---
title: "Décision anticipée 2024.0896 · Impot des personne physiques, Plus-value sur actions"
description: "Impot des personne physiques, Plus-value sur actions, Revenus divers. Décision anticipée belge n° 2024.0896 du 17 décembre 2024."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2024-0896-impot-personne-physiques-plus-value-c36a"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impot des personne physiques, Plus-value sur actions, Revenus divers · IMPOT DES PERSONNE PHYSIQUES - Plus-value sur actions - Revenus divers - Gestion normale du patrimoine privé - IMPOT DES SOCIETES - Fusion par absorption fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscal - Dividende - Bénéfices - DROITS D’ENREGISTREMENT - Apport d’une universalité de biens - TVA - Unité TVA - Opération interne - Révision

**Numéro**

2024.0896

**Date**

17 décembre 2024

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

141 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2024.0896 du 17.12.2024

*IMPOT DES PERSONNE PHYSIQUES* · *Plus-value sur actions* · *Revenus divers* · *Gestion normale du patrimoine privé*

*IMPOT DES SOCIETES* · *Fusion par absorption fiscalement neutre* · *Motifs économiques valables* · *Fraude ou évasion fiscal* · *Dividende* · *Bénéfices*

*DROITS D’ENREGISTREMENT* · *Apport d’une universalité de biens*

*TVA* · *Unité TVA* · *Opération interne* · *Révision*

## Résumé

La vente par monsieur S des actions ou parts qu’il détient dans la société X à la société T et madame T, est qualifiée d’opération de gestion normale d’un patrimoine privé au sens de l’article 90, alinéa 1 er, 9°, premier tiret du CIR 92.

La cession des actions ou parts de la société X à la société T, dont l’actionnaire est différent de celui de la société X, ne donne lieu ni à la réalisation de bénéfices (article 24, alinéa 1 er, 1°, du CIR 92) chez la société T, ni à une plus-value réalisée ou exprimée en termes comptables (article 24, alinéa 1 er, 2°, du CIR 92), ni à une sous-évaluation imposable d’éléments d’actif (article 24, alinéa 1 er, 4°, du CIR 92).

La fusion par absorption de la société X par la société T en vue de regrouper l’ensemble des moyens en une seule entité juridique répond aux dispositions de l’article 183*bis* du CIR 92, et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale visé à l’article 211, § 1 er du CIR 92. Cette fusion ne donne pas lieu à un dividende imposable dans le chef de madame T. L’article 90, alinéa 1 er, 1° ou 9°, premier tiret, du CIR 92 n’est pas applicable au nom de madame T à l’échange d’actions ou parts suite à la fusion fiscalement neutre précitée, puisque les nouvelles actions ou parts de la société absorbante reçues en échange continuent à avoir la même valeur d’acquisition que les actions ou parts échangées de la société absorbée.

Le transfert d’actifs (et de passifs) effectué entre les membres de cette unité TVA dans le cadre de la fusion restera en dehors de l’application de la TVA en tant qu’opération interne de l’unité TVA. En principe, aucune révision de la TVA initialement déduite ne doit être effectuée conformément à l’[article 48, § 2, C.TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-48).

La fusion précitée peut bénéficier de l’exemption des droits d’enregistrement proportionnels comme prévu à l'article 117, § 1 er, du C. enr. fédéral, toutefois avec une perception minimale égale au droit fixe général en application de l’article 167 du C. enr. fédéral.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1.** De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:

\- de ontbinding van Maatschap M kan plaatsvinden zonder de realisatie van een (eventuele) meerwaarde, en aldus zonder fiscale gevolgen teweeg te brengen, gelet op het fiscaal transparante karakter van een maatschap;

**1.1.** de overdracht onder bezwarende titel door de heer S van 50% van de aandelen van vennootschap X aan mevrouw T en aan vennootschap T kan worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van privévermogen, zodat hierdoor in zijn hoofde geen belastbare inkomsten ontstaan en de gerealiseerde meerwaarde aldus volstrekt onbelast is in zijn hoofde in toepassing van de artikelen 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste gedachtestreepje, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92);

\- de verkoop van 50 % aandelen van vennootschap X door de heer S aan mevrouw T en aan vennootschap T niet kan worden aangemerkt als fiscaal misbruik waarbij aldus geen sprake is van een rechtshandeling ten aanzien van dewelke de toepassingsvoorwaarden van artikel 344, § 1, WIB 92 geacht worden te zijn vervuld (en aldus de keuze voor de rechtshandelingen verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen) en dus niet kan worden geherkwalificeerd als een dividenduitkering in de zin van artikel 18, eerste lid, WIB 92 ten belope van de in de vennootschap aanwezige liquiditeiten;

