---
title: "Décision anticipée 2020.0946 · Impôt des sociétés, Assujetissement"
description: "Impôt des sociétés, Assujetissement, Société résidente, Impôt des personnes morales. Décision anticipée belge n° 2020.0946 du 19 mai 2020."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2020-0946-impot-societes-assujetissement-societe-residente-d6c7"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt des sociétés, Assujetissement, Société résidente · Impôts sur les revenus - Impôt des sociétés - Assujetissement - Société résidente - Impôt des personnes morales - Opérations de caractère lucratif - Méthodes industrielles ou commerciales - Intercommunale - Association chargée de mission - Avantages anormaux ou bénévoles - TVA

**Numéro**

2020.0946

**Date**

19 mai 2020

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

143 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2020.0946 du 19.05.2020

*Impôts sur les revenus* · *Impôt des sociétés* · *Assujetissement* · *Société résidente* · *Impôt des personnes morales* · *Opérations de caractère lucratif* · *Méthodes industrielles ou commerciales* · *Intercommunale* · *Association chargée de mission* · *Avantages anormaux ou bénévoles*

*TVA*

## Résumé

X peut, à partir de l’exercice d’imposition 2021 (année calendrier 2020), rester soumis à l’impôt des personnes morales, et ce, sur base d’une lecture conjointe des articles 179, 182, 3° et 220 du CIR92.

La constitution de sociétés par X dont il détiendra les actions ou parts de manière permanente, n’aura pas d’influence sur l’assujettissement permanent de X à l’impôt des personnes morales.

Les opérations entre X et la société à constituer, qui ont toutes trait au fonctionnement de l’installation de fermentation, ne feront pas naître l’octroi ou l'obtention d’un avantage anormal ou bénévole dans le chef de cette société.

La société à constituer par X est considérée comme un assujetti à la TVA ayant un droit intégral à la déduction par lequel la reprise par la société à constituer du subside d'investissement encore à octroyer à X n’aura pas d'impact sur le droit intégral à déduction.

Les actes que X effectuera vis-à-vis de la société à constituer seront soumis à la TVA.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te bekomen waarin wordt bevestigd dat:

\- X vanaf aanslagjaar 2021 (kalenderjaar 2020) onderworpen kan blijven aan de rechtspersonenbelasting en dit op basis van een samenlezing van de artikelen 179, 182, 3° en 220 WIB92.

\- De oprichting door X van de hieronder omschreven vennootschap waarvan zij de aandelen blijvend zal aanhouden, geen invloed zal hebben op de blijvende onderworpenheid van X aan de rechtspersonenbelasting.

\- De verrichtingen tussen X en de hieronder omschreven op te richten vennootschap, die allen verband houden met de werking van de vergistingsinstallatie, geen verleende, noch verkregen abnormale of goedgunstige voordelen doen ontstaan in hoofde van de hieronder omschreven vennootschap.

\- De door X hieronder omschreven op te richten vennootschap kwalificeert als een BTW-belastingplichtige met een volledig recht op aftrek waarbij de overname door de hieronder omschreven op te richten vennootschap van de nog toe te kennen investeringssubsidie geen impact zal hebben op dit volledig recht op aftrek.

\- De handelingen die X zal verrichten ten aanzien van de hieronder omschreven op te richten vennootschap onderworpen zullen zijn aan de BTW.

## II. Beslissing

2\. De aanvrager heeft in de aanvraag de voorwaarden vervat in de artikelen 21 en 22 van de voormelde wet van 24 december 2002 nageleefd.

3\. X is een opdrachthoudende vereniging belast met het afvalbeheer van haar deelnemende gemeenten en deelnemende steden. Door middel van een beheersoverdracht hebben de gemeenten en steden aan X de opdracht gegeven om een duurzaam en integraal afvalbeleid te voeren.

4\. Het samenwerkingsverband heeft de rechtsvorm van een opdrachthoudende vereniging, een samenwerkingsverband met beheersoverdracht waaraan de deelnemende gemeenten de uitvoering van duidelijk omschreven bevoegdheden met betrekking tot één of meer functioneel samenhangende beleidsdomeinen toevertrouwen. Op deze rechtsvorm zijn de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur van toepassing.

5\. X is momenteel onderworpen aan de rechtspersonenbelasting en geregistreerd voor BTW-doeleinden met indiening van maandelijkse BTW-aangiften. X beschikt over een beperkt recht op aftrek van BTW.

