---
title: "Décision anticipée 2025.0145 · Impôt des sociétés"
description: "Impôt des sociétés, Apport d’une branche d’activité fiscalement neutre, Motifs économiques valables. Décision anticipée belge n° 2025.0145 du 25 mars 2025."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/impot-societes-apport-branche-activite-8a7c"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt des sociétés, Apport d’une branche d’activité fiscalement neutre · IMPÔT DES SOCIÉTÉS - Apport d’une branche d’activité fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Plus-value sur actions - Mesure anti-abus - TVA - Cession d’une branche d’activité - DROITS D’ENREGISTREMENT - branche d’activité

**Numéro**

2025.0145

**Date**

25 mars 2025

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

111 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2025.0145 du 25.03.2025

*IMPÔT DES SOCIÉTÉS* · *Apport d’une branche d’activité fiscalement neutre* · *Motifs économiques valables* · *Fraude ou évasion fiscale* · *Plus-value sur actions* · *Mesure anti-abus*

*TVA* · *Cession d’une branche d’activité*

*DROITS D’ENREGISTREMENT* · *branche d’activité*

## Résumé

L’apport de l’activité A par la société X dans une nouvelle société Y à constituer visant l’entrée d’un troisième investisseur dans l’activité A peut être considéré comme un apport d’une branche d’activité au sens de l’article 46, § 1 er, alinéa 1 er, 2°, du CIR 92 et répond aux dispositions de l'article 183*bis* du CIR 92, de sorte que cette opération d'apport peut se dérouler de manière fiscalement neutre en application de l’article 46, § 1 er, du CIR 92.

La plus-value, que la société X réalisera à l’occasion de la vente d’une participation minoritaire dans la société Y dans l’année qui suit la date juridique de l’apport de la branche d’activité par la société X dans la société Y, entre en ligne de compte pour l’application de l’article 192, § 1 er, alinéa 1 er, du CIR 92, vu que la période de détention minimale d’un an est remplie conformément à l’article 192, § 1 er, alinéa 7, du CIR 92, et peut donc être exonérée pour autant que les autres conditions énoncées à cet article soient remplies.

En ce qui concerne le calcul de la période de détention d'un an dans le cadre de l’article 192, § 1 er, premier alinéa en combinaison de l’alinéa 8, du CIR 92, on peut tenir compte de la date d’acquisition des actions ou parts transférées à la société apporteuse X, conformément à l’article 192, § 1 er, alinéa 8, du CIR 92.

L’apport par la société X de la branche d’activité A suivi par la vente d’une participation minoritaire dans la société Y ne constituent pas un abus fiscal au sens de l’article 344, § 1 er, du CIR 92.

L’apport de l’activité A par la société X dans la société Y peut avoir lieu sous le régime d’exonération prévu à l'article 117, § 2 er, du Code fédéral des droits d'enregistrement, toutefois avec une perception minimale égale au droit fixe général en application de l’article 167 du Code fédéral des droits d’enregistrement.

L’apport de l’activité A par la société X dans la société Y relève de l’application des articles [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) et [18, § 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18), du C.TVA.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1.** De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

**1.1** de inbreng in natura door vennootschap X in vennootschap Y kan worden aangemerkt als een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna “WIB 92”) en beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 46, § 1, derde lid, WIB 92, waaronder de voorwaarde dat de verrichting niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis* WIB 92;

**1.2** de boekhoudkundige retroactiviteit op fiscaal gebied aanvaard kan worden;

**1.3** de meerwaarde gerealiseerd bij de voorgenomen verkoop van een minderheidsparticipatie in vennootschap Y door vennootschap X aan de nieuwe co-aandeelhouder Z, voldoet aan de vrijstellingsvoorwaarden voorzien in artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92 in toepassing van artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92;

**1.4** de minimale houdperiode van één jaar zoals voorzien in artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92 geacht wordt door te lopen m.b.t. de aandelen in de SPV’s die vennootschap Y als gevolg van de inbreng zal ontvangen overeenkomstig artikel 192, § 1, achtste lid, WIB 92;

