---
title: "Décision anticipée 2023.0536 · La rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l&#x27;annexe"
description: "La rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l'annexe à l’ AR nr. 20, Démolition et reconstruction. Décision anticipée belge n° 2023.0536 du 23 janvier 2024."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2023-0536-rubrique-xxxvii-tableau-annexe-demolition-a5ef"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# La rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l'annexe · TVA - La rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l'annexe à l’ AR nr. 20 - Démolition et reconstruction

**Numéro**

2023.0536

**Date**

23 janvier 2024

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

107 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2023.0536 du 23.01.2024

*TVA* · *La rubrique XXXVII § 3 du tableau A de l'annexe à l’ AR nr. 20* · *Démolition et reconstruction*

## Résumé

Le projet de construction proposé bénéficie en soi de l'application du taux réduit de TVA de 6 % conformément à la rubrique XXXVII Démolition et reconstruction de bâtiments, § 3, du tableau A, de l'annexe à l'arrêté royal n° 20 du 20 juillet 1970 fixant les taux de la taxe sur la valeur ajoutée et déterminant la répartition des biens et des services selon ces taux, inséré par l'article 57 de la loi-programme du 22 décembre 2023 et entré en vigueur le 1er janvier 2024, en ce qui concerne la livraison des constructions par le demandeur aux cessionnaires des unités d’habitation respectives (avec les dépendances qui les accompagnent).

Le projet s’étend sur plusieurs lots cadastraux.

L’application effective du taux réduit dépend en outre des conditions imposées à la rubrique XXXVII Démolition et reconstruction de bâtiments, § 3, du tableau A, de l'annexe à l'arrêté royal n° 20 , à savoir principalement la destination que l’acquéreur va donner au logement, la possession faisant potentiellement obstacle dans le chef de l’acquéreur, la limite de superficie et les formalités à remplir.

Quoi qu’il en soit, ce régime du taux réduit de 6 % est temporaire et ne s’applique que lorsque la taxe due sur la livraison est, conformément à l’[article 17, §1er du Code de la TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-17), exigible au plus tard le 31 décembre 2024.

## Texte de la décision

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. Het bouwproject “op zich”, en meer specifiek de clusters x en z principieel in aanmerking komen voor het tijdelijk verlaagde tarief van 6 procent.

De zaken waarvoor bevestiging wordt gevraagd zijn:

\- Afbraak en heropbouw door dezelfde persoon (vereiste van eenheid (identiteit) tussen degene die afbreekt en degene die de woning heropbouwt);

\- Volledige of wezenlijke afbraak;

\- Afbraak van oud gebouw van significante omvang en evenredigheidsverhouding.

\- Heropbouw van het nieuwe woongebouw op hetzelfde kadastrale perceel als het afgebroken gebouw

\- Toepassing van het 6 procent btw-tarief op de levering van bijgebouwen en aanhorigheden.

## II. Beslissing

2\. De voorwaarden van de artikelen 21 en 22 van voormelde wet van 24 december 2002 werden nageleefd.

3\. In casu wenst X de toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 procent bij de levering van woongelegenheden die heropgebouwd werden nadat een gebouw, dat gelegen is op hetzelfde perceel waar de heropbouw heeft plaatsgevonden, werd afgebroken.

4\. Het bouwproject bestaat uit verschillende clusters en wordt gerealiseerd in een aantal fases.

5\. Enkel de cluster x en cluster z maken het voorwerp uit van voormelde beslissing.

### *II.A. Juridisch kader*

6\. Rubriek XXXVII Afbraak en heropbouw van woningen § 3 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, ingevoegd via artikel 57 van de programmawet van 22 december 2023 en in werking getreden op 1 januari 2024, luidt als volgt:

Het verlaagd tarief van 6 pct. is van toepassing op de levering van woningen en het bijhorend terrein, alsook op de vestiging, overdracht of wederoverdracht van de zakelijke rechten in de zin van [artikel 9, tweede lid, 2°](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-9), van het Wetboek, op een woning en het bijhorend terrein, die niet overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, van het Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld, door de belastingplichtige die de afbraak van een gebouw en de daarmee gepaard gaande heropbouw heeft uitgevoerd van een woning gelegen op hetzelfde kadastraal perceel als dat gebouw, wanneer:

1° de aanvraag voor de omgevingsvergunning met betrekking tot de handelingen inzake de heropbouw van een woning werd ingediend bij de bevoegde overheid vóór 1 juli 2023;

2° de op die handelingen verschuldigde belasting uiterlijk op 31 december 2024 opeisbaar is overeenkomstig [artikel 17, § 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-17), van het Wetboek.

