---
title: "Décision anticipée 2022.0414 · Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre"
description: "Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre, Motifs économiques valables, Unité TVA. Décision anticipée belge n° 2022.0414 du 14 juin 2022."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2022-0414-impot-societes-scission-partielle-fiscalement-8d20"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre · Impôt des sociétés - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - TVA - Unité TVA - Révision

**Numéro**

2022.0414

**Date**

14 juin 2022

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

63 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2022.0414 du 14.06.2022

*Impôt des sociétés* · *Scission partielle fiscalement neutre* · *Motifs économiques valables*

*TVA* · *Unité TVA* · *Révision*

## Résumé

La scission partielle de la société X qui transfère un bien immobilier et des droits réels à la société de groupe Y, répond aux dispositions de l’article 183bis du CIR92 et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale en application de l’article 211, § 1 er, du CIR 92.

La scission partielle de la société X qui transfère un bien immobilier et des droits réels à la société Y, doit être considérée comme une opération interne ne relevant pas du champ d'application de la TVA sur la base de l’[article 4, §2, du CTVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) et qui n’a pas pour conséquence une révision de TVA à ce moment.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:

1.1. de partiële splitsing van de vennootschap NV A, waarbij de onroerend goed activiteit wordt overgedragen naar de vastgoedvennootschap BV B, beantwoordt aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of belastingontwijking heeft in de zin van artikel 183bis WIB 92;

1.2. de beschreven transactie tussen leden van dezelfde btw-eenheid, ingevolge [artikel 4, § 2, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4), buiten het toepassingsgebied van de btw valt, noch er enige btw-herziening van toepassing is, op het moment van de partiële splitsing;

1.3. de voorgenomen transacties van partiële splitsing van NV A en daaropvolgende overdracht van de aandelen in de operationele vennootschappen van de Groep aan een derde partij geen impact hebben op de in het verleden voltrokken herstructureringen binnen de groep conform de eerder verkregen Voorafgaande Beslissing.

## II. Omschrijving van de verrichtingen

2\. De bij de verrichting betrokken vennootschappen behoren tot dezelfde groep, met name de groep X die actief is in sector x.

3\. BV C is de holdingvennootschap die tevens ondersteunende diensten levert aan de groepsvennootschappen. De aandelen zijn in handen van de natuurlijke personen x en y en dit elk voor 50%.

4\. BV B is de vastgoedvennootschap van de groep en verhuurt voornamelijk niet-residentieel onroerend goed.

5\. NV A is een exploitatievennootschap.

6\. De groep wenst een partiële splitsing door te voeren waarbij NV A haar onroerend goed en de zakelijke rechten zal overdragen aan de centrale vastgoedvennootschap van de groep, met name BV B. De schuld die werd aangegaan om het overgedragen onroerend goed te verwerven, zal eveneens worden overgedragen.

7\. De geplande partiële splitsing heeft geen impact op de tewerkstelling. Er zal geen personeel overgaan naar de vastgoedvennootschap BV B naar aanleiding van de partiële splitsing.

8\. De partiële splitsing beantwoordt aan de definitie van een met splitsing gelijkgestelde verrichting zoals vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), WIB 92.

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92*

9\. De afsplitsing van het onroerend goed en de zakelijke rechten is noodzakelijk om de overname van de operationele activiteiten van de X Groep door een derde partij mogelijk te maken en de continuïteit van het bedrijf te garanderen. De kinderen van de natuurlijke personen x en y hebben geen interesse om de zaak verder te zetten. Daarnaast wensen de natuurlijke personen x en y het onroerend goed patrimonium van de X Groep verder uit te breiden en te professionaliseren. De overnemer is bereid de exploitatieactiviteit over te nemen maar is niet geïnteresseerd in het onroerend goed. De operationele vennootschappen die de derde partij wenst over te nemen bezitten, op het vastgoed van NV A na, geen onroerend goed. Aldus dient dit vastgoed afgesplitst te worden, vooraleer er een effectieve overdracht van de aandelen kan plaatsvinden.

