---
title: "Décision anticipée 2021.0937 · Impôt des sociétés, Fusion fiscalement neutre"
description: "Impôt des sociétés, Fusion fiscalement neutre, Scission partielle fiscalement neutre. Décision anticipée belge n° 2021.0937 du 30 novembre 2021."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2021-0937-impot-societes-fusion-fiscalement-neutre-aad3"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt des sociétés, Fusion fiscalement neutre · IMPÔT DES SOCIÉTÉS - Fusion fiscalement neutre - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Dividendes - Plus-value sur actions - Changement de contrôle d’une société - Besoins légitimes de caractère financier ou économique - Mesure anti-abus - TVA - Cession d’une universalité de biens - DROITS D’ENREGISTREMENT - Mesure anti-abus - Vlabel

**Numéro**

2021.0937

**Date**

30 novembre 2021

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

168 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2021.0937 du 30.11.2021

*IMPÔT DES SOCIÉTÉS* · *Fusion fiscalement neutre* · *Scission partielle fiscalement neutre* · *Motifs économiques valables* · *Fraude ou évasion fiscale* · *Dividendes* · *Plus-value sur actions* · *Changement de contrôle d’une société* · *Besoins légitimes de caractère financier ou économique* · *Mesure anti-abus*

*TVA* · *Cession d’une universalité de biens*

*DROITS D’ENREGISTREMENT* · *Mesure anti-abus* · *Vlabel*

## Résumé

La scission partielle de la société d’exploitation, la SA A, par laquelle le patrimoine immobilier est transféré à la société immobilière existante, la SA B, et la fusion subséquente entre les sociétés d’exploitation, la SA A et la SA C, qui visent, d’une part, à centraliser le patrimoine immobilier du groupe en une seule société immobilière spécialisée et, d’autre part, à rassembler autant que possible les activités d’exploitation similaires en vue d’obtenir des synergies, répondent aux dispositions de l’article 183bis du CIR 92 et peuvent avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale en application de l’article 211, § 1 er, CIR 92. La fusion susmentionnée relève de l’application des articles [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) et [18, § 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18), C.TVA.

Les actions de la SA B que l’actionnaire, la SA D, obtient à la suite de la scission partielle susmentionnée de la SA A, sont considérées, conformément à l’article 192, § 1 er, alinéa 7, CIR 92, comme ayant été acquises à la date à laquelle la SA D a acquis les actions de la SA A.

La vente de l’ensemble des actions de la SA B par la SA D à sa société mère ne donne pas lieu à un changement de contrôle, ce qui fait que l’article 207, alinéa 9, CIR 92 n’est pas d’application.

Le choix de l’ensemble des actes juridiques successifs se justifie par d’autres motifs que la volonté d’éviter les impôts sur les revenus au sens de l’article 344, § 1 er, alinéa 3, CIR 92, et ne constitue pas un abus fiscal au sens de l’article 344, § 1 er, alinéa 1 er, CIR 92. L’ensemble des actes juridiques ne conduit pas davantage à l’application des dispositions de l’article 203, § 1 er, 7°, CIR 92 et de l’article 266, alinéa 1 er, CIR 92.

Le choix de l’ensemble des actes juridiques susmentionnés se justifie par d’autres motifs que la volonté d’éviter les droits d’enregistrement, et ne constitue pas un abus fiscal au sens de l’[article 18, § 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) du Code fédéral des droits d’enregistrement (pour les biens immobiliers situés en Région wallonne et en Région de Bruxelles-Capitale) et de l’article 3.17.0.0.2 du Code flamand de la Fiscalité (pour les biens immobiliers situés en Région flamande).

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite***

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1.** De aanvraag strekt er toe de bevestiging te krijgen dat:

1.1. de partiële splitsing van de NV A, waarbij het vastgoed wordt overgedragen aan de NV B, voldoet aan de voorwaarden van artikel 211, § 1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92;

1.2. de fusie door overneming van de NV A door de NV C voldoet aan de voorwaarden van artikel 211, § 1 WIB 92 en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92;

1.3. bij de verkoop van alle aandelen van de NV B door de NV D aan de NV E, voor wat betreft de berekening van de één jaar houdperiode in het kader van artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92 (juncto artikel 202, § 2, 2°, WIB 92) rekening wordt gehouden met de verkrijgingsdatum van de door NV D (fictief) geruilde aandelen van de NV A in het kader van de partiële splitsing, overeenkomstig artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92;

1.4. de verkoop van alle aandelen van de NV B door de NV D aan de NV E niet kan worden aangemerkt als een controlewijziging in de zin van artikel 207, negende lid, WIB 92 en bijgevolg de vorige beroepsverliezen van de NV B aftrekbaar blijven van de winst van het belastbaar tijdperk dan wel van enig later belastbaar tijdperk;

1.5. het geheel van de rechtshandelingen, alleen of in hun geheel genomen, niet kunstmatig zijn en niet worden uitgevoerd met als hoofddoel of één van de hoofddoelen, het verkrijgen van DBI-aftrek, of een vrijstelling van roerende voorheffing volgens de Belgische interne wetgeving of één van de voordelen van de moeder-dochterrichtlijn in een andere EU-lidstaat, als bedoeld in artikel 203, § 1, 7°, WIB 92;

1.6. de voormelde fusie valt onder de toepassing van de artikelen [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) en [18, § 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.Btw);

1.7. de beschreven rechtshandelingen, alleen of in hun geheel genomen, geen fiscaal misbruik uitmaken in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92, [artikel 18, § 2](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18), van het Wetboek van de registratierechten (hierna Fed.W.Reg.) en artikel 3.17.0.0.2 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (hierna VCF), en verantwoord zijn door andere motieven dan het ontwijken van respectievelijk inkomstenbelastingen, registratierechten of belastingen in de zin van voormelde artikelen.