6\. In het kader van een duurzaam en integraal afvalbeleid, wenst X een nieuwe voorvergistingsinstallatie te integreren in haar bestaande composteringsinstallatie.

7\. Deze installatie zal gft-afval, bermmaaisel en andere aanverwante organisch biologische afvalstromen verwerken tot biogas met het oog op de productie van elektriciteit en warmte.

8\. Er is beslist om deze installatie onder te brengen in een aparte vennootschap (hierna ‘Newco’), dochtervennootschap van X. De keuze voor een aparte vennootschap verklaart zich door een aantal redenen:

• Gelet op de wettelijke bepalingen streeft X noch winst na, noch vermogensvoordelen voor de deelnemende gemeenten en steden. X is een opdrachthoudende vereniging waarbij de werkingskost in hoofdzaak op een kostendelende wijze wordt gedragen door de deelnemende steden en gemeenten.

• Newco zal eveneens tot doel hebben de aanwending van alle huidige en toekomstige toepassingen in verband met de vergisting van biomassa en biogas. Zo wil Newco toekomstgericht de toepassing van biomethanisatie, zijnde het opschonen van biogas tot biomethaan (= groen aardgas) met injectie in het distributienet en/of gebruik voor voertuigen, onderzoeken en realiseren wanneer de parameters om dit economisch haalbaar te maken zullen worden ingevuld (steunmaatregelen, ontwikkelingen in het wettelijk kader,…). In vergelijking met X vormt Newco een meer flexibelere structuur om deze nieuwe toepassingen in onder te brengen (bv. duurtijd Newco is niet beperkt tot 18 jaar terwijl dit wel het geval is voor X en bijgevolg na 18 jaar een verlenging vereist door de deelnemers in X,…);

• het gebruik van een aparte entiteit biedt de mogelijkheid om na verloop van tijd eventueel een derde partij in het project te laten participeren via intrede in het kapitaal (“equity”) of om bijkomende externe financiering onder de vorm van leningen aan te trekken via een coöperatieve vennootschap teneinde het maatschappelijk draagvlak te vergroten (“debt”);

• een belangrijk gedeelte van de inkomsten van Newco houdt verband met de verkoop van elektriciteit, warmte en groene stroom – en warmtekrachtcertificaten op de private markt en sluit eerder aan met een activiteit onderworpen aan de vennootschapsbelasting. Een batig saldo uit de exploitatie van Newco zal aan X toekomen middels het uitkeren van een dividend onderworpen aan de toepasselijke fiscale heffingen. Op deze manier wenst men tevens de onderworpenheid van X aan de rechtspersonenbelasting te vrijwaren.

• De oprichting van Newco is tevens nuttig bevonden, rekening houdend met de wijzigingen op het vlak van VLAREMA die bepaalde bedrijven en instellingen vanaf 1 januari 2021 verplicht om hun keukenafval en etensresten alsmede hun levensmiddelenafval gescheiden aan te bieden en afzonderlijk te houden met het oog op ophaling of inzameling. Men stelt vast dat private inzamelaars van bedrijfsafval reeds op zoek gaan naar verwerkingskanalen voor dit afzonderlijk in te zamelen keukenafval / etensresten / levensmiddelenafval. Newco kan zich hierbij aandienen als verwerker en contracten afsluiten met deze private inzamelaars. De voormelde bedrijfsafvalstoffen zijn immers hoogwaardiger vergeleken met het op dit moment beoogde voedingsmateriaal voor wat betreft de productie van biogas. Op deze wijze kan de constante aanvoer van en de optimale mix van input-materiaal voor de vergistingsinstallatie worden georganiseerd.

• Newco wordt opgericht conform artikel 472 van het Decreet Lokaal Bestuur. Overeenkomstig dit artikel komt aan X een bestuursmandaat toe binnen Newco. Voor dat mandaat komt uitsluitend een bestuurder die benoemd is op voordracht van de gemeenten in aanmerking. Teneinde het beslissingsproces binnen Newco zo efficiënt mogelijk te laten plaatsvinden, wordt geopteerd voor een beperkte Raad van Bestuur binnen Newco, bestaande uit vier bestuurders. De intentie is om de voorzitter en 2 ondervoorzitters van X alsook de algemeen directeur van X een mandaat als bestuurder te laten opnemen. In dit kader wordt er dan ook voor gekozen om Newco op te richten onder de vorm van een naamloze vennootschap. Het dagelijks bestuur binnen Newco zal in handen zijn van de algemeen directeur van X, als gedelegeerd bestuurder.