10\. Aangaande de verkoop van de aandelen werd door de aanvragers gesteld dat zij met het oog op een heroriëntering van hun activiteiten de gerealiseerde meerwaarde en de mogelijks te ontvangen earn-out duurzaam zullen investeren binnen de groep.

11\. De aanvragers hebben bevestigd dat de eigenvermogensbestanddelen worden verdeeld conform artikel 213 WIB 92.

12\. De aanvragers hebben aangetoond dat er geen fiscale motieven aan de basis van de partiële splitsing liggen:

\- BV B en NV A zijn winstgevend en hebben geen overgedragen fiscale bestanddelen;

\- de aanvragers hebben bevestigd dat BV B een marktconforme huur zal aanrekenen aan NV A voor het gebruik van het onroerend goed;

\- de verkrijgende vennootschap BV B heeft geen vrijgestelde reserves waarvoor eventuele herbeleggingsverplichtingen openstaan, zodat de partiële splitsing er niet toe strekt om de ingevolge de partiële splitsing verkregen activa aan te duiden als herbeleggingsactief ten name van de verkrijgende vennootschap;

\- de aanvragers hebben bevestigd dat er geen intentie bestaat om de aandelen van BV B over te dragen. Evenwel worden de aandelen van NV A, samen met de voormelde operationele vennootschappen verkocht aan een derde partij. De hierbij gerealiseerde meerwaarde zal duurzaam geïnvesteerd worden binnen de groep.

13\. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van NV A niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

14\. De verkrijgende vennootschap BV B is een binnenlandse vennootschap.

15\. De partiële splitsing beantwoordt aan de definitie van verrichtingen gelijkgesteld met een splitsing zoals vermeld in art. 2, § 1, 6°/1, WIB 92.

16\. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de partiële splitsing van NV A kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

### *III.B. Inzake de toepassing van de BTW*

17\. Artikel 4, § 2 Wbtw bepaalt : “De Koning kan, in de gevallen en volgens de regels die Hij bepaalt, de in België gevestigde personen die juridisch gezien wel zelfstandig zijn, doch financieel, economisch en organisatorisch nauw met elkaar verbonden zijn, voor de toepassing van dit Wetboek als één belastingplichtige aanmerken.”

18\. De btw-eenheid wordt dus aangemerkt als één belastingplichtige voor de goederen en de diensten bekomen van derden en voor de prestaties verstrekt aan die derden.

19\. Hieruit volgt dat:

\- de ‘interne handelingen’ niet binnen de werkingssfeer van de btw vallen;

\- de leveringen van goederen en de diensten verricht door derden voor elk lid, voor de toepassing van de btw verricht worden voor de btw-eenheid;

\- de invoeren en intracommunautaire verwervingen verricht door elk lid, verricht worden door de btw-eenheid;

\- de ‘externe handelingen’ verricht worden door de btw-eenheid.

20\. Die gevolgen gelden, zonder uitzondering, voor alle leveringen van goederen en diensten.

21\. Het feit dat interne handelingen niet binnen de werkingssfeer van de btw vallen heeft tot gevolg dat alle leveringen van goederen en diensten die worden verricht tussen de leden van de btw-eenheid, zonder uitzondering, plaatsvinden buiten de werkingssfeer van de belasting. Die verrichtingen kunnen enigszins vergeleken worden met die welke worden verricht tussen de verschillende afdelingen van éénzelfde belastingplichtige.

22\. Vaststellende dat :

\- NV A, middels partiële splitsing het door haar – op basis van een opstalrecht verkregen van BV B – opgericht onroerend goed alsmede haar zakelijk recht overdraagt aan BV B waardoor deze volle eigenaar wordt van het betreffend onroerend goed;

\- NV A sedert xx-xx-xx lid is van de Btw eenheid en BV B sedert xx-xx-xx lid is van voormelde btw-eenheid;

\- dient geconcludeerd te worden dat de overdracht tussen beide leden van eenzelfde btw-eenheid, als een interne handeling aangemerkt moet worden, die plaatsvindt buiten de werkingssfeer van de Btw.

