---
title: "Décision anticipée 2024.1055 · Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre"
description: "Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre, Motifs économiques valables. Décision anticipée belge n° 2024.1055 du 27 janvier 2025."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2024-1055-impot-societes-scission-partielle-fiscalement-009c"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre · Impôt des sociétés - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - TVA - Cession d’une branche d’activité

**Numéro**

2024.1055

**Date**

27 janvier 2025

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

84 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2024.1055 du 27.01.2025

*Impôt des sociétés* · *Scission partielle fiscalement neutre* · *Motifs économiques valables* · *Fraude ou évasion fiscale*

*TVA* · *Cession d’une branche d’activité*

## Résumé

La scission partielle de la société X, par laquelle une activité A est transférée à sa société mère Z en vue de centraliser toutes les activités similaires et d’améliorer l’orientation client, est conforme aux dispositions de l’article 183bis du CIR 92 et peut être réalisée de manière fiscalement neutre en application de l'article 211, § 1 er, du CIR 92.

Les apports par voie de scission partielle de la société X dans la société Z tombent dans le champ d'application des articles [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) et [18, § 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18), du CTVA.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1 de beoogde partiële splitsingen van de activiteit A naar de vennootschap Y beantwoorden aan het bepaalde in art. 183bis WIB 92 en aldus belastingneutraal kunnen plaatsvinden in toepassing van art. 211 WIB 92;

1.2 de wijze van toebedeling van de verschillende bestanddelen van het fiscaal eigen vermogen in overeenstemming is met de bepalingen van art. 213 WIB 92 en de administratieve commentaar ter zake;

1.3 de momenteel voorgenomen boekhoudkundige retroactiviteit van maximaal zeven maanden de correcte toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat en tegenstelbaar is aan de fiscale administratie;

1.4 de beoogde partiële splitsingen kwalificeren onder het niet-leveringsbeginsel van artikel 11 en [artikel 18, § 3 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) (hierna W.BTW).

## II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager

### *II.A. Beschrijving van de groep Q en de betrokken entiteiten*

#### II.A.1. De groep Q

2\. De internationale groep Q is werkzaam in sector T.

#### II.A.2. Vennootschap X

*II.A.2.1. Algemeen*

3\. Vennootschap X valt in haar geheel binnen de groep Q onder de activiteit A. De activiteit A wordt in België vervolgens verder onderverdeeld in diverse segmenten (A1, A2, A3, …).

4\. De activiteit A1 vindt plaats op een afzonderlijke site.

5\. Vennootschap X stelt personeel tewerk.

*II.A.2.2. A1-activiteit*

6\. Zoals hoger vermeld zal vennootschap X haar volledige operationele A-activiteiten, met uitzondering van de (actief- en passiefbestanddelen verbonden aan de) A1-site partieel afsplitsen. Deze site is een unieke site gelet op de activiteit A1 en het is enige dergelijke site in België van de groep Q. De site handelt conform specifieke regelgeving en heeft een specifieke milieuvergunning.

7\. Klanten contracteren, met betrekking tot de activiteit die op deze site wordt uitgeoefend, rechtstreeks met vennootschap X.

#### II.A.3. Vennootschap Y

8\. Vennootschap Y oefent eveneens A-activiteiten uit.

9\. De activiteiten die vennootschap Y uitoefent zijn hoofdzakelijk gelijk aan de activiteiten van vennootschap X. Deze activiteiten zitten, gelet op de historiek van de groep, verspreid bij deze twee entiteiten aangezien vennootschap X en vennootschap Y historisch gezien voortkomen uit respectievelijk de M-groep en de N-groep, dewelke in het verleden zijn samengesmolten. Tot op heden oefenden beiden ‘client facing’-entiteiten uit.

10\. Vennootschap Y stelt personeel tewerk.

### *II.B. Beschrijving van de verrichtingen en achtergrond*

11\. De aanvrager wenst haar activiteiten verder te integreren (in vennootschap Y) en tot één client facing-entiteit te komen binnen de Belgische groep.

12\. Om die reden wordt overwogen om een partiële splitsing door te voeren van alle actief- en passiefbestanddelen die betrekking hebben op de operationele activiteit A (m.u.v. de site A1) van vennootschap X naar vennootschap Y.

