---
title: "Décision anticipée 2021.0152 · Cession d’une universalité, Articles 11 et 18, §3 du CTVA"
description: "Cession d’une universalité, Articles 11 et 18, §3 du CTVA, universalité des biens. Décision anticipée belge n° 2021.0152 du 30 mars 2021."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2021-0152-cession-universalite-articles-ctva-biens-003d"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Cession d’une universalité · TVA - Cession d’une universalité - Articles 11 et 18, §3 du CTVA

**Numéro**

2021.0152

**Date**

30 mars 2021

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

56 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2021.0152 du 30.03.2021

*TVA* · *Cession d’une universalité* · *Articles* [*11*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) *et* [*18, §3*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) *du CTVA*

## Résumé

La cession d’une universalité suite à une fusion d’une assujettie à la TVA établie en Belgique avec une assujettie à la TVA établie dans un autre État membre qui fait partie d’une unité TVA dans l’autre État membre, mais qui a également une succursale belge doit avoir lieu en application des articles [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) et [18, § 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) du Code de la TVA s’il apparaît que les éléments reportés sont affectés à la succursale belge d’un point de vue technique TVA.

## Texte de la décision

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite***

## I. Voorwerp van de aanvraag

De vraag wordt gesteld of de overdracht van alle activa en passiva van een Belgische vennootschap naar een nieuw opgericht Belgisch bijkantoor van een in een andere EU lidstaat gevestigde vennootschap, als gevolg van de fusie tussen beide, een handeling is die binnen het toepassingsgebied valt van de artikelen [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) en [18, §3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) van het btw-wetboek.

## II. Omschrijving van de verrichtingen

2\. De bedrijfsactiviteit van de Belgische vennootschap (B) bestaat in het aanvaarden van deposito's van klanten en tegenpartijen. De verkregen liquiditeiten (via de verzamelde deposito's, eigen middelen en intercompany schulden) worden geherinvesteerd in financiële activa, zijnde intercompany leningen.

3\. In het verleden werden er ook betalings- en ontvangstverrichtingen verricht, waarvoor B de optie tot het belasten met btw had uitgeoefend. Momenteel is deze activiteit als het ware een slapende activiteit, maar inmiddels werden de nodige voorbereidingen getrokken om voormelde activiteit te laten doorstarten.

3\. Daarnaast heeft B een dienstenovereenkomst met een Belgische vennootschap op grond waarvan zij diverse diensten beoogd in [artikel 18, §1, 1° van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) verricht.

4\. B oefent haar recht op aftrek uit aan de hand van een algemeen verhoudingsgetal.

5\. B is volledig eigendom van de in de andere lidstaat gevestigde vennootschap (EU), die onder toezicht staat van de Europese Centrale Bank. EU maakt deel uit van een btw-eenheid in de lidstaat alwaar ze gevestigd is.

6\. Als gevolg van een reorganisatie binnen de groep op Europees niveau, zal B zich omvormen tot een Belgische vaste inrichting van EU. In dit verband, zal B worden gefuseerd met EU door middel van een grensoverschrijdende "fusie door opslorping". Daarbij worden alle activa en passiva van B, als overgenomen entiteit, overgedragen aan haar enige aandeelhouder EU, als overnemende entiteit, in juridische en boekhoudkundige continuïteit. Alle activa en passiva die B op de datum van de fusie in eigendom heeft, worden vervolgens toegewezen aan het bijkantoor (met rechtspersoonlijkheid) van EU in België (en blijven dus toegewezen aan een Belgische vaste inrichting).

7\. De reorganisatie zal als volgt plaatsvinden :

7.1 Stap 1: Oprichting van een Belgisch bijkantoor van S

Het Belgisch bijkantoor werd inmiddels opgericht. De opening van het bijkantoor moet nog gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad.

