---
title: "Décision anticipée 2024.0897 · Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre"
description: "Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre, Motifs économiques valables. Décision anticipée belge n° 2024.0897 du 17 décembre 2024."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2024-0897-impot-societes-scission-partielle-fiscalement-8eb2"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre · Impôt des sociétés - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - TVA - Cession d’une branche d’activité - Location immobilière avec TVA

**Numéro**

2024.0897

**Date**

17 décembre 2024

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

74 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2024.0897 du 17.12.2024

*Impôt des sociétés* · *Scission partielle fiscalement neutre* · *Motifs économiques valables* · *Fraude ou évasion fiscale*

*TVA* · *Cession d’une branche d’activité* · *Location immobilière avec TVA*

## Résumé

La scission partielle de la société X par laquelle son activité d’exploitation est transférée à une nouvelle société belge Y encore à constituer et son bien immobilier d’entreprise est conservé par la société X dans le cadre d’une restructuration globale visant à créer un pilier d’exploitation et un pilier immobilier distincts au sein du groupe, est conforme aux dispositions de l’article 183bis du CIR 92 et peut avoir lieu sous le régime de neutralité fiscale visé à l’article 211, § 1 er, du CIR 92.

Cette scission partielle doit se faire en application des articles [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) et [18, § 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18), du CTVA et ne donne pas lieu à une révision de la TVA précédemment déduite concernant le bien immobilier d’entreprise au nom de la société X.

La mise à disposition des biens immobiliers par la société X à la société Y après la scission partielle est une opération soumise à la TVA conformément à l’[article 44, §3, 2°, a), cinquième tiret, du CTVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44).

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:

\- de partiële splitsing van vennootschap X, waarbij de operationele activiteiten worden overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap Y, beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, §1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude- of ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92;

\- de overdracht van de activa en passiva aan vennootschap Y naar aanleiding van voormelde partiële splitsing kwalificeert als een bedrijfsafdeling in de zin van de artikelen [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) en [18, §3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW);

\- de terbeschikkingstelling van de onroerende goederen door vennootschap X aan vennootschap Y na de partiële splitsing een aan de btw onderworpen handeling is overeenkomstig artikel 44, §3, 2°, a), vijfde gedachtestreepje, W.BTW, en de overdracht van de operationele activiteiten naar vennootschap Y geen aanleiding geeft tot een herziening van de in het verleden afgetrokken btw in hoofde van vennootschap X.

## II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager

2\. Vennootschap X heeft een operationele activiteit en beschikt daartoe over bedrijfsgebouwen die werden opgericht op een terrein in concessie in een havengebied.

3\. De aandelen van vennootschap X worden voor 100% aangehouden door vennootschap Z.

4\. De beoogde verrichting betreft de partiële splitsing van vennootschap X, waarbij haar operationele activiteit zal worden overgedragen aan een nieuw op te richten vennootschap Y tegen uitgifte van aandelen aan haar aandeelhouder, vennootschap Z. De bedrijfsgebouwen samen met de daarmee verband houdende schuld blijven behouden bij vennootschap X die na de verrichting het vastgoed zal verhuren aan vennootschap Y. De voorgenomen verrichting beantwoordt aan de definitie van een met splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g) 1), WIB 92.

## III. Beslissing

### *III.A. Betreffende de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 op de partiële splitsing van vennootschap X*

5\. Het afsplitsen van de operationele activiteit naar vennootschap Y is volgens de aanvrager ingegeven door de wereldwijde juridische herstructurering van de groep, waarbij een vastgoedtak naast de operationele tak wordt gecreëerd. Een dergelijke opsplitsing van de operationele activiteiten en het vastgoed werd op heden reeds doorgevoerd in andere groepsvennootschappen in het buitenland. Op Europees niveau wenst de groep over te gaan tot een herfinanciering van haar externe leningen, die er eveneens moet toe leiden dat leningen op het juiste niveau en binnen de juiste entiteit worden aangegaan. De opdeling tussen enerzijds een vastgoedtak en anderzijds een operationele tak zou tevens een beter inzicht verschaffen in de financiële resultaten van de operationele activiteiten, zodat deze activiteiten beter kunnen worden opgevolgd en uitgebouwd. Tevens zal op deze wijze het vastgoed gevrijwaard blijven van de bedrijfsrisico’s eigen aan de exploitatieactiviteit. De aanvrager heeft in dit verband bevestigd dat thans geen concrete geschillen en/of schadeclaims hangende zijn, zodat de afzondering van het vastgoed er niet toe strekt zich aan bepaalde financiële verplichtingen te onttrekken.

