---
title: "Décision anticipée 2026.0521 · Contributions directes"
description: "Contributions directes, Conventions préventives de la double imposition, Etablissement stable. Décision anticipée belge n° 2026.0521 du 8 septembre 2026."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2026-0521-contributions-directes-conventions-preventives-double-3432"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Contributions directes, Conventions préventives de la double imposition · Contributions directes - Conventions préventives de la double imposition - Etablissement stable - TVA - Etablissement stable - Lieu des prestations de services - Preneur des services

**Numéro**

2026.0521

**Date**

8 septembre 2026

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

70 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2026.0521 du 08.09.2026

*Contributions directes* · *Conventions préventives de la double imposition* · *Etablissement stable*

*TVA* · *Lieu des prestations de services* · *Preneur des services*

## Résumé

La demande vise à obtenir une deuxième prolongation de la décision anticipée 2015.029 du 15 septembre 2015, confirmant que le bureau belge de la Société A ne constitue pas un établissement stable, ni au sens des articles 227, 228 et 229 du CIR 92, ni au sens de l’article 5 de la convention préventive de la double imposition, ni au sens de l’article 21, § 2, deuxième phrase, et de l’[article 21bis, § 1er, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21bis).

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

De aanvraag strekt ertoe een tweede verlenging van voorafgaande beslissing 2015.029 van 15 september 2015 te verkrijgen waarbij wordt bevestigd dat het Belgische kantoor van Vennootschap A geen vaste inrichting vormt, noch in de zin van de artikelen 227, 228 en 229 WIB92, noch in de zin van artikel 5 van het dubbelbelastingverdrag, en noch in de zin van artikel 21 §2, tweede zin, en [artikel 21bis §1 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21bis).

## II. Beschrijving van de aanvrager, de relevante feiten met betrekking tot de vraag, en de motivatie van de aanvrager

2\. Voor een gedetailleerde beschrijving van de Aanvrager, haar activiteiten en relevante feiten wordt verwezen naar rubriek 1 van de aanvraag van 8 juli 2026. Voor de motivatie van de aanvraag wordt verwezen naar de rubrieken 3 en 4 van de aanvraag.

## III. Beslissing

3\. De Aanvrager heeft in de aanvraag de voorwaarden vervat in de artikelen 21 en 22 van de voormelde wet van 24 december 2002 nageleefd.

### *III.A. Algemeen*

4\. Vennootschap A is een buitenlandse vennootschap, waarvan de hoofdzetel gevestigd is in een EU-lidstaat.

5\. Vennootschap A is een bedrijf dat software aanbiedt bestemd voor grote ondernemingen. De software dient altijd aangepast en op maat gemaakt te worden volgens de specifieke en accurate benodigdheden en vereisten van elke klant.

6\. Zodra met een klant een overeenkomst wordt gesloten, vangt de implementatie- en configuratiefase aan, waarin de software wordt aangepast aan de specifieke behoeften van de betrokken klant. Deze fase kan meerdere maanden in beslag nemen en vereist doorgaans de inzet van vier à vijf, dan wel meer, werknemers van Vennootschap A die deel uitmaken van het buitenlandse personeel.

7\. De betrokken software kwalificeert niet als een gestandaardiseerd product, maar betreft een softwareoplossing die voor elke klant afzonderlijk wordt aangepast teneinde aan diens specifieke behoeften en vereisten te voldoen.

8\. Vennootschap A oefent haar activiteiten onder meer uit in België. Met het oog op de ontwikkeling van deze activiteiten heeft zij kantoorruimte gehuurd in België.

9\. Daarnaast heeft zij een werknemer in dienst genomen op basis van een arbeidsovereenkomst, met name dhr. X, woonachtig te België.

10\. De functie van deze persoon is tweeledig. Enerzijds staat hij in voor de prospectie van nieuwe klanten voor Vennootschap A , anderzijds verleent hij hen bijstand door het verstrekken van informatie over de functionaliteiten van de door Vennootschap A ontwikkelde en geïmplementeerde software.

11\. De Belgische werknemer verstrekt informatie aan (potentiële) klanten omtrent de functionaliteiten van de softwareoplossingen van Vennootschap A. Daartoe beschikt hij over demonstratiesoftware, die uitsluitend wordt aangewend om de werking en de functionaliteiten van de betrokken software aan geïnteresseerde partijen toe te lichten en te demonstreren.

12\. De Belgische werknemer bereidt ook offertes voor onder supervisie van het buitenlandse sales team (prijzen worden bepaald door het buitenlandse sales team). De Belgische werknemer is verantwoordelijk voor het feit dat de gevraagde informatie wordt opgenomen in de offerte en hij zal ook de presentatie doen.

13\. Hoewel de Belgische werknemer betrokken is bij het onderhandelingsproces, heeft alleen Vennootschap A (het hoofdkantoor) de bevoegdheid om de prijs, de inhoud van de diensten (van de software) en de kenmerken van de software te bepalen.

