---
title: "Décision anticipée 2025.0131 · Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre"
description: "Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre, Fusion fiscalement neutre. Décision anticipée belge n° 2025.0131 du 25 mars 2025."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/impot-societes-scission-partielle-fiscalement-da40"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre · IMPÔT DES SOCIÉTÉS - Scission partielle fiscalement neutre - Fusion fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscal - Précompte mobilier - Dividende - DROITS D’ENREGISTREMENT - Apport de biens immobilier - Apport de biens mobiliers - TVA - Cession de biens immobilier - Exonération

**Numéro**

2025.0131

**Date**

25 mars 2025

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

112 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2025.0131 du 25.03.2025

*IMPÔT DES SOCIÉTÉS* · *Scission partielle fiscalement neutre* · *Fusion fiscalement neutre* · *Motifs économiques valables* · *Fraude ou évasion fiscal* · *Précompte mobilier* · *Dividende*

*DROITS D’ENREGISTREMENT* · *Apport de biens immobilier* · *Apport de biens mobiliers*

*TVA* · *Cession de biens immobilier* · *Exonération*

## Résumé

Les scissions partielles et les fusions silencieuses au sein d’un groupe, qui visent à séparer les biens immobiliers des activités d’exploitation et à les centraliser dans une nouvelle société immobilière à constituer, répondent aux dispositions de l’article 183*bis* du CIR 92 et peuvent avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale en application de l’article 211, § 1 er, du CIR 92. Les fusions silencieuses peuvent, en application de l’article 264, alinéa 1 er, 2°, premier tiret, du CIR 92, être réalisées avec une exonération du précompte mobilier.

Les scissions partielles seront taxées d'un droit d'enregistrement proportionnel au taux de 0 % par une application pure des articles 115 et 115*bis* du C. enr. fédéral, avec toutefois une perception minimale égale au droit fixe général de 50 euros en application de l’article 167 du C. enr. fédéral. Les fusions silencieuses peuvent bénéficier de l’exemption des droits d’enregistrement proportionnels comme prévu à l'article 117, § 1 er, du C. enr. fédéral, toutefois avec une perception minimale égale au droit fixe général en application de l’article 167 du C. enr. fédéral.

Le transfert des biens immobiliers dans le cadre des scissions partielles est exonéré en matière de TVA sur la base de l’[article 44, § 3, 1°, a), du C.TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44). Les fusions silencieuses sont exemptées de la TVA sur la base de l’[article 44, § 2, 13°, du C.TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44).

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1.** De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:

**1.1.** de partiële splitsingen van BV A, BV B en BV C naar respectievelijk de nieuw op te richten vennootschappen Newco A, Newco B en Newco C en de daaropvolgende geruisloze fusies van Newco A en Newco B in Newco C plaatsvinden op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking hebben in de zin van artikel 211 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en derhalve belastingneutraal kunnen worden doorgevoerd overeenkomstig de artikelen 211-213 WIB 92;

**1.2.** de geruisloze fusies van Newco A en Newco B in Newco C in toepassing van artikel 264, eerste lid, 2°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 met vrijstelling van roerende voorheffing kan worden doorgevoerd;

**1.3.** voor de toepassing van de vennootschapsbelasting de boekhoudkundige retroactiviteit van de voormelde partiële splitsingen en fusies kan worden aanvaard;

**1.4.** de partiële splitsingen van BV A, BV B en BV C vallen onder de toepassing van de artikelen 115 en 115*bis* van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek-, en Griffierechten (hierna federaal W.Reg.) en bijgevolg zal geschieden tegen het vast recht zoals voorzien in artikel 167 federaal W.Reg.;

**1.5.** de geruisloze fusies onder de toepassing vallen van artikel 117, § 1, federaal W.Reg.;

**1.6.** de partiële splitsingen van BV A, BV B en BV C in toepassing van [artikel 44, § 3, 1°, a), eerste lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) (hierna W.Btw) met vrijstelling van btw kunnen worden doorgevoerd;

**1.7.** de geruisloze fusies van Newco A en Newco B in Newco C in toepassing van artikel 44, § 2, 13°, W.Btw met vrijstelling van btw kunnen worden doorgevoerd.

