---
title: "Décision anticipée 2021.0219 · Impôt des sociétés, Fusion par absorption fiscalement neutre"
description: "Impôt des sociétés, Fusion par absorption fiscalement neutre, Scission partielle fiscalement neutre. Décision anticipée belge n° 2021.0219 du 20 avril 2021."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2021-0219-impot-societes-fusion-absorption-fiscalement-09c0"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt des sociétés, Fusion par absorption fiscalement neutre · IMPÔT DES SOCIÉTÉS - Fusion par absorption fiscalement neutre - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Mesure anti-abus - DROITS D’ENREGISTREMENT - Apport d’un bien immobilier - Apport d’une universalité de biens - TVA - Cession d’un bien immobilier - Exonération Cession d’une universalité de biens

**Numéro**

2021.0219

**Date**

20 avril 2021

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

109 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2021.0219 du 20.04.2021

*IMPÔT DES SOCIÉTÉS* · *Fusion par absorption fiscalement neutre* · *Scission partielle fiscalement neutre* · *Motifs économiques valables* · *Fraude ou évasion fiscale* · *Mesure anti-abus*

*DROITS D’ENREGISTREMENT* · *Apport d’un bien immobilier* · *Apport d’une universalité de biens*

*TVA* · *Cession d’un bien immobilier* · *Exonération* · *Cession d’une universalité de biens*

## Résumé

La scission partielle de la société d’exploitation X qui transfère son bien immobilier utilisé à des fins professionnelles à la société immobilière existante Y, répond au prescrit de l’article 183*bis* CIR 92 et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale en application de l’article 211, § 1 er, CIR 92. La scission partielle peut avoir lieu en application des articles 115*bis* et 120 du Code fédéral des droits d'enregistrement, toutefois avec une perception de 10 % de droits d’enregistrement sur la partie de la reprise de la dette qui a proportionnellement trait aux biens immobiliers apportés à la date du passage de l’acte. Le bien immobilier à scinder n’est pas nouveau en terme de TVA de sorte que l’exonération de l’[article 44, § 3, 1°, a), C.TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) est en vigueur.

La fusion successive par absorption de la société Y par la société A, qui vise à centraliser toutes les activités immobilières d’un groupe au sein d’une seule entité, répond aux dispositions de l’article 183*bis* CIR 92 et peut avoir lieu sous le régime de la neutralité fiscale visé à l’article 211, § 1 er, CIR 92. Cette fusion peut bénéficier de l'exonération des droits d’enregistrement proportionnels, comme prévu à l'article 117, § 1 er, Code fédéral des droits d'enregistrement. La fusion doit avoir lieu en application des articles [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) et [18, § 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18), C.TVA.

Le choix de l’ensemble des actes juridiques envisagés se justifie par d’autres motifs que la volonté d’éviter les impôts sur les revenus au sens de l’article 344, § 1 er, alinéa 3, CIR 92, et ne constitue par conséquent pas un abus fiscal au sens de l’article 344, § 1 er, alinéa 1 er, CIR 92.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite***

## I. Voorwerp van de aanvraag

**1.** De aanvraag tot voorafgaande beslissing strekt ertoe zekerheid te bekomen dat:

1.1. de partiële splitsing van vennootschap X, waarbij haar onroerend goed zal worden overgedragen aan de bestaande vennootschap Y, vrijgesteld zal zijn van vennootschapsbelasting op grond van de artikelen 183*bis* en 211 WIB 92;

1.2. de daaropvolgende fusie door overneming van vennootschap Y door vennootschap Z vrijgesteld zal zijn van vennootschapsbelasting op grond van de artikelen 183*bis* en 211 WIB 92;

1.3. de boekhoudkundige retroactiviteit van de voormelde partiële splitsing en fusie op fiscaal vlak kan worden aanvaard;