6\. De aanvrager heeft verder bevestigd dat de partiële splitsing geen negatieve impact zal hebben op de tewerkstelling. Het personeel verbonden aan de afgesplitste operationele activiteit zal mee overgaan naar vennootschap Y, waaruit blijkt dat de operationele activiteit bij de verkrijgende vennootschap zal worden verdergezet.

7\. Ingeval van een (partiële) splitsing in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 worden de verkrijgende vennootschappen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 213, WIB 92, bij het bepalen van het gestorte kapitaal en van de voorheen gereserveerde winst die ingeval van (partiële) splitsing bij elk van de overnemende of verkrijgende vennootschappen in aanmerking worden genomen, geacht het gestorte kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de (partieel) gesplitste vennootschap evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van hen gedane inbreng te hebben overgenomen of verkregen. De aanvrager heeft bevestigd dat de omdeling van de fiscale vermogensbestanddelen conform het bepaalde in artikel 213, WIB 92 zal gebeuren. Er werd tevens bevestigd dat vennootschap X niet over vrijgestelde reserves of kapitaalsubsidies beschikt.

8\. Vennootschap X is winstgevend. De aanvrager heeft bevestigd dat een marktconforme huur zal worden aangerekend door vennootschap X aan vennootschap Y voor het gebruik van het vastgoed. De aanvrager heeft tevens prognoses overgemaakt waaruit blijkt dat zowel vennootschap X als vennootschap Y financieel leefbaar zullen zijn na de partiële splitsing.

9\. De aanvrager heeft verklaard dat vennootschap X niet over een overgedragen investeringsaftrek, overgedragen aftrek voor risicokapitaal en/of DBI-overschotten beschikt. Vennootschap X beschikt wel nog over overgedragen fiscale verliezen. Voor het boekjaar 2024 wordt verwacht dat vennootschap X winst zal maken zoals de voorgaande jaren, zodat het uiteindelijk bedrag aan overgedragen fiscale verliezen verder zal afnemen. De overgedragen fiscale verliezen die dan nog aanwezig zullen zijn, zullen naar aanleiding van de geplande partiële splitsing conform artikel 206, § 2, WIB 92 worden verdeeld over de twee entiteiten.

10\. De aanvrager heeft verder bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van vennootschap X en/of vennootschap Y te vervreemden, behoudens een eventuele verhanging van de aandelen van vennootschap X binnen de groep teneinde de volledige uitsplitsing tussen de operationele en vastgoedactiviteiten op groeps- en internationaal niveau te verwezenlijken.

11\. Op basis van de door de aanvrager verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van vennootschap X zal plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

12\. De verkrijgende vennootschap Y zal een binnenlandse vennootschap zijn.

13\. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de partiële splitsing van vennootschap X kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

14\. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvrager vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in de randnummer 10 niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bijvoorbeeld de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van vennootschap X en/of vennootschap Y buiten de groep. Bij een latere overdracht van deze aandelen buiten de groep is de beslissing niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

### *III.B. Betreffende de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW op de partiële splitsing van vennootschap X*

15\. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

16\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) en [29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid Staten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

17\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C‑497/01](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

18\. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

19\. Vennootschap X gaat door middel van een partiële splitsing alle activa en passiva, rechten en verplichtingen die de operationele activiteiten behelzen en tot op heden van dit schrijven tot het vermogen van vennootschap X behoren, met uitzondering van de onroerende goederen en de daarvoor aangegane intra-groepsleningen ten aanzien van vennootschap Z, overdragen aan vennootschap Y.

