---
title: "Décision anticipée 2021.0347 · Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre"
description: "Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre, Fusion par absorption fiscalement neutre. Décision anticipée belge n° 2021.0347 du 1er juin 2021."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2021-0347-impot-societes-scission-partielle-fiscalement-6bc5"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre · IMPÔT DES SOCIÉTÉS - Scission partielle fiscalement neutre - Fusion par absorption fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Mesure anti-abus - DROITS D’ENREGISTREMENT - Apport de biens immobiliers - Apport d’une universalité de biens - TVA - Unité TVA

**Numéro**

2021.0347

**Date**

1er juin 2021

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

98 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2021.0347 du 01.06.2021

*IMPÔT DES SOCIÉTÉS* · *Scission partielle fiscalement neutre* · *Fusion par absorption fiscalement neutre* · *Motifs économiques valables* · *Fraude ou évasion fiscale* · *Mesure anti-abus*

*DROITS D’ENREGISTREMENT* · *Apport de biens immobiliers* · *Apport d’une universalité de biens*

*TVA* · *Unité TVA*

## Résumé

Les scissions partielles des sociétés d’exploitation A, B et C, par lesquelles le bien immobilier est à chaque fois transféré à leur société mère X, répondent aux dispositions de l’article 183*bis*, CIR 92 et peuvent avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale visé à l’article 211, § 1 er, CIR 92. En application de l’article 264, alinéa 1 er, 2°, premier tiret, du CIR 92, ces scissions partielles peuvent être réalisées avec une exonération du précompte mobilier.

Les scissions partielles des sociétés d’exploitation seront taxées d’un droit d’enregistrement proportionnel au taux de 0 % par une application pure de l’article 115*bis*, C. enr. Féd., en appliquant toutefois une perception minimum égale au droit fixe général de 50 EUR en application de l’article 167 C. enr. Féd.

La fusion par absorption de la société X par sa société mère Z en vue d’obtenir la structure de financement souhaitée, répond aux dispositions de l’article 183*bis*, CIR 92 et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale visé à l’article 211, § 1 er, CIR 92. En application de l’article 264, alinéa 1 er, 2°, premier tiret, CIR 92, cette fusion par absorption peut être réalisée avec une exonération du précompte mobilier.

La fusion par absorption de la société X par sa société mère Z peut bénéficier de l’exonération des droits d’enregistrement proportionnels telle que prévue par l’article 117, § 1 er, C. enr. Féd.

Les opérations au sein d’une même unité de TVA ne relèvent pas du champ d’application de la TVA.

Le choix de l’ensemble des actes juridiques successifs (les scissions partielles et la fusion par absorption) se justifie par d’autres motifs que la volonté d’éviter les impôts sur les revenus au sens de l’article 344, § 1 er, alinéa 3, CIR 92 et ne constitue pas un abus fiscal au sens de l’article 344, § 1 er, alinéa 1 er, CIR 92.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite***

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1.** De aanvraag strekt ertoe bevestiging te krijgen dat:

1.1. de voorgenomen partiële splitsingen van de vennootschappen A, B en C alsook de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap Z plaatsvinden op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking hebben in de zin van artikel 183*bis* van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en derhalve belastingneutraal kunnen worden doorgevoerd overeenkomstig de artikelen 211-213 WIB 92;

1.2. de voormelde verrichtingen in toepassing van artikel 264, eerste lid, 2°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 met vrijstelling van roerende voorheffing kunnen worden doorgevoerd;

1.3. de voormelde verrichtingen geen fiscaal misbruik uitmaken in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92 en verantwoord zijn door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van voormeld artikel.

1.4. de voormelde verrichtingen belastingneutraal kunnen plaatsvinden voor doeleinden van de registratierechten in toepassing van respectievelijk artikel 115*bis* en artikel 117, § 1 van het Wetboek der Registratie-, hypotheek-, en griffierechten (hierna W.Reg.);

1.5. de voormelde verrichtingen plaatsvinden tussen leden van een btw-eenheid en ingevolge [artikel 4, § 2 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) (hierna W.Btw) worden aangemerkt als interne handelingen binnen de btw-eenheid, die buiten het toepassingsgebied van de btw vallen.

