---
title: "Décision anticipée 2025.0865 · Impôt des sociétés, Apport d&#x27;une branche d&#x27;activité exonéré"
description: "Impôt des sociétés, Apport d'une branche d'activité exonéré, Motifs économiques valables. Décision anticipée belge n° 2025.0865 du 16 décembre 2025."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2025-0865-impot-societes-apport-branche-activite-3293"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt des sociétés, Apport d'une branche d'activité exonéré · Impôt des sociétés - Apport d'une branche d'activité exonéré - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Plus-values sur actions - Changement du contrôle d’une société - Besoins légitimes de caractère financier ou économique - Pertes professionnelles antérieures - Mesure anti-abus - TVA - Cession d’une branche d’activité

**Numéro**

2025.0865

**Date**

16 décembre 2025

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

147 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2025.0865 du 16.12.2025

*Impôt des sociétés* · *Apport d'une branche d'activité exonéré* · *Motifs économiques valables* · *Fraude ou évasion fiscale* · *Plus-values sur actions* · *Changement du contrôle d’une société* · *Besoins légitimes de caractère financier ou économique* · *Pertes professionnelles antérieures* · *Mesure anti-abus*

*TVA* · *Cession d’une branche d’activité*

## Résumé

L’apport d’une activité distincte par la société A dans une société nouvellement constituée NewCo, par lequel l’ensemble des actifs et des passifs, des droits et des obligations et du personnel spécifiquement liés à cette activité sont transférés, peut être considéré comme un apport d’une branche d'activité au sens de l’article 46, § 1 er, alinéa 1 er, 2°, du CIR 92 en combinaison avec l’article 2, § 1 er, 6°/2, b) et c), du CIR 92, et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale tel que visé à l’article 46, § 1 er, alinéa 1 er, 2°, du CIR 92.

La plus-value sur actions ou parts réalisée par la société A lors de l’apport de toutes ses participations dans des filiales (et indirectement dans ses sous-filiales) à NewCo est exonérée conformément à l’article 192, § 1 er, du CIR 92. À la suite de cet apport, il n’y a pas de changement de contrôle au sens de l’article 207, alinéa 8, du CIR 92 au nom de ces filiales et sous-filiales.

Les actions ou parts de NewCo que la société A reçoit à la suite de l’apport en exemption d’impôt de la branche d’activité peuvent être considérées comme détenues par la société A depuis plus d’un an, conformément à l’article 192, § 1 er, alinéa 7, du CIR 92, de sorte que toute plus-value réalisée au moment de l’apport de ces actions ou parts de NewCo par la société A dans la société étrangère B (tiers) sera exonérée conformément à l’article 192, § 1 er, du CIR 92, pour autant que toutes les autres conditions de l’article 192, § 1 er, alinéa 1 er,du CIR 92 soient remplies. Le changement de contrôle qui intervient à la suite de cet apport au nom des filiales et sous-filiales de NewCo répond à des besoins légitimes de caractère financier et économique au sens de l’article 207, alinéa 8, du CIR 92, ce qui permet aux pertes fiscales reportées de ces filiales et sous-filiales de rester déductibles des bénéfices de la période imposable pendant laquelle le changement de contrôle est survenu ou des bénéfices de toute période imposable ultérieure.

Lors de la vente ultérieure des actions ou parts de NewCo par la société B à sa sous-filiale, il n’y a pas de changement de contrôle au sens de l’article 207, alinéa 8, du CIR 92 au nom des filiales et sous-filiales de NewCo.

Le choix de l’ensemble des actes juridiques se justifie suffisamment par d’autres motifs que la volonté d’éviter les impôts sur les revenus au sens de l’article 344, § 1 er, alinéa 3 du CIR 92, et ne constitue par conséquent pas un abus fiscal au sens de l’article 344, § 1 er, alinéa 1 er du CIR 92.

L’apport susmentionné de la branche d’activité par la société A dans NewCo doit avoir lieu en application des articles articles [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) et [18, § 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18), du CTVA.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:

1.1. de voorgenomen inbreng van de bedrijfstak ‘logistieke diensten’ door de vennootschap A in een recent opgerichte Belgische vennootschap NewCo kan plaatsvinden onder het stelsel van fiscale neutraliteit zoals beschreven in artikel 46, §1, eerste lid, 2° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna ‘WIB 92’), voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 46, §1, derde lid, WIB 92, en dat ze niet als hoofddoel of een der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft cf. artikel 183bis ,WIB 92;

1.2. de eventuele meerwaarden op de deelnemingen in de vennootschappen C, D, E en F gerealiseerd in hoofde van de vennootschap A ten gevolge van de inbreng in natura van de deelnemingen in NewCo vrijgesteld zijn overeenkomstig artikel 192, §1, WIB 92;

1.3. de overdracht van de aandelen van de vennootschappen C, D en K als gevolg van de inbreng in natura niet resulteert in de toepassing van artikel 207, achtste lid, WIB 92 inzake controlewijziging;

1.4. de aandelen van NewCo die de vennootschap A heeft ontvangen naar aanleiding van de inbreng van de bedrijfstak ‘logistieke functie’ geacht worden te zijn aangehouden door de vennootschap A voor meer dan een jaar overeenkomstig artikel 192, §1, zevende lid, WIB 92 zodat een eventuele meerwaarde die wordt gerealiseerd op het moment van de inbreng in natura van deze aandelen van NewCo door de vennootschap A in de vennootschap B vrijgesteld zal zijn;

1.5. de inbreng in natura van de aandelen van NewCo door de vennootschap A in de vennootschap B niet resulteert in de toepassing van artikel 207, achtste lid, WIB 92 inzake controlewijziging in hoofde van de vennootschappen C, D en K;

1.6. de verkoop van de aandelen van NewCo door de vennootschap B aan haar 100% indirecte dochtervennootschap J evenmin resulteert in de toepassing van artikel 207, achtste lid, WIB92 inzake controlewijziging in hoofde van de vennootschappen C, D en K;

1.7. de keuze voor het geheel van de voorgenomen verrichtingen verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen als bedoeld in artikel 344, §1, derde lid, WIB 92 en geen fiscaal misbruik uitmaken in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92;

1.8. de inbreng van de bedrijfsafdeling ‘logistieke diensten’ door de vennootschap A in NewCo kan plaatsvinden onder de toepassing van de artikelen [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) en [18, § 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna ‘W.BTW’).

