---
title: "Décision anticipée 2023.0842 · Exonération"
description: "Exonération. Décision anticipée belge n° 2023.0842 du 12 décembre 2023."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2023-0842-exoneration-conditions-application-taxe-domaine-9189"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Exonération · TVA - Exonération - Conditions d’application de l’exonération de la taxe dans le domaine des services rendus par des groupements autonomes de personnes - Article 44, § 2bis du CTVA

**Numéro**

2023.0842

**Date**

12 décembre 2023

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

129 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2023.0842 du 12.12.2023

*TVA* · *Exonération* · *Conditions d’application de l’exonération de la taxe dans le domaine des services rendus par des groupements autonomes de personnes* · [*Article 44, § 2bis du CTVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44)

## Résumé

La demande de décision anticipée vise à confirmer que, sur la base de l’[article 44, § 2bis, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) et conformément à la [circulaire AGFisc no 31/2016 (no E.T. 127.540) du 12.12.2016](https://juriel.be/fr/circulaires/31-2016-agfisc-exoneration-groupement-autonome-association-bf9c) (ci-après, la « [circulaire no 31/2016](https://juriel.be/fr/circulaires/31-2016-agfisc-exoneration-groupement-autonome-association-bf9c) »), X est qualifiée de groupement autonome de personnes et que les services fournis par X à ses membres peuvent bénéficier de l’exemption de TVA visée à l’[article 44, § 2bis, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44).

Le SDA confirme que l’association de fait sans personnalité juridique X est qualifiée de groupement autonome de personnes au sens de l’[article 44, § 2bis, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44), et que les services que X fournit (fournira) en tant que groupement autonome de personnes aux (futurs) membres peuvent bénéficier de l’exemption de TVA prévue à l’[article 44, § 2bis, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44).

Les membres de X exercent une activité de manière régulière qui, sur la base de l’[article 44 du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) est exemptée et leurs activités exemptées représentent une partie prépondérante de l’activité des membres. La condition que la partie prépondérante des activités de X consiste en des opérations pour ses membres, est remplie conformément aux exigences de la [circulaire no 31/2016](https://juriel.be/fr/circulaires/31-2016-agfisc-exoneration-groupement-autonome-association-bf9c), si plus de 50 % du chiffre d’affaires provenant des services de X se composent de services à ses membres pouvant bénéficier de l’exemption de la TVA pour les groupements autonomes de personnes.

Selon le SDA, il peut également être conclu que les services que X fournit aux membres, sont des services qui sont spécifiquement liés à leurs activités exemptées et qui contribuent de manière indispensable au développement de ces activités.

La méthode d’estimation des frais et de leur attribution aux (futurs) membres de X, est conforme à l’[article 44, § 2bis, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44).

Le SDA estime que X, un groupement autonome de personnes à des fins de TVA, qui satisfait en outre aux critères d’évaluation en vigueur dans le domaine de la distorsion de concurrence en matière de TVA, satisfait à la condition de non-distorsion de la concurrence contenue dans l’[article 44, § 2bis, alinéa 1er, 4°, du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44).

## Texte de la décision

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De verenigingen A, B en C (hierna ook samen de “Oprichters” genoemd) willen gezamenlijk de feitelijke vereniging zonder rechtspersoonlijkheid X oprichten in het kader van hun geplande samenwerking.

2\. De drie Oprichters willen een langdurige samenwerking opstarten om hun maatschappelijke doelstelling te kunnen blijven realiseren. De bundeling van de expertise zal leiden tot een kwalitatief betere dienstverlening voor het doelpubliek. Bovendien zal de samenwerking toelaten om kostenbesparend te werken door het inkrimpen van kosten en/of het realiseren van schaalvoordelen.

3\. Het doel van de feitelijke vereniging zonder rechtspersoonlijkheid X bestaat erin om voor haar leden activiteiten te ontwikkelen die rechtstreeks ten goede komen aan het maatschappelijk doel van haar leden. Het voordeel voor de leden bestaat uit het rationaliseren en het beperken van de beheers- en exploitatiekosten, door middel van het gemeenschappelijk maken van bepaalde diensten, personeel, activiteiten en uitgaven, waarvan de leden erkennen dat ze in hun rechtstreeks belang zijn.