## II. Omschrijving van de verrichtingen

**2.** De bij de verrichtingen betrokken vennootschappen behoren tot dezelfde internationale groep Z.

**3.** De NV E is de topholding van de groep die actief is in sector X.

**4.** De NV D is een dochtervennootschap van de NV E en tevens de holdingvennootschap van de operationele groep Z die deelnemingen bezit in de NV A, de NV B en de NV F. Tevens is deze vennootschap eigenaar van residentieel vastgoed die wordt verhuurd aan particulieren. De aanvragers hebben bevestigd dat er geen schulden rusten op dit residentieel vastgoed.

**5.** De NV A levert HQ-diensten, internationale dienstverlening en facilitaire diensten. Ze heeft een holdingfunctie voor de operationele dochtervennootschappen die actief zijn in sector X. Deze vennootschap is eveneens eigenaar van een geheel van kantoorgebouwen gelegen in diverse steden. Deze onroerende goederen worden ter beschikking aan verschillende groepsvennootschappen die het aanwenden voor hun normale bedrijfsactiviteiten, of worden in beperktere mate verhuurd aan derden. De aanvragers hebben bevestigd dat er geen schulden rusten op deze onroerende goederen.

**6.** De NV C, die een 100 % dochtervennootschap is van de NV A, is werkzaam op de Belgische markt.

**7.** De NV B is recent actief als vastgoedvennootschap en staat in voor het beheer en de uitbouw van een vastgoedpatrimonium.

**8.** Gelet op de strategische ontwikkelingen van de groep, waarbij onder meer de sterke internationale expansie centraal staat, alsook de ambitie van de aandeelhouder NV E om te evolueren naar een gediversifieerde holding die naast een stabiele en kapitaalkrachtige meerderheidsaandeelhouder van de groep Z ook een portefeuille aan investeringen in andere vennootschappen wil opbouwen, meent de groep dat er externe financiering dient te worden aangetrokken en dit enerzijds door aan het personeel aan te bieden om mee in het kapitaal van de groep te stappen, en anderzijds door een institutionele investeerder aan te trekken die een minderheidsbelang zal nemen in de groep Z.

**9.** Teneinde deze doelstellingen te bereiken, zullen onder meer de volgende stappen worden ondernomen:

9.1. Stap 1: verkoop van de aandelen van de NV C door de NV A aan de NV D;

9.2. Stap 2: uitkering van een interimdividend ten belope van minstens de ingevolge stap 1 verwezenlijkte meerwaarde door de NV A aan de NV D;

9.3. Stap 3: partiële splitsing van de NV A waarbij het onroerend goed zal worden overgedragen aan de NV B;

9.4. Stap 4: (belastbare) inbreng door de NV D van het residentieel vastgoed in de NV B;

9.5. Stap 5: verkoop van de aandelen van de NV B door NV D aan de NV E die door deze laatste vennootschap zal worden gefinancierd met de middelen verkregen naar aanleiding van de stappen 7 en 8;

9.6. Stap 6: fusie waarbij de NV A zal worden overgenomen door de NV C;

9.7. Stap 7: inkoop van eigen aandelen (gevolgd door een onmiddellijke vernietiging ervan) door de NV D ten gunste van de NV E, die deels zal worden gefinancierd met bankleningen en deels met middelen verkregen naar aanleiding van stap 5;

9.8. Stap 8: verwerving door een externe investeerder van maximaal 20 % van de aandelen van de NV D, deels door inschrijving op een kapitaalverhoging, deels door aankoop van de aandelen van de NV D vanwege de NV E.

**10.** De aanvragers hebben bevestigd dat de reorganisatie geen invloed zal hebben op de tewerkstelling binnen de groep. De personeelsleden die werkzaam zijn voor de over te dragen activiteiten, zullen mee overgaan naar de respectievelijke vennootschappen die deze activiteiten zal verder zetten.

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake de toepassing van artikel 211, §1, WIB 92 op de partiële splitsing*

**11.** De partiële splitsing van de NV A waarbij haar vastgoedactiviteit zal worden overgedragen aan de bestaande vennootschap NV B tegen uitgifte van nieuwe aandelen van NV B aan haar aandeelhouder NV D, beantwoordt aan de definitie van een met splitsing gelijkgestelde verrichting zoals vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), WIB 92.