## II. Omschrijving van de verrichtingen

2\. De groepen X en Y zijn twee onafhankelijke, toonaangevende groepen actief in dezelfde sector.

3\. De coöperatieve vennootschap A is de moedervennootschap van de groep X en houdt participaties aan in de Belgische exploitatievennootschappen C, D, E en F. Vennootschap C houdt op haar beurt aandelen aan in de Belgische exploitatievennootschap G en de vennootschap H, gevestigd in Hong Kong. Vennootschap D bezit een participatie in de Belgische exploitatievennootschap K. Vennootschap A koopt het basisproduct aan van haar coöperanten en verkoopt deze door aan haar respectievelijke dochtervennootschappen voor de verdere verwerking ervan.

4\. Naast haar coöperatieve activiteiten oefent de vennootschap A ook niet-coöperatieve activiteiten uit die verband houden met (i) logistieke diensten, (ii) centrale diensten ten behoeve van de dochter- en kleindochtervennootschappen en (iii) cashpoolfunctie en (iv) het beheer van haar deelnemingen in diverse dochter- en kleindochtervennootschappen.

5\. De buitenlandse vennootschap B is de moedervennootschap van de groep Y. Deze buitenlandse vennootschap heeft een rechtsvorm die het concept aandelen niet kent. Zij houdt participaties aan diverse exploitatievennootschappen.

6\. De groepen X en Y zijn voornemens om hun activiteiten te bundelen teneinde hun productontwikkeling en marktpositie versterken. De voorgenomen verrichtingen daartoe bestaan uit volgende stappen:

Stap 1: inbreng van de bedrijfstak ‘logistieke diensten’ door de vennootschap A in haar recent opgerichte dochtervennootschap, NewCo, tegen uitgifte van aandelen NewCo, die het kapitaal vertegenwoordigen, zonder opleg in geld;

Stap 2: a) inbreng in natura door de vennootschap A van haar deelnemingen in de dochtervennootschappen C, D, E en F in NewCo tegen uitgifte van aandelen NewCo;

b) verkoop van alle activa en passiva van de vennootschap A, die overblijven na de stappen 1 en 2a en met uitzondering van de activa en passiva die verbonden zijn aan haar coöperatieve werking tegen een uitstaande schuldvordering. Na de stappen 1, 2a en 2b zal enkel de coöperatieve functie en alle ermee verbonden activa en passiva en medewerkers behouden blijven bij de vennootschap A. De vordering van de vennootschap A op NewCo die ontstaat als gevolg van deze verkoop zal kort na de verkoop worden ingebracht in het kapitaal van NewCo (tegen uitgifte van aandelen door NewCo aan de vennootschap A);

Stap 3: inbreng in natura van alle aandelen van NewCo door de vennootschap A in de vennootschap B tegen toekenning van een lidmaatschapsrecht en certificaten;

Stap 4: verkoop van de aandelen van NewCo door de vennootschap B aan haar 100% indirecte dochtervennootschap J.

## III. Beslissing

***III.A. Betreffende de toepassing van de artikelen 46, § 1 , eerste lid, 2° en 183bis WIB 92 op de inbreng door de vennootschap A in NewCo van haar logistieke diensten (stap 1)***

7\. Om toepassing te kunnen maken van het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 46, § 1, WIB 92 dient de inbreng een bedrijfstak dan wel een algemeenheid van goederen te omvatten. Een wettelijke definitie van een inbreng van een bedrijfstak is opgenomen in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92.

8\. Artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92 definieert de voormelde begrippen als volgt:

‘b) Inbreng van een bedrijfstak: de rechtshandeling waarbij een natuurlijke persoon of een vennootschap, zonder ontbinding, een bedrijfstak overdraagt aan een andere vennootschap tegen een vergoeding die uitsluitend bestaat in aandelen van de verkrijgende vennootschap;

c) Bedrijfstak: een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken.’

9\. Voor de uitvoering van de logistieke diensten beschikt de vennootschap A over materieel, installaties, gereedschap enz. *(1)*. De vennootschap A doet daarnaast ook beroep op externe firma’s voor de uitoefening van deze diensten. Om deze diensten uit te oefenen beschikt vennootschap A over specifiek daartoe ingezet personeel. De kosten van de logistieke diensten worden door de vennootschap A doorgerekend aan de afnemers van de diensten, zijnde haar leden, maar ook derden. Hieruit kan worden afgeleid dat het gaat om een afzonderlijke reeds bestaande activiteit binnen de vennootschap A met een eigen omzet en eigen personeel.

---

*\[(1) De vennootschap A bezit zelf geen onroerende goederen.\]*

---

10\. In het kader van deze inbrengverrichting hebben de aanvragers bevestigd dat alle activa, passiva, rechten en verplichtingen die specifiek verbonden zijn aan de logistieke diensten door de vennootschap A worden ingebracht in NewCo. De aanvragers hebben dit tevens gestaafd aan de hand van een inbrengstaat.

11\. De personeelsleden die werkzaam zijn in het kader van deze logistieke diensten, zullen eveneens overgaan naar NewCo. Het personeel dat tewerkgesteld is binnen de coöperatieve werking van de vennootschap A, zal behouden blijven bij de vennootschap A. Het overige personeel van de vennootschap A zal in een volgende stap (stap 2b, zie randnr. 6) overgaan naar Newco. Hieruit blijkt dat alle activiteiten van de vennootschap A bij voortduur zullen worden verder gezet, hetzij door de vennootschap A, hetzij door NewCo.

12\. Na de inbreng zal Newco een marktconforme vergoeding voor haar logistieke diensten aanrekenen aan de coöperanten en aan de andere afnemers van de geleverde diensten. De aanvragers hebben er evenwel op gewezen dat mogelijks tijdelijk (voor maximaal een aantal maanden) een transitionele dienstverleningsovereenkomst zal worden gesloten tussen de vennootschap A en NewCo op basis van dewelke de vennootschap A gedurende deze tijdelijke transitieperiode alsnog de vergoeding voor de logistieke diensten zal aanrekenen aan en zal ontvangen van de coöperanten, met de verplichting deze in zijn geheel door te storten aan NewCo (dewelke volledig gerechtigd is tot het verkrijgen van deze vergoeding na de inbreng van de bedrijfstak). De aanvragers hebben tevens bevestigd dat de vergoeding die NewCo zal factureren aan haar klanten voor de ophaling van het basisproduct voldoende zal zijn om haar kosten van deze activiteit te dekken en een winstmarge te realiseren.

