---
title: "Décision anticipée 2019.0397 · Impôt des non-résidents, sociétés"
description: "Impôt des non-résidents, sociétés, Impôt des personnes physiques, Impôt des sociétés, UK LLP. Décision anticipée belge n° 2019.0397 du 16 juillet 2019."
url: "https://juriel.be/fr/rulings/2019-0397-impot-non-residents-societes-personnes-f237"
lang: "fr"
---

Texte en néerlandais

# Impôt des non-résidents, sociétés, Impôt des personnes physiques · Impôts sur les revenus - Impôt des non-résidents – sociétés - Impôt des personnes physiques - Impôt des sociétés - UK LLP - Transparence fiscale - Abus fiscal - TVA

**Numéro**

2019.0397

**Date**

16 juillet 2019

## Sur le document

**Collection**

Décisions anticipées

**Langue du texte**

néerlandais

**Version française**

non publiée par le SPF

Le texte de ce document est en néerlandais. Le SPF n'en publie pas de version française.

## Texte

110 paragraphes

Fiche du SPF Finances

Décision anticipée n° 2019.0397 du 16.07.2019

*Impôts sur les revenus* · *Impôt des non-résidents – sociétés* · *Impôt des personnes physiques* · *Impôt des sociétés*

*UK LLP* · *Transparence fiscale* · *Abus fiscal*

*TVA*

## Résumé

X est considérée comme une « société étrangère » au sens de l'article 2, § 1 er, 5°, c CIR92.

La partie des revenus réalisés via la succursale belge qui peut être imputée aux partenaires qui ne sont pas des habitants belges du royaume, est soumise à l’impôt des sociétés belge pour les non-résidents (article 227, 2e CIR92).

La part des partenaires, qui sont des habitants belges du royaume, dans les bénéfices générés par l'intermédiaire de la succursale belge est directement imposable entre leurs mains dans l'impôt sur les personnes physiques.

La part des partenaires, qui sont des habitants belges du royaume, dans les bénéfices des bureaux étrangers est imposée dans les États de la source et est exonérée de l’impôt des personnes physiques en Belgique (avec réserve de progressivité).

Toute modification dans l’affectation du bénéfice entre les partenaires, basée sur l’évolution des activités belges et globales, n’influencera pas les principes fiscaux précités.

Le transfert des activités de la succursale belge existante de Y vers une nouvelle UK LLP à constituer, appelée X, qui se déroulera contre-valeur comptable à des fins comptables, ne donnera pas lieu à l’impôt des sociétés belge au niveau de Y ou X. Pour les partenaires qui sont des habitants belges du royaume, ce transfert ne donnera pas lieu à un quelconque prélèvement dans l’impôt des personnes physiques.

Y ne peut pas être censée avoir un établissement stable en Belgique, après le transfert de ses activités vers X.

Le transfert de tous les actifs mentionnés ci-après est qualifié de cession d'une universalité de biens sur la base des articles 11 et 18, § 3 du Code belge de la TVA, de ce fait, le transfert n’est pas considéré comme une livraison de biens ou de services et n’est dès lors pas soumis à la TVA. Pour cette raison, il ne doit pas y avoir de révision de la TVA déduite dans le chef de l’entité cédante.

Les modifications apportées à la structure n’ont aucun impact pour la TVA sur les partenaires du cabinet d’avocats, étant donné qu’aucune opération soumise à la TVA n’est réalisée dans leur chef.

***La décision est publiée uniquement dans la langue dans laquelle la demande a été introduite.***

## I. Voorwerp van de aanvraag

1\. De aanvraag strekt ertoe een voorafgaande beslissing te bekomen waarin wordt bevestigd dat:

\- X als een "buitenlandse vennootschap" kwalificeert in de zin van artikel 2, §1, 5°, c WIB92;

\- het deel van de inkomsten gerealiseerd via het Belgische bijkantoor dat kan worden toegerekend aan de partners die geen Belgisch rijksinwoner zijn, is onderworpen aan de Belgische vennootschapsbelasting voor niet-inwoners (artikel 227, 2e WIB92);

\- het aandeel van de partners, die Belgisch rijksinwoner zijn, in de winst gegenereerd door bemiddeling van het Belgische bijkantoor rechtstreeks belastbaar is in hun handen in de personenbelasting;

