---
title: "Décision anticipée 900.328 · Impôt des sociétés, subside"
description: "Impôt des sociétés, subside, condition de déduction, subvention. Décision anticipée belge n° 900.328 du 22 décembre 2009."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/900-328-impot-societes-subside-condition-deduction-3f23"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt des sociétés, subside, condition de déduction, subvention · impôt des sociétés - subside - condition de déduction - taxe sur la valeur ajoutée

**Numéro**

900.328

**Date**

22 décembre 2009

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

64 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 900.328 du 22.12.2009

*Impôt des sociétés* · *Subside* · *Condition de déduction* · *Taxe sur la valeur ajoutée*

## Résumé

Une régie communale autonome (RCA) va exploiter des centres culturels. Il ressort de ses statuts que la RCA a un but lucratif. Les services visés à l'[article 18, §1er, 12° du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) et les services relatifs à des formations culturelles et des initiations culturelles, prestés à titre onéreux par la RCA sont par conséquent soumis à la TVA, respectivement au taux de 6 pour cent (AR 20, tableau A, rubrique XXVIII) et 21 pour cent. Pour cette activité, la RCA a droit à la déduction de la taxe en amont. Les subsides de fonctionnement accordés par la commune ne sont pas soumis à la TVA et n'ont pas d'incidence sur le droit à déduction de la RCA. Aucune déduction n'est admise pour la partie du bâtiment qui est mise à la disposition des services de la commune.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

1\. de inkomgelden voor de voorstellingen in de gemeenschapscentra betaald door individuele bezoekers en de vergoedingen die verenigingen en individuele gebruikers betalen voor het recht om het cultureel centrum voor eigen activiteiten te gebruiken, de vergoeding zijn voor het toekennen van het recht op toegang tot de inrichting alsmede het recht er gebruik van te maken, zijnde een belastbare dienst in hoofde van het AGB in de zin van [artikel 18, §1, 12° btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18).

2\. de handelingen uit vorige alinea zijn onderworpen aan het tarief van 6% ingevolge TABEL A Goederen en diensten onderworpen aan het tarief van 6%, Diensten, XXVIII KB nr. 20.

3\. het verstrekken van opleidingen en initiaties inzake cultuur tegen betaling een belastbare dienst zijn in hoofde van het AGB in de zin van [artikel 18, §1, eerste lid btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18). De vergoedingen voor opleidingen en initiaties zijn onderworpen aan het normale tarief van 21% ingevolge KB nr. 20.

4\. de werkingssubsidies, die de Gemeente X aan het AGB Y eenzijdig kan toekennen, geen vergoeding zijn voor een levering in de zin van [artikel 10 btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-10) en geen vergoeding zijn voor een dienst in de zin van [artikel 19 btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19), met andere woorden dat deze toekenningen buiten de werkingssfeer van de btw vallen zodat er geen btw op is verschuldigd en dat deze werkingssubsidies niet in de noemer van enig algemeen of bijzonder verhoudingsgetal moeten worden opgenomen.

5\. het AGB Y belastingplichtige wordt met volledig recht op aftrek van de btw op de exploitatiekosten en toekomstige investeringen m.b.t. de culturele infrastructuur, bij toepassing van [artikel 45 van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45).

## II. O mschrijvingen van de verrichtingen

6\. Het AGB Y, waarvan de statuten een winstuitkering ten voordele van de gemeente voorzien, zal het cultureel centrum voor eigen rekening exploiteren.

7\. Enerzijds zal het AGB rechten tot toegang verlenen in de zin van [artikel 18, §1, 12° van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) en anderzijds zal het opleidingen en initiaties inzake cultuur organiseren.

8\. De gemeente X kan eenzijdig werkingssubsidies toekennen om bepaalde kosten (gas, water, elektriciteit) van het AGB Y te dekken.

## III. B eslissing

### III.A. Belastingregime en tarief voor de exploitatie van het cultureel centrum

9\. Het AGB Y zal als exploitant van de sportinfrastructuur tegen betaling van een vergoeding een toegangs - en gebruiksrecht mbt het cultureel centrum aan individuele bezoekers en verenigingen verlenen.

10\. [Artikel 18, §1, 12° btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) beschouwt als een dienst de toekenning van het recht op toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak, alsmede de toekenning van het recht gebruik ervan te maken". De bedoelde handelingen zijn de overeenkomsten waarbij de exploitant van een door deze bepaling bedoelde inrichting aan personen, individueel of in groep, tegen betaling van een vergoeding, het recht geeft om de inrichting binnen te gaan en er samen met andere personen gebruik van te maken overeenkomstig de bestemming ervan. Die overeenkomsten worden normaal gesloten met een persoon of een groep personen die geen exclusief recht van genot op de inrichting verkrijgen.

