---
title: "Décision anticipée 2024.0258 · La rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l&#x27;annexe"
description: "La rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l'annexe à l’ AR nr. 20, Démolition et reconstruction. Décision anticipée belge n° 2024.0258 du 18 juin 2024."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2024-0258-rubrique-xxxvii-tableau-annexe-demolition-31cc"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# La rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l'annexe · TVA - La rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l'annexe à l’ AR nr. 20 - Démolition et reconstruction

**Numéro**

2024.0258

**Date**

18 juin 2024

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

100 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2024.0258 du 18.06.2024

*TVA* · *La rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l'annexe à l’ AR nr. 20* · *Démolition et reconstruction*

## Résumé

Le projet de construction envisagé entre, en soi, en considération pour l’application du taux de TVA réduit de 6 % conformément la rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l'annexe à l'arrêté royal n° 20 du 20 juillet 1970 fixant les taux de la taxe sur la valeur ajoutée et déterminant la répartition des biens et des services selon ces taux, insérée par la loi-programme du 22 décembre 2024 en ce qui concerne la livraison des constructions par le demandeur aux bénéficiaires des unités d’habitation respectifs.

L’application effective du taux réduit dépend en outre des conditions imposées à la rubrique XXXVII § 3 et suivants du tableau A de l'annexe de l’AR n° 20, à savoir principalement la destination que l’acquéreur va donner au logement, la possession faisant potentiellement obstacle dans le chef de l’acquéreur, la limite de superficie et les formalités à remplir.

Quoi qu’il en soit, ce régime du taux réduit de 6 % est temporaire et ne s’applique que lorsque la taxe due sur la livraison est, conformément à l’[article 17, § 1 du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-17), exigible au plus tard le 31 décembre 2024.

## Texte de la décision

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. Het betreft een project bestaande het verbouwen en wijzigen van de functie van een voormalig X, met inrichting van een handelsruimte en twee woongelegenheden, zijnde duplex appartementen. Daarnaast worden op het aangrenzende braakliggend terrein nieuwbouwappartementen gebouwd.

2\. X is een grondvennootschap die actief (bebouwde) terreinen aankoopt waarop residentiële bouwprojecten ontwikkeld kunnen worden met het oog op verkoop. Commerciële ruimtes worden enkel in projecten verwerkt wanneer de stedenbouwkundige voorschriften dit vereisen. X treedt op als bouwheer.

## II. Vraagstelling

3\. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in onderdeel 4 van de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag er toe om

anderzijds bevestiging te verkrijgen omtrent de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXVII Afbraak en heropbouw van woningen § 3 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven;

en anderzijds bevestiging te verkrijgen omtrent het feit dat de uitgevoerde werken tot gevolg hebben dat het onroerend goed te beschouwen is als een nieuw gebouw voor btw doeleinden.

## III. Beslissing

4\. De voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van voormelde wet van 24 december 2002 werden nageleefd.

### *III.A. Inzake het verlaagd btw-tarief afbraak en heropbouw*

**III.A.1. Het juridisch kader.**

5\. Rubriek XXXVII Afbraak en heropbouw van woningen § 3 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, ingevoegd via artikel 57 van de programmawet van 22 december 2023 en in werking getreden op 1 januari 2024, luidt als volgt:

Het verlaagd tarief van 6 pct. is van toepassing op de levering van woningen en het bijhorend terrein, alsook op de vestiging, overdracht of wederoverdracht van de zakelijke rechten in de zin van [artikel 9, tweede lid, 2°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-9), van het Wetboek, op een woning en het bijhorend terrein, die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer:

1° de aanvraag voor de omgevingsvergunning met betrekking tot de handelingen inzake de heropbouw van een woning werd ingediend bij de bevoegde overheid vóór 1 juli 2023;

2° de op die handelingen verschuldigde belasting uiterlijk op 31 december 2024 opeisbaar is overeenkomstig [artikel 17, § 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-17), van het Wetboek.

6\. Op 1 januari 2024 werd een nieuwe permanente regeling van kracht voor een verlaagd btw-tarief met betrekking tot de afbraak en heropbouw van gebouwen op het hele Belgische grondgebied.