\- het aandeel van de partners, die Belgisch rijksinwoner zijn, in de winst van de buitenlandse kantoren belast wordt in de bronstaten en is vrijgesteld van personenbelasting in België (met progressievoorbehoud);

\- elke wijziging in de winstverdeling tussen de partners, gebaseerd op de evolutie van de Belgische en globale activiteiten, geen invloed zal hebben op de voormelde fiscale principes;

\- de overdracht van de activiteiten van het bestaande Belgische bijkantoor van Y naar een nieuw op te richten UK LLP, genaamd X, die zal plaatsvinden tegen boekwaarde voor boekhoudkundige doeleinden, geen aanleiding zal geven tot Belgische vennootschapsbelasting op het niveau van Y of X. Voor de partners die Belgisch rijksinwoner zijn, zal deze overdracht geen aanleiding geven tot enige heffing in personenbelasting;

\- Y niet kan worden geacht een vaste inrichting te hebben in België, na de overdracht van haar activiteiten naar X;

\- de overdracht van alle hierna vermelde activa kwalificeert als een overdracht van een algemeenheid van goederen op grond van de artikelen 11 en 18, §3 van het Belgisch btw-wetboek, waardoor de overdracht niet als een levering van goederen of diensten wordt beschouwd en derhalve niet is onderworpen aan btw. De in aftrek gebrachte btw moet om die reden ook niet worden herzien in hoofde van de overdragende entiteit;

\- de wijzigingen in de structuur hebben geen impact voor btw op de partners van het advocatenkantoor, omdat er in hun hoofde geen btw-belaste handeling wordt gerealiseerd.

## II. Beslissing

2\. De aanvragers hebben in de aanvraag de voorwaarden vervat in de artikelen 21 en 22 van de voormelde wet van 24 december 2002 nageleefd.

### *II.A. X is een buitenlandse vennootschap zoals bedoeld in artikel 2, §1, 5°, c) WIB92*

3\. X zal worden opgericht in overeenstemming met de wetten van het Verenigd Koninkrijk. Krachtens de partnership-overeenkomst is de UK LLP Act van 20 juli 2000 van toepassing op X.

4\. De Limited Liability Partnerships Act 2000 kent uitdrukkelijk rechtspersoonlijkheid toe aan de UK LLP. Deze rechtspersoonlijkheid dient te worden erkend voor interne Belgische fiscale doeleinden.

5\. Conform artikel 2, §1, 5°, c) WIB92 is een buitenlandse vennootschap enigerlei vennootschap die in België geen maatschappelijke zetel, haar voornaamste inrichting of haar zetel van bestuur of administratie in België heeft.

6\. De maatschappelijke zetel is de zetel die in de statuten van de vennootschap is vermeld en in het handelsregister staat aangegeven. De maatschappelijke zetel van X zal zich in het Verenigd Koninkrijk bevinden. Het Verenigd Koninkrijk huldigt de incorporatieleer.

7\. Anderzijds dient te worden nagegaan waar de vennootschappen hun voornaamste inrichting of hun zetel van bestuur of administratie van waaruit werkelijk leiding wordt gegeven. In casu bevindt de maatschappelijke zetel van de vennootschap zich in het Verenigd Koninkrijk.

8\. Uit de volgende feitelijke omstandigheden kan worden vastgesteld dat, naast de maatschappelijke zetel, tevens de voornaamste inrichting of zetel van bestuur of administratie van X zich in het Verenigd Koninkrijk zal bevinden:

\- de algemene vergaderingen van de partners vinden plaats in het Verenigd Koninkrijk.

\- de directie vergadert altijd in het Verenigd Koninkrijk.

\- strategische beslissingen worden genomen in het Verenigd Koninkrijk.

\- het management is gevestigd in het Verenigd Koninkrijk.

\- de centrale boekhouding wordt gevoerd en bijgehouden in het Verenigd Koninkrijk.

\- de centrale administratie vindt plaats in het Verenigd Koninkrijk.

\- de archieven bevinden zich in het Verenigd Koninkrijk.

9\. Bijgevolg dient te worden vastgesteld dat X als een buitenlandse vennootschap dient te worden beschouwd zoals bedoeld in artikel 2, §1, 5°, c) WIB92.