23\. Voormelde houdt in dat niettegenstaande de overdracht van het onroerend goed - middels partiële splitsing – dat erop volgend met vrijstelling van btw verhuurd zal worden aan NV A, niet als een bedrijfsafdeling aangemerkt zou kunnen worden - mocht deze transactie niet plaatsvinden binnen de btw-eenheid - zal deze transactie als geconcludeerd in randnummer 22.3 plaatsvinden buiten de werkingssfeer van de Btw. Door de werking van artikel 4, § 2 Wbtw zal deze verrichting geen aanleiding geven tot een btw-herziening bij toepassing van artikel 46 en 48 Wbtw en dit op het tijdstip van de partiële splitsing, als voormeld, noch bij toepassing van artikel 12, § 1, eerste lid, 3° Wbtw daar het in hoofde van NV A als in hoofde van BV B een bedrijfsmiddel blijft.

24\. Anderzijds wijst de aanvrager erop dat zij een intentie-overeenkomst ondertekende voor de verkoop van de aandelen van de operationele vennootschappen aan een derde onderneming. En dat de toepassingsvoorwaarden voor de btw-eenheid niet langer vervuld zullen worden in hoofde van alle vennootschappen die momenteel deel uitmaken van de btw eenheid, hetgeen impliceert dat het onroerend goed – voorwerp van deze beslissing, alsmede alle onroerende goederen dewelke die gecentraliseerd werden in hoofde van BV B niet langer aangewend zullen worden binnen die btw-eenheid. Hetgeen aanleiding zal geven tot een btw-herziening.

25\. Daar om reden van procedures alsmede het verkrijgen van bepaalde goedkeuringen, het tijdstip waarop de aandelenverkoop uitwerking zal krijgen momenteel niet bepaalbaar is, wijst de DVB de aanvrager er evenwel op dat de berekening van de btw-herziening ingevolge het in randnummer 24 hiervoor vermelde handeling, dient plaats te vinden onder toezicht van de Btw-administratie.

### *III.C. Inzake de geldigheid van de beslissing nr. xxxx*

26\. In haar beslissing nr. xxxx van xx-xx-xx heeft de DVB zich inzonderheid uitgesproken over het feit dat de partiële splitsingen van de operationele vennootschappen alsook de fusies waarbij bepaalde groepsvennootschappen worden overgenomen door BV B beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183bis, WIB 92.

27\. In de voormelde beslissing werd gesteld dat er geen intentie was om de aandelen van de betrokken vennootschappen te verkopen. Evenwel sprak de DVB zich in de beslissing nr. xxxx niet over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis WIB 92 of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in de voormelde beslissing, zoals bijvoorbeeld de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van de operationele vennootschappen en BV.

28\. Op het ogenblik van de initiële aanvraag tot voorafgaande beslissing (i.e. in de loop van xxxx) bevond de X groep zich in een andere situatie en had men de bedoeling om key medewerkers te laten intreden in de Groep. Na de herstructurering zoals vermeld in de beslissing xxxx, zijn de natuurlijke personen x en y gesprekken opgestart met bepaalde key medewerkers maar deze hebben niet geleid tot een instap van deze medewerkers in het kapitaal van de betreffende operationele vennootschappen.

29\. Het huidig voornemen tot verkoop van de operationele vennootschappen is onder meer ingegeven onder impuls van het vermelde in randnummer 28, het overnamebod door een derde partij en het gebrek aan interesse van de kinderen om de zaak verder te zetten. Daarnaast was het ook al enige tijd de uitdrukkelijke wens van de natuurlijke personen x en y om het onroerend patrimonium van de X Groep verder uit te breiden en te professionaliseren.

30\. Naar aanleiding van de verkoop van de operationele entiteiten aan de derde partij zal de activiteit van BV C deels geheroriënteerd worden, nl. aanhouden van de aandelen van o.m. één of meerdere vastgoedvennootschappen, i.p.v. de aandelen van entiteiten operationeel in de sector x.

31\. De heroriëntering werd door de aanvragers onderschreven in randnummer 10.

32\. Gelet op het voorgaande kan besloten worden dat de geplande verkoopverrichting de geldigheid van de beslissing nr. xxxx niet in het gedrang brengt.

## Textes cités

1

[CTVA art. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) 2 occurrences
