---
title: "Décision anticipée 2023.0041 · L&#x27;impôt des non-résidents, Articles 18, § 1 et 21, § 2 C.TVA"
description: "L'impôt des non-résidents, Articles 18, § 1 et 21, § 2 C.TVA. Décision anticipée belge n° 2023.0041 du 28 février 2023."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2023-0041-impot-non-residents-articles-tva-67fa"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# L'impôt des non-résidents · L'impôt des non-résidents - Articles 18, § 1 et 21, § 2 C.TVA - Article 117, § 2 du Code des droits d’enregistrement, d’hypothèque et de greffe

**Numéro**

2023.0041

**Date**

28 février 2023

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

57 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2023.0041 du 28.02.2023

*L’impôt des non-résidents* · *Articles* [*18, § 1*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) *et* [*21, § 2*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) *C.TVA* · *Article 117, § 2 du Code des droits d’enregistrement, d’hypothèque et de greffe*

## Résumé

**1.** L’apport de la participation de X KG dans une GmbH allemande par la société allemande Y ne donne pas lieu à une quelconque taxation de l’impôt des non-résidents dans le chef de X KG.

**2.** L’apport de la participation de X KG à l’occasion de l’apport de la société allemande n’entraine pas de changement de contrôle dans le chef de X KG au sens de l’article 207, alinéa 8, du CIR 92, en combinaison avec l’article 235, 2°, du CIR 92, et par conséquent, l’article 207, alinéa 8, en combinaison avec l’article 235, 2°, du CIR 92 n’est plus applicable.

**3.** L’apport de la participation de X KG dans une GmbH allemande par la société allemande Y ne relève pas du champ d’application du code de la TVA belge.

**4.** L’apport de la participation de X KG dans une GmbH allemande par la société allemande Y peut bénéficier de l’exonération prévue à l’article 117, § 2, du Code des droits d’enregistrement, d’hypothèque et de greffe.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite***

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1.** De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te verkrijgen dat wat betreft de inbreng van de aandelen door de Duitse vennootschap Y van haar participatie in X KG in een Duitse GmbH:

**1.1.** De inbreng van de participatie van X KG in een Duitse GmbH door de Duitse vennootschap Y kan worden doorgevoerd met vrijstelling van Belgische inkomstenbelasting.

**1.2.** De inbreng van de participatie van X KG in een Duitse vennootschap voor doeleinden van Belgische registratierechten geen belastbare transactie uitmaakt, of indien men oordeelt dat dit wel het geval is artikel 117 *juncto* 120 Wetboek der Registratierechten van toepassing is en er dus geen evenredige registratierechten verschuldigd zijn.

**1.3.** De inbreng van de participatie van X KG ingevolge de inbreng in een Duitse vennootschap geen wijziging van controle in de zin van artikel 207, achtste lid WIB 92 *juncto* artikel 235, 2° WIB 92 vormt in hoofde van de vennootschap X KG waardoor artikel 207, achtste lid WIB 92 *juncto* artikel 235, 2° WIB 92 dan ook geen toepassing vindt.

**1.4.** De inbreng van de participatie, dewelke in de zin van artikel 18,§ 1 W.Btw kwalificeert als een dienstprestatie tussen enerzijds Y en anderzijds een Duitse vennootschap die de rechtsvorm van een GmbH zal hebben, niet zal worden aanmerkt als een belastbare transactie in België overeenkomstig artikel 21, § 2 W.Btw en bijgevolg zonder gevolg blijft op het gebied van Belgische btw. Zowel inbrengende als inbrenggenietende vennootschap beschikken niet over een in België gelegen vaste inrichting waar deze participatie deel van uitmaakt.

## II. Beslissing

**2.** De aanvrager heeft in de aanvraag de voorwaarden vervat in de artikelen 21 en 22 van de voormelde wet van 24 december 2002 nageleefd.

**3.** De aanvrager is X KG, met bijkantoor in België.

**4.** De winsten uit de activiteit gerealiseerd in België worden als inrichtingswinst (overeenkomstig artikel 7 van de Overeenkomst tot Voorkoming van Dubbele Belasting tussen België en Duitsland) belast onder het regime van de niet-inwoners vennootschappen. Ten dien einde wordt jaarlijks door X KG een aangifte ingediend.

**5.** De groep wenst een herstructurering door te voeren waarbij de vennootschap X KG betrokken is. Deze herstructurering behelst de inbreng van de aandelen door de Duitse vennootschap Y van haar 100% participatie in X KG in een Duitse GmbH.

**6.** De aanvrager stelt dat de inbreng het gevolg is van een reorganisatie in Duitsland. Door een interne reorganisatie is Y de holdingvennootschap geworden van verschillende andere entiteiten in verschillende landen. De dochterondernemingen van Y zijn volledig georganiseerd als Duitse of buitenlandse “juridische” vennootschappen. Hierbij is X KG de enige uitzondering. Om de groepsstructuur van Y en haar dochterondernemingen te harmoniseren en met het oog op consistente procedures, is het nuttig om X KG in een andere Duitse GmbH in te brengen.

