---
title: "Décision anticipée 2019.0603 · Impôt des revenus, Frais professionnels"
description: "Impôt des revenus, Frais professionnels, Amortissements. Décision anticipée belge n° 2019.0603 du 15 octobre 2019."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2019-0603-impot-revenus-frais-professionnels-amortissements-dca6"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt des revenus, Frais professionnels, Amortissements · Impôt des revenus - Frais professionnels - Amortissements - TVA - Transfert temporaire : utilisation temporaire du bien transféré pour les besoins de prestations de services effectuées par l’assujetti établi en Belgique - Article 12bis, deuxième alinéa, 5° du C.VTA - Révision quinquenalle de la déduction de la TVA grevant des biens d’investissement - Article 48, § 2 du C.TVA

**Numéro**

2019.0603

**Date**

15 octobre 2019

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

70 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2019.0603 du 15.10.2019

*Impôt des revenus* · *Frais professionnels* · *Amortissements*

*TVA* · *Transfert temporaire : utilisation temporaire du bien transféré pour les besoins de prestations de services effectuées par l’assujetti établi en Belgique* · *Article 12bis, deuxième alinéa, 5° du C.VTA* · *Révision quinquenalle de la déduction de la TVA grevant des biens d’investissement* · [*Article 48, § 2 du C.TVA*](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-48)

## Résumé

Compte tenu des circonstances de fait, le coût de l’amortissement de l’élément d’actif A sur une période d’amortissement de 2 ans peut être fiscalement considéré comme des frais professionnels, conformément aux articles 52, 6 ° du CIR92 et 61 du CIR92.

Le transfert temporaire par un assujetti établi en Belgique de l’élément d’actif A de la Belgique vers des États membres de l'UE autres que la Belgique et la France en vue de le louer à ses clients, peut être considéré comme un non-transfert conformément à l'article 12*bis*, deuxième alinéa, 5 ° du Code TVA et conformément à la vision exprimée dans la réponse ministérielle à une question parlementaire de M. De Clippele du 22.06.1993.

Selon le demandeur, les éléments d'actif en question sont généralement loués sur une base commerciale par élément d'actif A et le prix doit donc être évalué par élément d'actif A. Si le prix par élément d'actif A est inférieur à la limite de 1.000 euros hors TVA mentionnée à l'article 1 er, 1° du MB, l’élément d'actif A en question ne peut être considéré comme un bien d’investissement et le bailleur assujetti précité ne doit donc pas procéder à une révision spéciale de la déduction de la TVA conformément à l'[article 48, § 2 du Code TVA](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-48).

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe de bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. De voorgestelde boekhoudkundige verwerking op fiscaal vlak aanvaard zal worden, meer specifiek dat de afschrijvingskost naar aanleiding van een afschrijving over een termijn van 2 jaar fiscaal zal aangemerkt worden als beroepskost conform artikel 52, 6° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna: “WIB92”) en artikel 61 WIB92.

1.2. Het verplaatsen door de nieuw in België op te richten btw-belastingplichtige vennootschap van de hierna bedoelde herbruikbare goederen (actiefbestanddeel A) van België naar andere EU-lidstaten dan België en land A met het oog op de verhuur ervan aan haar klanten, als een niet-overbrenging dient te worden beschouwd op grond van [artikel 12bis, tweede lid, 5°, van het Btw-Wetboek](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-12bis) (hierna aangeduid als: “W.BTW”);

1.3. Op grond van artikel 54*bis*, §1 W.BTW de hiervoor bedoelde tijdelijke overbrengingen beoogd in artikel 12*bis*, tweede lid, 5° W.BTW niet moeten worden ingeschreven in het bijzonder register van niet-overbrengingen ([artikel 23, §2 van Btw-KB nr. 1](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-mesures-tendant-assurer-paiement-taxe-f40f#ar1-art23));

1.4. De goederen (actiefbestanddeel A), als de toepasselijke voorwaarden vervuld zijn (artikel 1, 1° van MB nr. 1), niet als bedrijfsmiddelen kunnen worden aangemerkt in hoofde van de belastingplichtige verhuurder en dientengevolge laatstbedoelde belastingplichtige niet moet overgaan tot de bijzondere herziening van aftrek van btw overeenkomstig artikel 48, §2 W.BTW.

## II. Omschrijving van de verrichting door de aanvrager

2\. Binnen de groep is X de buitenlandse onderneming die instaat voor het beheer van actiefbestanddeel A.