## II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers

**2.** De vennootschappen A, B, C en D zijn exploitatievennootschappen. Samen met de holdingvennootschap X vormen zij de groep X. Alle groepsvennootschappen bezitten onroerend goed dat wordt aangewend voor de bedrijfsactiviteiten met uitzondering van vennootschap D, waardoor deze laatste vennootschap niet wordt betrokken bij de herstructureringsverrichtingen.

**3.** Vennootschap X is een holdingvennootschap die 99,99% van de aandelen van de vennootschappen A, B, C en D bezit. Naast haar holdingactiviteit verhuurt zij onroerend goed en verleent zij managementdiensten aan haar operationele dochtervennootschappen. Zij heeft hiervoor personeel in dienst. De aandelen van vennootschap X behoorden tot voor kort toe aan de familie V middels de vennootschappen P en Q.

**4.** In het kader van de opvolging is men voor de groep op zoek gegaan naar een partner, die werd gevonden in groep Y. De joint-venture vennootschap Z werd opgericht waarvan 70% van de aandelen toebehoren aan groep Y en 30% van de aandelen toebehoren aan de familie V (via vennootschap P). Vervolgens heeft vennootschap Z alle aandelen van vennootschap X overgekocht van vennootschappen P en Q.

**5.** Naar aanleiding van de intrede van groep Y, wenst men een aantal verrichtingen uit te voeren teneinde het vastgoed, dat thans versnipperd zit over de verschillende groepsvennootschappen, op het niveau van de topvennootschap Z te brengen. Hiertoe zal men in eerste instantie overgaan tot de partiële splitsingen van de vennootschappen A, B en C waarbij het onroerend goed zal worden overgedragen aan vennootschap X. Vervolgens zal er een fusie plaatsvinden tussen de vennootschappen X en Z.

## III. Beslissing

### *III.A. Betreffende de vennootschapsbelasting*

#### *III.A.1. Betreffende het belastingneutrale karakter van de partiële splitsingen*

**6.** In eerste instantie zal men overgaan tot de partiële splitsingen van de vennootschappen A, B en C waarbij het onroerend goed zal worden overgedragen aan vennootschap X.

**7.** Deze verrichtingen beantwoorden aan de definitie van een met splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, g), WIB 92.

**8.** De voorgenomen partiële splitsingen strekken ertoe het onroerend goed in eerste instantie te groeperen op het niveau van hun moedervennootschap X. Deze verrichtingen vormen een tussenstap om de verschillende onroerende goederen op het gewenste niveau van vennootschap Z te krijgen.

**9.** De aanvragers hebben bevestigd dat er geen schulden zijn die verband houden met de over te dragen onroerende goederen.

**10.** De partiële splitsingen zullen geen verschuiving van het personeel teweegbrengen. Het personeel zal behouden blijven bij de vennootschappen A, B en C waaruit blijkt dat hun exploitatieactiviteiten bij voortduur zullen worden verdergezet.

**11.** Ingeval van een (partiële) splitsing in toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 worden de verkrijgende vennootschappen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 213, WIB 92, bij het bepalen van het gestorte kapitaal en van de voorheen gereserveerde winst die ingeval van splitsing bij elk van de overnemende of verkrijgende vennootschappen in aanmerking worden genomen, geacht het gestorte kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de (partieel) gesplitste vennootschap evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van hen gedane inbreng te hebben overgenomen of verkregen. De aanvragers hebben bevestigd dat de omdeling van de fiscale vermogensbestanddelen conform het bepaalde in artikel 213, WIB 92 zal gebeuren. Dienaangaande wordt opgemerkt dat vennootschap A beschikt over een kapitaalsubsidie en vennootschap B over een gespreid te belasten meerwaarde als bedoeld in artikel 47 WIB 92 (herbeleggingsvoorwaarde is reeds vervuld), waarvoor de werkwijze zoals voorgeschreven in randnummer 211/56 van de administratieve commentaar op het WIB 92 moet worden gevolgd.