\- de verkoop van een deel van de aandelen van vennootschap X door de heer S aan vennootschap T in hoofde van vennootschap T geen aanleiding geeft tot de realisatie van een winst uit verrichtingen ten belope van het eventuele verschil tussen de werkelijke waarde van de verkochte aandelen en de betaalde verkoopprijs, zodat hierdoor in hoofde van vennootschap T geen belastbare inkomsten ontstaan in toepassing van artikel 24, eerste lid, 1°, WIB 92;

\- naar aanleiding van de verkoop van een deel van de aandelen van vennootschap X door de heer S aan vennootschap T in hoofde van vennootschap T geen sprake is van een waardevermeerdering van actiefbestanddelen ten belope van het eventuele verschil tussen de werkelijke waarde van de verkochte aandelen en de betaalde verkoopprijs, zodat hierdoor in hoofde van vennootschap T geen belastbare meerwaarde ontstaat in toepassing van artikel 24, eerste lid, 2°, WIB 92;

\- de verkoop van een deel van de aandelen van vennootschap X door de heer S aan vennootschap T in hoofde van vennootschap T geen aanleiding geeft tot een onderwaardering van actiefbestanddelen ten belope van het eventuele verschil tussen de werkelijke waarde van de verkochte aandelen en de betaalde verkoopprijs, zodat hierdoor in hoofde van vennootschap T geen belastbare meerwaarde ontstaat in toepassing van artikel 24, eerste lid, 4°, WIB 92;

\- de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap T inzake inkomstenbelastingen neutraal doorgang kan vinden in toepassing van artikel 211, § 1, eerste en vierde lid, WIB 92, hetgeen aldus impliceert dat wordt bevestigd dat de verrichting beantwoordt aan het bepaalde in artikel 183*bis* WIB 92;

\- het positieve fiscale fusieresultaat (fusiebadwill) ten name van vennootschap T als overnemende vennootschap in het kader van de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap T kan worden aangemerkt als een dividend waarop de DBI-aftrek van toepassing is overeenkomstig 202, § 1, 2°, WIB 92;

\- de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap T geen aanleiding geeft tot een belastbaar dividend in de zin van artikel 18, eerste lid, 2°*ter*, WIB 92 juncto artikel 209 WIB 92 en artikel 211, § 1, WIB 92 in hoofde van mevrouw T;

\- de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap T geen aanleiding geeft tot toepassing van de artikelen 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92, aangezien geen sprake is van meerwaarderealisatie in hoofde van mevrouw T doordat de nieuw in ruil ontvangen aandelen van vennootschap T dezelfde aanschaffingswaarde behouden als de geruilde aandelen van vennootschap X;

\- de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap T kan plaatsvinden zonder herziening van de oorspronkelijk afgetrokken btw ingeval vennootschap T voorafgaand aan deze fusie toetreedt tot de bestaande btw-eenheid tussen vennootschap X en vennootschap Y zoals bepaald in [artikel 48, § 2 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-48) (hierna W.Btw);

\- de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap T kan plaatsvinden met vrijstelling van evenredige registratierechten overeenkomstig artikel 117, § 1 juncto artikel 120, in fine van het Wetboek der Registratie-, hypotheek-, en griffierechten (hierna W.Reg.) waardoor enkel het algemeen vast recht overeenkomstig artikel 167 W.Reg. zal worden geheven.

## II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers

**2.** Maatschap M en de operationele vennootschappen X, Y, T en S maken deel uit van eenzelfde familiale groep.

**3.** Naast de heer P treden de twee kinderen van het echtpaar P en R, m.n. de heer S en mevrouw T, (al dan niet via hun respectievelijke vennootschappen S en T) op als zaakvoerders en/of bestuurders in de vennootschappen binnen de familiale groep.

**4.** De aandelen van vennootschap X worden aangehouden door de Maatschap M met als vennoten, het echtpaar P en R en hun kinderen S en T. Vennootschap Y is de belangrijkste exploitatievennootschap van de groep, waarvan een meerderheid van de aandelen wordt aangehouden door vennootschap X en een minderheid van de aandelen elk voor de helft wordt aangehouden door vennootschap S (vennootschap van de heer S) en door vennootschap T (vennootschap van mevrouw T).

**5.** Deze huidige structuur is tot stand gekomen met het oog op de overdracht van de groep aan beide kinderen van het echtpaar P en R en vanuit de idee dat beide kinderen de activiteiten van de groep gezamenlijk zouden verderzetten, hetgeen tot op heden nog steeds het geval is. Recent is evenwel duidelijk geworden dat de gezamenlijke voortzetting van de groep door de heer S en mevrouw T zeer moeilijk tot quasi onmogelijk is geworden. Diverse aandeelhoudersconflicten/familiale conflicten en strubbelingen die zich enige tijd geleden hebben gemanifesteerd, staan een verdere samenwerking tussen broer en zus in de weg en bedreigen potentieel op termijn de continuïteit van de groep.