3\. De aanvraag heeft betrekking op een nieuw op te richten vennootschap. Deze nieuwe Belgische vennootschap zal dezelfde activiteit beoefenen als vennootschap X, maar in andere landen. Deze onderneming zou worden opgericht binnen de groep van verbonden ondernemingen van X.

4\. Vennootschap X is verantwoordelijk voor de verhuur van actiefbestanddeel A en de logistieke organisatie ervan. De onderneming heeft slechts een beperkt aantal grote klanten. Deze klanten zijn grote ondernemingen die het actiefbestanddeel A aanwenden om hun producten te vervoeren naar hun eindklanten. Er zijn dus drie partijen betrokken in het verhaal van X. Eerst en vooral X, de verhuurder van actiefbestanddeel A, daarnaast de klanten van X, de huurders, en ten slotte de eindgebruikers, namelijk de klanten van de huurders.

5\. Het herbruikbaar actiefbestanddeel A wordt niet verkocht aan de klanten maar wordt verhuurd. Actiefbestanddeel A blijft dus te allen tijde eigendom van de onderneming en het is de bedoeling dat ze na gebruik terugkeren.

6\. Het komt echter vaak voor dat de verhuurde goederen (actiefbestanddeel A) verloren gaan of beschadigd geraken. Om het aantal beschadigde en verloren goederen te minimaliseren, probeert X haar klanten te motiveren aan de hand van een korting die positief gecorreleerd is met het percentage teruggebrachte goederen of met het percentage niet te herstellen goederen. Met andere woorden, hoe meer goederen de klanten recupereren of in aanvaardbare staat terugbrengen, hoe hoger de korting die zij genieten.

7\. Klanten die het nalaten om alle goederen (actiefbestanddeel A) terug te brengen worden niet afgestraft maar genieten een lagere of geen korting. Een gelijkaardig prijszettingssysteem zal worden toegepast door de nieuw op te richten onderneming.

8\. De prijszetting verloopt via een welbepaald systeem maar wordt geïndividualiseerd voor iedere klant. Tijdens de prijszetting houdt de onderneming rekening met de wensen en de noden van de klant.

9\. Naast de verhuur van actiefbestanddeel A, overziet X ook het logistieke verhaal ervan. Zo levert X de goederen bij haar klanten. Die klanten vervoeren de goederen op hun beurt naar hun klanten, de eindgebruikers. Eénmaal de eindgebruikers bevestigen aan X dat er voldoende goederen gestockeerd staan op de afhaalplaats, haalt X de goederen op.

10\. De nieuw op te richten Belgische onderneming zal werken volgens hetzelfde businessplan van X.

11\. Gezien de unieke bedrijfsvoering waarbij een verlies aan activa kan optreden wenst de onderneming een aangepaste boekhoudkundige verwerking toe te passen zodoende dat de boeken steeds een correcte waarde van de activa weergeven.

## III. Beslissing

### *III.A. Beroepskosten*

12\. Overeenkomstig de bepalingen van artikel 49 WIB92 zijn als beroepskosten aftrekbaar, de kosten die de belastingplichtige in het belastbare tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed. Als in het belastbare tijdperk gedaan of gedragen worden beschouwd, de kosten die in dat tijdperk werkelijk zijn betaald of gedragen of het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt.

13\. Overeenkomstig artikel 52, 6° WIB92 worden inzonderheid als beroepskosten aangemerkt de afschrijvingen die betrekking hebben op materiële vaste activa waarvan de gebruiksduur beperkt is.

14\. Overeenkomstig artikel 61, eerste lid WIB92 worden afschrijvingen als beroepskosten aangemerkt in de mate dat ze gegrond zijn op de aanschaffings- of beleggingswaarde en voor zover ze noodzakelijk zijn en samengaan met een waardevermindering die zich in het belastbare tijdperk werkelijk heeft voorgedaan.

15\. Onder aanschaffings- of beleggingswaarde wordt verstaan, volgens het geval, de aanschaffingsprijs, de vervaardigingsprijs, de inbrengwaarde of, met betrekking tot een recht van gebruik van materiële vaste activa waarover de onderneming bij leasingcontract of bij overeenkomst van erfpacht of van opstal beschikt of met betrekking tot een gelijkaardig onroerend recht, het deel van de contractueel bepaalde termijnen dat overeenstemt met het weer samen te stellen kapitaal ter waarde van het goed waarop het contract of de overeenkomst betrekking heeft, met dien verstande dat deze begrippen de betekenis hebben die daaraan wordt toegekend door de wetgeving op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen.

