---
title: "Décision anticipée 2023.0929 · La rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l&#x27;annexe"
description: "La rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l'annexe à l’ AR nr. 20, Démolition et reconstruction. Décision anticipée belge n° 2023.0929 du 20 février 2024."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2023-0929-rubrique-xxxvii-tableau-annexe-demolition-f0a7"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# La rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l'annexe · TVA - La rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l'annexe à l’ AR nr. 20 - Démolition et reconstruction

**Numéro**

2023.0929

**Date**

20 février 2024

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

106 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2023.0929 du 20.02.2024

*TVA* · *La rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l'annexe à l’ AR nr. 20* · *Démolition et reconstruction*

## Résumé

Le projet de construction envisagé entre, en soi, en considération pour l’application du taux de TVA réduit de 6 % conformément la rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l'annexe à l'arrêté royal n° 20 du 20 juillet 1970 fixant les taux de la taxe sur la valeur ajoutée et déterminant la répartition des biens et des services selon ces taux, insérée par la loi-programme du 22 décembre 2024 en ce qui concerne la livraison des constructions par le demandeur aux bénéficiaires des unités d’habitation respectifs.

Le projet s’étend sur plusieurs lots cadastraux.

L’application effective du taux réduit dépend en outre des conditions imposées à la rubrique XXXVII § 3 et suivants du tableau A de l'annexe de l’AR n° 20, à savoir principalement la destination que l’acquéreur va donner au logement, la possession faisant potentiellement obstacle dans le chef de l’acquéreur, la limite de superficie et les formalités à remplir.

Quoi qu’il en soit, ce régime du taux réduit de 6 % est temporaire et ne s’applique que lorsque la taxe due sur la livraison est, conformément à l’[article 17, § 1 du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-17), exigible au plus tard le 31 décembre 2024.

## Texte de la décision

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. Het betreft een project bestaande uit in totaal x woonentiteiten en een ondergrondse garage die opgericht worden na afbraak van meerdere gebouwen.

2\. De grondeigenaars hebben een recht van opstal gevestigd ten voordele vennootschap x, met uitzondering van de aandelen die worden toegewezen aan mevrouw x en mevrouw y. Zij zullen immers door natrekking eigenaar worden van de aangeduide woongelegenheden.

## II. Vraagstelling

3\. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in onderdeel 4 van de aanvraag om een voorafgaande beslissing, strekt deze aanvraag er toe om bevestiging te verkrijgen omtrent de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% overeenkomstig rubriek XXXVII Afbraak en heropbouw van woningen § 3 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven.

## III. Beslissing

4\. De voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van voormelde wet van 24 december 2002 werden nageleefd.

### *III.A. Juridisch kader*

5\. Rubriek XXXVII Afbraak en heropbouw van woningen § 3 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, ingevoegd via artikel 57 van de programmawet van 22 december 2023 en in werking getreden op 1 januari 2024, luidt als volgt:

Het verlaagd tarief van 6 pct. is van toepassing op de levering van woningen en het bijhorend terrein, alsook op de vestiging, overdracht of wederoverdracht van de zakelijke rechten in de zin van [artikel 9, tweede lid, 2°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-9), van het Wetboek, op een woning en het bijhorend terrein, die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer:

1° de aanvraag voor de omgevingsvergunning met betrekking tot de handelingen inzake de heropbouw van een woning werd ingediend bij de bevoegde overheid vóór 1 juli 2023;

2° de op die handelingen verschuldigde belasting uiterlijk op 31 december 2024 opeisbaar is overeenkomstig [artikel 17, § 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-17), van het Wetboek.

6\. Op 1 januari 2024 werd een nieuwe permanente regeling van kracht voor een verlaagd btw-tarief met betrekking tot de afbraak en heropbouw van gebouwen op het hele Belgische grondgebied.

In het kader van de nieuwe permanente maatregel worden de leveringen van woningen, en de vestiging, overdracht en wederoverdracht van zakelijke rechten op dergelijke goederen, als gevolg van een afbraak en heropbouw van gebouwen, niet mee opgenomen.

Bijgevolg genieten dergelijke leveringen en vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op dergelijke goederen niet (langer) van een verlaagd btw-tarief.