**12.** De aanvragers hebben bevestigd dat er geen hangende geschillen of schadeclaims hangende zijn tegen de NV A, zodat de afsplitsing van het vastgoed door middel van een partiële splitsing er niet toe strekt om zich te onttrekken aan haar financiële verplichtingen. De aanvragers hebben verklaard dat de partiële splitsing, die kadert in een groter geheel van de herstructurering van de groep, daarentegen inzonderheid is ingegeven door volgende motieven:

12.1. Maximale centralisering van het vastgoed met het oog op een optimaler beheer door de NV B die na de partiële splitsing zal fungeren als vastgoedvennootschap van de groep en van waaruit de vastgoedportefeuille verder zal kunnen worden uitgebouwd;

12.2. faciliteren van eventuele specifieke (her)financieringstransacties, zoals een “sale and lease back” of de toetreding van een vastgoedinvesteerder rechtstreeks op het niveau van de NV B;

12.3. afzondering van het vastgoed met het oog op het faciliteren van een intrede in de NV D door een derde-investeerder die louter geïnteresseerd is om in te stappen in de exploitatie van de groep Z zonder het vastgoed.

**13.** De aanvragers hebben bevestigd dat de eigenvermogensbestanddelen van de NV A over beide vennootschappen zullen worden verdeeld overeenkomstig de bepalingen van artikel 213 WIB 92. Dit blijkt tevens uit de overgemaakte splitsingsstaat. De kapitaalsubsidies van de NV A blijven binnen de verdeelsleutel van artikel 213 WIB 92 en overeenkomstig de voorschriften van nr. 211/56 van de administratieve commentaar op het WIB 92, integraal behouden bij de NV A, aangezien deze betrekking hebben op activa die achterblijven bij de NV A.

**14.** De NV A beschikt over overgedragen verliezen, overgedragen DBI-aftrek en overgedragen belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling. In overeenstemming met artikel 206, § 2, WIB 92 zal een gedeelte van de overgedragen verliezen en overgedragen DBI-aftrek worden toebedeeld aan de NV B waar er vervolgens een beperking zal plaatsvinden.

**15.** De NV B beschikt uitsluitend over fiscaal overgedragen verliezen die eveneens in toepassing van artikel 206, § 2, WIB 92 een beperking zullen ondergaan.

**16.** De aanvragers hebben bevestigd dat door de NV B een marktconforme huur voor het gebruik van het vastgoed zal worden aangerekend aan de NV A.

**17.** De verkrijgende vennootschap NV B heeft geen vrijgestelde reserves waarvoor eventuele wederbeleggingsverplichtingen openstaan, zodat de partiële splitsing er niet toe strekt om de ingevolge de partiële splitsing verkregen activa aan te duiden als herbeleggingsactivum ten name van de verkrijgende vennootschap.

**18.** De aanvragers hebben bevestigd dat i) er geen intentie bestaat om de aandelen van de NV A en/of NV B in de nabije toekomst te vervreemden, behoudens de in randnummer 9.5 vermelde verhanging van de aandelen van de NV B binnen de groep en ii) de derde-investeerder maximaal 20 % van de aandelen van de NV D zal verwerven zodat de huidige aandeelhouders nog steeds de controle zullen behouden over de NV D (en dus ook onrechtstreeks over de NV A die ingevolge de fusie zal opgaan in de NV C).

**19.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en het door de DVB gevoerde onderzoek kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van NV A zal plaatsvinden op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

**20.** De verkrijgende vennootschap NV B is een binnenlandse vennootschap.

**21.** Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsing van de NV A kan plaatsvinden onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

### *III.B. Inzake de toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 op de fusie*

**22.** De fusie waarbij de NV C haar zustervennootschap de NV A zal overnemen tegen uitgifte van nieuwe aandelen van de NV A aan de aandeelhouder van de overgenomen vennootschap, zijnde NV D, beantwoordt aan de definitie van een fusie door overneming zoals vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, a), WIB 92.

**23.** Deze fusie kadert in een herstructurering die ertoe strekt haar groepsstructuur aan te passen waarbij er slechts één entiteit overblijft die de activiteiten gericht op de Belgische markt bundelt alsook de participaties in buitenlandse vennootschappen binnen dit domein. De huidige verspreiding van deze activiteiten in België over twee vennootschappen naargelang hun klanten al dan niet internationaal actief zijn, wordt als arbitrair ervaren en zorgt voor interne discussies. De fusie kadert aldus in een vereenvoudigingsproces door de gelijkaardige commerciële activiteiten van de NV A en de NV C te centraliseren.

**24.** De fiscale aspecten van de fusie kan als volgt worden samengevat:

24.1. de NV C is een winstgevende vennootschap met een aanzienlijke belastbare basis en beschikt niet over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen;

24.2. de NV A heeft fiscaal overgedragen verliezen, overgedragen DBI-aftrek en overgedragen belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling. De fiscaal overgedragen verliezen en DBI-aftrek die niet werden overgedragen aan de NV B naar aanleiding van de partiële splitsing (stap 3), zullen overgaan naar de NV C met inachtneming van de beperking zoals voorzien in artikel 206, § 2, tweede lid, WIB 92 (waarbij erop wordt gewezen dat de berekening van de verliesbeperking in het kader van artikel 206, § 2, WIB 92 correct werd toegepast in die zin dat voor de betrokken vennootschappen de fiscale nettowaarde in aanmerking wordt genomen rekening houdend met de opeenvolgende stappen). Het fiscaal overdraagbaar belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling zal zonder beperking worden overgenomen door de NV C;