## II. Omschrijving van de verrichtingen

**2.** De bij de verrichtingen betrokken vennootschappen behoren tot dezelfde groep.

**3.** De BV C is een exploitatievennootschap met meerdere vestigingen en bezit tevens drie onroerende goederen waarvan twee onroerende goederen worden verhuurd en het andere onroerend goed door haar zelf wordt gebruikt voor de uitbating van een eigen vestiging. Zij fungeert tevens als topholding voor de Belgische exploitatieactiviteiten en bezit derhalve diverse deelnemingen, waaronder in BV A, BV D en in andere exploitatievennootschappen van de groep. De aandelen van BV C werden tot voor kort aangehouden door twee buitenlandse vennootschappen.

**4.** BV A is een exploitatievennootschap met meerdere vestigingen en bezit tevens één onroerend goed dat door haar zelf wordt gebruikt voor één van haar vestigingen. Alle aandelen van BV A worden aangehouden door BV C.

**5.** BV B is een exploitatievennootschap met meerdere vestigingen en bezit tevens één onroerend goed dat door haar zelf wordt gebruikt voor één van haar vestigingen. Alle aandelen van BV B worden aangehouden door BV D, die een dochtervennootschap van BV C is.

**6.** De reorganisatie omvat volgende stappen:

**6.1.** de aandelen van BV C aangehouden door de ene buitenlandse vennootschap-aandeelhouder werden recentelijk verkocht tegen marktwaarde aan de andere buitenlandse vennootschap-aandeelhouden zodanig dat deze laatste thans alle aandelen van BV C aanhoudt;

**6.2.** de partiële splitsing van BV A, waarbij het vastgoed (incl. inrichtingen die als onroerend kwalificeren) zal worden overgedragen aan de nieuw op te richten vennootschap Newco A, waarvan alle aandelen zullen worden aangehouden door BV C;

**6.3.** de partiële splitsing van BV B, waarbij het vastgoed (incl. inrichtingen die als onroerend kwalificeren) zal worden overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap Newco B, waarvan alle aandelen zullen worden aangehouden door BV D;

**6.4.** de partiële splitsing van BV C, waarbij het vastgoed (incl. inrichtingen die als onroerend kwalificeren), de participatie in Newco A en een deel van de liquide middelen zullen worden overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap Newco C, waarvan alle aandelen zullen worden aangehouden door haar Europese aandeelhouder;

**6.5.** BV D verkoopt haar aandelen van Newco B (100%) aan Newco C. Newco C zal de aankoopprijs onmiddellijk voldoen met de liquide middelen die zij heeft verkregen naar aanleiding van de partiële splitsing van BV C waardoor zij geen schuldfinanciering dient aan te gaan;

**6.6.** geruisloze fusies waarbij Newco C haar 100% dochtervennootschappen Newco A en Newco B zal overnemen.

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 op de partiële splitsingen en de geruisloze fusies*

**7.** De verrichtingen zoals omschreven in randnummers 6.2, 6.3 en 6.4 betreffen de partiële splitsingen van BV A, BV B en BV C waarbij een deel van hun vermogen zal worden overgedragen aan respectievelijk de nieuw op te richten vennootschappen Newco A, Newco B en Newco C tegen uitgifte van nieuwe aandelen aan hun respectievelijke aandeelhouders. De aanvragers hebben bevestigd dat er geen specifieke schulden rusten op het over te dragen vastgoed, zodat in het kader van de voormelde partiële splitsingen geen schulden worden overgedragen Deze verrichtingen beantwoorden aan de definitie van een met splitsing gelijkgestelde verrichting zoals vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), 1), WIB 92.

**8.** De in randnummer 6.6 omschreven geruisloze fusies, waarbij het gehele vermogen van Newco A en Newco B zal overgaan naar hun 100% moedervennootschap Newco C zonder uitgifte van aandelen, kan worden beschouwd als een met een fusie door overneming gelijkgestelde verrichting zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/1, c), 1°, WIB 92.