**6.** De heer S heeft in dat kader reeds op ondubbelzinnige wijze te kennen gegeven zijn aandeel in de vennootschappen van de groep te willen overdragen aan mevrouw T (of een door haar gecontroleerde vennootschap), alsook niet langer actief te willen zijn (rechtstreeks dan wel middels vennootschap S of enige andere door hem gecontroleerde vennootschap) als zaakvoerder, bestuurder, manager, werknemer of op enige andere wijze binnen de groep of vennootschappen waarvan een deelneming wordt aangehouden door de groep. De heer S wenst aldus volledig uit de groep te stappen. Mevrouw T heeft op haar beurt te kennen gegeven het aandeel van haar broer, de heer S, in de vennootschappen van de groep te willen overnemen (al dan niet middels een door haar gecontroleerde vennootschap).

**7.** De familie wenst bijgevolg een familiale regeling te treffen aangaande de vennootschappen behorende tot de groep, teneinde de hierboven geschetste uitstap van de heer S en de overdracht van de groep aan mevrouw T te bewerkstelligen. Hiertoe werd reeds een raamcontract afgesloten tussen de familieleden en de betrokken vennootschappen waarbij partijen reeds overeenstemming hebben bereikt over de te volgen stappen en de aan de heer S (of een door hem gecontroleerde vennootschap) te betalen prijs. Hierbij zijn vennootschap S en de heer S akkoord gegaan met een volledige uitstap uit de groep mits betaling van een afgesproken prijs (waarvan aan vennootschap S resp. de heer S een deel onmiddellijk resp. een deel gespreid in de tijd zal worden betaald).

**8.** De volgende stappen zullen worden ondernomen:

\- de verkoop van de aandelen van vennootschap Y die op heden worden aangehouden door vennootschap S aan vennootschap X voor een afgesproken verkoopprijs die onmiddellijk zal worden betaald;

\- de ontbinding en vereffening van Maatschap M, waarbij de activa van de maatschap dienen te worden verdeeld onder de vennoten, m.n. de heer P, mevrouw R, de heer S en mevrouw T, en waarna de heer S en mevrouw T elk 50% van de aandelen van vennootschap X zullen aanhouden;

\- de uitkering van een bruto dividend uit vennootschap X dat voor de helft zal toekomen aan de heer S en voor de andere helft aan mevrouw T;

\- de verkoop van 50% van de aandelen van vennootschap X door de heer S (d.i. 100% van de aandelen van vennootschap X die tot zijn privévermogen zouden behoren op dat ogenblik) aan mevrouw T en vennootschap T voor een afgesproken verkoopprijs;

\- toetreding van vennootschap T tot de bestaande btw-eenheid tussen vennootschap X en vennootschap Y;

\- een fusie door overneming waarbij vennootschap X wordt overgenomen door vennootschap T.

## III. Beslissing

### *III.A. Betreffende de ontbinding van Maatschap M*

**9.** De deelbewijzen van de Maatschap M worden aangehouden door haar vennoten-natuurlijke personen, m.n. de heer P, mevrouw R, de heer S en mevrouw T. Gelet op het feit dat de maatschap vanuit fiscaal oogpunt geen rechtspersoonlijkheid heeft en als een transparante entiteit dient te worden beschouwd, heeft dit tot gevolg dat de maatschap niet onderworpen is aan de vennootschaps- of rechtspersonenbelasting en dat de inkomsten van de maatschap worden belast in hoofde van de vennoten van de maatschap zitten.

**10.** De ontbinding van de Maatschap M maakt deel uit van een stappenplan dat ertoe strekt om de uitkoop van de heer S uit de groep mogelijk te maken. De aanvragers hebben bevestigd dat het aangehouden vermogen bij de ontbinding van de Maatschap M zal worden uitgekeerd aan de vennoten-natuurlijke personen in dezelfde verhouding als bij de inbrengen, doch waarbij de heer S en mevrouw T de aandelen van de vennootschap X (elk voor de helft) en een deel liquide middelen zullen verkrijgen en de heer P en mevrouw R louter liquide middelen zullen verkrijgen.

**11.** De ontbinding van de Maatschap M zal geen aanleiding geven tot de toepassing van de artikelen 90, eerste lid, 1° of 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 ten name van de vennoten, de heer P, mevrouw R, de heer S en mevrouw T.

### *III.B. Betreffende de overdracht van de aandelen van vennootschap X door de heer S*

#### III.B.1. Inzake de toepassing van de artikelen 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 ten name van de heer S

**12.** Vennootschap X fungeert als een actieve familiale holdingvennootschap binnen de groep. De aandelen van vennootschap X zijn steeds in handen geweest van de aanvragers-natuurlijke personen en zullen na de ontbinding van de Maatschap M in het bezit zijn van de heer S (50%) en mevrouw T (50%).