1.4. het onroerend goed dat in het kader van de voormelde partiële splitsing zal worden overgedragen, geen nieuw gebouw voor btw-doeleinden is en kan worden overgedragen met toepassing van de vrijstelling van artikel 44, § 3, 1°, a) W.Btw;

1.5. de overdracht van de algemeenheid van goederen als gevolg van de fusie tussen vennootschap Y en vennootschap Z, buiten het toepassingsgebied van het btw-stelsel valt overeenkomstig de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw;

1.6. de voormelde partiële splitsing onder het toepassingsgebied valt van artikel 115*bis* W.Reg. en bijgevolg onderworpen zal worden aan het recht van 0%, met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 50 EUR;

1.7. de voormelde partiële splitsing onder toepassing valt van artikel 120 W.Reg. waarbij een heffing van 10% registratierechten zal geschieden op het gedeelte van de overname van de schuld dat evenredig betrekking heeft op het ingebrachte onroerend goed;

1.8. de voormelde fusie niet onderworpen is aan registratierechten op basis van de artikelen 115, 115*bis* jo. artikel 117 Fed.W.Reg., met een minimumheffing gelijk aan het algemeen vast recht van 50 EUR;

1.9. de voormelde partiële splitsing, gevolgd door de voormelde fusie, verantwoord is door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, WIB 92.

## II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers

**2.** Vennootschap X is een exploitatievennootschap Deze vennootschap bezit tevens het bedrijfspand waarin zij haar activiteiten uitoefent.

**3.** Vennootschappen Y en Z zijn vennootschappen die diverse onroerende goederen aanhouden en verhuren aan derden.

**4.** De aandelen van de drie vennootschappen zijn eigendom van één familie. De heer A en mevrouw B zijn meerderheidsaandeelhouder. Hun twee zonen, de heren C en D, bezitten een minderheidsparticipatie in de drie vennootschappen.

**5.** De aanvragers wensen over te gaan tot een partiële splitsing van vennootschap X waarbij haar bedrijfsmatig gebruikt onroerend goed zal worden overgedragen aan vennootschap Y. Op het onroerend goed rust nog een zeer beperkte schuld m.b.t. zonnepanelen die eveneens zal worden overgedragen aan vennootschap Y.

**6.** Nadien wensen de aanvragers een fusie door te voeren waarbij vennootschap Y zal worden overgenomen door vennootschap Z.

**7.** De heer A en mevrouw B wensen vervolgens hun aandelen in de twee overblijvende vennootschappen in onverdeeldheid te schenken aan hun zonen. Op termijn zal de heer C de aandelen van vennootschap X overnemen van zijn broer, de heer D, via aankoop of uitruil van aandelen.

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake de toepassing van de artikelen 183bis en 211, § 1, WIB 92 (partiele splitsing vennootschap X)*

**8.** De partiële splitsing van vennootschap X, waarbij de vennootschap haar onroerend goed te samen met de schuld betreffende zonnepanelen zal overdragen aan de bestaande vennootschap Y tegen uitreiking van nieuwe aandelen aan de bestaande aandeelhouders van vennootschap X, beantwoordt aan de definitie van een met een splitsing gelijkgestelde verrichting zoals omschreven in artikel 2, § 1, 6°/1, g), WIB 92.

**9.** Gezien zijn leeftijd denkt de heer A reeds na over de opvolging van de familiezaak na zijn pensioen. Daarbij is in de loop van de voorbije jaren gebleken dat zijn zoon, de heer C, de onderneming graag verder wenst te zetten. De andere zoon, de heer D, heeft geen interesse om in de toekomst mee te stappen in de onderneming. De heer A en mevrouw B willen dan ook een structuur creëren die hen toelaat om hun patrimonium aan hun zonen te schenken, elk voor de onverdeelde helft, en waarbij de heer C in de toekomst de activiteit van de onderneming kan verderzetten zonder zijn broer.