**1.5** de inbreng gevolgd door de verkoop van een minderheidsparticipatie door vennootschap X in vennootschap Y tegenwerpelijk is aan de fiscale administratie en niet als fiscaal misbruik van artikel 192 WIB 92 kan worden beschouwd overeenkomstig artikel 344, § 1, WIB 92;

**1.6** de voormelde inbreng in natura kwalificeert als een overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling in de zin van artikel 11 en [artikel 18, § 3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) (hierna "W.Btw”);

**1.7** de voormelde inbreng in natura onder de toepassing valt van artikel 117, § 2 federaal Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten (hierna: “Federaal W.Reg.”).

## II. Beslissing

### *II.A. Algemeen*

**2.** Vennootschap X, met als aandeelhouder de heer P, oefent 3 activiteiten uit:

1) managementactiviteiten;

2) de A-activiteiten. In dit verband houdt vennootschap X ook een aantal SPV’s aan;

3) de B-activiteiten.

De aanvragers verstrekten de nodige details.

**3.** Gelet op het succes van de A-activiteiten ziet vennootschap X een opportuniteit om deze activiteiten nog verder te ontwikkelen en uit te breiden in België en in Europa. Sinds een aantal jaren herinvesteerde vennootschap X haar inkomsten in de A-activiteiten, doch gelet op de groei en voormelde opportuniteiten zocht vennootschap X een externe financier. Een niet-bindende term sheet werd ondertekend met vennootschap Z die wenst te investeren in deze activiteiten. Finaal is er, na lang onderhandelen, een overeenkomst bereikt. Gelet op de financiële slagkracht en ruime sectorervaring wordt een exponentiële nationale en internationale groei van de A-activiteiten verwacht.

**4.** Aangezien vennootschap X niet enkel de A-activiteiten ontwikkelt maar ook andere activiteiten uitvoert, wenst vennootschap Z niet in te treden op het niveau van vennootschap X. De vereiste van vennootschap Z is bijgevolg dat de A-activiteiten worden afgezonderd van de overige activiteiten bij vennootschap X.

**5.** Vanuit deze optiek worden onder meer volgende verrichtingen vooropgesteld:

1) Inbreng van de A-activiteiten in vennootschap Y door vennootschap X tegen uitgifte van aandelen in vennootschap Y (zonder opleg in geld). Vennootschap X houdt na de inbreng 100% van de aandelen aan in vennootschap Y. Vennootschap X zal managementdiensten leveren aan de joint venture na de voormelde inbreng en hiertoe marktconforme vergoedingen ontvangen.

2) Verkoop van een minderheidsparticipatie in vennootschap Y door vennootschap X.

### *II.B. Inzake artikel 46, § 1, WIB 92*

**6.** Om toepassing te kunnen maken van het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92 dient de inbreng een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid dan wel een algemeenheid van goederen te omvatten. Een wettelijke definitie van een inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid is opgenomen in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92.

**7.** Artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92 definieert de voormelde begrippen als volgt:

> “b) Inbreng van een bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid: de rechtshandeling waarbij een natuurlijke persoon of een vennootschap, zonder ontbinding, een bedrijfstak overdraagt aan een andere vennootschap tegen een vergoeding die uitsluitend bestaat in aandelen van de verkrijgende vennootschap;
>
> c) Bedrijfsafdeling of tak van werkzaamheid: het geheel van de activa en passiva van een afdeling van een vennootschap dat uit organisatorisch oogpunt een onafhankelijke exploitatie vormt, dat wil zeggen een geheel dat op eigen kracht kan functioneren.”

**8.** In eerste instantie dient er dus binnen vennootschap X voorafgaand aan de inbreng al sprake te zijn van een duidelijk afgebakend geheel m.b.t. de A-activiteiten. Uit de door de aanvragers verstrekte omschrijving kan worden afgeleid dat de A-activiteiten specifieke activa, passiva, personeelsleden, IT-systemen, lopende projecten, een lopend en nieuw huurcontract m.b.t. het kantoor van waaruit de A-activiteiten worden gevoerd, aandelen in SPV’s, … omvat.