**12.** Vennootschap X beschikt niet over vrijgestelde reserves waarvoor herbeleggingsverplichtingen openstaan zodat de partiële splitsingen van de vennootschappen A, B en C er niet toe strekken om de ingevolge de partiële splitsingen verkregen activa ten name van de verkrijgende vennootschap aan te duiden als herbelegging voor het behoud van de desbetreffende vrijstelling of voor het verkrijgen van het gespreide taxatieregime als bedoeld in artikel 47 WIB 92.

**13.** Zowel de partieel te splitsen vennootschappen A, B en C als de verkrijgende vennootschap X zijn winstgevend en hebben een belastbare basis. Geen van deze vennootschappen beschikt over overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen zoals inzonderheid overgedragen verliezen, overgedragen investeringsaftrek, overgedragen aftrek voor risicokapitaal of overgedragen DBI.

**14.** De aanvragers hebben bevestigd dat er op heden geen intentie bestaat om de aandelen van de bij de partiële splitsingen betrokken vennootschappen over te dragen.

**15.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen kan worden aangenomen dat de partiële splitsingen van de vennootschappen A, B en C zullen plaatsvinden op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking hebben in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

**16.** De verkrijgende vennootschap X is een binnenlandse vennootschap.

**17.** Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de partiële splitsingen van de vennootschappen A, B en C kunnen worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

#### III.A.2. Betreffende het belastingneutrale karakter van de fusie

**18.** In een tweede stap zal er een fusie plaatsvinden tussen de vennootschappen X en Z, waarbij vennootschap Z zal fungeren als overnemende vennootschap. Hierdoor zullen alle onroerende goederen van de groep zich uiteindelijk op het gewenste niveau van vennootschap Z bevinden en zorgen voor stabiele kasstromen boven in de groep. In dit kader werd er bevestigd dat vennootschap Z markconforme huurgelden zal aanrekenen aan de operationele groepsvennootschappen. De verschillende onroerende goederen zullen eveneens als waarborg worden ingezet om een voordeligere financiering aan te gaan bij de banken. Dit maakt het mogelijk om de financieringslasten te drukken en zal ervoor zorgen dat groep Z aan expansie zal kunnen blijven doen.

**19.** De beoogde verrichting betreft een fusie waarbij vennootschap X zal worden overgenomen door vennootschap Z die alle aandelen van vennootschap X bezit. Deze verrichting beantwoordt aan de definitie van een met een fusie door overneming gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 2, § 1, 6°/1, c), WIB 92.

**20.** De aanvragers hebben bevestigd dat alle personeelsleden van vennootschap X zullen overgaan naar vennootschap Z en daar tewerkgesteld zullen blijven waaruit blijkt dat de activiteiten van vennootschap X bij voortduur zullen worden verdergezet door vennootschap Z.

**21.** De recent opgerichte vennootschap Z heeft geen vrijgestelde reserves zodat de fusie er niet toe strekt om de ingevolge de fusie verkregen activa ten name van de overnemende vennootschap aan te duiden als herbelegging voor het behoud van de desbetreffende vrijstelling of voor het verkrijgen van het gespreide taxatieregime als bedoeld in artikel 47 WIB 92. Vennootschap X heeft naar aanleiding van de partiële splitsingen van de vennootschappen A en B vrijgestelde reserves verkregen (zie supra) die na de fusie zullen worden heraangelegd bij vennootschap Z.

**22.** Vennootschap X beschikt niet over overgedragen fiscale verliezen, overgedragen investeringsaftrek, overgedragen aftrek voor risicokapitaal of overgedragen DBI. Aangezien vennootschap Z recent werd opgericht, beschikt zij evenmin over dergelijke overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen.

**23.** De beoogde verrichting betreft geen klassieke post-acquisitie fusie waarbij de exploitatievennootschap wordt overgenomen door de passieve holding die kort daarvoor de aandelen van de exploitatievennootschap heeft verworven met schuldfinanciering. In de betreffende casus blijven de onderliggende exploitatievennootschappen immers afzonderlijk bestaan en onder vennootschap Z hangen. Evenwel wordt een deel van het vermogen van de exploitatievennootschappen (zijnde het vastgoed dat schuldenvrij is) middels de partiële splitsingen en fusie uiteindelijk overgedragen aan vennootschap Z. Op het niveau van de exploitatievennootschappen betekent dit dat de eigenaarskosten (afschrijvingen, onroerende voorheffing en andere kosten) worden vervangen door een marktconforme huur die zij zullen moeten betalen aan vennootschap Z. Indien de huur hoger is dan deze eigenaarskosten, zal dit verschil evenwel belastbaar zijn bij vennootschap Z.