**9.** De partiële splitsingen en fusies kaderen binnen het opzet om al het Belgische vastgoed van de groep, dat thans verspreid zit over de drie exploitatievennootschappen BV A, BV B en BV C te centraliseren binnen één nieuwe vastgoedvennootschap Newco C, waarvan de aandelen zullen worden aangehouden door de buitenlandse topholding. De centralisatie van de onroerende goederen in Newco C zal volgens de aanvragers leiden tot meer eenvoud en transparantie en zal een verdere uitbreiding van zowel de vastgoedactiviteiten als de exploitatieactiviteiten mogelijk maken. Tevens zal op deze wijze het vastgoed gevrijwaard blijven van de bedrijfsrisico’s eigen aan de exploitatieactiviteit. De aanvragers hebben in dit verband bevestigd dat thans geen grote geschillen en/of schadeclaims bij de drie betrokken exploitatievennootschappen hangende zijn, zodat de verrichtingen er niet toe strekken om zich aan bepaalde financiële verplichtingen te onttrekken. Er is evenwel een beperkt sociaalrechtelijk geschil lopende waarbij Newco C betrokken is. De aanvragers bevestigen dat er evenwel voldoende middelen overblijven bij Newco C na de partiële splitsing om eventuele financiële verplichtingen ten gevolge het sociaalrechtelijk geschil na te komen.

**10.** De aanvragers hebben bevestigd dat de reorganisatie geen invloed zal hebben op de tewerkstelling binnen de groep. Alle werknemers zullen behouden blijven bij respectievelijk BV A, BV B en BV C, waaruit blijkt dat de exploitatieactiviteiten van de partieel gesplitste vennootschappen bij voortduur zullen worden verdergezet door deze vennootschappen. Er zal geen personeel worden overgedragen naar de nieuw op te richten vastgoedvennootschappen. Naarmate de vastgoedactiviteit zal uitbreiden, zullen er mogelijks werknemers worden aangeworven door Newco C die zich uitsluitend op de vastgoedactiviteit zullen kunnen toeleggen.

**11.** De aanvragers hebben aangetoond dat er geen fiscale motieven aan de basis van de reorganisatie liggen:

**11.1.** BV A, BV B en BV C zijn doorgaans winstgevend en beschikken over een belastbare basis;

**11.2.** BV A, BV B en BV C beschikken niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen zoals DBI-aftrek, fiscale verliezen, innovatie-aftrek, e.d.; aangezien de verkrijgende vennootschappen nieuw op te richten vennootschappen zijn, beschikken deze evenmin over dergelijke bestanddelen;

**11.3.** de aanvragers hebben bevestigd dat de nieuwe vennootschap Newco C een marktconforme huur zal aanrekenen aan de exploitatievennootschappen BV A, BV B en BV C. Uit de door de aanvragers verstrekte prognoses blijkt dat Newco C financieel leefbaar zal zijn;

**11.4.** de betrokken vennootschappen BV A, BV B en BV C hebben geen vrijgestelde reserves waarvoor eventuele herbeleggingsverplichtingen openstaan, zodat de partiële splitsingen en fusies er niet toe strekken om de activa van de ene vennootschap aan te duiden als herbeleggingsactief ten name van de andere vennootschap voor het verkrijgen van een vrijstelling of een stelsel van gespreide taxatie;

**11.5.** de aanvragers hebben bevestigd dat na de partiële splitsingen en voorafgaand aan de geruisloze fusies geen schulden aanwezig zullen zijn bij Newco C die betrekking hebben op de verwerving van de aandelen van Newco A en Newco B; in dit verband hebben de aanvragers bevestigd dat voor de aankoop van de aandelen van Newco B door Newco C geen schuldfinanciering zal worden aangegaan, zodat het belastbare resultaat van de fusie-entiteit Newco C niet negatief zal worden beïnvloed door bijkomende interestlasten;

**11.6.** de aanvragers hebben bevestigd dat ze geen intentie hebben om, behoudens de in deze beslissing omschreven verkoop van de aandelen van Newco B aan Newco C, de aandelen van de partieel te splitsen vennootschappen BV A, BV B en BV C en/of van de verkrijgende vennootschappen Newco A, Newco B en Newco C te vervreemden.