## II. Vraagstelling

4\. Gelet op de argumentatie en motivering uiteengezet in de aanvraag om een voorafgaande beslissing strekt deze aanvraag ertoe bevestiging te verkrijgen dat X op grond van [artikel 44, § 2bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) (hierna aangeduid als “WBTW”) en conform de [circulaire AAFisc nr. 31/2016 (nr. E.T. 127.540) van 12.12.2016](https://juriel.be/fr/circulaires/31-2016-agfisc-exoneration-groupement-autonome-association-bf9c) (hierna “[circulaire nr. 31/2016](https://juriel.be/fr/circulaires/31-2016-agfisc-exoneration-groupement-autonome-association-bf9c)” genoemd) kwalificeert als zelfstandige groepering van personen en dat de door X verstrekte diensten aan haar leden de btw-vrijstelling van [artikel 44, § 2bis, van het Btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) kunnen genieten.

5\. Meer bepaald verzoekt de aanvrager te willen bevestigen dat:

• X als rechtspersoon als een zelfstandige groepering van personen in de zin van [artikel 44, § 2bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) kwalificeert;

• de diensten die X als zelfstandige groepering van personen aan de (toekomstige) leden zal verstrekken de btw-vrijstelling van [artikel 44, § 2bis, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) kunnen genieten;

• de leden van X op geregelde wijze een activiteit uitoefenen die op grond van [artikel 44 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) is vrijgesteld of waarvoor zij niet-belastingplichtig zijn en dat hun vrijgestelde handelingen of de handelingen waarvoor zij niet- belastingplichtig zijn, een overwegend deel van hun activiteit vertegenwoordigen;

• de methode van kostenraming van X en de toekenning van de bedoelde kosten aan de (toekomstige) leden van X in overeenstemming is met [artikel 44, § 2bis WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44);

• de btw-vrijstelling in casu niet tot concurrentieverstoring leidt.

## III. Beslissing

Uit het door de DVB verrichte onderzoek blijkt wat volgt.

6\. De aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van de Wet van 24.12.2002 tot wijziging van de vennootschapsregeling inzake inkomstenbelastingen en tot instelling van een systeem van voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

### *III.A. X vormt een zelfstandige groepering van personen*

7\. Voor de toepassing van de btw-vrijstelling op grond van artikel 44, § 2bis W.BTW is vereist dat er sprake is van een ‘zelfstandige groepering van personen’.

8\. Een zelfstandige groepering van personen zoals bedoeld in deze wetsbepaling is eerst en vooral een afzonderlijke entiteit, met of zonder rechtspersoonlijkheid, die in het kader van een samenwerking tussen personen, gemeenschappelijke kosten maakt om vanuit die entiteit diensten te verlenen aan die personen die deze diensten nodig hebben om hun eigen activiteiten te kunnen uitoefenen.

9\. Het is niet vereist dat een zelfstandige groepering van personen een van haar leden onderscheiden juridisch bestaan kent, voor zover de groepering tegenover derden als een afzonderlijke entiteit onder haar eigen benaming optreedt en ook als zodanig wordt beschouwd en behandeld. Als alle toepassingsvoorwaarden van de vrijstelling van [artikel 44, § 2bis WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) vervuld zijn, kan deze vrijstelling worden toegepast door een zelfstandige groepering van personen die de vorm aanneemt van een feitelijke vereniging zonder rechtspersoonlijkheid, zoals in het onderhavige geval.

*a. Contractueel samenwerkingsverband X*

10\. In het kader van de samenwerking zullen de Oprichters een zelfstandige groepering van personen zonder rechtspersoonlijkheid vormen onder haar eigen benaming X.

11\. In dit kader zullen de Oprichters een samenwerkingsovereenkomst afsluiten waarin de activiteiten en de werking van de zelfstandige groepering van personen gedetailleerd worden omschreven.

Een ontwerp van samenwerkingsovereenkomst werd voorgelegd aan de rulingdienst.

In deze samenwerkingsovereenkomst wordt gestipuleerd welke van de drie contractspartijen zal optreden als beheerder van de zelfstandige groepering van personen en zal instaan voor het naleven van de btw-verplichtingen in hoofde van de zelfstandige groepering van personen X.