### *II.B. De fiscale behandeling van de Belgische partners(rijksinwoner) van X*

10\. De Belgische partners zullen in België geen nieuw kapitaal inbrengen in X, in eigen naam, op basis waarvan zij stemrecht krijgen. Het persoonlijk kapitaal van de Belgische partners zal worden overgedragen van Y naar X. De Belgische partners zijn dus "lid/partner" van X in hun eigen naam en zullen, in hun hoedanigheid van partner van X, winst maken.

11\. Op basis van het voorgaande zijn het de Belgische partners die, op het niveau van het verdrag tussen België en het Verenigd Koninkrijk, de begunstigden zijn van het inkomen, en niet het partnership, wanneer België de bronstaat is. Aangezien België dus zowel de bronstaat als de woonstaat is, gaat het om een uitsluitend nationale transactie. België heeft dus een exclusieve heffingsbevoegdheid op inkomsten verkregen via bemiddeling van het Belgische bijkantoor, waar ze rechtstreeks worden toegerekend aan de Belgische inwoners en belastbaar zijn in de personenbelasting.

12\. Dit principe was van toepassing op de Belgische winst die door de Belgische partners van Y wordt verkregen. Aangezien dit inherent is aan de specifieke structuur van een LLP met rechtspersoonlijkheid in het Verenigd Koninkrijk, zou de winst van het Belgische bijkantoor van X dezelfde behandeling in handen van de Belgische partners volgen.

13\. De kwalificatie van de winstparticipatie van een partner kan worden beschouwd als 'baten' op basis van artikel 23, §1, 2° en artikel 27 WIB 92.

14\. De Belgische partners hebben onder de Y hun winstaandeel als 'baten' hebben aangegeven, en kunnen dit blijven doen onder de Belgische LLP, aangezien de structuur voor beide LLP's dezelfde is.

15\. Het tijdstip van het belastbaar moment van de Belgische partners zal hetzelfde blijven onder de winst ontvangen van de Belgische LLP als onder Y, d.w.z. op het moment van afsluiting van de rekeningen/het boekjaar van de Belgische LLP.

16\. Volgens artikel 7 of 14 Belgisch modelverdrag wordt de heffingsbevoegdheid verleend aan de bronstaat voor de inkomsten die toe te rekenen zijn aan de vaste basis, die de Belgische partners geacht worden te hebben in alle landen waar het LLP een bijkantoor heeft (vaste inrichting). Voor deze vaste basis moeten de activiteiten van de maatschap en de door de bijkantoren gegenereerde winst worden toegerekend aan elk van de partners van Y, voor hun aandeel in de vaste basis. België zal als woonstaat deze buitenlandse broninkomsten met progressievoorbehoud moeten vrijstellen (artikel 155 WIB92).

17\. Op basis van de bovenstaande redenering kan de ontvangen winst uit buitenlandse bron worden beschouwd als 'baten', belastbaar op het ogenblik van de afsluiting van de rekeningen/het boekjaar.

18\. Aangezien de Belgische partners equity partner in Y blijven, zal de behandeling van hun buitenlandse winstaandeel niet worden beïnvloed door de bovenstaande reorganisatie. Aangezien de nieuw opgerichte Belgische LLP bovendien geen bijkantoor in een ander land zal hebben, zullen de Belgische partners van de Belgische LLP alleen via het bijkantoor winst uit Belgische bron genereren.

19\. Een wijziging in de winstverdeling aan de Belgische partners van zowel Y als X, gebaseerd op de evolutie van de Belgische en globale activiteiten, zal geen invloed hebben op de voormelde fiscale principes noch op de effectieve behandeling in het kader van het dubbelbelastingverdrag gesloten tussen België en het Verenigd Koninkrijk en tussen België en elk ander land waarin Y een bijkantoor heeft.

### *II.C. Geen belasting als gevolg van de overdracht van het Belgische bijkantoor door Y naar X*

20\. De overdracht door Y van het Belgische bijkantoor van Y naar Belgian LLP, waardoor dit bijkantoor een bijkantoor van Belgian LLP wordt, zal voor de boekhouding van het Verenigd Koninkrijk plaatsvinden tegen netto boekwaarde, d.w.z. zonder vaststelling of realisatie van meer- of minderwaarden, en zonder enige vereffening van goodwill.

21\. De overdracht tegen netto boekwaarde geeft geen aanleiding tot enige belastingheffing op naam van Y.