24.3. de fusie heeft tot gevolg dat de overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen van de NV A zoals vermeld in randnummer 24.2 versneld in mindering zullen kunnen worden gebracht van de belastbare basis van de NV C tijdens de aanslagjaren x en x+1. Zonder fusie zou volgens de door de aanvragers aangeleverde prognose deze overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen slechts volledig kunnen worden aangewend op de eigen resultaten van de NV A tegen ten laatste aanslagjaar x+7;

24.4. bij de overnemende vennootschap NV C zijn geen vrijgestelde reserves aanwezig waarvoor wederbeleggingsverplichtingen gelden, zodat de fusie er niet toe strekt om de ingevolge de fusie verkregen activa aan te duiden als herbelegging ten name van de overnemende vennootschap;

24.5. de aanvragers hebben bevestigd dat bij de NV A geen schulden aanwezig zijn die verband houden met de verwerving van de aandelen van de NV C.

**25.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de fusieverrichting plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

**26.** De overnemende vennootschap NV C is een Belgische vennootschap.

**27.** Bijgevolg kan de fusie door overneming van de NV A door de NV C plaatsvinden onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

### *III.C. Inzake de toepassing van artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 bij de verkoop van de aandelen van de NV B*

**28.** Artikel 192, § 1, eerste lid, WIB 92 bepaalt: “§ 1. De niet in artikel 45, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde meerwaarden op aandelen verwezenlijkt, of vastgesteld bij de verdeling van het vermogen van een ontbonden vennootschap, zijn eveneens volledig vrijgesteld in de mate dat de eventuele inkomsten van deze aandelen in aanmerking komen om krachtens de artikelen 202 en 203, van de winst te worden afgetrokken of, voor wat betreft de overeenkomstig artikel 194 van de wet van 13 maart 2016 op het statuut van en het toezicht op verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aangehouden aandelen, krachtens de artikelen 202, § 1 en § 2, eerste lid, 2°, en 203, van de winst te worden afgetrokken”.

**29.** Artikel 192, § 1, zevende lid, WIB 92 stelt verder dat voor de toepassing van het eerste lid, de in ruil ontvangen aandelen ten gevolge van belastingneutrale verrichtingen bedoeld in artikel 46, § 1, eerste lid, 2°, 211, 214, § 1, en 231, §§ 2 en 3, WIB 92, die, naargelang het geval, beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183*bis*, WIB 92, worden geacht te zijn verkregen op de datum waarop de geruilde aandelen zijn verkregen om vast te stellen of aan de voorwaarde van behoud gedurende een ononderbroken periode van ten minste één jaar in volle eigendom is voldaan.

**30.** Wanneer aandelen “in ruil” worden ontvangen of worden overgedragen naar aanleiding van fiscaal neutrale verrichtingen die beantwoorden aan het bepaalde in artikel 183*bis*, WIB 92, wordt ten name van de aandeelhouder het behoud van de eigendom geacht niet te zijn onderbroken (Circulaire nr. Ci.RH.421/620.779 (AAFisc 19/2013) dd. 21 mei 2013).

**31.** Hieruit volgt dat de aandelen van de NV B, ontvangen door de NV D ten gevolge van de partiële splitsing van de NV A, worden geacht te zijn verkregen op de datum waarop de NV D de aandelen van de NV A heeft verkregen.

### *III.D. Inzake de toepassing van artikel 207, negende lid, WIB 92 bij de verkoop van de aandelen van de NV B*

**32.** Artikel 207, negende lid, WIB 92 bepaalt dat: “in geval van verwerving of van wijziging tijdens het belastbaar tijdperk van de controle van een vennootschap die niet beantwoordt aan rechtmatige financiële of economische behoeften, noch van de winst van dat tijdperk, noch van deze van enig later belastbaar tijdperk, aftrekbaar zijn:

32.1. in afwijking van artikel 72, de niet-verleende investeringsaftrek wegens geen of onvoldoende winst van de belastbare tijdperken welke voorafgaan aan eerstgenoemde tijdperk;

32.2. in afwijking van artikel 205, § 3, de wegens geen of onvoldoende winst van de belastbare tijdperken die voorafgaan aan het eerstgenoemde tijdperk niet-verleende in de artikelen 202 tot 205 bedoelde aftrek;

32.3. in afwijking van artikel 205/1, § 1, tweede lid, de wegens geen of onvoldoende winst van de belastbare tijdperken die voorafgaan aan het eerstgenoemde tijdperk niet-verleende aftrek voor innovatie-inkomsten;

32.4. in afwijking van artikel 536, de niet-verleende aftrek voor risicokapitaal wegens geen of onvoldoende winst van de belastbare tijdperken welke voorafgaan aan eerstgenoemde tijdperk;

32.5. in afwijking van artikel 206, de vorige beroepsverliezen.”

**33.** Voor de omschrijving van het begrip ‘controle over een vennootschap’ dient verwezen te worden naar het WVV. Overeenkomstig artikel 1:14, §1, W.Venn. moet onder controle over een vennootschap worden verstaan, de bevoegdheid in rechte of in feite om een beslissende invloed uit te oefenen op de aanstelling van de meerderheid van bestuurders of zaakvoerders of op de oriëntatie van het beleid.