7\. Aangezien de toepassingsvoorwaarden van de nieuwe permanente regeling aldus zowel verschillen van die van de bestaande tijdelijke regeling ([artikel 1 quater van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3)) , als van die van de gewezen permanente regeling m.b.t. de 32 stadsgebieden (rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20), werd er in overgangsmaatregelen voorzien voor die gevallen die vanaf 1 januari 2024 onder de nieuwe permanente regeling geen recht meer geven op een verlaagd btw-tarief, terwijl dat onder de vigerende regelingen wel het geval was.

8\. Voor de levering van nieuwe woningen na de afbraak van een gebouw, voorziet rubriek XXXVII, § 3, nieuw, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 in een overgangsmaatregel, waardoor bepaalde lopende projecten tot 31 december 2024 in aanmerking kunnen blijven komen voor het verlaagde btw-tarief van 6 pct.

9\. Om invulling te geven aan die overgangsmaatregel, herneemt rubriek XXXVII, § 3, nieuw, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 de toepassingsvoorwaarden van [artikel 1quater, § 3, van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3), waaraan twee temporale voorwaarden worden toegevoegd ter beperking van het toepassingsgebied in de tijd.

10\. Bijgevolg kunnen de toepassingsvoorwaarden van [artikel 1quater, § 3, van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3) aangewend worden voor de toepassing van rubriek XXXVII, § 3, nieuw van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, rekening houdend met de twee nieuwe temporale voorwaarden.

Bijkomend kan een beroep worden gedaan op de [circulaire 2021/C/18](https://juriel.be/fr/circulaires/2021-c-18-taux-reduit-tva-applicable-temporairement-19c8) dd. 25.02.2021 betreffende het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen in het hele Belgische grondgebied en de levering ervan, en op de ‘Praktische toepassingsgevallen met betrekking tot het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan’ dd. 06.06.2021. De commentaar en de praktische toepassingsgevallen kwamen tot stand n.a.v. de invoering van [artikel 1quater, § 3, van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3).

Voor wat betreft de eerste nieuwe temporale voorwaarde, zijnde de aanvraag voor de omgevingsvergunning met betrekking tot de handelingen inzake de heropbouw van een woning is de datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de vergunning officieel werd ontvangen door de bevoegde overheid, wat blijkt uit een ontvangstbewijs, dan wel uit een administratieve beslissing in die zin of uit de vergunning zelf.

### *III.B. Toepassing in casu*

**III.B.1. Toepassing in casu i.v.m. de eerste temporale voorwaarde.**

11\. De toepassing van rubriek XXXVII, § 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 is onderworpen aan twee temporale voorwaarden.

De eerste temporale voorwaarde heeft betrekking op de aanvraag voor de omgevingsvergunning met betrekking tot de handelingen inzake de heropbouw van een woning. Deze aanvraag bij de bevoegde overheid dient zich te situeren vóór 1 juli 2023.

12\. De aanvrager verklaart dat de omgevingsvergunning voor het slopen van de bestaande bebouwing en het bouwen van een wooncomplex op 4 oktober 2021 werd verkregen.

13\. De aanvraag voldoet aan de eerste temporale voorwaarde, opgenomen in XXXVII, § 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, zijnde een aanvraag vóór 1 juli 2023 voor de omgevingsvergunning met betrekking tot de handelingen inzake de heropbouw van een woning ingediend te hebben bij de bevoegde overheid.

**III.B.2. Toepassing in casu i.v.m. criterium van eenheid.**

14\. De gunstmaatregel opgenomen in rubriek XXXVII, § 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 heeft in principe enkel betrekking op projecten die worden uitgevoerd, vanaf de afbraak van het gebouw tot de levering van de woning, door dezelfde belastingplichtige.

15\. De aanvrager verklaart dat sloop en heropbouw zal gebeuren door of voor rekening van vennootschap x. M.a.w. vennootschap x treedt als bouwheer op. Dit doet zij krachtens een opstalrecht dat haar hiervoor werd verleend door de grondeigenaars (cfr supra).

Vennootschap x heeft als bouwheer opdracht gegeven aan een onderaannemer om de afbraak te verrichten.

Aangezien vennootschap x een bouwfirma is, zal zij een deel van de oprichtingswerkzaamheden met eigen personeel verrichten terwijl zij voor andere oprichtingswerkzaamheden onderaannemers zal inschakelen.

16\. Aan het criterium van éénheid van de belastingplichtige is voldaan.

**III.B.3. Toepassing in casu i.v.m. criterium van volledige sloop.**

17\. De [circulaire 2021/C/18](https://juriel.be/fr/circulaires/2021-c-18-taux-reduit-tva-applicable-temporairement-19c8) dd. 25.02.2021 stelt uitdrukkelijk in punt 3.2 in fine dat er sprake dient te zijn van een volledige sloop.