12\. De activiteiten van de zelfstandige groepering van personen X zullen worden verricht vanuit de zetel van het beherend lid. Alle correspondentie zal geldig worden gericht aan het adres van het beherend lid.

13\. Op dit adres zullen ook alle boeken, geschriften en bescheiden met betrekking tot de zelfstandige groepering van personen X worden bewaard.

14\. Dit adres zal ook door de drie contractspartijen worden doorgegeven aan de leveranciers en dienstverrichters van de zelfstandige groepering van personen X voor de facturatie.

*b. Vereiste van duurzame samenwerking*

15\. Er is ook sprake van een duurzame samenwerking van de leden omdat zij het engagement aangaan om op duurzame wijze een beroep te doen op de betreffende diensten. Dit blijkt uit punt 3.2 van het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst.

> “3.2. Beëindiging
>
> Het lidmaatschap van een lid kan ten vroegste beëindigd worden 3 jaar na de toetreding.
>
> Het lidmaatschap van een lid kan beëindigd worden op ieder jaareinde mits een vooropzeg van minimum 6 maanden, tenzij anders overeengekomen tussen alle partijen.
>
> Wanneer een lid deze regels niet respecteert, zal hij alle hierdoor ontstane schade aan de andere leden vergoeden.”

16\. Het is in de gegeven omstandigheden duidelijk dat er sprake is van duurzaamheid. Er is dus in het onderhavige geval geen sprake van ad hoc toetreding of ad hoc uittreding van personen om hun tijdelijke noden te lenigen.

17\. Op grond van wat voorafgaat kwalificeert de feitelijke vereniging zonder rechtspersoonlijkheid X als zelfstandige groepering van personen in de zin van [artikel 44, § 2bis, tweede lid, 2° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44).

### *III.B. Toepassingsvoorwaarden van de vrijstelling op grond van artikel 44, § 2bis W.BTW*

#### III.B.1. Eerste toepassingsvoorwaarde van artikel 44, § 2bis W.BTW: vrijgestelde of niet-belastingplichtige activiteiten van de leden

18\. De eerste voorwaarde voor de vrijstelling van zelfstandige groeperingen van personen is een voorwaarde met betrekking tot de leden van de zelfstandige groepering van personen. De leden van de zelfstandige groepering van personen moeten op geregelde wijze een activiteit uitoefenen (i) die is vrijgesteld van btw of (ii) waarvoor zij niet-belastingplichtig zijn (handelingen buiten de werkingssfeer van de btw).

19\. Deze handelingen moeten ook een overwegend deel van hun activiteit vormen.

Dit wordt beoordeeld op het einde van het kalenderjaar en wordt per lid van de zelfstandige groepering van personen berekend.

20\. De activiteiten van de Oprichters zijn allemaal dezelfde activiteiten, namelijk gehandicaptenzorg.

21\. Op grond van [artikel 44, § 2, 2°WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) zijn van de belasting vrijgesteld de diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met de sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren en die worden verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard worden erkend.

Een dergelijke erkenning kan bijvoorbeeld blijken uit een beslissing van de overheid, het feit dat aan de organisatie een subsidie wordt toegekend … (Btw-Commentaar, editie 01.04.2023, Boekwerk II, Hoofdstuk 9, inleiding).

[Artikel 44, § 2, 2° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) vermeldt uitdrukkelijk dat de instellingen die de gehandicaptenzorg tot doel hebben de vrijstelling genieten.

22\. De drie Oprichters hebben aan de rulingdienst de nodige documenten voorgelegd waaruit blijkt dat ieder erkend is als instelling van sociale aard door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

De drie Oprichters zijn momenteel volledig vrijgesteld van btw op grond van [artikel 44, § 2, 2° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44).

23\. De rulingdienst besluit dan ook dat in casu de eerste voorwaarde voor de vrijstelling van zelfstandige groeperingen van personen op grond van [artikel 44, § 2bis WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) vervuld is in hoofde van de zelfstandige groepering van personen X ([artikel 44, § 2bis, eerste lid, 1° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44)).