**13.** De heer S wenst uit de groep te stappen en zijn aandeel in de groep te verkopen. Er werd een familiale regeling getroffen aangaande de vennootschappen behorende tot de groep, teneinde de volledige uitstap van de heer S en de overdracht van de groep aan mevrouw T te bewerkstelligen. Hierbij werd een raamcontract afgesloten tussen de familieleden en de betrokken vennootschappen waarbij partijen een overeenstemming hebben bereikt over de te volgen stappen en de aan de heer S (of een door hem gecontroleerde vennootschap) te betalen prijs.

**14.** Binnen de raamovereenkomst werd overeengekomen dat de heer S zal overgaan tot de verkoop van 50% van de aandelen van vennootschap X (d.i. alle aandelen van vennootschap X die tot zijn privévermogen behoren op dat ogenblik) aan enerzijds mevrouw T en anderzijds vennootschap T.

**15.** De voormelde verkoop van 50% van de aandelen van vennootschap X door de heer S vormt een overdracht onder bezwarende titel als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

**16.** Op basis van de verkregen informatie kan worden aangenomen dat de aandelen van vennootschap X behoren tot het privévermogen van de heer S.

**17.** De geplande aandelenoverdracht kan worden aangemerkt als een normale verrichting van beheer van een privévermogen in de zin van artikel 90, eerste lid, 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92, gelet op de volgende essentiële elementen zoals bedoeld in artikel 23, tweede lid, 2°, Wet van 24 december 2002:

\- de aandelen van vennootschap X behoren al jaren tot het patrimonium van de familie;

\- de heer S is van bij de oprichting van vennootschap X aandeelhouder en heeft in de daaropvolgende jaren vanwege zijn ouders tevens aandelen van vennootschap X geschonken gekregen die nadien in Maatschap M werden ingebracht;

\- de geplande verkoop door de heer S van zijn aandelen van vennootschap X aan mevrouw T en vennootschap T kadert in de gewenste uitstap van de heer S uit de groep en het veilig te stellen van de continuïteit van de groep;

\- het betreft geen complexe verrichting, noch spitsvondig feitencomplex;

\- de verkoopprijs werd vastgesteld binnen een familiale raamovereenkomst en kwam tot stand rekening houdend met meerdere factoren;

\- voorafgaand aan de verkoop van de aandelen van vennootschap X door de heer S zal een dividenduitkering van X EUR aan overtollige liquiditeiten plaatsvinden bij vennootschap X met inhouding van 30% roerende voorheffing. De resterende liquiditeiten binnen vennootschap X betreffen middelen die noodzakelijk zijn voor de verdere uitbouw van de activiteiten binnen de groep. Dienaangaande hebben de aanvragers in hun aanvraag een lijst van voorziene investeringen verstrekt. De aanvragers hebben verklaard dat deze investeringen met de resterende liquiditeiten zullen worden gefinancierd en dat hiervoor geen beroep zal worden gedaan op externe schuldfinanciering *(1)*;

---

*\[(1) Het vermelde in randnummer 17.6 dient als een essentieel element in de zin van artikel 23 van de Wet van 24 december 2002 te worden aangemerkt.\]*

---

\- de meerwaarde die bij de voorgenomen aandelenoverdracht zal worden gerealiseerd is, gelet op de bezitsduur van de aandelen, de afwezigheid van financieringen en van hoge risico's, niet het gevolg van speculatie als bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1°, WIB 92.

**18.** Derhalve kan worden besloten dat de meerwaarde die zal worden gerealiseerd door de heer S niet belastbaar is als divers inkomen op basis van de artikelen 90, eerste lid, 1° en/of 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92.

#### III.B.2. Inzake de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92

**19.** Wat betreft de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92 kan gesteld worden dat artikel 344, § 1, WIB 92 een algemene antimisbruikbepaling betreft die slechts wordt toegepast als de gewone interpretatiemethode, de technische bepalingen van het Wetboek, de speciale anti-ontwijkingsbepalingen en de simulatieleer geen hulp bieden (Circ. AFZ nr. 3/2012 d.d. 4.5.2012 inzake de antimisbruikbepaling, rubriek C.2.3.). De DVB is van mening dat voor wat betreft de verkoop van de aandelen van vennootschap X de specifieke bepalingen voorzien in de artikelen 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 voorrang hebben op de algemene antimisbruikbepaling zodat deze zonder voorwerp is. Het onderzoek naar overtollige liquiditeiten binnen de groep (en de daaruit voortvloeiende dividenduitkering van X EUR die aan de verkoop van aandelen zal voorafgaan) werd gevoerd bij de beoordeling van de toepassing van de artikelen 90, eerste lid, 1° en 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 (zie randnummer 17.6) en behoeft geen bijkomende toetsing in het kader van artikel 344, § 1, WIB 92.