**9.** In het kader van de inbrengverrichting zullen al deze specifieke boekhoudkundige elementen (activa en passiva) en niet-boekhoudkundig uitgedrukte elementen evenals de werknemers en consultants die specifiek verbonden zijn met de A-activiteiten overgaan naar vennootschap Y. De aanvragers hebben ook verduidelijkt waarom bepaalde elementen binnen vennootschap X niet tot de A-activiteiten behoren en bijgevolg ook niet overgaan in het kader van de inbrengverrichting.

**10.** De aanvragers hebben bevestigd dat de inbreng volledig zal worden vergoed in aandelen vennootschap Y, die het maatschappelijk kapitaal van deze vennootschap vertegenwoordigen.

**11.** Er kan bijgevolg worden besloten dat de inbreng beantwoordt aan de definities zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92.

**12.** Uit de door de aanvragers gemaakte beschrijving kan worden afgeleid dat de werknemers en consultants die verbonden zijn met de A-activiteiten zullen overgaan naar vennootschap Y. De aanvragers geven aan dat de inbrengverrichting geen verlies van de tewerkstelling tot gevolg zal hebben maar integendeel tot doel heeft om de economische activiteiten verder te doen groeien waardoor ook de Belgische (en Europese) tewerkstelling zou kunnen toenemen. Zo wordt gemikt om de tewerkstelling in België en Europa te doen toenemen . De aanvragers verstrekten ook prognoses die de leefbaarheid onderbouwen van zowel vennootschap X als de joint-venture na doorvoering van de verrichtingen. Als gevolg van de vergoeding voor de managementactiviteit aan vennootschap Y wordt er ook voor vennootschap X winstgevendheid vooropgesteld in de toekomst. Hieruit blijkt dat de A-activiteiten bij voortduur zullen worden verder gezet door vennootschap Y en dat de achterblijvende activiteiten bij vennootschap X bij voortduur zullen worden verdergezet door vennootschap X.

**13.** De fiscale aspecten van de inbreng kunnen als volgt worden samengevat:

**13.1** vennootschap X is de laatste jaren verlieslatend. Uit de overgemaakte opsplitsing van de opbrengsten uit de diverse activiteiten blijkt dat de A-activiteiten de laatste jaren winstgevend zijn en de overige activiteiten ofwel licht verlieslatend dan wel winstgevend;

**13.2** vennootschap X beschikt over fiscaal overgedragen verliezen die in het kader van de inbrengverrichting volledig bij vennootschap X behouden blijven;

**13.3** de inbrenggenietende vennootschap Y beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen noch over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande wederbeleggingsverplichtingen gelden, aangezien het een nieuw op te richten vennootschap betreft;

**13.4** de voorgenomen inbreng van de A-activiteiten door vennootschap X zal worden gevolgd door de verkoop van een minderheidsparticipatie in vennootschap Y door vennootschap X aan vennootschap Z. Uit de overgemaakte aandeelhoudersovereenkomst en term sheet agreement blijkt de intentie van de partijen (zijnde vennootschappen X en Z) om 2 jaar na ‘Financial Close’ een gezamenlijke exit te organiseren. In dat kader verbindt vennootschap X zich om de verkoopprijs verminderd met het boekhoudkundige netto-actief te herinvesteren en/of uit te keren met toepassing van de roerende voorheffing (basistarief).

**14.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de inbreng door vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92 zoals vereist door artikel 46, § 1, derde lid, 3°, WIB 92.

**15.** De inbrenggenietende vennootschap, met name vennootschap Y, zal een binnenlandse vennootschap zijn.

**16.** Derhalve kan worden besloten dat de inbreng door vennootschap X van de A-activiteiten in vennootschap Y belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 46, § 1, WIB 92.

