---
title: "Décision anticipée 800.099 · Impôt des personnes physiques;Plus-value;Plus-value sur actions;Patrimoine privé;Gestion normale du patrimoine privé;Impôt"
description: "Impôt des personnes physiques;Plus-value;Plus-value sur actions;Patrimoine privé;Gestion normale. Décision anticipée belge n° 800.099 du 7 mai 2008."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/800-099-impot-personnes-physiques-plus-value-be18"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt des personnes physiques;Plus-value;Plus-value sur actions;Patrimoine privé;Gestion normale du patrimoine privé;Impôt · Impôt des personnes physiques;Plus-value;Plus-value sur actions;Patrimoine privé;Gestion normale du patrimoine privé;Impôt des sociétés;Scission de sociétés;Scission fiscalement neutre;Taxe sur la valeur ajoutée;Exemptions;Cession d’une branche d’activité

**Numéro**

800.099

**Date**

7 mai 2008

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

65 paragraphes

Fiche du SPF Finances

**800.099** · Décision anticipée n° 800.099 du 07.05.2008 · Impôt des personnes physiques. · Plus-value. · Plus-value sur actions. · Patrimoine privé. · Gestion normale du patrimoine privé. · Impôt des sociétés. · Scission de sociétés. · Scission fiscalement neutre. · Taxe sur la valeur ajoutée. · Exemptions. · Cession d’une branche d’activité.

## Résumé

La SA X exerce deux activités distinctes X et Y. La scission partielle de la SA X par laquelle l'activité X est transférée à la nouvelle SA Newco à constituer, répond à des besoins légitimes de caractère financier ou économique conformément à l'article 211, §1er, deuxième alinéa, 3°, CIR 92 et tombe sous l'application des articles [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) et [18, § 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18), C.TVA.

Les plus-values que les actionnaires - personnes physiques réaliseront lors de l'apport dans une société existante, ne sont pas imposables en vertu de l'article 90, 1°, CIR 92, vu les engagements du demandeur.

***La décision est publiée uniquiement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe te vernemen of:

1.1. de inbreng van de aandelen (op twee na) van de NV X in de NV Y door de heer A en mevrouw B wordt aangemerkt als een normale verrichting van beheer van privé-vermogen als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92;

1.2. de partiële splitsing van de NV X beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften in de zin van artikel 211, § 1, tweede lid, 3°, WIB 92;

1.3. de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW van toepassing zijn op de partiële splitsing van de NV X.

## II. Omschrijving van de verrichtingen

2\. De activiteiten met betrekking tot het ene merkproduct worden partieel afgesplitst naar een nieuw op te richten vennootschap (NV Newco). Alle activabestanddelen, inclusief de cliënteel, voorraden en vorderingen, die verband houden met de activiteiten met betrekking tot het ene merk worden overgedragen aan de NV Newco. De specifieke schulden die verband houden met de overgedragen activiteiten worden eveneens ingebracht in de NV Newco. Al het personeel dat tewerkgesteld is voor de activiteiten met betrekking tot dat ene merk gaat ook mee over naar de NV Newco. Het eigen vermogen zal boekhoudkundig verwerkt worden in overeenstemming met de bepalingen van artikel 213, WIB 92.

3\. De NV X blijft in een afgeslankte vorm verder bestaan voor het uitoefenen van de activiteiten met betrekking tot het andere merkproduct. Het betreft een met splitsing gelijkgestelde verrichting in de zin van de artikelen 677 en 742 tot 757, W.Venn.

4\. Vooraleer deze partiële splitsing door te voeren zullen de heer A en mevrouw B hun aandelen in de NV X inbrengen in de NV Y. De NV Y is voor meer dan 99% eigendom van de heer A en mevrouw B. Het is de bedoeling om het management en de algemene leiding van de NV X en de NV Newco onder te brengen in de NV Y. Gelet op het feit dat een vennootschap niet éénhoofdig mag zijn, behouden de heer A en mevrouw B elk één aandeel van de NV X. Al de overige aandelen worden ingebracht in de NV Y. Door deze inbreng bezit de NV Y meer dan 99% van de aandelen van de NV X (en na de partiële splitsing van de NV X en de NV Newco).

5\. De aandelen van de NV X (en na de splitsing tevens deze van de NV Newco) zullen bij de NV Y als financieel vast actief geboekt worden.