### *II.A. Onderworpenheid aan rechtspersonebelasting*

9\. Aan de werking van de aanvrager is niets fundamenteels gewijzigd sinds de aanvraag van 2015.

10\. Overeenkomstig de wettelijke bepalingen streeft het samenwerkingsverband noch winst na, noch vermogensvoordelen voor de deelnemende gemeenten en steden. Haar werking wordt opgevat als een kostendelende organisatie, waarbij de werkingskost in hoofdzaak wordt gedragen door de deelnemende steden en gemeenten.

11\. De kostendelende aard van de organisatie komt eveneens tot uitdrukking in de statuten.

12\. Na afsluiting van het boekjaar gebeurt een afrekening per kostenplaats met de eraan deelnemende vennoten. De verhouding omzet vennoten vs. totale omzet bepaalt welk gedeelte met de vennoten afgerekend wordt.

13\. Indien er een tekort is, zal elke vennoot bijdragen in dit tekort in verhouding met zijn omzet ten opzichte van de totale omzet op die kostenplaats. Indien er een overschot is, zal elke vennoot een bedrag terugkrijgen in verhouding met zijn omzet ten opzichte van de totale omzet op die kostenplaats.

14\. Het gedeelte dat niet met de vennoten wordt afgerekend is voor rekening van X.

15\. Door artikel 17 van de programmawet van 19 december 2014, werd artikel 180, 1° WIB92 geschrapt (dit artikel werd (ten dele) hersteld door artikel 86 van de Programmawet van 10 augustus 2015). Door deze wijzigingen vervalt, voor de meeste vormen van intergemeentelijke samenwerking (gemeenzaam “intercommunales”) de expliciete uitsluiting uit het toepassingsgebied van de vennootschapsbelasting.

16\. In de memorie van toelichting werd dit verantwoord door het arrest nr. 114/2014 van het Grondwettelijk Hof van 17 juli 2014. Er werd in de Memorie van Toelichting expliciet vermeld: “De intercommunales en de autonome gemeentebedrijven zullen wanneer zij een gelijkaardige activiteit uitoefenen op dezelfde wijze worden belast. Beiden zullen aan de vennootschapsbelasting onderworpen worden of, indien ze zich niet met verrichtingen van winstgevende aard bezighouden, aan de rechtspersonenbelasting”.

17\. Verder heeft de Minister gesteld: “Niet alle intercommunales zullen krachtens deze programmawet aan de vennootschapsbelasting worden onderworpen. Hun uitsluiting is evenwel niet meer, zoals in het verleden, automatisch. Thans zal worden gekeken of ze commerciële activiteiten uitoefenen. Alleen in dat geval zullen ze aan de vennootschapsbelasting worden onderworpen” (DOC 54 0672/009, blz. 27).

18\. In het verleden werd de niet-onderworpenheid aan de vennootschapsbelasting net ingevoerd omdat intercommunales als het verlengde van gemeenten (en provincies) werden beschouwd.

19\. In casu was het Vlaamse decreet intergemeentelijke samenwerking van 6 juli 2001 van toepassing. Dit decreet werd vervangen door Decreet van 22 december 2017 over het Lokaal Bestuur (DLB).

20\. Wat het Vlaams Gewest betreft, wordt vooral de opdrachthoudende vereniging bedoeld. Daarnaast bestaan ook nog de dienstverlenende vereniging (met rechtspersoonlijkheid, zonder overdracht van bevoegdheden), en de interlokale vereniging en de projectvereniging. Een Opdrachthoudende vereniging is een publiekrechtelijk rechtsvorm sui generis op basis van het DLB, die voorbehouden opdrachten van gemeenten overneemt (“emanatie”). De gemeente kan nadien deze opdrachten niet langer zelf uitvoeren of niet meer aan derden uitbesteden. De aanvrager is een opdrachthoudende vereniging zoals bedoeld in het DLB.