### *II.C. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting*

**17.** De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag ten aanzien van voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

**17.1** met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maand, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

**17.2** en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

**18.** Het is de bedoeling om de inbrengverrichting te laten plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 7 maanden.

**19.** In het kader van de in randnummer 17.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximaal behoud van de fiscaal overdraagbare verliezen en/of DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). In casu beschikt evenwel enkel de inbrenggenietende vennootschap vennootschap X over fiscaal overgedragen bestanddelen (met name fiscaal overgedragen verliezen), welke sowieso volledig behouden blijven bij deze vennootschap.

**20.** Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit van de inbreng zoals vermeld in randnummer 18 op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.

### *II.D. Inzake artikel 192, § 1, WIB 92*

**21.** Artikel 192, § 1, eerste, zevende en achtste lid, WIB 92 bepalen het volgende:

> “§ 1. De niet in artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde meerwaarden op aandelen verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, zijn eveneens volledig vrijgesteld in de mate dat de eventuele inkomsten van deze aandelen in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202 en 203, van de winst te worden afgetrokken of, voor wat betreft de overeenkomstig artikel 194 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aangehouden aandelen, krachtens de artikelen 202, § 1 en § 2, eerste lid, 2°, en 203, van de winst te worden afgetrokken.
>
> …
>
> Voor de toepassing van het eerste lid, worden de in ruil ontvangen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183*bis*, geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan.
>
> Om vast te stellen of aan de in het eerste lid bedoelde voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschap, worden de overgedragen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183*bis*, geacht te zijn verkregen op de datum waarop ze zijn verkregen door de inbrenger of de omgevormde, overgenomen of gesplitste vennootschap”.

**22.** De wetgever verwijst in artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 expliciet naar artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92. Vennootschap X kan, gelet op de verklaarde wil van de wetgever, in toepassing van de aanhef van artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92, in die context aanspraak maken op het bijzonder regime, waarin artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92 voorziet, voor de meerwaarde gerealiseerd bij de verkoop van een deel van de aandelen van vennootschap Y kort na de belastingneutrale inbreng van een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid in vennootschap Y.

**23.** De Memorie van Toelichting bij de Programmawet van 29 maart 2012, waarbij het zevende lid werd ingevoerd in paragraaf 1 van artikel 192 WIB, stelt het volgende:

> “Anderzijds wordt rekening gehouden met de periode voorafgaand aan de verrichting met het oog op het onderzoeken of de voorwaarde van behoud van tenminste één jaar al dan niet is vervuld, wanneer de aandelen verkregen zijn in het kader van een fiscaal neutrale verrichting, vermeld in de artikelen 46, §1, eerste lid, 2°, 211, 214, §1, en 231, §§2 en 3 WIB 92 die beantwoorden, naargelang het geval, aan het bepaalde in artikel 183*bis* WIB 92.”

**24.** De Memorie van Toelichting bij de Wet van 13 december 2012 houdende fiscale en financiële bepalingen, waarbij een achtste lid werd ingevoerd in paragraaf 1 van artikel 192 WIB 92 verduidelijkt nog het volgende:

“Teneinde voor de toepassing van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92, de fiscale neutraliteit te bevestigen van de verrichtingen van inbreng, fusie of splitsing, gerealiseerd overeenkomstig de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, § 1, en 231, §§ 2 en 3, is het nuttig om dit expliciet te verduidelijken in de wettekst. Daarom wordt artikel 192, § 1, WIB 92, naast een zevende lid, aangevuld met een nieuw lid, dat toelaat om volledig de fiscale neutraliteit van die verrichtingen te bevestigen inzake de belasting van meerwaarden op aandelen.(…) De bijzondere toepassing die hierbij werd ingesteld bevestigt het algemeen beginsel van de continuïteit voorzien in het Wetboek Vennootschappen zonder dat deze raakt aan de algemene toepassing van ditzelfde beginsel” (Parl. St. Kamer, 2012-2013, 2458/001, 26-27). “

**25.** Verder stelt de circulaire nr. Ci.RH.421/620.779 (AAFisc 19/2013) van 21 mei 2013 dat:

“\[…\] de toevoeging van het zevende en achtste lid aan art. 192, § 1, WIB 92, voorzien, voor de beoordeling van de voorwaarde van behoud, in de fiscale neutraliteit van de verrichtingen van inbreng, \[…\] die worden verwezenlijkt overeenkomstig de art. 46, § 1, eerste lid, 2° \[…\] WIB 92 in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschappen alsook voor de vennootschappen-aandeelhoudsters van de overgenomen of gesplitste vennootschappen”.