22\. De materiële vaste activa verworven door het Belgische bijkantoor van Y hebben enkel betrekking op informaticamateriaal (hardware), kantooruitrusting en installaties. De boekwaarde van deze activa is in principe identiek aan de reële waarde.

23\. Er kan geen sprake zijn van de realisatie van enige goodwill. Dit laatste vloeit voort uit het feit dat de partners van Y geen enkel cliënteel inbrengen en geen vergoeding moeten betalen voor goodwill.

24\. Wanneer een partner ontslag neemt (door pensionering of om andere reden), heeft hij/zij recht op zijn/haar aandeel in de winst van het lopende jaar en op terugbetaling van de gedane kapitaalinjectie. Hij/zij heeft geen recht op enige vergoeding die overeenkomt met het cliënteel/de goodwill.

25\. Aangezien geen enkel cliënteel/goodwill toe te rekenen is aan het Belgische bijkantoor van Y, kan de overdracht geen overdracht van cliënteel/goodwill naar het Belgische bijkantoor van Y inhouden en is er bijgevolg geen sprake van een realisatie van cliënteel/goodwill.

26\. Om dezelfde reden is er geen sprake van enig abnormaal of goedgunstig voordeel dat aan het Belgische bijkantoor van X zou worden toegekend ter gelegenheid van de overdracht tegen netto boekwaarde.

27\. De overdracht tegen netto boekwaarde geeft geen aanleiding tot belastingheffing op naam van het Belgische bijkantoor van Y.

28\. Gezien de hierboven vermelde elementen is er geen wettelijke bepaling op grond waarvan de inbreng tegen netto boekwaarde aanleiding zou geven tot belastingheffing op naam van het Belgische bijkantoor van Y.

29\. Het bovenstaande impliceert dat het Belgische bijkantoor van Y geen winst maakt door de inbreng tegen netto boekwaarde. Bovendien worden er geen inkomsten (expliciet of impliciet) doorgerekend aan de Belgische partners. De transactie geeft bijgevolg geen aanleiding tot Belgische personenbelasting.

30\. Na de overdracht van het Belgische bijkantoor van Y naar X bestaat er, gelet op het bovenstaande, dan ook geen meerwaarde in handen van de Belgische partners. Bijgevolg is er geen belastbaar inkomen in handen van de Belgische partners als gevolg van de overdracht.

### *II.D. De herstructurering kan niet aangemerkt worden als “fiscaal misbruik”*

31\. Op fiscaal vlak heeft de herstructurering slechts een geringe impact en in principe is er geen verlies van belastbaar inkomen in België. De door de Belgische onderneming gegenereerde winst blijft belastbaar in de personenbelasting in handen van de Belgische partners en in de inkomstenbelasting voor vennootschappen niet-inwoners in handen van de Belgische niet-inwoners.

32\. Daarnaast zal de buitenlandse winst die aan de Belgische partners wordt toegerekend in België worden gerapporteerd en worden belast met een progressiereserve, zoals dat in de huidige structuur het geval is.

33\. De reorganisatie kan niet als "fiscaal misbruik" worden aangemerkt, aangezien het gebruik van de LLP-structuur voor de organisatie van internationale advocatenkantoren een marktpraktijk is.

### *II.E. Afwezigheid van een vaste inrichting in België van Y na de overdracht*

34\. Na de overdracht van de Belgische activiteiten zal Y in België geen professionele activiteiten meer uitoefenen die inkomsten genereren. Bijgevolg zal Y geen vaste inrichting meer hebben in België en haar Belgische btw-registratie moeten sluiten.

***II.F. De overdracht van de activa kwalificeert als een overdracht van een bedrijfsafdeling, niet onderworpen aan btw, op grond van de artikelen 11 en 18, §3 Wbtw***

35\. Op basis van artikel 11 Wbtw (ter uitvoering van artikel 19 van de EU-btw-Richtlijn 2006/112) wordt de overdracht van een algemeenheid van goederen of een tak van bedrijvigheid niet beschouwd als een levering die onderworpen is aan btw. [Artikel 18, §3 WBTW](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) bepaalt hetzelfde principe voor diensten. Daardoor is de overdrager evenmin gehouden tot enige btw-herziening.