## III. Beslissing

Wat betreft de inkomstenbelastingen:

6\. De inbreng van de aandelen van de NV X in de NV Y door de heer A en mevrouw B wordt aangemerkt als een normale verrichting van beheer van privé-vermogen als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92 omwille van de volgende redenen:

6.1. De geplande inbreng van de aandelen van de NV X door de heer A en mevrouw B in de NV Y moet als een verrichting worden beschouwd.

6.2. De meerwaarden die door de heer A en mevrouw B worden gerealiseerd bij de overdracht van de aandelen van de NV X zijn niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92.

6.3. De aandelen van de NV X zijn portefeuillewaarden als bedoeld in artikel 90, 1°, WIB 92 en behoren tot het privé-vermogen van de heer A en mevrouw B.

6.4. De aanvragers nemen het engagement op zich dat:

6.4.1. gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng geen kapitaalvermindering wordt doorgevoerd bij de NV Y;

6.4.2. gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng geen kapitaalvermindering door de NV Newco en de NV X wordt doorgevoerd, tenzij die middelen door de NV Y worden gebruikt voor bijvoorbeeld nieuwe investeringen of financiering van andere groepsvennootschappen of verbonden ondernemingen zonder dat deze geldmiddelen mogen doorstromen naar de aandeelhouders natuurlijke personen;

6.4.3. gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng de dividenduitkeringen door de NV Newco en de NV X ten overstaan van vroeger niet wijzigen (dit wil zeggen voor de inbreng in de NV Y). Er mogen toch hogere dividenden worden uitgekeerd indien wordt aangetoond dat de dividenduitkeringen worden gebruikt voor bijvoorbeeld nieuwe investeringen of financiering van andere groepsvennootschappen of verbonden ondernemingen. De hogere dividenduitkeringen mogen echter niet doorvloeien naar de aandeelhouders natuurlijke personen. De hogere dividenden mogen ook worden gebruikt voor de betaling van aandeelhouders, die wensen uit te treden voor zover de dividenduitkeringen worden gebruikt voor de terugbetaling van een lening of de aflossing van een rekening-courant die werd aangegaan voor de uitkoop van sommige aandeelhouders. De terugbetaling van de lening of de aflossing van de rekening-courant moet echter wel over een voldoende lange periode worden gespreid (minimum 5 jaar);

6.4.4. gedurende een periode van drie jaar te rekenen vanaf de inbreng de door (de NV X en de NV Newco) betaalde management-fees, bedrijfsleidersbezoldigingen, enzovoort, overeenstemmen met de vroegere bedrijfsleidersbezoldigingen. De geldstroom vanuit (de NV Newco en de NV X) mag hoger zijn dan de vroegere bedrijfsleidersbezoldigingen indien blijkt dat hier daadwerkelijk prestaties tegenover staan (bijvoorbeeld boekhouding, personeel, …) die vroeger op het niveau van de werkmaatschappijen werden verricht en nu door de holding wordt uitgevoerd (eventueel met overdracht van het betrokken personeel) én marktconform worden doorgerekend;

6.5. Gelet op de engagementen vermeld in randnummer 7.4 kan worden aangenomen dat de inbreng van de aandelen van de NV X in de NV Y niet als hoofddoel belastingontwijking heeft.

7\. De partiële splitsing van de NV X beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften in de zin van artikel 211, § 1, tweede lid, 3°, WIB 92 omwille van de volgende redenen:

7.1. De geplande partiële splitsing van de NV X strekt ertoe om de activiteiten met betrekking tot het merk A over te dragen aan een nieuw op te richten vennootschap NV Newco, terwijl de NV X de activiteiten met betrekking tot het merk B zal verderzetten. Met de partiële splitsing zal de juridische structuur worden aangepast aan de economische en organisatorische werkelijkheid.

7.2. Alle activabestanddelen, inclusief cliënteel, voorraden en vorderingen, die verband houden met de activiteiten met betrekking tot het merk A zullen worden overgedragen aan de NV Newco. Het gebouw van de NV X waarin de huidige exploitatie is ondergebracht, zal geen deel uitmaken van de overgedragen activa, aangezien deze in de nabije toekomst uitsluitend voor de activiteiten van het merk B zal worden aangewend. De NV Newco zal haar exploitatie onderbrengen in een nieuw gebouw dat door de NV Y zal worden opgericht en aan de NV Newco ter beschikking zal worden gesteld. De specifieke schulden die verband houden met de activiteiten van het merk A, zullen eveneens worden overgedragen. Al het personeel dat tewerkgesteld is voor de activiteiten in verband met het merk A zal mee overgaan naar de NV Newco.