**26.** In onderhavig geval zal vennootschap X bestanddelen inbrengen in vennootschap Y die een bedrijfsafdeling of een tak van werkzaamheid vormen, zoals voorzien in artikel 46, § 1, lid 1, 2° WIB 92. Bijgevolg is in onderhavig geval artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92 van toepassing.

**27.** In overeenstemming met de fiscale neutraliteit dient zoals de aanvrager aangeeft als aanvangspunt voor de berekening van de minimale houdsterperiode van één jaar, zoals voorzien in artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92, gekeken te worden naar de datum waarop de bedrijfsafdeling of de tak van werkzaamheid op een zelfstandige wijze operationeel is geworden binnen vennootschap X. Uit o.a. een jaarrapport blijkt dat de A-activiteiten al meer dan 1 jaar worden ondernomen door vennootschap X.

**28.** Voor de toepassing van artikel 192, § 1, lid 7, WIB 92 zal vennootschap X derhalve geacht worden de aandelen vennootschap Y op het ogenblik van de inbreng langer dan één jaar te hebben aangehouden. Derhalve valt de meerwaarde onder het toepassingsgebied van artikel 192, § 1, lid 1, WIB 92, voor zover aan de overige in dit artikel gestelde voorwaarden is voldaan.

**29.** De aandelen in de SPV’s die worden overgedragen in het kader van de inbreng door vennootschap X worden geacht te zijn verkregen op datum waarop de aandelen werden verworven door vennootschap X overeenkomstig artikel 192, § 1, achtste lid, WIB 92.

### *II.E. Inzake artikel 344, § 1, WIB 92*

**30.** De voorgenomen inbreng van de A-activiteiten door vennootschap X zal worden gevolgd door de verkoop een minderheidsparticipatie in vennootschap Y aan vennootschap Z. Uit de overgemaakte aandeelhoudersovereenkomst en term sheet agreement blijkt dat het de intentie is van de partijen (zijnde vennootschappen X en Z) om 2 jaar na ‘Financial Close’ een gezamenlijke exit te organiseren.

**31.** Teneinde te onderbouwen dat de op termijn mogelijke 100% aandelenverkoop geen fiscaal motief uitmaakt in het kader van de inbreng verbindt vennootschap X zich tot een herinvestering en/of uitkering van de in randnummer 13.4 vermelde verkoopprijs.

**32.** Derhalve kan worden besloten dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92.

### *II.F. Inzake de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw*

**33.** Overeenkomstig artikel 11 W.Btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

**34.** Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch Btw Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) en [29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

**35.** In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

**36.** De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw zijn van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een economische activiteit kan worden verder gezet.

**37.** Naast het voortzetten van de activiteit is tevens vereist dat de overnemende entiteit op autonome wijze de activiteit kan verderzetten.

**38.** De in de aanvraag opgenomen transactie betreft de inbreng door vennootschap X van haar A-activiteiten in een nieuw op te richten Belgische vennootschap Y.

**39.** Alle activa en passiva, rechten en verplichtingen die specifiek betrekking hebben op de A-activiteiten worden ingebracht in een nieuw op te richten Belgische vennootschap Y.

**40.** Verwijzend naar de in de aanvraag beschreven overdracht dient vastgesteld te worden dat de A-activiteiten, zoals voorheen verricht door de inbrengende vennootschap, zullen kunnen worden voortgezet door de nieuw op te richten Belgische vennootschap Y. Rekening houdend met de aangebrachte elementen in de aanvraag kan worden vastgesteld dat de activiteiten op autonome wijze verder zullen worden gezet.