**10.** De waarde van het onroerend goed van vennootschap X wordt geschat op ongeveer x EUR. De totale waarde van vennootschap X wordt geschat op y EUR. Bijgevolg is de geschatte waarde van de werkelijke exploitatie ongeveer (y-x) EUR. Door de afsplitsing van het onroerend goed wordt het voor de heer C bijgevolg haalbaar om op termijn de aandelen van vennootschap X van de heer D over te nemen. aanvragers hebben bevestigd dat er geen claims of vorderingen aanwezig zijn ten name van vennootschap X zodat de partiële splitsing er niet toe strekt om zich te onttrekken aan haar financiële verplichtingen.

**11.** De aanvragers hebben bevestigd dat het personeel zal behouden blijven bij vennootschap X, waaruit blijkt dat de behouden activiteit bij voortduur zal worden verder gezet bij de partieel gesplitste vennootschap.

**12.** Na de partiële splitsing zal vennootschap Y het onroerend goed dat vennootschap X gebruikt voor haar activiteit, verhuren aan vennootschap X. Er werd bevestigd dat hiervoor een marktconforme huur zal worden aangerekend.

**13.** Vennootschap X is een (beperkt) winstgevende vennootschap en had de laatste jaren een belastbare basis. Vennootschap X beschikt niet over enige overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen.

**14.** Vennootschap Y is de laatste jaren verlieslatend en beschikt over een negatief eigen vermogen. Vennootschap Y beschikt over fiscaal overdraagbare verliezen die gelet op de negatieve fiscale nettowaarde van vennootschap Y op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum volledig verloren zullen gaan in toepassing van artikel 206, § 2, WIB 92. Er zijn geen andere overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen binnen de vennootschap.

**15.** De aanvragers hebben bevestigd dat bij de verdeling van de eigen vermogensbestanddelen ingevolge de geplande partiële splitsing rekening zal worden gehouden met de toepassing van artikel 213 WIB 92 en met de voorschriften van de fiscale administratie terzake. Vennootschap X beschikt op het ogenblik van de partiële splitsing over een kleine vrijgestelde reserve. De aanvragers hebben hieromtrent opgemerkt dat dit een historisch gegeven is waarbij er geen verdere details beschikbaar zijn inzake de aard van deze vrijgestelde reserve.

**16.** Na de partiële splitsing (en daaropvolgende fusie) zullen de aandelen door de heer A en mevrouw B in onverdeeldheid worden geschonken aan hun zonen, de heer C en de heer D. Op termijn zal de heer C via aankoop of uitruil de aandelen van vennootschap X overnemen van de heer D zodat de heer C de activiteit van vennootschap X alleen kan verderzetten.

**17.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de geplande partiële splitsing plaatsvindt op grond van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

**18.** De verkrijgende vennootschap is een binnenlandse vennootschap.

**19.** Derhalve kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van vennootschap X kan plaatsvinden onder het belastingneutraal regime als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

### *III.B. Inzake de toepassing van de artikelen 183bis en 211, § 1, WIB 92 (fusie van vennootschap Y en vennootschap Z)*

**20.** Door de voorafgaande partiële splitsing zal het eigen vermogen van vennootschap Y positief zijn op het ogenblik van de daaropvolgende fusie waarbij vennootschap Y zal worden overgenomen door vennootschap Z tegen uitreiking van nieuwe aandelen aan de bestaande aandeelhouders van vennootschap Y. Deze verrichting beantwoordt aan de definitie van een fusie door overneming zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 6°/1, a), WIB 92.

**21.** Aangezien de vennootschappen Y en Z op vandaag geen economische reden meer hebben om apart te bestaan, wensen de aandeelhouders deze vennootschappen, na de voormelde partiële splitsing, te fuseren. De activiteit van beide vennootschappen bestaat op heden uit de verhuur van onroerende goederen. Vanuit operationeel, juridisch en economisch standpunt is het dan ook beter en logischer om het onroerend goed te centraliseren binnen één vastgoedentiteit.

