-6df2/documenten)