**41.** Tot slot wordt vastgesteld dat vennootschap X handelt als btw-belastingplichtige met recht op aftrek. De aanvrager zal alsook voldoen aan de voorwaarde van de hoedanigheid van btw-belastingplichtige met recht op aftrek voor de nieuw op te richten vennootschap Y.

**42.** Derhalve dient geconcludeerd te worden dat de inbreng van de A-activiteiten in vennootschap Y ressorteert onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw.

***II.G. Inzake artikel 117, § 2, federaal W.Reg.***

**43.** Vennootschap X zal door middel van een inbreng de A-activiteiten inbrengen in vennootschap Y.

**44.** Volgens artikel 117, § 2, federaal W. Reg. is het bij artikel 115 van hetzelfde wetboek bepaalde recht niet verschuldigd, onder de voorwaarden die de Koning bepaalt, voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken.

**45.** Bij koninklijk besluit (artikel 1 van het KB van 18 juli 1972 betreffende de uitvoering der artikelen 117 en 120 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten) worden de voorwaarden voor deze vrijstelling als volgt bepaald:

> “ de vrijstelling van het evenredig recht voorzien in artikel 117, § 2, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, alsook de uitzondering gevestigd in artikel 120, 3e lid\[…\] van hetzelfde wetboek, zijn ondergeschikt aan de voorwaarde:
>
> 1° dat de inbreng het geheel omvat van de goederen die door de inbrengende vennootschap worden aangewend tot een of meer afdelingen van haar onderneming welke, uit technisch oogpunt, ieder een onafhankelijk uitbatingsgeheel vormen;
>
> 2° dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstakken, de inbreng uitsluitend vergoed wordt hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen, die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, samen met een storting in contanten, die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt.
>
> Wordt niet beschouwd als een afdeling van de onderneming het beheer van de participaties en de waarden in portefeuille. De participaties en waarden in portefeuille worden slechts beschouwd als behorende tot een bedrijfstak wanneer zij normaal in de exploitatie van deze tak van de bedrijvigheid zijn geïntegreerd ”.

**46.** De inbreng van de A-activiteiten zal worden gedaan door vennootschap X, een bestaande Belgische vennootschap. Hierdoor is er voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

**47.** De inbreng zal worden gedaan in een nieuw op te richten Belgische vennootschap, met name vennootschap Y.

**48.** De notie “bedrijfstak” dient vanuit twee invalshoeken te worden bekeken, enerzijds vanuit de inbrengende vennootschap en anderzijds vanuit de inbrenggenietende vennootschap. Ten name van de inbrengende vennootschap moet worden beoordeeld of de overgedragen activa, passiva en andere rechten en elementen een geheel uitmaken en al een zekere vorm van autonomie hebben. Ten name van de inbrenggenietende vennootschap is het van belang of de ingebrachte afdeling autonoom kan functioneren binnen de inbrenggenietende vennootschap. In dit verband kan nuttig worden verwezen naar randnummers 8 en 9.

**49.** De inbreng zal volledig worden vergoed door de toekenning van aandelen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen in de Belgische vennootschap vennootschap Y. In casu wordt er geen geldopleg betaald. Hieruit kan worden besloten dat aan de voorwaarde wordt voldaan dat, eventueel na aftrek van de bij de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, die betrekking hebben op de ingebrachte bedrijfstak, de inbreng uitsluitend vergoed wordt door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, al dan niet samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen niet overschrijdt (K.B. 18 juli 1972, artikel 1).

**50.** De vervulling van de voorwaarden (K.B. 18 juli 1972) zal worden bevestigd in de notariële akte.

**51.** Voor de toepassing van de registratierechten wordt de inbreng beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

## Textes cités

7

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 2 occurrences

[CTVA art. 11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 6](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) 1 occurrence

[C-497/01, arrêt du 27 novembre 2003](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret) 1 occurrence