**22.** Vennootschap Y is de laatste jaren verlieslatend. Naar aanleiding van de partiële splitsing zijn alle fiscaal overdraagbare verliezen van vennootschap Y verloren gegaan (zie randnummer 14). Op het ogenblik van de fusie beschikt vennootschap Y aldus niet meer over enige fiscaal overdraagbare bestanddelen.

**23.** Vennootschap Z was verlieslatend voor het voorlaatste afgesloten boekjaar en het jaar daarvoor. Voor het laatst afgesloten boekjaar had vennootschap Z een beperkte winst. Vennootschap Z heeft fiscaal overdraagbare verliezen die ingevolge de toepassing van artikel 206, § 2, WIB 92 deels verloren zouden gaan. Er zijn geen andere overgedragen fiscaal aftrekbare bestanddelen binnen de vennootschap.

**24.** De overnemende vennootschap Z beschikt niet over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande wederbeleggingsverplichtingen gelden, zodat de fusie er niet toe strekt om activa van de overgenomen vennootschap Y te gaan aanduiden als herbeleggingsactivum ten name van de overnemende vennootschap Z voor het behoud van een vrijstelling of het bekomen van de gespreide taxatie van eerder gerealiseerde meerwaarden.

**25.** Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de fusie door overneming van vennootschap Y door vennootschap Z plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183*bis*, WIB 92.

**26.** De overnemende vennootschap Z is een binnenlandse vennootschap.

**27.** Bijgevolg kan de fusieverrichting plaatsvinden onder het belastingneutraal stelsel als bedoeld in artikel 211, § 1, WIB 92.

### *III.C. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting*

**28.** De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag, inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding, slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

28.1. met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband wordt opgemerkt dat een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maanden in normale omstandigheden niet als een korte periode kan worden aangemerkt;

28.2. en een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

**29.** De boekhoudkundig retroactiviteit van de partiële splitsing en fusie zal niet meer dan 7 maanden bedragen.

**30.** In het kader van de in randnummer 29.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen of DBI-overschotten door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie ook dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). Vennootschappen Y en Z beschikken over fiscaal overdraagbare verliezen. De aanvragers hebben bevestigd dat, in voorkomend geval, tijdens de boekhoudkundige retroactiviteitsperiode geen ingrijpende wijziging aan de balansstructuur zal hebben plaatsgevonden, andere dan de in de aanvraag omschreven verrichtingen, die een wezenlijke impact zal hebben op de fiscale nettowaarde van de betrokken vennootschappen met het oog op de toepassing van artikel 206, § 2, WIB 92.

**31.** Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.

### *III.D. Inzake de toepassing van artikel 44, § 3, 1°, a) W.Btw (partiële splitsing van vennootschap X)*

**32.** Overeenkomstig artikel 44, § 3, 1°, a) W.Btw zijn van de belasting vrijgesteld de leveringen van uit hun aard onroerende goederen.

Worden evenwel uitgesloten de levering van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein bedoeld in artikel 1, § 9, wanneer hun vervreemding wordt verricht uiterlijk op 31 december van het tweede jaar volgend op het jaar van de eerste ingebruikneming of de eerste inbezitneming van de goederen bedoeld in artikel 1, § 9, 1° door:

\- hetzij een in artikel 12, § 2, beoogde belastingplichtige die voornoemde goederen bedoeld in artikel 1, § 9, 1°, heeft opgericht of heeft laten oprichten of met voldoening van de belasting heeft verkregen;

\- hetzij een in artikel 8, § 1, beoogde belastingplichtige;

\- hetzij elke andere belastingplichtige, wanneer hij op de door de Koning te bepalen wijze kennis heeft gegeven van zijn bedoeling een dergelijke vervreemding te verrichten met voldoening van de belasting.