11\. De door artikel 18, § 1, 12° bedoelde overeenkomsten worden normaal gesloten met een persoon of een groep personen die geen exclusief recht van genot op de inrichting verkrijgen.

12\. Wanneer de exploitant van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak een zaal exclusief ter beschikking stelt van een persoon of een groepering moet volgende onderscheid gemaakt worden.

13\. Wanneer deze exploitant tussenbeide komt in de vertoning, het schouwspel of het evenement die er wordt georganiseerd, wordt de door de exploitant verrichte dienst bedoeld in [artikel 18, § 1, 12°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18), van het Wetboek. De exploitant wordt onder andere geacht tussenbeide te komen in de vertoning of het schouwspel wanneer hij zorgt voor de artiesten of de sportlui die aan het schouwspel of de vertoning hun medewerking verlenen of nog wanneer hij zelf actief deelneemt in de organisatie van het schouwspel of de vertoning.

14\. Wanneer de exploitant van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak alleen een zaal exclusief ter beschikking stelt van een persoon of een groepering zonder echter tussenbeide te komen in de vertoning of het spektakel, is de handeling overeenkomstig [artikel 44, § 3, 2°, van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) vrijgesteld van de belasting in de mate waarin ze betrekking heeft op het genot van de zaal zelf en op de diensten die noodzakelijk zijn voor het onderhouden van de zaal.

15\. De handeling is daarentegen onderworpen aan de belasting in de mate waarin het genot betrekking heeft op lichamelijke roerende goederen of op de goederen die slechts onroerend zijn door bestemming, en in de mate waarin de exploitant zorgt voor het personeel dat instaat voor de decors of voor de projectietoestellen.

16\. De belasting die verschuldigd is op het belastbaar gedeelte van de prijs wordt berekend tegen het normale tarief. Wanneer een enige prijs werd bedongen moet de exploitant die prijs uitsplitsen onder toezicht van de administratie.

17\. Onder de diensten die noodzakelijk zijn voor het onderhouden van de zaal moeten worden gerangschikt, het verschaffen van de verlichting en van de airconditioning in de zaal, het onderhoud en het reinigen van de zaal, de diensten van het personeel voor de vestiaires en de toiletten en de diensten van het personeel belast met het aanwijzen van de plaatsen aan de toeschouwers.( zie btw- handleiding n° 57)

18\. De diensten bedoeld door [artikel 18, § 1, 12°, btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18), moeten ook aan de vrijstelling van [artikel 44, § 2, 9° van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) worden getoetst.

19\. [Artikel 44, § 2, 9° van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) stelt van de belasting vrij de organisatie van toneel-, ballet- of filmvoorstellingen, van tentoonstellingen, concerten of conferenties alsook de leveringen van goederen die nauw samenhangen met deze diensten door instellingen erkend door de bevoegde overheid, mits de inkomsten die zij verkrijgen uit hun werkzaamheid uitsluitend gebruikt worden tot dekking van de kosten ervan.

20\. Op de mondelinge parlementaire vraag nr. 519 van de heer J. Peeters, Volksvertegenwoordiger, heeft de Minister belast met de Modernisering van de Financiën en de Strijd tegen de fiscale fraude, op 11.12.2007 t.a.v. autonome gemeentebedrijven die sportinrichtingen exploiteren, o.m. het volgende geantwoord: *"…Wat de autonome gemeentebedrijven betreft die niet zijn opgericht onder de juridische vorm van een NV of een BVBA, maar waarvan uit de statuten blijkt dat zij een winstoogmerk hebben en dat zij zich tot doel stellen winst uit te keren, ben ik van mening dat de belastingplicht met recht op aftrek niet kan worden betwist. Voor het overige zijn uiteraard de bepalingen van het btw-wetboek, waaronder artikel 1, § 10, omtrent het misbruik, in alle gevallen van toepassing. ..."* (Kamer - 2° zitting van de 52° zittingsperiode - 2007/2008 - criv 52.COM 045- blz. 1).

21\. Deze parlementaire vraag heeft betrekking op exploitanten van sportinrichtingen bedoeld door [artikel 44, § 2, 3° van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44), maar dit antwoord moet mutatis mutandis worden toegepast op de handelingen van [artikel 44, § 2 , 9° van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) waarvan het belastingstatuut eveneens bepaald wordt in functie van het al dan niet winstoogmerk van de dienstverrichter.