**III.B.2. Tweede toepassingsvoorwaarde van artikel 44, § 2bis W.BTW: voorwaarde met betrekking tot de activiteiten van de zelfstandige groepering van personen**

24\. De tweede voorwaarde voor de vrijstelling voor zelfstandige groeperingen van personen heeft betrekking op de activiteiten van X zelf. Deze activiteiten dienen te bestaan in het verrichten van diensten aan haar leden die direct nodig zijn voor hun vrijgestelde activiteit of voor hun activiteit waarvoor zij niet-belastingplichtig zijn. Indien de zelfstandige groepering van personen ook handelingen verricht voor niet-leden, vertegenwoordigen de handelingen verricht aan haar leden een overwegend deel van de activiteit van de zelfstandige groepering van personen.

25\. Deze voorwaarde bestaat uit de twee hierna besproken deelvoorwaarden.

*III.B.2.1. Eerste deelvoorwaarde: overwegende deel van de activiteit vrijgesteld omwille van de rechtsfiguur van de zelfstandige groepering van personen*

26\. Vooreerst dient het overwegend deel van de activiteiten van X te bestaan uit handelingen voor haar leden. Deze voorwaarde is conform de [circulaire nr. 31/2016](https://juriel.be/fr/circulaires/31-2016-agfisc-exoneration-groupement-autonome-association-bf9c) vervuld indien meer dan 50% van de jaaromzet uit diensten van X voortkomt uit diensten die de vrijstelling voor zelfstandige groeperingen van personen kunnen genieten ([Circulaire AAFisc nr. 31/2016 (nr. E.T. 127.540) van 12.12.2016](https://juriel.be/fr/circulaires/31-2016-agfisc-exoneration-groupement-autonome-association-bf9c), randnr. 30).

27\. X heeft niet de intentie om diensten te verstrekken aan derden, niet-leden. X wordt zeer duidelijk opgericht om een kostenbesparing in hoofde van haar leden te realiseren door middel van het gemeenschappelijk maken van ondersteunende diensten zoals de uitbouw van een gemeenschappelijk kenniscentrum, kennis verspreiden door interne en externe vorming, uniformiseren en centraliseren van administratieve handelingen zoals gegevens-, leden- en loonadministratie, waarvan de leden erkennen dat ze in hun rechtstreeks belang zijn.

*III.B.2.2. Tweede deelvoorwaarde: de dienstverlening van X is noodzakelijk en direct nodig voor de vrijgestelde of niet-belastingplichtige activiteiten van de leden*

28\. De diensten die X aan haar leden verricht moeten noodzakelijk en direct nodig zijn voor de vrijgestelde of niet-belastingplichtige activiteiten van de leden. De vrijstelling beoogt dus enkel diensten met uitsluiting van de levering van goederen, tenzij de afgifte van een goed noodzakelijk en duidelijk bijkomstig is in het kader van de dienstverlening ([Circulaire AAFisc nr. 31/2016 (nr. E.T. 127.540) van 12.12.2016](https://juriel.be/fr/circulaires/31-2016-agfisc-exoneration-groupement-autonome-association-bf9c), randnr. 36).

29\. Volgens de Memorie van Toelichting moet onder “diensten die direct nodig zijn” worden begrepen de diensten die specifiek verbonden zijn met de vrijgestelde of niet-belastingplichtige activiteiten van de leden en die een onontbeerlijke input vormen voor die activiteiten (Btw-Commentaar, editie 01.06.2023, Boekwerk II, Hoofdstuk 9, Afdeling 21, punt 3, rubriek C).

Als “diensten die niet direct nodig zijn” worden bijvoorbeeld aangemerkt het verschaffen van spijs en drank aan het personeel van de leden, diensten verricht voor de privédoeleinden van de leden, enzovoort (ibidem; Memorie van Toelichting, Parl.St. 2015-2016, DOC nr. 54-1739/001, 7). Er worden op dit punt geen verdere verduidelijkingen gegeven in de [circulaire nr. 31/2016](https://juriel.be/fr/circulaires/31-2016-agfisc-exoneration-groupement-autonome-association-bf9c).

Aangezien de diensten die X aan haar leden verstrekt a priori niet worden beoogd door de hiervoor bedoelde uitsluitingen, komen zij in principe in aanmerking voor de toepassing van de vrijstelling van artikel 44, § 2bis W.BTW voor zover de toepassing van deze btw-vrijstelling niet leidt tot concurrentieverstoring (cf. infra).

