---
title: "Décision anticipée 2022.0334 · Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre"
description: "Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre, Motifs économiques valables. Décision anticipée belge n° 2022.0334 du 24 mai 2022."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2022-0334-impot-societes-scission-partielle-fiscalement-212b"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre · Impôt des sociétés - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Mesure anti-abus - TVA - Unité TVA

**Numéro**

2022.0334

**Date**

24 mai 2022

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

64 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2022.0334 du 24.05.2022

*Impôt des sociétés* · *Scission partielle fiscalement neutre* · *Motifs économiques valables* · *Fraude ou évasion fiscale* · *Mesure anti-abus*

*TVA* · *Unité TVA*

## Résumé

La scission partielle de la société X, par laquelle une des deux activités d’exploitation est cédée à une société belge Y récemment constituée, répond aux dispositions de l'article 183bis du CIR 92 et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale visé à l'article 211, § 1 er du CIR 92.

*Le choix de l’ensemble des actes juridiques (scission partielle suivie d’une augmentation du capital) se justifiait suffisamment par d’autres motifs que la volonté d’éviter les impôts sur les revenus au sens de l’article 344, § 1**er**, alinéa 3 du CIR 92 , et ne constitue pas un abus fiscal au sens de l’article 344, § 1**er**, alinéa 1**er* *du CIR 92.*

*La scission partielle susmentionnée de la société X doit être considérée comme une opération interne qui, sur la base de l’*[*article 4, § 2 du CTVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4)*, se situe en dehors du champ d’application de la TVA.*

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:

1.1. de partiële splitsing van vennootschap X, waarbij de exploitatieactiviteit A wordt overgedragen aan de recent opgerichte vennootschap Y, beantwoordt aan de voorwaarden vervat in artikel 211, § 1, van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) en niet als doel of één van de hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in het licht van artikel 183bis WIB 92;

1.2. de verwerking van de fiscaal overgedragen verliezen van vennootschap X naar aanleiding van de partiële splitsing in overeenstemming is met artikel 206, § 2, WIB 92;

1.3. de beoogde boekhoudkundige retroactiviteit van de partiële splitsing van vennootschap X tegenstelbaar is aan de belastingadministratie op het vlak van de vennootschapsbelasting;

1.4. de algemene misbruikbepaling van artikel 344 WIB 92 in dit geval niet van toepassing is omdat deze herstructurering niet fiscaal, doch wel zakelijk geïnspireerd is;

1.5. de partiële splitsing van vennootschap X buiten het toepassingsgebied van btw valt overeenkomstig [artikel 4, § 2 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) (hierna W.BTW) voor zover deze plaatsvindt tussen leden van dezelfde btw-eenheid.

## II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers

2\. Vennootschap X is een exploitatievennootschap die thans twee onderscheiden activiteiten A en B heeft. Alle aandelen van vennootschap X worden aangehouden door vennootschap Z.

3\. De voorgenomen verrichting betreft de partiële splitsing van vennootschap X waarbij alle activa- en passivabestanddelen die betrekking hebben op exploitatieactiviteit A zullen worden overgedragen aan de recent opgerichte groepsvennootschap Y tegen uitgifte van nieuwe aandelen aan de aandeelhouder Z. De geplande partiële splitsing beantwoordt aan de definitie van een met splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), WIB 92.

## III. Beslissing

### *III.A. Betreffende de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 op de partiële splitsing*

4\. De partiële splitsing strekt ertoe om een strikte scheiding te bekomen tussen enerzijds activiteit A en anderzijds activiteit B, die binnen vennootschap X werden opgestart. Deze reorganisatie zou er moeten voor zorgen dat het beheer, de investeringspolitiek en de opvolging van beide activiteiten wordt vereenvoudigd. Er wordt tevens aan risicospreiding gedaan met deze verrichting. De aanvragers hebben in dit kader bevestigd dat geen claims of vorderingen bij vennootschap X aanwezig zijn en dat de verrichting er niet toe strekt zich aan bepaalde financiële verplichtingen te onttrekken.

5\. De geplande verrichting zal geen impact hebben op de graad van tewerkstelling binnen de groep. Het personeel verbonden aan activiteit A zal mee overgaan naar vennootschap Y waaruit blijkt dat deze activiteit zal worden verder gezet bij de verkrijgende vennootschap.