In het kader van de nieuwe permanente maatregel worden de leveringen van woningen, en de vestiging, overdracht en wederoverdracht van zakelijke rechten op dergelijke goederen, als gevolg van een afbraak en heropbouw van gebouwen, niet mee opgenomen.

Bijgevolg genieten dergelijke leveringen en vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op dergelijke goederen niet (langer) van een verlaagd btw-tarief.

7\. Aangezien de toepassingsvoorwaarden van de nieuwe permanente regeling aldus zowel verschillen van die van de bestaande tijdelijke regeling ([artikel 1 quater van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3)) , als van die van de gewezen permanente regeling m.b.t. de 32 stadsgebieden (rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20), werd er in overgangsmaatregelen voorzien voor die gevallen die vanaf 1 januari 2024 onder de nieuwe permanente regeling geen recht meer geven op een verlaagd btw-tarief, terwijl dat onder de vigerende regelingen wel het geval was.

8\. Voor de levering van nieuwe woningen na de afbraak van een gebouw, voorziet rubriek XXXVII, § 3, nieuw, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 in een overgangsmaatregel, waardoor bepaalde lopende projecten tot 31 december 2024 in aanmerking kunnen blijven komen voor het verlaagde btw-tarief van 6 pct.

9\. Om invulling te geven aan die overgangsmaatregel, herneemt rubriek XXXVII, § 3, nieuw, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 de toepassingsvoorwaarden van [artikel 1quater, § 3, van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3), waaraan twee temporale voorwaarden worden toegevoegd ter beperking van het toepassingsgebied in de tijd.

10\. Bijgevolg kunnen de toepassingsvoorwaarden van [artikel 1quater, § 3, van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3) aangewend worden voor de toepassing van rubriek XXXVII, § 3, nieuw van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, rekening houdend met de twee nieuwe temporale voorwaarden.

Bijkomend kan een beroep worden gedaan op de [circulaire 2021/C/18](https://juriel.be/fr/circulaires/2021-c-18-taux-reduit-tva-applicable-temporairement-19c8) dd. 25.02.2021 betreffende het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen in het hele Belgische grondgebied en de levering ervan, en op de ‘Praktische toepassingsgevallen met betrekking tot het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan’ dd. 06.06.2021. De commentaar en de praktische toepassingsgevallen kwamen tot stand n.a.v. de invoering van [artikel 1quater, § 3, van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3).

De [circulaire 2024/C/30](https://juriel.be/fr/circulaires/2024-c-30-taux-reduit-tva-applicable-demolition-37f7) en 2024/C/32 verschenen n.a.v. de nieuwe permanente regeling verwijzen onder meer voor de toepassing van de overgangsmaatregelen uitdrukkelijk naar de [circulaire 2021/C/18](https://juriel.be/fr/circulaires/2021-c-18-taux-reduit-tva-applicable-temporairement-19c8) en de FAQ 06.06.2021.

Voor wat betreft de eerste nieuwe temporale voorwaarde, zijnde de aanvraag voor de omgevingsvergunning met betrekking tot de handelingen inzake de heropbouw van een woning is de datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de vergunning officieel werd ontvangen door de bevoegde overheid, wat blijkt uit een ontvangstbewijs, dan wel uit een administratieve beslissing in die zin of uit de vergunning zelf.

#### III.A.2. Toepassing in casu

*III.A.2.a. Toepassing in casu i.v.m. de eerste temporale voorwaarde.*

11\. De toepassing van rubriek XXXVII, § 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 is onderworpen aan twee temporale voorwaarden.

De eerste temporale voorwaarde heeft betrekking op de aanvraag voor de omgevingsvergunning met betrekking tot de handelingen inzake de heropbouw van een woning. Deze aanvraag bij de bevoegde overheid dient zich te situeren vóór 1 juli 2023.

12\. De aanvrager verklaart dat de omgevingsvergunning voor het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een wooncomplex op 21 juni 2021 werd verkregen.