7\. De tijdelijke regeling opgenomen in voornoemde rubriek XXXVII, § 3, nieuw, is een gevolg van het feit dat de tijdelijke tarifaire regeling die opgenomen was in [artikel 1 quater § 3 van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3) een einde nam op 31 december 2023.

8\. Op 1 januari 2024 werd een nieuwe permanente regeling van kracht voor een verlaagd btw-tarief met betrekking tot de afbraak en heropbouw van gebouwen op het hele Belgische grondgebied.

In het kader van de nieuwe permanente maatregel worden de leveringen van woningen, en de vestiging, overdracht en wederoverdracht van zakelijke rechten op dergelijke goederen, als gevolg van een afbraak en heropbouw van gebouwen, niet mee opgenomen.

Bijgevolg genieten dergelijke leveringen en vestigingen, overdrachten en wederoverdrachten van zakelijke rechten op dergelijke goederen niet (langer) van een verlaagd btw-tarief.

9\. Aangezien de toepassingsvoorwaarden van de nieuwe permanente regeling aldus zowel verschillen van die van de bestaande tijdelijke regeling ([artikel 1 quater van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3)) , als van die van de gewezen permanente regeling m.b.t. de 32 stadsgebieden (rubriek XXXVII van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20), werd er in overgangsmaatregelen voorzien voor die gevallen die vanaf 1 januari 2024 onder de nieuwe permanente regeling geen recht meer geven op een verlaagd btw-tarief, terwijl dat onder de vigerende regelingen wel het geval was.

10\. Voor de levering van nieuwe woningen na de afbraak van een gebouw, voorziet rubriek XXXVII, § 3, nieuw, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 in een overgangsmaatregel, waardoor bepaalde lopende projecten tot 31 december 2024 in aanmerking kunnen blijven komen voor het verlaagde btw-tarief van 6 pct.

11\. Om invulling te geven aan die overgangsmaatregel, herneemt rubriek XXXVII, § 3, nieuw, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 de toepassingsvoorwaarden van [artikel 1quater, § 3, van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3), waaraan twee temporale voorwaarden worden toegevoegd ter beperking van het toepassingsgebied in de tijd.

12\. Bijgevolg kunnen de toepassingsvoorwaarden van [artikel 1quater, § 3, van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3) aangewend worden voor de toepassing van rubriek XXXVII, § 3, nieuw van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, rekening houdend met de twee nieuwe temporale voorwaarden.

Bijkomend kan een beroep worden gedaan op de [circulaire 2021/C/18](https://juriel.be/fr/circulaires/2021-c-18-taux-reduit-tva-applicable-temporairement-19c8) dd. 25.02.2021 betreffende het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen in het hele Belgische grondgebied en de levering ervan, en op de ‘Praktische toepassingsgevallen met betrekking tot het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan’ dd. 06.06.2021. De commentaar en de praktische toepassingsgevallen kwamen tot stand n.a.v. de invoering van [artikel 1quater, § 3, van het koninklijk besluit nr. 20](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3).

Voor wat betreft de eerste nieuwe temporale voorwaarde, zijnde de aanvraag voor de omgevingsvergunning met betrekking tot de handelingen inzake de heropbouw van een woning is de datum van indiening van de aanvraag de datum waarop de vergunning officieel werd ontvangen door de bevoegde overheid, wat blijkt uit een ontvangstbewijs, dan wel uit een administratieve beslissing in die zin of uit de vergunning zelf.

### *II.B. Toepassing in casu*

**II.B.1. Toepassing in casu i.v.m. de eerste temporale voorwaarde.**

13\. De toepassing van rubriek XXXVII, § 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 is onderworpen aan twee temporale voorwaarden.

De eerste temporale voorwaarde heeft betrekking op de aanvraag voor de omgevingsvergunning met betrekking tot de handelingen inzake de heropbouw van een woning. Deze aanvraag bij de bevoegde overheid dient zich te situeren vóór 1 juli 2023.

14\. De aanvrager verklaart dat de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor cluster x werd ingediend op 16 december 2022. Op 19 juni 2023 werd een omgevingsvergunning afgeleverd.

De aanvrager verklaart dat de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor cluster z werd ingediend op 14 juli 2022. Op 20 februari 2023 werd een omgevingsvergunning afgeleverd.

15\. De aanvraag voldoet m.b.t. cluster x en cluster z aan de eerste temporale voorwaarde, opgenomen in XXXVII, § 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20, zijnde een aanvraag vóór 1 juli 2023 voor de omgevingsvergunning met betrekking tot de handelingen inzake de heropbouw van een woning ingediend te hebben bij de bevoegde overheid.