**34.** Artikel 1:14, §2, W.Venn. geeft tevens een beperkende lijst van situaties waarin ‘controle in rechte’ onweerlegbaar vermoed wordt:

34.1. wanneer zij voortvloeit uit het bezit van de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van de betrokken vennootschap (dit is 50% van de stemrechten plus één, of meer);

34.2. wanneer een vennoot of aandeelhouder het recht heeft de meerderheid van de bestuurders of zaakvoerders te benoemen of te ontslaan (op grond van bv. statutaire of contractuele bepalingen);

34.3. wanneer een vennoot/aandeelhouder krachtens de statuten van de betrokken vennootschap of krachtens met die vennootschap gesloten overeenkomsten over de controlebevoegdheid beschikt;

34.4. wanneer op grond van een overeenkomst met andere vennoten/aandeelhouders van de betrokken vennootschap, een vennoot/aandeelhouder beschikt over de meerderheid van de stemrechten verbonden aan het totaal van de aandelen van die vennootschap; en

34.5. in geval van gezamenlijke controle.

**35.** Artikel 1:16, § 1, 1°, W.Venn. bepaalt dat om de controlebevoegdheid vast te stellen de onrechtstreekse bevoegdheid via een dochtervennootschap bij de rechtstreekse bevoegdheid wordt geteld.

**36.** Thans (en ook na stap 4) worden de aandelen van de NV B aangehouden door de NV D. In stap 5 zullen de aandelen van de NV B door de NV D worden verkocht aan de NV E, zijnde de moedervennootschap van de NV D. Voorafgaand aan de verkoop is de NV E bijgevolg als grootmoedervennootschap reeds onrechtstreeks (via haar dochtervennootschap NV D) eigenaar van de meerderheid van de aandelen en stemrechten in de NV B. De enige wijziging na de verkoop is dat de NV E rechtstreeks eigenaar van de aandelen van de NV B zal worden. De verkoop van de aandelen van de NV B door de NV D aan de NV E geeft aldus geen aanleiding tot een controlewijziging in de zin van artikel 207, negende lid, WIB 92.

**37.** De verrichting zal niet resulteren in een wijziging van de tewerkstelling of wijziging van de activiteiten in de nabije toekomst.

**38.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte informatie en de door de DVB gemaakte analyse kan worden besloten dat de verkoop van de aandelen van de NV B (stap 5) geen controlewijziging inhoudt ten name van de NV B op grond van artikel 1:14 en 1:16, § 1, 1°, W.Venn. en dat bijgevolg artikel 207, negende lid, WIB 92 niet van toepassing is.

### *III.E. Inzake de toepassing van de artikelen 203, § 1, 7°, en 266, WIB 92 bij de latere dividenduitkering*

**39.** Artikel 266 WIB 92 stelt het volgende:

> “De Koning kan, onder de voorwaarden en binnen de grenzen die Hij bepaalt, geheel of ten dele afzien van de inning van de roerende voorheffing op inkomsten van roerende goederen en kapitalen en van diverse inkomsten \[…\]
>
> De in het eerste lid bedoelde verzaking van de inning van de roerende voorheffing kan geen uitwerking hebben op dividenden die verbonden zijn met een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen waarvan de administratie, rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden, heeft aangetoond, tenzij bewijs van het tegendeel, dat deze handeling of dit geheel van handelingen kunstmatig is en is opgezet met als hoofddoel of een van de hoofddoelen de aftrek op de in artikel 202, § 1, 1° en 2°, bedoelde inkomsten, de in het eerste lid bedoelde verzaking op deze inkomsten of één van de voordelen van Richtlijn 2011/96/EU in een andere lidstaat van de Europese Unie te verkrijgen. Een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen wordt als kunstmatig beschouwd voor zover zij niet is opgezet op grond van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen. Het feit dat een verkrijger van dividenden waarvan het maatschappelijk doel uitsluitend of hoofdzakelijk bestaat uit het beheer en het beleggen van fondsen ingezameld met het doel wettelijke of aanvullende pensioenen uit te betalen, de effecten waaruit de dividenden voortkomen niet gedurende een ononderbroken periode van ten minste 60 dagen in volle eigendom heeft behouden, vormt een weerlegbaar vermoeden dat de rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen waarmee de dividenden verbonden zijn, kunstmatig is.”

**40.** Artikel 203, § 1, 7°, WIB 92 stelt dat DBI-aftrek niet mogelijk is bij:

> “7° een vennootschap die inkomsten uitkeert die verbonden zijn met een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen waarvan de administratie, rekening houdend met alle relevante feiten en omstandigheden, heeft aangetoond, tenzij bewijs van het tegendeel, dat deze handeling of dit geheel van handelingen kunstmatig is en is opgezet met als hoofddoel of een van de hoofddoelen de aftrek op de in artikel 202, § 1, 1° en 2°, bedoelde inkomsten, de in artikel 266, eerste lid, bedoelde verzaking op deze inkomsten of § van de voordelen van Richtlijn 2011/96/EU in een andere lidstaat van de Europese Unie te verkrijgen.”

