---
title: "Décision anticipée 2024.1066 · Impot des societes, Scission fiscalement neutre"
description: "Impot des societes, Scission fiscalement neutre, Motifs économiques valables. Décision anticipée belge n° 2024.1066 du 4 février 2025."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2024-1066-impot-societes-scission-fiscalement-neutre-fd63"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impot des societes, Scission fiscalement neutre, Motifs économiques valables · IMPOT DES SOCIETES - Scission fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - DROITS D’ENREGISTREMENT - Apport d’une universalité - TVA

**Numéro**

2024.1066

**Date**

4 février 2025

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

101 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2024.1066 du 04.02.2025

*IMPOT DES SOCIETES* · *Scission fiscalement neutre* · *Motifs économiques valables* · *Fraude ou évasion fiscale*

*DROITS D’ENREGISTREMENT* · *Apport d’une universalité*

*TVA*

## Résumé

La scission de la société X, accompagnée d'une distribution disproportionnelle des actions et cherchant à répartir le patrimoine présent entre les actionnaires afin de leur permettre de mener leur propre politique et d'éviter les divergences d’opinion, est conforme aux dispositions de l'article 183*bis* du CIR 92 et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale prévu à l'article 211, § 1 er, du CIR 92.

La scission de la société X peut bénéficier de l’exonération des droits d'enregistrement proportionnels comme le prévoit l'article 117, § 1 er, du Code fédéral des droits d'enregistrement, toutefois avec une perception minimale égale au droit fixe général en application de l’article 167 du Code fédéral des droits d’enregistrement.

La scission de la société X, par laquelle une cession des biens immobiliers aura lieu, sera exonérée en vertu de l’[article 44, § 3, 1°, a), du C.TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44).

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1.** De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

**1.1** de volledige splitsing van vennootschap X door oprichting van drie nieuwe vennootschappen A, B en C, waarbij het geheel van haar activa en passiva worden overgedragen, beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis* WIB 92 en onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 211, § 1 kan plaatsvinden.

**1.2** de boekhoudkundige retroactiviteit van de voormelde splitsing op fiscaal vlak kan worden aanvaard;

**1.3** er n.a.v. de splitsing van vennootschap X geen evenredig recht verschuldigd is op grond van artikel 117, § 1 federaal W.Reg.;

**1.4** de overgang van de onroerende goederen onder toepassing van art. 44, § 3, 1°, a) van het W.Btw zal worden vrijgesteld.

## II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvrager

### *II.A. Beschrijving van de betrokken entiteiten*

#### II.A.1. Vennootschap X

**2.** Vennootschap X is een patrimoniumvennootschap die grotendeels bestaat uit onroerende goederen, alsook de benodigde roerende goederen.

**3.** De kerncijfers van vennootschap X werden verstrekt.

**4.** Vennootschap X beschikt niet over overgedragen fiscale verliezen, overgedragen investeringsaftrek, overgedragen DBI-overschotten of andere fiscale bestanddelen.

**5.** Vennootschap X beschikt over een belastingvrije reserve waarop gespreide taxatie werd toegepast. De wederbeleggingsverplichting is reeds vervuld maar verspreid over verschillende activa.

**6.** De vennootschap verwierf in de loop van de jaren ingevolge aankopen verscheidene vastgoedpanden. De activiteit van vastgoedvennootschap X betreft de verhuur van diverse onroerende goederen voornamelijk residentiële appartementen en bijhorende garages, alsook de benodigde roerende goederen. Een overzicht van de diverse onroerende goederen en de huurinkomsten per onroerend goed werden verstrekt.

**7.** De vennootschap heeft drie aandeelhouders, zijnde de natuurlijke personen K, L en M.

**8.** Vennootschap X heeft geen personeel in dienst.

#### II.A.2. Vennootschappen A, B en C

**9.** Vennootschap A, B en C betreffen nog op te richten patrimoniumvennootschappen.

**10.** Er zal slechts één aandeelhouder zijn bij elk van de vennootschappen, met name natuurlijke persoon K (voor vennootschap A), natuurlijke persoon L (voor vennootschap B) en natuurlijke persoon M (voor vennootschap C).

### *II.B. Beschrijving van de verrichting*

#### II.B.1. Achtergrond

**11.** Natuurlijke personen K, L en M zijn elk voor 1/3 e aandeelhouder van vennootschap X en zij hebben elk hun eigen toekomstperspectieven met betrekking tot de verdere ontwikkeling en het beheer van het door de vennootschap aangehouden patrimonium.