18\. De aanvrager verklaart dat alle gebouwen volledig worden afgebroken.

19\. Bijgevolg is aan het criterium van volledige sloop voldaan.

**III.B.4. Toepassing in casu i.v.m. sloop van een gebouw met een significante omvang.**

20\. Voor de definitie van gebouw wordt enerzijds een beroep gedaan op de definitie in artikel 1, § 9, 1° W.BTW en anderzijds op de omschrijving in punt 3.2. van [circulaire 2021/C/18](https://juriel.be/fr/circulaires/2021-c-18-taux-reduit-tva-applicable-temporairement-19c8) dd. 25.02.2021.

Het betreft enerzijds de definitie van ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden en anderzijds de definitie van alle gebouwde onroerende goederen uit hun aard waaraan een kadastraal inkomen van gebouwd onroerend goed kan worden toegekend (gewone huizen en villa's, flats, nijverheids-, handels- of landbouwgebouwen).

21\. Het betreft de volgende gebouwen: \[opsomming van gebouwen\].

Alle constructies waren opgetrokken uit baksteen en andere duurzame materialen. De x had een gegoten betonvloer en was voorzien van elektriciteit (lichtpunten en voeding voor de werkbank).

22\. Al die gebouwen die btw-matig kwalificeren als een gebouw, worden (volledig) afgebroken of zijn reeds afgebroken.

23\. Voor wat betreft het begrip significante omvang stelt de circulaire het volgende: met betrekking tot het feit of de omvang van een gebouw betekenisvol is ten opzichte van de nieuwe constructies omschrijft de wetgeving niet de draagwijdte van het begrip 'significant' terwijl de administratie niet de bevoegdheid heeft normatieve criteria terzake op te leggen. Het blijft bijgevolg een feitenkwestie.

24\. Het woonproject bestaat uit x woonentiteiten, ingedeeld als volgt: \[opsomming\].

25\. Er is voldaan aan de voorwaarde van sloop van een gebouw met significante omvang.

**III.B.5. Toepassing in casu i.v.m. afbraak en heropbouw op hetzelfde kadastrale perceel.**

26\. Rubriek XXXVII Afbraak en heropbouw van woningen § 3 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven stelt uitdrukkelijk dat de afbraak en heropbouw op hetzelfde kadastraal perceel dient te gebeuren.

27\. Indien een nieuw gebouw door samenvoeging van meerdere kadastrale percelen deels staat op een vroeger bebouwd kadastraal perceel en deels op een vroeger niet-bebouwd kadastraal perceel, neemt de administratie het hiernavolgende standpunt in.

Indien het nieuwe gebouw, na afbraak van de oude bestaande gebouwen, voor ten minste 50 % gelegen is op de vroegere bebouwde kadastrale percelen (ongeacht de ligging van de afgebroken gebouwen op deze initieel bebouwde kadastrale percelen), komt het ganse gebouw, in principe, in aanmerking om het verlaagd btw-tarief van 6 % toe te passen.

De zogenaamde oppervlaktetoets (50%-criterium) dient beoordeeld te worden op de hele footprint van het gebouw, met andere woorden op de volledig ingenomen oppervlakte ongeacht of deze zich nu juist op of juist onder het maaiveld bevindt.

28\. In beginsel wordt een vastgoedproject dat bestaat uit twee woonblokken aangemerkt als afzonderlijke gebouwen.

Opdat het zou gaan om één gebouw, moet er sprake zijn van een gemeenschappelijke ondergrondse kelder en/of garage met een blijvende en permanente doorgang tussen de ondergrondse ruimten, alsook van gemeenschappelijke voorzieningen die betrekking hebben op beide woonblokken (zoals trappen of liften die voor alle bewoners van de woonblokken toegankelijk zijn, gemeenschappelijke toegangen, gemeenschappelijke nutsvoorzieningen en technische lokalen, …).

Een loutere fysieke verbinding tussen beide woonblokken is op zich beschouwd niet voldoende om ze aan te merken als één gebouw. Evenmin het bestaan van een basisakte waaruit blijkt dat de grond en de toegangswegen tot de site gemeenschappelijk zijn.

29\. Blok A wordt grotendeels gebouwd op het vroeger onbebouwde perceel.

Blok B wordt volledig gebouwd op twee vroeger bebouwde percelen.