13\. Op deze manier, zal going forward vennootschap Y de taak van client facing-entiteit op zich nemen en vervolgens instaan voor de A-activiteiten binnen de groep Q.

14\. Gelet op het specifieke karakter van de site A1 en de daaraan verbonden strikte voorwaarden inzake vergunningen, registraties en certificaten zullen deze actief- en passiefbestanddelen niet mee worden afgesplitst. De complexiteit van deze procedures met betrekking tot milieu, omgeving en transport is vaak hoog en onderworpen aan strenge voorwaarden, met een (disproportionele) impact op de gehele vennootschap als gevolg. Het is met name flexibeler om de A1-site niet langer te vermengen met andere activiteiten (en vergunningen) binnen de groep. Op deze manier kan vennootschap X zich volledig focussen op de A1-activiteiten van de site en de daaraan verbonden nodige verplichtingen en kan vennootschap Y zich vooropstellen als de client facing-entiteit van de groep met betrekking tot de overige activiteiten.

15\. Daarnaast zal een onroerend goed gelegen te G in eerste instantie geen voorwerp kunnen uitmaken van de partiële splitsing, gelet op de tijdrovende procedures tot het bekomen van de nodige bodemattesten. De doorlooptijd voor het bekomen van een bodemattest voor dit onroerend goed is onzeker en kan lang duren (al snel 1 tot 2 jaar).

16\. Finaal zullen de betreffende kavel en de concessies worden overgedragen aan vennootschap Y, zodra het benodigde bodemattest kan worden verkregen. Deze transactie zal gebeuren via een tweede ‘vertraagde’ partiële splitsing, indien en van zodra dit juridisch mogelijk is. Deze partiële splitsing zal louter de overdracht van het achtergebleven onroerend goed te G (in eigendom en concessie) als voorwerp hebben. Er worden bij deze tweede technische partiële splitsing geen andere activa, noch enige schulden overgedragen. De timing hiervoor kan momenteel niet bepaald worden.

17\. Via de eerste partiële splitsing worden alle activa en passiva die betrekking hebben op de activiteit A (met inbegrip van alle vergunningen, overeenkomsten met leveranciers en klanten, …) ingebracht in vennootschap Y met uitzondering van de site A1 en het onroerend goed gelegen te G. Wat voormelde site te G betreft zal vanzelfsprekend het gebruik ervan worden verzekerd via de nodige ‘gebruiksrechten’ (i.e. een huurovereenkomst of anderszins), teneinde de continuïteit van de operaties niet in het gedrang te brengen.

18\. Het achterblijven van het onroerend goed te G, met de nodige ‘gebruiksrechten’ die wel mee overgedragen worden, doet geen afbreuk aan het feit dat deze volledige activiteit A uitgevoerd kan worden, aangezien door de overdracht van zowel activa, personeel, contracten, vergunningen, bankgaranties en het sluiten van een ‘gebruiks-overeenkomst’ op het onroerend goed te G tussen vennootschapen X en Y, de gehele exploitatie van de activiteit A zal kunnen verdergezet worden binnen vennootschap Y.

19\. De aanvrager bevestigt dat het onroerend goed te G is gelocaliseerd; de terbeschikkingstelling van deze onroerende goederen door vennootschap X aan vennootschap Y zal derhalve onderworpen zijn aan de heffing van de btw krachtens artikel 44, § 3, 2°, a), vijfde streepje, W.BTW. Deze terbeschikkingstelling zal derhalve geen aanleiding geven tot enige btw-herziening in hoofde van vennootschap X.

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake artikel 211, § 1, WIB 92*

20\. De in titel II.B. beoogde verrichtingen betreffen twee partiële splitsingen van vennootschap X, waarbij telkens een deel van haar vermogen wordt overgedragen aan haar 100% moedervennootschap Y zonder uitgifte van aandelen. Deze verrichtingen kunnen worden beschouwd als met een splitsing gelijkgestelde verrichtingen zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/1, g), 2), WIB 92.