**12.** De voorbije maanden en jaren bleken tijdens mondelinge besprekingen verschillen in visie, bedrijfsvoering en investeringspolitiek tussen de aandeelhouders en (gedelegeerd) bestuurders. Dit werd concreet gestaafd.

**13.** Er is geen eenduidig ondernemingsbeleid. Zonder gewijzigd ondernemingsbeleid en -bestuur, zou dit ervoor kunnen zorgen dat de aanwezige onroerende goederen verregaand verwaarloosd worden.

**14.** Een verdere samenwerking tussen de verschillende aandeelhouders en/of bestuurders is moeilijk en kan aanleiding geven tot conflicten. Het gebrek aan samenwerking op het bestuurs- en aandeelhoudersniveau verlamt de bedrijfsvoering en -bestuur.

#### II.B.2. Splitsing van vennootschap X

**15.** De aanvrager heeft het voornemen om vennootschap X volledig te splitsen overeenkomstig artikel 12:5 van het WVV, waarbij de afgesplitste bestanddelen door vennootschap X zouden worden ingebracht in drie nog op te richten vennootschappen A, B en C *(1)*, gepaard gaande met een disproportionele toebedeling van de aandelen aan de aandeelhouders van de respectieve vennootschappen:

---

*\[(1) De verkrijgende vennootschappen vennootschappen A, B en C zullen dus worden opgericht n.a.v. de splitsing en niet op voorhand.\]*

---

• K zal alle nieuw uitgegeven aandelen verkrijgen van vennootschap A;

• L zal alle nieuw uitgegeven aandelen verkrijgen van vennootschap B;

• M zal alle nieuw uitgegeven aandelen verkrijgen van vennootschap C.

**16.** De splitsing door oprichting van nieuwe vennootschappen zal worden verwezenlijkt in overeenstemming met het Wetboek Vennootschappen en Verenigingen.

**17.** De onroerende goederen zullen allen overgedragen worden naar de nog op te richten vennootschappen A, B en C.

**18.** Het verschil aan waarde tussen de drie onroerende kavels zal zo veel als mogelijk gecompenseerd worden met de aanwezige liquide middelen en vorderingen. Elk van de verkrijgende vennootschappen zal, ingevolge de voorgenomen splitsingsverrichting, kavels van gelijke waarde toegewezen krijgen.

**19.** Door de voorgenomen splitsing van de patrimoniumvennootschap X naar de 3 nieuw op te richten vennootschappen, elkeen eigen aan één van de aandeelhouders, kan tegemoetgekomen worden aan de wens naar bedrijfsopvolging en kan tevens de kiem van onenigheden met betrekking tot het bestuur en beheer van de vennootschap en haar onroerende patrimonium weggenomen worden.

**20.** Naar aanleiding van deze volle splitsing en bijgaande overdracht van alle activa en passiva, verkoos de aanvrager om nieuwe vennootschappen op te richten wegens de gewenste gelijke behandeling van elk van de aandeelhouders en het feit dat M niet werkzaam is in een vennootschap. Natuurlijke personen K en L zijn wel reeds werkzaam in bestaande exploitatievennootschappen, doch de activiteiten van deze exploitatievennootschappen zijn niet complementair. Een afsplitsing van onroerend goed naar één van deze vennootschappen zou niet alleen niet logisch zijn (niet dienstig voor de activiteit) maar ook vanuit bedrijfseconomisch standpunt niet opportuun. Bovendien zou een afsplitsing van deze van btw vrijgestelde onroerende verhuuractiviteit in vennootschap X naar de bestaande btw-plichtige vennootschappen, een gemengde btw-plichtigheid doen ontstaan in de bestaande exploitatievennootschappen welke evenmin gewenst is.

#### II.B.3. Prognose

**21.** Op basis van de laatste jaarrekening van vennootschap X geeft de aanvrager ook een verkorte prognose weer voor de drie nog op te richten vennootschappen m.b.t. de drie jaren na de splitsing. Hierbij worden de verwachte huurinkomsten van de aan elke vennootschap toegewezen onroerende goederen afgezet ten opzichte van de toewijsbare kosten.

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake artikel 211, § 1, WIB 92*

**22.** De aanvrager heeft bevestigd dat de in titel II.B.2. beschreven verrichting (meer specifiek randnummers 15 tot en met 18) een splitsing door oprichting van nieuwe vennootschappen betreft, zoals gedefinieerd in artikel 2, § 1, 6°/1, e), WIB 92.