13\. De aanvragers hebben bevestigd dat de vennootschap A niet over gespreid te belasten meerwaarden of kapitaalsubsidies beschikt en er derhalve geen herbeleggings- of gesubsidieerde activa deel uitmaken van de inbreng.

14\. Uit het voormelde kan worden besloten dat het gaat om een geheel dat op technisch en organisatorisch gebied een autonome activiteit uitoefent en op eigen kracht kan werken.

15\. De aanvragers hebben bevestigd dat de inbreng uitsluitend zal worden vergoed in aandelen die het kapitaal vertegenwoordigen.

16\. De geplande inbreng van de logistieke diensten van de vennootschap A in Newco betreft derhalve een rechtshandeling die beantwoordt aan de definitie van een inbreng van een bedrijfstak als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), juncto artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92. De aandacht wordt erop gevestigd dat de deelnemingen in haar dochtervennootschappen C, D, E en F geen deel uitmaken van deze bedrijfstak en het voorwerp zullen uitmaken van een afzonderlijke inbreng tegen marktwaarde door de vennootschap A in NewCo (stap 2a).

17\. De inbreng van de logistieke diensten door de vennootschap A in NewCo vormt de eerste stap in een stappenplan (zie randnr. 6) dat leidt tot de juridische integratie van de groepen X en Y. De integratie wordt verwacht synergie- en andere voordelen te creëren, hetgeen moet leiden tot één sterkere groep en meer groei.

18\. De aandelen van NewCo zullen vervolgens (na de stappen 1 en 2) worden ingebracht door de vennootschap A in de vennootschap B tegen toekenning van een lidmaatschapsrecht en certificaten (zijnde stap 3) teneinde de integratie van beide groepen X en Y te bewerkstelligen. Vervolgens zullen de aandelen van NewCo nogmaals worden overgedragen, maar dit betreft een intragroepsverhanging naar een indirecte dochtervennootschap van vennootschap B, nl. vennootschap J. (stap 4) teneinde NewCo op het juiste niveau binnen de groepsstructuur onder te brengen. De aanvragers hebben bevestigd dat, behoudens de in stappen 3 en 4 omschreven overdrachten, er geen intentie bestaat om de aandelen van NewCo over te dragen buiten de groep Y.

19\. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de geplande inbreng van de logistieke diensten door de vennootschap A in NewCo (stap 1) plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92 zoals vereist door artikel 46, § 1, derde lid, 3°, WIB 92.

20\. De inbrenggenietende vennootschap NewCo is een binnenlandse vennootschap.

21\. Derhalve kan worden besloten dat de inbreng van de logistieke diensten door de vennootschap A in NewCo (stap 1) kan plaatsvinden onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92.

***III.B. Betreffende de toepassing van artikel 192, § 1 WIB 92 bij de inbreng door de vennootschap A in NewCo van al haar deelnemingen (stap 2a)***

22\. Bij de inbreng (aan marktwaarde) door de vennootschap A in NewCo van haar participaties in de vennootschappen C, D, E en F (stap 2a) kan een meerwaarde worden gerealiseerd op de ingebrachte aandelen.

23\. Met betrekking tot gerealiseerde meerwaarden op aandelen stelt artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92 het volgende:

> “De niet in artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde meerwaarden op aandelen verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, zijn eveneens volledig vrijgesteld in de mate dat de eventuele inkomsten van deze aandelen in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202, §§ 1 en 2, en 203, van de winst te worden afgetrokken of, voor wat betreft de overeenkomstig artikel 194 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aangehouden aandelen, krachtens de artikelen 202, § 1 en § 2, eerste lid, 2°, en 203, van de winst te worden afgetrokken”.

24\. Opdat de gerealiseerde meerwaarden op de ingebrachte aandelen vrijgesteld zijn, in toepassing van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92, dient bijgevolg voldaan te zijn aan voorwaarden waaraan inkomsten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor de DBI-aftrek. Dit komt erop neer dat:

1\. de overdragende vennootschap een deelneming dient te bezitten in de vennootschap waarvan ze de aandelen overdraagt van ten minste 10% of een waarvan de aanschaffingswaarde ten minste 2.500.000 EUR bedraagt en, die indien de overdragende vennootschap geen kleine vennootschap is, de aard van financiële vaste activa heeft (de zgn. minimale participatievoorwaarde, artikel 202, § 2, eerste lid, 1°, WIB 92);

\- de overgedragen aandelen gedurende een ononderbroken periode van ten minste 1 jaar in volle eigendom in het bezit dienen te zijn geweest (de zgn. permanentievoorwaarde of minimale houdtermijn, artikel 202, § 2, eerste lid, 2°, WIB 92)

\- de vennootschappen waarvan de aandelen worden overgedragen niet onder één van de uitsluitingsgronden mogen vallen van artikel 203, WIB 92 (de zgn. kwalitatieve voorwaarden).

25\. Artikel 203, §1, WIB 92 stelt het volgende:

‘§ 1. De in artikel 202, § 1, 1° en 2°, vermelde inkomsten zijn bovendien niet aftrekbaar wanneer ze worden verleend of toegekend door:

1° een vennootschap die niet aan de vennootschapsbelasting of aan een buitenlandse belasting van gelijke aard als die belasting is onderworpen of die gevestigd is in een land waar de gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen aanzienlijk gunstiger zijn dan in België of die gevestigd is in een rechtsgebied dat op het einde van het belastbare tijdperk is opgenomen op de EU-lijst van niet coöperatieve rechtsgebieden;

2° een financieringsvennootschap, een thesaurievennootschap of een beleggingsvennootschap andere dan deze bedoelde onder 2°bis die, alhoewel ze in het land van haar fiscale woonplaats onderworpen is aan een in 1° vermelde belasting, in dat land een belastingregeling geniet die afwijkt van het gemeen recht;

2°bis een beleggingsvennootschap met vast kapitaal voor belegging in vastgoed, een gereglementeerde vastgoedvennootschap of een buitenlandse vennootschap:

\- waarvan het hoofddoel de verwerving of de bouw van onroerende goederen met het oog op de ter beschikkingstelling aan gebruikers is, of het rechtstreeks of onrechtstreeks aanhouden van deelnemingen in entiteiten met een vergelijkbaar maatschappelijk doel is;

\- die onderworpen is aan beperkingen, die ten minste de verplichting omvat om een deel van zijn inkomen aan zijn aandeelhouders uit te keren;

\- die, alhoewel hij in het land van zijn fiscale woonplaats onderworpen is aan een in 1° vermelde belasting, in dat land een belastingregeling geniet die afwijkt van het gemeen recht;

3° een vennootschap voor zover de inkomsten die ze verkrijgt, niet zijnde dividenden, hun oorsprong vinden buiten het land van haar fiscale woonplaats en ze in het land van de fiscale woonplaats een afzonderlijke belastingregeling genieten die afwijkt van het gemeen recht;

4° een vennootschap voor zover ze winsten verwezenlijkt door tussenkomst van een of meer buitenlandse inrichtingen die globaal genomen zijn onderworpen aan een aanslagregeling die aanzienlijk gunstiger is dan in België;

5° een vennootschap, andere dan een beleggingsvennootschap of een in 2°bis bedoelde vennootschap, die dividenden wederuitkeert die in toepassing van het 1° tot 4°, zelf niet zouden kunnen worden afgetrokken ten belope van ten minst 90 %;

6° een vennootschap in de mate dat die deze inkomsten in aftrek heeft genomen of kan nemen van haar winst;

7° een vennootschap die inkomsten uitkeert die verbonden zijn met een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen waarvan de administratie, rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden, heeft aangetoond, tenzij bewijs van het tegendeel, dat deze handeling of dit geheel van handelingen kunstmatig is en is opgezet met als hoofddoel of een van de hoofddoelen de aftrek op de in artikel 202, § 1, 1° en 2°, bedoelde inkomsten, de in artikel 266, eerste lid, bedoelde verzaking op deze inkomsten of §n van de voordelen van Richtlijn 2011/96/EU in een andere lidstaat van de Europese Unie te verkrijgen.

26\. Aangezien de vennootschap A meer dan 10% van de aandelen bezit in de vennootschappen C, D, E en F, is voldaan aan de minimale participatievoorwaarde van artikel 202, § 2, eerste lid, 1°, WIB 92.

27\. De aanvragers hebben bevestigd dat de vennootschap A de participaties in de vennootschappen C, D, E en F gedurende meer dan 1 jaar in volle eigendom in haar bezit heeft op het moment van de overdracht waardoor ook aan de permanentievoorwaarde van artikel 202, § 2, eerste lid, 2°, WIB 92 is voldaan.

28\. De vennootschappen C, D, E en F zijn geen financierings-, thesaurie- of beleggingsvennootschappen, maar exploitatievennootschappen zonder buitenlandse vaste inrichtingen, die onderworpen zijn aan de Belgische vennootschapsbelasting waardoor kan gesteld worden dat ze niet vallen onder de uitsluitingsgronden van artikel 203, § 1, eerste lid, 1° tot en met 4°, WIB 92.

29\. De uitsluitingsgrond van artikel 203, § 1, eerste lid, 5°, WIB 92 is niet relevant voor de vennootschappen E en F aangezien ze geen dochtervennootschappen aanhouden. De vennootschap D heeft enkel een deelneming in de Belgische vennootschap K, die zelf niet onder één van de uitsluitingsgronden van artikel 203, § 1, eerste lid, 1° tot en met 4°, WIB 92 valt (de vennootschap K is geen financierings-, thesaurie- of beleggingsvennootschap, maar een exploitatievennootschap zonder buitenlandse vaste inrichting, die onderworpen is aan de Belgische vennootschapsbelasting), waardoor de vennootschap D ook niet valt onder de uitsluitingsgrond van artikel 203, § 1, eerste lid, 5°, WIB 92. De vennootschap C tenslotte bezit een participatie in de Belgische vennootschap G en in de Hong Kong vennootschap H. De vennootschap G valt niet onder de uitsluitingsgronden van artikel 203, §1, eerste lid, 1° tot en met 4°, WIB 92 aangezien het geen financierings-, thesaurie- of beleggingsvennootschap betreft, maar een gewone vastgoedvennootschap zonder buitenlandse vaste inrichting, die onderworpen is aan de Belgische vennootschapsbelasting. Wat vennootschap H betreft, kan worden gesteld dat ook deze vennootschap niet valt onder één van de uitsluitingsgronden van artikel 203, § 1, 1° tot en met 4°, WIB 92:

\- de vennootschap H is volgens de aanvragers onderworpen aan het gemeenrechtelijk belastingregime van toepassing op vennootschappen in Hong Kong. Het gemeenrechtelijk nominaal tarief van toepassing op de winst van vennootschappen in Hong Kong bedraagt 16,5%. Het feit dat het zogenaamde 2-tier tariefstelsel (waarbij de eerste 2M HKD – circa 200k EUR aan een verlaagd tarief van 8,25% kan worden belast) kan leiden tot een lagere belastingdruk, doet hier geen afbreuk aan. Hong Kong is niet opgenomen in de lijst van artikel 734quater KB/WIB 92, noch in de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden. In antwoord op de parlementaire vraag van de heer Devlies van 28/03/2006 heeft de Minister van Financiën bevestigd dat de DBI- aftrek inderdaad niet kan geweigerd worden voor dividenden afkomstig van een Hong Kong vennootschap op basis van artikel 203, §1, eerste lid, 1°, WIB 92 (Beknopt Verslag Kamercommissie, Com 906, p. 8-13);

\- de vennootschap H is volgens de aanvragers geen financierings-, thesaurie- of beleggingsvennootschap die onderworpen is aan een belastingregeling die afwijkt van het gemeen recht van Hong Kong;

\- aangaande inkomsten voorzien in artikel 203, § 1, eerste lid, 3°, WIB 92 m.b.t. vennootschappen gevestigd in Hong Kong stelt Circulaire AFZ/97.0060 dd. 31 maart 2005 onder sectie IV, 13B o.m. het volgende: ‘vennootschappen die in Hong Kong gevestigd zijn, zijn er onderworpen aan een territoriaal belastingstelsel dat niet mag worden beschouwd als een stelsel dat wordt beoogd in artikel 203, § 1, 2° of in artikel 203, § 1, 3° WIB 92, want die vennootschappen zijn onderworpen aan het gemeen recht van Hong Kong en genieten in Hong Kong dus geen "afzonderlijke belastingregeling die afwijkt van het gemeen recht".\[…\]’;

\- de vennootschap H heeft volgens de aanvragers geen buitenlandse vaste inrichtingen.