7.3. De partiële splitsing van de NV X zal ertoe leiden dat het technisch personeel en het verkoopspersoneel zich zal kunnen concentreren op en specialiseren in één bepaald merk, waardoor een betere service aan klanten zal kunnen worden aangeboden.

7.4. De geplande partiële splitsing zal tot gevolg hebben dat beide entiteiten een eigen zelfstandig bestaan zullen kunnen leiden en hun exploitatie onderscheiden van elkaar zullen kunnen verderzetten en verder ontwikkelen.

7.5. De herstructurering door middel van een partiële splitsing beoogt géén overdracht van de nieuw uitgegeven aandelen van de nieuwe vennootschap, noch van de ‘oude’ aandelen van de NV X ná splitsing. Zulks zal inzonderheid worden geacht het geval te zijn indien:

1\. deze aandelen niet worden overgedragen gedurende een periode van 12 maanden vanaf de datum van de Buitengewone Algemene Vergadering die de geplande verrichting zal goedkeuren;

2\. 50% van geen van deze aandelen wordt overgedragen gedurende een periode van 24 maanden vanaf het einde van de voormelde periode van 12 maanden;

3\. bij overdracht van deze aandelen ingevolge latere herstructureringen t.t.z.

a. fusies,

b. splitsingen,

c. inbrengen van deze aandelen in een holdingvennootschap, in een groepsvennootschap of in een joint venturevennootschap tegen uitgifte van aandelen, of het omruilen van deze aandelen in dezelfde omstandigheden,

de naar aanleiding van deze verrichtingen in ruil verkregen aandelen gedurende de nog resterende termijn van 12 of 24 maanden in de zin van het voormelde niet worden vervreemd.

Wat betreft de BTW

8\. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn van toepassing op de partiële splitsing van de NV X omwille van de volgende redenen:

8.1. Overeenkomstig artikel 11, W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

8.2. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch W.BTW van de artikelen [19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) en [29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

8.3. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” aldus moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

8.4. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de lichamelijke en, in voorkomend geval, de onlichamelijke zaken samen een onderneming vormen of een deel van een onderneming die de overnemer toelaat een autonome economische activiteit uit te oefenen.

8.5. Naar aanleiding van de hierboven beschreven partiële splitsing zullen alle activabestanddelen (de voorraden, liquide middelen, personeel en cliënteel) die verband houden met het merk A worden overgedragen aan de NV Newco. De specifieke schulden die verband houden met de overgedragen activiteiten, worden eveneens ingebracht in de NV Newco. Al het personeel dat tewerkgesteld is voor de overgedragen activiteit, zal mee overgaan naar de NV Newco.

8.6. Uit de commentaar 11/473 blijkt dat het niet noodzakelijk is dat gebouwen, die behoren tot de bestanddelen van een overdracht bedoeld in de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW, mee moeten worden overgedragen. Terzake bepaalt een administratieve beslissing het volgende:

*"Opdat* [*artikel 11 van het BTW-Wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) *van toepassing zou zijn op de overdracht van een bedrijfsafdeling, moet die overdracht alle elementen bevatten die door de overdrager voor die bedrijfsafdeling werden gebruikt. Dit is onder meer het geval voor het onroerend goed dat gebruikt werd voor de exploitatie van de overgedragen werkzaamheid, tenzij de overdrager het zal blijven gebruiken voor de reeds erin uitgeoefende exploitatie van een bedrijfsafdeling die hij behoudt (...)”.*(Besl. nr. ET 26.872 van 27 september 1978, BTW-Rev. nr. 38, blz. 101, nr. 680).

8.7. In casu blijven al de onroerende goederen bij de NV X die ze verder zal gebruiken in het kader van haar eigen activiteiten. De NV Newco zal haar exploitatie onderbrengen in een nieuw op te richten gebouw.

8.8. De af te splitsen activiteit van de NV X vormt bijgevolg een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken.

8.9. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW gelden bovendien enkel voor overdrachten tussen btw-belastingplichtigen met (volledig of gedeeltelijk) recht op aftrek. Zowel de NV X als de NV Newco zijn btw-belastingplichtigen met recht op aftrek.

8.10 De in het vooruitgestelde partiële splitsing van de NV X dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW. te gebeuren.

## Textes cités

7

[CTVA art. 11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) 2 occurrences

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 6](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) 1 occurrence

[C-497/01, arrêt du 27 novembre 2003](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret) 1 occurrence