**23.** Als gevolg van de verrichting wordt het patrimonium van vennootschap X met aandacht voor gelijkberechtiging verdeeld en overgedragen aan een nieuw op te richten eigen vennootschap van elk van de huidige aandeelhouders. Op die manier kan elke aandeelhouder zijn deel van het vermogen beheren volgens de eigen visie en noden en kunnen conflicten en onenigheden in de kiem worden gesmoord. Dat er zich in het verleden al verschillen in visie manifesteerden werd door de aanvrager gestaafd. De nieuwe structuur zal daarnaast een efficiënter beheer van de verschillende bedrijfscompartimenten met zich meebrengen. Voor meer details omtrent de zakelijke overwegingen kan verwezen worden naar titel II.B.1. en randnummer 19. De aanvrager heeft ook onderbouwd waarom een eventuele afsplitsing naar een bestaande vennootschap van één van de huidige aandeelhouders niet aan de orde is.

**24.** Vennootschap X stelt geen personeel tewerk.

**25.** De fiscale aspecten van de splitsing kunnen als volgt worden samengevat:

**25.1** vennootschap X is de laatste jaren winstgevend en beschikt steeds over een belastbare basis;

**25.2** vennootschap X beschikt niet over fiscaal overgedragen bestanddelen. De verkrijgende vennootschappen beschikken evenmin over dergelijke bestanddelen aangezien het nieuw op te richten vennootschappen betreft;

**25.3** de verkrijgende vennootschappen zijn nieuw op te richten vennootschappen en beschikken bijgevolg voorafgaand aan de splitsing niet over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande herbeleggings- of investeringsverplichtingen gelden. De splitsing strekt er dus niet toe om de activa van de te splitsen vennootschap aan te duiden als herbelegging bij de nieuwe vennootschappen met het oog op het verkrijgen van een vrijstelling of van een stelsel van gespreide taxatie;

**25.4** de aanvrager heeft de leefbaarheid gestaafd van de drie verkrijgende vennootschappen na doorvoering van de splitsing;

**25.5** er is er geen intentie om de aandelen van vennootschappen A, B en/of C te vervreemden na doorvoering van de splitsing.

**26.** De aanvrager heeft bevestigd dat de bepalingen van artikel 213 WIB 92 en de administratieve commentaar ter zake (Com.IB 211/56) zullen worden nageleefd n.a.v. de splitsing. Dit blijkt ook uit het overgemaakte ontwerp van de splitsingsstaat.

**27.** Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de splitsing van vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

**28.** De verkrijgende vennootschappen, met name vennootschappen A, B en C, zullen binnenlandse vennootschappen zijn.

**29.** Derhalve kan worden besloten dat de splitsing van vennootschap X belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

### *III.B. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting*

**30.** De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag ten aanzien van voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

**30.1** met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

**30.2** en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

**31.** De splitsing van vennootschap X zal plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal 7 maanden en de retroactiviteitsperiode zal ook niet over de afsluitdatum van het boekjaar van vennootschap X heen lopen.

**32.** In het kader van de in randnummer 30.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen en/of DBI-overschotten door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). Evenwel kan erop gewezen worden dat in casu geen enkele betrokken vennootschap over fiscaal overgedragen bestanddelen beschikt. De aanvrager bevestigt tevens dat er tijdens de retroactiviteitsperiode geen uitzonderlijke verrichtingen zullen plaatsvinden die een impact hebben op de fiscale nettowaarde van de te splitsen vennootschap en/of de verkrijgende vennootschappen.

### *III.C. Inzake de registratierechten*

**33.** Inzake de splitsing is artikel 117, § 1, federaal W.Reg. van toepassing: het bij de artikelen 115 en 115*bis* federaal W.Reg. bepaalde recht is niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit der goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in een of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.

**34.** Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde dat:

1/ de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen;

2/ eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde of, bij gebrek aan een nominale waarde, van de fractiewaarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt. Indien het Belgisch of buitenlands recht dat de verkrijgende vennootschap beheerst niet in een begrip gelijkaardig aan dat van het kapitaal van een naamloze vennootschap voorziet, wordt met de fractiewaarde gelijkgesteld, de inbrengwaarde, zoals die blijkt uit de jaarrekening, van alle door de aandeelhouders of vennoten toegezegde inbrengen in geld of in natura, met uitzondering van de inbrengen in nijverheid, in voorkomend geval verhoogd met de reserves die op grond van een statutaire bepaling slechts aan de aandeelhouders of vennoten kunnen worden uitgekeerd mits een statutenwijziging, dit alles gedeeld door het aantal aandelen.