6\. De aanvragers hebben bevestigd dat vennootschap X over overgedragen fiscale verliezen beschikt. De aanvragers hebben bevestigd dat deze overgedragen fiscale verliezen conform het bepaalde in artikel 206, § 2, tweede lid, WIB 92 zullen worden verdeeld en beperkt. Aangezien vennootschap Y recent werd opgericht, beschikt zij niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen.

7\. Ingeval van een (partiële) splitsing in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92 worden de verkrijgende vennootschappen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 213 WIB 92, bij het bepalen van het gestorte kapitaal en van de voorheen gereserveerde winst die ingeval van (partiële) splitsing bij elk van de overnemende of verkrijgende vennootschappen in aanmerking worden genomen, geacht het gestorte kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de (partieel) gesplitste vennootschap evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van hen gedane inbreng te hebben overgenomen of verkregen. De aanvragers hebben bevestigd dat de omdeling van de fiscale vermogensbestanddelen conform het bepaalde in artikel 213 WIB 92 zal gebeuren. Vennootschap X heeft geen andere vrijgestelde reserves die in aanmerking komen voor de bepaling van de fiscale nettowaarde dan een investeringsreserve. Aangezien vennootschap Y recent werd opgericht, beschikt zij niet over vrijgestelde reserves.

8\. De aanvragers hebben bevestigd dat vennootschap Z geen intentie heeft om de aandelen van vennootschap X of vennootschap Y over te dragen na de geplande partiële splitsing.

9\. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

10\. De verkrijgende vennootschap is een binnenlandse vennootschap.

11\. Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, §1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de partiële splitsing van vennootschap X kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, §1, WIB 92.

### *III.B. Betreffende de verdelingsmethodiek van de fiscaal overgedragen verliezen bij toepassing van artikel 206, § 2, tweede lid, WIB 92*

12\. Zoals vermeld in het randnummer 6 hebben de aanvragers bevestigd dat vennootschap X over overgedragen fiscale verliezen beschikt en dat deze verliezen conform het bepaalde in artikel 206, § 2, tweede lid, WIB 92 zullen worden verdeeld en beperkt. In dit kader werd door de aanvragers de berekeningsmethode uitgewerkt.

13\. Uit de door de aanvragers verkregen berekeningswijze van de verdeling en beperking van de fiscale verliezen naar aanleiding van de voorgenomen partiële splitsing van vennootschap X kan worden opgemaakt dat artikel 206, § 2, tweede lid, WIB 92 correct wordt toegepast, met dien verstande evenwel dat de DVB zich niet uitspreekt omtrent het bedrag van de overgedragen fiscale verliezen en van de fiscale nettowaarden op basis waarvan voormelde berekening werd gemaakt.

### *III.C. Betreffende de boekhoudkundige retroactiviteit van de partiële splitsing op het vlak van de vennootschapsbelasting*

14\. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag, inzonderheid t.a.v. vermeld retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

14.1. met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband wordt opgemerkt dat een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maand in normale omstandigheden niet als een korte periode kan worden aangemerkt;

14.2. en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

15\. De voorgenomen partiële splitsing van vennootschap X zal volgens de aanvragers plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteit waarbij de boekhoudkundige retroactiviteitsperiode niet meer dan zeven maanden zal bedragen.

16\. In het kader van de in randnummer 14.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de overgedragen fiscale verliezen of overgedragen DBI-aftrek door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). Vennootschap X beschikt over overgedragen fiscale verliezen. De aanvragers hebben evenwel verklaard dat er tijdens de voorziene retroactiviteitsperiode geen uitzonderlijke verrichtingen zullen plaatsvinden die een wezenlijke impact hebben op de fiscale nettowaarden zodat van een mogelijke “manipulatie” van de fiscale nettowaarden geen sprake zal zijn.

17\. Derhalve kan worden gesteld dat de retroactiviteitsclausule een correcte toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat en dat de boekhoudkundige retroactiviteit van de betreffende partiële splitsing op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.

### *III.D. Betreffende de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92 op het geheel van de rechtshandelingen*

18\. Uit een samenlezing van de artikelen 184ter, § 3, tweede lid, 206, § 2, tweede en derde lid, en 213, derde lid, WIB 92 volgt dat de overgedragen fiscale verliezen van een vennootschap met een negatieve fiscale nettowaarde naar aanleiding van haar partiële splitsing volledig verloren gaan (zie Jaarverslag van de DVB van 2014 - blz. 96 tot 98).