**33.** Uit de motivering van de aanvragers blijkt dat het bedrijfsvastgoed dat vennootschap X in 2006 verworven heeft, door diens vorige eigenaar voor het eerst in gebruik werd genomen in 1993. In bijlage bij de aanvraag voegt de aanvrager een tabel toe, waarin de diverse facturen verband houdend met werken uitgevoerd aan het gebouw opgenomen zijn en middels dewelke hij verklaart dat de uitgevoerde werken enkel de omvorming en verbetering van het gebouw tot voorwerp hebben, zonder dat deze resulteerden in de totstandkoming van een nieuw gebouw.

**34.** Voortgaande op voormelde verklaring dient geconcludeerd dat de partiële splitsing de overdracht van een gebouw tot voorwerp heeft als beoogd in artikel 44, § 3, 1°, a), eerste lid, W.Btw en dientengevolge van btw is vrijgesteld.

**35.** Gezien de overdracht van het gebouw ingevolge de partiële splitsing plaatsvindt met vrijstelling van btw, is vennootschap X ertoe gehouden de btw-herziening bij toepassing van artikel 48, § 2, W.Btw toe te passen.

**36.** De op het gebouw aanwezige zonnepanelen zullen, daar zij niet onroerend zijn, met toepassing van btw worden overgedragen ingevolge de partiële splitsing. Daar de aanvrager geen informatie heeft verstrekt omtrent de wijze waarop deze zonnepanelen na de overdracht zullen worden aangewend, dient voorbehoud gemaakt te worden omtrent het recht op aftrek van btw in hoofde van de verkrijgende vennootschap, mede gegeven het feit dat de daaropvolgende transactie een btw-herziening op de handelingen verricht naar aanleiding van de eerste aanwending niet in de weg staat.

### *III.E. Inzake de toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw (fusie van vennootschap Y en vennootschap Z)*

**37.** Overeenkomstig artikel 11 W.Btw wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.Btw bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

**38.** Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) en [29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

**39.** In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

**40.** De artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

**41.** Naar aanleiding van de hiervoor beschreven fusie worden alle activa en passiva die verbonden zijn aan vennootschap Y overgedragen aan vennootschap Z. Zowel op technisch als op organisatorisch vlak heeft deze verrichting derhalve betrekking op een algemeenheid van goederen. De bestaande economische activiteit van vennootschap Y zal worden voortgezet door vennootschap Z.

**42.** De aanvragers verklaren dat zowel vennootschap Y als vennootschap Z gemengde belastingplichtige zijn die het recht op aftrek uitoefenen middels het werkelijk gebruik, waarbij vennootschap Z, in de mate er btw zou verschuldigd zijn op de overdracht, gedeeltelijk recht op btw-aftrek heeft.

**43.** De hierboven beschreven fusie dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, § 3, W.Btw te gebeuren.

### *III.F. Inzake de toepassing van artikel 115bis juncto 120, Fed.W.Reg. (partiële splitsing van vennootschap X)*

**44.** Uit de door de aanvragers voorgelegde splitsingsstaat blijkt dat een bedrijfsvastgoed door vennootschap X naar de bestaande vennootschap Y zal worden afgesplitst.

**45.** Inzake deze partiële splitsing waarbij een onroerend goed wordt afsplitst, bepaalt artikel 115*bis*, Fed.W.Reg. dat de inbrengen van onroerende goederen, andere dan die welke gedeeltelijk of geheel tot bewoning worden aangewend of voor bewoning bestemd zijn en door een natuurlijke persoon ingebracht worden, in vennootschappen waarvan de zetel van werkelijke leiding in België gevestigd is, of de statutaire zetel in België en de zetel van werkelijke leiding buiten het grondgebied van de lidstaten van de Europese Gemeenschap gevestigd is, aan het recht van 0% worden onderworpen.

**46.** Artikel 120, Fed.W.Reg. bepaalt dat wanneer een inbreng in vennootschap gedeeltelijk vergolden wordt anders dan bij toekenning van maatschappelijke rechten, de overeenkomst, naarmate van deze vergelding, wordt onderworpen aan de rechten zoals ze in dit hoofdstuk vastgesteld zijn voor de overeenkomsten onder bezwarende titel die goederen van dezelfde aard tot voorwerp hebben. Zo een inbreng met onroerende goederen vermeld in artikel 115*bis* en goederen van een andere aard begrijpt, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergelding van bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht enkel op laatstbedoelde rechten betrekking te hebben. Deze bepalingen zijn evenwel niet toepasselijk bij inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117, Fed.W.Reg.