30\. Bijgevolg komt blok A (in tegenstelling tot blok B) op zich niet in aanmerking voor de levering onder toepassing van tijdelijk verlaagde btw-tarief van 6 procent n.a.v. afbraak & heropbouw.

31\. Evenwel dient de vraag te worden gesteld of blok A en B functioneel en bouwfysisch met elkaar verbonden zijn.

32\. Blok A en blok B hebben één gezamenlijke en gemeenschappelijke kelder met 1 gemeenschappelijke toegang voor zowel blok A als B. Alle bewoners van blok A en B moeten zich via diezelfde plaats toegang verschaffen tot de kelder die fysiek niet opgesplitst is in 2 aparte ruimtes per blok.

De ondergrondse kelder dient als parkingplaats voor voertuigen van alle bewoners, dus zowel van blok A als blok B, maar dient ook als fietsenstalling voor alle bewoners, zowel van blok A als blok B.

Vanuit de garage zijn beide woondelen bereikbaar via trap en lift. Ondergronds is het mogelijk om van het ene naar het andere woonvolume te gaan. Ook de brand- en vluchtwegen zijn gemeenschappelijk voor bewoners van beide blokken.

Beide blokken zullen ook van stroom voorzien worden via één enkele hoogspanningscabine die in de ondergrondse garage zal worden gebouwd (aan de linkerkant).

33\. Alhoewel volgende elementen minder van belang zijn met het oog op het beoordelen of blok A en blok B als één gebouw dient te worden aangemerkt, worden de hiernavolgende feitelijke gegevens meegedeeld.

Beide blokken zullen bovendien ook dezelfde huisnummer hebben. De toewijzing van de deze huisnummers is momenteel in aanvraag en nog niet definitief beslist door de gemeente.

Bovendien blijkt uit de basisakte dat de toegangsweg en de omgeving (tuin) op de site gemeenschappelijk zijn.

34\. Op basis van voornoemde gegevens kunnen blok A en blok B als één gebouw worden aangemerkt.

35\. Bijgevolg dient om na te gaan of het nieuwe gebouw, na afbraak van de oude bestaande gebouwen, voor ten minste 50 % gelegen is op de vroegere bebouwde kadastrale percelen, blok A en blok B als één gebouw te worden aangemerkt.

Hieronder vindt u een schematisch overzicht, zoals ter beschikking gesteld door de raadgever. \[Tabel \].

36\. 1271 m² staat op voorbeen bebouwde percelen. De totale oppervlakte van het hele gebouw (blok A en blok B), zijnde de kelder bedraagt 1681 m².

Dit is ruimschoots meer dan 50% op voorheen bebouwde percelen.

37\. De andere woongelegenheden worden volledig gebouwd op perceel x (afbraakperceel).

38\. Bijgevolg beantwoorden zowel enerzijds blok A en B, die als één gebouw worden aangemerkt, en anderzijds de andere woongelegenheden aan het criterium van afbraak en heropbouw op hetzelfde perceel.

**III.B.6. Toepassing in casu i.v.m. bijgebouwen.**

39\. Het verlaagd btw-tarief van 6 procent op grond van rubriek XXXVII Afbraak en heropbouw van woningen § 3 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 heeft in principe enkel betrekking op de levering van een heropgerichte woning. De levering van bijgebouwen zoals een garage of een (fietsen)berging valt aldus buiten deze gunstmaatregel.

Evenwel voorziet punt 4.1 van de ‘Praktische toepassingsgevallen met betrekking tot het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan’ dd. 06.06.2021 in een mogelijkheid om m.b.t. tot bijgebouwen van het gunsttarief van 6 procent te kunnen genieten. Dit is het geval wanneer het bijgebouw samen met de heropgerichte woongelegenheid wordt geleverd.

Dit vertaalt zich in één verkoopovereenkomst waarbij de bijgebouwen (die niet noodzakelijk in de woongelegenheid geïntegreerd dienen te zijn) samen met de woongelegenheid worden verkocht.

40\. De aanvrager geeft te kennen dat een fietsenberging in een bijgebouw en (auto)staanplaatsen in het woonproject worden voorzien.

41\. Indien die bijgebouwen (zoals open (auto)staanplaatsen, garageboxen, private bergingen en fietsenbergingen) samen met de woongelegenheid worden verkocht kunnen zij ook van het verlaagde btw-tarief van 6 procent genieten.