*22.* Terzake zullen de statuten van het AGB Y volgende clausule bevatten: *"Met inachtname van de terzake gesloten beleidsovereenkomsten en nadat een bedrag van tenminste een twintigste van de nettowinst is ingehouden voor de vorming van een reservefonds, een verplichting die ophoudt wanneer het reservefonds een tiende van het maatschappelijk kapitaal heeft bereikt en nadat de raad van bestuur heeft beslist over het reserveren of overdragen van het resultaat van het bedrijf, wordt het saldo aan de gemeente uitgekeerd".*

23\. In die omstandigheden moet worden besloten dat het AGB Y een winstoogmerk zal hebben en bijgevolg de inkomsten niet louter zullen worden gebruikt ter dekking van de kosten en dat de btw-vrijstelling van [artikel 44, § 2, 9° van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) niet van toepassing zal zijn. De door [artikel 18, §1, 12° van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) bedoelde diensten dienen derhalve aan de btw te worden onderworpen.

24\. Op de toekenning van het recht op toegang tot inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak, alsmede het recht om er gebruik van te maken, zoals bedoeld in [artikel 18, § 1, 12°, btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) is conform Tabel A, rubriek XXVIII van het KB nr. 20 van 20 juli 1970 het verlaagd tarief van 6% btw van toepassing. Deze bepaling voorziet evenwel dat het verlaagd tarief niet van toepassing is noch op de toekenning van het recht gebruik te maken van automatische ontspanningstoestellen noch op de terbeschikkingstelling van roerende goederen.

25\. De verhuur van roerende goederen is dus in principe, zonder onderscheid, onderworpen aan het tarief van 21 procent, zelfs indien de verhuur betrekking heeft op ontspanningstoestellen (al dan niet automatisch).

26\. Wat de verhuur van roerende goederen in inrichtingen voor cultuur, sport of vermaak betreft, zijn de volgende regels van toepassing (btw-handleiding, n° 141).

27\. Wanneer de toekenning van het recht op toegang of van het recht gebruik te maken van dergelijke inrichting automatisch, zonder prijstoeslag, de terbeschikkingstelling met zich meebrengt van roerende goederen die een integrerend deel van deze inrichting uitmaken, zodanig dat het gebruik van deze laatste zonder die goederen niet mogelijk is, is de door de exploitant van de inrichting gevraagde prijs overeenkomstig voornoemde rubriek XXVIII voor het geheel onderworpen aan het btw-tarief van 6 procent.

28\. Wanneer de terbeschikkingstelling van roerende goederen door een exploitant van een inrichting voor cultuur, sport of vermaak maar facultatief is, wat inzonderheid het geval is als de bezoeker of de gebruiker de mogelijkheid heeft om zijn eigen uitrusting te gebruiken, is de gevraagde prijstoeslag voor de terbeschikkingstelling van roerende goederen beoogd in de uitzondering onder b) van voornoemde rubriek XXVIII en derhalve onderworpen aan het normale btw-tarief.

29\. Het kan eveneens gebeuren dat een exploitant van een hierboven bedoelde inrichting aan de gebruikers een globale prijs vraagt die het recht van gebruik van de inrichting alsook de terbeschikkingstelling van een roerende uitrusting omvat, maar dat hij een korting toestaat aan de gebruiker die zijn eigen uitrusting gebruikt. In dat geval dient de prijs die gevraagd wordt aan gebruikers die gebruik maken van de ter beschikking gestelde uitrusting, voor de heffing van de btw te worden uitgesplitst en is het gedeelte van de prijs dat betrekking heeft op de terbeschikkingstelling van een roerende uitrusting onderworpen aan het normale tarief.

30\. Het organiseren van opleidingen en initiaties inzake cultuur tegen een vergoeding is een dienst zoals bedoeld in [artikel 18 btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18).

31\. De vrijstelling van [artikel 44, §2, 4° btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) is ter zake ook niet van toepassing vermits deze vrijstelling enkel betrekking heeft op "school- of universitair onderwijs, beroepsopleiding en -herscholing". De sportopleidingen en sportinitiaties ressorteren duidelijk niet onder school - of beroepsonderwijs.

32\. Vermits KB nr. 20 niet in een bijzonder tarief voorziet, is het normale btw-tarief van 21 procent van toepassing op de diensten met betrekking tot de sportopleidingen en sportinitiaties.

### III.B. Werkingssubsidies

33\. Indien sprake is van een levering of dienst - zoals bedoeld in [artikel 2 van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-2) - die aan btw is onderworpen, dient de btw berekend te worden over alles wat de leverancier van het goed of de dienstverrichter als tegenprestatie verkrijgt of moet verkrijgen van degene aan wie het goed wordt geleverd of de dienst wordt verstrekt, of van een derde, met inbegrip van de subsidies die rechtstreeks met de prijs van die handelingen verband houden ([artikel 26 btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-26)).

34\. In de voorbereidende werken van de Europese Commissie bij de Zesde btw -Richtlijn kan men met betrekking tot subsidies onder meer lezen:

34.1. "Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen subsidies die betaald worden in het belang van de belastingplichtige en subsidies die betaald worden in het belang van de koper. Subsidies zoals bedoeld in het eerste geval, die niet afhankelijk worden gesteld van de voorwaarde dat een bepaalde levering wordt gesteld door de belastingplichtige, maken geen deel uit van de maatstaf van heffing. Subsidies bedoeld in het tweede geval, die verbonden zijn met een specifieke levering van goederen/diensten, maken deel uit van de maatstaf van heffing.

