---
title: "Décision anticipée 900.494 · Bien immeuble, service de stockage"
description: "Bien immeuble, service de stockage, comité TVA -entreprise belge. Décision anticipée belge n° 900.494 du 25 mai 2010."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/900-494-bien-immeuble-service-stockage-comite-dc42"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Bien immeuble, service de stockage, comité TVA -entreprise belge · taxe sur la valeur ajoutée - bien immeuble - service de stockage - comité TVA -entreprise belge

**Numéro**

900.494

**Date**

25 mai 2010

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

51 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 900.494 du 25.05.2010

Taxe sur la valeur ajoutée · Bien immeuble · Service de stockage · Comité TVA · Entreprise belge

## Résumé

L'administration belge de la TVA considère que tout service de stockage a un lien direct avec l'endroit où le bien immeuble est situé. Ce point de vue n'établit pas de distinction selon que le service concerné consiste en la mise à disposition d'un espace de stockage (mise à disposition passive), ou en une exploitation active de prestation de services de stockage (les contrats dits de "warehousing").

En réaction aux différences d'interprétation entre les Etats membres concernant cette disposition de la directive européenne,, la problématique sera soumise au Comité TVA (l'organe de concertation multilatéral) et, d'autre part, pour d'éviter des distorsions de concurrence au détriment des entreprises belges, une localisation B to B, au lieu du preneur des services, est acceptée de manière temporaire jusqu'au moment où, après discussion avec les autres Etats membres, une position définitive aura été adoptée.

**La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.**

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of de opslag van goederen waarbij de dienstverlener in opdracht van een klant goederen gaat opslaan in gebouwen of opslagtanks die de dienstverrichter volledig zelf beheert, en waarbij bijkomende diensten worden verleend, zoals de conditionering van de producten, valt onder de algemene bepaling van [art. 21, § 2 btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) of onder de afwijking van § 3.

2\. X is gespecialisserd in het opslaan van vloeibare producten in opslagtanks. Zij doet hierbij ook het lossen en laden van schepen, vrachtwagens, enz. Verder zorgt ze, tijdens de volledige termijn van opslag, voor de goede conditionering van de producten.

3\. De klant heeft geen toegang tot de opslagfaciliteiten en bepaalt zelf niet waar de goederen zullen worden opgeslagen. Bepaalde tanks worden door de dienstverrichter soms wel toegewezen aan een bepaalde klant. Veelal zullen er zich in één tank producten bevinden van verschillende eigenaars.

## A. Relevante wettelijke bepalingen en administratieve interpretatie

## A.1. Richtlijn 2006/112/EG art. 44 en 47

Algemene bepalingen

4\. Artikel 44

De plaats van een dienst, verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige, is de plaats waar de belastingplichtige de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd. Worden deze diensten evenwel verricht voor een vaste inrichting van de belastingplichtige op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn bedrijfsuitoefening heeft gevestigd, dan geldt als plaats van dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebreke van een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de diensten de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de belastingplichtige die deze diensten afneemt.

Diensten met betrekking tot onroerende goederen

5\. Artikel 47

De plaats van een dienst die betrekking heeft op onroerend goed, met inbegrip van diensten van experts en makelaars in onroerende goederen, het verstrekken van accommodatie in het hotelbedrijf of in sectoren met een soortgelijke functie, zoals vakantiekampen of locaties die zijn ontwikkeld voor gebruik als kampeerterreinen, het verlenen van gebruiksrechten op een onroerend goed, alsmede van diensten die erop gericht zijn de uitvoering van bouwwerken voor te bereiden of te coördineren, zoals bijvoorbeeld de diensten verricht door architecten en door bureaus die toezicht houden op de uitvoering van het werk, is de plaats waar het onroerend goed is gelegen.

## A.2. Btw-wetboek art. 21, § 3, 1°

6\. "1° de plaats waar het onroerend goed is gelegen, wanneer het gaat om een dienst die verband houdt met een uit zijn aard onroerend goed. Zijn inzonderheid bedoeld het werk in onroerende staat, de diensten bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 8° tot 10° of 15°, het verlenen van gebruiksrechten op een onroerend goed, de diensten van experts en makelaars in onroerende goederen of de diensten die erop gericht zijn de uitvoering van bouwwerken voor te bereiden, te coördineren of er toezicht op te houden;".

