---
title: "Décision anticipée 2019.0547 · Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre"
description: "Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre, Motifs économiques valables. Décision anticipée belge n° 2019.0547 du 16 juillet 2019."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2019-0547-impot-societes-scission-partielle-fiscalement-65a1"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt des sociétés, Scission partielle fiscalement neutre · Impôt des sociétés - Scission partielle fiscalement neutre - Motifs économiques valables - Fraude ou évasion fiscale - Mesure anti-abus - TVA - Cession d’une branche d’activité

**Numéro**

2019.0547

**Date**

16 juillet 2019

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

80 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2019.0547 du 16.07.2019

*Impôt des sociétés* · *Scission partielle fiscalement neutre* · *Motifs économiques valables* · *Fraude ou évasion fiscale* · *Mesure anti-abus*

*TVA* · *Cession d’une branche d’activité*

## Résumé

La scission partielle d’une société X récemment absorbée avec une activité de production et de vente, par laquelle l’activité de vente, dans le cadre de son intégration dans le nouveau groupe, est cédée à la société Z (à savoir le holding et également l’entité de vente du groupe), répond aux dispositions de l’article 183bis, CIR92 et peut avoir lieu de manière fiscalement neutre en application de l'article 211, § 1 er, CIR92.

Le choix de l’ensemble des opérations (vente préalable des parts de la société X par la société Y à sa société mère Z, suivie par la distribution comme dividende de la créance née à la suite de cette transaction par la société Y à la société Z, suivie par la scission partielle de la société X) ne constitue pas un abus fiscal au sens de l’article 344, § 1 er, CIR92.

La scission partielle de la société X doit se faire en application des articles [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) et [18, §3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) du Code de la TVA.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe bevestiging te verkrijgen dat:

1.1. De partiële splitsing van de vennootschap X, waarbij alle activa en passiva verbonden aan de verkoopdivisie worden overgedragen aan de vennootschap Z, niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of –ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92) en derhalve in aanmerking komt voor de toepassing van het belastingneutraal regime zoals voorzien in artikel 211, §1, WIB 92;

1.2. Overeenkomstig artikel 212 WIB 92 de afschrijvingen, investeringsaftrekken, belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling, aftrekken voor octrooi-inkomsten, aftrekken voor innovatie-inkomsten, aftrekken voor risicokapitaal, kapitaalsubsidies, minderwaarden of meerwaarden die bij de overnemende of verkrijgende vennootschappen met betrekking tot de bij hen ingebrachte bestanddelen in aanmerking worden genomen en het gestorte kapitaal bepaald alsof de partiële splitsing niet had plaatsgevonden;

1.3. De bestanddelen van het eigen vermogen, overeenkomstig artikel 213 WIB 92, zullen worden overgedragen aan de bestaande vennootschap naar verhouding tot het evenredige aandeel van de fiscale nettowaarden van de overnemende of verkrijgende en gesplitste vennootschap;

1.4. De boekhoudkundige retroactiviteit van de partiële splitsing op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard;

1.5. De geplande verkoop van de aandelen van de vennootschap X gevolgd door de uitkering van de vordering op vennootschap Z door vennootschap Y en de partiële splitsing van de vennootschap X geen fiscaal misbruik uitmaken in de zin van artikel 344, §1, WIB 92;

1.6. De overdracht van de activa en passiva van de vennootschap X buiten de toepassingssfeer van de btw valt overeenkomstig de artikelen [11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) en [18, § 3](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18), van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (hierna W.BTW).

## II. Omschrijving van de verrichtingen door de aanvragers

2\. De groep Q is een internationaal actieve groep. Recent werd, met het oog op het versterken van het marktaandeel, de groep P overgenomen. Meer specifiek heeft één van de Belgische vennootschappen van de groep Q, met name vennootschap Z, de aandelen van vennootschap Y overgenomen.

3\. De vennootschap Y is de holdingvennootschap van de groep P. De vennootschap is meerderheidsaandeelhouder of enig aandeelhouder in:

\- vennootschap X (een minderheid van aandelen wordt aangehouden door vennootschap Z): dit betreft een productie- en verkoopvennootschap van product A;

\- vennootschap W: deze vennootschap voert activiteit S uit;

\- vennootschap V: deze vennootschap voert activiteit R uit.

4\. De belangrijkste drijfveer voor de overname van de groep P was het verwerven van de klantenportefeuille. De vennootschap Z is namelijk zelf ook actief in de verkoop van product A. De productiesite van vennootschap X werd mee overgenomen, maar dan vooral met het oog op het vermijden dat concurrenten de site zouden overnemen.