Bijgevolg kan worden besloten dat ook de vennootschap C niet valt onder de uitsluitingsgrond van artikel 203, §1, eerste lid, 5°, WIB 92.

30\. De vennootschappen C, D, E en F zijn Belgische vennootschappen, onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting waardoor de uitsluitingsgrond van artikel 203, §1, eerste lid, 6°, WIB 92 niet op hen van toepassing is. In de Belgische vennootschapsbelasting maken uitgekeerde dividenden immers geen aftrekbare beroepskost in hoofde van de uitkerende vennootschap.

31\. Wat betreft artikel 203, § 1, eerste lid, 7°, WIB 92 is de aanvrager van mening dat de vennootschappen C, D, E en F hier evenmin door gevat zijn. Alle groepsvennootschappen, met uitsluiting van de vennootschap H zijn Belgische exploitatie/vastgoedvennootschappen die niet zijn opgericht met het oog op het verkrijgen van fiscale voordelen. De aanvragers hebben verklaard dat de vennootschap H een vennootschap is met sales support activiteiten ter ondersteuning van de verkoop door vennootschap C van haar producten op de Aziatische markt waarvoor de vennootschap H een vergoeding aanrekent aan de vennootschap C. De aanvragers hebben bevestigd dat er verder geen andere transacties plaatsvinden tussen de vennootschap C en de vennootschap H. De vennootschap H stelt personeel tewerk. Derhalve kan worden besloten dat de vennootschappen C, D, E en F niet vallen onder de uitsluitingsregel van artikel 203, §1, eerste lid, 7°, WIB 92.

32\. Gelet op het voorgaande kan worden besloten dat de door de door de vennootschap A gerealiseerde meerwaarden op haar aandelen van de vennootschappen C, D, E en F bij de inbreng ervan in NewCo (stap 2a) vrijgesteld zijn in toepassing van artikel 192, §1, WIB 92.

***III.C. Betreffende de toepassing van artikel 207, achtste lid, WIB 92 in hoofde van de vennootschappen C, D en K bij de inbreng door de vennootschap A in Newco van al haar deelnemingen (stap 2a)***

33\. Overeenkomstig artikel 207, achtste lid, WIB 92 zijn, ingeval van verwerving of van wijziging tijdens het belastbaar tijdperk van de controle van een vennootschap die niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften, noch aftrekbaar van de winst van dat tijdperk, noch van deze van enig later belastbaar tijdperk:

\- in afwijking van artikel 72, WIB 92 de niet-verleende investeringsaftrek wegens geen of onvoldoende winst van de belastbare tijdperken welke voorafgaan aan eerstgenoemde tijdperk;

\- in afwijking van artikel 202, § 3, WIB 92 de winst die wordt uitgekeerd door een in artikel 185/2, § 2, bedoelde buitenlandse vennootschap die in een vorig belastbaar tijdperk als niet uitgekeerde winst in toepassing van artikel 185/2 werd belast;

\- in afwijking van artikel 205, § 3, WIB 92 de wegens geen of onvoldoende winst van de belastbare tijdperken die voorafgaan aan het eerstgenoemde tijdperk niet-verleende in de artikelen 202 tot 205 bedoelde aftrek;

\- in afwijking van artikel 205/1, § 1, tweede lid, WIB 92 de wegens geen of onvoldoende winst van de belastbare tijdperken die voorafgaan aan het eerstgenoemde tijdperk niet-verleende aftrek voor innovatie-inkomsten;

\- in afwijking van artikel 536, WIB 92 de niet-verleende aftrek voor risicokapitaal wegens geen of onvoldoende winst van de belastbare tijdperken welke voorafgaan aan eerstgenoemd tijdperk;

\- in afwijking van artikel 206, WIB 92 de vorige beroepsverliezen.

34\. Voor de omschrijving van het begrip ‘controle over een vennootschap’ dient verwezen te worden naar het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna ‘WVV’). Artikel 1:14, §1, WVV definieert 'controle over een vennootschap' als: "de bevoegdheid in rechte of in feite om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van bestuurders of zaakvoerders of op de oriëntatie van het beleid”. Overeenkomstig artikel 1:14, § 2, 1°, WVV wordt de controle in rechte onweerlegbaar vermoed ‘wanneer zij voortvloeit uit het bezit van de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen of andere effecten van de betrokken vennootschap’.

35\. Artikel 1:16, §1, eerste lid, 1°, WVV bepaalt dat om de controlebevoegdheid vast te stellen de onrechtstreekse bevoegdheid via een dochtervennootschap bij de rechtstreekse bevoegdheid dient te worden geteld.

36\. Bij de inbreng door de vennootschap A van al haar deelnemingen in NewCo (stap 2a) gaan o.m. alle aandelen van de vennootschappen C en D en de ermee verbonden stemrechten over van de vennootschap A naar haar 100% dochtervennootschap, NewCo. Vóór de inbreng heeft de vennootschap A in toepassing van artikel 1:14 WVV de controle over de vennootschappen C en D. Na de inbreng zal de vennootschap A, via NewCo, waarvan ze alle aandelen en alle ermee verbonden stemrechten bezit, overeenkomstig artikel 1:16, WVV nog steeds de controle hebben over de vennootschappen C en D.

37\. Wat betreft de vennootschap K vindt er geen rechtstreekse aandelenoverdracht plaats bij de genoemde inbrengverrichting: de aandelen van de vennootschap K worden voor 100% aangehouden door de vennootschap D en blijven ook na stap 2a voor 100% behouden bij de vennootschap D. Aangezien alle aandelen van de vennootschap D en alle ermee verbonden stemrechten vóór de inbreng in handen zijn van de vennootschap A, heeft vennootschap A vóór de inbrengverrichting via de vennootschap D, in toepassing van artikel 1:16 WVV, de controle over de vennootschap K. Na de inbrengverrichting, zal de vennootschap A, via NewCo en via de vennootschap D, in toepassing van artikel 1:16 WVV nog steeds de controle hebben over de vennootschap K.