**7.** Men heeft de intentie om de vooropgestelde stap ten vroegste uit te voeren begin 2023 na het bekomen van een voorafgaande beslissing.

### *II.A. Fiscale continuïteit in België*

**8.** De inbreng van het belang in X KG door Y in de Duitse GmbH is een Duitse aangelegenheid die geen wijzigingen teweeg brengt ten aanzien van de in de belasting van niet-inwoners onderworpen entiteit, met name X KG. Na de inbreng van het belang blijft de Belgische inrichting een inrichting van X KG. De belastingplichtige in de belasting van niet-inwoners, met name X KG, is zowel voor als na de inbrengverrichting dezelfde. Na de inbrengverrichting zal X KG in de belasting van niet-inwoners onderworpen blijven op de winst die zij behaalt uit haar Belgische inrichting. Ter vergoeding ontvangt Y aandelen in de Duitse GmbH. De transactie heeft geen invloed op de activa en passiva van X KG (inclusief de Belgische vaste inrichting). De activa (waaronder het eigendomsrecht) en passiva van de vaste inrichting blijven bij voortduur bestaan en geboekt op het niveau van X KG.

**9.** De inbreng van de participatie geeft aldus geen aanleiding tot enigerlei belastingheffing in de belasting van niet-inwoners ten name van X KG.

**10.** X KG beschikt over fiscaal overgedragen verliezen en over te dragen investeringsaftrek.

**11.** Artikel 207, lid 8 WIB 92 bepaalt dat, in geval van verwerving of van wijziging tijdens het belastbaar tijdperk van de controle van een vennootschap die niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften, in afwijking van artikel 206, de vorige beroepsverliezen en in afwijking van art. 72, de niet-verleende investeringsaftrek noch aftrekbaar zijn van de winst van dat tijdperk, noch van deze van enig later belastbaar tijdperk.

**12.** Artikel 1:14 § 1 WVV bepaalt dat onder “controle over een vennootschap” dient te worden verstaan “de bevoegdheid in rechte of in feite om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van bestuurders of zaakvoerders of op de oriëntatie van het beleid.” Verder bepaalt artikel 1:16 § 1 WVV dat “Om de controlebevoegdheid vast te stellen wordt de onrechtstreekse bevoegdheid via een dochtervennootschap bij de rechtstreekse bevoegdheid geteld of wordt de bevoegdheid van een persoon die optreedt als tussenpersoon van een andere persoon, geacht uitsluitend in het bezit te zijn van laatstgenoemde”. Met andere woorden, de moedermaatschappij kan worden geacht zeggenschap te hebben over haar "kleindochterondernemingen".

**13.** De inbreng van de participatie in X KG in een vennootschap betreft aldus *in casu* geen controlewijziging. Gelet op bovenstaande paragrafen heeft Y *in casu* nog steeds zeggenschap over X KG. Na de transactie zal Y 100% van de aandelen bezitten in de Duitse GmbH hetgeen tot gevolg heeft dat de inbreng van de participatie niet resulteert in een wijziging van zeggenschap. Deze inbreng heeft enkel tot gevolg dat de verhouding van Y wijzigt t.a.v. X KG van een dochteronderneming naar kleindochteronderneming.

**14.** Er is bijgevolg geen sprake van een controlewijzing, en bijgevolg vindt artikel 207, achtste lid WIB 92 *juncto* artikel 235, 2° WIB 92 geen toepassing.

### *II.B. BTW*

**15.** Onderhavige analyse betreft de handeling die tot voorwerp heeft de inbreng van de aandelen door de Duitse vennootschap Y van haar 100% participatie - in X KG - in een Duitse GmbH. Juridisch wordt ter vergoeding van de inbreng aan Y (aandeelhouder van X KG) aandelen toegekend van de verkrijgende Duitse GmbH.

**16.** Met andere woorden hoe dient de overdracht van aandelen (1) in een Duitse entiteit- door een Duitse vennootschap in een andere Duitse vennootschap, vanuit BTW technisch oogpunt behandeld te worden.

---

(1) Participatie in X KG weliswaar beschikkend over een Belgische en een Luxemburgse vaste inrichting

---

**17.** Het bestaan van de onlichamelijk roerende goederen wordt veelal door een roerend voorwerp veruiterlijkt, een zo geheten titel of geschrift. Voorbeeld hiervan zijn aandelen. Onlichamelijke roerende goederen worden niet als ‘goederen’ in de zin van [artikel 9 van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-9) beschouwd en kunnen dus niet het voorwerp uitmaken van een ‘levering van goederen’. De handelingen onder bezwarende titel met betrekking tot deze onlichamelijke roerende goederen worden evenwel voor de toepassing van de btw als diensten beschouwd.

**18.** Artikel 18, § 1 W.Btw is dan ook duidelijk en stelt “Als een dienst wordt beschouwd elke handeling die geen levering van een goed is in de zin van dit Wetboek.”