5\. Op heden wenst de groep Q de verkoopdivisie van de vennootschap X te integreren in de vennootschap Z. In die optiek worden thans de volgende verrichtingen overwogen:

5.1. Verkoop door vennootschap Y van op één na al haar aandelen van vennootschap X aan vennootschap Z;

5.2. Uitkering als dividend door vennootschap Y van de vordering ontstaan ingevolge stap 1 aan vennootschap Z teneinde de schuld- en vorderingspositie te neutraliseren;

5.3. Partiële splitsing van vennootschap X waarbij haar verkoopactiviteiten en klantenportefeuille worden overgedragen aan vennootschap Z, terwijl de productieactiviteit en de productiesite behouden blijven bij de partieel gesplitste vennootschap X.

## III. Beslissing

### *III.A. Inzake de toepassing van artikel 211, §1, WIB 92*

6\. De beoogde verrichting zoals vermeld onder randnummer 5.3 betreft een partiële splitsing zoals omschreven in artikel 2, § , 6°/1, WIB 92.

7\. De partiële splitsing kadert binnen het opzet om de verkoopdivisie van vennootschap X te integreren in vennootschap Z die gelijkaardige activiteiten heeft. Op deze wijze zullen de facturaties aan klanten van vennootschap X en vennootschap Z vanuit eenzelfde vennootschap kunnen gebeuren en zal het voorraadbeheer, de planning en levering van de orders efficiënter kunnen verlopen.

8\. De aanvragers hebben bevestigd dat de voorgenomen partiële splitsing geen negatieve impact zal hebben op de tewerkstelling. Alle werknemers van vennootschap X hebben een voorstel ontvangen om mee over te gaan naar vennootschap Z.

9\. De fiscale aspecten van de partiële splitsing kunnen als volgt worden samengevat:

9.1. Vennootschappen X en Z zijn de laatste jaren steevast winstgevend en beschikken steeds over een belastbare basis;

9.2. Beide vennootschappen beschikken niet over fiscaal overgedragen bestanddelen (overgedragen verliezen, overgedragen investeringsaftrek, overgedragen aftrek voor risicokapitaal en/of DBI-overschotten);

9.3. Vennootschap Z beschikt niet over vrijgestelde reserves waarvoor nog openstaande wederbeleggingsverplichtingen gelden, zodat de partiële splitsing er niet toe strekt om de ingevolge deze verrichting verkregen activa te gaan aanmerken als wederbeleggingsactivum ten name van de verkrijgende vennootschap;

9.4. De aanvragers hebben bevestigd dat de overname van de groep P (meer bepaald vennootschap Y met de onderliggende dochtervennootschappen waaronder vennootschap X) door vennootschap Z werd gefinancierd met eigen middelen en dat de groepsinterne overdracht van de aandelen van vennootschap X aan vennootschap Z evenmin aanleiding zal geven tot een interestdragende schuld bij laatstgenoemde vennootschap (zie titel III.E);

9.5. De aanvragers hebben bevestigd dat zij niet de intentie hebben om de aandelen van de vennootschappen X en/of Z over te dragen na doorvoering van de partiële splitsing.

10\. Op basis van de door de aanvragers verstrekte inlichtingen en de door de DVB gemaakte analyse kan worden aangenomen dat de partiële splitsing van de vennootschap X plaatsvindt op basis van zakelijke overwegingen en niet als hoofddoel of één der hoofddoelen belastingfraude of -ontwijking heeft in de zin van artikel 183bis, WIB 92.

11\. De verkrijgende vennootschap in het kader van de partiële splitsing is een binnenlandse vennootschap.

12\. Derhalve kan worden besloten dat de partiële splitsing van de vennootschap X belastingneutraal kan plaatsvinden in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92.

13\. De onderhavige beslissing is gebaseerd op de elementen zoals deze door de aanvragers vermeld werden. De DVB spreekt zich, ondanks de vermelding in randnummer 9.5, in deze beslissing niet uit over de mogelijke toepassing van antimisbruikbepalingen (artikel 183bis of artikel 344, §1, WIB 92, …) ten gevolge van verrichtingen die niet omschreven zijn in deze beslissing, inzonderheid de eventuele toekomstige overdracht van de aandelen van de vennootschappen X en/of Z.

### *III.B. Inzake de toepassing van artikel 212 WIB 92*

14\. Gelet op het belastingneutrale karakter van de partiële splitsing van de vennootschap X zijn de bepalingen van artikel 212 WIB 92 van toepassing, zodat de afschrijvingen, investeringsaftrekken, belastingkredieten voor onderzoek en ontwikkeling, aftrekken voor octrooi-inkomsten, aftrekken voor innovatie-inkomsten, aftrekken voor risicokapitaal, kapitaalsubsidies, minderwaarden of meerwaarden die bij de overnemende of verkrijgende vennootschappen met betrekking tot de bij hen ingebrachte bestanddelen in aanmerking worden genomen en het gestorte kapitaal bepaald alsof de partiële splitsing niet had plaatsgevonden.