**12.** De aanvragers hebben bevestigd dat de bepalingen van artikel 213 WIB 92 en de richtlijnen van de administratieve commentaar ter zake zullen worden nageleefd naar aanleiding van de partiële splitsingen van BV A, BV B en BV C. Nazicht van de overgemaakte ontwerp splitsingsstaten leert dat deze effectief conform de bepalingen van artikel 213 WIB 92 werden opgemaakt. Naar aanleiding van de geruisloze fusies zal ten name van Newco C een boekhoudkundige (en fiscale) minderwaarde op de ingetrokken aandelen Newco A en Newco B worden gerealiseerd die evenwel zal worden geactiveerd als een herwaarderingsmeerwaarde op de overgenomen onroerende goederen. Teneinde aan de onaantastbaarheidsvoorwaarde te voldoen, zal Newco C een negatieve belaste reserve in kapitaal en een vrijgestelde reserve in kapitaal aanleggen ten belope van het bedrag van deze herwaarderingsmeerwaarde. Aangezien Newco A en Newco B geen vrijgestelde reserves zullen hebben na de voormelde partiële splitsingen, zullen er geen vrijgestelde reserves dienen te worden heraangelegd ten name van Newco C. De aanvragers hebben bevestigd dat het bedrag van de fiscale minderwaarde op de ingetrokken aandelen in de verworpen uitgaven zal worden opgenomen en dat de toekomstige boekhoudkundige afschrijvingen op de herwaarderingsmeerwaarden op fiscaal vlak zullen worden geneutraliseerd door een tegenboeking van de voormelde kapitaalrekeningen a rato van de jaarlijkse afschrijvingen.

**13.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de partiële splitsingen van BV A, BV B en BV C en de geruisloze fusies van Newco A en Newco B in Newco C plaatsvinden op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

**14.** De aanvragers hebben bevestigd dat de verkrijgende vennootschappen in het kader van de partiële splitsingen binnenlandse vennootschappen zullen zijn. Dit geldt eveneens voor de overnemende vennootschap in het kader van de fusieverrichtingen.

**15.** Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de partiële splitsingen van BV A, BV B en BV C en de fusies van Newco A en Newco B in Newco C kunnen worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

### *III.B. Inzake de toepassing van artikel 264, eerste lid, 2°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 op de geruisloze fusies*

**16.** Artikel 264, eerste lid, 2°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 stelt:

> “De roerende voorheffing is niet verschuldigd op het gedeelte van dividenden:
>
> 2° dat, in geval van fusie, splitsing, met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting of met splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 211, § 1:
>
> \- in artikel 210, § 1, 1° en 1°*bis* wordt bedoeld, wanneer de inbreng niet volledig wordt vergoed met nieuwe aandelen als bedoeld in artikel 211, § 2, derde lid, omdat de overnemende of verkrijgende vennootschappen in bezit zijn van aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap.”

**17.** Aangezien uit randnummer 15 blijkt dat de geruisloze fusies van Newco A en Newco B in Newco C belastingneutraal met toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 kunnen worden doorgevoerd en derhalve voldaan is aan de voorwaarde van artikel 264, eerste lid, 2°, eerste gedachtestreepje, WIB 92, kunnen deze verrichtingen met vrijstelling van roerende voorheffing worden doorgevoerd.

### *III.C. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit van de partiële splitsingen en de fusies op het vlak van de vennootschapsbelasting*

**18.** De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

**18.1.** met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

**18.2.** en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

**19.** De partiële splitsingen van BV A, BV B en BV C en de geruisloze fusies van Newco A en Newco B in Newco C zullen plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteit die niet meer dan 7 maanden zal bedragen.

**20.** In het kader van de in randnummer 18.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen of DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). Uit de cijfers blijkt dat de betrokken vennootschappen evenwel niet over fiscaal overgedragen verliezen of DBI-aftrek beschikken.

**21.** Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit een correcte toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat en op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.

### *III.D. Inzake de toepassing van de artikelen 115 en 115bis, federaal W.Reg. op de partiële splitsingen*

**22.** Uit de door de aanvragers voorgelegde splitsingsstaten blijkt dat BV A, BV B en BV C onroerende goederen afsplitsen naar de nieuw op te richten vennootschappen Newco A, Newco B en Newco C. Bij de partiële splitsing van BV C zullen er naast onroerende goederen ook liquide middelen en de participatie in Newco A mee worden afgesplitst.

**23.** Artikel 115, federaal W.Reg. bepaalt dat aan een recht van 0% wordt onderworpen de inbreng van roerende goederen in burgerlijke of handelsvennootschappen waarvan hetzij de zetel der werkelijke leiding in België, hetzij de statutaire zetel in België en de zetel der werkelijke leiding buiten het grondgebied der Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap, is gevestigd, onverschillig of de inbreng bij de oprichting van de vennootschap of naderhand plaats heeft. Het recht wordt vereffend op het totaalbedrag van de inbrengen.