36\. Opdat een overdracht van activa binnen het toepassingsgebied van de artikelen 11 en 18, §3 Wbtw valt, moet aan drie voorwaarden worden voldaan.

## A. Overdracht van algemeenheid of bedrijfstak

37\. De overdracht moet betrekking hebben op "de overdracht van een geheel van activa of een bedrijfstak" in het algemeen.

38\. Dit begrip omvat de overdracht van een handelszaak of van een autonoom bedrijfsonderdeel met lichamelijke en eventueel ook onlichamelijke zaken, welke tezamen een onderneming of een gedeelte van een onderneming vormen waarmee een autonome economische activiteit kan worden uitgeoefend. Daaronder valt niet de verkoop van goederen zonder meer, zoals de verkoop van een voorraad producten.

39\. Alle overdrachten van een economische activiteit - zoals een advocatenkantoor voor btw-doeleinden- vallen onder de artikelen 11 en 18, §3 Wbtw, die verplicht van toepassing zijn wanneer aan de voorwaarden is voldaan. De verplichte toepassing van deze wetsbepalingen vereisen niet dat de overdracht van de activa ten bezwarende titel gebeurt; een overdracht ‘om niet’ kan evengoed onder deze bepalingen vallen.

40\. De activa die gewoonlijk nodig zijn om een advocatenkantoor – wat voor btw duidelijk wordt aanzien als een economische activiteit – te ‘runnen’ zijn een kantoorruimte (vaak via een huurovereenkomst), een bibliotheek die meer en meer ook een digitale of elektronische vorm aanneemt (vb. abonnementen op juridische tijdschriften), ondersteunend personeel (vb. onthaal, secretaresse, management assistant…), computers en andere IT-apparatuur, dienstverleningsovereenkomsten met advocaten, enz.

41\. Voor de toepassing van de artikelen 11 en 18, §3 Wbtw is het niet vereist dat alle elementen met betrekking tot het bedrijf worden overgedragen, op voorwaarde dat de overgedragen activa nog steeds een coherent geheel van activa vormen dat de verkrijger in staat stelt een economische activiteit uit te oefenen. Volgens vaste rechtspraak en bevestigd door de Belgische btw-administratie moet de transactie worden geanalyseerd vanuit het oogpunt van de verkrijger, in dit geval de nieuwe LLP.

42\. In het onderhavige geval zullen Y en X een overeenkomst sluiten die de overdracht van alle aanwezige activa, passiva en contracten die samen het bijkantoor van Y in België vormen, tot voorwerp heeft.

43\. Voor de toepassing van artikel 11 en artikel 18, §3 Wbtw is het niet nodig dat onroerende goederen worden overgedragen. Zelfs indien de betrokken economische activiteit niet kan worden uitgeoefend zonder bedrijfsruimte, is het in de regel niet noodzakelijk dat de eigenaar van de overgedragen onderneming ook eigenaar is van het gebouw waarin deze wordt geëxploiteerd, om de voortzetting van de overgedragen onderneming te verzekeren.

44\. In het onderhavige geval zullen er geen onroerende activa worden overgedragen, aangezien de huidige LLP geen gebouw in België in eigendom heeft. Zoals hierboven reeds vermeld, worden echter alle verplichtingen met betrekking tot het Belgische kantoor (cf. huurcontract en de contracten waarop deze betrekking hebben), overgedragen. De overdracht stelt X dus in staat om de voorheen door Y uitgeoefende zelfstandige economische activiteit (advocatenpraktijk) voort te zetten.

45\. Dit alles betekent dat alle bestaande activa van Y worden overgedragen aan X.

## B. De intentie van de verkrijger om de onderneming van de overdrager voort te zetten

46\. De verkrijger moet worden beschouwd als de opvolger van de overdrager.

47\. Als zodanig heeft de verkrijger het voornemen om de bestaande advocatenpraktijk verder te zetten zonder enige wijziging, in plaats van het kantoor te liquideren.

48\. In het onderhavige geval is het de bedoeling van dat X na de debranching-operatie de activiteiten voortzet die voordien door Y in België werden uitgevoerd.

## C. (Btw-)belaste status van de vervreemder en de verkrijger

49\. De vervreemder moet een belastingplichtige zijn. De verkrijger moet een belastingplichtige zijn die na de overdracht minstens gedeeltelijk de btw in aftrek kan brengen die verschuldigd zou zijn ingevolge de overdracht.