#### III.B.3. Inzake de toepassing artikel 24, eerste lid, 1°, WIB 92 ten name van vennootschap T

**20.** Artikel 24, eerste lid, 1°, WIB 92 preciseert dat de winst van nijverheids-, handels- of landbouwondernemingen deze is die voortkomt uit alle verrichtingen gedaan door de inrichtingen van die ondernemingen of door toedoen daarvan.

**21.** Vennootschap T zal, in het kader van de uittreding van de heer S, aandelen van vennootschap X verwerven. De aanvragers stellen dat de aanschaffingswaarde van deze aandelen van vennootschap X lager zal zijn dan de werkelijke waarde van deze aandelen *(2)*.

---

*\[(2) Aan de DVB werd niet medegedeeld wat de werkelijke waarde van de aandelen is.\]*

---

**22.** De betreffende aanschaffingsprijs werd overeengekomen in een moeilijke context waarbinnen enerzijds mevrouw T verder actief wenst te blijven in de groep en niet bereid is om haar belang in de groep te verkopen en anderzijds de heer S volledig uit de groep wenst te treden. Hierbij werden meerdere factoren in overweging genomen.

**23.** De transactie betreft een overeenkomst tussen enerzijds vennootschap T, waarvan mevrouw T de hoofdaandeelhouder is, en anderzijds de heer S. Het gaat bijgevolg om een transactie tussen derden die elk hun eigen belangen behartigen.

**24.** In het boekhoudrecht wordt het algemeen principe gehanteerd waarbij de waardering van activa gebeurt tegen aanschaffingswaarde. Dit algemeen principe van waardering geldt eveneens voor activa die aan een prijs beneden marktwaarde worden verkregen (artikel 3:13, eerste lid van het Koninklijk Besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen (hierna KB/WVV)).

**25.** Naast het algemeen principe dat de waardering van activa dient te gebeuren tegen aanschaffingswaarde, dient ook rekening te worden gehouden met het voorzichtigheidsprincipe en het principe van het getrouwe beeld, vervat in artikel 3:10 KB/WVV.

**26.** Het Europees Hof van Justitie heeft in zijn arrest van 3 oktober 2013 (zaak C-322/12) gesteld dat het beginsel van het getrouwe beeld niet toestaat dat wordt afgeweken van het beginsel dat actiefbestanddelen op basis van hun aanschaffingswaarde worden gewaardeerd in het geval die aanschaffingswaarde beduidend lager ligt dan de werkelijke waarde van de actiefbestanddelen en dat het beginsel van het getrouwe beeld aldus niet mag worden gebruikt om het beginsel van de waardering tegen historische kostprijs buiten werking te stellen. Het Hof van Justitie stelt verder in haar arrest dat een afwijking kan wanneer de toepassing van de waardering tegen historische kostprijs een vertekend beeld zou geven van het vermogen, de financiële positie en de resultaten van de vennootschap maar dat een te lage opgave van de activa in de rekeningen van de vennootschappen op zich geen uitzonderlijk geval vormt aangezien dit het logische gevolg is van de keuze die de wetgever heeft gemaakt om de waarderingsmethode niet op de werkelijke waarde, maar op de historische kost te baseren.

**27.** Indien op fiscaal vlak geen bijzondere wettelijke bepaling bestaat betreffende de te hanteren aanschaffingswaarde van activa, dienen de boekhoudrechtelijke bepalingen ook vanuit fiscaal oogpunt verplicht te worden gevolgd.

**28.** De aankoop van de aandelen van vennootschap X door vennootschap T genereert in hoofde van vennootschap T geen belastbare winst in de zin van artikel 24, eerste lid, 1°, WIB 92, aangezien deze aandelen dienen te worden geboekt aan aanschaffingswaarde en deze aankoop op boekhoudkundig vlak geen aanleiding geeft tot het uitdrukken van een winst indien de aanschaffingswaarde van deze aandelen objectief bekeken (en dus zonder rekening te houden met de bijzondere omstandigheden eigen aan deze transactie) lager zou liggen dan de werkelijke waarde ervan.

#### III.B.4. Inzake de toepassing artikel 24, eerste lid, 2°, WIB 92 ten name van vennootschap T

**29.** Artikel 24, eerste lid, 2°, WIB 92, beoogt de principiële belastbaarheid van alle vermeerderingen van activa, die voor het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid worden gebruikt (met inbegrip van voorraden en bestellingen in uitvoering), en alle uit die werkzaamheid volgende verminderingen van passiva, wanneer die meerwaarden en die minderwaarden ofwel verwezenlijkt ofwel in de boekhouding of jaarrekening uitgedrukt zijn.