21\. Bij ontbinding van de opdrachthoudende vereniging zal de vereffeningsprocedure worden gevolgd en zullen de deelnemende gemeenten of een andere opdrachthoudende vereniging instaan voor de uitvoering van de toevertrouwde opdrachten. In voorkomend geval zal X de op het moment van haar ontbinding nog aanwezige middelen overdragen aan de deelnemende gemeenten of andere opdrachthoudende verenigingen.

22\. Voor deze publiekrechtelijke entiteit (met rechtspersoonlijkheid), is het door artikel 11 van het DLB verboden om een handelsactiviteit te ontplooien. Hierin verschillen deze fundamenteel wél met een VSO die in essentie nog altijd een (privaatrechtelijke) vennootschap is onderworpen aan het Wetboek Vennootschappen en waarbij er kan worden gekozen om een handelsdoel of een burgerlijk doel na te streven.

23\. Al heeft een opdrachthoudende vereniging enkele kenmerken van een CV, toch is het geen handelsvennootschap en is de W.Ven. niet van toepassing (behalve voor de aspecten die niet door het DLB zijn geregeld). De aandelen van een opdrachthoudende vereniging mogen enkel gehouden worden door gemeenten.

24\. Artikel 179 WIB92 stelt dat binnenlandse vennootschappen onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting. Artikel 2, §1, 5°, b) WIB92 definieert de binnenlandse vennootschap als enigerlei vennootschap die in België haar maatschappelijke zetel, haar voornaamste inrichting of haar zetel van bestuur heeft en niet van het toepassingsgebied van de vennootschapsbelasting is uitgesloten.

25\. Artikel 2, §1, 5°, a) WIB92 definieert het begrip vennootschap als enigerlei vennootschap, vereniging, inrichting of instelling die regelmatig is opgericht, rechtspersoonlijkheid bezit en een onderneming exploiteert of zich bezighoudt met verrichtingen van winstgevende aard.

26\. In principe kunnen intercommunales, en dan met name opdrachthoudende verenigingen onder deze definitie vallen. Echter, deze analyse zal rekening dienen te houden met de bepalingen van artikel 181 en 182 WIB92.

27\. Cruciaal is te bepalen of de opdrachthoudende vereniging zich al dan niet bezighoudt met ofwel de exploitatie van een onderneming, ofwel verrichtingen van winstgevende aard.

28\. De rechtsvorm an sich is geen beslissend criterium om een intercommunale al dan niet aan de vennootschapsbelasting te onderwerpen. Enkel indien er statutair sprake is van een maatschappelijk doel waarbij winst wordt nagestreefd, inbegrepen de mogelijkheid om dividenden uit te keren, zijn dergelijke rechtsvormen automatisch aan de vennootschapsbelasting onderworpen.

*Beoordeling in casu van de afwezigheid van handels –of nijverheidsmethoden*

29\. Afvalbeleid, waaronder inzameling en ophaling van huishoudelijk afval is een wettelijke taak van iedere gemeente.

30\. De oprichting en werking van de opdrachthoudende vereniging moet in deze context geplaatst worden en is aldus opgebouwd rond een centraal beleidsdomein: een vooruitstrevend, duurzaam en integraal afvalbeleid.

31\. De activiteit maakt een opdracht van algemeen belang uit, toevertrouwd aan de gemeenten ingevolge artikel 21, § 4, tweede paragraaf van het Decreet beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen dd. 23 december 2011, en waartoe effectief is besloten om beheersoverdracht te doen aan X door de deelnemende steden en gemeenten.

32\. Het betreft hier in essentie de uitoefening van een opdracht van openbaar belang, waaraan de overheid zich niet kan onttrekken. Men beoogt hiermee een collectieve (maatschappelijke) behoefte te voldoen onder controle van de staat. Deze dienstverlening is bovendien reglementair van aard. De dienstverlening en de lasten worden unilateraal, dit wil zeggen op een eenzijdige en dwingende wijze opgelegd door de steden en gemeenten.

33\. Binnen deze context kan er geen sprake zijn van exploitatie wegens het feit dat de werking van het samenwerkingsverband niet plaatsvindt op basis van “nijverheids- of handelsmethoden” en dit omwille van:

• de werking wordt in hoofdorde gefinancierd door eigen bijdragen van de deelnemende steden en gemeenten die verbonden zijn aan een opdracht behorende tot het verplichte wettelijk takenpakket van iedere gemeente.