Hoewel de oprichting van het bijkantoor in België in principe volgt uit de juridische stappen die in het (fiscaal neutrale) fusieproces zijn voorzien, is het binnen de financiële sector gebruikelijk dat het bijkantoor vooraf, d.w.z. vóór de wettelijke fusiedatum, wordt opgericht om voorafgaandelijk aan alle reglementaire vereisten te voldoen. De toezichthoudende autoriteiten moeten de oprichting van het bijkantoor in België goedkeuren. Bovendien moet het bijkantoor geregistreerd zijn in het handelsregister in België. Het Belgisch bijkantoor van EU moet voorbereid zijn en in staat zijn om de financiële activiteiten in België op de datum van de fusie op zich te nemen.

7.2 Stap 2: Fusie van B (overgenomen Belgische entiteit) in EU (overnemende Spaanse entiteit)

B zal fuseren met EU door middel van een grensoverschrijdende "fusie door absorptie". Hierbij zal B, als opgeslorpte entiteit, worden geliquideerd zonder in vereffening te gaan en zullen al haar activa en passiva worden overgedragen aan haar enige aandeelhouder EU, als overnemende entiteit. Na de fusie is EU de rechtsopvolger van alle rechten, passiva en verplichtingen van B.

7.3 Stap 3: Overdracht van activa en passiva aan EU (Belgisch bijkantoor)

Als gevolg van de fusie worden alle activa en passiva van B overgedragen aan EU, maar blijven wel toegewezen aan het Belgisch bijkantoor van EU. Er zullen geen activa of passiva worden overgedragen aan het EU hoofdkantoor , of aan een andere groepsentiteiten, als (rechtstreeks) gevolg van de fusie.

7.4 Stap 2 en stap 3 zullen gelijktijdig worden uitgevoerd. De fusie en de overdracht van alle activa en passiva zullen in dezelfde beslissing van de bevoegde vennootschapsorganen worden besloten en in dezelfde openbare (notariële) akte worden vermeld.

8\. Na de fusie blijft het nieuwe Belgisch bijkantoor van EU dezelfde activiteit op de markt uitoefenen als de huidige Belgische bank (B). Het Belgisch bijkantoor van EU blijft in dezelfde gehuurde kantoorruimte werken en alle overeenkomsten met leveranciers worden per datum van de fusie overgedragen aan het Belgisch bijkantoor. In principe zullen dezelfde activiteiten worden voortgezet zoals zij naar verwachting zouden zijn voortgezet zonder de uitvoering van de fusie.

9\. Het Belgisch bijkantoor van EU zal over de volgende eigen middelen beschikken: een Branch Managing Director, een Legal & Compliance/AML Officer en bijkomende professionals om activiteiten uit te voeren op de volgende gebieden: (i) Technologie en Operations, (ii) Financiën, Management control en Marketing (iii) Risico's en (iv) Human Resources. Deze professionals zullen worden ondersteund door de respectieve afdelingen van het EU hoofdkantoor. Daarnaast zal het bijkantoor ook worden ondersteund door EU op alle gebieden die niet specifiek op filiaalniveau worden ontwikkeld.

## III. Beslissing

## *III.1 Belgisch bijkantoor als belastingplichtige*

10 Het Belgisch bijkantoor van EU zal de - via het aanvaarden van deposito’s verkregen - liquiditeiten ter beschikking stellen van het EU hoofdkantoor, dat vervolgens intercompany leningen binnen de groep zal verstrekken.

11\. In principe zijn handelingen tussen twee inrichtingen van een belastingplichtige niet onderworpen aan btw, omdat ze aangemerkt worden als een interne handeling van de belastingplichtige (HJEU, arrest FCE Bank, arrest [C-210/04](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-210-04-arret), van 23.03.2006).

12\. In haar mijlpaalarrest “Skandia” ([C-7/13](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-7-13-arret)), heeft het Europees Hof van Justitie evenwel geoordeeld dat de diensten die een in een derde land gevestigd hoofdkantoor verricht voor zijn filiaal in een lidstaat, belastbare handelingen vormen wanneer dat filiaal lid is van een btw-eenheid.