### *III.C. Inzake de toepassing van artikel 213 WIB 92*

15\. Ingeval van een (partiële) splitsing in toepassing van artikel 211, §1, WIB 92 worden de verkrijgende vennootschappen, overeenkomstig de bepalingen van artikel 213, WIB 92, bij het bepalen van het gestorte kapitaal en van de voorheen gereserveerde winst die ingeval van (partiële) splitsing bij elk van de overnemende of verkrijgende vennootschappen in aanmerking worden genomen, geacht het gestorte kapitaal, de belaste reserves en de vrijgestelde reserves van de (partieel) gesplitste vennootschap evenredig met de fiscale nettowaarde van de door deze laatste aan elk van hen gedane inbreng te hebben overgenomen of verkregen. Dit houdt in dat de drie componenten van het fiscaal eigen vermogen (gestort kapitaal, belaste reserves en vrijgestelde reserves) elk afzonderlijk moeten worden verdeeld in verhouding tot het gedeelte van de fiscale nettowaarden dat aan elk van de vennootschappen wordt toebedeeld (zie ook arrest van het Hof van Beroep te Gent van 1 maart 2011 inzake Villa 2000 CVA).

16\. De door de aanvragers voorgestelde werkwijze voor de omdeling van de fiscale vermogensbestanddelen is conform het bepaalde in artikel 213, WIB 92, met dien verstande dat de DVB zich niet uitspreekt omtrent het bedrag van de fiscale nettowaarden.

### *III.D. Inzake de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting*

17\. De terugwerkende kracht van een vennootschapsakte is in de regel niet tegenstelbaar aan de Administratie. Van dit beginsel mag inzonderheid t.a.v. voormeld boekhoudkundig retroactiviteitsbeding slechts worden afgeweken wanneer de bedoelde retroactiviteitsclausule:

17.1. Met de werkelijkheid overeenstemt en betrekking heeft op een korte periode: in dit verband kan een boekhoudkundige retroactiviteitsclausule van meer dan zeven maand, in normale omstandigheden niet als een korte periode worden aangemerkt;

17.2. En een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg staat.

18\. De partiële splitsing zal plaatsvinden met een boekhoudkundige retroactiviteit die de termijn van zeven maanden niet zal overschrijden.

19\. In het kader van de in randnummer 17.2 gestelde voorwaarde wordt inzonderheid gewezen op het feit dat de fiscale nettowaarden kunnen worden gemanipuleerd met het oog op een maximale overdracht van de fiscaal overdraagbare verliezen of DBI door deze fiscale nettowaarden op de boekhoudkundige retroactiviteitsdatum (in plaats van op de juridische datum van de verrichting) in aanmerking te nemen (zie dienaangaande randnummer 211/14 van de administratieve commentaar op het WIB 92). Aangezien artikel 206, §2, WIB 92 in casu geen toepassing vindt (vennootschappen X en Z hebben geen fiscaal overdraagbare verliezen of DBI) staat de retroactiviteitsclausule een juiste toepassing van de belastingwetgeving niet in de weg.

20\. Derhalve kan worden besloten dat de boekhoudkundige retroactiviteit op het vlak van de vennootschapsbelasting kan worden aanvaard.

### *III.E. Inzake de toepassing van artikel 344, §1, WIB 92*

21\. De partiële splitsing van vennootschap X wordt voorafgegaan door een verkoop van de aandelen van vennootschap X door vennootschap Y (op één aandeel na) aan vennootschap Z.

22\. Indien de voorafgaandelijke verkoop van de aandelen niet zou plaatsvinden, dan zou vennootschap Y als aandeelhouder van de partieel gesplitste vennootschap vennootschap X naar aanleiding van de partiële splitsing aandelen verkrijgen van de verkrijgende vennootschap Z, waardoor een (ongewenste) kruisparticipatie zou ontstaan tussen deze laatste vennootschap en vennootschap Y.

23\. Er werd door de aanvragers geopteerd voor een voorafgaande verkoop van de aandelen van vennootschap X omwille van het feit dat andere manieren om de aandelen over te dragen zoals een uitkering van de aandelen als dividend in natura of onder de vorm van een kapitaalvermindering in natura niet mogelijk zijn op basis van het bedrag van de aanwezige uitkeerbare reserves/kapitaal bij vennootschap Y.