• daarnaast zijn er ontvangsten die een noodzakelijk bijproduct van de centrale doelstelling van het samenwerkingsverband vormen: het nastreven van een vooruitstrevend, duurzaam en integraal afvalbeleid binnen de deelnemende gemeenten.;

• ten slotte zijn er ontvangsten voor wat betreft dienstverlening aan derden die evenwel minder dan 1% van de omzet uitmaken.

34\. Het bijkomstig karakter van de compostverkoop kan cijfermatig aangetoond worden.

35\. Daarnaast worden slechts in beperkte mate diensten verleend ten behoeve van derden.

36\. Op basis van bovenstaande feiten, wordt het bijkomstig karakter van de diensten verricht ten behoeve van derde partijen bij voortduur aangetoond.

37\. Tenslotte wordt er ook geen gebruik gemaakt van reclame.

38\. Gelet op voorgaande elementen is er in casu geen sprake van een werking die gebruik maakt van nijverheids- of handelsmethoden en waar er gebruik wordt gemaakt van een organisatie of een strategie op termijn en van beheersmethoden die essentieel gesteund zijn op de begrippen kosten, opbrengsten en rendabiliteit.

19\. ***II.B. Participatie van X in Newco: geen impact op toepassing rechtspersonenbelasting X***

39\. Voor verenigingen zonder winstoogmerk en andere rechtspersonen die geen winstoogmerk nastreven worden niet als verrichtingen van winstgevende aard aangemerkt *(1)*:

---

*\[(1) Artikel 182 WIB92.\]*

---

1) alleenstaande of uitzonderlijke verrichtingen;

2) verrichtingen die bestaan in het beleggen van fondsen ingezameld in het kader van de statutaire opdracht;

3) verrichtingen die bestaan in een bedrijvigheid die slechts bijkomstig op nijverheids-, handels- of landbouwverrichtingen betrekking heeft of niet volgens nijverheids- of handelsmethoden wordt uitgevoerd.

40\. De verwerving en aanhouden van de participatie in Newco door X vormt een alleenstaande verrichting zoals bedoeld in artikel182 WIB92. Immers, X bezit geen participaties in andere ondernemingen.

41\. Daarenboven kadert het aanhouden van deze participatie in de verwezenlijking van het maatschappelijk doel van X (zijnde het inzamelen en verwerken van afval), en is het verantwoord vanuit de overweging de wettelijk opgedragen activiteit die onderworpen is aan rechtspersonenbelasting te scheiden van de eerder commerciële activiteit onderworpen aan de vennootschapsbelasting.

42\. Het aanduiden van de voorzitter, ondervoorzitters en algemeen directeur van X als onbezoldigde bestuurders, waarbij de algemeen directeur als gedelegeerd bestuurder zal optreden binnen Newco, is in overeenstemming met de verplichtingen opgelegd door het Decreet Lokaal Bestuur.

43\. Er is in dit verband geen risico op personele integratie gelet op de strikte scheiding tussen de activiteiten van Newco en X, en gelet op het feit dat het merendeel van de bestuurders van X niet vertegenwoordigd zijn binnen Newco.

44\. Gelet op voorgaande kan worden besloten dat het verwerven en aanhouden van de participatie in Newco als een alleenstaande verrichting te beschouwen is, en dat derhalve X niet geacht kan worden een exploitatie uit te voeren of verrichtingen van winstgevende aard te stellen.

### *II.C. Abnormale of goedgunstige voordelen*

45\. De artikelen 79 en 207, zevende lid WIB92 houden inzonderheid in dat de beroepsverliezen niet kunnen worden afgetrokken van het gedeelte van het resultaat dat voortkomt uit abnormale of goedgunstige voordelen die een binnenlandse vennootschap, in welke vorm of door welk middel ook, rechtstreeks of onrechtstreeks heeft verkregen uit een onderneming ten aanzien waarvan zij zich rechtstreeks of onrechtstreeks in enige band van wederzijdse afhankelijkheid bevindt.

46\. Het voordeel dient verstrekt te worden door een onderneming, waarbij er een band van wederzijdse afhankelijkheid tussen verstrekker en genieter dient te zijn.

47\. Daar X niet aan te merken is als een onderneming, volgt dat de handelingen verricht door X (i.e. levering voedingsmateriaal, diensten verricht onder de dienstverleningsovereenkomst en de verwerking van het digestaat), geen verkregen abnormaal of goedgunstig voordeel kunnen doen ontstaan in hoofde van Newco.