**24.** Artikel 115*bis*, federaal W.Reg. bepaalt dat de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in burgerlijke vennootschappen of handelsvennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0% worden onderworpen.

**25.** Artikel 120, federaal W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, wordt onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115*bis* en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117, federaal W.Reg.

**26.** Artikel 167, federaal W.Reg. bepaalt dat wanneer er niet anderszins bij deze titel over beschikt is, het bedrag van het op een akte of een verklaring te heffen evenredig recht niet minder dan het algemeen vast recht mag bedragen.

**27.** De aanvragers hebben bevestigd dat de verkrijgende vennootschappen hun zetel van werkelijke leiding in België zullen hebben.

**28.** In casu worden bedrijfsgebonden onroerende goederen ingebracht door een vennootschap. Het betreft dus geen inbreng van een voor bewoning aangewend of bestemd onroerend goed door een natuurlijk persoon.

**29.** Aangezien de partiële splitsing volledig wordt vergoed in aandelen waarbij er geen overname van schuld noch enige opleg in contanten is op datum van het verlijden van de notariële akte, is in casu artikel 120, federaal W.Reg. niet van toepassing.

**30.** Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsingen van BV A en BV B zullen worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115*bis*, federaal W.Reg en dat de partiële splitsing van BV C zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van de artikelen 115 en 115*bis*, federaal W. Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 50 EUR bij toepassing van artikel 167, federaal W.Reg.

### *III.E. Inzake de toepassing van artikel 117, § 1, federaal W.Reg. op de geruisloze fusies*

**31.** Inzake de fusies van Newco A en Newco B in Newco C is artikel 117, § 1, federaal W.Reg. van toepassing: het bij de artikelen 115 en 115*bis* federaal W.Reg. bepaalde recht is niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit der goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in een of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.

**32.** Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde dat:

1/ de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen;

2/ eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde of, bij gebrek aan een nominale waarde, van de fractiewaarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt. Indien het Belgisch of buitenlands recht dat de verkrijgende vennootschap beheerst niet in een begrip gelijkaardig aan dat van het kapitaal van een naamloze vennootschap voorziet, wordt met de fractiewaarde gelijkgesteld, de inbrengwaarde, zoals die blijkt uit de jaarrekening, van alle door de aandeelhouders of vennoten toegezegde inbrengen in geld of in natura, met uitzondering van de inbrengen in nijverheid, in voorkomend geval verhoogd met de reserves die op grond van een statutaire bepaling slechts aan de aandeelhouders of vennoten kunnen worden uitgekeerd mits een statutenwijziging, dit alles gedeeld door het aantal aandelen.

**33.** Artikel 167, federaal W.Reg. bepaalt dat wanneer er niet anderszins bij deze titel over beschikt is, het bedrag van het op een akte of een verklaring te heffen evenredig recht niet minder dan het algemeen vast recht mag bedragen.

**34.** Bij de fusies van Newco A en Newco B in Newco C zal de inbreng worden gedaan door een Belgische vennootschap. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

**35.** De fusies door overneming gebeuren door inbreng van het gehele vermogen, zowel actief en passief, van de over te nemen vennootschappen, waardoor er wordt voldaan aan de notie van een universaliteit van goederen, zoals bepaald in artikel 117, § 1, federaal W.Reg.

**36.** Het feit dat in geval van een geruisloze fusie geen nieuwe aandelen van de overnemende vennootschap zullen worden uitgegeven, is geen bezwaar voor de toepassing van de vrijstelling voorzien in artikel 117, § 1, federaal W.Reg., gezien het Hof van Cassatie in zijn arrest van 9 maart 2006 (Rep. RJ R 117,§ 1/10-01) heeft beslist dat een geruisloze fusie kan genieten van de vrijstelling voorzien in artikel 117, § 1, federaal W.Reg. Er zal evenmin een opleg in geld worden betaald in het kader van de fusieverrichtingen.

**37.** Derhalve kan worden besloten dat de geruisloze fusies kunnen worden verricht onder het vrijstellingsregime voorzien in artikel 117, § 1, federaal W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167, federaal W.Reg.