**47.** Er is geen sprake van de inbreng van een algemeenheid van goederen of van de inbreng van één of meer bedrijfstakken: het gaat *in casu* om de partiële splitsing van een vennootschap waarbij enkel een onroerend goed al dan niet met schulden zal worden overgedragen.

**48.** Vennootschap X zal het onroerend goed afsplitsen naar een bestaande vennootschap Y. Uit de door de aanvrager verstrekte inlichtingen blijkt dat er op het ogenblik van de partiële splitsing nog een schuld zou rusten, dewelke betrekking heeft op de aankoop van zonnepanelen behorend tot het onroerend goed, die tevens zou worden overgedragen aan vennootschap Y.

**49.** De inbreng door vennootschap X zal geschieden met toepassing van de artikelen 115*bis* *juncto* 120, Fed.W.Reg., met een heffing van 10% registratierechten op het gedeelte van de overname van de schuld dat evenredig betrekking heeft op het ingebrachte onroerend goed (artikel 2.9.1.0.3., Vlaamse Codex Fiscaliteit kan door Vlabel worden toegepast vermits het onroerend goed gelegen is in het Vlaams Gewest).

**50.** Voor de registratierechten worden de verrichtingen beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

### *III.G. Inzake de toepassing van artikel 117, § 1, Fed.W.Reg (fusie van vennootschap Y en vennootschap Z)*

**51.** Inzake de splitsing is artikel 117, § 1, Fed.W.Reg. van toepassing: het bij artikel 115 Fed.W.Reg. bepaalde recht is niet verschuldigd in geval van inbreng van de universaliteit der goederen van een vennootschap, bij wijze van fusie, splitsing of anderszins, in een of meer nieuwe of bestaande vennootschappen.

**52.** Deze bepaling is evenwel slechts toepasselijk op voorwaarde dat:

52.1. de vennootschap die de inbreng doet de zetel van haar werkelijke leiding of haar statutaire zetel heeft op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen;

52.2. eventueel na aftrek van de op het tijdstip van de inbreng door de inbrengende vennootschap verschuldigde sommen, de inbreng uitsluitend vergoed wordt, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen, hetzij door toekenning van aandelen of deelbewijzen die maatschappelijke rechten vertegenwoordigen samen met een storting in contanten die het tiende van de nominale waarde of, bij gebrek aan een nominale waarde, van de fractiewaarde van de toegekende maatschappelijke aandelen of deelbewijzen niet overschrijdt. Indien het Belgisch of buitenlands recht dat de verkrijgende vennootschap beheerst niet in een begrip gelijkaardig aan dat van het kapitaal van een naamloze vennootschap voorziet, wordt met de fractiewaarde gelijkgesteld, de inbrengwaarde, zoals die blijkt uit de jaarrekening, van alle door de aandeelhouders of vennoten toegezegde inbrengen in geld of in natura, met uitzondering van de inbrengen in nijverheid, in voorkomend geval verhoogd met de reserves die op grond van een statutaire bepaling slechts aan de aandeelhouders of vennoten kunnen worden uitgekeerd mits een statutenwijziging, dit alles gedeeld door het aantal aandelen.

**53.** In het kader van de voorgenomen reorganisatie vindt er een fusie door overneming plaats waarbij vennootschap Z zal fungeren als overnemende vennootschap en vennootschap Y als overgenomen vennootschap.

**54.** Bij de voorgenomen verrichting zal de inbreng worden gedaan door een Belgische vennootschap. Hierdoor is voldaan aan de eerste voorwaarde dat de inbreng wordt gedaan door een vennootschap waarvan de zetel der werkelijke leiding of de statutaire zetel gevestigd is op het grondgebied van een Lidstaat van de Europese Gemeenschappen.