**II.B.2. Toepassing in casu i.v.m. criterium van eenheid.**

16\. De gunstmaatregel opgenomen in rubriek XXXVII, § 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 heeft in principe enkel betrekking op projecten die worden uitgevoerd, vanaf de afbraak van het gebouw tot de levering van de woning, door dezelfde belastingplichtige.

17\. In het geval niet voldaan is aan dit criterium van éénheid, zijnde dezelfde belastingplichtige voor de afbraak- én oprichtingswerken, voorziet de [circulaire 2021/C/18](https://juriel.be/fr/circulaires/2021-c-18-taux-reduit-tva-applicable-temporairement-19c8) (zie randnummer 28) evenwel in twee administratieve toegevingen, indien er vóór 1 januari 2021 reeds een oorzaak van opeisbaarheid van btw geheven van de kosten van afbraak van een gebouw zich heeft voorgedaan.

18\. Voor wat betreft cluster x is de sloop reeds gebeurd door Y. De sloopkosten werden door haar gedragen. De heropbouw zal gebeuren door X.

Bijgevolg is er geen sprake van zogenaamde eenheid van belastingplichtige.

Er dient te worden nagegaan of er een beroep kan worden gedaan op een administratieve toegeving.

19\. De aanvrager verklaart dat de sloop werd aangevangen op datum van x, zijnde een moment waarop beide partijen geen kennis konden hebben van de indertijd nieuwe (toen nog in te voeren) maatregel en de daaraan verbonden voorwaarden.

De juridische structurering van het project, zijnde het werken met een gesplitste structuur via de standaard grondvennootschap van de groep én een speciaal voor dit project opgerichte promotievennootschap werd reeds geruime tijd vóór de inwerkingtreding van de tijdelijke gunstmaatregel in stelling gebracht.

20\. Gezien het tijdstip van de opeisbaarheid van de facturen m.b.t. de sloop zich situeren vóór 1 januari 2021 kan voor wat betreft het tijdselement op een administratieve toegeving een beroep worden gedaan.

Het feit dat de sloopwerken ook nog in 2021 plaatsvonden vormt geen beletsel.

21\. Naast het tijdselement is er het criterium van eenheid van project. Via feitelijke gegevens dient te worden aangetoond dat de afbraak en de heropbouw als één globaal project dienen te worden beschouwd.

Op basis van de opstalovereenkomst tussen X en Y kan worden vastgesteld dat X van in het beginstadium van het project werd opgericht als Special Purpose Vehicle (SPV) teneinde dit bouwproject te realiseren. De oprichting van X vond bovendien reeds geruime tijd vóór de sloopwerken plaats.

X is aanvraagster van alle omgevingsvergunningen voor het hele bouwproject, met als enige uitzondering de eerste sloopvergunning.

De eerste sloopvergunning werd aangevraagd op naam van Z en uitgevoerd door Y, met als enige reden dat laatstgenoemde de volledige site had aangekocht én partijen op het tijdstip van aanvang van de sloopwerken niet op de hoogte waren van de nog niet ingevoerde tijdelijke gunstmaatregel, en bijgevolg ook geen weet konden hebben van het criterium van eenheid van belastingplichtige dat als voorwaarde gesteld zou worden om te kunnen genieten van de tijdelijke gunstmaatregel.

Mocht dit wel het geval geweest zijn, dan had de sloop alsnog kunnen worden uitgevoerd door X. Hiertoe had laatstgenoemde op dat tijdstip alsnog een eigendomsoverdragend opstalrecht kunnen bekomen (mits eventueel aanpassing in die zin van de reeds opgestelde opstalovereenkomst tussen beiden).

Op basis van deze resem van feitelijke gegevens kan worden besloten dat voor wat betreft cluster x het criterium van één globaal project werd aangetoond.

22\. Y en X zijn ontegensprekelijk verbonden vennootschappen vanuit het oogpunt van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen.

Bijgevolg is voldaan aan het criterium van verbonden partijen voor wat betreft de grondeigenaar en de bouwpromotor.

23\. Omdat aan alle criteria m.b.t. de administratieve tolerantie vermeld in 5.1 van de [circulaire 2021/C/18](https://juriel.be/fr/circulaires/2021-c-18-taux-reduit-tva-applicable-temporairement-19c8) dd. 25.02.2021 is voldaan, kan worden besloten dat een beroep mag worden gedaan op de administratieve toegeving voor cluster x.