**24.** Doordat de oprichting van vennootschap Z en de aankoop van de aandelen van vennootschap X reeds in 2020 hebben plaatsgevonden, kan de groep vanaf het aanslagjaar 2025 in principe beroep doen op de groepsbijdrageregeling. De reorganisatie heeft wel degelijk een fiscaal voordeel aangezien gedurende de jaren waarin de groepsbijdrageregeling niet kan worden toegepast, de opgebouwde verliezen t.g.v. de gedragen interestlasten van de overnamefinanciering zonder de herstructurering niet zouden kunnen worden aangewend door vennootschap Z (scenario A). In dit verband wijzen de aanvragers er eveneens op dat in dat geval hoe dan ook de managementdiensten van vennootschap X na een opzegtermijn van 1 jaar zouden worden overgeheveld naar de topholding Z waardoor vanaf het tweede jaar de interestlasten op de overnamefinanciering al volledig in mindering zouden kunnen worden gebracht van haar belastbare inkomsten verkregen uit de managementactiviteit (scenario B). Met de huidige herstructurering zal vennootschap Z de interestlasten van de overnamefinanciering (die door de centralisatie van het vastgoed op niveau van vennootschap Z lager zullen uitvallen dan zonder de herstructurering) al vanaf het eerste jaar volledig in mindering kunnen brengen van haar belastbare inkomsten verkregen uit de verhuur- en managementactiviteit (scenario C). Volgens de door de aanvragers aangeleverde prognose zou bij scenario A de totaal verschuldigde belasting over de referentieperiode minder bedragen dan bij scenario C. Scenario B leidt evenwel tot de grootste belastingbesparing omdat vennootschap Z alle interestlasten zal kunnen in mindering brengen van de managementvergoedingen en deze interestlasten bovendien hoger zullen zijn dan in scenario C.

**25.** Gelet op de afweging tussen de door de aanvragers aangehaalde motieven voor de verrichting (zie randnummer 18) en het fiscaal voordeel (zie randnummer 24) (cfr. arrest van het Europees Hof van Justitie inzake de zaak [C-126/10](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-126-10-arret) Foggia van 10 november 2011) kan worden aangenomen dat de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap Z zal plaatsvinden op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

**26.** De verkrijgende vennootschap Z is een binnenlandse vennootschap.

**27.** Derhalve kan worden besloten dat aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 211, § 1, vierde lid, WIB 92 is voldaan, zodat de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap Z kan worden verricht onder het belastingneutraal regime zoals bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

#### III.A.3. Betreffende de toepassing van artikel 264, eerste lid, 2°, eerste gedachtestreepje, WIB 92

28\. Artikel 264, eerste lid, 2°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 stipuleert het volgende:

> “De roerende voorheffing is niet verschuldigd op het gedeelte van dividenden:
>
> 2° dat, in geval van fusie, splitsing, met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting of met splitsing gelijkgestelde verrichting als vermeld in artikel 211, § 1:
>
> \- in artikel 210, § 1, 1° en 1°*bis* wordt bedoeld, wanneer de inbreng niet volledig wordt vergoed met nieuwe aandelen als bedoeld in artikel 211, § 2, derde lid, omdat de overnemende of verkrijgende vennootschappen in bezit zijn van aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap.”

**29.** Aangezien, zoals blijkt uit de randnummers 17 en 27, de partiële splitsingen van de vennootschappen A, B en C naar hun moedervennootschap X en de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap Z (geruisloze fusie) met toepassing van artikel 211, § 1, WIB 92 kunnen worden doorgevoerd, kunnen deze verrichtingen in toepassing van artikel 264, eerste lid, 2°, eerste gedachtestreepje, WIB 92 met vrijstelling van roerende voorheffing worden doorgevoerd.