**30.** De aandelen van vennootschap X dienen bij vennootschap T te worden geboekt aan aanschaffingswaarde. Op het moment van de verkrijging van de aandelen van vennootschap X (beneden marktwaarde) wordt er bijgevolg geen meerwaarde in de boekhouding uitgedrukt.

**31.** Bovendien is er van een verwezenlijking van een meerwaarde pas sprake op het ogenblik dat de participatie in vennootschap X het vennootschapsvermogen van vennootschap T zal verlaten aangezien er dan pas sprake is van een realisatie.

**32.** Derhalve kan worden besloten dat artikel 24, eerste lid, 2°, WIB 92 geen toepassing vindt.

#### III.B.5. Inzake de toepassing artikel 24, eerste lid, 4°, WIB 92 ten name van vennootschap T

**33.** Artikel 24, eerste lid, 4°, WIB 92 bepaalt dat wanneer, in strijd met de boekhoudkundige of fiscale bepalingen, activabestanddelen werden ondergewaardeerd of passivabestanddelen werden overgewaardeerd, deze bestanddelen moeten worden behandeld als zogeheten "onzichtbare" reserves, d.w.z. reserves die verborgen zijn en niet onder hun normale benaming op de balans voorkomen.

**34.** In casu zullen de aandelen van vennootschap X bij vennootschap T worden gewaardeerd aan aanschaffingswaarde, hetgeen in overeenstemming is met de boekhoudkundige en fiscale waarderingsregels.

**35.** Derhalve kan worden besloten dat artikel 24, eerste lid, 4°, WIB 92 geen toepassing vindt.

### *III.C. Betreffende de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap T*

#### III.C.1. Inzake het belastingneutrale karakter van de geplande fusie

**36.** De vennootschappen X en T zijn twee operationele vennootschappen. Vennootschap X fungeert binnen de groep als holdingvennootschap. Vennootschap X bezit verder een onroerend goed en heeft naast de functie van bestuurder van vennootschap Y verschillende andere activiteiten. Vennootschap T heeft eigen activiteiten en is tevens actief als holdingvennootschap en bestuurder van vennootschappen, onder meer als (gedelegeerd) bestuurder van vennootschap Y.

**37.** De aandelen van vennootschap T zullen op de moment van de fusie voor 100% worden aangehouden door mevrouw T. De aandelen van vennootschap X zullen op de moment van de fusie worden aangehouden door mevrouw T en vennootschap T.

**38.** Nadat de heer S alle aandelen binnen de groep heeft overgedragen en alzo volledig uit de groep is getreden, wenst men over te gaan tot een fusie waarbij vennootschap X zal worden overgenomen door vennootschap T. De aanvragers hebben bevestigd dat de beoogde verrichting een fusie door overneming betreft zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/1, a), WIB 92.

**39.** Met de voorgenomen transactie wenst men een vereenvoudiging en centralisatie van de groepsstructuur te bekomen na de uitstap van de heer S, waarbij de groep wordt gecentraliseerd onder de holdingvennootschap T waarvan mevrouw T hoofdaandeelhouder is. De aanvragers stellen dat op die manier een adequate structuur tot stand komt die de continuïteit, de organisatie en de opvolging van de groep moet garanderen.

**40.** De aanvragers hebben bevestigd dat al het personeel van vennootschap X zal overgaan naar vennootschap T waaruit blijkt dat de activiteiten van de overgenomen vennootschap bij voortduur zullen worden verdergezet binnen de overnemende vennootschap.

**41.** Zowel de overnemende vennootschap T als de overgenomen vennootschap X zijn winstgevend en hebben een belastbare basis. Zij beschikken niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen.

**42.** Noch vennootschap X, noch vennootschap T hebben belastingvrije reserves, herwaarderingsmeerwaarden of kapitaalsubsidies.

**43.** Vennootschap T zal voorafgaand aan de fusieverrichting overgaan tot de aankoop van een deel van de aandelen van vennootschap X en zal volgens de aanvragers hiervoor geen externe financiering aangaan. Het bedrag zal evenwel gespreid in de tijd worden betaald aan de heer S. Er werd door de aanvragers bevestigd dat de lening niet rentedragend zal zijn en met prognoses werd aangetoond dat vennootschap T ook zonder fusie in staat is om deze lening gespreid in de tijd terug te betalen.