20\. De operationele activiteit die zal worden overgenomen, inclusief de daarmee verband houdende activa en passiva, en die door vennootschap Y zal worden verdergezet, betreft een volledige btw-belaste activiteit.

21\. Na de overdracht van de operationele activiteit zullen de onroerende goederen die achterblijven in vennootschap X en die volledig beroepsmatig worden aangewend, ter beschikking worden gesteld (verhuurd) door vennootschap X aan vennootschap Y tegen een marktconforme huurprijs. Daartoe zal een huurovereenkomst worden opgemaakt.

22\. Alle elementen van het overgedragen vermogen kwalificeren als een overdracht van een bedrijfsafdeling die de verderzetting van een autonome economische activiteit toelaat.

23\. De aanvrager bevestigt tevens dat na de partiële splitsing de overgedragen operationele activiteit zal worden verdergezet door vennootschap Y.

24\. De aanvrager verklaart dat vennootschap Y een volledig btw-plichtige zal zijn.

25\. De overdracht van de goederen en diensten van vennootschap X naar vennootschap Y ingevolge de partiële splitsing dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW te gebeuren.

### *III.C. Betreffende de toepassing van artikel 44 §3, 2°, a), vijfde gedachtestreepje, W.BTW op de verhuur van de onroerende goederen*

26\. Artikel 44, §3, 2°, W.BTW stelt vrij van btw:

> “de verpachting, de verhuur en de overdracht van huur van uit hun aard onroerende goederen, met uitzondering van:”

a) de volgende diensten:

\- de terbeschikkingstelling van stalling voor rijtuigen;

\- de terbeschikkingstelling van bergruimte voor het opslaan van goederen;

\- het verschaffen van gemeubeld logies in hotels, motels en in inrichtingen waar aan betalende gasten onderdak wordt verleend;

\- de terbeschikkingstelling van plaats om te kamperen;

\- de terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens;

\- de terbeschikkingstelling van blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines;

b) de onroerende financieringshuur, toegestaan door een onderneming die gespecialiseerd is in onroerende financieringshuur of zogenaamde onroerende leasing, wanneer deze onderneming het gebouw waarop het contract betrekking heeft, opricht, laat oprichten of met voldoening van de belasting verkrijgt en de leasingnemer dit goed huurt om het in de uitoefening van een activiteit van belastingplichtige te gebruiken; de Koning omschrijft de voorwaarden waaraan het contract van onroerende financieringshuur moet voldoen, inzonderheid met betrekking tot de duur van het contract, de aard en de bestemming van de goederen die er het voorwerp van uitmaken, alsmede de rechten en plichten van de leasingnemer;

c) de verhuur van safeloketten;”

27\. Op basis van artikel 44, §3, 2°, a), vijfde gedachtestreepje, W.BTW is de terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen in het kader van de exploitatie van havens, bevaarde waterlopen en vlieghavens een uitzondering op de vrijstelling van de verpachting, de verhuur en de overdracht van huur van uit hun aard onroerende goederen. Dit type terbeschikkingstelling van onroerende goederen is derhalve onderworpen aan de btw.

28\. Op 11 mei 2011 werd er middels een parlementaire vraag (nr. 4288) door de heer Servais Verherstraeten aan de minister van Financiën om verdere verduidelijking verzocht omtrent de uitzondering zoals bedoeld in artikel 44, §3, 2°, a), vijfde gedachtestreepje, W.BTW. Het antwoord van toenmalig vice-eersteminister en minister van Financiën de heer Reynders luidt als volgt:

> “Deze wetswijziging bepaalt dat de verpachting, verhuur en de overdracht van uit hun aard onroerende goederen vrijgesteld worden van belastingen, met uitzondering van de terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens.
>
> Hiermee wordt de situatie geconsolideerd zoals die bestond in de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie inzake onroerende verhuur. Het toepassingsveld van de btw-heffing inzake concessies op haven- en luchthaventerreinen en bevaarbare waterlopen blijft beperkt tot onroerende goederen uit hun aard, gelegen binnen het havengebied in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en luchthavens.
>
> Elke terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen gelegen in het havengebied in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens is aan btw-heffing onderworpen, ongeacht of de belastingplichtige een exploitant is of niet. Dezelfde handeling moet altijd op dezelfde manier behandeld worden, of de belastingplichtige nu tot de private of tot de openbare sector behoort.”