**19.** Daar de overdracht van de aandelen, zijnde een dienstprestatie bij toepassing van artikel 18,§ 1 W.Btw plaatsvindt tussen twee in Duitsland gevestigde belastingplichtigen, dient onderzocht waar de dienstprestatie plaatsvindt.

**20.** Bijgevolg is er dus sprake van een belastbare handeling tussen twee belastingplichtigen, zijnde enerzijds Y en anderzijds een Duitse vennootschap die de rechtsvorm van een GmbH zal hebben. Belangrijk – in het kader van artikel 21, § 2 W.Btw hierna geciteerd - is vast te stellen dat de aanvrager verklaard dat zowel Y, als de Duitse GmbH, Duitse belastingplichtigen zijn zonder vaste inrichting in België.

**21.** Artikel 21, § 1 en § 2 W.Btw bepalen : “ Voor de toepassing van deze bepaling en artikel 21bis, moet onder ″belastingplichtige″ worden verstaan de persoon bedoeld in artikel 4, de belastingplichtige die ook werkzaamheden of handelingen verricht die niet als handelingen bedoeld in artikel 2 worden aangemerkt, evenals de niet-belastingplichtige rechtspersoon die voor btw-doeleinden is geïdentificeerd.

§ 2. De plaats van diensten, verricht voor een als zodanig handelende belastingplichtige, is de plaats waar deze belastingplichtige de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd. Worden deze diensten evenwel verricht voor een vaste inrichting van de belastingplichtige op een andere plaats dan die waar hij de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, dan geldt als plaats van de dienst de plaats waar deze vaste inrichting zich bevindt. Bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, geldt als plaats van de dienst de woonplaats of gebruikelijke verblijfplaats van de belastingplichtige die deze diensten afneemt.

**22.** Bij toepassing van de artikelen 18,§ 1 en 21, § 2 W.Btw dient geconcludeerd dat de overdracht van aandelen - in een Duitse entiteit -, tussen twee in Duitsland gevestigde belastingplichtigen die niet beschikken over een vaste inrichting in België, plaatsvindt daar waar de ontvanger van de dienst gevestigd is, *in casu* in Duitsland. Voormelde houdt in dat de handeling zich niet situeert binnen het toepassingsgebied van het Belgisch btw-wetboek.

### *II.C. Registratierechten*

**23.** De voorliggende transactie bestaat uit het feit dat Y - ten gunste van een Duitse GmbH - haar belang in X KG inbrengt.

**24.** Artikel 117 § 2 *juncto* 120 W.Reg. voorziet in een vrijstelling van registratierechten voor de inbrengen gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Gemeenschap, van goederen die één of meer van haar bedrijfstakken uitmaken.

**25.** De inbreng heeft betrekking op de totaliteit van de activa en passiva (onroerend goed, overige activa, personeel, …) verbonden aan de activiteit van de groep in België en Luxemburg. Deze activa en passiva vormen een bedrijfstak in de zin van artikel 117, § 2 W. Reg.

**26.** De voorliggende transactie wijzigt niet de eigendomsrechten van onroerende goederen die zowel in België als in Duitsland zijn gelegen. X KG blijft na die transactie eigenaar van de onroerende goederen.

**27.** De inbreng zal uitsluitend worden vergoed in aandelen.

**28.** De door artikel 117 W. Reg. opgelegde formele vereisten zullen worden opgenomen in de notariële akte.

**29.** De inbreng zal gebeuren door een Duitse vennootschap (Y).

**30.** De inbreng gebeurt in een bestaande of nieuwe Duitse vennootschap die de rechtsvorm van een GmbH zal hebben.

**31.** Bijgevolg valt de verrichting onder de vrijstelling zoals voorzien in artikel 117 § 2 W.Reg.

Er werd beslist dat:

**32.** De inbreng van de participatie van X KG in een Duitse GmbH door de Duitse vennootschap Y geen aanleiding geeft tot enigerlei belastingheffing in de belasting van niet-inwoners ten name van X KG.

**33.** De inbreng van de participatie van X KG ingevolge de inbreng in een Duitse vennootschap geen wijziging van controle in de zin van artikel 207, achtste lid WIB 92 *juncto* artikel 235, 2° WIB 92 in hoofde van X KG vormt waardoor artikel 207, achtste lid WIB 92 *juncto* artikel 235, 2° WIB 92 dan ook geen toepassing vindt.

**34.** De inbreng van de participatie, dewelke in de zin van artikel 18, § 1 W.Btw kwalificeert als een dienstprestatie tussen enerzijds Y en anderzijds een Duitse vennootschap die de rechtsvorm van een GmbH zal hebben, niet zal worden aanmerkt als een belastbare transactie in België overeenkomstig artikel 21, § 2 W.Btw en bijgevolg zonder gevolg blijft op het gebied van Belgische btw.

**35.** De inbreng van de participatie van X KG in een Duitse GmbH door de Duitse vennootschap Y kan genieten van de vrijstelling voorzien in artikel 117, § 2 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten.

## Textes cités

3

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 1 occurrence

[CTVA art. 21](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) 1 occurrence

[CTVA art. 9](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-9) 1 occurrence