**44.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de geplande fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap T plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

**45.** De overnemende vennootschap T is een binnenlandse vennootschap.

**46.** Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de geplande fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap T kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

**III.C.2. Inzake de toepassing van de DBI-aftrek op het naar aanleiding van de geplande fusie in hoofde van vennootschap T gerealiseerde fiscale fusieresultaat**

**47.** Artikel 202, § 1, 2°, WIB 92 stelt dat van de winst van het belastbare tijdperk mede worden afgetrokken in zover ze erin voorkomen: ‘in zover het een dividend betreft waarop de artikelen 186, 187 of 209 of gelijkaardige bepalingen naar buitenlands recht zijn toegepast, het positieve verschil tussen de verkregen sommen of de waarde van de ontvangen bestanddelen en de aanschaffings- of beleggingsprijs van de aandelen die worden verkregen, terugbetaald of geruild door de vennootschap die ze had uitgegeven, eventueel verhoogd met de desbetreffende voorheen uitgedrukte en niet vrijgestelde meerwaarden’.

**48.** Artikel 209, eerste lid, WIB 92 bepaalt: ‘wanneer het maatschappelijk vermogen van een vennootschap wordt verdeeld ten gevolge van ontbinding of om enige andere reden, wordt als een uitgekeerd dividend aangemerkt het positieve verschil tussen de uitkeringen in geld, in effecten of in enige andere vorm, en de gerevaloriseerde waarde van het gestorte kapitaal’.

**49.** Artikel 210, § 1, 1°, WIB 92 stelt : ‘De artikelen 208 en 209 zijn mede van toepassing bij fusie door overneming, bij fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap, bij splitsing door overneming, bij splitsing door oprichting van nieuwe vennootschappen, bij gemengde splitsing of bij met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting’.

**50.** Artikel 211, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92 stelt : ‘Ingeval van fusie, splitsing of met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting als bedoeld in artikel 210, § 1, 1°, en ingeval van met splitsing gelijkgestelde verrichting als bedoeld in artikel 210, § 1, 1°*bis* blijft belastingheffing ingevolge artikel 209 voor het overige achterwege in de mate dat de inbrengen worden vergoed met nieuwe aandelen die daartoe worden uitgegeven, of in de mate dat, in de in § 2, derde lid, bedoelde gevallen, de overnemende of verkrijgende vennootschap de vóór de verrichting bij de overgenomen of gesplitste vennootschap aanwezige vrijgestelde reserves, die niet zijn verbonden aan een buitenlandse inrichting van deze vennootschap gelegen in een Staat waarmee België een overeenkomst ter vermijding van de dubbele belasting heeft ondertekend, overneemt’.

**51.** Hieruit volgt dat, in de mate dat de inbrengen niet worden vergoed met nieuw uitgegeven aandelen, de bepalingen van artikel 209 WIB 92 van toepassing zijn en bijgevolg ten name van de aandeelhouder-vennootschap in voorkomend geval een belastbaar dividend ontstaat dat overeenkomstig artikel 202, § 1, 2°, WIB 92 in aanmerking komt voor de DBI-aftrek.

**52.** Bij de voorgenomen fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap T zal vennootschap T een deel van de aandelen van de over te nemen vennootschap bezitten. Bij een fusie zal de inbreng door de overgenomen vennootschap die wordt vertegenwoordigd door de aandelen die voorafgaand aan de fusie worden aangehouden door de overnemende vennootschap, niet worden vergoed met nieuwe aandelen, maar zullen de voorafgaandelijk aangehouden aandelen van de overgenomen vennootschap worden ingetrokken. Het eigen vermogen van de overgenomen vennootschap dat wordt vertegenwoordigd door de ingetrokken aandelen zal verdwijnen. Als gevolg hiervan zal er een positief of negatief boekhoudkundig resultaat op de ingetrokken aandelen worden gerealiseerd.

**53.** In casu wordt door de aanvragers verwacht dat bij de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap T een positief boekhoudkundig resultaat zal worden gerealiseerd aangezien de boekwaarde op de balans van vennootschap T van de participatie in vennootschap X op het ogenblik van de fusie lager zal zijn dan het corresponderende boekhoudkundig eigen vermogen van vennootschap X.

**54.** Op fiscaal vlak zal vennootschap T een dividend ontvangen gelijk aan het positieve verschil tussen het corresponderende deel van de fiscale nettowaarde van de overgenomen vennootschap en de fiscale waarde van de aandelen van deze vennootschap ten name van vennootschap T. Het aldus bekomen (positief) fiscaal resultaat kan voor 100% van de belastbare winst van vennootschap T worden afgetrokken in toepassing van artikel 202, § 1, 2°, WIB 92.

#### III.C.3. Inzake de gevolgen van de fusie voor mevrouw T

**55.** Artikel 18 , eerste lid, 2°*ter*, WIB 92 stelt het volgende:

> “Dividenden omvatten:
>
> 2°*ter* uitkeringen die worden aangemerkt als dividenden in de artikelen 186, 187 en 209 in geval van gehele of gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen van een binnenlandse of buitenlandse vennootschap of van verkrijging van eigen aandelen door een dergelijke vennootschap;”

**56.** De voorgenomen fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap T zal belastingneutraal kunnen plaatsvinden (zie randnummer 46) en zal bijgevolg niet leiden tot de toekenning van een belastbaar dividend in de zin van artikel 18, eerste lid, 2°*ter*, WIB 92.