16\. Uit artikel 61/15 tot en met 61/19 van de Commentaar op het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (hierna Com. IB 92) volgt dat, alhoewel elke afschrijving uiteraard forfaitair en benaderend is, ze toch redelijk moet zijn, d.w.z. dat ze moet overeenstemmen met een waardevermindering die rationeel moet worden geraamd waarbij rekening wordt gehouden met alle factoren die bijdragen tot de waardevermindering en tijdens een bepaalde periode hun invloed hebben uitgeoefend. Onder die factoren onderscheidt men vooral de materiële slijtage, de economische of technologische veroudering en de buitengebruikstelling. De belangrijkheid van de economische of technologische veroudering hangt af van de snelheid waarmee de activabestanddelen verouderen, de wijzigingen of vernieuwingen die de onderneming redelijkerwijze moet doen om met de vooruitgang van de technologie gelijke tred te houden of om met de gewijzigde economische of technologische omstandigheden rekening te kunnen houden en de gebruikswaarde van de bestanddelen van de onderneming.

17\. Overeenkomstig artikel 61, §1, tweede lid van het Koninklijk Besluit tot uitvoering van het Wetboek van Vennootschappen (hierna KB/ W. Venn.) moeten in principe uitzonderlijke of aanvullende afschrijvingen worden geboekt indien op inventarisdatum blijkt dat de boekwaarde van het vast actief hoger is dan de gebruikswaarde voor de vennootschap.

18\. Echter, indien men evenwel merkt dat deze aanvullende afschrijvingen systematisch moeten gebeuren, moet men overwegen om het afschrijvingsplan in die mate te wijzigingen dat de geboekte afschrijvingen beter aansluiten bij de economische levensduur van het goed (CBN-advies nr. 2010/15 van 6 oktober 2010).

19\. In casu zal de activiteit van de nieuw op te richten vennootschap erin bestaan om een herbruikbaar actiefbestanddeel A te verhuren. De herbruikbare goederen worden duurzaam voor de bedrijfsuitoefening gebruikt en kwalificeren als materieel vast actief.

20\. De activiteit van de nieuw op te richten vennootschap zal worden uitgeoefend volgens dezelfde bedrijfsformule als deze van vennootschap X. Op basis van praktijkervaring weet vennootschap X dat eenzelfde goed (actiefbestanddeel A) ongeveer 3 jaar lang wordt gebruikt, maar dat steeds een (risico op) verlies aan goederen aanwezig zal zijn. Op basis van de door de aanvrager in de aanvraag en de bijlagen bij de aanvraag beschreven en toegevoegde informatie kan worden afgeleid dat met een verliespercentage van y% dient rekening te worden gehouden. Rekening houdend met dit gegeven van een verliespercentage van y% kan worden aanvaard dat de economische levensduur van actiefbestanddeel A in de nieuw op te richten vennootschap op 2 jaar zal worden vastgesteld.

21\. Gelet op wat voorafgaat en rekening houdend met de omstandigheden zoals gemeld door de aanvrager mag worden gesteld dat een afschrijvingstermijn van 2 jaar kan worden toegepast op actiefbestanddeel A en de afschrijvingskost zal fiscaal aangemerkt worden als beroepskost conform artikel 52, 6° WIB92 en artikel 61 WIB92.

### *III.B. BTW*

#### III.B.1. Overbrenging naar een andere EU-lidstaat

*III.B.1.i. Algemeen*

22\. De overbrenging door een belastingplichtige van een roerend goed van zijn bedrijf naar een andere EU-lidstaat wordt gelijkgesteld met een levering onder bezwarende titel (artikel 12*bis*, eerste lid W.BTW). De betreffende goederen moeten worden overgebracht naar de andere EU-lidstaat voor de bedrijfsbehoeften van de belastingplichtige.

23\. In artikel 12*bis*, tweede lid W.BTW worden op limitatieve wijze een aantal handelingen opgesomd die niet worden beschouwd als een overbrenging van goederen die gelijkgesteld wordt met een levering van goederen. In die gevallen spreekt men van niet-overbrengingen. Eén van de reeksen niet-overbrengingen die wordt onderscheiden betreft de tijdelijke overbrengingen.