**A.3.** [**Circulaire AFZ nr. 19/2009**](https://juriel.be/fr/circulaires/19-2009-aaf-modifiee-harmonisation-legislation-tva-103e) **dd 22/12/2009 (waarvan hieronder uitreksel)**

Afwijkende plaatsbepalingsregels

7\. Op de algemene regel van de plaatsbepaling van diensten als bedoeld in [artikel 21, § 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21), van het Wetboek, bestaan evenwel een aantal afwijkingen. Ingevolge hun specifieke aard zullen sommige diensten tussen belastingplichtigen hun eigen regels blijven volgen en dus niet de algemene regel van de plaats van de ontvanger. Bedoelde afwijkingen zijn in hoofdzaak dezelfde als deze die van toepassing waren voor 1 januari 2010 en steunen op het principe van de belasting op de plaats van het verbruik. Zo wordt vermeden dat een onevenredig aantal administratieve lasten zouden worden opgelegd aan bepaalde belastingplichtigen.

Diensten die verband houden met een onroerend goed

8\. [Artikel 21, § 3, 1°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21), van het Wetboek, zet [artikel 47 van richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-47) om.

9\. De diensten die verband houden met een uit zijn aard onroerend goed zullen blijven plaatsvinden daar waar het onroerend goed is gelegen. De regeling die van toepassing was tot 31 december 2009 blijft ongewijzigd.

10\. Met het oog op een betere omzetting van voornoemd artikel 47 werden de bepalingen van het koninklijk besluit nr. 5 van 27 december 1977 met betrekking tot de diensten die verband houden met een uit zijn aard onroerend goed, inzake belasting over de toegevoegde waarde, evenwel geïntegreerd in het Wetboek. Voornoemd koninklijk besluit nr. 5 werd derhalve opgeheven met ingang van 1 januari 2010 (Belgisch Staatsblad van 17 december 2009, 2de editie).

11\. Het betreft diensten die een voldoende rechtstreekse band vertonen met een onroerend goed. De opsomming in de bepaling is zeker niet limitatief. (z. tekst van de richtlijn waarin duidelijk de bewoordingen "met inbegrip van" worden gebruikt).

12\. Bovendien moet geen onderscheid meer worden gemaakt tussen het eenvoudig opslaan van goederen en het opslaan van goederen dat samenhangt met een vervoer dat tot 31 december 2009 plaatsvond hetzij op de plaats waar het materieel wordt verricht (artikel 21, § 3, 4°, c, oud, van het Wetboek), hetzij, in afwijking op deze regel, in geval van een intracommunautair goederenvervoer, op het grondgebied van de lidstaat die aan de ontvanger van deze dienst een btw-identificatienummer heeft toegekend waaronder de dienst aan hem is verleend wanneer deze lidstaat een andere is dan die waar de dienst materieel wordt verricht (artikel 21, § 3, 4°bis, oud, van het Wetboek).

**A.4. Beslissing E.T.nr. 117.619 (AOIF nr. 3/2010) dd 07.01.2010**

13\. In volgnummer 69 en volgende , stelt de Administratie:

> "Uitsluiting : opslag van goederen
>
> 69\. [Artikel 54 van richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-54) vermeldt geenszins de opslag van goederen, zelfs niet wanneer deze zou plaats vinden in het kader van een vervoer bij invoer, uitvoer of een intracommunautair vervoer van goederen.
>
> 70\. De opslag van goederen wordt bijgevolg niet aanzien als een met een vervoer samenhangende dienst.
>
> 71\. Wanneer deze opslagdienst wordt verricht voor een belastingplichtige in de zin van [artikel 21, §1 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) , wordt ze, overeenkomstig [artikel 21, §3, 1° van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) (dat afwijkt van de algemene regel in [artikel 21, §2 van het BTW-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21)) , geacht plaats te vinden daar waar het onroerend goed gelegen is waarin de goederen effectief worden opgeslagen."