**III.B.7. Toepassing in casu i.v.m. elementen die buiten het beslissingskader vallen.**

42\. De gunstmaatregel opgenomen in rubriek XXXVII, § 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 is onderhevig aan tal van voorwaarden. Die voorwaarden zijn vermeld in §3 maar ook in de daaropvolgende paragrafen.

43\. Het betreft voorwaarden waarover in voorliggende beslissing geen uitspraken wordt over gedaan.

44\. Zo is de oppervlakte, het maximum, van de nieuw te bouwen woonunits een voorwaarde. De oppervlakte dient per woonkavel onder de grens van 200m² te blijven.

De oppervlakte van de woonunits blijft een feitelijk element waarover geen uitspraak wordt gedaan, en bijgevolg nog steeds het voorwerp kan uitmaken van een latere nazicht.

45\. Over de bestemming van de woonkavels, het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de verkrijger (enige en hoofdzakelijk eigen woning dan wel sociale verhuur) en de te vervullen formaliteiten wordt evenmin uitspraak gedaan.

46\. Over de bestemming van de assistentiewoning voor eigen bewoning door de koper wordt evenmin uitspraak gedaan.

Het verlaagde btw-tarief van 6% voor de assistentiewoningen kan enkel toegepast worden indien de koper de woning zelf voor het eerst in gebruik neemt als bejaarde in uitvoering van de overeenkomst met de beheersinstantie (exploitant van de groep van assistentiewoningen waarvan de bejaardenflat deel uitmaakt) die deze woning aan de koper ter beschikking stelt, zoals bepaald in nummer 1.3. van de ‘Praktische toepassingsgevallen met betrekking tot het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan’.

Indien bijvoorbeeld het intern reglement het mogelijk maakt dat niet de koper van de assistentiewoning zelf de woning voor het eerst in gebruik zal nemen als bejaarde maar wel een andere persoon, is in dergelijk geval de voorwaarde van eigen bewoning niet vervuld en is de toepassing van het verlaagde btw-tarief van 6% uitgesloten.

47\. Een belangrijk aandachtspunt bij de toepassing van het verlaagd btw-tarief op het voorgelegd project ligt in het tijdelijk karakter van de regeling. Zo zal het verlaagd tarief van 6 procent maar van toepassing zijn op de levering van de woongelegenheden door Ooms Woonrealisaties nv aan de verkrijger wanneer de op deze levering verschuldigde belasting overeenkomstig artikel 17, §1 Wb. Btw opeisbaar is uiterlijk op 31 december 2024.

Dit betreft de zogenaamde tweede temporale voorwaarde opgenomen in rubriek XXXVII, § 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20.

**Gelet op de artikelen 20 tot 23 van voormelde wet van 24 december 2002 alsmede op de overwegingen zoals vermeld in deel IV beslist het College van de DVB in zitting van 20 februari 2024 dat:**

48\. Het voorgenomen bouwproject,exclusief meerdere woongelegenheden zoals beschreven, in aanmerking komt voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 procent overeenkomstig de rubriek XXXVII Afbraak en heropbouw van woningen § 3 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven met betrekking tot de levering van de woongelegenheden vennootschap x aan de verkrijgers van de respectievelijke woongelegenheden;

49\. dezelfde regeling tevens geldt voor de (auto)staanplaatsen en bergingen in de mate deze samen worden verkocht met een woonunit;

50\. de effectieve toepassing van het verlaagd tarief verder afhankelijk is van in de rubriek XXXVII Afbraak en heropbouw van woningen § 3, §4, §5 en §6 van tabel A van de bijlage bij het KB nr. 20 opgelegde voorwaarden, zijnde in hoofdzaak de bestemming die de verkrijger aan de woonkavel geeft, het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de verkrijger, de oppervlaktegrens en de te vervullen formaliteiten;

51\. de effectieve toepassing van het verlaagd tarief voor wat betreft de assistentiewoningen verder afhankelijk is van de voorwaarde van eigen bewoning zoals aangegeven in nummer 1.3. van de ‘Praktische toepassingsgevallen met betrekking tot het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan’.

52\. deze regeling inzake het verlaagd tarief van 6 procent tijdelijk is en maar van toepassing is wanneer de op de levering verschuldigde belasting overeenkomstig artikel 17, §1 Wb. Btw opeisbaar is uiterlijk op 31 december 2024.

## Textes cités

3

[AR no 20 art. 1quater](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3) 4 occurrences

[CTVA art. 17](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-17) 2 occurrences

[CTVA art. 9](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-9) 1 occurrence