24\. De verzending of het vervoer naar een andere EU-lidstaat van een goed om daar tijdelijk te worden gebruikt voor een dienstverrichting door een onderneming die in België is gevestigd of er voor btw-doeleinden is geïdentificeerd, wordt beschouwd als een niet-overbrenging op grond van artikel 12*bis*, tweede lid, 5° W.BTW indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:

\- het verzonden goed wordt in een andere EU-lidstaat gebruikt door de Belgische onderneming in het kader van haar economische activiteit voor het verrichten van bepaalde dienstprestaties, ongeacht of de plaats van de dienst zich ook in een EU-lidstaat bevindt, binnen een redelijke termijn;

\- het gebruikte goed moet een goed zijn van zijn bedrijf;

\- het goed moet teruggezonden worden naar België na het tijdelijk gebruik (Btw-Commentaar, editie 01.07.2018, Boekwerk I, Hoofdstuk 2, Afdeling 7, Punt 8, E., (1) 25 (46)).

25\. Zo wordt als een niet-overbrenging beschouwd, het verplaatsen van goederen van een Belgisch bedrijf naar een andere EU-lidstaat, waar die goederen tijdelijk gebruikt worden voor het presteren van een dienst door een in België gevestigde belastingplichtige (artikel 12*bis*, tweede lid, 5° W.BTW).

De term “tijdelijk” wordt hierbij niet verder verduidelijkt. Vanzelfsprekend dient het goed nadien terug te keren naar België.

In dit verband bevestigde de minister van Financiën dat ook het verzenden van een goed (vervoermiddel of niet) om het te verhuren aan een ontvanger in een andere EU-lidstaat, als een niet-overbrenging mag worden beschouwd ([Parl. Vr. nr. 615 DE CLIPPELE van 22.06.1993](https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/615-non-transferts-representant-clippele-transfert-85e2), Vr. en Antw. Kamer, 1992-1993, nr. 71, 6832; Btw-Revue, afl. 107, 144). In dit geval is erin hoofde van de huurder geen toepassing van het stelsel van artikel 12*bis* W.BTW, aangezien het niet gaat om een ‘goed van zijn bedrijf’ maar om een goed waar hij slechts eenvoudig houder van is ingevolge een contract dat hem verplicht het goed terug te geven op het einde van het contract. Voornoemd stelsel is vanzelfsprekend wel van toepassing in hoofde van de verhuurder (Btw-Commentaar, editie 01.07.2018, Boekwerk I, Hoofdstuk 2, Afdeling 7, Punt 8, E., (1) 25 (46)).

Indien het goed echter achteraf aan de huurder wordt verkocht, zijn niet langer alle voorwaarden van artikel 12*bis* W.BTW vervuld, zodat het goed op dat ogenblik wordt geacht te zijn overgebracht naar een andere EU-lidstaat ([Parl. Vr. nr. 381 DE CLIPPELE van 20.01.1993](https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/381-location-transfrontaliere-representant-clippele-e318), Vr. en Antw. Kamer, 1992-1993, nr. 50, 4204; Btw-Revue, afl. 104, 606).

*III.B.1. ii. Toepassing in casu*

26\. De nieuw op te richten Belgische dochtervennootschap van de buitenlandse moedervennootschap X zal opereren volgens hetzelfde businessplan als vennootschap X. De huurcontracten die de nieuw op te richten Belgische vennootschap zal afsluiten, zullen volgens de aanvrager op dezelfde manier worden opgesteld als de huidige huurcontracten afgesloten tussen de buitenlandse vennootschap X en haar klanten.

De bedoelde nieuw op te richten Belgische vennootschap zal diensten verlenen aan haar klanten die bestaan uit de verhuur van herbruikbare goederen (actiefbestanddeel A) en de logistiek ervan.

27\. De herbruikbare goederen (actiefbestanddeel A) worden niet verkocht aan de klanten maar worden aan hen verhuurd. De goederen blijven dus te allen tijde eigendom van de hiervoor bedoelde nieuw op te richten vennootschap en het is de bedoeling dat ze na gebruik terugkeren.

28\. De betreffende goederen (actiefbestanddeel A) zullen worden verzonden van de bedoelde nieuw op te richten Belgische vennootschap naar bedrijven die gelegen zijn in een andere EU-lidstaat dan België, waar die goederen tijdelijk gebruikt worden voor het verrichten van verhuurdiensten door voornoemde in België, de EU-lidstaat van vertrek van de verzending, gevestigde belastingplichtige.

