---
title: "Décision anticipée 400.360 · Avantage anormal ou bénévole, Entreprise liée"
description: "Avantage anormal ou bénévole, Entreprise liée, Remise d'une dette, droits d’enregistrement, Apport. Décision anticipée belge n° 400.360 du 14 avril 2005."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/400-360-avantage-anormal-benevole-entreprise-liee-b16d"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Avantage anormal ou bénévole, Entreprise liée, Remise d'une dette · Avantage anormal ou bénévole - Entreprise liée - Remise d'une dette - DROITS D’ENREGISTREMENT - Apport - Exonération

**Numéro**

400.360

**Date**

14 avril 2005

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

53 paragraphes

Fiche du SPF Finances

*Avantage anormal ou bénévole*

*Entreprise liée* · *Remise d'une dette*

*DROITS D'ENREGISTREMENT* · *Apport* · *Exonération*

## Résumé

La demande vise à obtenir une décision anticipée concernant les conséquences fiscales de la suspension conditionnelle du prêt (ou d'une partie du prêt) et des intérêts courus par la société étrangère X au profit de la société résidente Y et de la possible transformation de la partie restante des prêts constitutifs d'intérêts de la part des sociétés étrangères X et /ou Z en prêts avec participation bénéficiaire avec un taux d'intérêts conforme au marché. Plus précisément, il est demandé si dans le cas présent, les articles 79 et 207, alinéa 2, CIR 92 sont applicables dans le chef de la société résidente précitée. En outre, il est demandé si l'apport de toutes les actions de la société en formation Q dans la société résidente Y répond à la condition d'exemption de l'article 117, § 3, Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe et la confirmation que l'opération d'apport en combinaison avec une probable réduction du capital ultérieure par la société étrangère Q en formation répond à des besoins légitimes de caractère économique ou financier, au sens de l'article 18, § 2, Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe.

Le Collège des dirigeants du Service des décisions anticipées en matière fiscale décide que, sur base de informations fournies et compte tenu des circonstances économiques du moment, de la situation respective des parties et des éléments de fait de l'opération,

en l'occurrence :

\- les articles 79 et 207, alinéa 2, CIR 92 précités ne sont pas d'application en ce qui concerne la suspension conditionnelle de la dette (ou d'une partie de celle-ci) envisagée et la transformation des dettes productives d'intérêts en dettes avec participation bénéficiaire avec un taux d'intérêt conforme au marché ;

\- l'apport de toutes les actions de la société étrangère en formation Q par lequel la société résidente Y obtiendra la totalité du capital social de cette société, répond aux conditions d'exemptions de l'article 117, § 3, C. enr. ;

\- l'article 18, § 2, C. enr. n'est pas applicable à l'opération décrite dans la demande précitée à condition que la société résidente Y ne procède à aucun remboursement envers ses actionnaires dans une période de cinq ans à partir de la date de réduction du capital.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite***

## Voorwerp van de aanvraag

De aanvraag strekt ertoe om een voorafgaande beslissing te bekomen omtrent de fiscale gevolgen van de voorwaardelijke kwijtschelding van (een deel van) de lening en van de opgelopen rente door de buitenlandse vennootschap X ten voordele van de binnenlandse vennootschap Y en de mogelijke omvorming van de resterende interestdragende leningen vanwege de buitenlandse vennootschappen X en/of Z in winstdelende leningen met een marktconforme interestvoet. Meer bepaald wenst men in onderhavig geval te vernemen of de artikelen 79 en 207, tweede lid, WIB 92 ten name van de hiervoor vermelde binnenlandse vennootschap van toepassing zijn. Verder wenst men te vernemen of de inbreng van alle aandelen van de buitenlandse vennootschap Q in oprichting in de binnenlandse vennootschap Y beantwoordt aan de vrijstellingsvoorwaarden van artikel 117, § 3, W.Reg. en wenst men de bevestiging dat de inbrengoperatie in combinatie met een mogelijke daaropvolgende kapitaalvermindering door de buitenlandse vennootschap Q in oprichting, beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften, zoals bepaald in artikel 18, § 2, W.Reg.