21\. De voorgenomen partiële splitsingen zijn erop gericht om binnen de groep één client-facing entiteit te bekomen voor de activiteit A. Omwille van historische redenen zit deze activiteit verspreid over zowel vennootschap X als vennootschap Y. De voorgenomen verrichtingen zijn dus een logische stap om deze activiteit te centraliseren binnen éénzelfde entiteit. Vennootschap Y zal na de transactie dan ook de client facing-entiteit binnen de groep zijn voor de activiteit A, wat de klantgerichtheid ten goede zal komen.

22\. Daarnaast:

• wordt er voor de A1-site binnen vennootschap X gewerkt met een afzonderlijk operationeel systeem en wordt er voor de overige A-activiteiten van vennootschap X gewerkt met een ander systeem, waarbij één systeem per entiteit de voorkeur geniet;

• is het vanuit efficiëntieperspectief aangewezen om de A1-activiteiten binnen vennootschap X te behouden omwille van het unieke karakter van deze site. De strikte voorwaarden met betrekking tot vergunningen, registraties en certificaten die voor de betreffende site verkregen dienen te worden hebben ook een impact op de andere (niet-A1 gerelateerde) vergunningen van vennootschap X. Om te vermijden dat alle activiteiten binnen vennootschap Y mee dienen te vallen onder de voorwaarden opgelegd door A1-vergunningen wenst vennootschap X deze activiteit te behouden binnen één juridische entiteit. De partiële splitsing van de activiteit A van vennootschap X naar vennootschap Y is dan ook mede ingegeven omwille van het specifieke risicoprofiel van de A1-activiteit op de site binnen vennootschap X.

23\. De werknemers die werkzaam zijn voor de A1-site zullen werkzaam blijven bij vennootschap X. De werknemers die actief zijn in de overige A-activiteiten zullen worden overgedragen naar vennootschap Y. Aangezien de aanvrager aangeeft dat de beoogde partiële splitsingen geen impact zullen hebben op de tewerkstelling, kan worden aangenomen dat de aanwezige activiteiten bij voortduur zullen worden verdergezet bij vennootschappen X en Y.

24\. De fiscale aspecten van de partiële splitsingen kunnen als volgt worden samengevat:

24.1 vennootschappen X en Y zijn de laatste jaren winstgevend en beschikken steeds over een belastbare basis;

24.2 vennootschappen X en Y beschikken niet over fiscaal overgedragen bestanddelen;

24.3 de verkrijgende vennootschap Y beschikt voorafgaand aan de partiële splitsingen niet over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande herbeleggings- of investeringsverplichtingen gelden. De verrichtingen strekken er dus niet toe om de activa van vennootschap X aan te duiden als herbelegging met het oog op het verkrijgen van een vrijstelling of van een stelsel van gespreide taxatie door vennootschap Y;

24.4 er is op dit ogenblik geen intentie om de aandelen van de partieel te splitsen vennootschap X en/of de verkrijgende vennootschap Y te verkopen na doorvoering van de partiële splitsingen.

25\. De aanvrager heeft bevestigd dat de bepalingen van artikel 213 WIB 92 zullen worden nageleefd. Dit blijkt ook uit het overgemaakte ontwerp van de splitsingsstaat.

26\. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de partiële splitsingen van vennootschap X plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

27\. De verkrijgende vennootschap, met name vennootschap Y, is een binnenlandse vennootschap.

28\. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsingen van vennootschap Y belastingneutraal kunnen plaatsvinden in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92.

### *III.B. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting*

29\. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

29.1 met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

29.2 en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

30\. De eerste partiële splitsing zal plaatsvinden met een maximale boekhoudkundige retroactiviteit van 7 maanden en zal ook niet verder teruggaan dan de datum van de afsluiting van het laatste boekjaar.

31\. In het kader van de in randnummer 29.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de overgedragen fiscale verliezen of overgedragen DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). In casu beschikken de partieel te splitsen vennootschap X en de verkrijgende vennootschap Y niet over fiscaal overgedragen verliezen en/of DBI-overschotten. De aanvrager bevestigt ook dat er geen uitzonderlijke verrichtingen zullen plaatsvinden tijdens de boekhoudkundige retroactiviteitsperiode.

