---
title: "Décision anticipée 800.309 · TVA;Art . 46, CTVA;opérations en dehors du champ d&#x27;application de la TVA;prorata"
description: "TVA;Art . 46, CTVA;opérations en dehors du champ d'application de la TVA;prorata spécial;prévisions. Décision anticipée belge n° 800.309 du 21 octobre 2008."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/800-309-tva-art-46-ctva-operations-bc0c"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# TVA;Art . 46, CTVA;opérations en dehors du champ d'application de la TVA;prorata · TVA;Art . 46, CTVA;opérations en dehors du champ d'application de la TVA;prorata spécial;prévisions d'exploitation;dénominateur;subventions

**Numéro**

800.309

**Date**

21 octobre 2008

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

52 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 800.309 du 21.10.2008

*TVA* · *Art .* [*46*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-46)*, CTVA* · *Opérations en dehors du champ d'application de la TVA* · *Prorata spécial* · *Prévisions d'exploitation* · *Dénominateur* · *Subventions*

## Résumé

Une association effectuera en 2009 tant des opérations permettant la déduction de la TVA que d'opérations sans droit à déduction (aussi bien des opérations exemptées que des opérations en dehors du champ d'application de la TVA).

Le droit à déduction peut être exercé sur la base d'un prorata spécial calculé comme un prorata général, mais pour lequel les subventions et les aides financières reçues pour les activités en dehors du champ d'application de la TVA doivent être reprises au dénominateur.

A défaut d'un cadre de référence complet pour 2008, la déduction pour 2009 peut être déterminée provisoirement d'après les prévisions d'exploitation.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of een vereniging naar aanleiding van de uitbreiding van haar activiteiten, recht op aftrek van BTW kan uitoefenen, overeenkomstig artikel 45 en 46 W.BTW, op basis van een voorlopig verhoudingsgetal vastgesteld uitgaande van de geraamde exploitatievooruitzichten voor het boekjaar 2009.

## II. Omschrijving van de verrichting

2\. De taken van de vereniging spitsten zich toe op het organiseren van beroepsopleidingen, verkoop van brochures en activiteiten in het kader van proactief wetenschappelijk onderzoek in een welbepaalde beroepsector.

3\. Vanaf 2009 zal de vereniging haar activiteiten uitbreiden tot de organisatie van studiedagen op vraag van derden en tot het verrichten van wetenschappelijk onderzoek in opdracht van derden.

4\. De verenigingheeft de bedoeling om, wat betreft het recht op aftrek van BTW in de zin van de artikelen 45 en 46 W.BTW, een verhoudingsgetal toe te passen uitgaande van de geraamde exploitatievooruitzichten voor boekjaar 2009.

## III. Beslissing

5\. Overeenkomstig artikel 45 § 1 W.BTW mag elke belastingplichtige, op de belasting die hij verschuldigd is, in aftrek brengen de belasting geheven van de aan hem geleverde goederen en verleende diensten, van de door hem ingevoerde goederen en de door hem verrichte intracommunautaire verwervingen van goederen, in de mate dat hij die goederen en diensten gebruikt voor het verrichten van:

1° belaste handelingen;

2° handelingen vrijgesteld van de belasting krachtens de artikelen 39 tot 42;

3° handelingen in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden;

4° handelingen bedoeld in artikel 44, § 3, 4° tot 10°, telkens wanneer de medecontractant buiten de Gemeenschap is gevestigd, of de genoemde handelingen, volgens door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen voorwaarden, rechtstreeks samenhangen met goederen die bestemd zijn om te worden uitgevoerd buiten de gemeenschap;

5° diensten als makelaars of lasthebbers bij in 4° bedoelde handelingen.

6\. Wanneer de belastingplichtige in de uitoefening van zijn economische activiteit ook andere handelingen verricht dan handelingen waarvoor op grond van artikel 45 aanspraak op aftrek bestaat, wordt overeenkomstig artikel 46, § 1 W.BTW, de belasting ter zake van de voor die activiteit gebruikte goederen en diensten in aftrek gebracht naar verhouding van de breuk gevormd door het bedrag van de laatstbedoelde handelingen en het totale bedrag van de door de betrokkene verrichte handelingen.

7\. Artikel 46, § 2, W.BTW voorziet evenwel dat in afwijking van artikel 46, §1, vergunning door of vanwege de Minister van Financiën aan de belastingplichtige kan worden verleend, op zijn verzoek, om het recht op aftrek uit te oefenen met inachtneming van het werkelijk gebruik van de goederen en diensten of van een deel daarvan.