**41.** De circulaire 2017/C/67 betreffende de omzetting van de wijzigingsrichtlijnen van de moeder-dochterrichtlijn bespreekt deze antimisbruikbepaling als volgt:

> “De toekenning van de voordelen van de richtlijn 2011/96/EU, die in de interne rechtsorde zijn opgenomen in de art. 202 en 266, WIB 92, moet worden geweigerd indien aan de volgende 4 voorwaarden is voldaan (zie in die zin Parl. St., Kamer, zitting 2015-2016, DOC 54 2052/001, blz. 7):
>
> 1\. er moet sprake zijn van een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen (2);
>
> *(2) In de richtlijn worden de woorden 'constructie of een reeks van constructies' gebruikt, maar bij de omzetting in het interne recht werd er beslist om de woorden 'rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen' te nemen die meer gebruikelijk zijn in het WIB 92. De woorden 'een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen' worden verondersteld dezelfde lading te dekken als de woorden 'een constructie of een reeks van constructies' zoals opgenomen in de richtlijn.*
>
> 2\. die rechtshandelingen moeten zijn opgezet met als hoofddoel of één van de hoofddoelen welbepaalde belastingvoordelen te verkrijgen (zie nr. 12);
>
> 3\. het verkrijgen van de bedoelde voordelen moet in strijd zijn met het voorwerp of het doel van de richtlijn 2011/96/EU;
>
> 4\. de rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen moet kunstmatig zijn (zie ook de nrs. 17 en 18), m.a.w. de rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen werd niet opgezet op grond van geldige zakelijke redenen die de economische realiteit weerspiegelen (substantietest). De toetsing van het kunstmatige karakter beoogt na te gaan of de juridische werkelijkheid die door de rechtshandeling wordt tot stand gebracht, een logica bevat die ook geldig is in een economische niet fiscale context en die aansluit bij de economische realiteit.
>
> De verwijzing naar 'geldige zakelijke redenen' heeft niet tot doel economische redenen die geen commerciële redenen zijn (in de enge zin) te weigeren. Zo heeft deze antimisbruikbepaling niet tot doel het actieve financiële beheer van een holdingvennootschap binnen haar toepassingsgebied op te nemen en als misbruik aan te merken (zie Parl. St., Kamer, zitting 2015-2016, DOC 54 2052/001, blz. 9-10).”

**42.** Op basis van onderstaande elementen aangereikt door de aanvragers kan besloten worden dat de vooropgestelde herstructurering zoals in de aanvraag omschreven niet kunstmatig is en niet opgezet is met als hoofddoel de RV-vrijstelling of de DBI-aftrek te verkrijgen:

42.1. De opstroming van de dividenden uit onderliggende vennootschappen zal de topholding NV E toelaten een zeer substantieel deel als buffer aan te leggen om de groep Z te blijven ondersteunen wanneer dat nodig is of bijkomend te financieren in het kader van haar expansie. De rest van de middelen zal worden geïnvesteerd volgens een investeringsstrategie om te komen tot een gediversifieerde investeringsportefeuille.

42.2. De reorganisatie heeft ook als doel een meer marktconforme schuldgraad te bewerkstelligen bij de NV D.

42.3. Verder wenst men door deze reorganisatie de structuur van de vennootschap dermate te organiseren zodoende dat derden-investeerders kunnen toetreden in het kapitaal van de NV D.

42.4. De keuze voor een inkoop van eigen aandelen in plaats van een dividend is ingegeven door het feit dat een deel van de door de NV E aangehouden aandelen gecertificeerd zijn en deze certificaten worden aangehouden door personeelsleden van de groep Z in het kader van lopende aandelenplannen.

**43.** De voorgestelde verrichtingen zijn gerechtvaardigd door voldoende niet-fiscale motieven zodat de vrijstelling van de meerwaarde bij de verkoop van de NV C aandelen (stap 1) en NV B aandelen (stap 5), de toepassing van de vrijstelling van roerende voorheffing op grond van artikel 106, § 6, KB/WIB 92 bij het interimdividend (stap 2) en de inkoop van eigen aandelen (stap 7) alsook de toepassing van de DBI-aftrek in hoofde van de NV D op het interimdividend (stap 2) en de inkoop van eigen aandelen (stap 7) niet op grond van deze bijzondere antimisbruikbepaling kan worden in vraag gesteld.

### *III.F. Inzake de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92 op het geheel van de rechtshandelingen*

**44.** De verrichtingen zoals vermeld in randnummer 9 strekken ertoe om:

44.1. het vastgoedpatrimonium onder te brengen in een gespecialiseerde vastgoedvennootschap die rechtstreeks onder de topholding NV E zal hangen (stappen 3, 4 en 5);

44.2. de gelijkaardige en complementaire activiteiten van de NV A en de NV C samen te bundelen in één vennootschap (stap 6);

44.3. de instap van een derde-investeerder op het niveau van de NV D mogelijk te maken en een investeringsstrategie naar andere sectoren op het niveau van de NV E uit te bouwen (stappen 1, 2, 7 en 8).