38\. Gelet op het voorgaande kan worden besloten dat bij de inbreng door de vennootschap A van haar deelnemingen in o.m. de vennootschappen C en D (stap 2a) geen controlewijziging plaatsvindt in hoofde van de vennootschappen C, D of K. Bijgevolg is in casu artikel 207, achtste lid, WIB 92 niet van toepassing.

***III.D. Betreffende de toepassing van artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 bij de inbreng door de vennootschap A van haar aandelen van NewCo in de vennootschap B (stap 3)***

39\. Vlak na de belastingvrije inbreng door de vennootschap A van haar logistieke diensten in NewCo tegen uitgifte van nieuwe aandelen in NewCo (stap 1) en na uitvoering van de stappen 2a en 2b waarbij de vennootschap A telkens ook nieuwe aandelen van NewCo verkrijgt, zal de vennootschap A al haar aandelen van NewCo inbrengen in de vennootschap B (stap 3) *(2)*. De inbreng van deze aandelen van NewCo betreft een overdracht aan marktwaarde waarbij er een meerwaarde op de ingebrachte aandelen kan worden gerealiseerd door de vennootschap A.

---

*\[(2) De inbreng door de vennootschap A in de vennootschap B van haar aandelen van NewCo (stap 3) zou plaatsvinden vlak nadat de vennootschap A de aandelen van Newco ingevolge de stappen 1, 2a en 2b heeft verkregen, d.i. binnen het jaar na de verkrijging door de vennootschap A van de aandelen van NewCo, waardoor niet aan de permanentievoorwaarde van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92 juncto artikel 202, § 2, eerste lid, 2°, WIB 92 is voldaan.\]*

---

40\. Gerealiseerde meerwaarden op aandelen zijn vrijgesteld in de vennootschapsbelasting overeenkomstig artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92, voor zover voldaan is aan de voorwaarden van artikel 202, §§ 1 en 2 en artikel 203, WIB 92 (m.b.t. deze voorwaarden wordt verwezen naar randnrs. 24 en 25).

41\. De inbreng van stap 3 waarbij de vennootschap A haar aandelen van NewCo inbrengt in de vennootschap B zal worden doorgevoerd vlak nadat de vennootschap A deze aandelen van NewCo heeft verkregen ingevolge de stappen 1, 2a en 2b en binnen het jaar na de oprichting van NewCo. Wat betreft de aandelen van NewCo die de vennootschap A heeft verkregen bij de oprichting van NewCo en de aandelen die de vennootschap A verkrijgt bij de inbreng van haar deelnemingen (stap 2a) en bij de inbreng van haar schuldvordering ontstaan n.a.v. de verkoop van een deel van haar activa en passiva aan Newco (stap 2b) zal bijgevolg niet voldaan zijn aan de voorwaarde van artikel 202, § 2, eerste lid, 2°, WIB 92 aangezien de betreffende aandelen niet gedurende ten minste 1 jaar in volle eigendom in het bezit zullen zijn geweest van de vennootschap A, waardoor de eventuele meerwaarde gerealiseerd op deze aandelen van NewCo niet vrijgesteld is overeenkomstig artikel 192, § 1, WIB 92 *(3)*. Wat betreft de aandelen van NewCo die de vennootschap A verkrijgt n.a.v. de inbreng van haar logistieke diensten (stap 1), waarbij de inbreng kwalificeert als een belastingvrije inbreng in de zin van artikel 46, §1, eerste lid, 2°, WIB 92 (zie titel III. A.), kan voor de beoordeling van de permanentievoorwaarde van artikel 202, § 2, eerste lid, 2°, WIB 92 toepassing worden gemaakt van artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92. De wetgever verwijst in artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 immers uitdrukkelijk naar belastingneutrale verrichtingen zoals o.m. bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92.

---

*\[(3) De meerwaarde wordt evenwel verwacht immaterieel te zijn gelet op het feit dat de aandelen worden overgedragen vlak nadat ze zullen zijn verkregen aan marktwaarde n.a.v. de stappen 2a en 2b.\]*

---

42\. Artikel 192, § 1, zevende lid, 1°, WIB 92 bepaalt dat: “Voor de toepassing van het eerste lid, om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste een jaar in volle eigendom is voldaan, worden de in ruil ontvangen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, WIB 92, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92, geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen”.

43\. De Memorie van Toelichting bij de Programmawet van 29 maart 2012, waarbij het zevende lid werd ingevoerd in paragraaf 1 van artikel 192 WIB 92, stelt: “Anderzijds wordt rekening gehouden met de periode voorafgaand aan de verrichting met het oog op het onderzoeken of de voorwaarde van behoud van tenminste één jaar al dan niet is vervuld, wanneer de aandelen verkregen zijn in het kader van een fiscaal neutrale verrichting, vermeld in de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3 WIB 92 die beantwoorden, naargelang het geval, aan het bepaalde in artikel 183bis WIB 92.”

44\. De Memorie van Toelichting bij de Wet van 13 december 2012 houdende fiscale en financiële bepalingen, waarbij het achtste lid werd ingevoerd in paragraaf 1 van artikel 192 WIB 92, stelt: “Teneinde voor de toepassing van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92, de fiscale neutraliteit te bevestigen van de verrichtingen van inbreng, fusie of splitsing, gerealiseerd overeenkomstig de artikelen 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, § 1, en 231, §§ 2 en 3, is het nuttig om dit expliciet te verduidelijken in de wettekst. Daarom wordt artikel 192, § 1, WIB 92, naast een zevende lid, aangevuld met een nieuw lid, dat toelaat om volledig de fiscale neutraliteit van die verrichtingen te bevestigen inzake de belasting van meerwaarden op aandelen.(..) De bijzondere toepassing die hierbij wordt ingesteld, bevestigt het algemeen beginsel van de continuïteit voorzien in het Wetboek van Vennootschappen zonder dat deze raakt aan de algemene toepassing van ditzelfde beginsel.” (Parl. St. Kamer, 2012-2013, 2458/001, 26-27).”