48\. Artikel 26, eerste lid WIB92 stelt dat, wanneer een in België gevestigde onderneming abnormale of goedgunstige voordelen verleent, die voordelen, onverminderd de toepassing van artikel 49 en onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 54, bij haar eigen winst worden gevoegd, tenzij die voordelen in aanmerking komen voor het bepalen van de belastbare inkomsten van de verkrijger.

49\. Gelet op voorgaande kan worden vastgesteld dat er betreffende de werking van de vergistingsinstallatie er geen door Newco verstrekte abnormale of goedgunstige voordelen aan X bestaan.

### *II.D. Btw-statuut Newco: belastingplichtige met een volledig recht op aftrek*

50\. Newco zal worden opgericht onder de vorm van een NV. Deze dient als als een BTW-belastingplichtige in de zin van [artikel 4 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) en niet als een publiekrechtelijk lichaam in de zin van [artikel 6 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-6) *(2)*.

---

*\[(2) Voor de volledigheid moet nog worden opgemerkt dat aan Newco geen bevoegdheden van openbaar gezag zijn toegekend (bv. onteigeningsbevoegdheid,…) voor de uitvoering van de aan haar toevertrouwde taken en het feit dat Newco beheerst wordt door het privaat recht. Bijgevolg kan Newco niet geacht worden op te treden als overheid zijnde in een specifiek voor publiekrechtelijke lichamen geldend juridisch regime.\]*

---

51\. Hiertoe kunnen onder andere de volgende elementen worden aangereikt:

\- Newco is een privaatrechtelijke rechtspersoon, een NV, die in eerste instantie wordt beheerst door het privaat recht en winst nastreeft;

\- Newco heeft niet als doel om bepaalde taken van algemeen belang uit te voeren. De activiteiten van Newco hebben een commercieel belang en bestaan voor het merendeel in het leveren van goederen (elektriciteit) en diensten (GSC, WKC en GvO) aan derden;

\- Newco wordt niet opgericht door een wet, een koninklijk of MB, een decreet of een verordening (oprichting bij wijze van stichting);

\- Newco is niet onderworpen aan het toezicht van de overheid;

\- Het kapitaal van Newco staat in principe open voor derden.

52\. Zoals hoger reeds aangegeven zullen de uitgaande handelingen van Newco bestaan uit:

53\. de verkoop van opgewekte elektriciteit (na afname van eigen gebruik *(3)*) aan X en een erkende (in België gevestigde) energieleverancier via een “PPA” die de elektriciteit zal injecteren in het distributienet; Voor zover de verkoop van opgewekte elektriciteit door Newco aan X en een erkende (in België gevestigde) energieleverancier juridisch/technisch niet mogelijk is, zal Newco de geproduceerde elektriciteit, na afname door Newco voor eigen gebruik, verkopen aan een erkende energieleverancier middels een PPA die de elektriciteit zal injecteren in het distributienet.

---

*\[(3) Gelet op het feit dat Newco een btw-belastingplichtige is die een volledig recht op aftrek heeft van btw (zie verder), zal er geen onttrekking moeten gebeuren voor de elektriciteit die wordt afgenomen voor eigen gebruik (*[*artikel 12, §1, 4° Btw-Wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-12)*).\]*

---

54\. De verkoop van elektriciteit kwalificeert voor BTW-doeleinden als de levering van een goed. Aangezien deze levering plaatsvindt in België *(4)*, is deze levering onderworpen aan 21% Belgische BTW.

---

*\[(4)* [*Artikel 14bis a) Btw-Wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-14bis)*.\]*

---

55\. De verkoop van elektriciteit aan de erkende (in België gevestigde) energieleverancier en X zal gebeuren tegen marktconforme voorwaarden.

56\. Voor de levering van elektriciteit (“commodity”) aan de erkende (in België gevestigde) energieleverancier (“groothandelsfase”) zal de maatstaf van heffing *(5)* voor de levering van elektriciteit tot stand komen via onderhandelingen.