24\. De sloop en heropbouw m.b.t. cluster z zal gebeuren voor rekening van X.

Aan het criterium van éénheid van de belastingplichtige is voor wat betreft cluster z voldaan. Er dient m.a.w. geen beroep te worden gedaan op een administratieve tolerantie.

**II.B.3. Toepassing in casu i.v.m. criterium van volledige sloop.**

25\. De [circulaire 2021/C/18](https://juriel.be/fr/circulaires/2021-c-18-taux-reduit-tva-applicable-temporairement-19c8) dd. 25.02.2021 stelt uitdrukkelijk in punt 3.2 in fine dat er sprake dient te zijn van een volledige sloop.

26\. De aanvrager verklaart dat zowel voor cluster x als voor cluster z alle gebouwen volledig werden (of worden) gesloopt.

Bijgevolg is aan het criterium van volledige sloop voldaan zowel voor cluster x als voor cluster z.

**II.B.4. Toepassing in casu i.v.m. sloop van een gebouw met een significante omvang.**

27\. Voor de definitie van gebouw wordt enerzijds een beroep gedaan op de definitie in artikel 1, § 9, 1° W.BTW en anderzijds op de omschrijving in punt 3.2. van [circulaire 2021/C/18](https://juriel.be/fr/circulaires/2021-c-18-taux-reduit-tva-applicable-temporairement-19c8) dd. 25.02.2021.

Het betreft enerzijds de definitie van ieder bouwwerk dat vast met de grond is verbonden en anderzijds de definitie van alle gebouwde onroerende goederen uit hun aard waaraan een kadastraal inkomen van gebouwd onroerend goed kan worden toegekend (gewone huizen en villa's, flats, nijverheids-, handels- of landbouwgebouwen).

28\. Het betreft de hiernavolgende gebouwen: \[opsomming\].

29\. Al die gebouwen die btw-matig kwalificeren als een gebouw, worden (volledig) afgebroken of zijn reeds afgebroken.

30\. Voor wat betreft het begrip significante omvang stelt de circulaire het volgende: met betrekking tot het feit of de omvang van een gebouw betekenisvol is ten opzichte van de nieuwe constructies omschrijft de wetgeving niet de draagwijdte van het begrip 'significant' terwijl de administratie niet de bevoegdheid heeft normatieve criteria terzake op te leggen. Het blijft bijgevolg een feitenkwestie.

31\. Cluster X1 (in totaal x m2) bestaat uit x bovengrondse gebouwen die in totaal x appartementen voorzien. Cluster X1 heeft enkel een residentiële functie.

Daarnaast zal cluster X2 (in totaal x m2) bestaan uit x wooneenheden (x m²) en een aantal commerciële ruimtes (x m2 ).

Clusters X1 en X2 zullen gebouwd worden op een deel van de percelen van het vroegere x, nl. de percelen w, x, y en z.

Cluster Z voorziet x studio’s en zal komen op de percelen t en v.

32\. Voor wat betreft de clusters X en Z is voldaan aan de voorwaarde van sloop van een gebouw met significante omvang.

**II.B.5. Toepassing in casu i.v.m. afbraak en heropbouw op hetzelfde kadastrale perceel.**

33\. Rubriek XXXVII Afbraak en heropbouw van woningen § 3 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven stelt uitdrukkelijk dat de afbraak en heropbouw op hetzelfde kadastraal perceel dient te gebeuren.

34\. De cluster X wordt gerealiseerd uit drie oorspronkelijke bebouwde percelen. De nieuwbouw betreft x bovengrondse woonblokken. Elk van deze woonblokken is gebouwd bovenop één gemeenschappelijke kelder/garage. In casu gaat het om x woongelegenheden en een aantal commerciële ruimtes die komen op de percelen x, y en z.

Alle bovengrondse gebouwen van cluster X komen op oorspronkelijk bebouwde percelen.

Onder beide clusters X zal één grote parkeergarage aanwezig zijn. De parkeergarage zal gemeenschappelijk zijn voor alle bovengrondse woonblokken en zal toegankelijk zijn via één centrale inrit.

De ondergrondse footprint van de volledige parkeergarage zal gelegen zijn op oorspronkelijk bebouwde percelen. Dankzij de gemeenschappelijke kelder/garage onder de clusters X1 en X2, vormen deze 5 entiteiten één enkel gebouw.