## Beslissing

Het College van leidinggevenden van de Dienst voorafgaande beslissingen in fiscale zaken beslist dat, gelet op de verstrekte gegevens en inlichtingen, en mede gelet op het feit dat:

\- de voormelde artikelen 79 en 207, tweede lid, WIB 92 inzonderheid inhouden dat de beroepsverliezen niet kunnen worden afgetrokken van het gedeelte van het resultaat dat voortkomt uit abnormale of goedgunstige voordelen die een binnenlandse vennootschap, in welke vorm of door welk middel ook, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een onderneming ten aanzien waarvan zij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt;

\- bijgevolg moet worden nagegaan of de voorwaardelijke kwijtschelding van (een deel van) de lening door de buitenlandse vennootschap X ten voordele van de binnenlandse vennootschap Y en de mogelijke omvorming van de resterende leningen vanwege de buitenlandse vennootschappen X en/of Z in winstdelende leningen moet worden beschouwd als een abnormaal of goedgunstig voordeel;

\- voor de beoordeling van de abnormaliteit of normaliteit van de toegestane voordelen of hun goedgunstig karakter moet worden gesteund op de economische omstandigheden van het ogenblik, op de respectieve situatie van de partijen en op de feitelijke elementen van de zaak;

\- het in bepaalde specifieke omstandigheden voor verbonden ondernemingen bedrijfseconomisch aanvaardbaar is om hulp te bieden aan ondernemingen van de groep in moeilijkheden, inzonderheid de hulp die wordt verleend om het eigen commercieel en financieel aanzien hoog te houden (zie inzonderheid het arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen van 10.5.1994 en de arresten van het Hof van Beroep te Bergen van 18.5.2001 en 19.3.2004);

\- de vennootschappen X, Y en Z zich in een band van wederzijdse afhankelijkheid bevinden in de zin van het voormeld artikel 207, tweede lid, WIB 92;

\- de binnenlandse vennootschap Y sedert haar oprichting x KEUR geïnvesteerd heeft in de uitbouw van haar infrastructuur, en grote opstartverliezen heeft gegenereerd;

\- de binnenlandse vennootschap in het verleden reeds diende over te gaan tot een herstructurering en het collectief ontslag van een aantal werknemers, met grote bedrijfsverliezen tot gevolg;

\- een waardevermindering op haar infrastructuur noodzakelijk was tengevolge van de evolutie in de markt;

\- de lancering van nieuwe producten het resultaat van het boekjaar 2003 negatief heeft beïnvloed;

\- de omzet over de jaren gestaag groeide, doch echter ook de bedrijfskosten wat resulteerde in belangrijke bedrijfsverliezen, die gefinancierd werden door de buitenlandse vennootschappen X en Z;

\- de intresten op deze leningen zwaar drukken op het resultaat en het eigen vermogen binnenlandse vennootschap Y systematisch aantasten;

\- de binnenlandse vennootschap Y per 31 december 2003 een negatief eigen vermogen heeft van x EUR, het totaal van de schulden y EUR, het boekhoudkundig verlies z EUR en het totaal van de fiscaal overdraagbare verliezen xyz EUR bedraagt;

\- ten gevolge van het geleden verlies het netto-actief van de binnenlandse vennootschap Y gedaald is tot minder dan één vierde van het maatschappelijk kapitaal en bijgevolg de bepalingen van de artikelen 633 en 634 van het Wetboek Vennootschappen van toepassing zijn;

\- deze schulden en de ermee gepaard gaande interestlasten de binnenlandse vennootschap Y in een neerwaartse spiraal brengen die de verdere groei hypothekeert en het voortbestaan in het gedrang brengt;

\- een deel van de voormelde lening zal kwijtgescholden worden onder voorbehoud van terugkeer naar een betere toestand, meer bepaald dient de lening door de binnenlandse vennootschap Y terugbetaald te worden aan de buitenlandse vennootschap X wanneer en in de mate dat de winst van het boekjaar voor belasting van Y positief wordt;

\- het nog resterende deel van voormelde leningen zal omgezet worden in winstdelende leningen met een marktconforme rentevoet teneinde de financiële situatie van Y te herstellen, de continuïteit en de voortzetting van de normale commerciële activiteiten van Y te verzekeren, de tewerkstelling te behouden en de commerciële en financiële reputatie van de groep te vrijwaren;

\- deze maatregelen deel uit maken van een ruimer herstelplan waarbij tevens de totaliteit van de aandelen van de buitenlandse vennootschap Q in oprichting door de buitenlandse vennootschap Z zullen ingebracht worden in X en volledig vergoed zal worden in aandelen Y, zonder storting in contanten;