50\. In het onderhavige geval is Y (overdrager) in België voor btw-doeleinden geregistreerd en heeft zij een volledig recht op aftrek van btw. Na de overdracht zal X België (verkrijger) de activiteiten overnemen die momenteel worden uitgevoerd door Y (juridische diensten) in België. X zal zich dus moeten registreren voor Belgische btw in België en zal een recht op aftrek hebben van btw.

51\. Dit alles impliceert dat de beoogde debranching-operatie van Y in België een overdracht van een algemeenheid van goederen is in de zin van de artikelen 11 en 18, §3 Wbtw.

52\. Om die reden is de overdracht niet onderworpen aan btw noch moeten er enige btw-herzieningen worden verricht in hoofde van de overdrager.

### *III.G. De overdracht van de algemeenheid van goederen of bedrijfstak heeft geen gevolgen voor de advocaat-vennoot*

53\. Een advocaat-vennoot die toetreedt tot de ‘partnership’, wordt in principe beschouwd als een belastingplichtige die zich voor de btw moet laten registreren. Advocaat-vennoten hebben echter de mogelijkheid om af te zien van deze btw-verplichting indien zij alleen vanwege de inbreng van hun activiteiten aan het advocatenkantoor als btw-belastingplichtigen worden beschouwd. In dit geval eisen de Belgische btw-autoriteiten niet dat deze advocaten zich in België voor de btw laten registreren. Deze tolerantie kan worden toegepast wanneer de diensten van deze partners aan de btw zijn onderworpen en volledig recht op aftrek toelaten.

54\. In het onderhavige geval kan de herstructurering niet tot gevolg hebben dat de vennoten enige btw-belastbare handeling stellen. Zij zijn immers vennoot waarbij enkel de aandelen worden gewijzigd (aandelen in oude LLP worden ‘vervangen’ door aandelen nieuwe LLP).

55\. Dit is bevestigd door het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Hof heeft verklaard dat de loutere uitoefening van het eigendomsrecht (van aandelen) door de houder ervan op zich niet kan worden beschouwd als een economische activiteit in de zin van de btw-richtlijn. Bovendien is de toetreding van een nieuwe partner geen economische activiteit.

56\. Het Europese Hof heeft in de zaak Kaphag Renditefonds het volgende verklaard:

\[…\] Het Hof heeft evenwel ook gepreciseerd, dat het enkele verwerven en het enkele houden van aandelen niet is te beschouwen als een economische activiteit in de zin van de Zesde richtlijn, die aan de betrokkene de hoedanigheid van belastingplichtige verleent. De financiële deelneming in een onderneming als zodanig is niet aan te merken als exploitatie van een zaak om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen, omdat het eventuele dividend dat de opbrengst is van deze deelneming, voortspruit uit de loutere eigendom van het goed (zie voormeld arrest Harnas & Helm, punt 15).

Hieruit volgt dat de toetreding van een nieuwe vennoot tot een personenvennootschap tegen een contante inbreng en in omstandigheden zoals in het hoofdgeding, geen economische activiteit van de vennoot is in de zin van de Zesde richtlijn.

Nu het houden van deelnemingen op zich geen economische activiteit in de zin van de Zesde richtlijn vormt, geldt dit eveneens voor de verkoop van deze deelnemingen (arrest van 20 juni 1996, Wellcome Trust, [C-155/94](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-155-94-arret), Jurispr. blz. I-3013, punt 33).

Wanneer een nieuwe vennoot in een personenvennootschap wordt opgenomen, wordt dan ook te zijnen behoeve geen dienst verricht.

In deze context maakt het niet uit of de vennootschap zelf een nieuwe vennoot opneemt, dan wel de andere vennoten, aangezien het opnemen van een nieuwe vennoot in elk geval geen dienstverrichting onder bezwarende titel is in de zin van de richtlijn.

57\. Op basis van bovenstaande redenering is de overdracht van de activa aan de nieuwe X voor de vennoten een transactie die buiten het toepassingsgebied van de btw valt.

## Textes cités

2

[CTVA art. 18](https://juriel.be/fr/codes/tva/article-18) 1 occurrence

[C-155/94, arrêt du 20 juin 1996](https://juriel.be/fr/jurisprudence-union/c-155-94-arret) 1 occurrence