Alhoewel de gemeenschappelijke kelder/garage (wellicht) voldoet aan de kenmerken opgenomen in de punten 2.6 en 2.7 van de ‘Praktische toepassingsgevallen met betrekking tot het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan’ dd. 06.06.2021 motiveert de aanvrager niet bijkomend m.b.t. het verbindingselement van de gemeenschappelijke kelder/garage omdat het nieuwe gebouw gelegen zal zijn op 3 oorspronkelijk bebouwde percelen, en aldus op die manier een beroep kan worden gedaan op het btw-gunsttarief van 6 procent bij levering.

35\. De cluster Z wordt gerealiseerd uit twee oorspronkelijke bebouwde percelen. De nieuwbouw betreft een woonblok. In casu gaat het om x studio’s die komen op de percelen t en v.

Omdat het woonblok zal gebouwd worden over beide oorspronkelijke bebouwde percelen, wordt voldaan aan de voorwaarde van afbraak en heropbouw op hetzelfde kadastraal perceel.

36\. Bijgevolg beantwoorden zowel cluster X als cluster Z aan het criterium van afbraak en heropbouw op hetzelfde perceel.

**II.B.6. Toepassing in casu i.v.m. bijgebouwen.**

37\. Het verlaagd btw-tarief van 6 procent op grond van rubriek XXXVII Afbraak en heropbouw van woningen § 3 van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 heeft in principe enkel betrekking op de levering van een heropgerichte woning. De levering van bijgebouwen zoals een garage of een (fietsen)berging valt aldus buiten deze gunstmaatregel.

Evenwel voorziet punt 4.1 van de ‘Praktische toepassingsgevallen met betrekking tot het tijdelijk verlaagd btw-tarief voor afbraak en heropbouw van woningen op het hele Belgische grondgebied en de levering ervan’ dd. 06.06.2021 in een mogelijkheid om m.b.t. tot bijgebouwen van het gunsttarief van 6 procent te kunnen genieten. Dit is het geval wanneer het bijgebouw samen met de heropgerichte woongelegenheid wordt geleverd.

Dit vertaalt zich in één verkoopovereenkomst waarbij de bijgebouwen (die niet noodzakelijk in de woongelegenheid geïntegreerd dienen te zijn) samen met de woongelegenheid worden verkocht.

38\. De aanvrager geeft te kennen van die mogelijkheid gebruik te zullen maken voor wat betreft de verkoop van open (auto)staanplaatsen, garageboxen, private bergingen en fietsenbergingen.

39\. In dat geval kunnen die bijgebouwen ook van het verlaagde btw-tarief van 6 procent genieten.

**II.B.7. Toepassing in casu i.v.m. elementen die buiten het beslissingskader vallen.**

40\. De gunstmaatregel opgenomen in rubriek XXXVII, § 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 is onderhevig aan tal van voorwaarden. Die voorwaarden zijn vermeld in §3 maar ook in de daaropvolgende paragrafen.

41\. Het betreft voorwaarden waarover in voorliggende beslissing geen uitspraken wordt over gedaan.

42\. Zo is de oppervlakte, het maximum, van de nieuw te bouwen woonunits een voorwaarde. De oppervlakte dient per woonkavel onder de grens van 200m² te blijven.

De oppervlakte van de woonunits blijft een feitelijk element waarover geen uitspraak wordt gedaan, en bijgevolg nog steeds het voorwerp kan uitmaken van een latere nazicht.

43\. Over de bestemming van de woonkavels, het mogelijks verhinderend bezit in hoofde van de verkrijger (enige en hoofdzakelijk eigen woning dan wel sociale verhuur) en de te vervullen formaliteiten wordt evenmin uitspraak gedaan.

44\. Een belangrijk aandachtspunt bij de toepassing van het verlaagd btw-tarief op het voorgelegd project, i.c. de cluster X en Z ligt in het tijdelijk karakter van de regeling. Zo zal het verlaagd tarief van 6 procent maar van toepassing zijn op de levering van de woongelegenheden door X aan de verkrijger wanneer de op deze levering verschuldigde belasting overeenkomstig artikel 17, §1 Wb. Btw opeisbaar is uiterlijk op 31 december 2024.

Dit betreft de zogenaamde tweede temporale voorwaarde opgenomen in rubriek XXXVII, § 3, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 (zie randnummer 29 e.v. voor de eerste temporale voorwaarde).

45\. Ten slotte merken we op dat commerciële kavels (zie X2) in het project uitgesloten zijn van de gevraagde regeling.

## Textes cités

3

[AR no 20 art. 1quater](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-20-article-1quater-1bd3) 5 occurrences

[CTVA art. 17](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-17) 2 occurrences

[CTVA art. 9](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-9) 1 occurrence