**45.** De keuze voor het geheel van de rechtshandelingen teneinde deze doelstellingen te realiseren werden voldoende verantwoord door de aanvragers. Dienaangaande werd inzonderheid gewezen op het feit dat:

45.1. de stappen 1 en 2 noodzakelijk zijn om voldoende beschikbare reserves te creëren ten name van de NV D met het oog op de daaropvolgende inkoop (en vernietiging) van eigen aandelen door de NV D (stap 7) die tot doel heeft om de schuldgraad van deze laatste vennootschap te brengen op een meer passend niveau en alzo de aantrekkelijkheid voor derde-investeerders te verhogen met het oog op de gewenste “return on equity” bij een instap op het niveau van de NV D;

45.2. de NV A de gehele gerealiseerde meerwaarde verkregen naar aanleiding van stap 1 als dividend zal uitkeren aan de NV D (stap 2) en bijgevolg zelf geen gedeelte van deze meerwaarde als eigen vermogen zal behouden, zodat het realiseren van deze meerwaarde er dus niet toe strekt om het eigen vermogen en aldus de fiscale nettowaarde van de NV A te verhogen met het oog op de maximale overdracht van overgedragen verliezen en DBI-aftrek van de NV A overeenkomstig artikel 206, § 2, tweede lid, WIB 92 naar aanleiding van de daaropvolgende fusie door overneming van de NV A door de NV C;

45.3. de keuze voor een met schuld gefinancierde inkoop van eigen aandelen door de NV D (stap 7) boven een met schuld gefinancierde gewone dividenduitkering is ingegeven door het feit dat een deel van de door de NV E aangehouden aandelen van de NV D gecertificeerd zijn en deze certificaten worden aangehouden door personeelsleden van de groep Z in het kader van lopende aandelenplannen en dat het niet de bedoeling is dat deze personeelsleden zouden “cashen” in het kader van de huidige herstructurering;

45.4. de aanvragers met betrekking tot de partiële splitsing van de NV A (stap 3) hebben bevestigd dat i) er geen intentie bestaat om de aandelen van NV A en/of NV B in de nabije toekomst te vervreemden, behoudens de verhanging van de aandelen van NV B binnen de groep (stap 5) en ii) de derde-investeerder maximaal 20 % van de aandelen van de NV D zal verwerven (stap 8) zodat de huidige aandeelhouders nog steeds de controle zullen behouden over de NV D (en dus ook onrechtstreeks over de NV A die ingevolge de fusie zal opgaan in de NV C).

**46.** Gelet op het voorgaande is de DVB van mening dat de keuze voor het geheel van de opeenvolgende rechtshandelingen is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en geen fiscaal misbruik uitmaakt als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.

**47.** De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnummers 18 en 45.4, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183*bis* of artikel 344, § 1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, inzonderheid de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van de NV B en/of de NV C (rechtsopvolger van de NV A). Bij een latere overdracht van deze aandelen is de beslissing zoals vermeld in randnummers 21, 27, 31 en 46 niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

**48.** De aandacht wordt erop gevestigd dat met deze beslissing evenmin een uitspraak wordt gedaan over de toepassing van artikel 49 WIB 92 op de interestlasten van de schulden die worden aangegaan met het oog op de inkoop van eigen aandelen door de NV D.

### *III.G. Inzake de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw op de fusie*

**49.** Overeenkomstig artikel 11 W.Btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

**50.** Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgische W.Btw van de artikelen [19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) en [29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

**51.** In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret) (Zita Modes) heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

**52.** De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

**53.** Aan deze voorwaarden wordt *in casu* voldaan. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft de voorgelegde fusie betrekking op een algemeenheid van goederen. Naar aanleiding van de fusie worden immers alle activa en passiva die verbonden zijn aan de NV A overgedragen aan de NV C. Er kan worden gesteld dat de activiteit ook na de fusie ononderbroken zal worden verdergezet door de overnemende vennootschap.

**54.** De aanvrager verklaart dat de NV C een Belgische btw-plichtige is met recht op aftrek, geregistreerd bij de btw en maandindiener. In de mate dat er btw zou verschuldigd zijn op deze overdracht, zou de NV C deze dus in aftrek kunnen brengen.

**55.** Derhalve kan worden besloten dat de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw van toepassing zijn op de fusie door overneming van de NV A door de NV C.

### *III.H. Inzake de registratierechten*

**56.** Inzake registratierechten wordt de vraag gesteld of de voorgenomen herstructurering, noch in zijn totaliteit, noch wat betreft de individuele onderliggende herstructureringsstappen, fiscaal misbruik uitmaken in de zin van artikel 18, § 2, Fed.W.Reg. of in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF.

**III.H.1. Inzake de toepassing van artikel 18, § 2, Fed.W.Reg. op elke rechtshandeling en op het geheel van de rechtshandelingen betreffende de onroerende goederen gelegen in het Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest.**

**57.** Artikel 18, § 2, Fed.W.Reg. luidt als volgt:

> “§ 2 Aan de administratie kan niet worden tegengeworpen, de rechtshandeling noch het geheel van rechtshandelingen dat eenzelfde verrichting tot stand brengt, wanneer de administratie door vermoedens of door andere in artikel 185 bedoelde bewijsmiddelen en aan de hand van objectieve omstandigheden aantoont dat er sprake is van fiscaal misbruik.
>
> Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingschuldige door middel van de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen één van de volgende verrichtingen tot stand brengt:
>
> 1\. een verrichting waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst; of
>
> 2\. een verrichting waarbij aanspraak wordt gemaakt op een belastingvoordeel voorzien door een bepaling van dit Wetboek of de ter uitvoering daarvan genomen besluiten en de toekenning van dit voordeel in strijd zou zijn met de doelstellingen van die bepaling en die in wezen het verkrijgen van dit voordeel tot doel heeft.
>
> Het komt aan de belastingschuldige toe te bewijzen dat de keuze voor zijn rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen door andere motieven verantwoord is dan het ontwijken van registratierechten. Indien de belastingschuldige het tegenbewijs niet levert, dan wordt de verrichting aan een belastingheffing overeenkomstig het doel van de wet onderworpen alsof het misbruik niet heeft plaatsgevonden.”.