29\. De Minister van Financiën stelt dus dat elke terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen gelegen in het havengebied in het kader van de exploitatie van havens, bevaarbare waterlopen en vlieghavens aan btw-heffing onderworpen is, ongeacht of de belastingplichtige een havenexploitant is of niet. Dezelfde handeling moet altijd op dezelfde manier behandeld worden, of de belastingplichtige nu tot de private of tot de openbare sector behoort.

30\. Op 12 mei 2011 werd in de Senaat een schriftelijke vraag (nr. 5-2319) gesteld door de heer Bart Tommelein (Open VLD). In antwoord op deze vraag gaf de Minister van Financiën verdere verduidelijking inzake de interpretatie “in het kader van de exploitatie van havens”. De Minister stelde dat hieronder begrepen moet worden de terbeschikkingstelling van uit hun aard onroerende goederen, voor zover de betrokken onroerende goederen zich binnen de havengebieden bevinden, zoals deze zijn bepaald door de regionale overheden. De Minister voegde hier aan toe dat de regionale overheden, om de havengebieden en de activiteiten die er kunnen uitgeoefend worden te bepalen, in havengebieden slechts activiteiten toelaten (zoals bijvoorbeeld restaurants, cafés, …) wanneer deze de gebruikelijke aanvulling of bijhorigheid zijn van de havenactiviteiten.

31\. Op basis van voormelde twee parlementaire vragen dient artikel 44, §3, 2°, a), vijfde gedachtestreepje, W.BTW geïnterpreteerd te worden in de zin dat volgende handelingen aan btw onderworpen zijn: alle vormen van terbeschikkingstelling, ongeacht door wie verleend, van onroerende goederen gelegen binnen de havenbedrijven, zoals bepaald door de bevoegde regionale overheden en voor zover de in de desbetreffende onroerende goederen uitgeoefende activiteiten toegelaten zijn door de bevoegde regionale overheden in het havengebied.

32\. De terbeschikkingstelling van de onroerende goederen (die door vennootschap X aan vennootschap Y zullen worden verhuurd), voldoet aan alle voorwaarden om te ressorteren onder artikel 44, §3, 2°, a), vijfde gedachtestreepje, W.BTW:

\- vennootschap X kwalificeert zich als een btw-belastingplichtige volgens artikel 4, §1, W.BTW;

\- krachtens artikel 2 W.BTW zijn leveringen van goederen en diensten die door een als zodanig handelende belastingplichtige onder bezwarende titel worden verricht, aan de belasting onderworpen wanneer ze in België plaatsvinden;

\- de terbeschikkingstelling van een onroerend goed wordt volgens artikel 18, §1, tweede lid, 4°, W.BTW gekwalificeerd als een dienstprestatie;

\- overeenkomstig artikel 21, §3, 1°, W.BTW (B2B) vindt de dienst plaats in België (i.e. daar waar het onroerend goed gelegen is);

\- het onroerend goed is gelegen in havengebied.

33\. Bijgevolg kan worden geconcludeerd dat de verhuur van de onroerende goederen onderworpen zal zijn aan de btw en vennootschap X derhalve btw zal aanrekenen op de periodieke huurvergoedingen.

34\. Na de voorgenoemde partiële splitsing zal vennootschap X blijvend btw-belaste activiteiten uitvoeren en zal deze partiële splitsing geen aanleiding geven tot een herziening van de in het verleden in aftrek genomen btw met betrekking tot de voorgenoemde onroerende goederen.

## Textes cités

8

[CTVA art. 11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) 2 occurrences

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 2 occurrences

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 6](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) 1 occurrence

[C-497/01, arrêt du 27 novembre 2003](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret) 1 occurrence