13\. Tijdens de eerste sloopwerken -de renovatiewerken namen reeds een aanvang- bleken de bestaande muren niet structureel ingebonden te zijn. Hierdoor was het onmogelijk om een binnenmuur, de vrijstaande rechter zijmuur en een gedeelte van de achtermuur te behouden. De bestaande dakstructuur was ook structureel niet meer in orde.

Op 3 mei 2022 vond er een rondgang plaats met de dienst Monumentenzorg. Tijdens deze rondgang/bespreking verleende de dienst Monumentenzorg haar akkoord met de voormelde afbraakwerken. Volgens de aanvrager kunnen hierdoor deze bijkomende afbraakwerken uitgevoerd worden binnen de bestaande omgevingsvergunning en kunnen de nodige bijkomende funderingswerken worden uitgevoerd. Op 20 maart 2024 bevestigde de architect dat deze werken kaderen binnen de bestaande omgevingsvergunning.

Na afloop van de bouwwerkzaamheden is het in dergelijke grote projecten gangbaar dat een regularisatievergunning wordt aangevraagd omdat er door onvoorziene omstandigheden altijd kleine wijzigingen worden aangebracht aan de oorspronkelijke plannen. Aangezien de bijkomende afbraakwerken die uitgevoerd werden aan het pand, dat het voorwerp uitmaakt van huidige aanvraag, kaderen binnen de bestaande omgevingsvergunning, dienen deze bijkomende afbraakwerken strikt gezien niet mee te worden opgenomen in de regularisatieaanvraag. Bijgevolg verklaart de aanvrager dat deze bijkomende afbraakwerken formeel gezien niet mee opgenomen zullen worden in de regularisatieaanvraag.

14\. De aanvraag voldoet aan de eerste temporale voorwaarde, opgenomen in XXXVII, § 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, zijnde een aanvraag vóór 1 juli 2023 voor de omgevingsvergunning met betrekking tot de handelingen inzake de heropbouw van een woning ingediend te hebben bij de bevoegde overheid.

*III.A.2.b. Toepassing in casu i.v.m. criterium van eenheid.*

15\. De gunstmaatregel opgenomen in rubriek XXXVII, § 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 heeft in principe enkel betrekking op projecten die worden uitgevoerd, vanaf de afbraak van het gebouw tot de levering van de woning, door dezelfde belastingplichtige.

16\. De aanvrager verklaart dat sloop en heropbouw zal gebeuren door of voor rekening van X. X, eigenaar van het terrein treedt als bouwheer op, en zal vervolgens verkopen.

17\. Aan het criterium van éénheid van de belastingplichtige is voldaan.

*III.A.2.c. Toepassing in casu i.v.m. criterium van volledige sloop.*

18\. De [circulaire 2024/C/30](https://juriel.be/fr/circulaires/2024-c-30-taux-reduit-tva-applicable-demolition-37f7) dd. 26.04.2024 stelt in 3.2. dat er sprake dient te zijn van de sloop van een volledig gebouw. Ook de eerdere [circulaire 2021/C/18](https://juriel.be/fr/circulaires/2021-c-18-taux-reduit-tva-applicable-temporairement-19c8) dd. 25.02.2021 stelt uitdrukkelijk in punt 3.2 in fine dat er sprake dient te zijn van een volledige sloop.

19\. Evenwel voorziet de [circulaire 2024/C/30](https://juriel.be/fr/circulaires/2024-c-30-taux-reduit-tva-applicable-demolition-37f7) dd. 26.04.2024 eveneens in punt 3.2 in een administratieve tolerantie.

In het geval er sprake is van een ingrijpende verbouwing van een oud gebouw waarbij de werken ingevolge afbraak niet meer op een relevante wijze steunen op oude dragende muren en, meer algemeen, op de wezenlijke elementen van de structuur van het oude gebouw, derwijze dat de werken niet in aanmerking komen voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief bij renovatie (rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 inzake btw-tarieven) worden deze werken voor de toepassing van deze regeling gelijkgesteld met de afbraak en heropbouw van een gebouw.

Die administratieve toegeving was ook vervat in de eerdere [circulaire 2021/C/18](https://juriel.be/fr/circulaires/2021-c-18-taux-reduit-tva-applicable-temporairement-19c8) dd. 25.02.2021, zij het evenwel minder strikt omschreven.