14\. Wanneer een project wordt verkocht, wordt de installatie van de software volgens de Aanvrager uitgevoerd door Vennootschap A-technici van het hoofdkantoor in het buitenland.

15\. Speciale opleidingscursussen voor het aanleren van de software worden volgens de Aanvrager bij de klant uitgevoerd uitsluitend door technische opleiders van het hoofdkantoor in het buitenland.

16\. De heer X vervult binnen de verkoop- en contractprocessen volgens de Aanvrager een duidelijk afgebakende rol ten opzichte van het sales- en juridische team gevestigd in het buitenland.

17\. Hij werkt uitsluitend met vooraf opgestelde overeenkomsten en beschikt slechts over een zeer beperkte onderhandelingsmarge.

18\. Hij is niet bevoegd om contractuele bepalingen inhoudelijk te wijzigen. Evenmin stelt hij prijzen zelfstandig vast of keurt hij deze goed.

19\. Alle commerciële offertes worden vooraf intern afgestemd en goedgekeurd door de bevoegde verantwoordelijken in het buitenland alvorens zij aan klanten worden voorgelegd.

20\. Wanneer een klant opmerkingen of wijzigingsvoorstellen formuleert bij een contract, worden deze volgens de Aanvrager systematisch doorgestuurd naar de juridische afdeling in het buitenland voor beoordeling en analyse.

21\. De uiteindelijke ondertekening van contracten gebeurt uitsluitend door het management in het buitenland. De heer X beschikt niet over tekenbevoegdheid en kan de onderneming niet juridisch verbinden.

22\. Na contractsluiting wordt de verdere klantrelatie hoofdzakelijk beheerd door het in het buitenland gevestigde projectteam en het CSM-team, die instaan voor de projectuitvoering, operationele opvolging en contractuele nazorg.

23\. De heer X blijft daarbij wel een belangrijk aanspreekpunt voor verdere commerciële activiteiten en de opvolging van salesopportuniteiten.

24\. Per jaar wordt desgevallend aan dhr. X één bonus uitbetaald die weliswaar enkel verschuldigd is wanneer een bepaalde omzetdrempel wordt bereikt.

### *III.B. Vaste inrichting – Inkomstenbelastingen*

#### III.B.1. Afwezigheid van een vaste inrichting op grond van artikel 5 van het dubbelbelastingverdrag

Materiële vaste inrichting

25\. Overeenkomstig artikel 5 §1 van het dubbelbelastingverdrag wordt een onderneming geacht een vaste inrichting te hebben indien er sprake is van een bedrijfsinrichting; deze bedrijfsinrichting vast is; en de werkzaamheden van de onderneming met behulp van deze bedrijfsinrichting worden uitgeoefend.

26\. Het DBV bepaalt evenwel in artikel 5 §3 een reeks uitzonderingen op deze regel. Aldus wordt niet geacht dat er een vaste inrichting aanwezig is indien “gebruik wordt gemaakt van een vaste bedrijfsinrichting uitsluitend voor reclamedoeleinden, voor het geven van inlichtingen, voor wetenschappelijk onderzoek of voor het verrichten van soortgelijke werkzaamheden, welke voor de onderneming van voorbereidende aard zijn of het karakter van hulpwerkzaamheden hebben”.

27\. In casu kan het kantoor waarover de vennootschap in België beschikt slechts als een vaste inrichting in de zin van artikel 5 van het DBV worden aangemerkt indien de activiteiten die de vertegenwoordiger, de heer X, vanuit deze inrichting verricht, het voorbereidend karakter of het karakter van hulpwerkzaamheid zoals bedoeld in artikel 5, § 3, van het DBV overstijgen.

28\. Gelet op de definitie van het begrip vaste inrichting kan niet worden geconcludeerd dat Vennootschap A in België over een vaste inrichting beschikt. De activiteiten die vanuit het Belgische kantoor worden verricht, vertonen immers een uitsluitend voorbereidend of ondersteunend karakter.

29\. Hoewel Vennootschap A beschikt over een duurzame bedrijfsinrichting in België, aangezien een kantoorruimte wordt gehuurd en een werknemer zijn werkzaamheden van daaruit verricht, is niet voldaan aan het derde constitutieve criterium voor het bestaan van een vaste inrichting, namelijk dat via deze inrichting een economische activiteit van de onderneming wordt uitgeoefend.

30\. Van een vaste inrichting kan immers slechts sprake zijn indien de economische activiteit van Vennootschap A geheel of gedeeltelijk via die vaste basis wordt uitgeoefend. Volgens het OESO-commentaar vereist dit dat een wezenlijk en belangrijk deel van de activiteiten van Vennootschap A vanuit deze vaste bedrijfsinrichting wordt verricht.