**55.** De inbreng ingevolge de fusie door overneming wordt uitsluitend vergoed in aandelen in die zin dat de overnemende vennootschap Z geen opleg in geld betaalt. Hierdoor is voldaan aan de tweede voorwaarde van artikel 117, § 1, Fed.W.Reg.

**56.** De voorgenomen fusie gebeurt door inbreng van het gehele vermogen, zowel actief en passief, van de over te nemen vennootschap, waardoor er telkens wordt voldaan aan de notie van een universaliteit van goederen, zoals bepaald in artikel 117, § 1, Fed.W.Reg.

**57.** Vermits er tevens passiva worden overgedragen, moet in principe rekening worden gehouden met de toepassing van artikel 120, eerste lid, Fed.W.Reg., de zogenaamde gemengde inbreng op basis waarvan *a rato* van het passief evenredige rechten verschuldigd zijn. In hetzelfde artikel 120 Fed.W.Reg. en meer bepaald in het derde lid wordt er echter een uitzondering voorzien voor het geval de universaliteit van de goederen wordt ingebracht. Vermits dit laatste *in casu* het geval is, kan artikel 117, § 1, Fed.W.Reg. toch onverkort worden toegepast en is de geplande fusieverrichting vrijgesteld van evenredige registratierechten.

**58.** Alle ingebrachte onroerende goederen zijn gelegen in het Vlaams Gewest.

**59.** Voor de registratierechten worden de verrichtingen beoordeeld op het tijdstip van de inbreng zelf, zijnde de datum van het verlijden van de notariële akte, zonder retroactiviteit.

### *III.H. Inzake de toepassing van artikel 344, § 1, WIB 92 (geheel van de verrichtingen)*

**60.** De partiële splitsing van vennootschap X waarbij haar onroerend goed zal worden overgedragen aan de bestaande vennootschap Y, zal worden gevolgd door een fusie door overneming van vennootschap Y door vennootschap Z. Vervolgens zullen de aandelen van de twee overblijvende vennootschappen door de heer A en mevrouw B in onverdeeldheid worden geschonken aan hun beide zonen. Het geheel van de verrichtingen strekt ertoe om enerzijds alle onroerende goederen te centraliseren binnen één vastgoedvennootschap (met als activiteit verhuur van onroerende goederen) en anderzijds op termijn de overname van de aandelen van vennootschap X in het bezit van de heer D financieel mogelijk te maken voor de heer C die de exploitatieactiviteit wenst verder te zetten. De overdracht van deze aandelen zal gebeuren hetzij door een verkoop van deze aandelen, hetzij door een aandelenruil.

**61.** De keuze van het geheel van deze rechtshandelingen werd verantwoord door andere motieven dan het ontwijken van inkomstenbelastingen in de zin van artikel 344, § 1, derde lid, WIB 92 en maakt derhalve geen fiscaal misbruik uit als bedoeld in artikel 344, § 1, eerste lid, WIB 92.

**62.** De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld worden. De DVB spreekt zich in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183*bis* of artikel 344, § 1, WIB 92, enz …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing zoals bijvoorbeeld de latere overdracht van de aandelen van vennootschap X en vennootschap Z. Bij een latere overdracht van deze aandelen, op een andere wijze dan de in deze beslissing omschreven schenking van aandelen door de heer A en mevrouw B aan hun zonen en de overdracht van de aandelen van vennootschap X door de heer C aan de heer D, is deze beslissing niet langer geldig, tenzij de DVB in een avenant aan de beslissing de geldigheid ervan zou bevestigen.

## Textes cités

8

[CTVA art. 11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) 1 occurrence

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 1 occurrence

[CTVA art. 44](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-44) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 6](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) 1 occurrence

[C-497/01, arrêt du 27 novembre 2003](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret) 1 occurrence