20\. De aanvrager verklaart en illustreert met foto’s dat na de start van renovatiewerken de bestaande muren niet structureel ingebonden bleken te zijn. Hierdoor was het onmogelijk om een binnenmuur, de vrijstaande rechter zijmuur en een gedeelte van de achtermuur te behouden. De bestaande dakstructuur was ook structureel niet meer in orde. Als gevolg werden deze delen, na overleg met en goedkeuring van de dienst Monumentenzorg, afgebroken. Hierdoor wordt enkel de voorgevel, twee binnenmuren (op het gelijkvloers), de gemeenschappelijke linkermuur en een gedeelte van de achtergevel behouden.

De architect heeft bevestigd dat 80 % van de oude dragende structuren afgebroken worden. De nota van de architect, die in de aanvraag werd verwerkt, is als bijlage bij de aanvraag ingesloten.

21\. Bijgevolg kan een beroep worden gedaan op de administratieve tolerantie.

*III.A.2.d. Toepassing in casu i.v.m. sloop van een gebouw met een significante omvang.*

22\. Voor de definitie van een gebouw wordt enerzijds een beroep gedaan op de definitie in artikel 1, § 9, 1° W.BTW en anderzijds op de omschrijving in punt 3.2.1 van de [circulaire 2024/C/30](https://juriel.be/fr/circulaires/2024-c-30-taux-reduit-tva-applicable-demolition-37f7) dd 26.04.2024 (en van punt 3.2. van [circulaire 2021/C/18](https://juriel.be/fr/circulaires/2021-c-18-taux-reduit-tva-applicable-temporairement-19c8) dd. 25.02.2021).

Het betreft enerzijds de definitie van ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden en anderzijds de definitie van alle gebouwde onroerende goederen uit hun aard waaraan een kadastraal inkomen van gebouwd onroerend goed kan worden toegekend (gewone huizen en villa's, flats, nijverheids-, handels- of landbouwgebouwen).

23\. Voor wat betreft het begrip significante omvang stelt de circulaire het volgende: met betrekking tot het feit of de omvang van een gebouw betekenisvol is ten opzichte van de nieuwe constructies omschrijft de wetgeving niet de draagwijdte van het begrip 'significant' terwijl de administratie niet de bevoegdheid heeft normatieve criteria terzake op te leggen. Het blijft bijgevolg een feitenkwestie.

24\. Het voormalige X is te beschouwen als een ‘gebouw’ voor de toepassing van de BTW en het te renoveren gebouw heeft een significante omvang in verhouding tot het nieuw opgerichte gebouw.

25\. Er is voldaan aan de voorwaarde van sloop van een gebouw met significante omvang.

*III.A.2.e. Toepassing in casu i.v.m. afbraak en heropbouw op hetzelfde kadastrale perceel.*

26\. Rubriek XXXVII Afbraak en heropbouw van woningen § 3 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven stelt uitdrukkelijk dat de afbraak en heropbouw op hetzelfde kadastraal perceel dient te gebeuren.

27\. De voorwaarde van de afbraak en heropbouw op hetzelfde kadastraal is vervuld.

*III.A.2.f. Toepassing in casu i.v.m. elementen die buiten het beslissingskader vallen.*

28\. De gunstmaatregel opgenomen in rubriek XXXVII, § 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 is onderhevig aan tal van voorwaarden. Die voorwaarden zijn vermeld in §3 maar ook in de daaropvolgende paragrafen.

29\. Het betreft voorwaarden waarover in voorliggende beslissing geen uitspraken wordt over gedaan.

30\. Zo is de oppervlakte, het maximum, van de nieuw te bouwen woonunits een voorwaarde. De oppervlakte dient per woonkavel onder de grens van 200m² te blijven.

De oppervlakte van de woonunits blijft een feitelijk element waarover geen uitspraak wordt gedaan, en bijgevolg nog steeds het voorwerp kan uitmaken van een latere nazicht.