30\. De ondersteunende diensten zoals de uitbouw van een gemeenschappelijk kenniscentrum, kennis verspreiden door interne en externe vorming, uniformiseren en centraliseren van administratieve handelingen zoals gegevens-, leden- en loonadministratie kwalificeren als diensten die direct nodig zijn voor de vrijgestelde of niet-belastingplichtige activiteit van de leden. Dergelijke ondersteunende diensten zijn noodzakelijk opdat de Oprichters in optimale omstandigheden hun activiteiten kunnen uitoefenen.

Het uitgangspunt van X bij het verstrekken van de dienstverlening is dat zij dienstverlening ontwikkelt op vraag van de leden en niet andersom. X zal personeelsleden aanwerven in functie van de leden die toetreden tot deze vereniging en zal dus diensten verstrekken in functie van de vraag van de leden. Het is dus niet elk lid van X afzonderlijk dat personeel aanwerft om te voorzien in eigen diensten, maar het is X zelf dat de betreffende diensten zal verstrekken.

De leden hebben er baat bij om dergelijke diensten gezamenlijk te organiseren, om aldus een optimale inzet van personeel en beschikbare middelen te bereiken.

De oprichters van X hebben de noodzaak aangegeven om in synergie samen te werken om de betreffende diensten te organiseren. Het is dus niet deze vereniging zelf die het initiatief neemt om bedoelde diensten te organiseren, het initiatief komt van de oprichters van deze vereniging en van de leden die in de toekomst mogelijk zullen toetreden.

31\. Op basis van wat voorafgaat concludeert de DVB dat in het onderhavige geval de tweede toepassingsvoorwaarde is vervuld (artikel 44, § 2bis, 2° W.BTW).

32\. De DVB wijst er bovendien ten overvloede ook nog op dat enkel diensten aan de leden voornoemde btw-vrijstelling kunnen genieten. Het is X toegestaan om (met toepassing van btw) diensten te verrichten voor derden, zonder dat dit de toepassing van voornoemde vrijstelling voor de dienstverlening ten behoeve van de leden op de helling plaatst. Wel is vereist dat de activiteit van X als zelfstandige groepering van personen overwegend bestaat in het verrichten van diensten aan haar leden. Concreet betekent dit dat X meer dan 50% van haar inkomsten dient te halen uit diensten verricht voor haar leden (cf. supra).

**III.B.3. Derde toepassingsvoorwaarde van artikel 44, § 2bis W.BTW: de aan ieder lid aangerekende vergoeding vertegenwoordigt enkel de terugbetaling van zijn aandeel in de door de zelfstandige groepering van personen gedane gezamenlijke uitgaven**

33\. De derde voorwaarde voor de vrijstelling voor zelfstandige groeperingen van personen bestaat erin dat de aan de leden gevraagde vergoeding enkel de terugbetaling van elk lid zijn aandeel in de door deze groepering gedane gezamenlijke uitgaven mag vormen. Met andere woorden, de vergoeding mag enkel kostendekkend zijn.

34\. Voor personen die, zoals in het onderhavige geval, een activiteit uitoefenen die van btw is vrijgesteld of buiten de werkingssfeer van de btw valt, biedt de rechtsfiguur van de zelfstandige groepering van personen een vehikel dat de doorrekening van gemeenschappelijke kosten kan aanrekenen of doorrekenen zonder btw. Het gaat dus om de doorrekening van kosten, niet om het gemeenschappelijk maken of onderling afrekenen van inkomstenstromen.

*III.B.3.1. De dienstverlening van X is louter kostendekkend*

35\. De dienstverlening van X is louter kostendekkend en er wordt bij geen enkele dienstverlening winst nagestreefd.

36\. Dit reflecteert zich overigens in artikel 2.2.3. van het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst:

> “De vergoeding voor de Gemeenschappelijke Diensten zal alleen betrekking hebben op de terugbetaling van het aandeel van elk lid in de door deze groepering gedane gezamenlijke uitgaven \[…\]”

37\. De zelfstandige groepering van personen X heeft geen intentie om diensten te verstrekken aan niet-leden.

Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat wanneer de groepering (uitzonderlijk) voor niet-leden zou werken, zij dit conform de vereisten van de [circulaire nr. 31/2016](https://juriel.be/fr/circulaires/31-2016-agfisc-exoneration-groupement-autonome-association-bf9c) ook tegen een louter kostendekkende vergoeding zal doen.

*III.B.3.2. Concrete kostenverdeling tussen de leden van de zelfstandige groepering van personen*

38\. De kosten zullen altijd worden doorgerekend aan de leden volgens een verdeelsleutel zonder winstmarge en waarbij louter en alleen de kosten voor ieders aandeel zullen worden doorgerekend.

39\. In het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst zoals die ter beoordeling aan de DVB werd voorgelegd, wordt enkel rekening gehouden met de personeelskosten.

40\. De personeelskosten zullen door de drie Oprichters gemeenschappelijk gemaakt worden volgens de regeling voorzien in de [Circulaire AAFisc nr. 31/2016 (nr. E.T. 127.540) van 12.12.2016](https://juriel.be/fr/circulaires/31-2016-agfisc-exoneration-groupement-autonome-association-bf9c), randnrs. 93 t.e.m. 98.

> “Wanneer de zelfstandige groepering van personen omwille van de sociale wetgeving geen personeel mag aanwerven (wat in principe het geval is voor zelfstandige groeperingen zonder rechtspersoonlijkheid) dienen de handelingen die de groepering verricht ten behoeve van haar leden te worden verricht door gemeenschappelijk personeel.
>
> Onder gemeenschappelijk personeel dient in dat kader te worden verstaan:
>
> • personeel dat is aangeworven door een lid maar voor rekening van alle leden;
>
> • bestaand eigen personeel van een lid dat als gemeenschappelijk personeel in de groepering wordt ingeschakeld” .

41\. De drie Oprichters zullen het personeel verbonden aan de ondersteunende diensten als gemeenschappelijk personeel in de zelfstandige groepering van personen inschakelen.

42\. Ook personeelsleden die verbonden zijn aan de drie contractspartijen kunnen gemeenschappelijk worden gemaakt en worden ingeschakeld in de gespecialiseerde activiteit van de zelfstandige groepering van personen X.

43\. De gemeenschappelijke inzet van personeel blijkt duidelijk uit bijlage 1 bij het ontwerp van samenwerkingsovereenkomst.

44\. Zowel de identiteitsgegevens van het gemeenschappelijk personeel, als het werkstelsel (voltijds, halftijds) worden vermeld.

45\. Er zal per werknemer een stuk worden opgemaakt, onder de vorm van een addendum aan de arbeidsovereenkomst, tussen het lid dat het personeelslid ter beschikking stelt, de zelfstandige groepering van personen en het gemeenschappelijk personeelslid.

46\. De terbeschikkingstelling door een lid van personeel aan de zelfstandige groepering van personen X moet niet worden onderworpen aan btw in de mate dat het personeel wordt ingezet voor de activiteiten van de zelfstandige groepering van personen die vrijgesteld zijn op grond van [artikel 44, § 2bis WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) ([Circulaire AAFisc nr. 31/2016 (nr. E.T. 127.540) van 12.12.2016](https://juriel.be/fr/circulaires/31-2016-agfisc-exoneration-groupement-autonome-association-bf9c), randnr. 94).

47\. Op grond daarvan en mits uitreiking van de vereiste stukken en naleving van de opgelegde btw-verplichtingen, dient in de gegeven omstandigheden te worden geconcludeerd dat de vergoeding die door de zelfstandige groepering van personen X wordt aangerekend aan de leden voor de dienstverlening, enkel kostendekkend is en dat bijgevolg de derde toepassingsvoorwaarde is vervuld ([artikel 44, § 2bis, 3° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44)).

#### III.B.4. Vierde toepassingsvoorwaarde van artikel 44, § 2bis W.BTW: de vrijstelling leidt niet tot concurrentieverstoring

*III.B.4.1. Algemeen: beoordelingscriteria inzake btw*

48\. De vierde en laatste voorwaarde luidt dat de vrijstelling niet tot concurrentieverstoring mag leiden.