34.2. Rechtstreeks verbonden met de prijs" moet zo geïnterpreteerd worden, dat een subsidie enkel in de maatstaf van heffing moet opgenomen worden wanneer de volgende drie voorwaarden vervuld zijn:

\- de subsidie is een tegenprestatie of een element van de tegenprestatie van de levering of dienst;

\- de subsidie wordt betaald aan de leverancier of dienstverrichter;

\- de subsidie wordt betaald door een derde."

35\. Die interpretatie wordt door de btw-Administratie (btw-Handleiding 2002, nr. 115/2) en door de Minister van Financiën in antwoord op een aantal Parlementaire Vragen (zie o.a. Vraag nr. 30 van de heer FOURNAUX van 23 februari 1996 en Vraag nr. 1959 van de heer ISTASSE van 14 maart 2002) overgenomen.

36\. Uit de aanvraag blijkt dat de Gemeente X werkingssubsidies kan toekennen aan het AGB Y tot dekking van volgende specifieke werkingskosten: elektriciteit, gas en water. Het betreft een bedrag dat gebaseerd is op de maatstaf van heffing van de inkomende facturen met betrekking tot deze nutsvoorzieningen en het is volledig onafhankelijk van de omzet van het AGB Y.

37\. De tussenkomst wordt dus niet bepaald in functie van de prijs van de uitgaande handelingen of in functie van het aantal gebruikers of bezoekers van de sportinfrastructuur. De subsidies worden ook niet toegekend om een welbepaalde dienst voor de gemeente te verrichten.

38\. De bovenvermelde omstandigheden, die aan de basis liggen van de betaling van de subsidies aan het AGB Y, laten toe te besluiten dat de subsidies niet behoren tot de maatstaf van heffing van de uitgaande handelingen.

39\. Werkingstoelagen ter dekking van een gedeelte van de exploitatiekosten van een btw-belastingplichtige, die niet behoren tot de maatstaf van heffing van uitgaande handelingen, moeten in principe niet opgenomen worden in een algemeen verhoudingsgetal (zie parlementaire [vraag nr. 314, van Mevrouw Nyssens van 22 december 1999](https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/314-deduction-droit-selon-prorata-general-d447)) en hebben normaal geen invloed op het recht op aftrek.

40\. Niettemin, in bepaalde bijzondere gevallen, houdt het door de Zesde richtlijn gehuldigde principe van evenredigheid tussen belastbare handelingen en de daarmee verbonden aftrekbare belasting in dat de subsidies in de noemer van een bijzonder verhoudingsgetal kunnen komen. Dit is met name het geval wanneer werkingstoelagen, die niet kunnen worden beschouwd als de (volledige of gedeeltelijke) tegenprestatie van de levering van goederen of diensten, worden toegekend om een activiteit te steunen die geen output teweegbrengt (activiteit buiten de werkingsfeer). In dergelijk geval kan het bedrag van de toegekende subsidies een indicatie zijn van het gedeelte van de ingaande handelingen die toewijsbaar zijn aan de activiteit buiten de werkingsfeer.

41\. In casu, moet worden vastgesteld dat zulks niet het geval is. Uit de verstrekte inlichtingen blijkt dat het AGB Y geen werkzaamheden buiten de werkingssfeer van de belasting verricht. Hierdoor hebben de door de Gemeente X aan het AGB Y toegestane subsidies geen invloed op het recht op aftrek van het AGB Y.

### III.C. Recht op aftrek btw op investeringen en exploitatiekosten

42\. Overeenkomstig [artikel 45, § 1, van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45), mag elke belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, de belasting in aftrek brengen die werd geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van belaste handelingen.

43\. Hierboven werd uiteengezet dat het AGB Y het cultureel centrum zal gebruiken voor belaste diensten bedoeld in [artikel 18, § 1er, 12° van het btw wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18).

44\. Deze handelingen verlenen het AGB Y de hoedanigheid van btw-belastingplichtige met recht op aftrek. Het AGB Y mag derhalve de btw op de exploitatiekosten en investeringen met betrekking tot deze infrastructuur in aftrek brengen, overeenkomstig [artikel 45, §1, van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45).

## Textes cités

7

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 11 occurrences

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 7 occurrences

[CTVA art. 45](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-45) 3 occurrences

[CTVA art. 10](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-10) 1 occurrence

[CTVA art. 19](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-19) 1 occurrence

[CTVA art. 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-2) 1 occurrence

[CTVA art. 26](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-26) 1 occurrence
