Beslissing Btw nr. E.T.100.360 dd. 29.11.2002
Software - Invoer en intracommunautaire handelingen
I. Invoer van software
In het antwoord dat de Heer Minister van Financiën heeft verstrekt op de parlementaire vragen nrs. 528 van de Heer Volksvertegenwoordiger De Clippele van 22 april 1993 (zie BTW-Revue nr. 106, blz. 1075-1076) en 1241 van de Heer Volksvertegenwoordiger Daems van 11 februari 1998 (zie BTW-Revue nr. 135, blz. 413-418), wordt de toepasselijke BTW-regeling uiteengezet voor de invoer in België van standaard- of specifieke software op een materiële drager.
Bij haar beslissing nr. E.T.101.848 van 13 februari 2002, heeft de Administratie haar standpunt herzien inzake de fiscale behandeling van gestandaardiseerde software die op een materiële drager wordt geleverd.
Ingevolge die beslissing wordt de overdracht van gestandaardiseerde software op een materiële drager (diskette, cd-rom, …) die gepaard gaat met de gebruikelijke licentie die kopiëring en verspreiding verbiedt en die slechts de installatie op een aantal werkposten toelaat dat overeenstemt met het aantal materiële dragers dat werd verstrekt, steeds aangemerkt als een levering van goederen in de zin van artikel 10, § 1, van het BTW-Wetboek.
Wanneer daarentegen een contract het verlenen van licenties inzake gestandaardiseerde software tot voorwerp heeft, derwijze dat de vennootschap die de rechten op de software bezit, aan haar klant slechts één exemplaar van de materiële drager verstrekt en aan die klant de toestemming geeft de software te installeren op verschillende werkposten, wordt de handeling in haar geheel aangemerkt als een dienst in de zin van artikel 18, § 1, eerste en tweede lid, 7°, van het BTW-Wetboek.
Hetzelfde geldt ook wanneer, overeenkomstig de specifieke noden van de onderneming van de klant, niet één maar enkele exemplaren van de materiële drager worden verstrekt (b.v. één materiële drager per dienst of per verdieping), voor zover het aantal materiële dragers dat aan de klant wordt verstekt, miniem is in vergelijking met het aantal licenties dat verleend wordt.
De beslissing nr. E.T.101.848 doet evenwel geen afbreuk aan het roerend karakter van standaardsoftware of specifieke software op materiële drager. Zoals dat in het verleden reeds het geval was, wordt voornoemde software nog steeds aangemerkt als een lichamelijk roerend goed voor de toepassing van de BTW. De invoer in België van dergelijke software is dus aan de BTW onderworpen bij toepassing van artikel 3 van het BTW-Wetboek, zelfs indien de overdracht van die software wordt aangemerkt als een dienstverrichting.
Krachtens artikel 34, § 1, van het BTW-Wetboek bestaat de maatstaf van heffing van de ter zake van invoer verschuldigde BTW uit de douanewaarde van de ingevoerde goederen.
Ingevolge de opheffing per 19 maart 2002 van artikel 167 van de Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993, tot vaststelling van de toepassingsbepalingen van het communautair douanewetboek, vindt de specifieke regel voor de bepaling van de douanewaarde van software die toeliet enkel rekening te houden met de waarde van de materiële drager van die software, en dus niet met de waarde van de erop vervatte gegevens, geen toepassing meer.
Bijgevolg gelden voortaan ter zake de algemene regels inzake waardebepaling vervat in het communautair douanewetboek volgens dewelke de douanewaarde in de regel wordt bepaald op grond de transactiewaarde van de ingevoerde goederen.
De bij invoer in aanmerking te nemen maatstaf van heffing van software op een materiële drager, bestaat dan ook uit de totale verkoopprijs van die software (waarde van materiële drager en van de gegevens die erop zijn vastgelegd).
Om situaties van dubbele belastingheffing in de mate van het mogelijke te voorkomen, werd er evenwel beslist de maatstaf van heffing van de BTW die is verschuldigd wegens de invoer van specifieke software en van standaardsoftware waarvan de overdracht, overeenkomstig voornoemde beslissing nr. E.T.101.848, moet worden aangemerkt als een dienstverrichting in de zin van artikel 18, § 1, eerste en tweede lid, 7°, van het BTW-Wetboek, te beperken tot de loutere waarde van de materiële drager, ongeacht of die waarde al dan niet onderscheiden is van de waarde van de gegevens die op die drager zijn vastgelegd.
Bovendien moeten, naar luid van artikel 34, § 2, van het BTW-Wetboek in de aldus berekende maatstaf van heffing worden opgenomen voor zover zij niet reeds daarin zijn begrepen:
· de in het buitenland verschuldigde rechten, heffingen en andere belastingen, alsmede die welke ter zake van de invoer zijn verschuldigd, met uitzondering van de te heffen BTW;
· de bijkomende kosten, zoals van commissie, douaneformaliteiten, verpakking, vervoer en verzekering, tot op de eerste plaats van bestemming van de goederen in België of tot op een andere plaats van bestemming in de Gemeenschap, indien deze plaats is bekend op het tijdstip waarop het belastbaar feit bij invoer plaatsvindt.
II. Intracommunautaire leveringen en verwervingen van software
Wat de verzending van gestandaardiseerde of specifieke software op een materiële drager betreft vanuit een andere lidstaat naar België of vanuit België naar een andere lidstaat, gelden de hiernavolgende regels, naar analogie met de binnenlandse regeling van toepassing in België.
Indien de overdracht van de software beschouwd wordt als een levering van een goed in de zin van de beslissing nr. E.T.101.848, geldt op intracommunautair vlak de regeling zoals voorzien voor de intracommunautaire leveringen en intracommunautaire verwervingen van goederen. Dit betekent heel algemeen dat:
· de intracommunautaire levering van BTW wordt vrijgesteld in de Lidstaat van vertrek van het vervoer van de goederen en dat de intracommunautaire verwerving belastbaar is in de Lidstaat van bestemming van de goederen indien de verwerver ertoe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen en voorts aan alle andere voorwaarden zoals voorzien in artikel 39bis van het BTW-Wetboek en het KB nr. 52 is voldaan;
· de intracommunautaire levering belastbaar is met BTW in de Lidstaat van vertrek indien de afnemer er niet toe gehouden is zijn intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen;
· de bijzondere regeling van de verkopen op afstand van toepassing kan zijn indien er geleverd wordt aan personen die er niet toe gehouden zijn hun intracommunautaire verwervingen van goederen aan de belasting te onderwerpen en aan alle andere voorwaarden om deze regeling toe te passen is voldaan.
Indien daarentegen de overdracht van software niet beschouwd wordt als een levering van een goed zoals omschreven in de beslissing nr. E.T.101.848 maar in zijn geheel als een dienstprestatie, worden de regels inzake plaatsbepaling van diensten gevolgd. De eventuele verzending van materiële dragers maken in dit geval geen levering van een goed uit, noch een overbrenging in de zin van artikel 12bis van het BTW-Wetboek.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.