29\. Volgens de aanvrager zullen de betreffende goederen (actiefbestanddeel A) in een andere EU-lidstaat dan België en land A tijdelijk worden gebruikt voor een termijn van maximum x maanden.

30\. Op basis van het voorgaande wordt het verplaatsen door de nieuw in België op te richten btw-belastingplichtige vennootschap van de betreffende goederen (actiefbestanddeel A) van België naar andere EU-lidstaten dan België en land A in de gegeven omstandigheden als een niet-overbrenging beschouwd op grond van artikel 12*bis*, tweede lid, 5° W.BTW en overeenkomstig de zienswijze in het hiervoor geciteerd ministerieel antwoord op een parlementaire vraag van de heer De Clippele van 22.06.1993 (zie randnummer 25).

#### III.B.2. Toepasselijke regels met betrekking tot de bijzondere herziening van aftrek van btw geheven van bedrijfsmiddelen

31\. Krachtens artikel 48, §2 W.BTW is de aftrek van de btw geheven van roerende bedrijfsmiddelen in beginsel onderworpen aan een bijzondere herziening gedurende een tijdvak van 5 jaar.

32\. Verhuurde bedrijfsmiddelen worden als bedrijfsmiddel aangemerkt in hoofde van degene die die ze in huur geeft of, meer algemeen, die het genot ervan overdraagt of rechten op dat genot verleent, en niet in hoofde van degene die ze gebruikt (huurder).

33\. Zolang een bedrijfsmiddel in de onderneming blijft en niet aangewend wordt in het kader van een van btw vrijgestelde activiteit (zie artikel 45, §1 W.BTW), dient een belastingplichtige in principe geen herziening te verrichten, zelfs indien het bedrijfsmiddel (tijdelijk) niet meer wordt gebruikt.

Sommige bedrijfsmiddelen hebben een gewoonlijke gebruiksduur van minder dan 5 jaar (bv. het bedoelde actiefbestanddeel A). Op grond van [artikel 10, 4° van Btw-KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c#ar3-art10) moet het initieel uitgeoefende recht op aftrek worden herzien wanneer een bedrijfsmiddel ophoudt in de onderneming te bestaan gedurende de herzieningstermijn, tenzij wordt aangetoond dat het goed het voorwerp heeft uitgemaakt van een levering die recht op aftrek van voorbelasting verleent of dat het werd vernietigd, al dan niet opzettelijk, of werd ontvreemd. Indien de belastingplichtige niet het bewijs kan leveren van de vernietiging of een btw-belaste levering, dient hij bij het eind van de gebruiksduur maar vóór het verstrijken van de herzieningstermijn over te gaan tot herziening ([Parl. Vr. nr. 649 DE CLIPPELE van 15.05.2000](https://juriel.be/fr/questions-parlementaires/649-biens-usages-clippele-bien-occasion-15e7), Vr. en Antw. Senaat, 2000-2001, nr. 2-25, blz. 1176).

34\. Op grond van [artikel 6, tweede lid van Btw-KB nr. 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-historique-00d1) worden sommige roerende goederen niet als bedrijfsmiddel aangemerkt. Dit is het geval voor klein materieel, klein gereedschap en kantoorbehoeften, wanneer de prijs ervan of, bij ontstentenis van een prijs, de normale waarde, per in de handel gebruikelijke eenheid, minder bedraagt dan 1000 euro, exclusief btw (artikel 1, 1° van MB nr. 1).

35\. De bedoelde goederen (actiefbestanddeel A) worden volgens de aanvrager in de handel gebruikelijk per stuk verhuurd en de prijs dient dan ook stuk per stuk te worden beoordeeld. Als de prijs per actiefbestanddeel A lager ligt dan voornoemd grensbedrag van 1000 euro, exclusief btw, kunnen de betreffende goederen niet worden aangemerkt als een bedrijfsmiddel waarvoor artikel 48, §2 W.BTW een bijzondere herziening van de aftrek van voorbelasting voorziet.

## Textes cités

5

[CTVA art. 48](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-48) 2 occurrences

[AR no 1 art. 23](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-1-mesures-tendant-assurer-paiement-taxe-f40f) 1 occurrence

[AR no 3 art. 10](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-decembre-deductions-application-taxe-valeur-317c) 1 occurrence

[AR no 3 art. 6](https://juriel.be/fr/codes/tva/arretes-royaux/ar-3-article-historique-00d1) 1 occurrence

[CTVA art. 12bis](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-12bis) 1 occurrence