14\. Het is duidelijk dat opslag van goederen, als dusdanig, niet bedoeld is in [art. 54 van Richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-54). Hieruit kan echter nog niet geconcludeerd worden dat opslagdiensten onder art. 21, § 3, 1° wbtw komen te vallen.

## B. Toepassing plaatsbepaling op "tank terminal agreements"

15\. In de voorgelegde contracten beheert de dienstverrichter volledig zelf de opslagtanks, bevatten deze mogelijks producten van meerdere klanten in één tank en worden bijkomende diensten verleend zoals conditionering van de producten en toevoegen van additieven. Hierbij wordt ook het laden en lossen van schepen en vrachtwagens door de dienstverrichter verzorgd. Uit de prijszetting van de contracten blijkt dat de vergoeding ook voor een belangrijk deel slaat op het laden en lossen van de goederen.

16\. Het betreft bijgevolg een actieve exploitatie (complexe ter beschikking stelling met verschillende bijkomende diensten).

17\. Om na te gaan of een dienst al dan niet binnen het eigen toepassingsgebied van [artikel 47 van de Richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-47) valt, dient deze voldoende rechtstreeks verband te houden met een onroerend goed, hetgeen met betrekking tot de opslag van goederen onmiskenbaar het geval is in verhouding tot het onroerend goed waarin ze werden opgeslagen (arrest Hof van Justitie van 7 september in de zaak Rudi GmbH/ Finanzambt Graz-Stadt).

18\. Er werd met andere woorden bij de implementatie van [artikel 47 van de Richtlijn 2006/112/EG](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-47) in het Belgisch recht geen rekening gehouden met enig onderscheid tussen passieve exploitatie (de loutere terbeschikkingstelling van opslagruimte) en actieve exploitatie (de complexe terbeschikkingstelling met bijkomende diensten).

19\. Zodra een opslagdienst een voldoende rechtstreeks verband houdt met een onroerend goed, wordt de actieve dan wel passieve exploitatie overeenkomstig [artikel 21, § 3, 1°, van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) gelokaliseerd.

## C. Tijdelijke plaatsbepaling B to B omwille van het concurrentieverstorend karakter

20\. Onderzoek heeft uitgewezen dat in de ons omringende landen gelijkaardige overslag van goederen de plaats van deze dienst niet wordt bepaald door de ligging van het onroerend goed, maar daar waar de belastingplichtige ontvanger van de dienst zijn zetel van bedrijfsuitoefening heeft gevestigd. Dit kan aanleiding geven tot niet belasting of dubbele belasting van eenzelfde dienstprestatie. Bovendien heeft de Belgische werkwijze een voorfinancieringskost van de btw tot gevolg voor de in het buitenland gevestigde klanten.

21\. Op 12 maart 2010 stelde de Volksvertegenwoordiger Luk Van Biesen hieromtrent een parlementaire vraag waarop onder meer het volgende werd geantwoord::

> " In reactie op gerezen interpretatie-verschillen met betrekking tot de huidige Europese regelgeving, zal de Belgische administratie enerzijds de problematiek concreet voorleggen aan het BTW-comité (multilateraal overlegorgaan), en anderzijds zal zij, om concurrentieverstoring te vermijden ten nadele van de Belgische ondernemingen, tijdelijk een plaatsbepaling B to B, zijnde de plaats van de ontvanger, aanvaarden tot op het ogenblik dat de centrale diensten, na overleg met de andere lidstaten, hun huidig standpunt bevestigen of aanpassen."

22\. In overeenstemming met dit antwoord van de Minister valt de opslag van goederen onder de algemene bepaling van [art. 21, § 2 btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) in afwachting van de bekendmaking van een definitief standpunt, na overleg met de andere lidstaten.

## Textes cités

3

[CTVA art. 21](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) 8 occurrences

[directive TVA 2006/112 art. 47](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-47) 3 occurrences

[directive TVA 2006/112 art. 54](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-54) 2 occurrences