45\. Circulaire Ci.RH.421/620.779 (AAFisc 19/2013) van 21 mei 2013 stelt dat:

> “…
>
> de toevoeging van het zevende en achtste lid aan art. 192, § 1, WIB 92, voorzien, voor de beoordeling van de voorwaarde van behoud, in de fiscale neutraliteit van de verrichtingen van inbreng, \[...\] die worden verwezenlijkt overeenkomstig de art. 46, § 1, eerste lid, 2° \[...\] WIB 92 in hoofde van de overnemende of verkrijgende vennootschappen alsook voor de vennootschappen-aandeelhoudsters van de overgenomen of gesplitste vennootschappen”

46\. In toepassing van in artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 en gelet op de fiscale neutraliteit waarin de wetgever heeft willen voorzien voor de erin vermelde verrichtingen dient als aanvangspunt voor de berekening van de minimale houdperiode van één jaar bij belastingneutrale inbrengverrichtingen, te worden gekeken naar de datum waarop de ingebrachte bedrijfstak op een zelfstandige wijze operationeel is geworden.

47\. De aanvragers hebben ter zake bevestigd dat de vennootschap A de activiteiten van de bedrijfstak ‘logistieke diensten’ reeds meerdere jaren uitvoert. Bijgevolg ligt het aanvangspunt van de houdtermijn van de aandelen van NewCo, die worden verkregen bij de inbreng van de bedrijfstak ‘logistieke diensten’ (stap 1) meer dan 1 jaar vóór de overdracht van deze aandelen aan de vennootschap B in stap 3. Bijgevolg kan worden besloten dat aan de permanentievoorwaarde van artikel 202, § 2, eerste lid, 2°, WIB 92 (minimale ononderbroken houdtermijn van 1 jaar) is voldaan m.b.t. de aandelen van NewCo die de vennootschap A verkrijgt n.a.v. de inbreng van haar bedrijfstak ‘logistieke diensten’ in stap 1. De meerwaarde die zal worden gerealiseerd op deze aandelen van NewCo bij de inbrengverrichting van stap 3 zal zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92, voor zover aan alle andere voorwaarden ter zake is voldaan.

***III.E. Betreffende de toepassing van artikel 207, achtste lid, WIB 92 in hoofde van de vennootschappen C, D en K bij de inbreng door de vennootschap A van haar aandelen van NewCo in de vennootschap B (stap 3)***

48\. Bij de inbreng door de vennootschap A van haar aandelen van NewCo in de vennootschap B (stap 3) zullen alle aandelen van NewCo en alle ermee verbonden stemrechten overgaan van de vennootschap A naar de vennootschap B. Hierbij zal de vennootschap A certificaten van de vennootschap B verkrijgen waaraan stemrechten verbonden zijn. Hoewel het exacte percentage nog niet gekend is, zal de vennootschap A evenwel beduidend minder dan 50% van de stemrechten in de vennootschap B verkrijgen.

49\. Vóór de genoemde inbreng (stap 3) heeft de vennootschap A via NewCo, die alle aandelen en alle ermee verbonden stemrechten aanhoudt in de vennootschappen C en D, de controle over deze vennootschappen in de zin van artikel 1:16 WVV en aangezien de vennootschap D alle aandelen en de ermee verbonden stemrechten bezit in de vennootschap K, heeft de vennootschap A via NewCo en via de vennootschap D ook de controle over de vennootschap K overeenkomstig artikel 1:16, WVV (zie randnr. 37). Bij de betreffende inbreng (stap 3) vindt er geen rechtstreekse aandelenoverdracht plaats van de aandelen van de vennootschappen C, D en K en treedt er bijgevolg ook geen directe controlewijziging op in de zin van artikel 1:14 WVV. Wel zullen alle aandelen en alle ermee verbonden stemrechten in NewCo overgaan van de vennootschap A naar de vennootschap B, maar aangezien de vennootschap A niet de meerderheid van de stemrechten in de vennootschap B zal bezitten, zal de vennootschap A via de vennootschap B en via NewCo niet meer de controle in de zin van artikel 1:16 WVV hebben over de vennootschappen C, D en (via de vennootschap D) van de vennootschap K en vindt er bijgevolg een controlewijziging plaats in de zin van artikel 1:16 WVV in hoofde van deze vennootschappen.

50\. De voorgenomen inbreng maakt deel uit van een stappenplan (zie randnr. 6) dat erop gericht is de groep X en de groep Y juridisch te integreren teneinde via synergiën en andere voordelen groei te creëren en goede inkomsten te verzekeren voor de leden. De aanvragers hebben bevestigd dat de huidige activiteiten van de vennootschappen C, D en K zullen worden verdergezet en dat de tewerkstelling zal behouden blijven.

51\. Op basis van de door de aanvragers verstrekte informatie en de door de DVB gemaakte analyse kan worden besloten dat de wijziging van de controle in rechte van in hoofde van de vennootschappen C, D en K beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften in de zin van artikel 207, achtste lid, WIB 92 zodat de overgedragen fiscale verliezen van de vennootschappen C, D en K aftrekbaar blijven van de winst van het belastbaar tijdperk waarin stap 3 plaatsvindt en van de winst van enig volgend belastbaar tijdperk.

***III.F. Betreffende de toepassing van artikel 207, achtste lid, WIB 92 in hoofde van de vennootschappen C, D en K bij de verkoop door de vennootschap B van haar aandelen van NewCo aan de vennootschap J van (stap 4)***

52\. Bij de verkoop van de aandelen van NewCo door de vennootschap B aan haar onrechtstreekse dochtervennootschap J vindt er geen directe aandelenoverdracht plaats van de aandelen in de vennootschappen C, D en K: zowel vóór als na de overdracht blijven de aandelen (en alle ermee verbonden stemrechten) van de vennootschappen C en D in het bezit van NewCo en alle aandelen en alle ermee verbonden stemrechten van de vennootschap K blijven behouden bij de vennootschap D. Er treedt bijgevolg geen rechtstreekse controlewijziging plaats in de zin van artikel 1:14, WVV. Alle aandelen van NewCo worden overgedragen van de vennootschap B naar de vennootschap J waarvan alle aandelen en de ermee verbonden stemrechten worden aangehouden door de vennootschap L, die op haar beurt voor 100% wordt aangehouden door de vennootschap B.