---

*\[(5) Desgevallend te verhogen met accijnzen (bijdrage op energie) voor zover deze verschuldigd zijn. De maatstaf van heffing voor de levering van elektriciteit aan de erkende (in België gevestigde) energieleverancier zal evenwel niet de volgende elementen omvatten: de bijdragen, tarieven, heffingen en toeslagen die verschuldigd zijn in het geval van de levering van elektriciteit over het distributienet in het Vlaams Gewest, tenzij deze overeenkomstig de regelgeving van (i) toepassing zouden zijn en (ii) verschuldigd zijn door Newco.\]*

---

57\. De levering van elektriciteit (“commodity”) door Newco aan X zal eveneens gebeuren tegen marktconforme voorwaarden *(6)* (“consumptiefase”) en bijgevolg tegen “ normale waarde” voor BTW-doeleinden.

---

*\[(6) Desgevallend te verhogen met accijnzen (bijdrage op energie) voor zover deze verschuldigd zijn. De maatstaf van heffing voor de levering van elektriciteit aan X zal evenwel niet de volgende elementen omvatten: de bijdragen, tarieven, heffingen en toeslagen die verschuldigd zijn in het geval van de levering van elektriciteit over het distributienet in het Vlaams Gewest, tenzij deze overeenkomstig de regelgeving van (i) toepassing zouden zijn en (ii) verschuldigd zijn door Newco.\]*

---

58\. Als “normale waarde” voor BTW-doeleinden wordt immers beschouwd: het bedrag dat een afnemer in de handelsfase waarin de levering van de goederen wordt verricht, bij eerlijke concurrentie zou moeten betalen aan een onafhankelijke leverancier op het grondgebied van het land waar de handeling belastbaar is, om de desbetreffende goederen op dat tijdstip te verkrijgen *(7)*.

---

*\[(7) Artikel 32, 1ste lid Btw-Wetboek.\]*

---

59\. Deze “normale waarde” geldt trouwens als minimum maatstaf van heffing voor BTW-doeleinden en dit gelet op het feit dat X vennoot is van Newco en X slechts een beperkt recht op aftrek heeft *(8)*.

---

*\[(8)* [*Artikel 33, §2 Btw-Wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-33)*.\]*

---

*de verkoop van GSC en WKC aan Fluvius;*

60\. De handeling die bestaat uit de verkoop van GSC en WKC aan Fluvius, een in België gevestigde afnemer, kwalificeert voor BTW-doeleinden als een dienstverrichting. Aangezien deze dienst plaatsvindt in België, is deze levering onderworpen aan 21% Belgische BTW *(9)*.

---

*\[(9) Beslissing E.T.114.454 van 28 oktober 2014 en* [*artikel 21, §2 Btw-Wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21)*.\]*

---

*de verkoop van warmte (na afname eigen gebruik (10)) aan X;*

---

*\[(10) Gelet op het feit dat Newco een btw-belastingplichtige is die een volledig recht op aftrek heeft van btw (zie verder), zal er geen onttrekking moeten gebeuren voor de warmte die wordt afgenomen voor eigen gebruik (*[*artikel 12, §1, 4° Btw-Wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-12)*).\]*

---

61\. De verkoop van warmte aan X kwalificeert voor BTW-doeleinden als de levering van een goed *(11)*. Aangezien deze levering plaatsvindt in België, is deze levering onderworpen aan 21% Belgische BTW.

---

*\[(11)* [*Artikel 9, tweede lid 1° Btw-Wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-9)*.\]*

---

62\. De verkoop van warmte aan X zal gebeuren tegen marktconforme voorwaarden *(12)* (“consumptiefase”) en bijgevolg tegen “normale waarde” voor BTW-doeleinden.

---

*\[(12) De maatstaf van heffing voor de levering van warmte aan X zal evenwel niet de volgende elementen omvatten: de bijdragen, tarieven, heffingen en toeslagen die zouden verschuldigd zijn in het geval van de levering van warmte over een warmtenet in het Vlaams Gewest, tenzij deze overeenkomstig de regelgeving van (i) toepassing zouden zijn en (ii) verschuldigd zijn door Newco.\]*

---

63\. Als “normale waarde” voor BTW-doeleinden wordt immers beschouwd: het bedrag dat een afnemer in de handelsfase waarin de levering van de goederen wordt verricht, bij eerlijke concurrentie zou moeten betalen aan een onafhankelijke leverancier op het grondgebied van het land waar de handeling belastbaar is, om de desbetreffende goederen op dat tijdstip te verkrijgen *(13)*.