49\. In de [circulaire nr. 31/2016](https://juriel.be/fr/circulaires/31-2016-agfisc-exoneration-groupement-autonome-association-bf9c) wordt gesteld dat de administratie het aspect van de concurrentieverstoring geval per geval zal beoordelen in het licht van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, al dan niet na een fiscale inspectie of na een klacht van een marktdeelnemer (Btw-Commentaar, editie 01.06.2023, Boekwerk II, Hoofdstuk 9, Afdeling 21, punt 3, rubriek E).

50\. Volgens het Hof is het de btw-vrijstelling op zich die niet tot concurrentieverstoring mag leiden, en wel op een markt waarop de concurrentie hoe dan ook wordt beïnvloed door de aanwezigheid van een marktdeelnemer die diensten aan zijn leden verleent en die geen winst mag nastreven. Opdat er sprake zou kunnen zijn van een weigering van de vrijstelling, moet dus de omstandigheid dat de door een zelfstandige groepering van personen verrichte diensten zijn vrijgesteld, tot concurrentieverstoring kunnen leiden (H.v.J. 20.11.2003, Assurandor-Societetet (Taksatorringen), [C-8/01](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-8-01-arret), r.o. 58, http://curia.europa.eu) en niet de omstandigheid dat deze zelfstandige groepering van personen aan de andere toepassingsvoorwaarden van de vrijstelling voldoet (zoals het feit dat er geen winst wordt aangerekend aan de leden) (Taksatorringen, r.o. 59).

51\. De btw-vrijstelling wordt geweigerd indien er een reëel (effectief of potentieel maar niet hypothetisch) gevaar bestaat dat de vrijstelling op zich op korte termijn of in de toekomst tot concurrentieverstoring van meer dan onbeduidende omvang kan leiden (Taksatorringen, r.o. 63 en 64). Enige concurrentieverstoring lijkt op basis hiervan dus nog toelaatbaar.

52\. Dit betekent echter niet dat de vrijstelling zou moeten worden geweigerd indien de zelfstandige groepering van personen diensten aanbiedt die (mogelijks) ook worden aangeboden door andere onafhankelijke marktdeelnemers. Voor de prestaties die zelfstandige groeperingen van personen verrichten zal immers bijna altijd een concreet alternatief op de vrije markt kunnen worden gevonden. Het reële gevaar op concurrentieverstoring moet dus per geval worden geëvalueerd, eerder dan per soort diensten.

53\. Als de zelfstandige groepering van personen er, los van elke belastingheffing of vrijstelling, in slaagt om haar leden als klant te behouden omdat zij kwalitatief hoogstaande diensten verricht, kan niet worden aangenomen dat de haar verleende vrijstelling de markt afsluit voor onafhankelijke marktdeelnemers (Taksatorringen, r.o. 59; Concl. Adv.-Gen. Mischo, 03.10.2002, [C-8/01](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-8-01-arret), Assurandor-Societetet (Taksatorringen), punt 131).

54\. In concreto gaat het er om te onderzoeken of de vrijstelling van de zelfstandige groepering van personen en de belasting van de andere marktdeelnemer de beslissende oorzaak is waardoor onafhankelijke marktdeelnemers feitelijk van de markt worden uitgesloten (Concl. Adv.-Gen. Mischo, 03.10.2002, [C-8/01](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-8-01-arret), Assurandor-Societetet (Taksatorringen), punt 134). Als dat het geval is, moet de vrijstelling worden geweigerd, omdat zij als zodanig tot concurrentieverstoring leidt. Als dat niet zo is, is er geen gegronde reden om de btw-vrijstelling te weigeren, omdat zij de marktvoorwaarden in werkelijkheid niet wijzigt.

55\. Anders gesteld, als de keuze voor de betrokken marktspeler mee is bepaald door andere bepalende karakteristieken, dan is de btw-vrijstelling geen beslissende factor en kan er geen probleem zijn van concurrentieverstoring. Er dient dus nagegaan te worden of er karakteristieken voorhanden zijn die aantonen dat er geen concurrentieverstoring kan zijn.

*III.B.4.2. Toepassing in casu (finaliteit van de dienstverlening)*

56\. In de context van de beoogde verrichtingen is er in concreto geen sprake van effectieve concurrentieverstoring noch van potentiële concurrentieverstoring.