19\. In casu werd vastgesteld dat vennootschap X reeds enkele jaren kampt met een negatief eigen vermogen. Voorafgaand aan de voorgenomen partiële splitsing van vennootschap X werd een kapitaalverhoging in geld bij vennootschap X doorgevoerd, waardoor de fiscale nettowaarde van vennootschap X op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum van de partiële splitsing (tijdstip waarop de fiscale nettowaarde wordt vastgesteld voor de toepassing van artikel 206, § 2, tweede lid, WIB 92) positief werd. Deze kapitaalverhoging heeft als gevolg dat de overgedragen fiscale verliezen van vennootschap X niet volledig verdwijnen maar wel onder de twee vennootschappen worden verdeeld en slechts in geringe mate worden beperkt (zie randnummer 12).

20\. Een partiële splitsing van een vennootschap met een negatief eigen vermogen in combinatie met een voorafgaandelijke kapitaalverhoging kan derhalve als een fiscaal misbruik worden aanzien in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92 wanneer er sprake is van een opzettelijke manipulatie van de fiscale nettowaarde van de betrokken vennootschap met het oog op een maximale overdracht van de overgedragen fiscale verliezen zodat de toepassing van artikel 206, §2, tweede lid, WIB 92 wordt gefrustreerd.

21\. De aanvragers hebben voor de doorgevoerde kapitaalverhoging verschillende niet-fiscale motieven aangehaald. Deze beweringen werden eveneens gestaafd door verschillende documenten.

22\. Derhalve kan worden besloten dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen, bestaande uit de partiële splitsing van vennootschap X voorafgegaan door een kapitaalverhoging, verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, §1, derde lid, WIB 92 en geen fiscaal misbruik uitmaakt als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.

23\. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in randnummer 8, met deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, §1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bijvoorbeeld de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van vennootschap X en/of vennootschap Y. Bij een latere overdracht van deze aandelen is deze beslissing inzake de vennootschapsbelasting niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

### *III.E. Betreffende de toepassing van artikel 4, § 2, W.BTW op de partiële splitsing*

24\. Artikel 4, § 2, W.BTW bepaalt het volgende: “De Koning kan, in de gevallen en volgens de regels die Hij bepaalt, de in België gevestigde personen die juridisch gezien wel zelfstandig zijn, doch financieel, economisch en organisatorisch nauw met elkaar verbonden zijn, voor de toepassing van dit Wetboek als één belastingplichtige aanmerken.”

25\. De btw-eenheid wordt dus aangemerkt als één belastingplichtige voor de goederen en de diensten bekomen van derden en voor de prestaties verstrekt aan die derden. Hieruit volgt dat:

25.1. de ‘interne handelingen’ niet binnen de werkingssfeer van de btw vallen;

25.2. de leveringen van goederen en de diensten verricht door derden voor elk lid, voor de toepassing van de btw worden verricht voor de btw-eenheid;

25.3. de invoeren en intracommunautaire verwervingen verricht door elk lid, worden verricht door de btw-eenheid;

25.4. de ‘externe handelingen’ worden verricht door de btw-eenheid.

26\. Die gevolgen gelden, zonder uitzondering, voor alle leveringen van goederen en diensten.

27\. Het feit dat interne handelingen niet binnen de werkingssfeer van de btw vallen, heeft tot gevolg dat alle leveringen van goederen en diensten die worden verricht tussen de leden van de btw-eenheid, zonder uitzondering, buiten de werkingssfeer van de belasting. Die verrichtingen kunnen enigszins worden vergeleken met die welke worden verricht tussen de verschillende afdelingen van éénzelfde belastingplichtige.

28\. Hieruit volgt inzonderheid dat de artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW niet van toepassing zijn tussen de leden van een btw-eenheid.

29\. Vaststellende dat :

29.1. vennootschap X middels een partiële splitsing haar activiteit A overdraagt aan vennootschap Y;

29.2. vennootschap X lid is van de btw-eenheid Z en vennootschap Y recent lid is geworden van voormelde btw-eenheid;

dient geconcludeerd te worden dat de overdracht tussen beide leden van eenzelfde btw-eenheid, als een interne handeling moet worden aangemerkt, die plaatsvindt buiten de werkingssfeer van de btw.

## Textes cités

1

[CTVA art. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) 2 occurrences