**58.** Indien er al sprake zou zijn van fiscaal misbruik, *quod non*, leveren de aanvragers op grond van de in de aanvraag geponeerde motivering het bewijs dat de keuze van de voorgenomen rechtshandelingen verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van registratierechten in de zin van artikel 18, § 2, Fed.W.Reg. (voor de onroerende goederen gelegen in het Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest). Deze beslissing blijft evenwel slechts gelden voor zover de aandelen van de bij de verrichting betrokken vennootschappen niet binnen een korte termijn worden overgedragen aan één of meerdere derde partijen, zoals beweerd wordt in de aanvraag.

**III.H.2. Inzake de toepassing van artikel 3.17.0.0.2 VCF op elke rechtshandeling en op het geheel van de rechtshandelingen betreffende de onroerende goederen gelegen in het Vlaams Gewest.**

**59.** Op 28 oktober 2021 ontving de DVB het bindend advies van Vlabel. Dit advies luidt als volgt:

“Gelet op artikel 3.22.0.0.2 VCF komt het besluitvormingsorgaan tot volgend bindend advies:

7\. Overeenkomstig artikel 3.22.0.0.1, § 1, tweede lid, VCF (zuivere ruling) waarnaar artikel 3.22.0.0.2, § 1, VCF (gemengde ruling) verwijst, spreekt het besluitvormingsorgaan zich niet uit over rechtshandelingen/verrichtingen die op fiscaal vlak reeds uitwerking hebben gehad. Deze verrichtingen zullen wel in ogenschouw worden genomen om te beoordelen of de nog geplande opeenvolgende verrichtingen in combinatie met voormelde verrichtingen al dan niet fiscaal misbruik uitmaken in de zin van artikel 3.17.0.0.2 VCF.

8\. Het besluitvormingsorgaan kan zich enkel uitspreken over de situaties of verrichtingen die onder haar bevoegdheid vallen. Dit is niet het geval voor inbrengen/overdrachten van onroerende goederen die niet op het grondgebied van het Vlaamse Gewest gelegen zijn.

9\. De voorgenomen verrichtingen zijn voldoende bedrijfseconomisch gemotiveerd zodat deze op zich en in combinatie met de eventueel reeds voltooide verrichtingen niet geviseerd worden door art. 3.17.0.0.2 VCF.

Het besluit dat de voorgenomen verrichtingen, al dan niet in combinatie met de voorafgaande rechtshandelingen, niet geviseerd worden door artikel 3.17.0.0.2 VCF, blijft slechts gelden voor zover de aandelen van de bij de verrichting betrokken vennootschappen niet binnen een korte termijn worden overgedragen aan één of meerdere derde partijen, zoals beweerd wordt in de aanvraag.

10\. Deze beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers werden vermeld. De Vlaamse Belastingdienst doet enkel uitspraak over de fiscale aspecten met betrekking tot de Vlaamse registratiebelasting. Zij spreekt zich niet uit over de vennootschapsrechtelijke en boekhoudkundige aspecten van de hoger beschreven verrichtingen.

Behoudens in de gevallen waarin het voorwerp van de aanvraag dat rechtvaardigt, en hiervoor wordt bevestigd, wordt de beslissing op basis van dit bindend advies getroffen voor een termijn van vijf jaar. Het is raadzaam om in de vooropgestelde notariële akte(n) het nummer van het bindend advies DVS020393136924 te vermelden bij de fiscale verklaringen.

De voorafgaande beslissing bindt de Vlaamse Belastingdienst voor de toekomst behalve:

\- als de voorwaarden waaraan de voorafgaande beslissing onderworpen is, niet vervuld zijn;

\- als blijkt dat de situatie of de verrichtingen door de aanvrager onvolledig of onjuist omschreven zijn, of als essentiële elementen van de verrichtingen niet verwezenlijkt zijn op de wijze die de aanvrager omschreven heeft;

\- in geval van wijziging van bepalingen van de verdragen, van het gemeenschapsrecht of van het interne recht die van toepassing zijn op de door de voorafgaande beslissing beoogde situatie of verrichting;

\- als blijkt dat de voorafgaande beslissing niet in overeenstemming is met de bepalingen van de verdragen, van het gemeenschapsrecht of van het interne recht;

\- als de voornaamste gevolgen van de situatie of de verrichtingen gewijzigd zijn door toedoen van de aanvrager; in dat geval heeft de intrekking van de voorafgaande beslissing uitwerking vanaf de dag van de aan de aanvrager ten laste gelegde feiten.

Gelieve in uw briefwisseling met de Vlaamse Belastingdienst voor dit dossier steeds de referte VBG 21004 (DVS 020393136924) te vermelden.”.

## Textes cités

7

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 4 occurrences

[CTVA art. 11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) 2 occurrences

[6e directive 77/388 art. 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 6](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) 1 occurrence

[C-497/01, arrêt du 27 novembre 2003](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret) 1 occurrence