8\. Uit de verstrekte elementen blijkt dat de vereniging vanaf boekjaar 2009 haar activiteiten zal uitbreiden tot de organisatie van studiedagen op vraag van derden en tot het verrichten van wetenschappelijk onderzoek in opdracht van derden.

9\. De verschillende handelingen die dus gedurende het boekjaar 2009 door de vereniging zullen verricht worden, moeten op volgende manier geanalyseerd worden:

9.1. de organisatie van studiedagen en de academische lezingen in eigen beheer en de organisatie van studiedagen in samenwerking met derden over bepaalde aspecten van de beroepsector, moeten als diensten met betrekking tot beroepsopleiding of beroepsherscholing beschouwd worden; deze diensten, met inbegrip van de brochures die ter gelegenheid van deze werkzaamheden aan de deelnemers worden aangeboden, zijn vrijgesteld van de belasting overeenkomstig artikel 44, § 2, 4°, W.BTW; deze werkzaamheden verlenen geen recht op aftrek van de voorbelasting;

9.2. de activiteiten van de vereniging die betrekking hebben op het uitgeven en verkopen van een eigen publicatiereeks enerzijds en het verrichten van wetenschappelijke onderzoeken in opdracht van derden, anderzijds, zijn respectievelijk leveringen en diensten die aan de belasting onderworpen zijn; deze leveringen en diensten verlenen recht op aftrek van de voorbelasting;

9.3. De werkzaamheden met betrekking tot het proactief wetenschappelijk onderzoek en het verrichten van bepaalde projecten zijn handelingen die buiten de werkingsfeer van de belasting vallen.

Uit de verstrekte elementen blijkt inderdaad dat deze onderzoeken uitgaan van de organisatie zelf omdat de leden een gezamenlijke interesse hebben in een bepaalde problematiek. Deze onderzoeken worden echter niet onder bezwarende titel verricht voor deze leden. Om dergelijk project te kunnen realiseren wordt bij een overheid of een organisatie gezocht naar een financiële ondersteuning of subsidie. Een dergelijke financiële ondersteuning of subsidie kan ten name van de subsidiërende overheid of organisatie niet worden beschouwd als de tegenprestatie van een levering of van een dienst. Deze onderzoeken of projecten zijn voor de toepassing van de BTW geen economische handelingen en vallen dus buiten de werkingssfeer van de belasting. Zulke handelingen staan geen recht op aftrek toe.

10\. Gelet op het bovenstaande zal de vereniging vanaf boekjaar 2009 zowel handelingen verrichten waarvoor aanspraak op aftrek bestaat als handelingen waarvoor geen aanspraak op aftrek bestaat.

11\. Artikel 46, § 1, W.BTW, dat de omzetting in het BTW wetboek is van [artikel 173](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-173), [1](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-1), van de richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger [artikel 17, lid 5, van de zesde richtlijn](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-17)) mag terzake niet toegepast worden: zoals het Hof van Justitie meermaals heeft bevestigd, hebben de regels van artikel 17, lid 5 (nu [artikel 173](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-173), [1](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-1), van de richtlijn 2006/112/CE) betrekking op de voorbelasting over kosten die uitsluitend verband houden met economische activiteiten, waarbij deze activiteiten worden opgesplitst in belaste economische activiteiten, met recht op aftrek, en vrijgestelde economische activiteiten, zonder recht op aftrek (zie onlangs arrest van 13 maart 2008 in de zaak Securenta Göttinger Immobilienanlagen und Vermögensmanagement AG tegen Finanzamt Göttingen, [C-437/06](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-437-06-arret), punt 33).

12\. In principe dienen in casu dus de regels van het werkelijk gebruik toegepast te worden: voor de belasting geheven van goederen en diensten die uitsluitend voor de sector met recht op aftrek bestemd zijn, oefent de belastingplichtige zijn recht op aftrek uit volgens de regels die gelden voor een belastingplichtige met volledig recht op aftrek, terwijl voor de belasting geheven van goederen en diensten die uitsluitend voor de sector zonder recht op aftrek worden bestemd, alle aftrek uitgesloten is.

13\. Wanneer het echter, zoals in casu, moeilijk of onmogelijk is om de precieze bestemming van de inkomende goederen of diensten te bepalen, gelet op hun aard en op de wederzijdse doordringing van de werkzaamheden of omdat deze goederen of diensten voor de twee sectoren worden gebruikt mag voor het bepalen van de aftrek een bijzonder verhoudingsgetal worden gebruikt dat op dezelfde wijze wordt vastgesteld als het algemeen verhoudingsgetal bedoeld door artikel 46, § 1 W.BTW (zie namelijk BTW handleiding n° 421, 1°).