24\. Aangezien de voormelde aandelentransactie zal worden gevolgd door een uitkering als dividend van de aldus ontstane vordering door vennootschap Y aan vennootschap Z, zal de schuldpositie van vennootschap Z ten aanzien van vennootschap Y worden geneutraliseerd. Derhalve geeft de aandelentransactie geen aanleiding tot de creatie van bijkomende interestlasten op het niveau van vennootschap Z, die desgevallend in mindering zouden kunnen worden gebracht van haar belastbare inkomsten.

25\. Met het oog op de integratie van de verkoopdivisie van vennootschap X werd volgens de aanvragers evenmin geopteerd voor een fusie met vennootschap Z omdat dit zou botsen met het bestaande risicobeleid waarbij er steeds voor wordt gekozen om nieuw verworven vennootschappen gedurende enige jaren niet volledig juridisch te integreren met het oog op het vermijden van mogelijke besmetting door ongekende commerciële of juridische geschillen. De resterende productieactiviteit binnen vennootschap X zal op korte termijn blijven bestaan, maar het is de bedoeling om deze activiteit af te bouwen. De groep bekijkt op dit ogenblik enkele scenario’s omtrent de toekomstige aanwending van het vastgoed dat achterblijft in vennootschap X. De aanvragers hebben bevestigd dat dit onroerend goed in deze vennootschap behouden zal blijven en dat men niet de intentie heeft om dit onroerend goed noch de aandelen van vennootschap X te vervreemden.

26\. Derhalve kan worden besloten dat de keuze voor het geheel van de rechtshandelingen geen fiscaal misbruik uitmaakt in de zin van artikel 344, §1, WIB 92.

### *III.F. Inzake de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW*

27\. Overeenkomstig artikel 11 W.BTW wordt niet als een levering beschouwd, de overdracht van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling, onder bezwarende titel of om niet, bij wege van inbreng in een vennootschap of anderszins, wanneer de overnemer een belastingplichtige is die de belasting, indien ze ingevolge de overdracht zou verschuldigd zijn, geheel of gedeeltelijk zou kunnen aftrekken. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

28\. Artikel 18, §3, W.BTW bevat hetzelfde principe met betrekking tot diensten.

29\. Deze artikelen zijn de omzetting in het Belgisch BTW Wetboek van de artikelen [19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) en [29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) van de Richtlijn 2006/112/CE van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (vroeger artikelen [5, paragraaf 8](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5), en [6, paragraaf 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6), van de zesde richtlijn 77/388/CE van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der Lid-Staten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag).

30\. In haar arrest van 27 november 2003 – zaak [C-497/01](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret), Zita Modes Sarl c. Administration de l’enregistrement et des domaines heeft het Europese Hof van Justitie verduidelijkt dat het begrip “overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap” moet worden uitgelegd dat daaronder valt de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend, en dat daaronder niet valt de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

31\. De artikelen 11 en 18, §3, W.BTW zijn derhalve van toepassing wanneer de overdracht betrekking heeft op een geheel van elementen bestaande uit lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend.

32\. De aanvrager verklaart dat alle specifieke en noodzakelijke bestanddelen verbonden aan de verkoopactiviteit worden overgedragen. Meer specifiek betreft het navolgende zaken:

32.1. De volledige klantenportefeuille evenals de bestaande handelsvorderingen;

32.2. Het nodige personeel met de hierbij horende bezoldigingen en sociale lasten;

32.3. Immateriële activa zoals bv. softwarelicenties noodzakelijk voor de uitoefening van de verkoopactiviteiten;

32.4. Het bestaande kantoormeubilair, pc’s, bedrijfswagens, etc. hetgeen onlosmakelijk samenhangt met de verkoopactiviteiten.

33\. Bijgevolg dient naar aanleiding van de hierboven beschreven partiële splitsing geconcludeerd te worden dat de activa en passiva toe te wijzen aan de af te splitsen verkoopactiviteit als een zelfstandige economische activiteit door de overnemer kan worden verdergezet.

34\. De overnemer verklaart een btw-belastingplichtige te zijn die, in de mate er btw zou verschuldigd zijn op de overdracht, recht op btw-aftrek zou genieten.

35\. De hierboven beschreven overdracht dient derhalve met toepassing van de artikelen 11 en 18, §3, W.BTW te gebeuren.

## Textes cités

7

[CTVA art. 11](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-11) 2 occurrences

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 2 occurrences

[6e directive 77/388 art. 5](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-5) 1 occurrence

[6e directive 77/388 art. 6](https://juriel.be/fr/droit-union/6e-directive-77-388/article-6) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 19](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-19) 1 occurrence

[directive TVA 2006/112 art. 29](https://juriel.be/fr/droit-union/directive-tva-2006-112/article-29) 1 occurrence

[C-497/01, arrêt du 27 novembre 2003](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-497-01-arret) 1 occurrence