---

*\[(13) Artikel 32, 1ste lid Btw-Wetboek.\]*

---

64\. Deze “normale waarde” geldt trouwens als minimum maatstaf van heffing voor BTW-doeleinden en dit gelet op het feit dat X vennoot is van Newco en X slechts een beperkt recht op aftrek heeft *(14)*.

---

*\[(14)* [*Artikel 33, §2 Btw-Wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-33)*.\]*

---

*de verkoop van garanties van oorsprong aan al dan niet in België gevestigde belastingplichtigen.*

65\. De handeling die bestaat uit de verkoop van GvO aan een in België gevestigde afnemer, kwalificeert voor BTW-doeleinden als een dienst. Aangezien deze dienst plaatsvindt in België, is deze levering onderworpen aan 21% Belgische BTW *(15)*.

---

*\[(15)* [*Artikel 21, §2 Btw-Wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21)*.\]*

---

66\. Indien deze afnemer evenwel niet zou zijn gevestigd in België doch in een andere EU-lidstaat of in een derde land, vindt de dienst plaats daar waar deze afnemer gevestigd is *(16)*. De door Newco uit te reiken facturen zullen dan geen Belgische BTW vermelden doch zullen de vermelding bevatten “BTW verlegd” als reden voor de niet-aanrekening van Belgische BTW.

---

*\[(16)* [*Artikel 21, §2 Btw-Wetboek*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21)*.\]*

---

67\. Gelet op het bovenstaande kan aanvaard worden dat Newco beschikt over een volledig recht op aftrek van de BTW op de kosten (investerings- en exploitatiekosten) die zullen gemaakt worden in het kader van de door haar te verrichten uitgaande handelingen.

68\. Hoger werd reeds vermeld dat Newco de nog toe te kennen subsidie zal overnemen.

69\. Deze subsidie bedraagt 20% van de geraamde kosten voor de bouw van de vergistingsinstallatie.

70\. De uitbetaling van de subsidie gebeurt na controle van de voorgelegde facturen, vorderingsstaten en eindafrekeningen en na goedkeuring door de leidende ambtenaar van de bevoegde administratie.

71\. Deze toegezegde financiële middelen betreffen bijgevolg een vast bedrag dat in functie van de voortgang van de werken ter beschikking zal worden gesteld van Newco. De subsidies zullen worden uitbetaald volgens goedgekeurde vorderingsstaten en bijhorende facturen en zijn bijgevolg bestemd om de oprichting van de vergistingsinstallatie te financieren

72\. Hieruit volgt dat deze toegekende financiële middelen niet de vergoeding vormen van een dienst verricht door Newco ten voordele van de subsidiërende instantie.

73\. Voormelde financiële middelen moeten dan ook inzake BTW worden aangemerkt als een investeringssubsidie die niet aan BTW is onderworpen. Dergelijke subsidie houdt immers verband met de maatstaf van heffing van de inkomende facturen van Newco en zijn volledig onafhankelijk van de omzet van Newco. Een investeringssubsidie heeft geen negatieve impact op het recht op aftrek van Newco *(17)*.

---

*\[(17) HvJ, 6 oktober 2005,* [*C-204/03*](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-204-03-arret)*, Commissie / Spanje, HvJ, 6 oktober 2005,* [*C-243/03*](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-243-03-arret)*, Commissie / Frankrijk, HvJ, 23 april 2009, Parat Automotive Cabrio,* [*C-74/08*](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-74-08-arret)*.\]*

---

### *II.E. Btw-belast karakter van de handelingen van X ten voordele van Newco*

74\. Gelet op de feitelijke elementen, dient te worden vastgesteld dat de handelingen die X zal verrichten voor Newco zullen onderworpen zijn aan Belgische BTW.

## Textes cités

10

[CTVA art. 21](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-21) 3 occurrences

[CTVA art. 12](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-12) 2 occurrences

[CTVA art. 33](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-33) 2 occurrences

[CTVA art. 14bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-14bis) 1 occurrence

[CTVA art. 4](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-4) 1 occurrence

[CTVA art. 6](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-6) 1 occurrence

[CTVA art. 9](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-9) 1 occurrence

[C-204/03, arrêt du 6 octobre 2005](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-204-03-arret) 1 occurrence

[C-243/03, arrêt du 6 octobre 2005](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-243-03-arret) 1 occurrence

[C-74/08, arrêt du 23 avril 2009](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-74-08-arret) 1 occurrence