14\. Het Koninklijk Besluit nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde bepaalt terzake in artikel 12 dat het bij [artikel 46](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-46) , [1](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1), van het Wetboek bedoelde algemeen verhoudingsgetal een breuk is:

1° met als teller, het totaalbedrag, vastgesteld per kalenderjaar, van de handelingen, waarvoor aanspraak op aftrek bestaat;

2° met als noemer, het totaalbedrag, vastgesteld per kalenderjaar, zowel van de handelingen opgenomen in de teller als van de handelingen waarvoor geen aanspraak op aftrek bestaat.

De van de handelingen geheven belasting is niet begrepen in de bedragen bedoeld in 1° en 2°.

Het algemeen verhoudingsgetal wordt uitgedrukt in percenten. De wijze van berekening en afronding ervan wordt bepaald door of vanwege de Minister van Financiën (zie o.a. randnummer 18 hierna wat de afronding betreft)

15\. In onderhavig geval moet ook rekening worden gehouden met het door de zesde richtlijn gehuldigde principe van evenredigheid tussen belastbare handelingen en de daarmee verbonden aftrekbare belasting. Om derhalve rekening te houden met het belang van de niet-belastbare handelingen moeten ook de ontvangen subsidies of financiële ondersteuningen in de noemer van het verhoudingsgetal worden opgenomen (zie terzake de parlementaire [vraag nr. 314 van Mevrouw de Senator Nyssens dd. 22.12.1999](https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/314-deduction-droit-selon-prorata-general-d447)).

16\. Art. 15 van het hierboven geciteerde KB nr. 3 stelt dat voor ieder kalenderjaar het algemeen verhoudingsgetal voorlopig wordt vastgesteld aan de hand van het bedrag van de handelingen die in de loop van het vorige jaar werden verricht. Wanneer een dergelijke referentie ontbreekt of niet relevant is, wordt het verhoudingsgetal voorlopig door de belastingplichtige geraamd uitgaande van de exploitatievooruitzichten.

17\. In casu ontbreekt voor boekjaar 2009 gedeeltelijk (o.a. voor de nieuwe activiteiten) dergelijk referentiekader, zodat de vereniging gerechtigd is om het verhoudingsgetal voorlopig vast te stellen op basis van de geraamde omzetten (en eventuele subsidies) voor het boekjaar 2009.

18\. De toepassing van de breuk vermeld in art. 12 van het hierboven geciteerde KB nr. 3 op basis van de gestrekte cijfers leidt voor het boekjaar 2009 tot “x,xx” pct. Daar het algemeen verhoudingsgetal een percentage is dat steeds naar de hogere eenheid wordt afgerond (Beslissing E.T. 76.705 van 23.08.1995) kan worden aanvaard dat de zelfde regel toegepast wordt op het bijzondere verhoudingsgetal. In casu bedraagt het voorlopige verhoudingsgetal voor het boekjaar 2009 dus “ y” pct.

19\. Het definitieve verhoudingsgetal voor boekjaar 2009 zal uiterlijk op 20 april 2010 moeten vastgesteld worden op basis van de werkelijke cijfers van 2009. De bepalingen van de artikelen [15 e.v.](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-15-7d97) van KB nr. 3 zijn ook van toepassing op het bijzondere verhoudingsgetal, namelijk wat betreft de eventuele herzieningen van de initiële aftrek op basis van het jaarlijkse definitieve verhoudingsgetal.

20\. Gelet op wat voorafgaat beslist het College van de DVB dat:

20.1 de vereniging gerechtigd is om, naar aanleiding van de uitbreiding van haar activiteiten in 2009, haar recht op aftrek van BTW uit te oefenen op basis van een verhoudingsgetal berekend volgens de regels met betrekking tot het algemeen verhoudingsgetal, zoals bepaald door de artikelen 12 t.e.m 18 van KB nr. 3 van 10 december 1969 met betrekking tot de aftrekregeling voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde;

20.2 in de noemer van dit bijzondere verhoudingsgetal de ontvangen subsidies of financiële ondersteuningen voor het proactief wetenschappelijk onderzoek ook dienen opgenomen te worden;

20.3 voor het boekjaar 2009 het voorlopige verhoudingsgetal, op basis van de verstrekte raming, “y” pct bedraagt.

## Textes cités

7

[CTVA art. 46](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-46) 2 occurrences

[directive TVA 2006/112 art. 1](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-1) 2 occurrences

[directive TVA 2006/112 art. 173](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-173) 2 occurrences

[AR no 3 art. 15](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-15-7d97) 1 occurrence

[CTVA art. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-1) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 17](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-17) 1 occurrence

[C-437/06, arrêt du 13 mars 2008](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-437-06-arret) 1 occurrence