53\. Bijgevolg zal ingevolge de intragroepsverkoop van de aandelen van NewCo in stap 3 geen controlewijziging plaatsvinden in de zin van artikel 1:16 WVV in hoofde van de vennootschappen C, D en K. De indirecte controlebevoegdheid overeenkomstig artikel 1:16 WVV over deze vennootschappen door de vennootschap B vóór de verkoop via NewCo (en via de vennootschap D voor wat betreft de vennootschap K) blijft immers ongewijzigd t.o.v. de indirecte controlebevoegdheid door de vennootschap B na de verkoop via de vennootschappen L en J en NewCo (en de vennootschap D voor wat betreft de vennootschap K). Bijgevolg is in casu artikel 207, achtste lid, WIB 92 niet van toepassing.

### *III.G. Betreffende de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92 op het geheel van de verrichtingen*

54\. In het kader van de juridische integratie van de groep X en de groep Y zal een stappenplan worden uitgevoerd waarbij de eerste stap bestaat uit de inbreng door de vennootschap A van haar bedrijfstak ‘logistieke diensten’ in NewCo. Deze inbreng zal kunnen plaatsvinden onder het belastingneutraal regime van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92. Daarnaast zal de vennootschap A ook nog haar deelnemingen (die geen deel uitmaken van de voormelde bedrijfstak) inbrengen in NewCo (stap 2a) en een deel van activa en passiva verkopen aan NewCo waarna ze de hierdoor ontstane schuldvordering zal inbrengen in NewCo (stap 2b). Vervolgens zal de vennootschap A al haar aandelen van NewCo inbrengen in de vennootschap B tegen uitgifte van een lidmaatschapsrecht en certificaten. Ten slotte zullen de aandelen van NewCo binnen de groep verhangen worden naar een onrechtstreekse dochtervennootschap, nl. de vennootschap J. De aanvragers hebben bevestigd, behoudens de in stappen 3 en 4 omschreven overdrachten, er geen intentie bestaat om de aandelen van NewCo over te dragen buiten de groep Y.

55\. De combinatie van een belastingneutrale inbreng van een bedrijfstak in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 gevolgd door een overdracht van de aandelen van de inbrengverkrijgende vennootschap door de inbrengende vennootschap met het oog op de overdracht van een deel van haar activa (in casu de bestanddelen toebehorend aan de bedrijfstak) zou desgevallend kunnen worden aanzien als een fiscaal misbruik in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92, indien de verkrijger van de aandelen een derde partij is ten aanzien van de overdragende partij. Het omzetten van meerwaarden op activa in meerwaarden op aandelen zou kunnen worden aanzien als een situatie waarbij de belastingplichtige zich buiten het toepassingsgebied van artikel 24 WIB 92 tracht te plaatsen. Overeenkomstig artikel 24 WIB 92 zijn meerwaarden op activa onderworpen aan inkomstenbelasting, daar waar meerwaarden op aandelen zijn vrijgesteld onder de voorwaarden van artikel 192 WIB 92. In casu zullen de aandelen van NewCo worden overgedragen aan de vennootschap B d.m.v. een inbreng in natura tegen uitgifte van een lidmaatschapsrecht en certificaten aan de vennootschap A. De overdracht van de aandelen van NewCo kadert bijgevolg niet in een exit door de vennootschap A uit de activiteiten van de ingebrachte bedrijfsafdeling, zijnde de logistieke functie tegen een uitbetaling in cash, maar kadert daarentegen in een verderzetting van de activiteiten binnen de gecombineerde groep X-Y. De verkoop van de aandelen van NewCo die nadien nog volgt (stap 4) betreft geen verkoop aan een derde partij, maar aan een vennootschap die deel uitmaakt van de groep. Deze laatste stap strekt er louter toe om NewCo op het juiste niveau binnen de groepsstructuur onder te brengen.

56\. De keuze voor de verkoop van de activa en passiva in stap 2b is ingegeven door het feit dat de overgedragen bestanddelen naar de mening van de DVB niet kunnen worden aangemerkt als een bedrijfstak zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 6°/2, b) en c), WIB 92 juncto artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92. Aangezien de vennootschap A niet beschikt over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen, zal de eventuele meerwaarde die door de vennootschap A zal worden gerealiseerd naar aanleiding van deze verkoop, worden belast.

57\. Gelet op het voorgaande kan worden besloten dat de keuze voor het geheel van de hierboven geschetste rechtshandelingen van de stappen 1 tot en met 4 (zie randnr.6) door andere motieven is verantwoord dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en geen fiscaal misbruik uitmaakt zoals bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.

### *III.H. Betreffende de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW op de inbrengverrichting (stap 1)*

58\. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten

59\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) en [29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

60\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

61\. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een economische activiteit kan worden verder gezet.

62\. Naast het voortzetten van de activiteit is tevens vereist dat de overnemende entiteit op autonome wijze de activiteit kan verderzetten.

63\. De vennootschap A wenst haar bedrijfsafdeling logistieke functie in te brengen in een NewCo.

64\. De overnemer NewCo zal een btw-plichtige zijn volgens artikel 4, § 1, W.BTW met recht op aftrek volgens artikel 45, § 1, W.BTW.

65\. De aanvrager(s) verklaren dat verschillende activa en passiva m.b.t. de bedrijfsafdeling ‘logistieke functie’ zullen worden overgedragen aan NewCo.

66\. De aanvragers verklaren dat er een continuïteit van de activiteiten zal zijn na de overdracht.

67\. Rekening houdend met de aangebrachte elementen in de aanvraag kan worden vastgesteld dat de activiteiten op autonome wijze zullen worden verdergezet.

68\. De hierboven beschreven transactie dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW te gebeuren.

69\. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers werden vermeld. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnrs. 18 en 54 in deze beslissing tenslotte niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van NewCo andere dan de in deze beslissing omschreven overdrachten in stappen 3 en 4. Bij een latere overdracht van deze aandelen andere dan de in deze beslissing omschreven overdrachten in stappen 3 en 4 is de beslissing op het vlak van directe belastingen niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

## Textes cités

7

[CTVA art. 11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) 2 occurrences

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 2 occurrences

[6e directive 77/388 art. 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 6](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) 1 occurrence

[C-497/01, arrêt du 27 novembre 2003](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret) 1 occurrence