32\. Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard voor wat betreft de eerste partiële splitsing.

***III.C. Inzake de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.***

33\. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

34\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) en [29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

35\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

36\. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een economische activiteit kan worden verdergezet.

37\. Naast het voortzetten van de activiteit is tevens vereist dat de inbrenggenietende entiteit op autonome wijze de activiteit verderzet.

38\. De in de aanvraag opgenomen transactie betreft de partiële splitsing door vennootschap X van de activiteit A (d.i. de volledige operationele activiteiten m.u.v. de A1-site, en mogelijks ‘vertraagde’ afsplitsing van het vastgoed gelegen te G welke gedeeltelijk in eigendom is en waar voor het overige concessies op rusten) naar vennootschap Y.

39\. Alle activa en passiva die betrekking hebben op de activiteit A (met inbegrip van alle vergunningen, overeenkomsten met leveranciers en klanten, …) worden ingebracht in vennootschap Y (met uitzondering van de site A1 en de onroerende goederen te G).

40\. Wat voormelde site in G betreft, deelt de aanvrager mee dat het gebruik ervan zal worden verzekerd via de nodige ‘gebruiksrechten’ (i.e. een huurovereenkomst of anderszins), teneinde de continuïteit van de operaties niet in het gedrang te brengen.

41\. De terbeschikkingstelling van deze onroerende goederen door vennootschap X aan vennootschap Y zal onderworpen zijn aan de heffing van de btw krachtens artikel 44, § 3, 2°, a), vijfde streepje, W.BTW. De betrokken onroerende goederen van de G-site zijn immers gelegen te G. Deze terbeschikkingstelling zal bijgevolg geen aanleiding geven tot enige btw-herziening in hoofde van vennootschap X.

42\. De aanvrager deelt mee dat het zijn intentie is om het achtergebleven onroerend goed (in eigendom en concessie) te G over te dragen aan vennootschap Y via een tweede ‘vertraagde’ partiële splitsing, indien en van zodra dit juridisch mogelijk is (zodra het benodigde bodemattest kan worden verkregen).

43\. Deze partiële splitsing zal louter de overdracht van het achtergebleven onroerend goed (in eigendom en concessie) te G als voorwerp hebben. Er worden bij deze tweede partiële splitsing geen andere activa, noch enige schulden overgedragen.

44\. [Circulaire n° E.T.110.663 (AOIF Nr. 46/2009) dd 30.09.2009](https://juriel.be/fr/circulaires/46-2009-afer-champ-application-tva-activite-4e9e) bevestigt in dit verband dat het niet-leveringsbeginsel eveneens van toepassing is op een in de tijd gespreide overdracht, op voorwaarde dat het principe van de overdracht onherroepelijk verworven is vanaf het sluiten van het contract en op voorwaarde dat de verschillende transacties onderling verbonden zijn, zodat er geen twijfel bestaat over de bedoeling van de partijen om een algemeenheid van goederen of een bedrijfsafdeling over te dragen. Aangezien in casu de aanvragers verklaren dat de intentie om het achtergebleven onroerend goed (in eigendom en concessie) te G over te dragen duidelijk is opgenomen in de onderliggende overeenkomst, belet de vertraging in de juridische overdracht de toepassing van het niet-leveringsbeginsel niet.

45\. Verwijzend naar de in de aanvraag beschreven overdracht dient vastgesteld te worden dat de activiteit A, zoals voorheen verricht door de inbrengende vennootschap, zal kunnen worden voortgezet.

46\. Rekening houdend met de aangebrachte elementen in de aanvraag kan worden vastgesteld dat activiteiten op autonome wijze verder zullen worden gezet.

47\. Tot slot wordt vastgesteld dat vennootschap X handelt als btw-plichtige met recht op aftrek. Bovendien heeft vennootschap Y de hoedanigheid van btw-belastingplichtige met recht op aftrek.

48\. Derhalve dient geconcludeerd te worden dat de in de aanvraag opgenomen inbrengen ressorteren onder de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW.

## Textes cités

7

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 2 occurrences

[CTVA art. 11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 6](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) 1 occurrence

[C-497/01, arrêt du 27 novembre 2003](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret) 1 occurrence