31\. Over de bestemming van de woonkavels, het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de verkrijger (enige en hoofdzakelijk eigen woning dan wel sociale verhuur) en de te vervullen formaliteiten wordt evenmin uitspraak gedaan.

32\. Een belangrijk aandachtspunt bij de toepassing van het verlaagd btw-tarief op het voorgelegd project ligt in het tijdelijk karakter van de regeling. Zo zal het verlaagd tarief van 6 procent maar van toepassing zijn op de levering van de woongelegenheden door X aan de verkrijger wanneer de op deze levering verschuldigde belasting overeenkomstig artikel 17, §1 Wb. Btw opeisbaar is uiterlijk op 31 december 2024.

Dit betreft de zogenaamde tweede temporale voorwaarde opgenomen in rubriek XXXVII, § 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20.

### *III.B. Kwalificatie als nieuw gebouw voor btw-doeleinden*

**III.B.1. Het juridisch kader.**

33\. Verbouwde oude gebouwen kunnen na de verbouwingswerken in bepaalde gevallen en voor een tweejarige btw-nieuwheidstermijn worden aangemerkt als nieuwe gebouwen waarop de vrijstelling van btw niet van toepassing is.

34\. De term ‘verbouwing’ suggereert op zijn minst dat het betrokken gebouw veranderingen van betekenis moet hebben ondergaan, die zijn bedoeld om het gebruik ervan te wijzigen of om de omstandigheden waaronder het wordt betrokken, ingrijpend aan te passen. Deze interpretatie sluit overigens aan bij het doel van de btw-richtlijn 2006/112/EG van 28.11.2006, dat er met name in bestaat een handeling te belasten die de waarde van het betrokken goed beoogt te verhogen. Voor een oud gebouw ontstaat die toegevoegde waarde wanneer het dermate ingrijpend wordt verbouwd dat het op één lijn kan worden gesteld met een nieuw gebouw.

35\. Er zijn twee gevallen waarin de btw-administratie aanvaardt dat verbouwde oude gebouwen na de verbouwingswerken btw-technisch worden aangemerkt als nieuwe gebouwen, namelijk:

i. wanneer een gebouw ingevolge de erin uitgevoerde werken (ongeacht hun kostprijs) een ingrijpende wijziging in zijn wezenlijke elementen heeft ondergaan, namelijk in zijn aard, zijn structuur en, in voorkomend geval, in zijn bestemming (eerste geval, toegepast als verplichting), of;

ii. wanneer op het tijdstip van de voltooiing van de werken de kostprijs, exclusief btw, van de door de eigenaar of door derden voor zijn rekening uitgevoerde materiële werken aan het gebouw zelf, ten minste 60% bereikt van de verkoopwaarde van het gebouw waaraan de werken werden uitgevoerd, de grond buiten beschouwing gelaten (tweede geval, toegepast als optionele tolerantie; waardenorm, geen oppervlaktenorm).

36\. Overeenkomstig het eerste geval zal een bestaand gebouw voor de btw nieuw zijn in het geval dat het oude gebouw als gevolg van de erin uitgevoerde materiële werken een ingrijpende (radicale) wijziging in zijn wezenlijke elementen heeft ondergaan, namelijk in zijn aard, zijn structuur en, in voorkomend geval, in zijn bestemming. In zulk een geval wordt geen rekening gehouden met de kostprijs van de werken vergeleken met de waarde van het gebouw vóór de betreffende wijziging.

Een dergelijke ingrijpende (radicale) wijziging gaat in principe gepaard met werken aan draagmuren, vloeren, traphallen, liftkoker, e.a.

De wijzigingen in de aard en vooral in de structuur dienen bij de beoordeling van het nieuwheidskarakter van het gebouw in aanmerking te worden genomen.

Een bestemmingswijziging, ook al is ze van betekenis, van het betrokken onroerend goed is volgens de rulingdienst op zich geen doorslaggevend criterium om te beoordelen of voor de toepassing van de btw een oud gebouw na de uitvoering van de werken al dan niet als nieuw moet worden aangemerkt.