\- overeenkomstig artikel 117, § 3, W.Reg. het bij artikel 115, W.Reg. bepaalde recht niet verschuldigd in geval van inbreng van aandelen, aandelencertificaten of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, die tot gevolg heeft dat de vennootschap bij wie de inbreng gebeurt, ten minste 75% van het maatschappelijk kapitaal verwerft van de vennootschap waarvan de aandelen, aandelencertificaten of deelbewijzen zijn ingebracht, op voorwaarde dat:

**1**. de verkrijgende vennootschap en de vennootschap waarvan de aandelen of deelbewijzen zijn ingebracht hun zetel van werkelijke leiding of hun statutaire zetel op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen hebben;

**2.** de inbreng uitsluitend door uitgifte van aandelen of nieuwe deelbewijzen van de verkrijgende vennootschap vergoed wordt, samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt;

**3**. de akte van inbreng vermeldt dat bij de inbreng ten minste 75% van het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap waarvan de aandelen of deelbewijzen zijn ingebracht, door de verwervende vennootschap wordt verkregen;

**4**. een attest van een bedrijfsrevisor dat het vermelde feit overeenkomstig het 3e bevestigt, aan de akte wordt gehecht;

\- aan de grondvoorwaarden van artikel 117, § 3, derde lid, 1° tot 3°, W.Reg. terzake voldaan is en de aanvragers verklaren dat bij de inbreng aan alle vennootschapsrechtelijke bepalingen naar Frans, Belgisch en Nederlands recht wordt voldaan;

\- de aanvragers van de voorafgaande beslissing verklaren dat aan de vormvoorwaarden zal voldaan worden;

\- overeenkomstig artikel 18, § 2, W.Reg. aan de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, de juridische kwalificatie door partijen gegeven aan een akte alsook aan afzonderlijke akten die eenzelfde verrichting tot stand brengen, niet kan worden tegengeworpen wanneer de administratie door vermoedens of door andere bewijsmiddelen vaststelt dat die kwalificatie tot doel heeft de rechten te ontwijken, tenzij de belastingplichtige bewijst dat die kwalificatie aan rechtmatige financiële of economische behoeften beantwoordt;

\- de inbreng van de aandelen van de buitenlandse vennootschap Q in oprichting in de binnenlandse vennootschap Y mogelijkerwijze in de toekomst zal gevolgd worden door een kapitaalsvermindering door Q in oprichting waardoor Y liquide middelen verkrijgt;

\- behoudens in het geval er na de inbreng in een vennootschap een kapitaalvermindering met terugbetaling aan de vennoten plaatsvindt, deze verrichtingen niet vatbaar zijn voor een andere kwalificatie zodat niet moet worden onderzocht of de juridische kwalificatie door de partijen gegeven aan de akte al dan niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften;

\- bij de betrokken vennootschappen de overtuiging aanwezig is dat op middellange termijn winst kan worden gemaakt, ondanks de geleden verliezen;

\- een in vereffeningstelling of een eventueel faillissement een negatieve weerslag zou hebben op de groep als geheel alsook op de continuïteit van de activiteiten en de tewerkstelling in België;

\- voormelde verrichtingen gezien moeten worden in een geheel van maatregelen die de groep overweegt om de eigen vermogensituatie van de binnenlandse vennootschap Y te herstellen en het Belgisch marktaandeel van de groep te vrijwaren;

\- de inbreng van de aandelen van Q in oprichting, gevolgd door een mogelijke kapitaalsvermindering Y nieuwe geldmiddelen zal verschaffen die haar in staat zullen stellen haar eigen financiële positie te verbeteren;

in onderhavig geval

\- de voormelde artikelen 79 en 207, tweede lid, WIB 92 niet van toepassing zijn met betrekking tot de bedoelde voorwaardelijke kwijtschelding van (een deel van) de schuld en de omzetting van de intrestdragende leningen in winstdelende leningen met een marktconforme interestvoet;

\- de inbreng van alle aandelen van de buitenlandse vennootschap Q in oprichting waardoor de binnenlandse vennootschap Y het volledige maatschappelijke kapitaal verwerft van deze vennootschap, beantwoordt aan de vrijstellingsvoorwaarden van artikel 117, § 3 W.Reg.;

\- artikel 18, § 2, W.Reg. niet van toepassing is op de in de voormelde aanvraag beschreven verrichtingen op voorwaarde dat de binnenlandse vennootschap Y in een periode van vijf jaar vanaf de datum van de kapitaalvermindering geen terugbetaling doet aan haar aandeelhouders.