31\. In casu vormen het zoeken naar klanten en het verstrekken van informatie aan hen, afzonderlijk noch in onderlinge samenhang beschouwd, geen essentieel onderdeel van de activiteit bestaande uit het ontwerpen, aanpassen en installeren van software, ook al dragen deze activiteiten bij tot de productiviteit van Vennootschap A en de uitbreiding van haar commerciële werkterrein.

32\. Dat de installatie van de software en de eventuele opleiding van de gebruikers bij de klant worden uitgevoerd door technici van Vennootschap A in het buitenland, bevestigt bovendien het ondersteunende karakter van de activiteiten die vanuit de Belgische vestiging worden verricht.

Personele vaste inrichting

33\. Artikel 5, § 4 van het dubbelbelastingverdrag bepaalt dat een persoon die niet als onafhankelijke vertegenwoordiger kwalificeert en die in een overeenkomstsluitende Staat werkzaam is voor een onderneming van de andere Staat, als vaste inrichting van die onderneming wordt beschouwd indien hij beschikt over een machtiging om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en deze bevoegdheid gewoonlijk uitoefent.

34\. Als zodanig zou de Belgische werknemer die afhankelijk is van de onderneming waarvoor hij optreedt, op grond van artikel 5, § 4 van het DBV als een personele vaste inrichting kunnen worden aangemerkt wanneer hij bevoegd is om in naam van de onderneming overeenkomsten af te sluiten, én deze bevoegdheid in de praktijk gewoonlijk uitoefent.

35\. De Belgische werknemer is op basis van een arbeidsovereenkomst tewerkgesteld door de vennootschap en verricht prospectieactiviteiten op onder meer de Belgische markt, stelt het product voor aan (potentiële) klanten, verstrekt hierover inlichtingen en bereidt offertes voor onder supervisie van het buitenlandse salesteam.

36\. De essentiële commerciële en contractuele functies blijven evenwel voorbehouden aan het buitenlandse hoofdkantoor, dat instaat voor de prijsbepaling, de vaststelling van de inhoud en kenmerken van de software, de contractuele onderhandelingen, evenals de installatie van de software en de verstrekking van opleidingen.

37\. De Belgische werknemer beschikt niet over een beslissings- of vertegenwoordigingsbevoegdheid ten aanzien van derden en is evenmin bevoegd om de vennootschap in het kader van haar ondernemingsactiviteiten rechtsgeldig te verbinden.

38\. De door hem verstrekte informatie en de door hem voorbereide offertes bevatten bovendien niet de wezenlijke bestanddelen van een handelsovereenkomst en kunnen derhalve niet worden beschouwd als een aanbod dat de vennootschap bindt.

39\. Gelet op de arbeidsovereenkomst en de beperkte autonomie waarover hij beschikt bij de uitoefening van zijn werkzaamheden, dient hij te worden aangemerkt als een afhankelijke vertegenwoordiger, evenwel zonder bevoegdheid om de vennootschap te verbinden. Bijgevolg zijn de voorwaarden voor het bestaan van een personele vaste inrichting in hoofde van de vennootschap niet vervuld.

#### III.B.2. Aanwezigheid van een Belgische inrichting op grond van het WIB92

40\. Artikel 229, § 1 WIB92 definieert een Belgische inrichting als elke vaste bedrijfsinrichting met behulp waarvan de beroepswerkzaamheden van een buitenlandse onderneming geheel of gedeeltelijk in België worden uitgeoefend en vermeldt daarbij een niet-limitatieve opsomming van vormen van vaste bedrijfsinrichtingen.

41\. Daarnaast bepaalt artikel 229, § 2 WIB92 dat ook een vertegenwoordiger of andere tussenpersoon die in België optreedt voor een buitenlandse onderneming in beginsel een Belgische inrichting kan vormen, zelfs indien deze persoon niet bevoegd is om namens die onderneming overeenkomsten te sluiten.

42\. De toelichting bij de aangifte BNI verduidelijkt voorts dat buitenlandse vennootschappen die in België over een inrichting beschikken in principe aan de aangifteverplichtingen voor niet-inwoners zijn onderworpen. Wanneer die Belgische inrichting ingevolge een toepasselijk dubbelbelastingverdrag evenwel niet als een vaste inrichting kan worden aangemerkt, blijft de aangifteverplichting beperkt tot de specifiek vermelde inlichtingen en opgaven.

43\. Uit het wettelijk kader blijkt dus dat niettegenstaande het gebrek aan een vaste inrichting in de zin van het dubbelbelastingverdrag, een niet-inwoner evenwel verplicht kan zijn een BNI-aangifte te onderschrijven zodra hij beschikt over een Belgische inrichting in de zin van het WIB92.