37\. Als de uitgevoerde werken een belangrijke wijziging aan het gebouw aanbrengen, is het vaak moeilijk vast te stellen of het gebouw hierdoor wel een ingrijpende (radicale) wijziging in zijn wezenlijke elementen heeft ondergaan (zoals in het eerste geval).

De btw-administratie aanvaardt in dat geval (het tweede geval) dat het gaat om een nieuw gebouw wanneer de kostprijs, exclusief btw, van de door de eigenaar of door derden voor zijn rekening uitgevoerde werken aan het gebouw zelf, minstens 60% bedraagt van de verkoopwaarde van het gebouw, exclusief de grond, wanneer de werken voltooid zijn. Er wordt hierbij rekening gehouden met de waarde van de ‘materiële’ onroerende werken, inclusief de noodzakelijke afbraakwerken.

Intellectueel werk, zoals de erelonen van een architect of van een veiligheidscoördinator, wordt echter niet meegerekend.

De verkoopwaarde van het afgewerkte gebouw wordt bepaald rekening houdend met artikel 32, eerste lid en artikel 36 W.BTW.

38\. In beide gevallen dient de uitgevoerde verbouwing aanleiding te geven tot de wijziging van het kadastraal inkomen dat aan het gebouw was toegekend vóór de aanvang van de werken.

39\. Als het gebouw tijdens de verbouwingswerken niet doorlopend in gebruik blijft, zal de btw-nieuwheidstermijn in deze beginnen te lopen vanaf de eerste ingebruikneming of inbezitneming van het gebouw die plaatsvindt na afloop van de werken.

#### III.B.2. Toepassing in casu

40\. De architect heeft bevestigd dat 80 % van de oude dragende structuren afgebroken worden. De nota van de architect, die in de aanvraag werd verwerkt, is als bijlage bij de aanvraag ingesloten.

41\. Bijgevolg kan worden aanvaard, zoals verwoord door de aanvrager, dat er in dit geval sprake is van een ingrijpende verbouwing van een oud gebouw waarbij de werken ingevolge de afbraak niet langer op een relevante wijze steunen op oude dragende muren en op de wezenlijke elementen van de structuur van het oude gebouw.

42\. De werken zullen verder ook aanleiding moeten geven tot een aanpassing van het kadastraal inkomen.

**Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overwegingen zoals vermeld in deel IV beslist het College van de DVB in zitting van 18 juni 2024 dat:**

43\. Het voorgenomen bouwproject in aanmerking komt voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 procent overeenkomstig de rubriek XXXVII Afbraak en heropbouw van woningen § 3 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven met betrekking tot de levering van de woongelegenheden door vennootschap x aan de verkrijgers van de respectievelijke woongelegenheden;

44\. de effectieve toepassing van het verlaagd tarief verder afhankelijk is van in de rubriek XXXVII Afbraak en heropbouw van woningen § 3, §4, §5 en §6 van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 opgelegde voorwaarden, zijnde in hoofdzaak de bestemming die de verkrijger aan de woonkavel geeft, het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de verkrijger, de oppervlaktegrens en de te vervullen formaliteiten;

45\. de effectieve toepassing van het verlaagd tarief voor wat betreft de assistentiewoningen verder afhankelijk is van de voorwaarde van eigen bewoning zoals aangegeven in nummer 1.3. van de ‘Praktische toepassingsgevallen met betrekking tot het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan’.

46\. deze regeling inzake het verlaagd tarief van 6 procent tijdelijk is en maar van toepassing is wanneer de op de levering verschuldigde belasting overeenkomstig artikel 17, §1 Wb. Btw opeisbaar is uiterlijk op 31 december 2024.

47\. gelet op de onroerende werken en de hiervoor aangehaalde feitelijke omstandigheden, en voor zover de hiervoor bedoelde werken verder ook aanleiding geven tot een aanpassing van het kadastraal inkomen van het bedoelde gebouw, het voormalig X, na deze werken in zijn totaliteit voor btw-doeleinden als nieuw kan worden beschouwd;

## Textes cités

3

[AR no 20 art. 1quater](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3) 4 occurrences

[CTVA art. 17](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-17) 2 occurrences

[CTVA art. 9](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-9) 1 occurrence