13\. De Administratie heeft in haar administratieve beslissing van 3 april 2015 (E.T. 127.577) de volledige toepassing van dit arrest in België bevestigd. Uit deze beslissing volgt dat handelingen tussen hoofdhuis en bijhuis waarbij één van beide lid is van een btw-eenheid, als belastbare handelingen moeten worden aangemerkt.

14\. Het EU hoofdkantoor maakt deel uit van een btw-eenheid in in de lidstaat alwaar ze gevestigd is. Met verwijzing naar voormelde principes van het Skandia-arrest, vallen de handelingen verricht tussen EU Belgisch bijkantoor en het EU hoofdkantoor en vice versa, binnen het toepassingsgebied van de btw.

***III.2 Toepassing van artikelen 11 en 18,§3 op de overdracht van de activiteiten van B aan het nieuwe Belgisch bijkantoor van S.***

15\. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Artikel 18, § 3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

16\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) en [29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

17\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

18\. De artikelen 11 en 18, § 3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

19\. Tussen B, Belgische vennootschap en btw-plichtige (overgenomen entiteit) en EU (overnemende entiteit) een in een ander EU land gevestigde vennootschap lid van een BTW-eenheid in die andere lidstaat, zal er een fusie plaatsvinden.

20\. B fuseert met EU door middel van een grensoverschrijdende "fusie door absorptie". Hierbij wordt B, als opgeslorpte entiteit, geliquideerd zonder in vereffening te gaan en worden al haar activa en passiva overgedragen aan haar enige aandeelhouder EU, als overnemende entiteit. Na de fusie is EU de rechtsopvolger van alle rechten, passiva en verplichtingen van B.

21\. Vanuit btw-technisch oogpunt dient onderzocht of de goederen en diensten ingevolge voormelde “grensoverschrijdende fusie” België zullen verlaten.

22\. Verwijzend naar randnummer 7 supra, blijkt dat met de fusie, alle activa en passiva van B die juridisch overgedragen worden aan EU, toegewezen worden aan het Belgisch bijkantoor van EU, zodat er geen activa of passiva overgedragen worden aan het EU hoofdkantoor, of aan een andere groepsentiteit, als (rechtstreeks) gevolg van de fusie.

23\. Dientengevolge mag geconcludeerd worden dat btw-technisch alle activa en passiva van B fysiek geleverd worden in België aan het Belgisch bijhuis van EU, die ingevolge voormelde Skandia-doctrine als een afzonderlijke btw-plichtige aangemerkt moet worden. Het feit dat dit Belgisch bijhuis voorafgaand aan de fusie verrichting reeds opgericht werd en zelfs voor btw-doeleinden geregistreerd werd, draagt ertoe bij dat de levering c.q. overdracht onmiddellijk kan plaatsvinden en uitwerking zal krijgen.

24\. Het feit dat alle activa en passiva van B allen juridisch overgaan op EU hoofdhuis, om door haar toegewezen te worden aan haar Belgisch bijhuis EU, waardoor alle elementen in het kader van de juridische overdracht België niet verlaten, staat de kwalificatie als een overdracht van een activiteit c.q. algemeenheid niet in de weg.

25\. Hiervoor refereren we aar de in de circulaire nr E.T. 110.663 dd 30.09.2009 opgenomen stelling omtrent de wijze van overdracht :

> “ De artikelen [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) en [18, § 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18), van het Btw-Wetboek zijn van toepassing bij een overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling verricht ten voordele van één enkele vennootschap maar door middel van twee verschillende contracten, zoals een inbreng en een verkoop, die elk betrekking hebben op een gedeelte van het handelsfonds, op voorwaarde dat, overeenkomstig de wilsuiting van de partijen, de twee contracten van elkaar afhankelijk zijn, zodat zij niet los van elkaar kunnen bestaan en uitwerking hebben op dezelfde datum (zie beslissing nr. E.T.9.449 van 28 december 1971).”