### *III.F. Inzake de toepassing van artikel van artikel 44, § 3, 1°, a) W.Btw op de partiële splitsingen*

**38.** Artikel 44, § 3, 1°, a) W.Btw stelt vrij van btw:

a) de levering van uit hun aard onroerende goederen.

Worden evenwel uitgesloten de levering van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, wanneer hun vervreemding wordt verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, door:

\- hetzij een in artikel 12, § 2, beoogde belastingplichtige die voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, heeft opgericht of heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen;

\- hetzij een in artikel 8, § 1, beoogde belastingplichtige;

\- hetzij elke andere belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling een dergelijke vervreemding te verrichten met voldoening van de belasting;”

**39.** De over te dragen onroerende goederen van de partieel te splitsen vennootschappen worden hetzij verhuurd, hetzij gebruikt voor de eigen exploitatieactiviteit.

**40.** De aanvrager verklaart dat de over te dragen onroerende goederen voor de btw-doeleinden niet als “nieuwe gebouwen” kunnen worden beschouwd. De DVB deelt mee deze criteria niet te hebben onderzocht.

**41.** Voor wat betreft de verhuurde onroerende goederen van BV C zullen de desbetreffende huurovereenkomsten worden overgedragen aan Newco C. Deze overnemer zal de huurovereenkomsten voortzetten.

**42.** Derhalve kan worden besloten dat de overdracht van de onroerende goederen in het kader van de partiële splitsingen van btw is vrijgesteld op basis van artikel 44, § 3, 1°, a) W.Btw.

### *III.G. Inzake de toepassing van artikel 44, § 2, 13°, W.Btw op de geruisloze fusies*

**43.** Artikel 44, § 2, 13°, W.Btw stelt vrij:

\- de levering van goederen die uitsluitend ten behoeve van een op grond van artikel 44 W.Btw vrijgestelde activiteit werden aangewend als voor al deze goederen geen recht op aftrek is genoten;

\- de overdracht van cliënteel of het verlenen van rechten op een cliënteel, dat betrekking heeft op een op grond van artikel 44 W.Btw vrijgestelde activiteit;

\- de levering van goederen waarvan de verkrijging of de bestemming het voorwerp heeft uitgemaakt van een uitsluiting van het recht op aftrek overeenkomstig artikel 45, § 3, W.Btw.

**44.** Bij de overdracht van een vrijgestelde bedrijfstak om leveringen van goederen en diensten die voor de vrijgestelde btw-activiteit worden aangewend en waarvoor de btw niet is afgetrokken, kunnen de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw niet worden toegepast, waardoor die leveringen worden vrijgesteld volgens artikel 44, § 2, 13°, W.Btw. Het betreft een technische vrijstelling ingevoerd om te vermijden dat bij de verkoop/overdracht van die goederen en/of diensten die werden aangewend voor vrijgestelde activiteit(en) en waarbij de vrijgestelde belastingplichtige in kwestie geen recht op aftrek kon uitoefenen, zouden belast worden naar aanleiding van die verkoop, zodat in de prijs niet alleen de aangerekende btw zit, maar ook de eerder niet afgetrokken btw.

**45.** [Artikel 19 van richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) bepaalt volgende: “De lidstaten kunnen, ingeval van overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap, zich op het standpunt stellen dat geen levering van goederen heeft plaatsgevonden en dat degene op wie de goederen overgaan, in de plaats treedt van de overdrager.”

**46.** De richtlijn bepaalt dat de lidstaten de nodige maatregelen kunnen nemen om verstoringen van de mededingen te voorkomen ingeval degene op wie de goederen overgaan, niet volledig belastingplichtig is.

**47.** De activa en passiva van Newco A en Newco B (verkregen naar aanleiding van de voorgaande partiële splitsingen) zullen uitsluitend worden aangewend in het kader van een btw-vrijgestelde vastgoedactiviteit, die geen recht op btw-aftrek verleent.

**48.** De overnemer Newco C zal uitsluitend een btw-vrijgestelde vastgoedactiviteit uitoefenen, die geen recht op btw-aftrek verleent.

**49.** De geruisloze fusies van Newco A en Newco B in Newco C zijn vrijgesteld van btw overeenkomstig artikel 44, § 2, 13°, W.Btw.

## Textes cités

2

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 3 occurrences

[directive TVA 2006/112 art. 19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) 1 occurrence