#### III.A.4. Betreffende de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92

**30.** Met het geheel van de in deze beslissing omschreven rechtshandelingen, met name de partiële splitsingen van vennootschappen A, B en C naar vennootschap X, gevolgd door de fusie door overneming van vennootschap X door vennootschap Z, wordt de gewenste doelstelling bekomen waarbij de verschillende onroerende goederen binnen de groep op het niveau van vennootschap Z worden gecentraliseerd teneinde een financieringsstructuur met gunstigere interestvoeten en met stabiele kasstromen te bekomen.

**31.** De keuze voor het geheel van de rechtshandelingen is verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en maakt geen fiscaal misbruik uit in de zin van artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.

**32.** De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks het vermelde in de randnummer 14 van deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183*bis* of artikel 344, §1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, zoals bijvoorbeeld de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van vennootschappen A, B, C en Z. Bij een latere overdracht van deze aandelen is de beslissing zoals vermeld in randnummers 17, 27, 29 en 31 niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

### *III.B. Betreffende de registratierechten*

#### III.B.1. Betreffende de toepassing van artikel 115*bis juncto* 120, Fed.W.Reg. op de partiële splitsingen

**33.** Uit de door de aanvragers voorgelegde splitsingsstaten blijkt dat door de vennootschappen A, B en C er meerdere onroerende goederen naar de vennootschap X zullen worden afgesplitst.

**34.** Inzake deze drie partiële splitsingen waarbij verschillende onroerende goederen worden afsplitst, bepaalt artikel 115*bis*, federaal W.Reg. dat de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in vennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0% worden onderworpen.

**35.** Artikel 120, Fed.W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, wordt onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115*bis* en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117, Fed.W.Reg.

**36.** Artikel 167 Fed.W.Reg. bepaalt dat wanneer er niet anderszins bij deze titel over beschikt is, het bedrag van het op een akte of een verklaring te heffen evenredig recht niet minder mag bedragen dan het algemeen vast recht.

**37.** Het betreft telkens de inbreng in een reeds bestaande vennootschap X, waarvan zowel de statutaire zetel als de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd zijn, zodat aan de nationaliteitsvoorwaarde van artikel 115*bis*, Fed.W.Reg. wordt voldaan.

**38.** Er is geen sprake van de inbreng van een algemeenheid van goederen of van de inbreng van één of meer bedrijfstakken: het gaat in casu om de partiële splitsing van de vennootschappen A, B en C waarbij uitsluitend meerdere onroerende goederen zonder schulden zullen worden overgedragen naar vennootschap X.

**39.** De betreffende onroerende goederen zijn allemaal gelegen in het Vlaams Gewest.

**40.** De verkrijgende vennootschap X is 99,9% aandeelhouder van de drie overdragende vennootschappen. In verhouding tot deze participatie zullen geen aandelen worden uitgereikt aan vennootschap X. Er zullen enkel aandelen worden uitgereikt aan de overige aandeelhoudervennootschap Z.

**41.** Aangezien er geen overname van schulden noch enige opleg is in contanten, is *in casu* artikel 120 Fed.W.Reg. niet van toepassing en kan worden gesteld dat de verrichting zal worden belast met het evenredig registratierecht aan het tarief van 0% door een zuivere toepassing van artikel 115*bis*, Fed.W.Reg., evenwel met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 50 EUR bij toepassing van artikel 167 Fed.W.Reg.

**42.** Voor de toepassing van de registratierechten worden de verrichtingen beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

**43.** De DVB spreekt zich met deze beslissing niet uit over de bepalingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF).

#### III.B.2. Betreffende de toepassing van artikel 117, § 1, Fed.W.Reg. op de fusie

**44.** Volgens artikel 117, § 1, Fed.W.Reg. is het bij artikel 115 en 115*bis*, Fed.W.Reg. bepaalde recht niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit van goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in een of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.