Er dient opgemerkt dat – niettegenstaande de circulaire dateert van 2009, tijdstip waarop men het fenomeen van de btw-eenheid in de Belgische wetgeving reeds geïmplementeerd heeft - men spreekt over de overdracht verricht te voordele van één enkele vennootschap. Hetgeen in casu aan de orde is, want niettegenstaande het Belgisch bijhuis EU en het EU hoofdhuis omwille van het feit dat deze laatste deel uitmaakt van een BTW-eenheid in een andere lidstaat, beiden als afzonderlijke btw - belastingplichtigen aangemerkt worden, vormen ze vanuit juridisch oogpunt één enkele vennootschap. Waardoor besloten kan worden dat hoewel alle bestanddelen in België blijven om door het Belgisch bijhuis van EU ontvangen en aangewend te worden, ze wel juridisch overgedragen worden en uiteindelijk geleverd worden aan één enkele vennootschap (EU, EU hoofdhuis en haar Belgisch bijhuis EU).

26\. Vaststellende dat de verder te zetten activiteiten bestaan uit enerzijds handelingen betreffende deposito’s en het verstrekken van leningen (terbeschikkingstelling van de uit deposito’s verkregen liquiditeiten) aan het EU Hoofdhuis (lid van de btw-eenheid in een andere lidstaat en ingevolge Skandia arrest aan te merken als een van haar Belgisch bijhuis onderscheiden btw-plichtige), zijnde van btw-vrijgestelde activiteiten die geen recht op aftrek verlenen en anderzijds het verlenen van diverse diensten als beoogt in [artikel 18, §1, 1° van het btw-wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) aan een derde die recht op aftrek verlenen, dient geconcludeerd dat het Belgisch bijhuis EU als een gemengd btw-plichtige aangemerkt dient te worden.

27\. Uit de aan de DVB medegedeelde informatie en bezorgde stukken mag geconcludeerd worden dat de goederen en diensten aanwezig in België en die finaal toekomen aan het Belgisch bijhuis EU, aangewend zullen worden in het kader van haar economische activiteit die ze - mede gezien de herop te starten activiteit betreffende de betalings- en ontvangstverrichtingen waarvoor de aanvrager verklaarde te opteren voor de toepassing van btw - op autonome en zelfstandige wijze voort zal zetten. Hieruit volgt dat de overdracht van de finaal aan het Belgisch bijhuis toegewezen bestanddelen overgedragen moeten worden met toepassing van [artikel 11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) en [18,§3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) van het btw-wetboek, daar deze overdracht beantwoordt aan de in voormelde artikelen gestelde voorwaarden. Met dien verstande dat ze bij facturatie gericht zijn aan het Belgisch btw-nummer van EU Belgisch bijhuis.

28\. Teneinde de opvolging van voormelde activa mogelijk te maken, dient het Belgisch bijhuis deze in haar Belgische btw-aangifte op te nemen met toepassing van de werkwijze eigen bij de verkrijging van activa ingevolge een [artikel 11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) en [18,§3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) van het btw-wetboek, inclusief de ermee verband houdende bedrijfsmiddelentabel.

29\. Tot slot dient opgemerkt dat:

29.1 gezien de door het Belgisch bijhuis EU te verrichten handelingen, mede deze opzichtens haar EU hoofdhuis en de werking van het Skandia arrest;

29.2 als de her op te starten als de nieuw voorgenomen verrichtingen;

dient erop gewezen te worden dat het door het Belgisch bijhuis EU toe te passen recht op aftrek dient plaats te vinden onder toezicht van de btw-administratie en zij zich niet zomaar kan baseren op de door B voordien toegepaste werkwijze als percentage.

## Textes cités

9

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 8 occurrences

[CTVA art. 11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) 6 occurrences

[6e directive 77/388 art. 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 6](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) 1 occurrence

[C-210/04, arrêt du 23 mars 2006](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-210-04-arret) 1 occurrence

[C-497/01, arrêt du 27 novembre 2003](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret) 1 occurrence

[C-7/13, arrêt du 17 septembre 2014](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-7-13-arret) 1 occurrence