**35.** Bij de splitsing van vennootschap X naar drie nieuw op te richten vennootschappen, zal de inbreng worden gedaan door een Belgische vennootschap. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

**36.** De splitsing van vennootschap X naar drie nieuw op te richten vennootschappen gebeurt door inbreng van het gehele vermogen, zowel actief en passief, van de te splitsen vennootschap, waardoor er wordt voldaan aan de notie van een universaliteit van goederen zoals bepaald in artikel 117, § 1, federaal W.Reg.

**37.** Voor het overzicht van de aan de betrokken vennootschappen over te dragen bestanddelen kan worden verwezen naar titel II.B.2. en naar de overgemaakte splitsingsbalans.

**38.** De inbreng zal uitsluitend worden vergoed in aandelen en er zal geen opleg in geld worden betaald door de verkrijgende vennootschappen.

**39.** Vermits er tevens passiva worden overgedragen, moet in principe rekening worden gehouden met de toepassing van artikel 120, eerste lid, federaal W.Reg., de zogenaamde gemengde inbreng op basis waarvan a rato van het passief evenredige rechten verschuldigd zijn. In hetzelfde artikel 120 federaal W.Reg. en meer bepaald in het derde lid wordt er echter een uitzondering voorzien voor het geval de universaliteit van de goederen wordt ingebracht. Vermits dit laatste in casu het geval is, kan artikel 117, § 1, federaal W.Reg. toch onverkort worden toegepast en is de splitsing van vennootschap X vrijgesteld van evenredige registratierechten.

**40.** Voor de toepassing van de registratierechten worden de verrichtingen beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

### *III.D.* [*Art. 44, § 3, 1°a) van het btw-wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44)

**41.** A Artikel 44, § 3, 1° W. btw stelt vrij van btw:

a) de levering van uit hun aard onroerende goederen.

Worden evenwel uitgesloten de levering van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, wanneer hun vervreemding wordt verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, door:

\- hetzij een in artikel 12, § 2, beoogde belastingplichtige die voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, heeft opgericht of heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen;

\- hetzij een in artikel 8, § 1, beoogde belastingplichtige;

\- hetzij elke andere belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling een dergelijke vervreemding te verrichten met voldoening van de belasting;

b) de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten, in de zin van artikel 9, tweede lid, 2°, op uit hun aard onroerende goederen.

Worden evenwel uitgesloten de vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van dergelijke zakelijke rechten op gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, wanneer zij worden verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, door:

\- hetzij een in artikel 12, § 2, beoogde belastingplichtige die binnen de voornoemde termijn één van de bedoelde zakelijke rechten vestigt op een goed bedoeld in artikel 1, § 9, eerste lid, 1°, dat hij heeft opgericht, heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen of die binnen dezelfde termijn, een dergelijk zakelijk recht dat te zijnen bate werd gevestigd of aan hem werd overgedragen met voldoening van de belasting, overdraagt of wederoverdraagt;

\- hetzij een in artikel 8, §§ 2 of 3, beoogde belastingplichtige;

\- hetzij elke andere belastingplichtige, wanneer hij op een door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling om dergelijk zakelijk recht te vestigen, over te dragen of weder over te dragen met voldoening van de belasting.

De datum van het contract kan alleen worden aangetoond door bewijsmiddelen die tegen derden kunnen worden ingeroepen.

**42.** De onroerende goederen omschreven in deze beslissing van de te splitsen vennootschap worden allen verhuurd als een passieve terbeschikkingstelling van onroerende goederen.

**43.** De aanvrager verklaart dat de over te dragen onroerende goederen voor de btw-doeleinden niet als “nieuwe gebouwen” kunnen worden beschouwd. De DVB deelt mee deze criteria niet te hebben onderzocht.

**44.** Van de uitgevoerde investeringen aan de voorgenoemde onroerende goederen werd er volgens de aanvrager tot op heden van dit schrijven geen btw in aftrek gebracht.

**45.** De verhuurde onroerende goederen zullen samen met de huurovereenkomsten worden overgedragen naar “ “. De overnemers zullen deze huurovereenkomsten voortzetten.

**46.** Op basis van artikel 44, § 3, 1° a) W.Btw wordt vrijgesteld van btw de levering van uit hun aard onroerende goederen.

## Textes cités

1

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 2 occurrences