**57.** Naar aanleiding van de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap T zal mevrouw T nieuwe aandelen van de overnemende vennootschap T ontvangen in ruil voor de oude aandelen van vennootschap X.

**58.** Gelet op het feit dat de aandelenruil plaatsvindt naar aanleiding van een belastingneutrale fusie als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92 en de belastingneutraliteit van een dergelijke verrichting eveneens geldt ten aanzien van de aandeelhouders, blijven de nieuwe in ruil ontvangen aandelen van de overnemende vennootschap T dezelfde aanschaffingswaarde behouden als de geruilde aandelen van de overgenomen vennootschap X, zodat in casu artikel 90, eerste lid, 1° of 9°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 niet van toepassing is.

#### III.C.4. Inzake de toepassing van artikel 48, § 2, W.Btw

**59.** De partijen bij de voorgenomen fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap T behoren tot dezelfde btw-eenheid.

**60.** Alle leveringen van goederen en diensten die worden verricht tussen de leden van de btw-eenheid (de zogenaamde interne handelingen) vallen, zonder uitzondering, buiten de werkingssfeer van de belasting.

**61.** De overdracht van alle activa (en passiva), die in het kader van de hierboven bedoelde fusie wordt verricht tussen leden van dezelfde btw-eenheid, wordt aangemerkt als een interne handeling.

**62.** De overdracht van deze activa (en passiva) door middel van de fusie valt derhalve buiten de werkingssfeer van de btw en geeft in principe dan ook geen aanleiding tot herziening van de oorspronkelijk afgetrokken btw overeenkomstig artikel 48, § 2, W.Btw, in de veronderstelling uiteraard dat deze overgedragen activa ingevolge fusie in dezelfde mate als vóór de fusie verder worden gebruikt voor handelingen met derden (externe handelingen) die recht op aftrek van btw verlenen.

**III.C.5. Inzake de toepassing van artikel 117, § 1, federaal W.Reg.**

**63.** Volgens artikel 117, § 1, federaal W.Reg. is het bij artikel 115 en 115*bis* federaal W.Reg. bepaalde recht niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit van goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in een of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.

**64.** Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde dat:

\- de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen;

\- eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde of, bij gebrek aan een nominale waarde, van de fractiewaarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt. Indien het Belgisch of buitenlands recht dat de verkrijgende vennootschap beheerst niet in een begrip gelijkaardig aan dat van het kapitaal van een naamloze vennootschap voorziet, wordt met de fractiewaarde gelijkgesteld, de inbrengwaarde, zoals die blijkt uit de jaarrekening, van alle door de aandeelhouders of vennoten toegezegde inbrengen in geld of in natura, met uitzondering van de inbrengen in nijverheid, in voorkomend geval verhoogd met de reserves die op grond van een statutaire bepaling slechts aan de aandeelhouders of vennoten kunnen worden uitgekeerd mits een statutenwijziging.

**65.** Er zal een fusie door overneming plaatsvinden waarbij vennootschap X wordt overgenomen door vennootschap T. Bij deze verrichting zal de inbreng worden gedaan door een Belgische vennootschap. Hierdoor is voldaan aan de eerste voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

**66.** De inbreng ingevolge de fusie waarbij vennootschap X zal worden overgenomen door vennootschap T, zal gedeeltelijk worden vergoed in aandelen. Er zal verder geen opleg in geld plaatsvinden.

**67.** Het feit dat in geval van deze fusie de inbreng slechts gedeeltelijk wordt vergoed in aandelen (zie randnummer 52), is geen bezwaar voor de toepassing van de vrijstelling voorzien in artikel 117, § 1, federaal W.Reg., aangezien het Hof van Cassatie in zijn arrest van 9 maart 2006 (Rep. RJ R 117,§ 1/10-01) heeft beslist dat zelfs een geruisloze fusie zonder uitgifte van aandelen kan genieten van de vrijstelling voorzien in artikel 117, § 1, federaal W.Reg.

**68.** De voorgenomen fusie door overneming gebeurt door inbreng van het gehele vermogen, zowel actief en passief, van de over te nemen vennootschap, waardoor er wordt voldaan aan de notie van een universaliteit van goederen, zoals bepaald in artikel 117, § 1, federaal W.Reg.

**69.** Derhalve kan worden besloten dat de fusie kan genieten van de vrijstelling van evenredige registratierechten zoals voorzien in artikel 117, § 1, federaal W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht bij toepassing van artikel 167 federaal W.Reg.

**70.** Voor de toepassing van de registratierechten wordt de verrichting beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

## Textes cités

1

[CTVA art. 48](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-48) 2 occurrences