44\. Uit wat voorafgaat volgt dat hoewel niet kan worden besloten tot het bestaan van een vaste inrichting in de zin van het dubbelbelastingverdrag, Vennootschap A evenwel beschikt over een Belgische inrichting krachtens artikel 229 WIB92, waardoor ze wordt onderworpen aan de onderzoeken en de controle die de Administratie rechtens kan uitoefenen ten aanzien van buitenlandse vennootschappen onderworpen aan de BNI, en die de verplichting tot onderschrijving van een aangifte in de belasting niet-inwoners met zich meebrengt.

45\. De Aanvrager verklaart dat de aangiften in de BNI werden ingediend overeenkomstig de voorafgaande beslissing waarvoor thans een verlenging wordt gevraagd.

### *III.C. Vaste inrichting - BTW*

46\. Uit [artikel 4, §1, van het Btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) vloeit voort dat één niet in België gevestigd (rechts)persoon die buiten België een activiteit als belastingplichtige in de zin van het Btw-wetboek uitoefent, voor de handelingen (leveringen van goederen en diensten) die hij hier te lande verricht, voor de toepassing van de Belgische btw-wetgeving beschouwd wordt als een belastingplichtige.

47\. De regeling welke van toepassing is op de niet in België gevestigde belastingplichtigen die in België leveringen of diensten verrichten, verschilt evenwel naargelang ze in België al dan niet over een vaste inrichting beschikken. Voor btw-doeleinden is de al dan niet kwalificatie als ‘vaste inrichting’ van belang voor de vaststelling van de procedure om btw te betalen en terug te vragen, vaststelling voor de schuldenaar van de btw en vaststelling van de plaatsbepalingsregel voor diensten vanuit btw-oogpunt. Voor een buitenlandse onderneming die aanwezig is in België en er transacties verricht, stelt zich bijgevolg de vraag of deze aanwezigheid ook een vaste inrichting vormt voor btw-doeleinden in België.

48\. Het begrip ‘vaste inrichting’ wordt niet gedefinieerd in het Belgisch Btw-handboek noch in de Btw-Richtlijn 2006/112/EG. De artikelen 11 en [artikel 53 van de Uitvoeringsverordening 282/2011](https://juriel.be/fr/droit-union/reglement-d-execution-282-2011/article-53) omvatten de definitie van ‘vaste inrichting’ en de regels over interveniëren van een vaste inrichting. De al dan niet tussenkomst van een vaste inrichting (waarvan het bestaan eerst is vastgesteld aan de hand van de criteria van [artikel 11 van de btw-uitvoeringsverordening](https://juriel.be/fr/droit-union/reglement-d-execution-282-2011/article-11)) dient geval per geval te worden beoordeeld aan de hand van de voorwaarden van [artikel 53 van de btw-uitvoeringsverordening](https://juriel.be/fr/droit-union/reglement-d-execution-282-2011/article-53).

49\. Uit voornoemde artikelen 11 en 53 van de Uitvoeringsverordening alsmede uit vaste rechtspraak van het EU HvJ volgt dat een belastingplichtige een vaste inrichting in een andere EU-lidstaat heeft indien de volgende 4 voorwaarden cumulatief vervuld zijn: het hebben van personeel en technische middelen, met een voldoende mate van duurzaamheid, zodanig dat de inrichting in staat is om leveringen van diensten of goederen te kunnen afnemen en verrichten. Deze criteria zijn cumulatief en dienen geval per geval te worden beoordeeld in de context van de specifieke feiten (rollen, functies, activiteiten, contractuele bepalingen enz.) en omstandigheden van een geval.

50\. Op basis van de door de aangever weergegeven feiten beschikt het Belgisch bijkantoor niet over de vereiste personele en materiële middelen om belastbare handelingen ten behoeve van derden te kunnen verrichten. In de mate dat Vennootschap A over lokalen en een werknemer beschikt op Belgisch grondgebied, bestaat wel de mogelijkheid dat het Belgisch kantoor ontvanger en gebruiker is van bepaalde diensten voor haar eigen interne behoeften. Deze analyse is telkens per ontvangen dienst te maken. In dit opzicht beschikt Vennootschap A via haar Belgisch bijkantoor niet over een “actieve“ vaste inrichting in België. De mogelijkheid bestaat wel dat het bijkantoor voor de toepassing van artikel 21, §2, 2de zin van het Btw-wetboek een vaste inrichting, ontvanger en gebruiker van bepaalde diensten vormt.

## Textes cités

4

[CTVA art. 21bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21bis) 2 occurrences

[règlement d'exécution 282/2011 art. 53](https://juriel.be/fr/droit-union/reglement-d-execution-282-2011/article-53) 2 occurrences

[CTVA art. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) 1 occurrence

[règlement d'exécution 282/2011 art. 11](https://juriel.be/fr/droit-union/reglement-d-execution-282-2011/article-11) 1 occurrence