57\. De samenwerking waarop de bedoelde btw-vrijstelling wordt toegepast, heeft betrekking op een gespecialiseerde activiteit die specifiek aangepast is aan de noden die de dienstverlening aan de bedoelde leden met zich meebrengt.

58\. De Oprichters willen een langdurige samenwerking opstarten om hun maatschappelijke doelstelling te kunnen blijven realiseren. Zij zijn ervan overtuigd dat dit best kan door samen te werken in een groter geheel omdat de bundeling van de expertise zal leiden tot een kwalitatief betere dienstverlening voor hun doelpubliek. Bovendien zal de samenwerking toelaten om kostenbesparend te werken door het inkrimpen van kosten en/of het realiseren van schaalvoordelen.

59\. Daarnaast zullen de diensten van de activiteit enkel worden verricht ten behoeve van de leden van de zelfstandige groepering van personen.

Er zullen geen diensten worden verricht voor niet-leden waardoor deze gespecialiseerde activiteit zeker niet in concurrentie zal treden met andere dienstverleners.

Een uitbreiding van de bedoelde gespecialiseerde diensten naar een andere persoon zal enkel mogelijk zijn indien deze persoon toetreedt tot de zelfstandige groepering van personen en het engagement aangaat om een duurzame samenwerking op te zetten.

60\. Op grond van de feitelijke omstandigheden is de rulingdienst dan ook van mening dat er karakteristieken zoals hiervoor bedoeld (zie randnr. 55) voorhanden zijn die aantonen dat er in de huidige stand van zaken geen sprake is van concurrentieverstoring.

61\. Er is geen sprake van concurrentieverstoring in de gegeven omstandigheden aangezien:

• het gaat om door de groepering verleende specifieke diensten met het oog op de specifieke noden van haar leden (cf. supra);

• de groepering enkel diensten verricht voor haar leden;

• de groepering niet het systematisch maken van winst beoogt.

62\. Bijgevolg besluit de rulingdienst dat aan de vierde en laatste voorwaarde voor de vrijstelling van btw voor diensten van een zelfstandige groepering van personen voldaan is ([artikel 44, § 2bis, eerste lid, 4° WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44)).

63\. Als een marktdeelnemer zich omwille van de aard van de door de zelfstandige groepering van personen X verrichte handelingen benadeeld voelt door de toepassing van deze btw-vrijstelling en dus concurrentieverstoring ondervindt, kan hij een klacht indienen bij de centrale diensten btw van de Algemene Administratie van de Fiscaliteit ([Circulaire AAFisc nr. 31/2016 (nr. E.T. 127.540) van 12.12.2016](https://juriel.be/fr/circulaires/31-2016-agfisc-exoneration-groupement-autonome-association-bf9c), randnr. 49; Btw-Commentaar, editie 01.06.2023, Boekwerk II, Hoofdstuk 9, Afdeling 21, punt 3, rubriek E).

De btw-vrijstelling van [artikel 44, § 2bis WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) kan slechts worden ingetrokken, al dan niet retroactief, na onderzoek van het dossier waarbij de betrokken partijen afzonderlijk door de btw-administratie worden gehoord.

64\. Als een dergelijke klacht van concurrentieverstoring zou leiden tot een retroactieve intrekking door de centrale diensten btw van de btw-vrijstelling van [artikel 44, § 2bis WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) voor deze groepering (op grond van het bepaalde in de voorlaatste alinea van randnummer 49 van de [circulaire nr. 31/2016](https://juriel.be/fr/circulaires/31-2016-agfisc-exoneration-groupement-autonome-association-bf9c)), belet dit volgens de rulingdienst niet dat deze ruling geldig blijft tot de datum van deze klacht.

65\. De aanvrager dient binnen de maand die volgt op de aanvang van de activiteit aangifte doen bij de dienst inzake btw waaronder zij ressorteert met een lijst van de leden alsook de aard van hun activiteit en hierbij een afschrift van de voorafgaande beslissing te voegen.

## Textes cités

2

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 26 occurrences

[C-8/01, arrêt du 20 novembre 2003](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-8-01-arret) 3 occurrences