**45.** Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde dat:

45.1. de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen;

45.2. eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde of, bij gebrek aan een nominale waarde, van de fractiewaarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt. Indien het Belgisch of buitenlands recht dat de verkrijgende vennootschap beheerst niet in een begrip gelijkaardig aan dat van het kapitaal van een naamloze vennootschap voorziet, wordt met de fractiewaarde gelijkgesteld, de inbrengwaarde, zoals die blijkt uit de jaarrekening, van alle door de aandeelhouders of vennoten toegezegde inbrengen in geld of in natura, met uitzondering van de inbrengen in nijverheid, in voorkomend geval verhoogd met de reserves die op grond van een statutaire bepaling slechts aan de aandeelhouders of vennoten kunnen worden uitgekeerd mits een statutenwijziging.

**46.** In het kader van de voorgenomen reorganisatie zal er een fusie door overneming plaatsvinden waarbij vennootschap X zal worden overgenomen door vennootschap Z.

**47.** Bij deze verrichting zal de inbreng worden gedaan door een Belgische vennootschap. Hierdoor is voldaan aan de voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

**48.** Aangezien op het ogenblik van de fusie alle aandelen van vennootschap X in het bezit zijn van de overnemende vennootschap Z, betreft het hier een geruisloze fusie.

**49.** Het feit dat in geval van een geruisloze fusie geen nieuwe aandelen van de overnemende vennootschap zullen worden uitgegeven, is geen bezwaar voor de toepassing van de vrijstelling voorzien in artikel 117, §1, Fed.W.Reg., aangezien het Hof van Cassatie in zijn arrest van 9 maart 2006 (Rep. RJ, R 117, § 1/10-01) heeft beslist dat een geruisloze fusie kan genieten van de vrijstelling voorzien in artikel 117, § 1, Fed.W.Reg.

**50.** Er zal geen opleg in geld worden betaald in het kader van de fusie.

51\. De voorgenomen geruisloze fusie door overneming gebeurt door inbreng van het gehele vermogen, zowel actief en passief, van de over te nemen vennootschap, waardoor er wordt voldaan aan de notie van een universaliteit van goederen, zoals bepaald in artikel 117, § 1, Fed.W.Reg.

**52.** Vermits er tevens passiva worden overgedragen, moet in principe rekening worden gehouden met de toepassing van artikel 120, eerste lid, Fed.W.Reg., de zogenaamde gemengde inbreng op basis waarvan a rato van het passief evenredige rechten verschuldigd zijn. In hetzelfde artikel 120, Fed.W.Reg. en meer bepaald in het derde lid wordt er echter een uitzondering voorzien voor het geval de universaliteit van de goederen wordt ingebracht. Vermits dit laatste in casu het geval is, kan artikel 117, § 1, Fed.W.Reg. toch onverkort worden toegepast en is de geplande fusieverrichting vrijgesteld van evenredige registratierechten.

**53.** Voor de toepassing van de registratierechten wordt de verrichting beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

**54.** DVB spreekt zich met deze beslissing niet uit over de bepalingen van de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF).

### *III.C. Betreffende de btw*

**55.** De aanvragers stellen de vraag of de geplande partiële splitsingen van de vennootschappen A, B en C naar vennootschap X en de geplande fusie waarbij vennootschap X zal worden overgenomen door vennootschap Z, voor zover de betrokken entiteiten op dat ogenblik lid zijn van de bestaande btw-eenheid, zullen plaatsvinden buiten het toepassingsgebied van de btw.

**56.** Voor de volledigheid merkt de DVB op dat ze niet bevoegd is om uitsluitsel te geven omtrent de vraag of de voorwaarden van deze eenheid (van de btw-eenheid zelf en de toetredingsvoorwaarden van de daartoe horende leden) zijn vervuld. In de veronderstelling dat dit het geval is (waarvoor de aanvragers uitsluitsel kunnen bekomen bij de plaatselijke controle) kan de DVB wel bevestigen dat de overdracht van activa en passiva tussen leden van éénzelfde btw-eenheid, ook wel interne handeling genoemd, buiten het toepassingsgebied van de btw valt.

## Textes cités

2

[CTVA art. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) 1 occurrence

[C-126/10, arrêt du 10 novembre 2011](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-126-10-arret) 1 occurrence
